<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR36187_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Overlegprocedure Lokaal Onderwijsbeleid</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">'s-Hertogenbosch</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-04-17</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">'s-Hertogenbosch</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Overlegprocedure Lokaal Onderwijsbeleid</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet op het basisonderwijs</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Interimwet op het speciaal onderwijs en voortgezet speciaal onderwijs</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet op het voortgezet onderwijs</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>onderwijs</dcterms:subject><dcterms:issued>1997-12-18</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>1998-02-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>De verordening is op 27-01-1998 aan belanghebbenden verzonden.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening overlegprocedure lokaal onderwijsbeleid</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder</al><lijst><li nr="a."><al>schoolbestuur: het bevoegd gezag van een volgens de Wet op het
                                    basisonderwijs, de Interimwet op het speciaal onderwijs en het
                                    voortgezet speciaal onderwijs en de Wet op het voortgezet
                                    onderwijs bekostigde openbare of bijzondere school voor
                                    basisonderwijs, voor speciaal onderwijs/voor voorgezet speciaal
                                    onderwijs/voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs/voor
                                    voorbereidend wetenschappelijk onderwijs/voor algemeen
                                    voortgezet onderwijs/voor voorbereidend beroepsonderwijs, die
                                    gelegen is op het grondgebied van de gemeente;</al></li><li nr="b."><al>overleg: het op overeenstemming gericht overleg tussen het
                                    gemeentebestuur en de bevoegde gezagsorganen als bedoeld in de
                                    Wet op het basisonderwijs, de Interimwet op het speciaal
                                    onderwijs en voortgezet speciaal onderwijs en de Wet op het
                                    voortgezet onderwijs.</al></li><li nr="c."><al>advies van de Onderwijsraad: het advies van de Onderwijsraad als
                                    bedoeld in de Wet op het basisonderwijs, de Interimwet op het
                                    speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs en de
                                    Wet op het voortgezet onderwijs;</al></li><li nr="d."><al>Burgemeester en wethouders: het college van burgemeester en
                                    wethouders.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Overleg</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.1</nr><titel>Overlegorgaan lokaal onderwijsbeleid</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Functie overlegorganen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Er is een overlegorgaan lokaal onderwijsbeleid Primair Onderwijs
                                    en een overlegorgaan lokaal onderwijsbeleid Voortgezet
                                    Onderwijs, waarin burgemeester en wethouders met
                                    vertegenwoordigers van schoolbesturen overleg voeren over de
                                    voorbereiding en uitvoering van het lokaal onderwijsbeleid.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In het overlegorgaan komen aan de orde de onderwerpen, exclusief
                                    huisvesting, waarop het op overeenstemming gericht overleg van
                                    toepassing is als bedoeld in de Wet op het basisonderwijs, de
                                    Interimwet op het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal
                                    onderwijs en de Wet op het voortgezet onderwijs.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op verzoek van een van de leden kunnen ook andere onderwerpen
                                    over lokaal onderwijsbeleid dan bedoeld onder 2 op de agenda
                                    geplaatst worden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de onderwerpen als genoemd in het derde lid is artikel 10
                                    niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Samenstelling overlegorgaan Primair Onderwijs</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De schoolbesturen kunnen zich laten vertegenwoordigen in het
                                    overlegorgaan. Een schoolbestuur wijst daartoe één
                                    vertegenwoordiger aan, die namens het schoolbestuur het overleg
                                    voert. Tevens kan één plaatsvervangend vertegenwoordiger benoemd
                                    worden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Schoolbesturen kunnen zich gezamenlijk laten vertegenwoordigen
                                    in het overleg. Voor het bepalen van het aantal
                                    vertegenwoordigers is het gestelde in het eerste lid, tweede
                                    volzin, van overeenkomstige toepassing.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De portefeuillehouder onderwijs vertegenwoordigt burgemeester en
                                    wethouders in het overlegorgaan. De portefeuillehouder onderwijs
                                    fungeert als voorzitter van het overlegorgaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Samenstelling overlegorgaan Voortgezet Onderwijs</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De schoolbesturen kunnen zich laten vertegenwoordigen in
                                    het overlegorgaan. Een schoolbestuur wijst daartoe één
                                    vertegenwoordiger per school voor voortgezet (speciaal)
                                    onderwijs aan, die namens het schoolbestuur het overleg voert.
