<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR362125_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en invordering van reclamebelasting 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Castricum</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-10-10</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Castricum</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad, 76106</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening reclamebelasting 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:GEMEENTEWET">Gemeentewet, art. 227</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-11-13</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze verordening vervangt de Verordening op de heffing en invordering van reclamebelasting 2014</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en invordering van reclamebelasting 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Castricum;</al><al/><al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 7
                        oktober 2014;</al><al/><al>gelet op artikel 227 van de Gemeentewet;</al><al/><al>besluit vast te stellen de volgende verordening:</al><al/><al><vet>Verordening op de heffing en invordering van reclamebelasting
                            2015</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder: </al><lijst><li nr="a."><al>reclameobject: een openbare aankondiging in letters, symbolen,
                                logo’s of kleuren, of een combinatie daarvan, of een
                                reclamevoorwerp, zichtbaar vanaf de openbare weg;</al></li><li nr="b."><al>voorziening: specifiek hulpmiddel bestemd voor het aanbrengen van
                                één of meer (al dan niet wisselende) openbare aankondigingen;</al></li><li nr="c."><al>bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal
                                of ander materiaal, welke op de plaats van bestemming hetzij direct
                                of indirect met de grond verbonden is, hetzij directe of indirecte
                                steun vindt in of op de grond;</al></li><li nr="d."><al>vestiging: een gebouw, of deel daarvan, dat door één organisatie of
                                bedrijf wordt gebruikt;</al></li><li nr="e."><al>tussenpersoon: een natuurlijke persoon of rechtspersoon die zijn
                                bedrijf maakt van het verlenen van bemiddeling bij het tot stand
                                brengen en sluiten van overeenkomsten in opdracht en op naam van
                                personen tot wie hij niet in vaste betrekking staat;</al></li><li nr="f."><al>exploitant: een natuurlijke persoon of rechtspersoon die zijn
                                bedrijf maakt van het ten behoeve van derden tegen vergoeding
                                aanbrengen van reclameobjecten op door hem daartoe beschikbaar
                                gestelde oppervlakten;</al></li><li nr="g."><al>jaar of maand: een kalenderjaar of -maand of een gedeelte van een
                                van die kalenderperioden. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Belastbaar feit</titel></kop><al>Onder de naam ‘reclamebelasting’ wordt, binnen het gebied zoals nader
                        aangewezen in bijlage 1 en de bij deze verordening behorende kaart in
                        bijlage 2, een directe belasting geheven voor een reclameobject dat
                        zichtbaar is vanaf de openbare weg. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De reclamebelasting wordt geheven van degene van wie, dan wel ten
                            behoeve van wie, al dan niet met vergunning, de reclameobjecten worden
                            aangetroffen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in het eerste lid wordt de
                            reclamebelasting ter zake van reclameobjecten, die met vermelding van de
                            naam van een tussenpersoon zijn aangebracht in verband met de huur of de
                            verkoop van roerende of onroerende zaken, geheven van die
                            tussenpersoon.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in het eerste lid wordt de
                            reclamebelasting ter zake van reclameobjecten die door tussenkomst van
                            een exploitant zijn aangebracht, geheven van die exploitant.</al><al/></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Maatstaf van heffing en belastingtarief</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De reclamebelasting wordt geheven naar een vast bedrag voor één of
                                meer reclameobjecten die worden aangetroffen per vestiging, met
                                inachtneming van het overigens in deze verordening bepaalde. </al></li><li nr="2."><al>Het tarief bedraagt per vestiging per jaar € 501,00 dan wel € 41,75
                                per maand.</al></li><li nr="3."><al>Reclameobjecten behoren in elk geval tot één bouwwerk indien zij
                                daarmee fysiek zijn verbonden of daarmee tezamen worden
                                gebruikt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Belastingtijdvak</titel></kop><al>Het belastingtijdvak is gelijk aan het kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Ontstaan van belastingschuld en heffing naar tijdsgelang</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De belastingschuld ontstaat bij het begin van het
                                belastingtijdvak.</al></li><li nr="2."><al>Indien de belastingplicht na het begin van het belastingtijdvak
                                aanvangt, ontstaat de belastingschuld bij de aanvang van de
                                belastingplicht.</al></li><li nr="3."><al>Indien de belastingplicht bij het begin van het belastingtijdvak
                                bestaat of aanvangt, wordt de reclamebelasting naar jaartarief
                                geheven.</al></li><li nr="4."><al>Indien de belastingplicht na het begin van het belastingtijdvak
                                aanvangt, wordt de reclamebelasting naar maandtarief geheven.</al></li><li nr="5."><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak
                                aanvangt, is de naar maandtarief geheven reclamebelasting
                                verschuldigd voor zoveel maanden als er in dat jaar, na het tijdstip
                                van de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden
                                overblijven.</al></li><li nr="6."><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak
                                eindigt en de reclamebelasting naar jaartarief is geheven, wordt de
                                aanslag op verzoek van de belastingplichtige verminderd voor zoveel
                                twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde
                                reclamebelasting als er in dat jaar, na het tijdstip van de
                                beëindiging van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden
                                overblijven. </al></li><li nr="7."><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak
                                eindigt en de reclamebelasting naar maandtarief is geheven, wordt de
                                aanslag op verzoek van belastingplichtige verminderd tot op het
                                bedrag dat met toepassing van het maandtarief wordt berekend voor
                                het aantal volle kalendermaanden waarin de belastingplicht bestond.
