<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR362835_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">West Maas en Waal</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-09-12</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">West Maas en Waal</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad, 27 maart 2015</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 221</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-01-29</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-04-04</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-01-11</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe Regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2014/14int890</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Verordening belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten
                    2015</vet></al><al/><al>Vastgesteld bij raadsbesluit van 29 januari 2015, kenmerk 2014/
                            14int890</al><al>De raad van de gemeente West Maas en Waal;</al><al>Gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van
                            16 december 2014, kenmerk 14int889;</al><al>gelet op artikel 221 van de Gemeentewet;</al><al>Besluit vast te stellen de volgende verordening: </al><al/><al><vet>“Verordening op de heffing en invordering
                            van BELASTINGEN OP ROERENDE WOON- EN
                                BEDRIJFSRUIMTEN 2015”</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>ruimte: een roerende woon- of bedrijfsruimte, welke duurzaam aan
                                    een plaats gebonden is en dient tot permanente bewoning of
                                    permanent gebruik;</al></li><li nr="b."><al>woonruimte: een ruimte waarvan de vastgestelde waarde in
                                    hoofdzaak kan worden toegerekend aan delen van de ruimte die
                                    dienen tot woning dan wel volledig dienstbaar zijn aan
                                    woondoeleinden.</al></li><li nr="c."><al>bedrijfsruimte: een ruimte die niet kan worden aangemerkt als
                                    woonruimte.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onder de naam "belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten"
                                worden ter zake van binnen de gemeente gelegen ruimten twee directe
                                belastingen geheven:</al><lijst><li nr="a."><al>een gebruikersbelasting van degene die bij het begin van het
                                        kalenderjaar een bedrijfsruimte, al dan niet krachtens
                                        eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht
                                        gebruikt, verder te noemen: gebruikersbelasting;</al></li><li nr="b."><al>een eigenarenbelasting van degene die bij het begin van het
                                        kalenderjaar van een ruimte het genot heeft krachtens
                                        eigendom, bezit of beperkt recht, verder te noemen:
                                        eigenarenbelasting.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de gebruikersbelasting wordt:</al><lijst><li nr="b."><al>gebruik door degene aan wie een deel van een ruimte in
                                        gebruik is gegeven, aangemerkt als gebruik door degene die
                                        dat deel in gebruik heeft gegeven;</al></li><li nr="c."><al>het ter beschikking stellen van een bedrijfsruimte voor
                                        volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik door degene die
                                        die ruimte ter beschikking heeft gesteld.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Degene die een in het vorige lid bedoelde bedrijfsruimte in gebruik
                                heeft gegeven of ter beschikking heeft gesteld is bevoegd de
                                belasting als zodanig te verhalen op degene aan wie die ruimte of
                                deel daarvan in gebruik is gegeven of ter beschikking is
                                gesteld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Belastingobject</titel></kop><al>Als één ruimte wordt aangemerkt:</al><lijst><li nr="a."><al>een binnen de gemeente gelegen ruimte;</al></li><li nr="b."><al>een gedeelte van een in onderdeel a. bedoelde ruimte dat
                                    blijkens zijn indeling is bestemd om als een afzonderlijk geheel
                                    te worden gebruikt;</al></li><li nr="c."><al>een samenstel van twee of meer in onderdeel a. bedoelde ruimten
                                    of in onderdeel b. bedoelde gedeelten daarvan die bij dezelfde
                                    persoon in gebruik zijn en die, naar de omstandigheden
                                    beoordeeld, bij elkaar behoren;</al></li><li nr="d."><al>het binnen de gemeente gelegen deel van een in onderdeel a.
                                    bedoelde ruimte, van een in onderdeel b. bedoeld gedeelte
                                    daarvan of van een in onderdeel c. bedoeld samenstel.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Maatstaf van heffing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De heffingsmaatstaf is de waarde die aan de ruimte dient te worden
                                toegekend indien de volle en onbezwaarde eigendom daarvan zou kunnen
                                worden overgedragen en de verkrijger de ruimte in de staat waarin
                                deze zich bevindt, onmiddellijk en in volle omvang in gebruik zou
                                kunnen nemen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking in zoverre van het eerste lid wordt de waarde van een
                                bedrijfsruimte, met uitzondering van ruimten die zijn ingeschreven
                                in een van de ingevolge de Monumentenwet 1988 vastgestelde registers
                                van beschermde monumenten, bepaald op de vervangingswaarde indien
                                dit leidt tot een hogere waarde dan die ingevolge het eerste lid.