                                    Tevens kan één plaatsvervangend vertegenwoordiger benoemd
                                    worden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Schoolbesturen kunnen zich gezamenlijk laten vertegenwoordigen
                                    in het overleg. Voor het bepalen van het aantal
                                    vertegenwoordigers is het gestelde in het eerste lid, tweede
                                    volzin, van overeenkomstige toepassing.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De portefeuillehouder onderwijs vertegenwoordigt burgemeester en
                                    wethouders in het overlegorgaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Derden</titel></kop><al>Derden kunnen indien de voorzitters van de overlegorganen dit
                                wensen of een meerderheid van de vertegenwoordigers van de
                                schoolbesturen, genoemd in artikel 3 en 4 dit wenst, deelnemen aan
                                het overleg.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.2</nr><titel>Voorbereiding overleg</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Uitnodiging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Alvorens burgemeester en wethouders een voorstel aan de raad
                                    doen over een onderwerp als bedoeld onder artikel 2 lid 2, wordt
                                    de voorgenomen inhoud van dit voorstel met een toelichting
                                    daarop toegezonden aan alle schoolbesturen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De toezending geschiedt onder bekendmaking van de plaats, de
                                    datum en het tijdstip waarop het bestuurlijk overleg hierover
                                    zal aanvangen. Tussen de datum van de toezending van het
                                    voorstel en de datum van het overleg liggen ten minste twee
                                    weken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De schoolbesturen die niet deelnemen aan het overleg kunnen voor
                                    de datum van dit overleg hun zienswijzen schriftelijk kenbaar
                                    maken aan burgemeester en wethouders. Burgemeester en wethouders
                                    stellen de deelnemers aan dit overleg hiervan in kennis.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Secretariaat</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders voeren het secretariaat van de
                                overlegorganen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Voorbereiding</titel></kop><al>Het overleg wordt voorbereid door de portefeuillehouder onderwijs,
                                de voorzitter van het directeurenoverleg primair onderwijs, de
                                voorzitter van het besturenoverleg Voortgezet Onderwijs en een
                                vertegenwoordiger van het besturenoverleg Primair Onderwijs. Hierbij
                                wordt ook gezorgd voor een goede afstemming tussen de overlegorganen
                                primair- en voortgezet onderwijs.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Agendaoverleg</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen een agendaoverleg instellen.
                                    Hierin wordt nagegaan welke onderwerpen op welk tijdstip in de
                                    overlegorganen aan de orde kunnen komen. Op grond hiervan
                                    stellen burgemeester en wethouders de agenda op.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Aan het agendaoverleg nemen de portefeuillehouder onderwijs, de
                                    voorzitter van het directeurenoverleg primair onderwijs, de
                                    voorzitter van het besturenoverleg Voortgezet Onderwijs en een
                                    vertegenwoordiger van het besturenoverleg Primair Onderwijs
                                    deel.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Advies Onderwijsraad</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een of meer vertegenwoordigers in het overleg een advies
                                    van de Onderwijsraad wensen over een onderwerp waarop het op
                                    overeenstemming gericht overleg van toepassing is, maken ze dit
                                    uiterlijk kenbaar in het overleg waarin het onderwerp in finale
                                    zin aan de orde is. Dit gebeurt aan de hand van een schriftelijk
                                    gemotiveerde omschrijving van de onderwerpen waarover het advies
                                    van de Onderwijsraad wordt verwacht. Hierbij wordt tevens het
                                    verband aangegeven tussen deze onderwerpen en de vrijheid van
                                    richting en de vrijheid van inrichting van het onderwijs.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Alle vertegenwoordigers krijgen in het overleg de gelegenheid
                                    hun zienswijzen naar voren te brengen over het verzoek om
                                    advies.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders zijn belast met de indiening van een
                                    verzoek om advies bij de Onderwijsraad. Daarbij wordt de
                                    Onderwijsraad tevens geïnformeerd over de in he tweede lid
                                    bedoelde zienswijzen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De wettelijke termijn voor het uitbrengen van het advies wordt
                                    opgeschort met ingang van de dag waarop de onderwijsraad
                                    burgemeester en wethouders uitnodigt het verzoek voor het
                                    uitbrengen van het advies aan te vullen met de gegevens die hij
                                    nodig heeft voor een goede vervulling van zijn taak, tot de dag
                                    waarop het verzoek is aangevuld.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De raad neemt gedurende de termijn voor het uitbrengen van het
                                    advies geen besluit over het onderwerp waarover advies is
                                    gevraagd.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Een afschrift van het door de Onderwijsraad uitgebrachte advies
                                    wordt zo spoedig mogelijk door burgemeester en wethouders
                                    toegezonden aan alle schoolbesturen. Indien het geheel of
                                    gedeeltelijk opvolgen van het advies zou leiden tot een of meer
                                    inhoudelijke bijstellingen van het voorstel over een onderwerp
                                    waarover advies gevraagd, worden de schoolbesturen bij de
                                    toezending van het afschrift van het advies uitgenodigd voor een
                                    nader overleg. In alle andere gevallen beoordelen burgemeester
                                    en wethouders of nader overleg over het advies van de
                                    Onderwijsraad noodzakelijk is. Zij geven dit aan bij de
                                    toezending van het afschrift van het advies.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Het overleg als bedoeld in het vorige lid vindt binnen twee
                                    weken plaats nadat het advies is uitgebracht. Burgemeester en
                                    wethouders informeren de raad over dit overleg in de vorm van
                                    een aanvulling op het verslag als bedoeld in artikel 11.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Verslaglegging; informeren raad</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders maken een verslag van het
                                    overleg.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verslag bevat in ieder geval:</al><lijst><li nr="a."><al>of het bepaalde in artikel 2 lid 2 van toepassing
                                            is;</al></li><li nr="b."><al>of volledige, geen volledige of geen overeenstemming is
                                            bereikt;</al></li><li nr="c."><al>de in het overleg door de deelnemers naar voren
                                            gebrachte zienswijzen en - indien van toepassing- de
                                            zienswijzen als bedoeld in artikel 6 derde lid;</al></li><li nr="d."><al>de door de portefeuillehouder onderwijs in het overleg
                                            toegezegde wijzigingen in het oorspronkelijk voorstel.
