<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR362609_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Declaratiefonds 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Oisterwijk</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-01-30</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Oisterwijk</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/">EGB 2015-20471</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Declaratiefonds 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-02-26</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-03-13</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening Declaratiefonds 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Oisterwijk:</al><lijst><li nr="·"><al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders
                                d.d. 6 januari 2015;</al></li><li nr="·"><al>gelet op het bepaalde in artikel 149 van de Gemeentewet.</al></li></lijst><al><vet>Besluit</vet><vet> vast te stellen</vet><vet>:</vet></al><al>de Verordening Declaratiefonds 2015.</al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet
                                nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de
                                Participatiewet en de Algemene wet bestuursrecht.</al></li><li nr="2."><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al><cursief>Wet</cursief>: Participatiewet;</al></li><li nr="b."><al><cursief>College</cursief>: het college van burgemeester en
                                        wethouders van de gemeente Oisterwijk;</al></li><li nr="c."><al><cursief>Raad</cursief>: de gemeenteraad van de gemeente
                                        Oisterwijk;</al></li><li nr="d."><al><cursief>Financiële tegemoetkoming: </cursief>een bijdrage
                                        in de kosten voor sociale, culturele, sportieve en
                                        educatieve activiteiten, die beoogt een sociaal isolement te
                                        voorkomen of te doorbreken;</al></li><li nr="e."><al><cursief>Inkomen</cursief>: totaal van het inkomen als
                                        bedoeld in artikel 32 van de wet, en de algemene bijstand.
                                        Niet tot het inkomen wordt gerekend de individuele
                                        inkomenstoeslag als bedoeld in artikel 36 van de wet;</al></li><li nr="f."><al><cursief>Geldende norm</cursief><cursief>:</cursief></al><lijst><li nr=""><al>norm gehuwden: de norm zoals genoemd in artikel 21 sub b
                        Participatiewet;</al></li><li nr=""><al>norm alleenstaande ouder: 70% van de norm gehuwden;</al></li><li nr=""><al>norm alleenstaanden: 70% van de norm gehuwden;</al></li></lijst></li><li nr="g."><al><cursief>Vermogen: </cursief>het vermogen zoals bedoeld in artikel
                                34 van de wet. Het vermogen in de eigen woning wordt hierbij buiten
                                beschouwing gelaten;</al></li><li nr="h."><al><cursief>Aanvraag</cursief>: een aanvraag voor een financiële
                                tegemoetkoming op basis van deze verordening, die ingediend wordt
                                middels een door het college vastgesteld aanvraagformulier;</al></li><li nr="i."><al><cursief>Peildatum</cursief>: datum waartegen een persoon een
                                financiële tegemoetkoming op basis van het Declaratiefonds
                                aanvraagt, voor zover deze datum niet ligt vóór de datum
                                aanvraag;</al></li><li nr="j."><al><cursief>Referteperiode</cursief>: periode van 6 maanden voorafgaand
                                aan de peildatum.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Doel</titel></kop><al>Het doel van het Declaratiefonds is, door het verstrekken van een financiële
                        tegemoetkoming voor sociale, culturele, sportieve en educatieve
                        activiteiten, voorkomen of doorbreken dat inwoners van de gemeente
                        Oisterwijk met een laag inkomen in een sociaal-maatschappelijk isolement
                        raken als gevolg van het om financiële redenen niet kunnen deelnemen aan het
                        maatschappelijk verkeer.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Voorwaarden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Voor een financiële tegemoetkoming komt in aanmerking de persoon van
