<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91-->
  
  
  
  
  
  
  
  
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR36183_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening rechtsbescherming gemeente Coevorden 2006</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Coevorden</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-05-16</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Coevorden</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Coevorden HuisAanHuis, 01-03-2006</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening rechtsbescherming gemeente Coevorden 2006</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Algemene wet bestuursrecht, art. 7, lid 13</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 84</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2006-02-14</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2006-03-02</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2014-07-17</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2006/305</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>algemeen bestuur en organisatie</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>1.Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      Verordening rechtsbescherming gemeente Coevorden 2006
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef>
        <preambule>
          <al>No. 2006/305</al>
          <al>De raad, het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester van
                        de gemeente Coevorden, ieder voor zoveel het hun bevoegdheid betreft;</al>
          <al/>
          <al>gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 2 februari 2006, nr
                        305;</al>
          <al/>
          <al>gelet op de bepalingen van de Algemene wet bestuursrecht en de
                        Gemeentewet;</al>
          <al/>
          <al>besluiten:</al>
          <al/>
          <al>vast te stellen de volgende Verordening rechtsbescherming gemeente Coevorden
                        2006</al>
        </preambule>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>1</nr>
            <titel>Algemene bepalingen</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1</nr>
              <titel>Begripsbepalingen</titel>
            </kop>
            <al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>de wet: de Algemene wet bestuursrecht;</al></li>
              <li nr="b."><al>verwerend orgaan: het gemeentelijk orgaan dat het besluit heeft
                                    genomen waartegen bezwaar is gemaakt;</al></li>
              <li nr="d."><al>college: het college van burgemeester en wethouders;</al></li>
              <li nr="e."><al>commissie: de commissie voor de rechtsbescherming als bedoeld
                                    in</al><al> artikel 2 van deze verordening of, indien die commissie uit
                                    haar midden een kamer heeft ingesteld ter uitvoering van deze
                                    verordening, die kamer;</al></li>
              <li nr="f."><al>voorzitter: de voorzitter van de commissie c.q. kamer.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>2</nr>
              <titel>Instelling en taak</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Er is een commissie voor de rechtsbescherming.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>De commissie is belast met de advisering ten aanzien van de
                                beslissing op bezwaarschriften die tegen besluiten zijn ingediend
                                bij het bestuursorgaan op grond van enige wettelijke regeling.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Van het bepaalde in het tweede lid zijn uitgezonderd
                                bezwaarschriften die zijn ingediend tegen besluiten die genomen zijn
                                op grond van een gemeentelijke belastingverordening.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>3</nr>
              <titel>Samenstelling</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>De commissie bestaat uit maximaal zes leden alsmede een genoegzaam
                                aantal plaatsvervangers, die worden benoemd, geschorst en ontslagen
                                door het college.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Tot lid van de commissie, zijn niet benoembaar:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>ambtenaren, door of vanwege het gemeentebestuur aangesteld
                                        of daaraan ondergeschikt, alsmede zij die op
                                        arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht werkzaam zijn bij
                                        de gemeente;</al></li>
                <li nr="b."><al>leden van de gemeenteraad;</al></li>
                <li nr="c."><al>leden van het college;</al></li>
                <li nr="d."><al>leden van een gemeentelijke commissie, waaraan bevoegdheden
                                        van de gemeenteraad of het college zijn toegekend.</al></li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>De leden wijzen uit hun midden een voorzitter en een
                                plaatsvervangend voorzitter aan.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>4</nr>
              <titel>Secretariaat</titel>
            </kop>
            <al>Het secretariaat van de commissie wordt verzorgd door een of meer, door
                            het college aan te wijzen, ambtenaren.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>5</nr>