                                Bij de berekening van de vervangingswaarde wordt rekening gehouden
                                met:</al><lijst><li nr="a."><al>de aard en de bestemming van de ruimte;</al></li><li nr="b."><al>de sedert de stichting van de ruimte opgetreden technische
                                        en functionele veroudering waarbij de invloed van latere
                                        wijzigingen in aanmerking wordt genomen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking in zoverre van het eerste lid wordt de waarde van een
                                ruimte in aanbouw bepaald op de vervangingswaarde, bedoeld in het
                                tweede lid. Onder een ruimte in aanbouw wordt verstaan een roerende
                                zaak of gedeelte daarvan waarvoor een bouwvergunning in de zin van
                                de Woningwet is afgegeven en die door bouw nog niet geschikt is voor
                                gebruik overeenkomstig de beoogde bestemming.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In afwijking in zoverre van het eerste lid wordt de waarde van een
                                woonruimte die deel uitmaakt van een op de voet van de
                                Natuurschoonwet 1928 aangewezen landgoed dat voldoet aan de
                                voorwaarden genoemd in artikel 8 van het Rangschikkingsbesluit
                                Natuurschoonwet 1928, bepaald met inachtneming van een
                                vooronderstelde verplichting om het landgoed gedurende een tijdvak
                                van 25 jaren als zodanig in stand te houden en geen opgaand hout te
                                vellen anders dan volgens de regels van normaal bosbeheer
                                noodzakelijk of gebruikelijk is. Ruimten die dienstbaar zijn aan de
                                woonruimte worden geacht deel uit te maken van die woonruimte.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Met betrekking tot een ruimte als bedoeld in artikel 3, aanhef en
                                onderdeel d., wordt de waarde gesteld op een evenredig deel van de
                                waarde die dient te worden toegekend aan de gehele ruimte.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Vrijstellingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking in zoverre van artikel 4 wordt bij de bepaling van de
                                heffingsmaatstaf buiten aanmerking gelaten, de waarde van:</al><lijst><li nr="a."><al>glasopstanden die bedrijfsmatig worden aangewend voor de
                                        kweek of teelt van gewassen, voor zover de ondergrond
                                        daarvan bestaat uit cultuurgrond die bedrijfsmatig wordt
                                        geëxploiteerd ten behoeve van de land- of bosbouw. Onder
                                        cultuurgrond wordt mede begrepen de open grond, alsmede de
                                        ondergrond van glasopstanden, die bedrijfsmatig aangewend
                                        wordt voor de kweek of teelt van gewassen, zonder daarbij de
                                        ondergrond als voedingsbodem te gebruiken;</al></li><li nr="b."><al>ruimten die in hoofdzaak zijn bestemd voor de openbare
                                        eredienst of voor het houden van openbare
                                        bezinningssamenkomsten van levensbeschouwelijke aard, een en
                                        ander met uitzondering van delen van zodanige ruimten die
                                        dienen als woning;</al></li><li nr="c."><al>ruimten ten behoeve van waterverdedigings- en
                                        waterbeheersingswerken, die worden beheerd door organen,
                                        instellingen of diensten van publiekrechtelijke
                                        rechtspersonen, een en ander met uitzondering van delen van
                                        zodanige ruimten die dienen als woning;</al></li><li nr="d."><al>ruimten die zijn bestemd voor de zuivering van riool- en
                                        ander afvalwater en die worden beheerd door organen,
                                        instellingen of diensten van publiekrechtelijke
                                        rechtspersonen, een en ander met uitzondering van delen van
                                        zodanige ruimten die dienen als woning;</al></li><li nr="e."><al>werktuigen die van een ruimte kunnen worden afgescheiden
                                        zonder dat beschadiging van betekenis aan die werktuigen
                                        wordt toegebracht en die niet op zichzelf als ruimten zijn
                                        aan te merken;</al></li><li nr="f."><al>ruimten voor zover die bestemd zijn te worden gebruikt ten
                                        behoeve van begraafplaatsen, urnentuinen en crematoria, een
                                        en ander met uitzondering van delen van zodanige ruimten die
                                        dienen als woning.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking in zoverre van artikel 4 wordt bij de bepaling van de
                                heffingsmaatstaf voor de gebruikersbelasting buiten aanmerking