                                        </al></li></lijst><al>Indien artikel 10, eerste lid van toepassing is, wordt hiervan
                                    eveneens een weergave opgenomen in het verslag.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het overlegorgaan stelt het verslag vast. In afwijking hiervan
                                    kunnen burgemeester en wethouders spoedheidshalve het verslag
                                    ter commentaar toezenden aan de schoolbesturen. Binnen 10 dagen
                                    na de dag waarop het conceptverslag is toegezonden, maken de
                                    schoolbesturen die deel hebben genomen aan het overleg
                                    schriftelijk hun opmerkingen over het conceptverslag kenbaar.
                                    Vervolgens stellen burgemeester en wethouders, met inachtneming
                                    van de opmerkingen, het eindverslag vast.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het eindverslag wordt door burgemeester en wethouders ter
                                    kennisname van de besturen gebracht.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders brengen het eindverslag gelijktijdig
                                    met het voorstel over het onderwerp ter kennis van de raad.
                                    Voorzover door burgemeester en wethouders is afgeweken van de
                                    tijdens het overleg naar voren gebrachte zienswijzen, zoals
                                    weergegeven in het vastgestelde verslag, wordt dit gemeld in het
                                    voorstel aan de raad. Daarbij worden de redenen voor het niet of
                                    niet geheel overnemen van deze zienswijzen aangegeven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Heropening overleg</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien uit het oordeel van de betrokken raadscommissie
                                    over het voorgenomen voorstel aan de raad over een onderwerp
                                    blijkt dat een deel van de raadscommissie dat volgens
                                    burgemeester en wethouders geacht kan worden een meerderheid in
                                    de raad te vertegenwoordigen, van oordeel is dat het voorstel op
                                    een of meer onderdelen inhoudelijk bijstelling behoeft, dan kan
                                    een heropening van het overleg plaats vinden. Burgemeester en
                                    wethouders beslissen daarover. Zij heropenen het overleg in
                                    ieder geval indien de inhoudelijke bijstelling betrekking heeft
                                    op een onderwerp als bedoeld in artikel 2 tweede lid, waarover
                                    overeenstemming in het overlegorgaan was bereikt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien burgemeester en wethouders het overleg heropenen dan
                                    roepen zij het overlegorgaan zo spoedig mogelijk bijeen, doch
                                    uiterlijk voor het moment waarop de raad een besluit neemt over
                                    het onderwerp. In dit overleg worden de vertegenwoordigers in de
                                    gelegenheid gesteld hun zienswijze te geven op het oordeel van
                                    de raadscommissie. Burgemeester en wethouders informeren de raad
                                    over het resultaat van dit overleg in de vorm van een aanvulling
                                    op het verslag als bedoeld in artikel 11. De raad betrekt de in
                                    dit aanvullend verslag neergelegde zienswijzen bij zijn
                                    besluitvorming over het onderwerp.</al></lid></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Beslissing burgemeester en wethouders in gevallen waarin de
                                verordening niet voorziet</titel></kop><al>In gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslissen
                            burgemeester en wethouders, gehoord de vertegenwoordigers van de
                            schoolbesturen in het overleg.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14 </nr><titel>Citeertitel; inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De verordening kan worden aangehaald als: Verordening overleg lokaal
                                onderwijsbeleid gemeente 's-Hertogenbosch.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na de
                                bekendmaking.</al></lid></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><nota-toelichting><kop><label>Artikelsgewijze toelichting</label></kop><al><vet>Algemeen</vet></al><al>In overleg met het onderwijsveld is gekozen voor een overlegstructuur bestaande
                    uit een besturenoverleg primair onderwijs en een besturenoverleg voortgezet- en
                    beroeps onderwijs. Het besturenoverleg primair onderwijs wordt voorbereid een
                    directeurenoverleg primair onderwijs. Binnen het besturenoverleg voortgezet- en
                    beroepsonderwijs zijn directeuren middels mandaat afgevaardigd. Hoewel de wet
                    hiertoe niet verplicht, is het vanzelfsprekend dat voorafgaande aan de
                    vaststelling van de verordening overleg heeft plaatsgevonden binnen voormelde
                    besturenoverleggen.</al><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>De schoolbesturen die zijn uitgenodigd voor het bestuurlijk overleg,
                            zijn de bevoegde gezagsorganen van alle scholen die zijn gesitueerd op
                            het grondgebied van de gemeente, en vallen onder de reikwijdte van een
                            onderwerp van lokaal onderwijsbeleid waarop het overleg van toepassing