                                18 jaar of ouder, die gedurende de referteperiode aangewezen is
                                geweest op een inkomen dat niet hoger is dan 110% van de voor hem
                                geldende norm, zoals opgenomen in artikel 1, onder f, van deze
                                verordening, en geen in aanmerking te nemen vermogen, zoals
                                opgenomen in artikel 1, onder g, van deze verordening, heeft. </al></li><li nr="2."><al>Bij het vaststellen van het vermogen wordt van het saldo op de
                                lopende rekening een bedrag vrijgelaten in verband met lopende
                                uitgaven ter hoogte van:</al><al>Gehuwden € 1850,00</al><al>Alleenstaande ouder € 1650,00</al><al>Alleenstaande van 23 jaar of ouder € 1300,00</al><al>Alleenstaande van 22 jaar € 1100,00</al><al>Alleenstaande van 21 jaar € 950,00</al><al>Alleenstaande van 18-21 jaar, uitwonend € 950,00</al><al>Alleenstaande van 18-21 jaar, thuiswonend € 350,00</al></li><li nr="3."><al>De tegemoetkoming geldt voor alleenstaanden, alleenstaande ouders en
                        gehuwden/samenwonenden en hun ten laste komende kind(eren) tot 18 jaar en
                        geldt voor ieder gezinslid afzonderlijk.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Uitsluitingen doelgroep</titel></kop><al>Van een financiële tegemoetkoming zijn de volgende categorieën inwoners
                        uitgesloten:</al><lijst><li nr="a."><al>studenten die een studie volgen waarvoor studiefinanciering op basis
                                van de Wet Studiefinanciering 2000 mogelijk is;</al></li><li nr="b."><al>vreemdelingen zonder rechtsgeldige verblijfstitel.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Vergoedbare kosten</titel></kop><al>Voor declaratie komen in aanmerking de kosten die zijn gemaakt voor of in
                        verband met sociale, culturele, sportieve en educatieve activiteiten. Het
                        college stelt hier nadere regels over vast.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Hoogte financiële tegemoetkoming</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De financiële tegemoetkoming op grond van deze regeling bedraagt maximaal
                        voor:</al><al>kinderen: € 316,00 per kind per jaar;</al><al>aanvrager/partner: € 153,00 per persoon per jaar.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De aanvrager kan een financiële tegemoetkoming aanvragen voor
                            zichzelf, zijn of haar partner en zijn/haar kind(eren).</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op de aanvraag wordt binnen acht weken na ontvangst van de
                                    aanvraag een beslissing genomen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Procedure</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een aanvraag kan eenmaal per 12 maanden worden ingediend middels een
                            door het college vastgesteld formulier. Wanneer aan de voorwaarden wordt
                            voldaan, wordt de aanvraag per peildatum toegekend. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Na toekenning van de eerste aanvraag wordt de financiële vergoeding aan
                            aanvrager overgemaakt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een volgende aanvraag dient vergezeld te worden van een door het college
                            vastgesteld declaratieformulier met declaraties over het voorgaande
                            jaar. Indien de belanghebbende niet binnen één maand na het verstrijken
                            van 12 maanden na een toekenning een nieuwe aanvraag over een volgend
                            jaar indient, dient hij het declaratieformulier aan het college te
                            zenden. Bij het declaratieformulier moeten originele bonnen/facturen
                            worden ingediend. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college vordert het gedeelte van de toegekende en verstrekte
                            vergoeding waarvoor geen declaraties zijn ingediend terug. Het college
                            kan op grond van bijzondere omstandigheden van terugvordering
                            afzien.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan het op grond van lid 4 terug te vorderen bedrag