                                Voor de toepassing van de vorige volzin wordt de maand waarin de
                                belastingplicht eindigt als volle kalendermaand aangemerkt.</al></li><li nr="8."><al>Het zesde en zevende lid zijn niet van toepassing indien de
                                belastingplichtige verhuist binnen de gemeente Castricum en een
                                andere vestiging in gebruik neemt binnen het aangewezen gebied.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De reclamebelasting wordt geheven bij wege van aanslag.</al></li><li nr="2."><al>Belastingaanslagen met een totaalbedrag van minder dan € 10,00
                                worden niet opgelegd. Voor de toepassing van de vorige volzin wordt
                                het totaal van op één aanslagbiljet verenigde aanslagen aangemerkt
                                als één belastingaanslag. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Vrijstellingen</titel></kop><al>De reclamebelasting wordt niet geheven ter zake van reclameobjecten: </al><lijst><li nr="a."><al>die korter dan 13 weken aanwezig zijn, tenzij deze reclameobjecten
                                zijn geplaatst in een voorziening waarin, waaraan of waarop
                                wisselende reclameobjecten worden geplaatst, die individueel korter
                                dan 13 weken aanwezig zijn, maar waarbij de verschillende
                                reclameobjecten gezamenlijk 13 weken of meer aanwezig zijn;</al></li><li nr="b."><al>die als algemene bewegwijzering waarmee een algemeen belang wordt
                                gediend kunnen worden aangemerkt; </al></li><li nr="c."><al>die door de gemeente of in opdracht van de gemeente is geplaatst of
                                aangebracht, indien en voor zover het reclameobject geschiedt ter
                                uitvoering van de publieke taak;</al></li><li nr="d."><al>die door (semi) overheden of cultureel-maatschappelijke instellingen
                                zijn aangebracht en die een cultureel, maatschappelijk, charitatief
                                of ideëel belang dienen;</al></li><li nr="e."><al>op parasols en terrasafscheidingen welke zijn geplaatst op een
                                terras bij een horecaonderneming;</al></li><li nr="f."><al>aangebracht door of namens winkeliersverenigingen of wijkorganen,
                                waarbij het reclameobject uitsluitend bestaat uit een vlag met naam
                                van de winkeliersvereniging of het wijkorgaan;</al></li><li nr="g."><al>op zuilen, borden, muren of andere constructies, aangewezen door het
                                bevoegde bestuursorgaan;</al></li><li nr="h."><al>voorzien van opschriften aangebracht op bouwterreinen, voorzover
                                deze opschriften rechtstreeks betrekking hebben op de op dat terrein
                                in uitvoering zijnde bouwwerkzaamheden;</al></li><li nr="i."><al>die zijn aangebracht op onroerende zaken die in hoofdzaak zijn
                                bestemd voor de openbare eredienst of voor het houden van openbare
                                bezinningssamenkomsten van levensbeschouwelijke aard en op die
                                activiteiten gericht zijn;</al></li><li nr="j."><al>die zijn bestemd voor de verkoop of verhuur van onroerende zaken,
                                indien deze aanwezig zijn in de onmiddellijke nabijheid van de te
                                verkopen of te verhuren zaak;</al></li><li nr="k."><al>waarvan de (gezamenlijke) oppervlakte per vestiging minder dan 0,1
                                vierkante meter bedraagt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Betalingstermijn</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
                                moet de aanslag worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de
                                eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand
                                die in de dagtekening van het aanslagbiljet vermeld en de tweede
                                twee maanden later.</al></li><li nr="2."><al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste
                                lid gestelde termijn.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                        betrekking tot de doorbelasting van kosten, de heffing en de invordering van
                        de reclamebelasting.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Overgangsrecht</titel></kop><al>De 'Verordening reclamebelasting 2014 van 14 november 2013, wordt
                        ingetrokken met ingang van de artikel 12, tweede lid, genoemde datum van
                        ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op
                        de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die
                            van de bekendmaking.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2015.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening word aangehaald als ‘Verordening reclamebelasting
                        2015’.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 13 november 2014.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De griffier, De voorzitter,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>Mr. V.H. Hornstra Drs. A. Mans</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>Deze verordening is bekend gemaakt op 17 december 2014.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening>Bijlagen 1 en 2 bij, en deel uitmakende, van de Verordening reclamebelasting
                        2015:</ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><kop><titel>Bijlage 1: </titel></kop><al>Als aangewezen gebied, bedoeld in artikel 2 van de Verordening reclamebelasting
                    2015, gelden onderstaande straten (de op de bijgaande kaart gearceerde
                    gedeelten):</al><lijst><li nr="-"><al>Bakkerspleintje te Castricum;</al></li><li nr="-"><al>Burgemeester Mooijstraat te Castricum;</al></li><li nr="-"><al>Dorpsstraat te Castricum;</al></li><li nr="-"><al>Torenstraat te Castricum.</al></li></lijst></bijlage><bijlage><kop><titel>Bijlage 2: </titel></kop><al>Kaart van het aangewezen gebied als bedoeld in artikel 2 van de Verordening
                    reclamebelasting 2015.</al></bijlage></regeling></body></cvdr>