                            is. De verordening gaat uit van de territoriale werking van de
                            regelgeving, dat wil zeggen dat alle rijksbekostigde scholen en
                            nevenvestigingen die gelegen zijn op het grondgebied van de gemeente
                            onder de werking van de verordening vallen. Tijdens het op
                            overeenstemming gericht overleg kan de gemeenteraad de Onderwijsraad
                            verzoeken om een advies uit te brengen over een onderwerp waarop het op
                            overeenstemming gericht overleg van toepassing is. De gemeenteraad moet
                            dit verzoek dan doen indien een schoolbestuur dit wenst (zie verder
                            toelichting op artikel 2 en 10).</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Functie overlegorganen</titel></kop><al>In de overlegorganen lokaal onderwijsbeleid wordt tussen de gemeente en
                            alle schoolbesturen overleg gevoerd over de verschillende facetten van
                            het lokaal onderwijsbeleid. Met de instelling van de overlegorganen
                            wordt beoogd het wettelijk voorgeschreven overleg te
                            institutionaliseren. Dit is gezien het feit dat dit overleg qua
                            intensiteit en reikwijdte toeneemt door de decentralisatie van bepaalde
                            onderwijstaken naar de gemeente. Het wettelijk voorgeschreven overleg
                            heeft betrekking op het onderwijsachterstandenplan, de inzet van
                            schoolbegeleidingsmiddelen en Onderwijs in Allochtone Levende Talen. Dit
                            overleg heeft ook betrekking op huisvesting. Gelet op het specifieke
                            karakter is gekozen om voor huisvesting het aparte overleg zoals dat nu
                            reeds bestaat te handhaven. Er is voor gekozen om de verordening overleg
                            over lokaal onderwijsbeleid niet alleen te richten op de onderwerpen
                            waarvoor wettelijk het op overeenstemming gericht overleg is
                            voorgeschreven, maar ook voor een bredere opzet. Gezien de samenhang
                            tussen de verschillende wetten en tevens uit oogpunt van harmonisatie en
                            effectiviteit heeft een brede overlegprocedure de voorkeur. Zo kan de
                            eventuele vaststelling van een verordening voor de materiële financiële
                            gelijkstelling een onderwerp van overleg zijn, hoewel hierbij het voeren
                            van op overeenstemming gericht overleg niet door de wetgever is
                            voorgeschreven. Daarnaast is ervoor gekozen om het overleg op te
                            splitsen naar schoolsoort, namelijk primair- en voortgezet onderwijs.
                            Dit gelet op de veelal aparte problematiek/onderwerpen die binnen deze
                            schoolsoorten aan de orde komen. Om de integraliteit van het beleid te
                            waarborgen vindt regelmatig overleg tussen de verschillende
                            schoolsoorten en onze portefeuillehouder plaats. </al><al/><al>Het voorgeschreven op overeenstemming gericht overleg moet voldoen aan
                            de wettelijke eisen. Ze hebben betrekking op het advies van de
                            Onderwijsraad (artikel 10). Op de onderwerpen waarvoor het op
                            overeenstemming gericht overleg in de wet is voorgeschreven, is dit
                            artikel exclusief van toepassing.</al><al/><al>De wetgever heeft met het op overeenstemming gericht overleg een
                            "zwaarder" type van overleg willen creëren om tot consensus te komen.
                            Het gemeentebestuur kan immers door zijn wettelijke competenties dicht
                            raken aan de autonomie van de scholen. Het karakter van het finale brede
                            overleg is te allen tijde bestuurlijk. Dit is ter onderscheiding van het
                            technisch getinte voorbereidend overleg (artikel 8) en het agendaoverleg
                            (artikel 9). Het betreft immers een overleg tussen het gemeentebestuur
                            en de schoolbesturen.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3/4</nr><titel>Samenstelling overlegorgaan</titel></kop><al>Het schoolbestuur bepaalt of en door wie het zich laat
                            vertegenwoordigen. Dit kan door een of meer leden van het schoolbestuur
                            zijn en/of door een of meer door het schoolbestuur gemandateerde leden
                            van het management. Tevens kan een plaatsvervanger worden aangewezen. </al><al/><al>Wanneer schoolbesturen in de gemeente bijvoorbeeld zo nauw samenwerken
                            dat een gezamenlijke vertegenwoordiging voor de hand ligt, dan biedt het
                            tweede lid deze mogelijkheid. </al><al/><al>Voor een effectief overleg is het eveneens belangrijk dat de besturen
                            hun vertegenwoordigers voldoende mandaat geven voor het voeren van het
                            overleg (innemen standpunten/maken van afspraken). De gekozen
                            formulering dat de vertegenwoordiger namens zijn bestuur of een aantal
                            besturen deelneemt aan het overleg, is daarvan een uitdrukking. De
                            vertegenwoordigers dienen zich te vergewissen van voldoende mandaat door
                            middel van gestructureerd vooroverleg met de schoolbesturen die zij
                            vertegenwoordigen. Het mandaat zal inhoudelijk doorgaans betrekking
                            hebben op de standpuntbepaling over voorstellen die langs de reguliere
