<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR362146_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Castricum</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-10-10</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Castricum</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad 2014, 76105</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening rioolheffing 2015’</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:c:BWBR0005416&amp;artikel=art.228a&amp;g=2015-01-01">Gemeentewet, art. 228a</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-11-13</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze verordening vervangt de Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing 2014</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule/><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Castricum;</al><al/><al>Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 7
                        oktober 2014;</al><al/><al>gelet op artikel 228a van de Gemeentewet;</al><al/><al>besluit vast te stellen de volgende verordening:</al><al/><al><vet>Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing
                            201</vet><vet>5</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al>perceel: een roerende of onroerende zaak of een zelfstandig gedeelte
                                daarvan;</al></li><li nr="b."><al>gemeentelijke riolering: een voorziening of combinatie van
                                voorzieningen voor inzameling, verwerking, zuivering of transport
                                van afvalwater, hemelwater of grondwater, in eigendom, in beheer of
                                in onderhoud bij de gemeente;</al></li><li nr="c."><al>verbruiksperiode: de periode waarop de afrekening van het
                                waterbedrijf betrekking heeft;</al></li><li nr="d."><al>water: huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater, hemelwater of
                                grondwater</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Aard van de belasting</titel></kop><al>Onder de naam rioolheffing wordt een directe belasting geheven ter
                        bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan:</al><lijst><li nr="a."><al>de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en
                                bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk
                                afvalwater; en</al></li><li nr="b."><al>de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het
                                ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen teneinde
                                structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de
                                grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te
                                beperken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Belastbaar feit en belastingplicht</titel></kop><al>1.De belasting wordt geheven van de gebruiker van een perceel van
                        waaruit water direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt
                        afgevoerd. </al><al>2. Als gebruiker wordt aangemerkt: a. degene die naar de omstandigheden
                        beoordeeld het perceel al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht
                        of persoonlijk recht gebruikt; b. ingeval een gedeelte van een perceel –
                        niet een gedeelte als bedoeld in artikel 4 – voor gebruik is afgestaan:
                        degene die dat gedeelte voor gebruik heeft afgestaan. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Zelfstandige gedeelten</titel></kop><al>Indien gedeelten van een in artikel 3 bedoeld perceel blijkens hun indeling
                        bestemd zijn om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt, worden de
                        rechten geheven ter zake van elk als zodanig bestemd gedeelte, met dien
                        verstande dat indien twee of meer van die gedeelten tezamen als een geheel
                        worden gebruikt, deze als één perceel worden aangemerkt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Maatstaf van rioolheffing afvalwater</titel></kop><al>De rioolheffing afvalwater wordt geheven naar een vast bedrag per
                        perceel.</al><lijst><li nr="1"><al>De rioolheffing afvalwater wordt geheven naar het aantal kubieke
                                meters water dat vanuit het perceel wordt afgevoerd.</al></li><li nr="2"><al>Het aantal kubieke meters water wordt gesteld op het aantal kubieke
                                meters leidingwater en grondwater dat in de laatste aan het begin
                                van het belastingjaar voorafgaande verbruiksperiode naar het perceel
                                is toegevoerd of is opgepompt. Ingeval de verbruiksperiode niet
                                gelijk is aan een periode van twaalf maanden, wordt de hoeveelheid
                                water door herleiding naar tijdsgelang bepaald. Bij die herleiding
                                wordt een gedeelte van een kalendermaand voor een volle maand
                                gerekend.</al></li><li nr="3"><al>Ingeval gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie moet die
                                pompinstallatie zijn voorzien van een:</al><lijst><li nr="a"><al>watermeter, waarvan de hoeveelheid opgepompt water kan
                                        worden afgelezen, of</al></li><li nr="b"><al>bedrijfsurenteller, waarvan het aantal uren dat een
                                        pompinstallatie met vaste capaciteit in bedrijf is geweest
                                        kan worden afgelezen.</al></li><li nr="c"><al>De eerste volzin is niet van toepassing indien vaststelling
                                        van de hoeveelheid opgepompt water geschiedt op grond van
                                        enige andere wettelijke bepaling.</al></li></lijst></li><li nr="4"><al>De op de voet van het tweede lid berekende hoeveelheid toegevoerd of
                                gepompt water wordt verminderd met de hoeveelheid water die niet als
                                water is afgevoerd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Maatstaf van heffing rioolheffing hemel- en grondwater</titel></kop><al>De rioolheffing hemel- en grondwater wordt geheven naar een vast bedrag per
                        perceel.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Belastingtarieven</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het tarief van de rioolheffing afvalwater bedraagt per perceel €
                            182,88.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het tarief van de rioolheffing afvalwater als bedoeld in het eerste lid
                            wordt vermeerderd met € 52,86 voor elke volle eenheid van 100 kubieke
                            meters afvalwater boven de 300 kubieke meter afvalwater.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het tarief van de rioolheffing hemel- en grondwater bedraagt per perceel
                            van waaruit uitsluitend hemel en/of grondwater direct of indirect op de
                            gemeentelijke riolering wordt afgevoerd € 45,71.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Voor een perceel, waarin een agrarisch bedrijf is gevestigd, wordt voor
                            de berekening van de belasting geen groter waterverbruik in aanmerking
                            genomen dan 500 m<sup>3</sup> per jaar.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo
                            dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Indien de belastingplicht met betrekking tot het perceel voor het
                            gebruikersdeel in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de
                            belasting verschuldigd over zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat
                            jaar verschuldigde gebruikersdeel als er in dat jaar, na de aanvang van
                            de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Indien de belastingplicht met betrekking tot het perceel voor het
                            gebruikersdeel in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat
                            aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat
                            jaar verschuldigde recht als er in dat jaar, na het einde van de
                            belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven, tenzij blijkt
                            dat het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan € 10,00.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de
                            belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander
                            perceel in gebruik neemt.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Belastingbedragen van minder dan € 10,- worden niet geheven. Voor de
                            toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van op één
                            aanslagbiljet verenigde verschuldigde bedragen rioolheffing of andere
                            heffingen aangemerkt als één belastingbedrag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
                            moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de
                            eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in
                            de dagtekening van het aanslagbiljet vermeld en de tweede twee maanden
                            later.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid geldt, zolang de verschuldigde bedragen
                            door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden
                            afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in zoveel gelijke
                            termijnen als er na de maand van de dagtekening van het aanslagbiljet
                            nog maanden in het kalenderjaar waarin de aanslagen worden opgelegd
                            overblijven, met dien verstande dat het aantal termijnen ten minste drie
                            en ten hoogste acht bedraagt. De eerste termijn vervalt 1 maand na de
                            dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen
                            telkens een maand later.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>In afwijking van het tweede lid geldt, dat als de aanslagen over een
                            voorgaand belastingjaar worden opgelegd, dat de aanslagen worden
                            afgeschreven in drie gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt 1
                            maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende
                            termijnen telkens een maand later.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid
                            gestelde termijnen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                        betrekking tot de heffing en invordering van de rioolheffing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Overgangsrecht</titel></kop><al>De ‘Verordening rioolheffing 2014’ van 14 november 2013, wordt ingetrokken
                        met ingang van de in artikel 14, tweede lid, genoemde datum van ingang van
                        de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de
                        belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die
                            van de bekendmaking. </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2015.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als ‘Verordening rioolheffing 2015’.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 13 november 2014.</al></slotformulering><ondertekening>de griffier,</ondertekening><ondertekening>de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>Mr. V.H. Hornstra</ondertekening><ondertekening>Drs. A. Mans</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>