              <titel>Kamers</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>De commissie kan zich in kamers opsplitsten, die belast zijn met de
                                behandeling van bepaalde categorieën bezwaarschriften.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Een kamer bestaat uit tenminste drie leden.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>1. De commissie bepaalt het aantal kamers, stelt voor elke kamer
                                vast welke categorie of categorieën bezwaarschriften door die kamer
                                zullen worden behandeld. </al>
              <al>2. De commissie wijst de leden, de voorzitter daaronder begrepen, en
                                de plaatsvervangende leden van elke kamer aan. </al>
              <al>3. De commissie stelt bij aanwijzing van de plaatsvervangende leden
                                voor elke kamer tevens een rooster voor hun plaatsvervanging op. </al>
              <al>4. De secretaris van de commissie of een van diens plaatsvervangers
                                treedt op als secretaris van een kamer. </al>
              <al>5. Op de werkwijze van de kamers is het bepaalde in deze verordening
                                zo veel mogelijk van overeenkomstige toepassing.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>De voorzitter van de commissie stelt de gemeenteraad, het college en
                                de burgemeester onmiddellijk in kennis van de in het derde lid
                                bedoelde besluiten.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>6</nr>
              <titel>Zittingsduur</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>De leden van de commissie treden af op de dag waarop de leden van de
                                gemeenteraad aftreden. Zij kunnen terstond worden herbenoemd.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>De leden van de commissie kunnen op ieder moment ontslag nemen.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Aftredende of ontslagnemende leden blijven hun functie waarnemen
                                totdat in hun opvolging is voorzien.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>7</nr>
              <titel>Onvrijwillig ontslag</titel>
            </kop>
            <al>Het college ontslaat de leden van de commissie die door handelen of
                            nalaten ernstig nadeel toebrengen in het in hen gestelde
                            vertrouwen.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>8</nr>
              <titel>Quorum commissie/kamers</titel>
            </kop>
            <al>Voor het houden van een zitting is vereist dat tenminste de voorzitter
                            dan wel de plaatsvervangend voorzitter en één lid aanwezig is.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>9</nr>
              <titel>Verslag</titel>
            </kop>
            <al>De commissie brengt jaarlijks verslag uit aan het college en de raad van
                            haar werkzaamheden en de werkzaamheden van eventuele kamers uit haar
                            midden.</al>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>2</nr>
            <titel>Het adviseren inzake beslissingen op bezwaarschriften</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>10</nr>
              <titel>Vergaderingen</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>De voorzitter belegt een vergadering telkens als dit voor de
                                behandeling van één of meer bezwaarschriften en met inachtneming van
                                de in de wet getelde termijnen noodzakelijk is.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Hij draagt zorg voor de oproeping van de leden onder mededeling van
                                de voor de vergadering opgestelde agenda.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>11</nr>
              <titel>Niet deelneming aan de behandeling</titel>
            </kop>
            <al>De leden van de commissie nemen niet deel aan de behandeling van een
                            bezwaarschrift indien daarbij hun onpartijdigheid in het geding kan
                            zijn.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>12</nr>
              <titel>Het indienen van bezwaar van het bezwaar- of
                                beroepschrift</titel>
            </kop>
            <al>Het bestuursorgaan stelt het bezwaarschrift onmiddellijk na ontvangst in
                            handen van de commissie.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>13</nr>
              <titel>Vooronderzoek</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>De voorzitter draagt er zorg voor, dat al het noodzakelijke wordt
                                gedaan om de behandeling van het bezwaarschrift genoegzaam voor te
                                bereiden.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Hij is bevoegd daartoe rechtstreeks alle gewenste inlichtingen in te
                                winnen.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>14</nr>
              <titel>Overdracht bevoegdheden</titel>
            </kop>
            <al>De bevoegdheden, welke op grond van de volgende artikelen van de wet bij
                            het bestuursorgaan berusten, worden ter uitvoering van deze verordening
                            uitgeoefend door de voorzitter:</al>
            <al>a. artikel 2.1, tweede lid; </al>