                            weg zijn ingebracht in het overleg. Wanneer zich tijdens of vlak voor
                            het overleg nieuwe omstandigheden aandienen, dan dient er uiteraard
                            voldoende ruimte te zijn voor de vertegenwoordigers om tussentijds terug
                            te kunnen koppelen naar de respectievelijke schoolbesturen of het
                            college van burgemeester en wethouders. </al><al/><al>Uit het derde lid vloeit voort dat de raad de wettelijke opdracht tot
                            het voeren van overleg delegeert aan burgemeester en wethouders door
                            middel van afvaardiging van de portefeuillehouders onderwijs naar het
                            overleg. De deelname aan het overleg van burgemeester en wethouders in
                            de persoon van de verantwoordelijke portefeuillehouder benadrukt - ook
                            vanuit de invalshoek van de lokale overheid - het bestuurlijk karakter
                            van het overleg.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Derden</titel></kop><al>Afhankelijk van het onderwerp van het overleg kunnen derden, als
                            deelnemer worden toegelaten tot het overleg. Denk bijvoorbeeld aan de
                            schoolbegeleidingsdienst of welzijnsinstellingen. Kenmerkend verschil
                            tussen de positie van de schoolbesturen en deze derden is dat voor de
                            laatsten de formule van het op overeenstemming gericht overleg in
                            relatie tot het advies van de Onderwijsraad niet opgaat. Wel dienen de
                            zienswijzen van de derden tot uiting te komen in het verslag van het
                            overleg. Hierdoor kan de raad ook deze zienswijzen betrekken bij zijn
                            definitieve besluitvorming over het betrokken onderwerp.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Uitnodiging</titel></kop><al>De strekking van dit artikel is dat in procedurele zin wordt gewaarborgd
                            dat de schoolbesturen tijdig worden ingeschakeld in het traject dat moet
                            leiden tot een besluit over een onderwerp waarop het overleg van
                            toepassing is. Hierbij is gekozen voor een termijn van minimaal twee
                            weken om ook de schoolbesturen voldoende tijd te geven voor de
                            voorbereiding van het overleg. </al><al/><al>De schoolbesturen die niet deel kunnen nemen aan het overleg, kunnen
                            voor de datum van het overleg hun zienswijze schriftelijk kenbaar maken
                            aan burgemeester en wethouders. </al><al/><al>De gemeente is gehouden om een "aangekleed" voorstel toe te zenden. In
                            de vorm van een toelichting wordt de overlegpartners inzicht gegeven in
                            de achtergronden van het voorstel. Tevens dient te worden aangegeven of
                            het overleg over het voorstel moet worden aangemerkt als een op
                            overeenstemming gericht overleg. De vertegenwoordigers van de
                            schoolbesturen hebben uiteraard de mogelijkheid om ook zelf stukken in
                            te brengen voor het overleg. </al><al/><al>De formulering dat het overleg op een bepaald tijdstip zal "aanvangen",
                            impliceert dat het overleg niet in één ronde behoeft te worden afgerond.
                            Vaak zal het zo zijn dat voor het overleg meer dan één bijeenkomst nodig
                            is. Er is voor gekozen om deze optie van vervolgoverleg niet te binden
                            aan nadere formele vereisten (behoudens de beschreven omstandigheden in
                            artikel 10, zesde lid, en artikel 12) over de uitnodiging en toezending
                            van stukken.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Secretariaat</titel></kop><al>In formele zin zijn burgemeester en wethouders belast met het voeren van
                            het secretariaat van het overlegorgaan. De praktijk is dat het
                            secretariaat - onder verantwoordelijkheid van burgemeester en wethouders
                            - wordt verzorgd door een of meer gemeenteambtenaren.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Voorbereiding</titel></kop><al>De praktijk laat vaak zien dat een overleg wordt voorafgegaan door het
                            nodige (technische) vooroverleg. Dit overleg heeft tot doel om
                            onderwerpen in inhoudelijke en technische zin voor te bereiden voor de
                            bespreking in het overlegorgaan. Het kan voorafgaan aan het
                            agendaoverleg als bedoeld in artikel 9. Indien een onderwerp is
                            voorbereid, kan het op de agenda geplaatst worden. </al><al/><al>Er is van afgezien om het voeren van het voorbereidend overleg te binden
                            aan procedurele voorschriften. Afhankelijk van de omvang van de
                            problematiek dient dit overleg met een grote mate van flexibiliteit te
                            kunnen worden ingericht en gevoerd. Deze voorbereiding wordt ook
                            gebruikt voor afstemming tussen de overlegorganen primair- en voortgezet
                            onderwijs. Dit om de integraliteit van het beleid te waarborgen en zaken
                            goed op elkaar te kunnen afstemmen.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Agendaoverleg</titel></kop><al>In het agendaoverleg kan onderzocht worden welke onderwerpen op welk
                            tijdstip in het op overeenstemming gericht overleg aan de orde kunnen
                            komen en welke onderwerpen op welk tijdstip in andere vormen van
                            overleg. De ratio is om te komen tot een vroegtijdige afstemming op