                            verrekenen met de in een volgend jaar toegekende vergoeding. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Intrekking/wijziging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan de beschikking tot het verlenen van een financiële
                            tegemoetkoming intrekken of wijzigen indien;</al><lijst><li nr="-"><al>De aanvrager onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en
                                    de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een ander
                                    besluit zou hebben geleid;</al></li><li nr="-"><al>De beschikking anderszins onjuist was en de ontvanger van de
                                    financiële tegemoetkoming dit wist of redelijkerwijs kon
                                    weten;</al></li><li nr="-"><al>Uit controle achteraf blijkt dat er geen recht was op
                                    verstrekking van de financiële tegemoetkoming.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De intrekking of wijziging werkt terug tot en met het tijdstip waarop de
                            financiële tegemoetkoming is verstrekt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Onvoorziene omstandigheden en hardheidsclausule</titel></kop><al>In bijzondere gevallen kan afgeweken worden van de bepalingen in deze
                        verordening, als toepassing daarvan tot onbillijkheden van overwegende aard
                        leidt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><al>Aanvragen voor bijzondere bijstand voor maatschappelijke activiteiten, die
                        voor de inwerkingtreding van deze verordening in behandeling waren, worden
                        conform de ‘Regeling bijzonder bijstand 65+ maatschappelijke participatie
                        WWB 2012 Gemeente Oisterwijk’ of conform de ‘Verordening maatschappelijke
                        participatie schoolgaande kinderen WWB 2012-A gemeente Oisterwijk’
                        afgehandeld. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking 1 dag na bekendmaking.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan aangehaald worden als: Verordening Declaratiefonds
                        2015.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente
                        Oisterwijk op</ondertekening><ondertekening>26 februari 2015.</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter, </ondertekening><ondertekening>Nelleke van Wijk Hans Janssen</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting</titel></kop><tussenkop>Algemeen</tussenkop><al>Het declaratiefonds is een maatwerkvoorziening op grond van de Gemeentewet.
                    Mensen die deelnemen aan sociale, culturele, sportieve of educatieve
                    activiteiten krijgen, binnen de door de gemeente gestelde kaders, de
                    daadwerkelijke kosten van deelname aan genoemde activiteiten vergoed. </al><al>Met het declaratiefonds wordt beoogd dat mensen die leven van een minimuminkomen
                    toch deel kunnen nemen aan het maatschappelijk verkeer door middel van
                    lidmaatschappen, cursussen, etcetera. Dit kan een sociaal isolement
                    voorkomen.</al><tussenkop>Artikelsgewijze toelichting</tussenkop><tussenkop>Artikel 1 Begripsbepaling</tussenkop><tussenkop>Normbedragen</tussenkop><al>De ‘geldende norm’ verdient een toelichting. Per 1 januari 2015 is de
                    kostendelersnorm ingevoerd. Hierdoor wordt de uitkering lager al naar gelang er
                    meer volwassenen in dezelfde woning wonen. Als we het recht op een financiële
                    tegemoetkoming koppelen aan de kostendelersnorm komen veel werkenden niet in
                    aanmerking, omdat zij minimaal het wettelijk minimumloon verdienen en bij
                    inwoning dus een hoger inkomen hebben dan de kostendelersnorm. Dit willen we
                    voorkomen. Daarom koppelen we het recht op de financiële tegemoetkoming aan een
                    percentage van de norm gehuwden voor respectievelijk gehuwden (100%),
                    alleenstaande ouders (70%) en alleenstaanden (70%). Dit is dus bewust niet de
                    toepasselijke bijstandsnorm. </al><tussenkop>Artikel 2 Doel</tussenkop><al>Onder deelname aan het maatschappelijk verkeer kunnen tal van activiteiten
