<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR362851_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Sociaal plan Veiligheidsregio Zaanstreek-Waterland als gevolg van regionalisering van de brandweer</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:RegionaalSamenwerkingsorgaan">Veiligheidsregio Zaanstreek-Waterland</dcterms:creator><dcterms:modified>2019-01-15</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Beemster</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Edam-Volendam</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Landsmeer</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Oostzaan</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Purmerend</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Waterland</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Wormerland</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Zaanstad</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Zeevang</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Sociaal plan VrZW</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanRegionaalSamenwerkingsorgaan">algemeen bestuur</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-09-13</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Sociaal Plan VrZW</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Sociaal Plan VrZW</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>SOCIAAL PLAN VEILIGHEIDSREGIO</vet></al><al><vet> ZAANSTREEK-WATERLAND</vet></al><al><vet>ALS GEVOLG VAN</vet></al><al><vet> REGIONALISERING VAN DE BRANDWEER </vet></al><al><vet>Preambule</vet></al><al>Dit sociaal plan is overeengekomen tussen het Algemeen Bestuur van de
                        Veiligheidsregio Zaanstreek-Waterland (VrZW) en de vakorganisaties ABVAKABO
                        FNV en CNV Publieke Zaak en bedoeld voor de overgang van het personeel in
                        dienst van de gemeenten Beemster, Edam-Volendam, Landsmeer, Oostzaan,
                        Purmerend, Waterland, Wormerland, Zaanstad, Zeevang en VrZW, per 1 januari
                        2014. </al><al>Dit sociaal plan is bedoeld om de voorwaarden te creëren waaronder het
                        personeel in dienst kan treden bij de nieuwe organisatie. Het Algemeen
                        Bestuur streeft ernaar alle betrokken medewerkers van de oude werkgevers op
                        een zo goed mogelijke wijze een nieuwe werkplek in de nieuwe organisatie te
                        bieden. Daartoe is in dit sociaal plan een procedure beschreven, die moet
                        leiden tot het zoveel als mogelijk plaatsen van mensen op passende functies.
                        Indien in een onverhoopte situatie geen mogelijkheid bestaat om iemand een
                        passende of geschikte functie aan te bieden, wordt de medewerker als
                        herplaatsingskandidaat aangewezen en geldt een periode van 24 maanden om
                        alsnog op een passende of geschikte functie geplaatst te worden. Indien dat
                        niet tot een oplossing leidt, wordt de medewerker per 1 januari 2016
                        boventallig verklaard. Vanaf dat moment is hoofdstuk 10d CAR-UWO van
                        toepassing. </al><al>Daarnaast streeft het Algemeen Bestuur ernaar om de arbeidsvoorwaardelijke
                        gevolgen voor het </al><al>betrokken personeel te beperken. Daar waar verschillen optreden tussen het
                        oude en het nieuwe pakket aan arbeidsvoorwaarden, zijn in dit sociaal plan
                        passende maatregelen opgenomen. In de nieuwe organisatie zal de CAR-UWO van
                        toepassing zijn, aangevuld met de lokale regelingen zoals van toepassing op
                        de medewerkers van de toekomstige VrZW. Op basis van een opgestelde
                        pakketvergelijking zijn in dit sociaal plan de afspraken opgenomen die van
                        toepassing zijn op de geconstateerde verschillen. </al><al>Het Algemeen Bestuur beoogt met dit sociaal plan een goede basis te leggen
                        voor een nieuwe, </al><al>vooruitstrevende en innoverende organisatie. Het beschouwt het personeel van
                        deze </al><al>organisatie als de belangrijkste kritische succesfactor daarbij en zal er
                        alles aan doen om de medewerkers een goede, gezonde en uitdagende
                        werkomgeving te bieden.</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><structuurtekst><al><vet>Inleiding</vet></al><al>In dit Sociaal Plan zijn garanties en afspraken vastgelegd, bedoeld om
                            de zorgvuldige overgang van de betrokken medewerkers te borgen en te
                            garanderen. Voor vrijwilligers is een apart hoofdstuk 5 opgenomen. De
                            bepalingen in hoofdstuk 3 en 4 zijn niet op hen van toepassing.</al><al>De betrokken gemeenten kennen verschillende arbeidsvoorwaardelijke
                            regelingen. Het is echter uitdrukkelijk de bedoeling van de betrokken
                            partijen dat de betreffende medewerkers onder de
                            arbeidsvoorwaardenregeling van hun nieuwe werkgever gaan vallen. Dit
                            sociaal plan beoogt tevens duidelijkheid te scheppen aan de betrokken
                            medewerkers over hun rechtspositie en het plaatsingsproces.</al><al>Het functieboek op basis waarvan plaatsing geschiedt, kent een
                            indicatieve waardering. De definitieve waardering van functies vindt
                            plaats na 1 januari 2014 en is van toepassing met terugwerkende kracht
                            vanaf 1 januari 2014. </al><al>Er is een convenant (d.d. 18 februari 2013) afgesloten tussen het
                            Bijzonder georganiseerd overleg (BGO) en de Bijzondere ondernemingsraad
                            (BOR). In dit convenant is vastgelegd welk onderwerp in welk
                            medezeggenschapsorgaan wordt besproken. </al><al>Dit Sociaal Plan is <onderstreept>niet</onderstreept> van toepassing op
                            toekomstige organisatiewijzigingen van VrZW. </al><al>Het Sociaal Plan bestaat uit de volgende onderdelen:</al><lijst><li nr="-"><al>hoofdstuk 1: Algemene bepalingen </al></li><li nr="-"><al>hoofdstuk 2: Rechtspositie en uitgangspunten overgang</al></li><li nr="-"><al>hoofdstuk 3: (Her)Plaatsing </al></li><li nr="-"><al>hoofdstuk 4: Overgangsrecht beroeps- en overige medewerkers
                                    (niet-vrijwilligers) </al></li><li nr="-"><al>hoofdstuk 5: Overgangsrecht vrijwilligers</al></li><li nr="-"><al>hoofdstuk 6: Slotbepaling</al></li></lijst></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In dit Sociaal Plan wordt verstaan onder:</al><al>-Aanloopschaal: De salarisschaal waarin de medewerker is ingedeeld als
                            gevolg van het feit dat de medewerker de functie nog niet volledig en/of
                            naar behoren vervult, bijvoorbeeld omdat de medewerker nog niet voldoet
                            aan de gestelde opleidings- en functie-eisen; </al><al>-Beloningsbeleid: Beleid inzake beloningselementen als periodieke
                            verhogingen, extra periodieken en het toekennen van persoonlijke
                            toelagen;</al><al>-Beroepsmedewerker: Een ambtenaar die is aangesteld conform CAR-UWO art
                            1.1 onder a, voor het verrichtten van beheerswerkzaamheden, al dan niet
                            aangevuld met een repressieve component in een dagdienst of in een
                            24-uursdienst;</al><al>-Bevoegd gezag: Het Algemeen Bestuur van de gemeenschappelijke regeling
                            VrZW;</al><al>-Bezoldiging: Het salaris, vermeerderd met het bedrag van de aan de</al><al>medewerker toegekende emolumenten en toelagen, niet</al><al>zijnde onkostenvergoedingen;</al><al>-BGO: Bijzonder Georganiseerd Overleg;</al><al>-BOR: Bijzondere Ondernemingsraad; </al><al>-Boventallig:De ambtenaar die wegens reorganisatie niet kan terugkeren
                            in de formatie na de reorganisatie;</al><al>-CAR-UWO: Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling Gemeenten,
                            respectievelijk de Uitwerkingsovereenkomst;</al><al>-Consignatie: De verplichting die een vrijwilliger of beroepsmedewerker
                            opgelegd kan krijgen om zich, binnen door de commandant te bepalen
                            grenzen en een vooraf bepaalde periode, beschikbaar te houden om in
                            geval van onvoorziene omstandigheden, na een oproep zo spoedig mogelijk
                            werkzaamheden te verrichtten. </al><al>-Deelnemende organisaties: De gemeenten Beemster, Edam-Volendam,
                            Landsmeer, Oostzaan, Purmerend, Waterland, Wormerland, Zaanstad, Zeevang
                            en VrZW;</al><al>-Functie: Het geheel (samenstel) van werkzaamheden dat de</al><al>medewerker moet verrichten, als bedoeld in artikel 1:1,</al><al>eerste lid onder b, van de CAR-UWO;</al><al>-Functieboek: Het overzicht van alle functies bij de nieuwe werkgever,
                            waarin per functie een beschrijving van de hoofdwerkzaamheden, de
                            verantwoordelijkheden en bevoegdheden, het werk- en denkniveau en het
                            indicatieve schaalniveau wordt weergegeven; </al><al>-Functionele schaal: Schaal als bedoeld in artikel 3:1, tweede lid onder
                            a, van de CAR-UWO;</al><al>-Functionele toelage: Toelagen die sterk gerelateerd zijn aan de
                            uitoefening van bepaalde functies. Hier valt bijvoorbeeld onder de
                            toelage onregelmatige dienst;</al><al>-Geschikte functie: Een functie bij de nieuwe werkgever, die niet valt
                            onder het begrip passende functie, maar die de medewerker bereid is
                            te</al><al>vervullen en de nieuwe werkgever bereid is aan te bieden;</al><al>-Gewijzigde functie: Een functie die voorkomt in de nieuwe organisatie
                            en die zodanig afwijkt naar aard en inhoud (30% of meer) van een functie
                            bij één van de deelnemende organisaties, dat deze niet als ongewijzigd
                            kan worden aangemerkt; </al><al>-GO: De Commissie voor het Georganiseerd Overleg als bedoeld in</al><al>artikel 12:2 van de CAR-UWO;</al><al>-Herplaatsingskandidaat: De medewerker die na het plaatsingsproces geen
                            passende of geschikte functie kan worden aangeboden en die tot 1 januari
                            2016 passende werkzaamheden verricht.</al><al>-IVA: Individuele Vergelijking Arbeidsvoorwaarden. Dit is een vertaling
                            van het sociaal plan naar elke individuele medewerker die valt onder de
                            werking van dit Sociaal plan; </al><al>-Kazernering:De verplichting die een vrijwilliger of beroepsmedewerker
                            opgelegd kan krijgen om op een kazerne c.q. post te verblijven om
                            aanwezigheidsdiensten te verrichtten. Deze aanwezigheidsdiensten kunnen
                            ingeroosterd of incidenteel zijn. </al><al>-Medewerker: De ambtenaar in de zin van artikel 1:1, eerste lid onder
                            a,</al><al>van de CAR-UWO, aangesteld in vaste dienst dan wel</al><al>aangesteld in tijdelijke dienst bij wijze van proef bij één van</al><al>de deelnemende organisaties wiens taken volledig of</al><al>nagenoeg volledig overgaan naar de nieuwe werkgever, niet zijnde
                            vrijwilliger;</al><al>-Nieuwe functie: Een functie die niet eerder voorkwam in de lijst van
                            functies van één van de deelnemende organisaties;</al><al>-Nieuwe werkgever: Algemeen Bestuur VrZW; </al><al>-Ongewijzigde functie: Een functie die voorkomt in de nieuwe organisatie
                            en die naar aard en taakinhoud in overwegende mate (70% of meer) gelijk
                            is gebleven aan de functie, zoals die voorheen bestond en aantoonbaar
                            uitgevoerd werd bij één van de deelnemende organisaties. Met “in
                            overwegende mate” wordt bedoeld dat de functie niet essentieel (naar
                            aard en inhoud) is veranderd en dat evenmin in substantiële zin taken of
                            aspecten van taken zijn toegevoegd of weggelaten. Een en ander onverlet
                            of er sprake is van wijziging van de organisatorische plaats en/of
                            wijziging van locatie of standplaats; </al><al>-Oude werkgever: De werkgever van de werknemer op de dag voor datum van
                            overgang;</al><al>-Overheidsdienst: Aantal jaren dat een medewerker werkzaam is bij de
                            overheid conform de Rijksregeling ter bepaling van
                            overheidsdienstjaren;</al><al>-Passende functie: Een functie die voorkomt in de nieuwe organisatie en
                            die de ambtenaar redelijkerwijs, gelet op zijn werk- en denkniveau, zijn
                            persoonlijkheid, zijn persoonlijke omstandigheden en de voor hem
                            bestaande vooruitzichten, kan worden opgedragen. Een passende functie
                            kan ingedeeld zijn in maximaal één functionele schaal hoger en (in
                            uitzonderlijke gevallen) maximaal twee functionele schalen lager;</al><al>-Persoonlijke toelage: Aanspraak van de ambtenaar op persoonlijke
                            titel;</al><al>-Plaatsingsadviescommissie: Een door of namens het Algemeen Bestuur
                            ingestelde onafhankelijke en paritair samengestelde commissie die het
                            bevoegd gezag adviseert over het plaatsingsplan;</al><al>-Roosters: </al><al><cursief>Beheersdienst</cursief></al><al> Een dienst waarbij de ambtenaar binnen het dagvenster (07.00 – 22.00
                            uur) in overwegende mate beheerswerkzaamheden verricht.</al><al><cursief>Dagdienst</cursief></al><al> Een dienst waarbij de beroepsmedewerker die volgens dienstrooster, in
                            verband met een directe repressieve inzetbaarheid, in overwegende mate
                            voor aaneengesloten tijdruimtes van ten hoogste 10 uur, vallend binnen
                            het normale dagvenster, in de kazerne aanwezig moet zijn. </al><al><cursief>Consignatiedienst</cursief></al><al> De verplichting voor de beroepsmedewerker of de vrijwilliger, om zich