                            bestuurlijk niveau van welke zaken er in de tijd bezien aan de orde
                            zullen komen. Alle partners kunnen dan in de planning van hun
                            werkzaamheden hiermee rekening houden. Burgemeester en wethouders
                            stellen dit overleg in. Zij doen dit, evenals bij het voorbereidend
                            overleg, in samenspraak met de vertegenwoordigers van de
                            schoolbesturen.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Advies Onderwijsraad</titel></kop><al>Dit artikel betreft de rol van de Onderwijsraad. Daar waar het lokaal
                            onderwijsbeleid inzake huisvesting, schoolbegeleiding,
                            achterstandenbeleid en OALT de grondwettelijke vrijheid van richting en
                            vrijheid van inrichting van het onderwijs raakt, kan de Onderwijsraad in
                            beeld komen. Niet als geschillenbeslechter, maar als adviseur van de
                            lokale overheid. Maar wel, wanneer een schoolbestuur zich beroept op
                            strijdigheid met deze grondwettelijke aspecten van onderwijsvrijheid, in
                            de vorm van een verplichting voor de gemeente om advies te vragen. De
                            wetgever beperkt de formulering doelbewust tot de vrijheid van richting
                            en inrichting. Het aspect van de bekostiging van het openbaar en
                            bijzonder onderwijs naar dezelfde maatstaf (gelijke behandeling) is
                            daarbij niet genoemd. Mocht een gemeente echter een ongerechtvaardigd
                            onderscheid aanbrengen tussen bijzonder en openbaar onderwijs en
                            daardoor scholen voor bijzonder onderwijs vanwege hun bijzonder zijn
                            achterstellen bij openbaar onderwijs, dan handelt deze gemeente in
                            strijd met de vrijheid van richting en inrichting. Er wordt immers een
                            inbreuk gemaakt op de wezenlijke aard van de bijzondere school. Een
                            schoolbestuur kan via deze invalshoek de gemeente verzoeken om advies te
                            vragen van de Onderwijsraad.</al><al>Artikel 10 geeft in procedurele zin aan op welke wijze een of meer
                            overlegpartners, schoolbesturen en gemeentebestuur, kenbaar moeten maken
                            dat ze de Onderwijsraad willen inschakelen voor een advies over aspecten
                            aangaande een onderwerp waarop het <vet>op overeenstemming gericht
                            </vet>overleg van toepassing is. Uitgangspunt daarbij is dat de partij
                            die om advies verzoekt, inhoudelijk en gemotiveerd aangeeft wat de
                            relatie is tussen deze aspecten en de vrijheid van richting of vrijheid
                            van inrichting. Dit gebeurt uiterlijk in het overleg dat is bestempeld
                            als het laatste, afrondende overleg over het desbetreffende onderwerp.
                            Het is aan te bevelen om het finale karakter van het overleg te
                            vermelden in de uitnodiging. Zowel de schoolbesturen als burgemeester en
                            wethouders zijn gebonden aan dit uiterste moment (zie artikel 10, eerste
                            lid).</al><al>Burgemeester en wethouders dienen het verzoek om advies in bij de
                            Onderwijsraad. Zij doen dit uiterlijk twee weken na afloop van het
                            overleg. Deze termijn is opgenomen vanwege het feit dat de wet met het
                            oog op een goede procesgang voorschrijft dat in de gemeentelijke
                            verordening wordt opgenomen vanaf wanneer en tot welk moment het
                            gemeentebestuur de Onderwijsraad kan verzoeken een advies uit te
                            brengen.</al><al/><al>Tevens is erin voorzien dat in het overleg van gedachten kan worden
                            gewisseld over de inhoud van het verzoek aan de Onderwijsraad. Dit is
                            tegen de achtergrond dat iedereen erbij gebaat is dat er minimaal
                            duidelijkheid bestaat over de beweegredenen van een, meer of alle
                            partijen om zich tot de Onderwijsraad te wenden. Deze gedachtewisseling
                            laat uiteraard het recht van een individueel schoolbestuur of de
                            gemeente onverlet om de Onderwijsraad in te schakelen, ook wanneer de
                            andere overlegpartners daaraan geen behoefte hebben. Daarnaast zal ook
                            de Onderwijsraad in het kader van zijn advisering geïnformeerd willen
                            worden over de (mogelijk afwijkende) zienswijzen van alle partners uit
                            het overleg. </al><al/><al>De adviestermijn bedraagt vier weken. De wettelijke bepalingen geven aan
                            dat de termijn van vier weken wordt opgeschort indien de Onderwijsraad
                            op redelijke gronden aanvullende gegevens nodig heeft voor een goede
                            vervulling van zijn taak (zie het vierde lid). Bij de formulering van de
                            opschorting van de termijn is aangesloten bij artikel 4:15 van de
                            Algemene wet bestuursrecht (Awb). Dat artikel bevat een regeling voor
                            opschorting van de termijn bij de aanvraag van een beschikking. De
                            woorden "nodig voor een goede vervulling van diens taak" maken duidelijk
                            dat de Onderwijsraad gemotiveerd zal moeten aangeven welke gegevens hij