            <al>b. artikel 6:6; </al>
            <al>c. artikel 6:17; </al>
            <al>d. artikel 7:3; </al>
            <al>e. artikel 7:4, 2e lid;</al>
            <al>f. artikel 7.6, 4e lid; </al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>15</nr>
              <titel>Uitnodiging zitting</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>De voorzitter nodigt de belanghebbenden en het verwerend orgaan ten
                                minste twee weken voor de zitting schriftelijk uit.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Binnen drie dagen na de uitnodiging kunnen de belanghebbenden of het
                                verwerend orgaan onder opgaaf van redenen de voorzitter verzoeken
                                het tijdstip van de zitting te wijzigen.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>De beslissing van de voorzitter op dit verzoek wordt uiterlijk één
                                week voor het tijdstip van de zitting aan de belanghebbenden en het
                                verwerend orgaan meegedeeld.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>De voorzitter is bevoegd in bijzondere omstandigheden af te wijken
                                of afwijking toe te staan van de termijnen die genoemd zijn in het
                                eerste tot en met het derde lid.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>16</nr>
              <titel>Gelegenheid horen</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>De opgeroepen belanghebbende en het bestuursorgaan worden in de
                                gelegenheid gesteld in persoon of bij gemachtigde in een vergadering
                                van de commissie hun standpunt toe te lichten.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>De voorzitter beslist over de toepassing van artikel 7:3 van de
                                wet.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Indien de voorzitter op grond van het tweede lid besluit af te zien
                                van het horen, doet hij daarvan mededeling aan de belanghebbenden en
                                het verwerend orgaan.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>17</nr>
              <titel>Openbaarheid van vergadering</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>De in artikel 16 bedoelde vergadering is openbaar tot het moment van
                                beraadslaging van de commissie over het uit te brengen advies.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>De deuren worden gesloten, wanneer twee leden van de commissie het
                                verzoeken of de voorzitter het nodig oordeelt. De commissie besluit
                                of met gesloten deuren wordt vergaderd.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>In de in het tweede lid bedoelde vergadering kunnen de in artikel 16
                                bedoelde belanghebbenden aanwezig zijn en het woord voeren.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>De voorzitter kan de vergadering schorsen voor onderling beraad van
                                de commissie. De in het derde lid bedoelde personen zijn bij dit
                                beraad niet aanwezig.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>5.</lidnr>
              <al>De voorzitter draagt er zorg voor dat tegelijk met de oproeping van
                                de leden de plaats en het tijdstip van de vergadering ter openbare
                                kennis worden gebracht.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>18</nr>
              <titel>Het verslag</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Het verslag als bedoeld in artikel 7.7 van de wet vermeldt:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>de namen van de leden van de commissie;</al></li>
                <li nr="b."><al>de namen van de op de vergadering verschenen
                                        belanghebbenden, hun gemachtigden, getuigen en
                                        deskundigen;</al></li>
                <li nr="c."><al>een korte vermelding van hetgeen op de vergadering met
                                        betrekking tot het behandelde bezwaar voorvalt.</al></li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>De voorzitter en de secretaris ondertekenen het verslag.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Een afschrift van het verslag wordt aan de in artikel 16 genoemde
                                belanghebbenden gezonden.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>19</nr>
              <titel>Het advies</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>De commissie beraadslaagt en beslist achter gesloten deuren over het
                                door haar uit te brengen advies.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Het aan het bestuursorgaan uit te brengen schriftelijk advies bevat
                                de gronden waarop het steunt.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Het advies wordt vastgesteld bij meerderheid van stemmen. Bij staken
                                van stemmen beslist de stem van de voorzitter.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>De voorzitter en de secretaris ondertekenen het advies.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>5.</lidnr>
              <al>Het advies wordt zo spoedig mogelijk ter kennis gebracht van de in