                            volgens dienstrooster buiten zijn normale werktijden, binnen door de
                            commandant te bepalen grenzen, beschikbaar te houden om ingeval van
                            onvoorziene omstandigheden op oproep zo spoedig mogelijk werkzaamheden
                            te verrichten. Voor personen in deze dienst geldt bij alarmering een
                            opkomstverplichting.</al><al><cursief>Aanwezigheidsdienst</cursief></al><al>Een dienst met een aaneengesloten tijdruimte van ten hoogste 24 uur die
                            in verband met een directe repressieve inzetbaarheid, in de kazerne of
                            in/nabij een brandweervoertuig moet worden verricht. </al><al><cursief>24-uursdienst</cursief></al><al> Een dienst waarbij de ambtenaar volgens dienstrooster, in verband met
                            een directe repressieve inzetbaarheid, in overwegende mate voor
                            aaneengesloten tijdruimtes van 24 uur, in de kazerne aanwezig moet zijn. </al><al>-Salaris: Het voor de medewerker geldende bedrag van de aan hem</al><al>toegekende schaal als bedoeld in artikel 3:1, tweede lid onder</al><al>b, van de CAR-UWO met de daarbij behorende rechtspositionele
                            uitwerking;</al><al>-Salarisperspectief: De opeenvolgende salarisperiodieken tot en met het
                            hoogste bedrag van de salarisschaal waarin de oorspronkelijke functie
                            van de medewerker bij de oude werkgever is gewaardeerd en de eventueel
                            schriftelijk vastgelegde extra individuele salarisafspraken;</al><al>-Sleutelfunctie: Een nieuwe leidinggevende functie bij de nieuwe
                            werkgever, waarvan het plaatsingsproces plaatsvindt via een interne
                            selectieprocedure;</al><al>-Statusbrief: Iedere medewerker die als gevolg van de regionalisering
                            geplaatst wordt bij de nieuwe werkgever, ontvangt voorafgaand aan de
                            plaatsingsprocedure een brief met daarin de status van zijn huidige
                            functie. Hierin wordt aangegeven of de huidige functie in de nieuwe
                            organisatie ongewijzigd is, gewijzigd wordt of komt te vervallen;</al><al>-Toelage: De vaste toelage waarmee het salaris wordt vermeerderd;</al><al>-Toetsingscommissie: De paritair samengestelde commissie belast met het
                            bewaken en toetsen van de plaatsingsprocedure;</al><al>-Tweede loopbaan: Iedere functie binnen of buiten de organisatie in het
                            kader van het loopbaanplan, die volgt op de repressieve functie en die
                            past bij de richting zoals afgesproken is in het plan; </al><al>-Uitloopschaal: De eerste schaal boven de vastgestelde
                            waarderingsschaal;</al><al>-Vervallen functie: Functie die niet terugkomt in het formatieplan van
                            de nieuwe organisatie;</al><al>-Vrije instroom: De vrijwilliger die zich, zonder opkomstverplichting,
                            beschikbaar stelt voor repressieve inzetbaarheid. </al><al>-Vrijwilliger: De vrijwilliger in de zin van artikel 19:1:1, onder a,
                            van de</al><al>CAR-UWO.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.2</nr><titel>Doel en werkingssfeer</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Dit Sociaal Plan heeft als doel kaders en regels vast te stellen
                                voor het regelen van</al><al> de personele gevolgen van de overgang van medewerkers naar
                                VrZW;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het Sociaal Plan is van toepassing op de medewerkers die op 31
                                december 2013:</al><lijst><li nr="a."><al>in vaste dienst dan wel in een tijdelijke aanstelling zijn
                                        aangesteld door VrZW, inclusief de medewerkers van VrZW die
                                        zijn gedetacheerd bij Brandweer Zaanstad;</al></li><li nr="b."><al>voor 50% of meer, op dezelfde grondslag als bedoeld onder
                                        a., werkzaam zijn ten behoeve van die activiteiten die in
                                        het kader van de regionalisering van de brandweer door de
                                        gemeenten Beemster, Edam-Volendam, Landsmeer, Oostzaan,
                                        Purmerend, Waterland, Wormerland, Zaanstad, Zeevang worden
                                        overgedragen aan VrZW. Medewerkers die voor minder dan 50%
                                        werkzaam zijn voor de gemeentelijke brandweerorganisatie,
                                        vallen niet onder de werking van dit Sociaal Plan. </al></li><li nr="c."><al>alle vrijwilligers van de brandweerkorpsen van de gemeenten
                                        Beemster, Edam-Volendam, Landsmeer, Oostzaan, Purmerend,
                                        Waterland, Wormerland, Zaanstad en Zeevang.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor medewerkers die na 1 januari 2014 in dienst treden geldt dat de
                                bepalingen van dit sociaal plan niet op hen van toepassing
                                zijn.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.3</nr><titel>Looptijd</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Dit sociaal plan treedt in werking na overeenstemming in het BGO
                                vanaf de datum van ondertekening en loopt door totdat de inrichting
                                van VrZW voor wat betreft de hier beschreven maatregelen is
                                afgerond, echter uiterlijk 1 januari 2018, of zolang er nog een
                                juridische procedure loopt als gevolg van de plaatsing bij de nieuwe
                                organisatie, behoudens expliciete en schriftelijke verlenging. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Individuele aanspraken op basis van dit sociaal plan werken door na
                                afloop van de looptijd van dit plan.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.</nr><titel>Rechtspositie en uitgangspunten overgang</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1</nr><titel>Rechtspositie nieuwe werkgever</titel></kop><al>Als uitgangspunt geldt dat de nieuwe werkgever voor wat betreft de
                            rechtspositieregeling volger zal zijn van de Collectieve
                            Arbeidsvoorwaardenregeling voor de sector Gemeenten (CAR) en – in
                            beginsel – van de Uitwerkingsovereenkomst (UWO). Daarbij zijn de
                            CAR-bepalingen voor alle partijen bindend. De UWO bepalingen worden in
                            beginsel gevolgd, waarbij partijen binnen het (B)GO op voorhand hun
                            instemming geven. Omwille van bedrijfsspecifieke redenen kunnen op
                            voordracht van (één van beide) partijen gemotiveerde voorstellen worden
                            gedaan om af te wijken van de UWO-bepalingen. Over de afwijkende
                            bepalingen dient overeenstemming te worden bereikt in het (B)GO. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.2</nr><titel>Ontslag en indienstneming</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan de medewerker die overgaat naar VrZW, wordt met ingang van datum
                                overgang door de oude werkgever ontslag wegens reorganisatie
                                verleend conform artikel 8:3 CAR-UWO.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De aanzeggingstermijn of opzegtermijn voor het ontslag, zoals
                                vastgelegd in de</al><al> rechtspositieregeling van de oude werkgever, wordt niet in acht
                                genomen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Gelijktijdig met het ontslagbesluit ontvangt de medewerker, die
                                overgaat naar VrZW, een aanstellingsbesluit bij VrZW.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De medewerker ontvangt bij het aanstellingsbesluit een Individuele
                                Vergelijking Arbeidsvoorwaarden (IVA) waarin de op hem/haar van
                                toepassing zijnde garantieregelingen op grond van dit sociaal plan,
                                nader zijn uitgewerkt.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Medewerkers die op dit moment in dienst zijn van VrZW ontvangen geen
                                ontslag- en aanstellingsbesluit maar een plaatsingsbesluit, omdat
                                zij reeds aangesteld zijn door VrZW.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3</nr><titel>Arbeidsongeschikte medewerker</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het sociaal plan is eveneens van toepassing op medewerkers die
                                korter dan 52 weken arbeidsongeschikt zijn op 31 december 2013. Op
                                hen is de plaatsingsprocedure zoals beschreven in hoofdstuk 3, van
                                toepassing. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het sociaal plan geldt niet voor medewerkers die 52 weken of langer
                                arbeidsongeschikt zijn op 31 december 2013 en waarbij geen reëel
                                zicht is op terugkeer in de (eigen) functie binnen 6 maanden, in het
                                kader van de toepasselijke wet- en regelgeving. Zij blijven bij de
                                oude werkgever in dienst. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4</nr><titel>Medische keuring</titel></kop><al>Bij de overgang van de medewerkers naar de nieuwe werkgever vindt vooraf
                            geen medische keuring plaats, tenzij de medewerker vanuit een
                            niet-repressieve functie op een repressieve functie wordt geplaatst.
                        </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.5</nr><titel>Ontslagbescherming</titel></kop><al>Er vindt binnen een periode van 24 maanden geen ontslag plaats van de
                            herplaatsingskandidaten bij de nieuwe werkgever als gevolg van de
                            regionalisering, te rekenen vanaf het moment van indiensttreding bij de
                            nieuwe werkgever. Vanaf dat moment is hoofdstuk 10d CAR-UWO van
                            toepassing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.6</nr><titel>Toekomstige wijzigingen</titel></kop><al>Toekomstige wijzigingen in wetgeving en daaruit voortvloeiende
                            regelgeving werken door in dit sociaal plan. Er kunnen geen aanspraken
                            aan dit plan worden ontleend die in strijd zijn met hogere wet- en
                            regelgeving.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.</nr><titel>(Her)Plaatsing</titel></kop><structuurtekst><al>Paragraaf 1. Uitgangspunten</al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.1</nr><titel>Uitgangspunten plaatsing</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De medewerkers zoals bedoeld in artikel 1.2 lid 2 van dit plan
                                    worden allen geplaatst bij de nieuwe werkgever.</al></li><li nr="2."><al>De nieuwe werkgever spant zich maximaal in om voor alle
                                    medewerkers een passende of geschikte functie te vinden.</al></li><li nr="3."><al>Mocht er voor de medewerker geen passende of geschikte functie
                                    beschikbaar zijn, dan wordt de medewerker aangewezen als
                                    herplaatsingskandidaat.</al></li><li nr="4."><al>Bij de plaatsing wordt de hoofdregel “mens volgt werk”
                                    aangehouden. Die regel is van</al></li></lijst><al>toepassing indien sprake is van een ongewijzigde functie in vergelijking
                            met de functie bij de oude werkgever. </al><lijst><li nr="5."><al>In overleg met de BOR worden de nieuwe leidinggevende functies
                                    van teamleider als sleutelfunctie aangemerkt. De sleutelfuncties
                                    worden in het plaatsingsproces als eerste ingevuld.</al></li><li nr="6."><al>Indien sprake is van een gewijzigde of nieuwe functie of van een
                                    zogenaamde sleutelfunctie, geschiedt de plaatsing door middel
                                    van belangstellingsregistratie en selectie.</al></li><li nr="7."><al>De plaatsing in de functie van regionaal commandant geschiedt
                                    door benoeming door het bevoegd gezag.</al></li><li nr="8."><al>Als uitgangspunt voor het plaatsingsproces geldt, naast het
                                    principe van ‘mens volgt werk’, maximale plaatsing. Daarbij
                                    geldt dat ‘horizontaal’ plaatsen voor gaat op ‘verticaal’
                                    plaatsen. Hiermee wordt bedoeld dat het streven is om iedereen
                                    zoveel mogelijk op een gelijkwaardig functieniveau (functionele
                                    schaal) te plaatsen, zodat er voor de medewerker sprake zal zijn
                                    van zo min mogelijk schaalverschil tussen de oude en de nieuwe
                                    functie.</al></li></lijst><al>Paragraaf 2. Plaatsingsprocedure</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.2</nr><titel>Plaatsingsprocedure</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In overleg met de BOR wordt door de werkgever een
                                    was/wordt-lijst op functieniveau opgesteld, waarin wordt
                                    aangegeven wat de status van een functie is in de nieuwe
                                    organisatie (‘ongewijzigd’, ‘gewijzigd’, ‘vervallen’).</al></li><li nr="2."><al>Het plaatsingsproces vangt voor de medewerker aan met een
                                    statusbrief. Op basis van de was/wordt-lijst, wordt de
                                    medewerker in deze brief geïnformeerd welke status zijn oude
                                    functie heeft in de nieuwe organisatie. Deze status is voor de
                                    medewerker het uitgangspunt voor plaatsing bij de nieuwe
                                    werkgever.</al></li><li nr="3."><al>Indien de functie van de medewerker in de nieuwe organisatie is
                                    aangewezen als ongewijzigde</al></li></lijst><al>functie, zal de medewerker in beginsel in deze functie worden geplaatst.