                            nodig heeft. De Onderwijsraad zal alleen aanvullende gegevens kunnen
                            opvragen voorzover die redelijkerwijs noodzakelijk zijn voor het
                            uitbrengen van het advies. </al><al/><al>Verder bepaalt de wet dat de gemeenteraad geen besluit neemt over een
                            onderwerp waarop het overleg van toepassing is alvorens de termijn is
                            verstreken waarbinnen de Onderwijsraad advies moet uitbrengen.</al><al/><al>In het zesde lid wordt bepaald in welke situatie er in ieder geval nader
                            overleg plaatsvindt over het advies van de Onderwijsraad. Dit is aan de
                            orde wanneer de Onderwijsraad adviseert om inhoudelijke wijzigingen aan
                            te brengen in het voorstel over het desbetreffende onderwerp. In alle
                            andere gevallen maken burgemeester en wethouders de afweging of nader
                            overleg noodzakelijk is. Overigens wordt nog opgemerkt dat de wettelijke
                            bepalingen over de advisering van de Onderwijsraad niets voorschrijven
                            over een overlegmogelijkheid zoals hiervoor is beschreven. Er wordt
                            bepaald dat de Onderwijsraad advies uitbrengt aan de gemeenteraad. Het
                            advies wordt vervolgens bekendgemaakt, tezamen met het besluit over het
                            onderwerp waarop het overleg van toepassing is.</al><al/><al>Om te voorkomen dat eventueel nader overleg over het uitgebrachte advies
                            tot een te grote vertraging in het besluitvormingsproces leidt, is in
                            het zesde lid uitgegaan van een vrij korte termijn waarbinnen een
                            dergelijk overleg plaats zal dienen te vinden. Om hierbij problemen te
                            voorkomen verdient het aanbeveling om aan de vooravond van de indiening
                            van het verzoek om advies met de daarbij behorende stukken bij de
                            Onderwijsraad alvast in onderling overleg enkele data te reserveren voor
                            een eventueel nader overleg.</al><al/><al>Op de advisering door de Onderwijsraad is hetgeen in algemene zin over
                            advisering is geregeld in de Awb van toepassing. In dit verband is met
                            name het bepaalde in artikel 3:6, tweede lid, artikel 3:7 en artikel
                            4:20 van belang. Zo kan op grond van artikel 3:6 de gemeenteraad een
                            besluit nemen over een onderwerp waarop het overleg van toepassing is
                            indien de Onderwijsraad het advies niet binnen vier weken uitbrengt. Op
                            grond van artikel 3:7 is de gemeenteraad gehouden om al dan niet op
                            verzoek, de gegevens beschikbaar te stellen die de Onderwijsraad nodig
                            heeft voor het uitbrengen van het advies. Wanneer de gemeenteraad
                            afwijkt van het advies van de Onderwijsraad, worden ingevolge artikel
                            4:20 de redenen daarvan vermeld in de motivering. (In de derde tranche
                            van de Awb worden de bepalingen aangaande motivering verplaatst naar
                            afdeling 3.7.)</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Verslaglegging; informeren raad</titel></kop><al>De raad zal bij zijn besluitvorming over het onderwerp waarop het
                            overleg van toepassing is de argumenten en zienswijzen moeten wegen die
                            in het overleg naar voren zijn gebracht. Hiertoe is het van belang dat
                            de raad zich een duidelijk beeld kan vormen van de inhoud en strekking
                            van hetgeen tijdens en voor het overleg is aangevoerd. De raad wordt
                            hierover op de hoogte gebracht via toezending van het verslag van het
                            overleg. In het verslag wordt per onderwerp aangegeven of het op
                            overeenstemming gericht overleg van toepassing is. Daarnaast wordt per
                            onderwerp aangegeven in hoeverre er in het overlegorgaan overeenstemming
                            over het onderwerp is bereikt. Het verslag bevat uiteraard de
                            zienswijzen die door de verschillende deelnemers (vertegenwoordigers van
                            schoolbesturen, derden en de gemeente) zijn ingebracht. Voorzover deze
                            zienswijzen niet of niet geheel zijn overgenomen in het voorstel dat aan
                            de raad is voorgelegd, wordt hiervan in het betrokken raadsvoorstel
                            melding gemaakt door burgemeester en wethouders. Daarbij wordt ook
                            aangegeven op welke gronden burgemeester en wethouders tot het
                            desbetreffende oordeel zijn gekomen.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Heropening overleg</titel></kop><al>De uitkomst van het overleg vormt een belangrijk gegeven in de verdere
                            besluitvormingsprocedure (raadscommissie en raad) over een onderwerp
                            waarop het overleg van toepassing is. In het voorstel van burgemeester
                            en wethouders is aangegeven op welke wijze is omgegaan met de gebrachte
                            zienswijzen. Indien er in het verdere besluitvormingsproces signalen
                            komen dat vermoedelijk wordt afgeweken van het voorstel van burgemeester
                            en wethouders en dat daarmee de uitkomst van het overleg in een ander
                            licht komt te staan, komt de vraag aan de orde of de mogelijkheid moet
                            worden geboden om over de gewijzigde situatie het overleg te heropenen.