                                artikel 16 bedoelde belanghebbenden.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>6.</lidnr>
              <al>Het advies wordt, onder toezending van de op het advies betrekking
                                hebbende stukken, aan het bestuursorgaan uitgebracht zo spoedig
                                mogelijk nadat het bezwaarschrift bij het bestuursorgaan is
                                binnengekomen.</al>
            </lid>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>3</nr>
            <titel>Vergoeding werkzaamheden</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>20</nr>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>De voorzitter van de commissie ontvangt voor het bijwonen van de
                                vergaderingen van de commissie een vergoeding ten bedrage van €
                                180,- per vergadering.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Een lid van de commissie ontvangt voor het bijwonen van de
                                vergaderingen van de commissie een vergoeding ten bedrage € 150,-
                                per vergadering.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>De bedragen genoemd in de leden 1 en 2 worden jaarlijks per 1
                                januari geïndexeerd aan de hand van de loon- en prijsontwikkelingen
                                in de overheidssector.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>Een lid van de commissie ontvangt een vergoeding van reiskosten voor
                                het bijwonen van vergaderingen van de commissie. De vergoeding
                                betreft:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>Bij gebruik van openbare middelen van vervoer: een volledige
                                        vergoeding van in redelijkheid gemaakte reiskosten.</al></li>
                <li nr="b."><al>bij gebruik van een eigen motorvoertuig: een vergoeding van
                                        de in redelijkheid noodzakelijk gemaakte reiskosten
                                        overeenkomstig de bedragen in</al><al> artikel 2 van de Reisregeling binnenland.</al></li>
              </lijst>
            </lid>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>4</nr>
            <titel>Slotbepalingen</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>21</nr>
              <titel>Citeertitel</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Deze verordening kan worden aangehaald als "Verordening
                                    rechtsbescherming gemeente Coevorden 2006".</al></li>
              <li nr="2."><al>Deze verordening treedt in werking op de dag na
                                    bekendmaking.</al></li>
              <li nr="3."><al>Met ingang van deze datum vervalt de “Verordening
                                    rechtsbescherming gemeente Coevorden 1998”.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
      </regeling-tekst>
      <regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering>
        
        <ondertekening>Aldus vastgesteld door de gemeenteraad in de openbare vergadering van 14
                        februari 2006.</ondertekening>
        <ondertekening/>
        <ondertekening>, voorzitter.</ondertekening>
        <ondertekening/>
        <ondertekening>, griffier.</ondertekening>
        <ondertekening/>
        <ondertekening>Burgemeester en wethouders voornoemd,</ondertekening>
        <ondertekening>, burgemeester.</ondertekening>
        <ondertekening>, secretaris.</ondertekening>
        <ondertekening/>
        <ondertekening>De burgemeester voornoemd,</ondertekening>
      </regeling-sluiting>
      <nota-toelichting>
        <tussenkop>Toelichting </tussenkop>
        <al>In de aanhef van de regelgeving is bepaald dat de bestuursorganen van de
                    gemeente, de raad, het college en de burgemeester, ieder voor zover het hun
                    bevoegdheden betreft, besluiten de verordening vast te stellen. Duidelijk is dat
                    de raad de verordende bevoegdheid heeft. Het college en de burgemeester hebben
                    deze bevoegdheid niet, maar nemen hiermee het besluit tot instellen van de
                    commissie bezwaarschriften. Op deze manier is het mogelijk dat de
                    bestuursorganen samen een en dezelfde commissie instellen om te adviseren op
                    bezwaren tegen besluiten van de raad, het college en de burgemeester. De
                    ondertekening gebeurt eveneens door de drie bestuursorganen. Op een aantal
                    artikelen wordt een nadere toelichting gegeven.</al>
        <tussenkop>Artikel 1 Begripsbepaling</tussenkop>
        <al>In dit artikel zijn slechts die begripsbepalingen opgenomen die niet in de Awb
                    voorkomen. Zo ontbreekt er een omschrijving van het begrip 'bestuursorgaan'
                    hoewel dat op meerdere plaatsen in de verordening voorkomt. Het bestuursorgaan
                    dat het bestreden besluit heeft genomen, wordt in de verordening aangeduid als
                    'verwerend orgaan'. Dit kan de gemeenteraad betreffen, het college van
                    burgemeester en wethouders, de burgemeester of een commissie waaraan via
                    delegatie bepaalde bevoegdheden van de hiervoor genoemde bestuursorganen zijn
                    overgedragen.</al>
        <tussenkop>Artikel 2 Instelling en taak</tussenkop>
        <al>In het derde lid wordt gebruik gemaakt van de mogelijkheid belastingzaken (incl.
