<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR362090_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Referendumverordening gemeente Haren 2014</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Haren</dcterms:creator><dcterms:modified>2014-05-07</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Groningen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2014-25350.html">Gemeenteblad 2014 25350</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Referendumverordening gemeente Haren 2014</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Artikel 149 Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-03-24</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-05-07</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2020-09-24</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Initietiefvoorstel 12 - 5 maart 2014</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Referendumverordening gemeente Haren 2014</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente <vet>Haren</vet><vet>,</vet></al><al>gelet op artikel 149 Gemeentewet;</al><al>gezien het initiatiefvoorstel van de fractie van het CDA;</al><al>gezien het advies van het college van burgemeester en wethouders van 3 maart
                        2014;</al><al>b e s l u i t :</al><al>vast te stellen de</al><al><vet>Referendumverordening gemeente Haren 2014</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>I</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>concept raadsbesluit: een aan de raad voorgelegd besluit dat
                                        op de agenda van de raadsvergadering is opgenomen;</al></li><li nr="b."><al>referendum: stemming waarbij de kiesgerechtigden zich
                                        uitspreken over een concept raadsbesluit;</al></li><li nr="c."><al>kiesgerechtigden: diegenen die stemrecht hebben voor de
                                        verkiezing van de leden van de raad;</al></li><li nr="d."><al>raadgevend referendum: een referendum dat op initiatief van
                                        burgers wordt gehouden;</al></li><li nr="e."><al>raadplegend referendum: een referendum dat op initiatief van
                                        een of meerdere raadsleden wordt gehouden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een referendum kan worden gehouden tegelijk met een verkiezing of
                                een ander referendum.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Referendabele besluiten</titel></kop><al>Concept raadsbesluiten kunnen onderwerp zijn van een referendum, met
                            uitzondering van besluiten:</al><lijst><li nr="a."><al>over individuele kwesties, zoals benoemingen, ontslagen,
                                    schorsingen, kwijtscheldingen en schenkingen;</al></li><li nr="b."><al>over de hoogte van geldelijke voorzieningen voor ambtsdragers,
                                    gewezen ambtsdragers en hun nabestaanden;</al></li><li nr="c."><al>de vaststelling, wijziging of intrekking van de
                                    arbeidsvoorwaardenregeling en daaruit voortvloeiende besluiten
                                    met betrekking tot de griffier en de medewerkers van de
                                    griffie;</al></li><li nr="d."><al>over de vaststelling van de gemeentelijke begroting en de
                                    rekening;</al></li><li nr="e."><al>over de vaststelling van gemeentelijke tarieven en
                                    belastingen;</al></li><li nr="f."><al>over het voor kennisgeving aannemen van notities en
                                    rapporten;</al></li><li nr="g."><al>in het kader van deze verordening;</al></li><li nr="h."><al>ter uitvoering van een besluit van een hoger bestuursorgaan of
                                    de wetgever waaromtrent de raad geen beleidsvrijheid heeft;</al></li><li nr="i."><al>die naar het oordeel van de raad hun grondslag vinden in een
                                    eerder genomen besluit waarover een referendum is gehouden of
                                    kon worden gehouden; of</al></li><li nr="j."><al>waarvan de raad van mening is dat andere dringende redenen
                                    aanleiding zijn om geen referendum te houden.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>II</nr><titel>Referendumcommissie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Samenstelling referendumcommissie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad stelt een onafhankelijke referendumcommissie in en benoemt
                                en ontslaat haar leden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De referendumcommissie bestaat uit vijf leden en kiest uit haar
                                midden een voorzitter.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor de besluitvorming is een quorum vereist van drie leden. Bij het
                                staken van stemmen is de stem van de voorzitter doorslaggevend.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De commissie wordt ondersteund door de griffier of een door de
                                griffier aan te wijzen medewerker van de griffie.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De voorzitter en de leden van de commissie kunnen geen deel uitmaken
                                van of werkzaam zijn onder verantwoordelijkheid van het
                                bestuursorgaan.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De leden worden benoemd voor een periode van vier jaar. Aftredende
                                leden kunnen worden herbenoemd.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De leden kunnen te allen tijde ontslag nemen. Zij die aftreden of
                                ontslag hebben genomen blijven hun functie waarnemen totdat in hun
                                opvolging is voorzien.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>De burgemeester en/of de wethouder(s) wonen op verzoek van de
                                commissie de vergaderingen bij.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Taken referendumcommissie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De commissie heeft tot taak:</al><lijst><li nr="a."><al>de raad te adviseren over de toepassing van artikel 2;</al></li><li nr="b."><al>de raad een voorstel te doen voor de vraagstelling van een
                                        referendum;</al></li><li nr="c."><al>toezicht te houden op de uitvoering van de verordening en de
                                        organisatie van het referendum;</al></li><li nr="d."><al>toezicht te houden op de objectiviteit van de door de