                            De medewerker kan via de belangstellingsregistratie evenwel ook zijn
                            belangstelling kenbaar maken voor een gewijzigde, nieuwe of
                            sleutelfunctie.</al><lijst><li nr="4."><al>Plaatsing in een gewijzigde of nieuwe functie of een
                                    sleutelfunctie kan alleen indien de medewerker geschikt is voor
                                    de functie of binnen een periode van 12 maanden geschikt is te
                                    maken. Deze periode van 12 maanden kan worden verlengd met
                                    maximaal twee keer zes maanden indien en voor zover de benodigde
                                    opleiding/cursus binnen de genoemde periode van 12 maanden niet
                                    kan worden afgerond.</al></li><li nr="5."><al>Nader gemaakte afspraken worden opgenomen in het aanstellings-
                                    of plaatsingsbesluit van de betreffende medewerker.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.3</nr><titel>Boventalligheid in een ongewijzigde functie</titel></kop><al>1.Indien sprake is van boventalligheid voor een ongewijzigde functie zal
                            plaatsing in de functie</al><al>geschieden aan de hand van het afspiegelingsbeginsel zoals gehanteerd
                            door het UWV WERKbedrijf. Dit betekent de betrokken medewerkers worden
                            ingedeeld in vijf leeftijdsgroepen (peildatum 31-12-2015): </al><lijst><li nr="-"><al>15 tot 25 jaar</al></li><li nr="-"><al>25 tot 35 jaar</al></li><li nr="-"><al>35 tot 45 jaar</al></li><li nr="-"><al>45 tot 55 jaar</al></li><li nr="-"><al>55 jaar en ouder</al></li></lijst><al>Vervolgens wordt binnen elke leeftijdsgroep de werknemer met het kortste
                            dienstverband als eerste boventallig verklaard. Voor de bepaling van de
                            duur van het dienstverband wordt de duur van de aanstelling bij de
                            deelnemende organisaties opgeteld.</al><lijst><li nr="2."><al>In de statusbrief zal worden aangegeven of er voor de
                                    ongewijzigde functie sprake is van boventalligheid en of de
                                    medewerker op basis van het afspiegelingsbeginsel in aanmerking
                                    komt voor plaatsing in de ongewijzigde functie. </al></li><li nr="3."><al>Indien de medewerker niet voor plaatsing in aanmerking komt, zal
                                    hij via de belangstellingsregistratie zijn belangstelling
                                    kenbaar kunnen maken voor de opengestelde functies.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3.4 Plaatsing in een gewijzigde of nieuwe functie dan wel
                                sleutelfunctie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien de functie van de medewerker is aangemerkt als een
                                    gewijzigde of vervallen functie kan deze medewerker niet op
                                    grond van het principe “mens volgt werk” worden geplaatst in de
                                    nieuwe organisatie. Hij zal via de belangstellingsregistratie
                                    zijn belangstelling kenbaar moeten maken voor opengestelde
                                    functies.</al></li><li nr="2."><al>Alle gewijzigde of nieuwe functies en sleutelfuncties, met
                                    uitzondering van de functie regionaal</al></li></lijst><al>commandant, worden eerst en gelijktijdig voor interne werving
                            opengesteld voor de bij de overgang betrokken medewerkers. </al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3.5 Belangstellingsregistratie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De medewerker maakt zijn voorkeur voor maximaal drie
                                    opengestelde functies kenbaar.</al></li><li nr="2."><al>Het functieboek met daarin de functiebeschrijvingen van de
                                    opengestelde functies kan worden</al></li></lijst><al>ingezien en wordt digitaal beschikbaar gesteld. Ook medewerkers met een
                            ongewijzigde functie</al><al>worden op verzoek in de gelegenheid gesteld hun belangstelling voor
                            maximaal drie </al><al>opengestelde functies kenbaar te maken. </al><al>3.Medewerkers van wie de functie als gewijzigde of vervallen functie is
                            aangemerkt, alsook medewerkers die op grond van het
                            afspiegelingsbeginsel niet op een ongewijzigde functie kunnen worden
                            geplaatst, hebben bij de plaatsing in een nieuwe, gewijzigde of
                            sleutelfunctie een voorrangspositie, als bedoeld in artikel 3.6 van dit
                            plan.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3.6 Voorrangspositie in kader herplaatsing</titel></kop><al>Rekening houdend met de belangstellingsregistratie, geldt bij de
                            selectie gericht op de invulling van nieuwe functies, voor medewerkers
                            voor wie de functie als passend kan worden aangemerkt,</al><al>de volgende voorrangsregeling:</al><lijst><li nr=""><al>a.medewerkers met een vaste aanstelling die niet kunnen worden
                                    geplaatst in een ongewijzigde functie;</al></li><li nr="b."><al>medewerkers met een vaste aanstelling die kunnen worden
                                    geplaatst in een ongewijzigde functie; </al></li><li nr="c."><al>medewerkers met een aanstelling bij wijze van proef die niet
                                    kunnen worden geplaatst in een ongewijzigde functie;</al></li><li nr="d."><al>overige medewerkers met een tijdelijke aanstelling die verloopt
                                    op of na 1 januari 2014, niet vallend onder de hiervoor genoemde
                                    categorie c.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3.7 Plaatsing op basis van geschiktheid </titel></kop><al>1.Indien meerdere medewerkers voor een passende functie dezelfde
                            voorrangspositie hebben, zal</al><al>worden geplaatst op basis van geschiktheid. </al><lijst><li nr="2."><al>Pas indien geen geschikte kandidaten aanwezig zijn binnen
                                    dezelfde voorrangspositie, zal worden gekeken naar geschikte
                                    kandidaten binnen de volgende voorrangscategorie.</al></li><li nr="3."><al>Onder geschiktheid valt in dit verband tevens te verstaan de
                                    situatie dat de medewerker binnen 12 maanden (door opleiding,
                                    training, coaching e.d.) geschikt te maken is. Deze periode van
                                    12 maanden kan worden verlengd met maximaal twee keer zes
                                    maanden indien en voor zover de benodigde opleiding/cursus
                                    binnen de genoemde periode van 12 maanden niet kan worden
                                    afgerond, als bedoeld in artikel 3.2 vierde lid van dit sociaal
                                    plan.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3.8 Algemene criteria ter bepaling van de
                                geschiktheid</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Bij het bepalen van de geschiktheid van de medewerker voor een
                                    nieuwe, gewijzigde of sleutelfunctie gelden in volgorde van
                                    belangrijkheid de volgende factoren:</al></li><li nr="-"><al>in hoeverre de medewerker voldoet aan de functie-eisen en het
                                    competentieprofiel van de betreffende functie;</al></li><li nr="-"><al>de werkervaring, inclusief vastgestelde ‘eerder verworven
                                    competenties’ (EVC), en de opleidingen van de betrokken
                                    medewerker.</al></li><li nr="2."><al>Ter bepaling van de geschiktheid kan door de werkgever gebruik
                                    worden gemaakt van</al></li></lijst><al>(externe) geschiktheidsonderzoeken (zoals competentieprofielanalyses
                            e.d.).</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3.9 Verplichting van de medewerker</titel></kop><al>De medewerker is verplicht om mee te werken aan plaatsingsgesprekken en
                            (externe) geschiktheidsonderzoeken om een passende plaatsing te
                            realiseren.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3.10 Geen vaste plaatsing </titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Wanneer de plaatsingsprocedure is afgerond, wordt de medewerker
                                    die niet is geplaatst, als herplaatsingskandidaat
                                    aangewezen.</al></li><li nr="2."><al>De herplaatsingskandidaat is gedurende de herplaatsingsperiode
                                    (uiterlijk tot 1 januari 2016) gehouden (tijdelijke) passende
                                    werkzaamheden te aanvaarden.</al></li><li nr="3."><al>Om werkloosheid te voorkomen rust op de nieuwe werkgever en de
                                    herplaatsingskandidaat de inspanningsverplichting om tijdens de
                                    herplaatsingsperiode gezamenlijk een structurele oplossing te
                                    vinden in het geval dat de medewerker bij de overgang onverhoopt
                                    niet geplaatst kan worden in een passende of geschikte
                                    functie.</al></li><li nr="4."><al>De kosten van bijscholing en/of omscholing van de
                                    herplaatsingskandidaat zijn voor rekening van de nieuwe
                                    werkgever.</al></li><li nr="5."><al>Indien de nieuwe werkgever na zorgvuldig onderzoek constateert
                                    dat geen structurele oplossing kan worden gevonden, wordt de
                                    ambtenaar per 1 januari 2016 boventallig. Vanaf dat moment is
                                    hoofdstuk 10d CAR-UWO van toepassing.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3.11 Weigeren passende functie</titel></kop><al>1.Wanneer de medewerker aantoonbaar weigerachtig is ten aanzien van
                            aanvaarding van een</al><al>passende functie of niet of onvoldoende meewerkt aan het vinden van een
                            oplossing als hierboven bedoeld, kan de werkgever (eerder) overgaan tot
                            ongevraagd ontslag.</al><al>2.Het bepaalde in lid 1, geldt niet indien de medewerking in
                            redelijkheid niet van de medewerker gevergd kan worden.</al><al>Paragraaf 3. Plaatsingsadviescommissie en toetsingscommissie</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3.12 Samenstelling plaatsingsadviescommissie</titel></kop><al>1.Er is een plaatsingsadviescommissie bestaande uit:</al><al>a) één lid aangewezen door de werknemersvertegenwoordiging in het
                            BGO;</al><al>b) één lid aangewezen door het bevoegd gezag;</al><al>c) een onafhankelijk voorzitter, aangewezen door de leden zoals
                            hierboven bedoeld.</al><lijst><li nr="2."><al>Voor ieder lid kan een plaatsvervanger worden aangewezen.</al></li><li nr="3."><al>Aan de plaatsingsadviescommissie wordt toegevoegd een
                                    secretaris. Deze heeft geen stemrecht.</al><al>4.De plaatsingsadviescommissie kan deskundigen en/of adviseurs
                                    uitnodigen. Deze adviseurs/deskundigen hebben geen
                                    stemrecht.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3.13 Vergaderingen plaatsingsadviescommissie</titel></kop><al>De vergaderingen van de plaatsingsadviescommissie zijn besloten en
                            hetgeen wordt besproken is vertrouwelijk.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3.14 Taken plaatsingsadviescommissie</titel></kop><al>1.De plaatsingsadviescommissie adviseert het bevoegd gezag over:</al><al> a) de kandidaten voor de aangewezen sleutelfuncties;</al><al> b) de plaatsing van medewerkers in gewijzigde of nieuwe functies;</al><al> c) de plaatsing van medewerkers in ongewijzigde functies.</al><al>2.De door de plaatsingsadviescommissie uitgebrachte adviezen vormen
                            samen het advies over het plaatsingsplan.</al><al>3.De plaatsingsadviescommissie geeft bij zijn advies over het
                            plaatsingsplan een nadere motivering over plaatsingen. Hierbij kan
                            aanvullend advies worden uitgebracht over scholing, training en/of
                            begeleiding van de te plaatsen ambtenaar.</al><al>4.Van het advies van de plaatsingsadviescommissie wordt de ambtenaar
                            schriftelijk op de hoogte gebracht.</al><al>5.Indien er geen volledige overeenstemming bestaat over een voordracht
                            tot plaatsing aan het bevoegd gezag wordt daarvan – onder vermelding van
                            de standpunten – mededeling gedaan aan het bevoegd gezag, tenzij zulks
                            door het betrokken lid dan wel leden niet wordt gewenst.</al><lijst><li nr="6."><al>Het bevoegd gezag neemt vervolgens een besluit over het
                                    advies.</al></li><li nr="7."><al>Een unaniem advies is in beginsel bindend voor het bevoegd
                                    gezag. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3.15 Informatie plaatsingsadviescommissie</titel></kop><al>1.De plaatsingsadviescommissie verkrijgt alle voor de plaatsing
                            benodigde stukken, in ieder geval:</al><al>a.het formatieplan inclusief de was/wordt-lijst;</al><al>b.het functieboek;</al><al>c.de door de ambtenaren aangeleverde sollicitatiebrieven ten behoeve van
                            de selectieprocedure voor de sleutelfuncties;</al><al>d.de door de ambtenaren ingevulde belangstellingsregistratieformulieren
                            voor de gewijzigde of nieuwe functies;</al><al>2.Verslagen van functioneringsgesprekken maken geen onderdeel uit van de
                            beraadslagingen van de plaatsingsadviescommissie.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3.16. Rechten en plichten
                                plaatsingsadviescommissie</titel></kop><al>1.De plaatsingsadviescommissie heeft het recht:</al><al>a.de direct betrokken ambtenaar te horen. De ambtenaar kan zich laten
                            bijstaan door een adviseur;</al><al>b.informanten te horen, met inachtneming van het hierna in lid 3
                            bepaalde;</al><al>c.alle overige voor de plaatsing relevante stukken in te zien.</al><al>2.In geval de plaatsingsadviescommissie informanten hoort, wordt de
                            ambtenaar hierover vooraf geïnformeerd en in de gelegenheid gesteld zijn
                            zienswijze over de ingewonnen inlichtingen kenbaar te maken.</al><al>3.De plaatsingsadviescommissie hoort in ieder geval de volgende
                            ambtenaren:</al><al>a.de ambtenaren die deelnemen aan de selectie voor de
                            sleutelfuncties;</al><al>b.de ambtenaren die hun belangstelling kenbaar maken voor gewijzigde of
                            nieuwe functies;</al><al>c.de ambtenaren die daarom verzoeken.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3.17 Werkwijze plaatsingsadviescommissie</titel></kop><al>1.De plaatsingsadviescommissie begint met de selectie van de kandidaten
                            voor de aangewezen sleutelfuncties. Vervolgens draagt de
                            plaatsingsadviescommissie zorg voor een advies op de plaatsing in de
                            gewijzigde en nieuwe functies. Tot slot volgt de plaatsing op de
                            ongewijzigde functies.</al><al>2.De plaatsingsadviescommissie hoort de ambtenaar aan de hand van het
                            ingevulde belangstellingsregistratieformulier. De ambtenaar kan zich
                            laten bijstaan door een adviseur.</al><al>3.Van het horen van de ambtenaar wordt een beknopt verslag gemaakt,
                            waarvan de ambtenaar een afschrift ontvangt.</al><al>4.De plaatsingsadviescommissie motiveert in het advies over de plaatsing
                            van de betreffende ambtenaar haar overwegingen met betrekking tot de al
                            dan niet plaatsing in de functie waarvoor de ambtenaar zijn
                            belangstelling heeft doen blijken.</al><al>5.De plaatsingsadviescommissie adviseert het bevoegd gezag om ambtenaren
                            die niet plaatsbaar zijn op functies uit het functieboek aan te wijzen
                            als herplaatsingskandidaat.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3.18 Na het plaatsingsadvies van de
                                plaatsingsadviescommissie</titel></kop><al>1.Gehoord het advies van de plaatsingsadviescommissie neemt het bevoegd
                            gezag een voorgenomen besluit tot (niet-)plaatsing voor elke ambtenaar
                            die bij de reorganisatie betrokken is.</al><al>2.Het voorgenomen besluit is deugdelijk gemotiveerd en bevat het advies
                            van de plaatsingsadviescommissie als bijlage.</al><al>3.De medewerker kan tegen een voorgenomen besluit als bedoeld in het
                            eerste lid zijn of haar bedenkingen schriftelijk kenbaar maken. De
                            medewerker doet dit binnen twee weken na de dagtekening van het
                            voornemen tot (niet) plaatsing. De medewerker ontvangt hiervan een
                            ontvangstbevestiging.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3.19 Bedenkingenprocedure </titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien de medewerker zijn bedenkingen wil voorleggen aan de
                                    plaatsingsadviescommissie, is hij verplicht deze schriftelijk
                                    kenbaar te maken binnen twee weken na ontvangst van het
                                    voornemen tot (niet-)plaatsing. Desgewenst kan de medewerker
                                    aangeven zijn bedenkingen mondeling te willen toelichten.</al></li><li nr="2."><al>In dat geval wordt de medewerker door de