                    worden verstaan. Te denken valt onder meer aan het onderhouden van sociale
                    contacten, contacten met lotgenoten en vrijetijdsbesteding zoals ontspanning,
                    recreatie, het uitoefenen van hobby’s en het volgen van cursussen.</al><tussenkop>Artikel 3 Voorwaarden</tussenkop><al>Dit artikel beschrijft wie in aanmerking komt voor een financiële tegemoetkoming
                    op basis van het declaratiefonds. </al><al>Iemand kan pas aanspraak maken op de financiële tegemoetkoming als hij gedurende
                    6 maanden voorafgaand aan de peildatum, een inkomen heeft van maximaal 110% van
                    de voor die persoon geldende norm.</al><al>Norm gehuwden: 100% norm gehuwden;</al><al>Norm alleenstaande ouder: 70% norm gehuwden;</al><al>Norm alleenstaande: 70% norm gehuwden.</al><al>Bij het vaststellen van het vermogen wordt, afhankelijk van leefvorm en
                    leeftijd, een bedrag vrijgelaten in verband met lopende uitgaven.</al><al>Ieder gezinslid heeft afzonderlijk recht op een financiële tegemoetkoming op
                    basis van het declaratiefonds.</al><tussenkop>Artikel 4 Uitsluitingen doelgroep</tussenkop><al>Dit artikel beschrijft welke personen geen aanspraak kunnen maken op een
                    financiële tegemoetkoming op basis van het declaratiefonds. Het gaat om
                    studenten die een beroep (kunnen) doen op de Wet Studiefinanciering 2000 en
                    vreemdelingen zonder rechtsgeldige verblijfstitel. </al><tussenkop>Artikel 5 Vergoedbare kosten</tussenkop><al>Verschillende kostensoorten voor sociale, culturele, sportieve en educatieve
                    activiteiten komen voor vergoeding in aanmerking. Het college zal met betrekking
                    tot de uitvoering van deze verordening nadere beleidsregels vaststellen. Hierin
                    zal ook richting worden gegeven aan de verschillende kostensoorten die voor
                    vergoeding in aanmerking komen.</al><tussenkop>Artikel 6 Hoogte financiële tegemoetkoming</tussenkop><al>In dit artikel is de hoogte van de financiële tegemoetkoming geregeld. Er wordt
                    onderscheid gemaakt in de hoogte van de tegemoetkoming naar leeftijd. Er worden
                    2 categorieën onderscheiden:</al><lijst><li nr="-"><al>kinderen (0 – 18 jaar). Zij hebben recht op een financiële
                            tegemoetkoming van € 316,00 per kind per jaar;</al></li><li nr="-"><al>aanvrager/partner (18 jaar en ouder). Zij hebben recht op een financiële
                            tegemoetkoming van € 153,00 per persoon per jaar.</al></li></lijst><tussenkop>Artikel 7 Aanvraag</tussenkop><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al><tussenkop>Artikel 8 Procedure</tussenkop><al>Een aanvraag kan eenmaal per 12 maanden worden ingediend. Bij de eerste aanvraag
                    wordt de financiële tegemoetkoming verstrekt.</al><al>Een volgende aanvraag dient vergezeld te gaan van een declaratieformulier met
                    originele bonnen/facturen. </al><al>Het gedeelte van de toegekende en verstrekte vergoeding waarvoor geen
                    declaraties zijn ingediend, vordert het college terug. Dit kan verrekend worden
                    met de in een volgend jaar toegekende vergoeding.</al><al>Bijvoorbeeld: Iemand van 30 jaar vraagt voor zichzelf op 1 juni 2015 een
                    financiële tegemoetkoming op basis van het declaratiefonds aan en voldoet aan de
                    voorwaarden. Hij krijgt per 1 juni 2015 € 153,00 toegekend. Bij de volgende
                    aanvraag per 1 juni 2016 dient hij zijn declaratieformulier met originele
                    bonnen/facturen in waarmee hij een bedrag van € 53,00 aan vergoedbare kosten
                    declareert.</al><al>Omdat hij € 153,00 toegekend had gekregen en slechts € 53,00 declareert, wordt €
                    100,00 teruggevorderd en verrekend met de volgende toekenning. Hij krijgt bij
                    deze toekenning dus € 153,00 - € 100,00 = € 53,00 uitbetaald.</al><tussenkop>Artikel 9 Intrekking/wijziging</tussenkop><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al><tussenkop>Artikel 10 Onvoorziene omstandigheden en hardheidsclausule</tussenkop><al>In onvoorziene, bijzondere omstandigheden kan afgeweken worden van het gestelde
                    in deze verordening.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>