                            Een eventueel hernieuwd overleg is in dit artikel gekoppeld aan het
                            resultaat van de bespreking van het voorstel van burgemeester en
                            wethouders in de raadscommissie waarin onderwijsaangelegenheden aan de
                            orde komen. Indien de raadscommissie of een deel daarvan dat een
                            meerderheid vertegenwoordigt in de raad aanleiding ziet voor een
                            standpunt om te komen tot <vet>inhoudelijke </vet>bijstellingen in het
                            voorstel van burgemeester en wethouders, dan kan dit aanleiding zijn om
                            het overleg bijeen te roepen. In één geval moeten burgemeester en
                            wethouders het overleg heropenen, namelijk indien dit oordeel betrekking
                            heeft op inhoudelijke onderdelen van het voorstel waarover in het
                                <vet>op overeenstemming gericht overleg </vet>overeenstemming was
                            bereikt. </al><al/><al>Hiermee wordt tot uitdrukking gebracht dat deze consensus een zwaarder
                            gewicht kan hebben dan een bereikte overeenstemming over een onderwerp
                            waarover de wetgever geen op overeenstemming gericht overleg heeft
                            voorgeschreven. </al><al/><al>Er kunnen zich in dit laatste geval naar aanleiding van de behandeling
                            in de raadscommissie verschillende situaties voordoen:</al><lijst><li nr="1."><al>Over (onderdelen van) het voorstel dat burgemeester en
                                    wethouders hebben ingebracht bestond in het overleg volledige
                                    overeenstemming. Het afwijkende meerderheidsstandpunt van de
                                    raadscommissie daarover betekent dus ook een afwijking van de
                                    bereikte consensus in het overleg. In een dergelijk geval
                                    heropenen burgemeester en wethouders het overleg. Het spreekt
                                    voor zich dat het daarbij dient te gaan om aspecten met een
                                    zekere importantie. Vandaar dat gekozen is voor de formulering
                                    dat het moet gaan om een "inhoudelijke" bijstelling. Het zou
                                    bijvoorbeeld overdreven zijn om voor kleine technische
                                    bijstellingen een bestuurlijk overleg bijeen te roepen.</al></li><li nr="2."><al>De afwijkende visie van de raadscommissie strookt met de
                                    afwijkende zienswijzen zoals die gezamenlijk door de
                                    vertegenwoordigers van de schoolbesturen zijn ingebracht in het
                                    overleg. In een dergelijke situatie lijkt het opnieuw
                                    bijeenroepen van het overleg niet noodzakelijk, tenzij
                                    burgemeester en wethouders dit dienstig vinden voor hun
                                    standpuntbepaling over het meerderheidsstandpunt van de
                                    raadscommissie.</al></li><li nr="3."><al>De afwijkende visie van de raadscommissie strookt met de
                                    zienswijze zoals die door een deel van de schoolbesturen in het
                                    overleg naar voren is gebracht. In deze situatie kan het
                                    bijeenroepen van het overleg gewenst zijn in verband met de
                                    positie van de schoolbesturen die hun zienswijze niet
                                    gehonoreerd zien. Burgemeester en wethouders bezien de noodzaak
                                    daartoe. </al><al/><al>Het voordeel van de in artikel 12 neergelegde procedure is dat
                                    het gemeentelijk besluitvormingsproces voortgang kan vinden
                                    zonder het gewicht van het overleg geweld aan te doen. Het
                                    voorstel van burgemeester en wethouders, al dan niet bijgesteld
                                    naar aanleiding van de behandeling in de raadscommissie, kan
                                    namelijk doorgaan naar de raad. Het resultaat van het heropende
                                    overleg kan vervolgens ter kennis worden gebracht van de raad.
                                    Dit resultaat wordt door de raad betrokken bij de uiteindelijke
                                    besluitvorming. Dit positioneert de raad ook als hoogste
                                    bestuursorgaan in de gemeente, die alles afwegend een finale
                                    beslissing neemt.</al></li></lijst></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Beslissing burgemeester en wethouders in gevallen waarin de
                                verordening niet voorziet</titel></kop><al>Wanneer de verordening voor het overleg in bepaalde zaken niet voorziet,
                            dan nemen burgemeester en wethouders een beslissing. Aangezien
                            dergelijke beslissingen (de inrichting van) het overleg raken, is erin
                            voorzien dat B en W hierover de ander partijen uit het overleg horen.
                            Daaruit zou bijvoorbeeld kunnen blijken dat het wenselijk wordt geacht
                            om:</al><lijst><li nr="-"><al>bepaalde zaken nader te regelen (reglement van orde,
                                    huishoudelijk reglement of iets dergelijks);</al></li><li nr="-"><al>bepaalde zaken via een aan de raad voor te leggen wijziging vast
                                    te leggen in de verordening op het overleg.</al></li></lijst></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Citeertitel; inwerkingtreding</titel></kop><al>Bij de inwerkingtreding van de verordening overleg lokaal
                            onderwijsbeleid dient de verordening procedure overleg huisvesting te
                            worden ingetrokken. Zoals bij artikel 2 al is vermeld, is gekozen voor
                            een brede overlegverordening waaronder ook het overleg over de inhoud
                            van de verordening voor de onderwijshuisvesting is begrepen.</al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>