                                        gemeente te verstrekken voorlichting; </al></li><li nr="e."><al>de raad te adviseren over de evaluatie van gehouden
                                        referenda en van voorstellen en verzoeken die niet tot een
                                        referendum hebben geleid.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De commissie adviseert voorts gevraagd en ongevraagd over
                                aanpassingen van deze verordening, over de bij referenda en
                                referendumverzoeken te volgen procedure en over alle overige zaken
                                die het referendum betreffen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De commissie brengt van haar werkzaamheden verslag uit aan de
                                raad.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De adviezen van de commissie zijn openbaar.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>III</nr><titel>Bijzondere bepalingen over het raadgevend referendum</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Inleidend verzoek op initiatief van burgers</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een verzoeker kan schriftelijk een inleidend verzoek voor het houden
                                van een raadgevend referendum indienen bij de voorzitter van de
                                raad.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het inleidend verzoek geeft aan om welk te nemen besluit het gaat en
                                wordt ten minste vijf werkdagen vóór de raadsvergadering, waarvoor
                                het besluit dat onderwerp is van het inleidende verzoek is
                                geagendeerd, ingediend.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het inleidend verzoek dient door ten minste vijftig kiesgerechtigden
                                te worden ondersteund. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De ondertekenaars geven, op door de gemeente verstrekte lijsten, aan
                                hun:</al><lijst><li nr="a."><al>naam;</al></li><li nr="b."><al>adres;</al></li><li nr="c."><al>woonplaats;</al></li><li nr="d."><al>geboortedatum;</al><al>en ondertekenen het inleidend verzoek. De blanco lijsten
                                        mogen worden gekopieerd.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het inleidend verzoek wordt door de voorzitter van de raad aan de in
                                deze verordening bepaalde vereisten getoetst en vervolgens legt de
                                voorzitter zijn bevindingen voor aan de raad.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Indien het inleidend verzoek voldoet aan de in deze verordening
                                bepaalde vereisten, besluit de raad in de in het tweede lid bedoelde
                                vergadering de besluitvorming over het voorgenomen besluit met ten
                                minste twee maanden te verdagen, zodat een definitief verzoek tot
                                het houden van een referendum kan worden ingediend.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De voorzitter van de raad maakt het besluit inzake het inleidende
                                verzoek zo spoedig mogelijk openbaar op de in de gemeente
                                gebruikelijke wijze.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Definitief verzoek op initiatief van burgers</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Binnen zes weken na de dag waarop het besluit bedoeld in artikel 5,
                                zevende lid, is bekend gemaakt wordt door verzoekers een definitief
                                verzoek tot het houden van een raadgevend referendum bij de
                                voorzitter van de raad ingediend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een definitief verzoek dient ten minste door driehonderd
                                kiesgerechtigden te worden ondersteund. De kiesgerechtigden die het
                                inleidende verzoek hebben ondersteund, worden tevens geacht het
                                definitief verzoek te ondersteunen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Artikel 5, derde en vierde lid, is van overeenkomstige
                                toepassing.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De daartoe van gemeentewege verstrekte lijsten worden:</al><lijst><li nr="a."><al>op bij openbare bekendmaking gemaakte plaatsen neergelegd;
                                        of,</al></li><li nr="b."><al>aan ondertekenaars beschikbaar gesteld. De blanco lijsten
                                        mogen worden gekopieerd.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Binnen vier weken na de dag van ontvangst van het definitief verzoek
                                wordt het verzoek door de raad in zijn vergadering aan de in deze
                                verordening bepaalde vereisten getoetst.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Indien het definitief verzoek voldoet aan de in deze verordening
                                bepaalde vereisten, besluit de raad dat een raadgevend referendum
                                wordt gehouden.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De voorzitter van de raad maakt het besluit inzake het houden van
                                een raadgevend referendum zo spoedig mogelijk openbaar op de in de
                                gemeente gebruikelijke wijze.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>IV</nr><titel>Bijzondere bepalingen over het raadplegend referendum</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Verzoek op initiatief van de raad</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een of meer leden van de raad kunnen een voorstel doen tot het
                                houden van een raadplegend referendum.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het voorstel wordt schriftelijk ingediend bij de voorzitter van de
                                raad.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De raad toetst het voorstel aan de in artikel 2 gestelde
                                uitzonderingen en besluit aansluitend of een raadplegend referendum
                                kan worden gehouden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De voorzitter van de raad maakt het besluit inzake het houden van
                                een raadplegend referendum zo spoedig mogelijk openbaar op de in de