                                    plaatsingsadviescommissie gehoord.</al></li><li nr="3."><al>De hoorzitting vindt in beginsel plaats binnen 2 weken nadat de
                                    medewerker heeft aangegeven van deze gelegenheid gebruik te
                                    willen maken. De medewerker kan zich tijdens dit horen doen
                                    bijstaan door een raadsman.</al></li><li nr="4."><al>Naar aanleiding van de bedenkingen neemt de werkgever vervolgens
                                    een definitief besluit, waartegen bezwaar en beroep mogelijk
                                    is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3.20 Toetsingscommissie</titel></kop><lijst><li nr=""><al>1.Er is een toetsingscommissie bestaande uit:</al></li><li nr="a."><al>één lid aangewezen door de werknemersvertegenwoordiging in het
                                    BGO;</al></li><li nr="b."><al>één lid aangewezen door het bevoegd gezag;</al></li><li nr="c."><al>een onafhankelijk voorzitter, aangewezen door de andere
                                    leden.</al></li><li nr="2."><al>Voor ieder lid kan een plaatsvervanger worden aangewezen.</al></li><li nr="3."><al>Aan de toetsingscommissie wordt toegevoegd een
                                    (plaatsvervangend) secretaris en de benodigde ambtelijke
                                    ondersteuning. Deze toegevoegde personen dienen ter
                                    ondersteuning van het proces, maar maken geen deel uit van de
                                    toetsingscommissie zelf en hebben derhalve geen stemrecht.</al></li><li nr="4."><al>Leden van de toetsingscommissie kunnen geen lid zijn van de
                                    plaatsingsadviescommissie.</al></li><li nr="5."><al>De toetsingscommissie heeft de volgende taken:</al><lijst><li nr="a."><al>het bewaken van een consistente toepassing van de
                                            plaatsingsnormen uit dit sociaal plan;</al></li><li nr="b."><al>het toetsen op de consistente toepassing van de
                                            plaatsingsprocedure;</al></li><li nr="c."><al>het aan het bevoegd gezag advies uitbrengen over de
                                            procedure;</al></li><li nr="d."><al>de toetsingscommissie adviseert het bevoegd gezag over
                                            het functioneren van de plaatsingsprocedure en kan
                                            daartoe onderzoek doen op basis van signalen, een klacht
                                            of op eigen initiatief;</al></li><li nr="e."><al>de toetsingscommissie kan adviseurs en/of deskundigen
                                            uitnodigen. Adviseurs en/of deskundigen hebben geen
                                            stemrecht;</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3.21 Bezwaar en beroep</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien een medewerker het niet eens is met het
                                    (niet-)plaatsingsbesluit van het bevoegd gezag,kan hij/zij op
                                    grond van het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht binnen
                                    zes weken na de dag van verzending van het besluit een
                                    gemotiveerd bezwaarschrift indienen bij de door het bevoegd
                                    gezag voor dit doel ingestelde ‘Bezwarencommissie
                                    plaatsing’.</al></li><li nr="2."><al>De ‘Bezwarencommissie plaatsing’ wordt ingesteld door het
                                    Algemeen Bestuur en adviseert het bevoegd gezag omtrent de
                                    voorgelegde bezwaren. </al></li><li nr="3."><al>De ‘Bezwarencommissie plaatsing’ bestaat uit:</al></li><li nr="-"><al>een vertegenwoordiger aangewezen door de werkgever;</al></li><li nr="-"><al>een vertegenwoordiger aangewezen door de vakorganisaties;</al></li><li nr="-"><al>een externe voorzitter, aangewezen door de andere leden.</al></li><li nr="4."><al>De ‘Bezwarencommissie plaatsing’ wordt ondersteund door een
                                    secretaris, aangewezen door de nieuwe werkgever.</al></li><li nr="5."><al>Het indienen van een bezwaarschrift schort de werking van het
                                    bestreden besluit niet op.</al></li></lijst><al>Het bevoegd gezag neemt een besluit op het bezwaar, met inachtneming van
                            het advies van de ‘Bezwarencommissie plaatsing’.</al><al>6.Indien het bezwaar gegrond verklaard wordt, vindt heronderzoek plaats
                            naar een passende oplossing binnen de nieuwe organisatie. Indien het
                            bezwaar ongegrond verklaard wordt, kent de medewerker conform de
                            Algemene wet bestuursrecht de mogelijkheid in beroep te gaan.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 4. Overgangsrecht beroeps- en overige medewerkers
                            (niet-vrijwilligers)</titel></kop><structuurtekst><al>Paragraaf 1. Algemeen</al><al><vet>Artikel 4.1 Arbeidsvoorwaarden</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Als uitgangspunt geldt dat de nieuwe werkgever de Collectieve
                                    arbeidsvoorwaardenregeling voor de sector Gemeenten (CAR) en –
                                    in beginsel - de Uitwerkingsovereenkomst (UWO) volgt.</al></li><li nr="2."><al>Uit de inventarisatie van de arbeidsvoorwaarden blijkt dat op de
                                    volgende punten geen verschillen bestaan tussen de deelnemende
                                    organisaties:</al></li><li nr="-"><al>opzegtermijn;</al></li><li nr="-"><al>regels omtrent aanstelling;</al></li><li nr="-"><al>er is bij geen van de deelnemende organisaties sprake van
                                    medewerkers die gebruik maken van de FLO-overgangsregeling op
                                    het moment van de overgang;</al></li><li nr="-"><al>eindejaarsuitkering, vakantie-uitkering,
                                    levensloopwerkgeversbijdrage en werkgeversbijdrage ziektekosten
                                    zijn conform CAR-UWO</al></li><li nr="-"><al>waarnemingstoelage</al></li><li nr="-"><al>verschuivingsvergoeding</al></li><li nr="-"><al>kledingtoelage, kleding wordt verstrekt</al></li><li nr="-"><al>uitwisselen vakantie-uren voor geld en geld voor
                                    vakantie-uren</al></li><li nr="-"><al>aanspraken op arbeidsongeschiktheid wegens ziekte</al></li><li nr="3."><al>In aanvulling op de CAR-UWO bepalingen wordt er voor medewerkers
                                    die vallen onder dit sociaal plan en in dienst zijn op 31
                                    december 2013, een pakket aan overgangsmaatregelen afgesproken,
                                    als bedoeld in artikel 2.2 van dit plan.</al></li><li nr="4."><al>De door de oude werkgever gegeven, schriftelijk vastgelegde
                                    individuele aanspraken en garanties, worden overgenomen door de
                                    nieuwe werkgever en schriftelijk bevestigd in het
                                    aanstellingsbesluit, tenzij de grondslag aan de aanspraak is
                                    ontvallen, dan wel het bedrijfsbelang zich daartegen
                                    verzet.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 4.2 Personeelsdossier ten behoeve van overgang</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De oude werkgever is verantwoordelijk voor het overdragen van
                                    het personeelsdossier aan de nieuwe werkgever met daarin
                                    opgenomen de gemaakte afspraken over arbeidsduur, opleidingen,
                                    toelagen, nevenfuncties enz.</al></li><li nr="2."><al>Elke medewerker kan voor de overgang zijn eigen
                                    personeelsdossier inzien.</al></li><li nr="3."><al>Onvolkomenheden worden na overeenstemming tussen oude werkgever
                                    en medewerker aangepast. Indien de medewerker en oude werkgever
                                    geen overeenstemming bereiken kan de medewerker in bezwaar gaan
                                    bij de oude werkgever.</al></li></lijst><al>Paragraaf 2. Aanstelling, ontslag, arbeidsduur, werktijden en plaats
                            tewerkstelling</al><al><vet>Artikel 4.3 Aanstelling</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De medewerker met een vaste aanstelling bij de oude werkgever,
                                    krijgt een vaste aanstelling bij de nieuwe werkgever.</al></li><li nr="2."><al>Ambtenaren met een tijdelijke aanstelling bij wijze van proef
                                    krijgen binnen de nieuwe organisatie eveneens een tijdelijke
                                    aanstelling bij wijze van proef, waarvan de einddatum gelijk is
                                    aan de einddatum geldig bij de oude werkgever.</al></li><li nr="3."><al>De medewerker met een tijdelijke aanstelling waarvan de
                                    tijdelijkheid zijn oorzaak vindt in de regionalisering (ter
                                    voorkoming van overbezetting in de nieuwe organisatie), kan voor
                                    een vaste formatieplaats in aanmerking komen, indien alle
                                    ambtenaren met een vaste aanstelling een functie toegewezen
                                    hebben gekregen of indien de bedoelde functie niet ingevuld kan
                                    worden vanuit het betrokken personeelsbestand.</al></li><li nr="4."><al>De nieuwe organisatie kent vier aanstellingsvormen:</al></li></lijst><al>a) een beroepsaanstelling in een ‘koude’ taak;</al><al>b) een beroepsaanstelling in de 'koude' taak, waarbij de 'koude' taak én
                            de uren voor de </al><al> repressieve werkzaamheden, zowel binnen als buiten kantoortijden, in de
                            aanstelling </al><al> worden meegenomen; </al><al>c) een beroepsaanstelling in de 'warme' taak, waarbij naast de
                            repressieve werkzaamheden, </al><al> die zowel binnen als buiten kantoortijden plaatsvinden, ook 'koude'
                            taken worden meegenomen; </al><al>d) een beroepsaanstelling in de 'koude' taak, waarbij de uren voor de
                            repressieve </al><al> werkzaamheden buiten kantoortijden, als vrijwilliger worden
                            verricht.</al><lijst><li nr="5."><al>Naast genoemde aanstellingsvormen kent de organisatie de
                                    aanwijzing als bedoeld in art. 15:1:11 lid 2 CAR-UWO voor
                                    piketfunctionarissen/operationele functies.</al></li><li nr="6."><al>Het aantal jaren in overheidsdienst gaat over naar de nieuwe
                                    werkgever.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 4.4 Aanpassing arbeidsduur</vet></al><al>Medewerkers die bij hun huidige werkgever een aanstelling hebben van
                            (maximaal) 40 uur als bedoeld in artikel 2.7a CAR-UWO, die schriftelijk
                            is vastgelegd en bekrachtigd door de oude werkgever, behouden deze
                            aanspraak en de daarbij horende rechten en plichten zo lang aan de
                            daarbij gestelde eisen wordt voldaan en gedurende de overeengekomen
                            periode. </al><al><vet>Artikel 4.5 Tweede loopbaanbeleid</vet></al><al>Op de medewerkers van de 24-uursdienst van Purmerend die vallen onder de
                            werking van dit sociaal plan, blijft het tweede loopbaanbeleid van
                            Brandweer Purmerend van toepassing, zoals dat luidt voorafgaand aan de
                            overgang naar de nieuwe werkgever. </al><al><vet>Artikel 4.6 Werktijden</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De nieuwe werkgever hanteert een werktijdenregeling, een en
                                    ander afhankelijk van functie en de plaats van
                                    tewerkstelling.</al></li><li nr="2."><al>Voor medewerkers die op dit moment in een rooster werken geldt
                                    dat de huidige dienstroosters gecontinueerd worden totdat
                                    eventueel andere afspraken gemaakt worden met de OR van de
                                    nieuwe werkgever.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 4.7 Plaats van tewerkstelling en maximale reistijd
                                woon-werkverkeer</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De voor de medewerker geldende plaats van tewerkstelling blijft
                                    gehandhaafd, tenzij de werkzaamheden een overplaatsing
                                    noodzakelijk maken.</al></li><li nr="2."><al>Voor operationele functies geldt een maximale reistijd voor
                                    woon-werkverkeer conform de regeling van de betrokken kazerne,
                                    dan wel de Regeling Operationele Leiding.</al></li></lijst><al>Paragraaf 3. Salaris. toelagen en vergoedingen</al><al><vet>Artikel 4.8 Salarisgarantie, betaling en periodieke
                            verhoging</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De medewerker die wordt geplaatst bij de nieuwe werkgever,
                                    behoudt het recht op het salaris alsmede het geldende
                                    salarisperspectief, tot en met het maximum van de salarisschaal
                                    waarin hij voorafgaande aan de overgang naar de nieuwe werkgever
                                    is ingedeeld.</al></li><li nr="2."><al>De nieuwe werkgever hanteert als periodiekdatum 1 januari,
                                    uitgaande van voldoende functioneren, totdat het maximum van de
                                    schaal is bereikt.</al></li><li nr="3."><al>De nieuwe werkgever hanteert de 15<sup>e</sup> van de maand als
                                    betaaldatum.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 4.9 Functionele schaal</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Medewerkers die bij de oude werkgever in een aanloopschaal zijn
                                    ingeschaald, worden bij de nieuwe werkgever in beginsel ook in
                                    de aanloopschaal ingeschaald behorend bij de functie waar zij op
                                    geplaatst worden.</al></li><li nr="2."><al>De nieuwe aanloopschaal is niet lager dan de oude
                                    aanloopschaal.</al></li><li nr="3."><al>Medewerkers die dit betreft behouden, ongeacht de plaatsing, het
                                    perspectief op een functionele schaal conform de afspraken zoals
                                    met de oude werkgever schriftelijk vastgelegd.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 4.10 Uitloopschaal</vet></al><lijst><li nr=""><lijst><li nr="1."><al>De nieuwe werkgever hanteert geen uitloopschaal, maar
                                            kent flexibel beloningsbeleid (zie artikel 4.11)</al></li><li nr="2."><al>Voor medewerkers die al in een uitloopschaal zijn
                                            ingeschaald, wordt de uitloopschaal omgezet in een
                                            garantietoelage. </al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Medewerkers die bij hun oude werkgever een schriftelijk
                                    aantoonbaar perspectief hebben om binnen een periode van vijf
                                    jaar na datum overgang in een uitloopschaal te komen, ontvangen
                                    vanaf het moment waarop wordt voldaan aan de voorwaarden om
                                    daarvoor in aanmerking te komen een garantietoelage ter hoogte
                                    van de oorspronkelijke uitloopregeling.</al></li><li nr="4."><al>Deze garantietoelage geldt alleen als de medewerker bij de
                                    overgang wordt geplaatst in een functie met een schaal die lager
                                    of gelijk is aan de huidige schaal van de medewerker. Bij
                                    toekomstige bevordering naar een hogere schaal wordt deze
                                    toelage geheel of gedeeltelijk ingebouwd om oneigenlijke
                                    cumulatie te voorkomen.</al></li><li nr="5."><al>Het recht op een uitloopschaal wordt vastgelegd in het
                                    aanstellingsbesluit en toegelicht in de IVA.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 4.11 Flexibel beloningsbeleid</vet></al><al>De nieuwe werkgever kent flexibel beloningsbeleid. Het beloningsbeleid
                            sluit aan op de functionerings- en beoordelingssystematiek en wordt
                            gebaseerd op de bepalingen in de Bezoldigingsverordening VrZW. </al><al><vet>Artikel 4.12 Persoonlijke toelage</vet></al><al>De medewerker behoudt aanspraak op een persoonlijke toelage voor zover
                            deze schriftelijk is vastgelegd tussen de oude werkgever en de
                            medewerker, en voor zolang de grond waarop de toelage is toegekend,
                            aanwezig is. </al><al><vet>Artikel 4.13 Overwerkvergoeding</vet></al><al>De nieuwe werkgever hanteert de regeling van de CAR-UWO voor het
                            toekennen van een overwerkvergoeding. </al><al><vet>Artikel 4.14 Toelage onregelmatige dienst</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De nieuwe werkgever hanteert de regeling van artikel 3:3 CAR-UWO
                                    voor het toekennen van toelage onregelmatige dienst. In de
                                    Bezoldigingsverordening VrZW worden de bijbehorende percentages
                                    vastgelegd.</al></li><li nr="2."><al>Voor medewerkers bij de 24-uursdienst van Purmerend die vallen
                                    onder de werking van dit sociaal plan blijft de huidige
                                    ORT-toeslag van toepassing.</al></li><li nr="3."><al>Voor de medewerkers bij de 24-uursdienst van Purmerend die
                                    vallen onder de werking van dit sociaal plan blijft de huidige
                                    garantieregeling inzake ORT-toeslag eveneens van