                                gelaten de waarde van gedeelten van de bedrijfsruimte die in
                                hoofdzaak tot woning dienen dan wel in hoofdzaak dienstbaar zijn aan
                                woondoeleinden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Waardepeildatum</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De heffingsmaatstaf wordt bepaald naar de waarde die de ruimte op de
                                waardepeildatum heeft naar de staat waarin de ruimte op die datum
                                verkeert.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De waardepeildatum ligt één jaar voor het begin van het kalenderjaar
                                waarvoor de waarde wordt bepaald.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien een ruimte in het kalenderjaar voorafgaande aan het begin van
                                het kalenderjaar waarvoor de waarde wordt bepaald:</al><lijst><li nr="a."><al>opgaat in een andere ruimte dan wel in meer ruimten, of</al></li><li nr="b."><al>wijzigt als gevolg van hetzij bouw, verbouwing, verbetering,
                                        afbraak of vernietiging, hetzij verandering van bestemming,
                                        of</al></li><li nr="c."><al>een verandering in waarde ondergaat als gevolg van een
                                        andere, specifiek voor de ruimte geldende bijzondere
                                        omstandigheid, wordt, in afwijking in van het eerste lid, de
                                        waarde bepaald naar de staat van die ruimte bij het begin
                                        van het kalenderjaar.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Belastingstarieven</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het tarief van de belasting bedraagt een percentage van de
                                heffingsmaatstaf; het percentage bedraagt voor</al><lijst><li nr="a."><al>de gebruikersbelasting 0,2090 %</al></li><li nr="b."><al>de eigenarenbelasting</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>1.</lidnr><al>voor onroerende zaken die in hoofdzaak tot woning dienen 0,1275
                                %</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>voor onroerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning dienen 0,2265
                                %</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>1. Aanslagen minder dan € 5,-- worden niet opgelegd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor de toepassing van het bepaalde in het eerste lid wordt het
                                totaal van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen aangemerkt
                                als één belastingaanslag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De belastingen worden bij wege van aanslag geheven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
                                moet de verschuldigde belasting worden betaald in twee termijnen,
                                waarvan de eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand
                                volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is
                                vermeld en de tweede twee maanden later.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid geldt dat betaling via automatische
                                incasso in acht termijnen mogelijk is, mits wordt voldaan aan de
                                daaraan verbonden en in het Incasso Reglement van
                                Belastingsamenwerking Rivierenland (BSR) opgenomen voorwaarden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de
                                voorgaande leden gestelde termijnen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en
                                wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                            betrekking tot de heffing en de invordering van de belastingen op
                            roerende woon- en bedrijfsruimten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De "Verordening belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten
                                    2014" van 23 januari 2014, laatstelijk gewijzigd bij
                                    raadsbesluit van 11 december 2014, wordt ingetrokken met ingang
                                    van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de
                                    heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de
                                    belastbare feiten die zich voor die datum hebben
                                    voorgedaan.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag
                                    na die van de bekendmaking.</al></li><li nr="3."><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2015.</al></li><li nr="4."><al>Deze verordening kan worden aangehaald als "Verordening
                                    belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten 2015".</al></li></lijst><al/></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering op 29 januari 2015</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>DE RAAD VAN DE GEMEENTE WEST MAAS EN WAAL,</ondertekening><ondertekening>De griffier, De voorzitter,</ondertekening><ondertekening>Mr. G.E.M. Gieling Th.A.M. Steenkamp</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>