                                gemeente gebruikelijke wijze.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>V</nr><titel>Aanvullende bepalingen over het raadgevend en raadplegend
                            referendum</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Aanhouden beslissing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien de raad heeft bepaald dat over een te nemen besluit een
                                raadgevend of raadplegend referendum kan worden gehouden, dan wordt
                                het concept raadsbesluit op de gangbare wijze behandeld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De stemming over het door de raad te nemen besluit, zoals dat luidt
                                na verwerking van de aanvaarde amendementen, wordt aangehouden tot
                                de eerstvolgende vergadering na de dag waarop de uitslag van het
                                referendum bekend is, tenzij eerder negatief over de
                                ontvankelijkheid van het inleidende of het definitieve verzoek wordt
                                beslist.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de eerstvolgende vergadering na de uitslag van het referendum
                                niet binnen vier weken valt, wordt binnen die termijn ten behoeve
                                van de stemming een extra vergadering bijeengeroepen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>VI</nr><titel>Overige bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Datum</titel></kop><al>De raad stelt tegelijk met het besluit om een referendum te houden, of
                            zo spoedig mogelijk daarna, gehoord het college, de dag vast waarop het
                            referendum wordt gehouden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Vraagstelling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Tenzij de raad anders besluit wordt bij het referendum aan de
                                kiesgerechtigden de vraag voorgelegd of zij vóór of tegen het
                                concept raadsbesluit zijn.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de vaststelling van een afwijkende vraagstelling laat de raad
                                zich daarover adviseren door de onafhankelijke referendumcommissie,
                                zoals beschreven in artikel 4, eerste lid, onder sub b.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De vraagstelling dient helder en eenduidig beantwoordbaar te
                                zijn.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De vraagstelling wordt weergegeven op de oproepkaart.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Budget</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Nadat is besloten tot het houden van een referendum, brengt de raad
                                een bedrag op de begroting voor voorlichting en organisatie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien een referendum wordt gehouden na een inleidend verzoek van de
                                bevolking, wordt geen vergoeding, subsidie of anderszins voor
                                gemaakte kosten toegekend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Uitvoering</titel></kop><al>Het college is belast met de organisatie en uitvoering van het
                            referendum.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Procedure stemming</titel></kop><al>De bepalingen van de Kieswet en het Kiesbesluit zijn op de gang van
                            zaken bij het referendum van overeenkomstige toepassing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Geldigheid van de uitslag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het referendum is geldig, indien het aantal geldig uitgebrachte
                                stemmen meer bedraagt dan 30% van het aantal kiesgerechtigden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De uitslag van het referendum wordt berekend op basis van de gewone
                                meerderheid van het totale aantal uitgebrachte stemmen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Strafbepalingen</titel></kop><al>Met een hechtenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete van de
                            tweede categorie wordt gestraft degene die:</al><lijst><li nr="a."><al>stembiljetten, volmachtbewijzen of stempassen namaakt of
                                    vervalst met het oogmerk deze als echt en onvervalst te
                                    gebruiken of door anderen te doen gebruiken;</al></li><li nr="b."><al>stembiljetten, volmachtbewijzen of stempassen die hij zelf heeft
                                    nagemaakt of vervalst of waarvan de valsheid of vervalsing hem,
                                    toen hij deze ontving, bekend was, opzettelijk als echt en
                                    onvervalst gebruikt of door anderen doet gebruiken, dan wel deze
                                    met het oogmerk om deze als echt en onvervalst te gebruiken of
                                    door anderen te doen gebruiken, in voorraad heeft met het met
                                    het oogmerk deze wederrechtelijk te gebruiken of door anderen te
                                    doen gebruiken;</al></li><li nr="c."><al>als gemachtigde stemt voor een persoon, wetende dat deze is
                                    overleden;</al></li><li nr="d."><al>bij een verkiezing door gift of belofte een kiezer omkoopt om
                                    volmacht te geven tot het uitbrengen zijn stem;</al></li><li nr="e."><al>stelselmatig personen aanspreekt of anderszins persoonlijk
                                    benadert ten einde hen te bewegen het formulier op hun
                                    oproepingskaart, bestemd voor het stemmen bij volmacht, te
                                    ondertekenen en deze kaart af te geven.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>VII</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze regeling treedt in werking op de eerste dag na bekendmaking.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als Referendumverordening gemeente
                            Haren 2014. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 24
                            maart 2014.</al><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>                   
                        O.E. de Vries, griffier </ondertekening><ondertekening>J.G. Vlietstra, voorzitter
                                   
                    </ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>