                                    toepassing.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 4.15 Vergoeding consignatie- en
                            aanwezigheidsdiensten</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De nieuwe werkgever hanteert de regeling van de CAR-UWO voor het
                                    toekennen van een consignatie- en/of
                                    aanwezigheidsvergoeding.</al></li><li nr="2."><al>Voor medewerkers van Purmerend die vallen onder de werking van
                                    dit sociaal plan blijft de huidige vergoedingsregeling voor het
                                    verrichten van consignatie- en aanwezigheidsdiensten van
                                    toepassing.</al></li><li nr="3."><al>Voor de medewerkers van Purmerend die vallen onder de werking
                                    van dit sociaal plan blijft de huidige garantieregeling inzake
                                    de vergoeding consignatie- en aanwezigheidsdiensten eveneens van
                                    toepassing.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 4.16 Repressieve dagdiensttoelage Zaanstad</vet></al><al>Voor medewerkers in de dagdienst van Zaanstad die vallen onder de
                            werking van dit sociaal plan blijft de huidige repressieve
                            dagdiensttoelage van toepassing. </al><al><vet>Artikel 4.17 BHV-toelage</vet></al><al>De nieuwe werkgever hanteert de huidige regeling VrZW voor het toekennen
                            van een BHV-toelage. </al><al><vet>Artikel 4.18 Toelage specialismen </vet></al><al>De nieuwe werkgever stelt zo spoedig mogelijk een nieuwe regeling op
                            aangaande de toelage voor specialismen. Bestaande regelingen van de
                            latende organisaties worden gecontinueerd in afwachting van de
                            definitieve waardering van het functieboek en tot het moment dat een
                            nieuwe regeling is vastgesteld. </al><al><vet>Artikel 4.19 Reiskostenvergoeding woon-werkverkeer</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De nieuwe werkgever kent een regeling tegemoetkoming kosten
                                    woon-werkverkeer.</al></li><li nr="2."><al>Medewerkers die voor het moment van de overgang bij de oude
                                    werkgever aanspraak hebben op een hogere vergoeding, ontvangen
                                    een garantietoelage voor het verschil.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 4.20 Vergoeding dienstreizen en gebruik
                                dienstvoertuigen</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De nieuwe werkgever kent een regeling vergoeding
                                    dienstreizen.</al></li><li nr="2."><al>De nieuwe werkgever stelt zo spoedig mogelijk een regeling voor
                                    het gebruik van dienstvoertuigen op.</al></li><li nr="3."><al>Voor medewerkers die bij de oude werkgever een dienstauto
                                    toegekend hebben gekregen wordt een maatwerkafspraak
                                    gemaakt.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 4.21 Verhuiskostenvergoeding</vet></al><al>De nieuwe werkgever hanteert CAR-UWO art.18:1:2 en 18:1:5 inzake de
                            vergoeding voor verhuiskosten.</al><al><vet>Artikel 4.22 Telefoonvergoeding en maaltijdvergoeding</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De nieuwe werkgever kent een regeling inzake mobiele
                                    communicatiemiddelen .</al></li><li nr="2."><al>De nieuwe werkgever continueert de huidige maaltijdvergoeding
                                    voor de 24-uursdienst in Purmerend.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 4.23 Generieke afbouwregeling</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Ingeval van intrekking of vermindering van een functionele
                                    vergoeding naar aanleiding van de uitvoering van dit sociaal
                                    plan, heeft de medewerker aanspraak op een afbouwtoelage,
                                    waarvan de duur gelijk is aan een vierde deel van de tijd
                                    gedurende welke de vergoeding werd genoten, met een maximum van
                                    48 maanden.</al></li><li nr="2."><al>Berekeningsbasis voor de vaststelling van de hoogte van de
                                    toelage bedoeld in lid 1, is het bedrag dat de medewerker
                                    gemiddeld per maand aan betrokken vergoeding heeft ontvangen
                                    over de 12 kalendermaanden voorafgaande aan de
                                    inkomstenvermindering.</al></li><li nr="3."><al>De afbouw geschiedt in drie delen, van respectievelijk 75, 50 en
                                    25%, vanaf het moment van de verlaging van een vergoeding.</al></li></lijst><al>Paragraaf 4. Vakantie, verlof en seniorenmaatregelen </al><al><vet>Artikel 4.24 Verlof en aanspraken op verlof</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De nieuwe werkgever kent een regeling verlof.</al></li><li nr="2."><al>Medewerkers die op 31 december 2013 aanspraak hebben op meer
                                    leeftijdsverlofdagen dan op grond van de in het eerste lid
                                    bedoelde regeling, behouden de aanspraak op de bedoelde dagen,
                                    voor zover de desbetreffende leeftijd is bereikt.</al></li><li nr="3."><al>Medewerkers nemen het saldo aan aanspraken op vakantieverlof
                                    waarover zij beschikken op het moment van ontslag uit hun
                                    aanstelling bij de huidige werkgever, mee naar de nieuwe
                                    werkgever met een maximum van 72 uur, bij een
                                    voltijdsaanstelling. Bij een deeltijdaanstelling geldt deze
                                    aanspraak naar rato.</al></li><li nr="4."><al>Verlofuren gelegen boven het aantal uren bedoeld in lid 3 worden
                                    door de oude werkgever afgekocht.</al></li></lijst><al>Paragraaf 6. Bijzondere gebeurtenissen </al><al><vet>Artikel 4.25 Bijzondere gebeurtenissen</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De nieuwe werkgever kent een regeling bijzondere
                                    gebeurtenissen.</al></li><li nr="2."><al>Medewerkers die op grond van hun huidige rechtspositie recht
                                    hebben op een gratificatie bij 12,5 jaar overheidsdienst, als
                                    bedoeld in artikel 3.5 CAR-UWO (medewerkers van Beemster,
                                    Edam-Volendam, Wormerland), houden aanspraak op deze
                                    gratificatie, mits zij het jubileum binnen 2,5 jaar zouden
                                    bereiken.</al></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 5. Overgangsrecht vrijwilligers</titel></kop><structuurtekst><al>Paragraaf 1. Algemeen</al><al><vet>Artikel 5.1 Arbeidsvoorwaarden</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De nieuwe werkgever volgt hoofdstuk 19 CAR-UWO voor de
                                    rechtspositie van vrijwilligers.</al></li><li nr="2."><al>In aanvulling op de CAR-UWO bepalingen is er voor vrijwilligers
                                    die vallen onder dit sociaal plan een pakket aan
                                    overgangsmaatregelen afgesproken.</al></li><li nr="3."><al>De door de huidige werkgever gegeven, schriftelijk vastgelegde
                                    individuele aanspraken en garanties, worden overgenomen en
                                    schriftelijk vastgelegd door de nieuwe werkgever tenzij de
                                    grondslag aan de aanspraak is ontvallen, dan wel het
                                    bedrijfsbelang zich daartegen verzet.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 5.2 Overgang naar de nieuwe werkgever</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Alle vrijwilligers krijgen een aanstelling als vrijwilliger bij
                                    de nieuwe werkgever overeenkomstig hun functie en post bij de
                                    oude werkgever. De hoofdwerkgever van de vrijwilliger wordt
                                    geïnformeerd.</al></li><li nr="2."><al>De vrijwilliger wordt door de oude werkgever ontslag verleend
                                    wegens reorganisatie (artikel19:42, eerste lid onder a, van de
                                    CAR-UWO).</al></li><li nr="3."><al>Er zal daarbij, voor zover van toepassing, geen opzegtermijn in
                                    acht worden genomen.</al></li><li nr="4."><al>Gelijktijdig met het ontslagbesluit ontvangen de vrijwilligers
                                    een aanstellingsbesluit. </al></li></lijst><al><vet>Artikel 5.3 Personeelsdossier ten behoeve van overgang</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De oude werkgever is verantwoordelijk voor het overdragen van
                                    het personeelsdossier van elke vrijwilliger aan de nieuwe
                                    werkgever met daarin opgenomen de gemaakte afspraken over
                                    vergoedingen, opleidingen, toelagen enz.</al></li><li nr="2."><al>Elke vrijwilliger kan voor de overgang zijn eigen
                                    personeelsdossier inzien.</al></li><li nr="3."><al>Onvolkomenheden worden na overeenstemming tussen oude werkgever
                                    en vrijwilliger aangepast. Indien de vrijwilliger en oude
                                    werkgever geen overeenstemming bereiken kan de vrijwilliger in
                                    bezwaar gaan bij de oude werkgever.</al></li></lijst><al>Paragraaf 2. Aanstelling </al><al><vet>Artikel 5.4 Aanstelling</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De vrijwilliger met een vaste aanstelling behoudt deze
                                    aanstelling bij de nieuwe werkgever.</al></li><li nr="2."><al>De vrijwilliger met een tijdelijke aanstelling bij wijze van
                                    proef krijgt binnen de nieuwe organisatie eveneens een
                                    tijdelijke aanstelling bij wijze van proef, waarvan de einddatum
                                    gelijk is aan de geldende einddatum. Eén en ander indien en voor
                                    zover rechtspositioneel mogelijk.</al></li><li nr="3."><al>Voor het berekenen van dienstjaren, worden de jaren als
                                    vrijwilliger bij de oude werkgever meegenomen naar de nieuwe
                                    werkgever.</al></li><li nr="4."><al>Er vindt voorafgaand aan de overgang geen medische keuring
                                    plaats.</al></li><li nr="5."><al>Bij het aanstellingsbesluit wordt vermeld voor welke post de
                                    vrijwilliger wordt aangesteld.</al></li></lijst><al>Paragraaf 3. Vergoedingen</al><al><vet>Artikel 5.5 Betalingsfrequentie</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De vrijwilliger ontvangt maandelijks de uitkering van de
                                    vergoedingen.</al></li><li nr="2."><al>De vergoeding wordt op de 15<sup>e</sup> van de navolgende maand
                                    uitbetaald.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 5.6 Jaarvergoeding</vet></al><al>De vrijwilliger ontvangt een jaarvergoeding conform bijlage IIb CAR-UWO
                            uitgekeerd in maandelijkse bedragen. </al><al><vet>Artikel 5.7 Uitrukvergoeding</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De vrijwilliger ontvangt per uitruk een uitrukvergoeding conform
                                    bijlage IIb CAR-UWO.</al></li><li nr="2."><al>De in lid 1 genoemde vergoeding wordt ook uitbetaald indien
                                    sprake blijkt te zijn van loos alarm.</al></li><li nr="3."><al>In een nader uit te werken regeling vergoedingen vrijwilligers
                                    wordt vastgelegd hoeveel tijd minimaal vergoed wordt.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 5.8 Oefen- en cursusvergoeding</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De vrijwilliger ontvangt per oefening een oefenvergoeding
                                    conform bijlage IIb CAR- UWO.</al></li><li nr="2."><al>De vrijwilliger ontvangt voor overleg een vergoeding conform de
                                    oefenvergoeding uit bijlage IIb.</al></li><li nr="3."><al>De vrijwilliger ontvangt voor het uitvoeren van overige
                                    werkzaamheden op verzoek van de betreffende leidinggevende een
                                    vergoeding conform de oefenvergoeding uit bijlage IIb CAR-
                                    UWO.</al></li><li nr="4."><al>In een nader uit te werken regeling vergoedingen vrijwilligers
                                    wordt vastgelegd hoeveel tijd minimaal vergoed wordt en voor
                                    welke overige werkzaamheden vergoeding plaatsvindt.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 5.9 Vrije instroom, consignatie en kazernering</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De vrijwilliger die oproepbaar is op basis van het vrije
                                    instroomprofiel ontvangt geen vergoeding voor het zich
                                    beschikbaar houden voor de brandweer.</al></li><li nr="2."><al>De vrijwilliger die zich beschikbaar houdt en gehoor dient te
                                    geven aan een oproep, ontvangt een consignatievergoeding op
                                    basis van de 10/16 regeling. De nieuwe werkgever stelt nadere
                                    regels omtrent de consignatiedienst.</al></li><li nr="3."><al>De vrijwilliger die gekazerneerd is, ontvangt een
                                    kazerneringsvergoeding. Voor geplande kazernering is een
                                    Regeling kazernering vastgesteld. Voor kazernering in
                                    onvoorziene omstandigheden geldt het uurbedrag voor langdurige
                                    aanwezigheid in bijlage IIb CAR-UWO</al></li><li nr="4."><al>De vrijwilliger die zorg draagt voor herbezetting van de kazerne
                                    ontvangt voor de volledige duur van de herbezetting het
                                    uitruktarief.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 5.10 Toelage specialismen </vet></al><al>De nieuwe werkgever stelt zo spoedig mogelijk een nieuwe regeling op
                            aangaande de toelage voor specialismen. Bestaande regelingen van de
                            latende organisaties worden gecontinueerd in afwachting van de
                            definitieve waardering van het functieboek en tot het moment dat een
                            nieuwe regeling is vastgesteld. </al><al><vet>Artikel 5.11 Vergoeding dienstreizen en gebruik
                                dienstvoertuigen</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De nieuwe werkgever kent een regeling vergoeding
                                    dienstreizen.</al></li><li nr="2."><al>De nieuwe werkgever stelt zo spoedig mogelijk een regeling voor
                                    het gebruik van dienstvoertuigen op.</al></li></lijst><al>Paragraaf 4. Bijzondere gebeurtenissen </al><al><vet>Artikel 5.12 Bijzondere gebeurtenissen</vet></al><al> De nieuwe werkgever kent een regeling bijzondere gebeurtenissen.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 6. Slotbepaling</titel></kop><structuurtekst><al><vet>Artikel 6.1 Hardheidsclausule</vet></al><lijst><li nr="1."><al>In die gevallen waarin het sociaal plan niet voorziet, kan het
                                    bevoegd gezag maatregelen treffen in de geest van het sociaal
                                    plan. </al></li><li nr="2."><al>In die gevallen waarin het sociaal plan zou leiden tot een
                                    onbillijke situatie voor een individuele medewerker of
                                    vrijwilliger, kan het bevoegd gezag in gunstige zin voor de
                                    medewerker of vrijwilliger van het sociaal plan afwijken.</al></li><li nr="3."><al>Dit sociaal plan kan met instemming van alle daarbij betrokken
                                    partijen tussentijds worden</al><al> gewijzigd. Een verzoek daartoe wordt schriftelijk en
                                    gemotiveerd gedaan. Indien zich naar het</al></li></lijst><al>oordeel van partijen dusdanige onvoorziene of ingrijpende omstandigheden
                            voordoen, waarin de regelingen in dit sociaal plan niet voorzien, dan
                            wel waardoor van partijen niet verlangd kan</al><al> worden zich aan dit sociaal plan te houden, zullen partijen zo spoedig
                            mogelijk met elkaar in</al><al> overleg treden teneinde nadere afspraken te maken.</al><al><vet>Artikel 6.2 Citeertitel</vet></al><al>Dit sociaal plan kan worden aangehaald als: ‘Sociaal Plan in het kader
                            van de regionalisering van de brandweer Zaanstreek-Waterland 2013’.</al></structuurtekst></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus getekend tussen (vertegenwoordigers van) de deelnemende organisaties
                        en de vakorganisaties vertegenwoordigd in de commissie voor het Bijzonder
                        Georganiseerd Overleg.</ondertekening><ondertekening>Namens de werkgeversvertegenwoordiging</ondertekening><ondertekening>………………………………………………………</ondertekening><ondertekening>P.Tange (voor het Algemeen Bestuur VrZW), ………………..(datum)</ondertekening><ondertekening>Namens de werknemersvertegenwoordiging</ondertekening><ondertekening>………………………………………………………</ondertekening><ondertekening>W.Borger (Abvakabo FNV), ………………..(datum)</ondertekening><ondertekening>……………………………………………………….</ondertekening><ondertekening>R.van Lang (CNV Publieke zaak), ………………..(datum)</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><al><vet>Artikel 3.3 Boventalligheid in een ongewijzigde functie</vet></al><al/><al>1.Indien sprake is van boventalligheid voor een ongewijzigde functie zal
                    plaatsing in de functie</al><al>geschieden aan de hand van het afspiegelingsbeginsel zoals gehanteerd door het
                    UWV WERKbedrijf. Dit betekent de betrokken medewerkers worden ingedeeld in vijf
                    leeftijdsgroepen (peildatum 31-12-2015): </al><lijst><li nr="-"><al>15 tot 25 jaar</al></li><li nr="-"><al>25 tot 35 jaar</al></li><li nr="-"><al>35 tot 45 jaar</al></li><li nr="-"><al>45 tot 55 jaar</al></li><li nr="-"><al>55 jaar en ouder</al></li></lijst><al>Vervolgens wordt binnen elke leeftijdsgroep de werknemer met het kortste
                    dienstverband als eerste boventallig verklaard. Voor de bepaling van de duur van
                    het dienstverband wordt de duur van de aanstelling bij de deelnemende
                    organisaties opgeteld.</al><lijst><li nr="2."><al>In de statusbrief zal worden aangegeven of er voor de ongewijzigde
                            functie sprake is van boventalligheid en of de medewerker op basis van
                            het afspiegelingsbeginsel in aanmerking komt voor plaatsing in de
                            ongewijzigde functie. </al></li><li nr="3."><al>Indien de medewerker niet voor plaatsing in aanmerking komt, zal hij via
                            de belangstellingsregistratie zijn belangstelling kenbaar kunnen maken
                            voor de opengestelde functies.</al><al/></li></lijst><al><vet>Artikel 3.4 Plaatsing in een gewijzigde of nieuwe functie dan wel
                        sleutelfunctie</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Indien de functie van de medewerker is aangemerkt als een gewijzigde of
                            vervallen functie kan deze medewerker niet op grond van het principe
                            “mens volgt werk” worden geplaatst in de nieuwe organisatie. Hij zal via
                            de belangstellingsregistratie zijn belangstelling kenbaar moeten maken
                            voor opengestelde functies.</al></li><li nr="2."><al>Alle gewijzigde of nieuwe functies en sleutelfuncties, met uitzondering
                            van de functie regionaal</al></li></lijst><al>commandant, worden eerst en gelijktijdig voor interne werving opengesteld voor
                    de bij de overgang betrokken medewerkers. </al><al><vet>Artikel 3.5 Belangstellingsregistratie</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De medewerker maakt zijn voorkeur voor maximaal drie opengestelde
                            functies kenbaar.</al></li><li nr="2."><al>Het functieboek met daarin de functiebeschrijvingen van de opengestelde
                            functies kan worden</al></li></lijst><al>ingezien en wordt digitaal beschikbaar gesteld. Ook medewerkers met een
                    ongewijzigde functie</al><al>worden op verzoek in de gelegenheid gesteld hun belangstelling voor maximaal
                    drie </al><al>opengestelde functies kenbaar te maken. </al><al>3.Medewerkers van wie de functie als gewijzigde of vervallen functie is
                    aangemerkt, alsook medewerkers die op grond van het afspiegelingsbeginsel niet
                    op een ongewijzigde functie kunnen worden geplaatst, hebben bij de plaatsing in
                    een nieuwe, gewijzigde of sleutelfunctie een voorrangspositie, als bedoeld in
                    artikel 3.6 van dit plan.</al><al><vet>Artikel 3.6 Voorrangspositie in kader herplaatsing</vet></al><al>Rekening houdend met de belangstellingsregistratie, geldt bij de selectie
                    gericht op de invulling van nieuwe functies, voor medewerkers voor wie de
                    functie als passend kan worden aangemerkt,</al><al>de volgende voorrangsregeling:</al><lijst><li nr=""><al>a.medewerkers met een vaste aanstelling die niet kunnen worden geplaatst
                            in een ongewijzigde functie;</al></li><li nr="b."><al>medewerkers met een vaste aanstelling die kunnen worden geplaatst in een
                            ongewijzigde functie; </al></li><li nr="c."><al>medewerkers met een aanstelling bij wijze van proef die niet kunnen
                            worden geplaatst in een ongewijzigde functie;</al></li><li nr="d."><al>overige medewerkers met een tijdelijke aanstelling die verloopt op of na
                            1 januari 2014, niet vallend onder de hiervoor genoemde categorie
                            c.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 3.7 Plaatsing op basis van geschiktheid </vet></al><al>1.Indien meerdere medewerkers voor een passende functie dezelfde
                    voorrangspositie hebben, zal</al><al>worden geplaatst op basis van geschiktheid. </al><lijst><li nr="2."><al>Pas indien geen geschikte kandidaten aanwezig zijn binnen dezelfde
                            voorrangspositie, zal worden gekeken naar geschikte kandidaten binnen de
                            volgende voorrangscategorie.</al></li><li nr="3."><al>Onder geschiktheid valt in dit verband tevens te verstaan de situatie
                            dat de medewerker binnen 12 maanden (door opleiding, training, coaching
                            e.d.) geschikt te maken is. Deze periode van 12 maanden kan worden
                            verlengd met maximaal twee keer zes maanden indien en voor zover de
                            benodigde opleiding/cursus binnen de genoemde periode van 12 maanden
                            niet kan worden afgerond, als bedoeld in artikel 3.2 vierde lid van dit
                            sociaal plan.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 3.8 Algemene criteria ter bepaling van de geschiktheid</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Bij het bepalen van de geschiktheid van de medewerker voor een nieuwe,
                            gewijzigde of sleutelfunctie gelden in volgorde van belangrijkheid de
                            volgende factoren:</al></li><li nr="-"><al>in hoeverre de medewerker voldoet aan de functie-eisen en het
                            competentieprofiel van de betreffende functie;</al></li><li nr="-"><al>de werkervaring, inclusief vastgestelde ‘eerder verworven competenties’
                            (EVC), en de opleidingen van de betrokken medewerker.</al></li><li nr="2."><al>Ter bepaling van de geschiktheid kan door de werkgever gebruik worden
                            gemaakt van</al></li></lijst><al>(externe) geschiktheidsonderzoeken (zoals competentieprofielanalyses e.d.).</al><al><vet>Artikel 3.9 Verplichting van de medewerker</vet></al><al>De medewerker is verplicht om mee te werken aan plaatsingsgesprekken en
                    (externe) geschiktheidsonderzoeken om een passende plaatsing te realiseren.</al><al><vet>Artikel 3.10 Geen vaste plaatsing </vet></al><lijst><li nr="1."><al>Wanneer de plaatsingsprocedure is afgerond, wordt de medewerker die niet
                            is geplaatst, als herplaatsingskandidaat aangewezen.</al></li><li nr="2."><al>De herplaatsingskandidaat is gedurende de herplaatsingsperiode
                            (uiterlijk tot 1 januari 2016) gehouden (tijdelijke) passende
                            werkzaamheden te aanvaarden.</al></li><li nr="3."><al>Om werkloosheid te voorkomen rust op de nieuwe werkgever en de
                            herplaatsingskandidaat de inspanningsverplichting om tijdens de
                            herplaatsingsperiode gezamenlijk een structurele oplossing te vinden in
                            het geval dat de medewerker bij de overgang onverhoopt niet geplaatst
                            kan worden in een passende of geschikte functie.</al></li><li nr="4."><al>De kosten van bijscholing en/of omscholing van de herplaatsingskandidaat
                            zijn voor rekening van de nieuwe werkgever.</al></li><li nr="5."><al>Indien de nieuwe werkgever na zorgvuldig onderzoek constateert dat geen
                            structurele oplossing kan worden gevonden, wordt de ambtenaar per 1
                            januari 2016 boventallig. Vanaf dat moment is hoofdstuk 10d CAR-UWO van
                            toepassing.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 3.11 Weigeren passende functie</vet></al><al>1.Wanneer de medewerker aantoonbaar weigerachtig is ten aanzien van aanvaarding
                    van een</al><al>passende functie of niet of onvoldoende meewerkt aan het vinden van een
                    oplossing als hierboven bedoeld, kan de werkgever (eerder) overgaan tot
                    ongevraagd ontslag.</al><al>2.Het bepaalde in lid 1, geldt niet indien de medewerking in redelijkheid niet
                    van de medewerker gevergd kan worden.</al><al>Paragraaf 3. Plaatsingsadviescommissie en toetsingscommissie</al><al><vet>Artikel 3.12 Samenstelling plaatsingsadviescommissie</vet></al><al>1.Er is een plaatsingsadviescommissie bestaande uit:</al><al>a) één lid aangewezen door de werknemersvertegenwoordiging in het BGO;</al><al>b) één lid aangewezen door het bevoegd gezag;</al><al>c) een onafhankelijk voorzitter, aangewezen door de leden zoals hierboven
                    bedoeld.</al><lijst><li nr="2."><al>Voor ieder lid kan een plaatsvervanger worden aangewezen.</al></li><li nr="3."><al>Aan de plaatsingsadviescommissie wordt toegevoegd een secretaris. Deze
                            heeft geen stemrecht.</al></li></lijst><al>4.De plaatsingsadviescommissie kan deskundigen en/of adviseurs uitnodigen. Deze
                    adviseurs/deskundigen hebben geen stemrecht.</al><al><vet>Artikel 3.13 Vergaderingen plaatsingsadviescommissie</vet></al><al>De vergaderingen van de plaatsingsadviescommissie zijn besloten en hetgeen wordt
                    besproken is vertrouwelijk.</al><al><vet>Artikel 3.14 Taken plaatsingsadviescommissie</vet></al><al>1.De plaatsingsadviescommissie adviseert het bevoegd gezag over:</al><al> a) de kandidaten voor de aangewezen sleutelfuncties;</al><al> b) de plaatsing van medewerkers in gewijzigde of nieuwe functies;</al><al> c) de plaatsing van medewerkers in ongewijzigde functies.</al><al>2.De door de plaatsingsadviescommissie uitgebrachte adviezen vormen samen het
                    advies over het plaatsingsplan.</al><al>3.De plaatsingsadviescommissie geeft bij zijn advies over het plaatsingsplan een
                    nadere motivering over plaatsingen. Hierbij kan aanvullend advies worden
                    uitgebracht over scholing, training en/of begeleiding van de te plaatsen
                    ambtenaar.</al><al>4.Van het advies van de plaatsingsadviescommissie wordt de ambtenaar
                    schriftelijk op de hoogte gebracht.</al><al>5.Indien er geen volledige overeenstemming bestaat over een voordracht tot
                    plaatsing aan het bevoegd gezag wordt daarvan – onder vermelding van de
                    standpunten – mededeling gedaan aan het bevoegd gezag, tenzij zulks door het
                    betrokken lid dan wel leden niet wordt gewenst.</al><lijst><li nr="6."><al>Het bevoegd gezag neemt vervolgens een besluit over het advies.</al></li><li nr="7."><al>Een unaniem advies is in beginsel bindend voor het bevoegd gezag. </al></li></lijst><al><vet>Artikel 3.15 Informatie plaatsingsadviescommissie</vet></al><al>1.De plaatsingsadviescommissie verkrijgt alle voor de plaatsing benodigde
                    stukken, in ieder geval:</al><al>a.het formatieplan inclusief de was/wordt-lijst;</al><al>b.het functieboek;</al><al>c.de door de ambtenaren aangeleverde sollicitatiebrieven ten behoeve van de
                    selectieprocedure voor de sleutelfuncties;</al><al>d.de door de ambtenaren ingevulde belangstellingsregistratieformulieren voor de
                    gewijzigde of nieuwe functies;</al><al>2.Verslagen van functioneringsgesprekken maken geen onderdeel uit van de
                    beraadslagingen van de plaatsingsadviescommissie.</al><al><vet>Artikel 3.16. Rechten en plichten plaatsingsadviescommissie</vet></al><al>1.De plaatsingsadviescommissie heeft het recht:</al><al>a.de direct betrokken ambtenaar te horen. De ambtenaar kan zich laten bijstaan
                    door een adviseur;</al><al>b.informanten te horen, met inachtneming van het hierna in lid 3 bepaalde;</al><al>c.alle overige voor de plaatsing relevante stukken in te zien.</al><al>2.In geval de plaatsingsadviescommissie informanten hoort, wordt de ambtenaar
                    hierover vooraf geïnformeerd en in de gelegenheid gesteld zijn zienswijze over
                    de ingewonnen inlichtingen kenbaar te maken.</al><al>3.De plaatsingsadviescommissie hoort in ieder geval de volgende ambtenaren:</al><al>a.de ambtenaren die deelnemen aan de selectie voor de sleutelfuncties;</al><al>b.de ambtenaren die hun belangstelling kenbaar maken voor gewijzigde of nieuwe
                    functies;</al><al>c.de ambtenaren die daarom verzoeken.</al><al><vet>Artikel 3.17 Werkwijze plaatsingsadviescommissie</vet></al><al>1.De plaatsingsadviescommissie begint met de selectie van de kandidaten voor de
                    aangewezen sleutelfuncties. Vervolgens draagt de plaatsingsadviescommissie zorg
                    voor een advies op de plaatsing in de gewijzigde en nieuwe functies. Tot slot
                    volgt de plaatsing op de ongewijzigde functies.</al><al>2.De plaatsingsadviescommissie hoort de ambtenaar aan de hand van het ingevulde
                    belangstellingsregistratieformulier. De ambtenaar kan zich laten bijstaan door
                    een adviseur.</al><al>3.Van het horen van de ambtenaar wordt een beknopt verslag gemaakt, waarvan de
                    ambtenaar een afschrift ontvangt.</al><al>4.De plaatsingsadviescommissie motiveert in het advies over de plaatsing van de
                    betreffende ambtenaar haar overwegingen met betrekking tot de al dan niet
                    plaatsing in de functie waarvoor de ambtenaar zijn belangstelling heeft doen
                    blijken.</al><al>5.De plaatsingsadviescommissie adviseert het bevoegd gezag om ambtenaren die
                    niet plaatsbaar zijn op functies uit het functieboek aan te wijzen als
                    herplaatsingskandidaat.</al><al><vet>Artikel 3.18 Na het plaatsingsadvies van de
                    plaatsingsadviescommissie</vet></al><al>1.Gehoord het advies van de plaatsingsadviescommissie neemt het bevoegd gezag
                    een voorgenomen besluit tot (niet-)plaatsing voor elke ambtenaar die bij de
                    reorganisatie betrokken is.</al><al>2.Het voorgenomen besluit is deugdelijk gemotiveerd en bevat het advies van de
                    plaatsingsadviescommissie als bijlage.</al><al>3.De medewerker kan tegen een voorgenomen besluit als bedoeld in het eerste lid
                    zijn of haar bedenkingen schriftelijk kenbaar maken. De medewerker doet dit
                    binnen twee weken na de dagtekening van het voornemen tot (niet) plaatsing. De
                    medewerker ontvangt hiervan een ontvangstbevestiging.</al><al><vet>Artikel 3.19 Bedenkingenprocedure </vet></al><lijst><li nr="1."><al>Indien de medewerker zijn bedenkingen wil voorleggen aan de
                            plaatsingsadviescommissie, is hij verplicht deze schriftelijk kenbaar te
                            maken binnen twee weken na ontvangst van het voornemen tot
                            (niet-)plaatsing. Desgewenst kan de medewerker aangeven zijn bedenkingen
                            mondeling te willen toelichten.</al></li><li nr="2."><al>In dat geval wordt de medewerker door de plaatsingsadviescommissie
                            gehoord.</al></li><li nr="3."><al>De hoorzitting vindt in beginsel plaats binnen 2 weken nadat de
                            medewerker heeft aangegeven van deze gelegenheid gebruik te willen
                            maken. De medewerker kan zich tijdens dit horen doen bijstaan door een
                            raadsman.</al></li><li nr="4."><al>Naar aanleiding van de bedenkingen neemt de werkgever vervolgens een
                            definitief besluit, waartegen bezwaar en beroep mogelijk is.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 3.20 Toetsingscommissie</vet></al><lijst><li nr=""><al>1.Er is een toetsingscommissie bestaande uit:</al></li><li nr="a."><al>één lid aangewezen door de werknemersvertegenwoordiging in het BGO;</al></li><li nr="b."><al>één lid aangewezen door het bevoegd gezag;</al></li><li nr="c."><al>een onafhankelijk voorzitter, aangewezen door de andere leden.</al></li><li nr="2."><al>Voor ieder lid kan een plaatsvervanger worden aangewezen.</al></li><li nr="3."><al>Aan de toetsingscommissie wordt toegevoegd een (plaatsvervangend)
                            secretaris en de benodigde ambtelijke ondersteuning. Deze toegevoegde
                            personen dienen ter ondersteuning van het proces, maar maken geen deel
                            uit van de toetsingscommissie zelf en hebben derhalve geen
                            stemrecht.</al></li><li nr="4."><al>Leden van de toetsingscommissie kunnen geen lid zijn van de
                            plaatsingsadviescommissie.</al></li><li nr="5."><al>De toetsingscommissie heeft de volgende taken:</al><lijst><li nr="a."><al>het bewaken van een consistente toepassing van de
                                    plaatsingsnormen uit dit sociaal plan;</al></li><li nr="b."><al>het toetsen op de consistente toepassing van de
                                    plaatsingsprocedure;</al></li><li nr="c."><al>het aan het bevoegd gezag advies uitbrengen over de
                                    procedure;</al></li><li nr="d."><al>de toetsingscommissie adviseert het bevoegd gezag over het
                                    functioneren van de plaatsingsprocedure en kan daartoe onderzoek
                                    doen op basis van signalen, een klacht of op eigen
                                    initiatief;</al></li><li nr="e."><al>de toetsingscommissie kan adviseurs en/of deskundigen
                                    uitnodigen. Adviseurs en/of deskundigen hebben geen
                                    stemrecht;</al></li></lijst></li></lijst><al><vet>Artikel 3.21 Bezwaar en beroep</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Indien een medewerker het niet eens is met het (niet-)plaatsingsbesluit
                            van het bevoegd gezag,kan hij/zij op grond van het bepaalde in de
                            Algemene wet bestuursrecht binnen zes weken na de dag van verzending van
                            het besluit een gemotiveerd bezwaarschrift indienen bij de door het
                            bevoegd gezag voor dit doel ingestelde ‘Bezwarencommissie
                            plaatsing’.</al></li><li nr="2."><al>De ‘Bezwarencommissie plaatsing’ wordt ingesteld door het Algemeen
                            Bestuur en adviseert het bevoegd gezag omtrent de voorgelegde bezwaren.
                        </al></li><li nr="3."><al>De ‘Bezwarencommissie plaatsing’ bestaat uit:</al></li><li nr="-"><al>een vertegenwoordiger aangewezen door de werkgever;</al></li><li nr="-"><al>een vertegenwoordiger aangewezen door de vakorganisaties;</al></li><li nr="-"><al>een externe voorzitter, aangewezen door de andere leden.</al></li><li nr="4."><al>De ‘Bezwarencommissie plaatsing’ wordt ondersteund door een secretaris,
                            aangewezen door de nieuwe werkgever.</al></li><li nr="5."><al>Het indienen van een bezwaarschrift schort de werking van het bestreden
                            besluit niet op.</al></li></lijst><al>Het bevoegd gezag neemt een besluit op het bezwaar, met inachtneming van het
                    advies van de ‘Bezwarencommissie plaatsing’.</al><al>6.Indien het bezwaar gegrond verklaard wordt, vindt heronderzoek plaats naar een
                    passende oplossing binnen de nieuwe organisatie. Indien het bezwaar ongegrond
                    verklaard wordt, kent de medewerker conform de Algemene wet bestuursrecht de
                    mogelijkheid in beroep te gaan.</al><al><vet>Hoofdstuk 4. Overgangsrecht beroeps- en overige medewerkers
                        (niet-vrijwilligers)</vet></al><al>Paragraaf 1. Algemeen</al><al><vet>Artikel 4.1 Arbeidsvoorwaarden</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Als uitgangspunt geldt dat de nieuwe werkgever de Collectieve
                            arbeidsvoorwaardenregeling voor de sector Gemeenten (CAR) en – in
                            beginsel - de Uitwerkingsovereenkomst (UWO) volgt.</al></li><li nr="2."><al>Uit de inventarisatie van de arbeidsvoorwaarden blijkt dat op de
                            volgende punten geen verschillen bestaan tussen de deelnemende
                            organisaties:</al></li><li nr="-"><al>opzegtermijn;</al></li><li nr="-"><al>regels omtrent aanstelling;</al></li><li nr="-"><al>er is bij geen van de deelnemende organisaties sprake van medewerkers
                            die gebruik maken van de FLO-overgangsregeling op het moment van de
                            overgang;</al></li><li nr="-"><al>eindejaarsuitkering, vakantie-uitkering, levensloopwerkgeversbijdrage en
                            werkgeversbijdrage ziektekosten zijn conform CAR-UWO</al></li><li nr="-"><al>waarnemingstoelage</al></li><li nr="-"><al>verschuivingsvergoeding</al></li><li nr="-"><al>kledingtoelage, kleding wordt verstrekt</al></li><li nr="-"><al>uitwisselen vakantie-uren voor geld en geld voor vakantie-uren</al></li><li nr="-"><al>aanspraken op arbeidsongeschiktheid wegens ziekte</al></li><li nr="3."><al>In aanvulling op de CAR-UWO bepalingen wordt er voor medewerkers die
                            vallen onder dit sociaal plan en in dienst zijn op 31 december 2013, een
                            pakket aan overgangsmaatregelen afgesproken, als bedoeld in artikel 2.2
                            van dit plan.</al></li><li nr="4."><al>De door de oude werkgever gegeven, schriftelijk vastgelegde individuele
                            aanspraken en garanties, worden overgenomen door de nieuwe werkgever en
                            schriftelijk bevestigd in het aanstellingsbesluit, tenzij de grondslag
                            aan de aanspraak is ontvallen, dan wel het bedrijfsbelang zich daartegen
                            verzet.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 4.2 Personeelsdossier ten behoeve van overgang</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De oude werkgever is verantwoordelijk voor het overdragen van het
                            personeelsdossier aan de nieuwe werkgever met daarin opgenomen de
                            gemaakte afspraken over arbeidsduur, opleidingen, toelagen,
                            nevenfuncties enz.</al></li><li nr="2."><al>Elke medewerker kan voor de overgang zijn eigen personeelsdossier
                            inzien.</al></li><li nr="3."><al>Onvolkomenheden worden na overeenstemming tussen oude werkgever en
                            medewerker aangepast. Indien de medewerker en oude werkgever geen
                            overeenstemming bereiken kan de medewerker in bezwaar gaan bij de oude
                            werkgever.</al></li></lijst><al>Paragraaf 2. Aanstelling, ontslag, arbeidsduur, werktijden en plaats
                    tewerkstelling</al><al><vet>Artikel 4.3 Aanstelling</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De medewerker met een vaste aanstelling bij de oude werkgever, krijgt
                            een vaste aanstelling bij de nieuwe werkgever.</al></li><li nr="2."><al>Ambtenaren met een tijdelijke aanstelling bij wijze van proef krijgen
                            binnen de nieuwe organisatie eveneens een tijdelijke aanstelling bij
                            wijze van proef, waarvan de einddatum gelijk is aan de einddatum geldig
                            bij de oude werkgever.</al></li><li nr="3."><al>De medewerker met een tijdelijke aanstelling waarvan de tijdelijkheid
                            zijn oorzaak vindt in de regionalisering (ter voorkoming van
                            overbezetting in de nieuwe organisatie), kan voor een vaste
                            formatieplaats in aanmerking komen, indien alle ambtenaren met een vaste
                            aanstelling een functie toegewezen hebben gekregen of indien de bedoelde
                            functie niet ingevuld kan worden vanuit het betrokken
                            personeelsbestand.</al></li><li nr="4."><al>De nieuwe organisatie kent vier aanstellingsvormen:</al></li></lijst><al>a) een beroepsaanstelling in een ‘koude’ taak;</al><al>b) een beroepsaanstelling in de 'koude' taak, waarbij de 'koude' taak én de uren
                    voor de </al><al> repressieve werkzaamheden, zowel binnen als buiten kantoortijden, in de
                    aanstelling </al><al> worden meegenomen; </al><al>c) een beroepsaanstelling in de 'warme' taak, waarbij naast de repressieve
                    werkzaamheden, </al><al> die zowel binnen als buiten kantoortijden plaatsvinden, ook 'koude' taken
                    worden meegenomen; </al><al>d) een beroepsaanstelling in de 'koude' taak, waarbij de uren voor de
                    repressieve </al><al> werkzaamheden buiten kantoortijden, als vrijwilliger worden verricht.</al><lijst><li nr="5."><al>Naast genoemde aanstellingsvormen kent de organisatie de aanwijzing als
                            bedoeld in art. 15:1:11 lid 2 CAR-UWO voor
                            piketfunctionarissen/operationele functies.</al></li><li nr="6."><al>Het aantal jaren in overheidsdienst gaat over naar de nieuwe
                            werkgever.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 4.4 Aanpassing arbeidsduur</vet></al><al>Medewerkers die bij hun huidige werkgever een aanstelling hebben van (maximaal)
                    40 uur als bedoeld in artikel 2.7a CAR-UWO, die schriftelijk is vastgelegd en
                    bekrachtigd door de oude werkgever, behouden deze aanspraak en de daarbij
                    horende rechten en plichten zo lang aan de daarbij gestelde eisen wordt voldaan
                    en gedurende de overeengekomen periode. </al><al><vet>Artikel 4.5 Tweede loopbaanbeleid</vet></al><al>Op de medewerkers van de 24-uursdienst van Purmerend die vallen onder de werking
                    van dit sociaal plan, blijft het tweede loopbaanbeleid van Brandweer Purmerend
                    van toepassing, zoals dat luidt voorafgaand aan de overgang naar de nieuwe
                    werkgever. </al><al><vet>Artikel 4.6 Werktijden</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De nieuwe werkgever hanteert een werktijdenregeling, een en ander
                            afhankelijk van functie en de plaats van tewerkstelling.</al></li><li nr="2."><al>Voor medewerkers die op dit moment in een rooster werken geldt dat de
                            huidige dienstroosters gecontinueerd worden totdat eventueel andere
                            afspraken gemaakt worden met de OR van de nieuwe werkgever.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 4.7 Plaats van tewerkstelling en maximale reistijd
                        woon-werkverkeer</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De voor de medewerker geldende plaats van tewerkstelling blijft
                            gehandhaafd, tenzij de werkzaamheden een overplaatsing noodzakelijk
                            maken.</al></li><li nr="2."><al>Voor operationele functies geldt een maximale reistijd voor
                            woon-werkverkeer conform de regeling van de betrokken kazerne, dan wel
                            de Regeling Operationele Leiding.</al></li></lijst><al>Paragraaf 3. Salaris. toelagen en vergoedingen</al><al><vet>Artikel 4.8 Salarisgarantie, betaling en periodieke verhoging</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De medewerker die wordt geplaatst bij de nieuwe werkgever, behoudt het
                            recht op het salaris alsmede het geldende salarisperspectief, tot en met
                            het maximum van de salarisschaal waarin hij voorafgaande aan de overgang
                            naar de nieuwe werkgever is ingedeeld.</al></li><li nr="2."><al>De nieuwe werkgever hanteert als periodiekdatum 1 januari, uitgaande van
                            voldoende functioneren, totdat het maximum van de schaal is
                            bereikt.</al></li><li nr="3."><al>De nieuwe werkgever hanteert de 15<sup>e</sup> van de maand als
                            betaaldatum.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 4.9 Functionele schaal</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Medewerkers die bij de oude werkgever in een aanloopschaal zijn
                            ingeschaald, worden bij de nieuwe werkgever in beginsel ook in de
                            aanloopschaal ingeschaald behorend bij de functie waar zij op geplaatst
                            worden.</al></li><li nr="2."><al>De nieuwe aanloopschaal is niet lager dan de oude aanloopschaal.</al></li><li nr="3."><al>Medewerkers die dit betreft behouden, ongeacht de plaatsing, het
                            perspectief op een functionele schaal conform de afspraken zoals met de
                            oude werkgever schriftelijk vastgelegd.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 4.10 Uitloopschaal</vet></al><lijst><li nr=""><lijst><li nr="1."><al>De nieuwe werkgever hanteert geen uitloopschaal, maar kent
                                    flexibel beloningsbeleid (zie artikel 4.11)</al></li><li nr="2."><al>Voor medewerkers die al in een uitloopschaal zijn ingeschaald,
                                    wordt de uitloopschaal omgezet in een garantietoelage. </al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Medewerkers die bij hun oude werkgever een schriftelijk aantoonbaar
                            perspectief hebben om binnen een periode van vijf jaar na datum overgang
                            in een uitloopschaal te komen, ontvangen vanaf het moment waarop wordt
                            voldaan aan de voorwaarden om daarvoor in aanmerking te komen een
                            garantietoelage ter hoogte van de oorspronkelijke uitloopregeling.</al></li><li nr="4."><al>Deze garantietoelage geldt alleen als de medewerker bij de overgang
                            wordt geplaatst in een functie met een schaal die lager of gelijk is aan
                            de huidige schaal van de medewerker. Bij toekomstige bevordering naar
                            een hogere schaal wordt deze toelage geheel of gedeeltelijk ingebouwd om
                            oneigenlijke cumulatie te voorkomen.</al></li><li nr="5."><al>Het recht op een uitloopschaal wordt vastgelegd in het
                            aanstellingsbesluit en toegelicht in de IVA.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 4.11 Flexibel beloningsbeleid</vet></al><al>De nieuwe werkgever kent flexibel beloningsbeleid. Het beloningsbeleid sluit aan
                    op de functionerings- en beoordelingssystematiek en wordt gebaseerd op de
                    bepalingen in de Bezoldigingsverordening VrZW. </al><al><vet>Artikel 4.12 Persoonlijke toelage</vet></al><al>De medewerker behoudt aanspraak op een persoonlijke toelage voor zover deze
                    schriftelijk is vastgelegd tussen de oude werkgever en de medewerker, en voor
                    zolang de grond waarop de toelage is toegekend, aanwezig is. </al><al><vet>Artikel 4.13 Overwerkvergoeding</vet></al><al>De nieuwe werkgever hanteert de regeling van de CAR-UWO voor het toekennen van
                    een overwerkvergoeding. </al><al><vet>Artikel 4.14 Toelage onregelmatige dienst</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De nieuwe werkgever hanteert de regeling van artikel 3:3 CAR-UWO voor
                            het toekennen van toelage onregelmatige dienst. In de
                            Bezoldigingsverordening VrZW worden de bijbehorende percentages
                            vastgelegd.</al></li><li nr="2."><al>Voor medewerkers bij de 24-uursdienst van Purmerend die vallen onder de
                            werking van dit sociaal plan blijft de huidige ORT-toeslag van
                            toepassing.</al></li><li nr="3."><al>Voor de medewerkers bij de 24-uursdienst van Purmerend die vallen onder
                            de werking van dit sociaal plan blijft de huidige garantieregeling
                            inzake ORT-toeslag eveneens van toepassing.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 4.15 Vergoeding consignatie- en aanwezigheidsdiensten</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De nieuwe werkgever hanteert de regeling van de CAR-UWO voor het
                            toekennen van een consignatie- en/of aanwezigheidsvergoeding.</al></li><li nr="2."><al>Voor medewerkers van Purmerend die vallen onder de werking van dit
                            sociaal plan blijft de huidige vergoedingsregeling voor het verrichten
                            van consignatie- en aanwezigheidsdiensten van toepassing.</al></li><li nr="3."><al>Voor de medewerkers van Purmerend die vallen onder de werking van dit
                            sociaal plan blijft de huidige garantieregeling inzake de vergoeding
                            consignatie- en aanwezigheidsdiensten eveneens van toepassing.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 4.16 Repressieve dagdiensttoelage Zaanstad</vet></al><al>Voor medewerkers in de dagdienst van Zaanstad die vallen onder de werking van
                    dit sociaal plan blijft de huidige repressieve dagdiensttoelage van toepassing. </al><al><vet>Artikel 4.17 BHV-toelage</vet></al><al>De nieuwe werkgever hanteert de huidige regeling VrZW voor het toekennen van een
                    BHV-toelage. </al><al><vet>Artikel 4.18 Toelage specialismen </vet></al><al>De nieuwe werkgever stelt zo spoedig mogelijk een nieuwe regeling op aangaande
                    de toelage voor specialismen. Bestaande regelingen van de latende organisaties
                    worden gecontinueerd in afwachting van de definitieve waardering van het
                    functieboek en tot het moment dat een nieuwe regeling is vastgesteld. </al><al><vet>Artikel 4.19 Reiskostenvergoeding woon-werkverkeer</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De nieuwe werkgever kent een regeling tegemoetkoming kosten
                            woon-werkverkeer.</al></li><li nr="2."><al>Medewerkers die voor het moment van de overgang bij de oude werkgever
                            aanspraak hebben op een hogere vergoeding, ontvangen een garantietoelage
                            voor het verschil.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 4.20 Vergoeding dienstreizen en gebruik dienstvoertuigen</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De nieuwe werkgever kent een regeling vergoeding dienstreizen.</al></li><li nr="2."><al>De nieuwe werkgever stelt zo spoedig mogelijk een regeling voor het
                            gebruik van dienstvoertuigen op.</al></li><li nr="3."><al>Voor medewerkers die bij de oude werkgever een dienstauto toegekend
                            hebben gekregen wordt een maatwerkafspraak gemaakt.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 4.21 Verhuiskostenvergoeding</vet></al><al>De nieuwe werkgever hanteert CAR-UWO art.18:1:2 en 18:1:5 inzake de vergoeding
                    voor verhuiskosten.</al><al><vet>Artikel 4.22 Telefoonvergoeding en maaltijdvergoeding</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De nieuwe werkgever kent een regeling inzake mobiele
                            communicatiemiddelen .</al></li><li nr="2."><al>De nieuwe werkgever continueert de huidige maaltijdvergoeding voor de
                            24-uursdienst in Purmerend.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 4.23 Generieke afbouwregeling</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Ingeval van intrekking of vermindering van een functionele vergoeding
                            naar aanleiding van de uitvoering van dit sociaal plan, heeft de
                            medewerker aanspraak op een afbouwtoelage, waarvan de duur gelijk is aan
                            een vierde deel van de tijd gedurende welke de vergoeding werd genoten,
                            met een maximum van 48 maanden.</al></li><li nr="2."><al>Berekeningsbasis voor de vaststelling van de hoogte van de toelage
                            bedoeld in lid 1, is het bedrag dat de medewerker gemiddeld per maand
                            aan betrokken vergoeding heeft ontvangen over de 12 kalendermaanden
                            voorafgaande aan de inkomstenvermindering.</al></li><li nr="3."><al>De afbouw geschiedt in drie delen, van respectievelijk 75, 50 en 25%,
                            vanaf het moment van de verlaging van een vergoeding.</al></li></lijst><al>Paragraaf 4. Vakantie, verlof en seniorenmaatregelen </al><al><vet>Artikel 4.24 Verlof en aanspraken op verlof</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De nieuwe werkgever kent een regeling verlof.</al></li><li nr="2."><al>Medewerkers die op 31 december 2013 aanspraak hebben op meer
                            leeftijdsverlofdagen dan op grond van de in het eerste lid bedoelde
                            regeling, behouden de aanspraak op de bedoelde dagen, voor zover de
                            desbetreffende leeftijd is bereikt.</al></li><li nr="3."><al>Medewerkers nemen het saldo aan aanspraken op vakantieverlof waarover
                            zij beschikken op het moment van ontslag uit hun aanstelling bij de
                            huidige werkgever, mee naar de nieuwe werkgever met een maximum van 72
                            uur, bij een voltijdsaanstelling. Bij een deeltijdaanstelling geldt deze
                            aanspraak naar rato.</al></li><li nr="4."><al>Verlofuren gelegen boven het aantal uren bedoeld in lid 3 worden door de
                            oude werkgever afgekocht.</al></li></lijst><al>Paragraaf 6. Bijzondere gebeurtenissen </al><al><vet>Artikel 4.25 Bijzondere gebeurtenissen</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De nieuwe werkgever kent een regeling bijzondere gebeurtenissen.</al></li><li nr="2."><al>Medewerkers die op grond van hun huidige rechtspositie recht hebben op
                            een gratificatie bij 12,5 jaar overheidsdienst, als bedoeld in artikel
                            3.5 CAR-UWO (medewerkers van Beemster, Edam-Volendam, Wormerland),
                            houden aanspraak op deze gratificatie, mits zij het jubileum binnen 2,5
                            jaar zouden bereiken.</al></li></lijst><al><vet>Hoofdstuk 5. Overgangsrecht vrijwilligers</vet></al><al>Paragraaf 1. Algemeen</al><al><vet>Artikel 5.1 Arbeidsvoorwaarden</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De nieuwe werkgever volgt hoofdstuk 19 CAR-UWO voor de rechtspositie van
                            vrijwilligers.</al></li><li nr="2."><al>In aanvulling op de CAR-UWO bepalingen is er voor vrijwilligers die
                            vallen onder dit sociaal plan een pakket aan overgangsmaatregelen
                            afgesproken.</al></li><li nr="3."><al>De door de huidige werkgever gegeven, schriftelijk vastgelegde
                            individuele aanspraken en garanties, worden overgenomen en schriftelijk
                            vastgelegd door de nieuwe werkgever tenzij de grondslag aan de aanspraak
                            is ontvallen, dan wel het bedrijfsbelang zich daartegen verzet.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 5.2 Overgang naar de nieuwe werkgever</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Alle vrijwilligers krijgen een aanstelling als vrijwilliger bij de
                            nieuwe werkgever overeenkomstig hun functie en post bij de oude
                            werkgever. De hoofdwerkgever van de vrijwilliger wordt
                            geïnformeerd.</al></li><li nr="2."><al>De vrijwilliger wordt door de oude werkgever ontslag verleend wegens
                            reorganisatie (artikel19:42, eerste lid onder a, van de CAR-UWO).</al></li><li nr="3."><al>Er zal daarbij, voor zover van toepassing, geen opzegtermijn in acht
                            worden genomen.</al></li><li nr="4."><al>Gelijktijdig met het ontslagbesluit ontvangen de vrijwilligers een
                            aanstellingsbesluit. </al></li></lijst><al><vet>Artikel 5.3 Personeelsdossier ten behoeve van overgang</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De oude werkgever is verantwoordelijk voor het overdragen van het
                            personeelsdossier van elke vrijwilliger aan de nieuwe werkgever met
                            daarin opgenomen de gemaakte afspraken over vergoedingen, opleidingen,
                            toelagen enz.</al></li><li nr="2."><al>Elke vrijwilliger kan voor de overgang zijn eigen personeelsdossier
                            inzien.</al></li><li nr="3."><al>Onvolkomenheden worden na overeenstemming tussen oude werkgever en
                            vrijwilliger aangepast. Indien de vrijwilliger en oude werkgever geen
                            overeenstemming bereiken kan de vrijwilliger in bezwaar gaan bij de oude
                            werkgever.</al></li></lijst><al>Paragraaf 2. Aanstelling </al><al><vet>Artikel 5.4 Aanstelling</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De vrijwilliger met een vaste aanstelling behoudt deze aanstelling bij
                            de nieuwe werkgever.</al></li><li nr="2."><al>De vrijwilliger met een tijdelijke aanstelling bij wijze van proef
                            krijgt binnen de nieuwe organisatie eveneens een tijdelijke aanstelling
                            bij wijze van proef, waarvan de einddatum gelijk is aan de geldende
                            einddatum. Eén en ander indien en voor zover rechtspositioneel
                            mogelijk.</al></li><li nr="3."><al>Voor het berekenen van dienstjaren, worden de jaren als vrijwilliger bij
                            de oude werkgever meegenomen naar de nieuwe werkgever.</al></li><li nr="4."><al>Er vindt voorafgaand aan de overgang geen medische keuring plaats.</al></li><li nr="5."><al>Bij het aanstellingsbesluit wordt vermeld voor welke post de
                            vrijwilliger wordt aangesteld.</al></li></lijst><al>Paragraaf 3. Vergoedingen</al><al><vet>Artikel 5.5 Betalingsfrequentie</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De vrijwilliger ontvangt maandelijks de uitkering van de
                            vergoedingen.</al></li><li nr="2."><al>De vergoeding wordt op de 15<sup>e</sup> van de navolgende maand
                            uitbetaald.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 5.6 Jaarvergoeding</vet></al><al>De vrijwilliger ontvangt een jaarvergoeding conform bijlage IIb CAR-UWO
                    uitgekeerd in maandelijkse bedragen. </al><al><vet>Artikel 5.7 Uitrukvergoeding</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De vrijwilliger ontvangt per uitruk een uitrukvergoeding conform bijlage
                            IIb CAR-UWO.</al></li><li nr="2."><al>De in lid 1 genoemde vergoeding wordt ook uitbetaald indien sprake
                            blijkt te zijn van loos alarm.</al></li><li nr="3."><al>In een nader uit te werken regeling vergoedingen vrijwilligers wordt
                            vastgelegd hoeveel tijd minimaal vergoed wordt.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 5.8 Oefen- en cursusvergoeding</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De vrijwilliger ontvangt per oefening een oefenvergoeding conform
                            bijlage IIb CAR- UWO.</al></li><li nr="2."><al>De vrijwilliger ontvangt voor overleg een vergoeding conform de
                            oefenvergoeding uit bijlage IIb.</al></li><li nr="3."><al>De vrijwilliger ontvangt voor het uitvoeren van overige werkzaamheden op
                            verzoek van de betreffende leidinggevende een vergoeding conform de
                            oefenvergoeding uit bijlage IIb CAR- UWO.</al></li><li nr="4."><al>In een nader uit te werken regeling vergoedingen vrijwilligers wordt
                            vastgelegd hoeveel tijd minimaal vergoed wordt en voor welke overige
                            werkzaamheden vergoeding plaatsvindt.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 5.9 Vrije instroom, consignatie en kazernering</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De vrijwilliger die oproepbaar is op basis van het vrije instroomprofiel
                            ontvangt geen vergoeding voor het zich beschikbaar houden voor de
                            brandweer.</al></li><li nr="2."><al>De vrijwilliger die zich beschikbaar houdt en gehoor dient te geven aan
                            een oproep, ontvangt een consignatievergoeding op basis van de 10/16
                            regeling. De nieuwe werkgever stelt nadere regels omtrent de
                            consignatiedienst.</al></li><li nr="3."><al>De vrijwilliger die gekazerneerd is, ontvangt een
                            kazerneringsvergoeding. Voor geplande kazernering is een Regeling
                            kazernering vastgesteld. Voor kazernering in onvoorziene omstandigheden
                            geldt het uurbedrag voor langdurige aanwezigheid in bijlage IIb
                            CAR-UWO</al></li><li nr="4."><al>De vrijwilliger die zorg draagt voor herbezetting van de kazerne
                            ontvangt voor de volledige duur van de herbezetting het
                            uitruktarief.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 5.10 Toelage specialismen </vet></al><al>De nieuwe werkgever stelt zo spoedig mogelijk een nieuwe regeling op aangaande
                    de toelage voor specialismen. Bestaande regelingen van de latende organisaties
                    worden gecontinueerd in afwachting van de definitieve waardering van het
                    functieboek en tot het moment dat een nieuwe regeling is vastgesteld. </al><al><vet>Artikel 5.11 Vergoeding dienstreizen en gebruik dienstvoertuigen</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De nieuwe werkgever kent een regeling vergoeding dienstreizen.</al></li><li nr="2."><al>De nieuwe werkgever stelt zo spoedig mogelijk een regeling voor het
                            gebruik van dienstvoertuigen op.</al></li></lijst><al>Paragraaf 4. Bijzondere gebeurtenissen </al><al><vet>Artikel 5.12 Bijzondere gebeurtenissen</vet></al><al> De nieuwe werkgever kent een regeling bijzondere gebeurtenissen.</al><al><vet>Hoofdstuk 6. Slotbepaling</vet></al><al><vet>Artikel 6.1 Hardheidsclausule</vet></al><lijst><li nr="1."><al>In die gevallen waarin het sociaal plan niet voorziet, kan het bevoegd
                            gezag maatregelen treffen in de geest van het sociaal plan. </al></li><li nr="2."><al>In die gevallen waarin het sociaal plan zou leiden tot een onbillijke
                            situatie voor een individuele medewerker of vrijwilliger, kan het
                            bevoegd gezag in gunstige zin voor de medewerker of vrijwilliger van het
                            sociaal plan afwijken.</al></li><li nr="3."><al>Dit sociaal plan kan met instemming van alle daarbij betrokken partijen
                            tussentijds worden</al><al> gewijzigd. Een verzoek daartoe wordt schriftelijk en gemotiveerd
                            gedaan. Indien zich naar het</al></li></lijst><al>oordeel van partijen dusdanige onvoorziene of ingrijpende omstandigheden
                    voordoen, waarin de regelingen in dit sociaal plan niet voorzien, dan wel
                    waardoor van partijen niet verlangd kan</al><al> worden zich aan dit sociaal plan te houden, zullen partijen zo spoedig mogelijk
                    met elkaar in</al><al> overleg treden teneinde nadere afspraken te maken.</al><al><vet>Artikel 6.2 Citeertitel</vet></al><al>Dit sociaal plan kan worden aangehaald als: ‘Sociaal Plan in het kader van de
                    regionalisering van de brandweer Zaanstreek-Waterland 2013’.</al><al>Aldus getekend tussen (vertegenwoordigers van) de deelnemende organisaties en de
                    vakorganisaties vertegenwoordigd in de commissie voor het Bijzonder
                    Georganiseerd Overleg.</al><al><vet>Namens de werkgeversvertegenwoordiging</vet></al><al>………………………………………………………</al><al>P.Tange (voor het Algemeen Bestuur VrZW), ………………..(datum)</al><al><vet>Namens de werknemersvertegenwoordiging</vet></al><al>………………………………………………………</al><al>W.Borger (Abvakabo FNV), ………………..(datum)</al><al>……………………………………………………….</al><al>R.van Lang (CNV Publieke zaak), ………………..(datum)</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>