                    de WOZ) uit te zonderen, omdat die betrekking hebben op een zo specifieke
                    materie of voor onderwerpen waarover zulke grote aantallen bezwaarschriften te
                    verwachten zijn dat het wenselijk is daarvoor een andere methodiek van horen en
                    adviseren te hanteren. De Algemene wet inzake rijksbelastingen en de WOZ
                    bevatten afwijkende of aanvullende bepalingen bevatten over beslistermijnen, het
                    horen en de geheimhouding. In verband hiermee hebben wij ervoor gekozen ze uit
                    te zonderen.</al>
        <tussenkop>Artikel 3 Samenstelling van de commissie</tussenkop>
        <al>Het eerste lid verwijst naar de adviescommissie zoals bedoeld in artikel 7:13
                    Awb.</al>
        <al>Door de bepaling in het eerste delegeert de raad de benoeming van commissieleden
                    aan het college.</al>
        <tussenkop>Artikel 4 Secretaris</tussenkop>
        <al>Hoewel in de Awb nergens over een secretaris wordt gesproken, is het
                    gebruikelijk dat een commissie beschikt over een secretaris ter ondersteuning
                    van de werkzaamheden.</al>
        <tussenkop>Artikel 5 Kamers</tussenkop>
        <al>De commissie kan worden opgedeeld in kamers.</al>
        <tussenkop>Artikel 6 Zittingsduur</tussenkop>
        <al>Een lid kan bij zijn ontslag zelf het tijdstip van dat ontslag bepalen. Het kan
                    ook een later tijdstip kiezen om zodoende eventueel nog bij de afhandeling van
                    lopende zaken betrokken te kunnen zijn. De bepaling van het derde lid is van
                    orde. Een ontslagnemend lid kan niet gedwongen worden ook feitelijk de functie
                    te blijven vervullen.</al>
        <tussenkop>Artikel 8 Quorum</tussenkop>
        <al>Dit artikel spreekt voor zich.</al>
        <al>Er is geen wettelijk bezwaar tegen het horen in het kader van de
                    bezwaarprocedure door de voorzitter en één lid van de adviescommissie, terwijl
                    advisering door de voltallige commissie heeft plaatsgevonden.</al>
        <tussenkop>Artikel 11 Niet-deelneming aan de behandeling</tussenkop>
        <al>Dit artikel behoeft geen toelichting. Zie ook artikel 2:4 Awb.</al>
        <al>Ook al is de voorzitter formeel onafhankelijk, dan staat daarmee nog niet vast
                    dat automatisch ook op inhoudelijk vlak van niet-vooringenomenheid sprake
                    is.</al>
        <tussenkop>Artikel 13 Vooronderzoek</tussenkop>
        <al>Het spreekt voor zich dat de voorzitter van de commissie er zorg voor dient te
                    dragen dat al het noodzakelijke wordt gedaan om de behandeling van het
                    bezwaarschrift genoegzaam voor te bereiden. Dat geldt zowel intern bij de
                    gemeente - hij krijgt de bevoegdheid alle gewenste inlichtingen in te winnen -
                    als extern. Zo moet het mogelijk zijn om met de klager in contact te treden om
                    nadere informatie in te winnen of bijvoorbeeld hem bij kennelijke
                    niet-ontvankelijkheid in overweging te geven het bezwaarschrift in te
                    trekken.</al>
        <al>Aangezien het college belast is met de uitvoering van de begroting, ligt het
                    voor de hand dat bijzondere kosten niet gemaakt worden voordat dat college de
                    gelegenheid heeft gehad dit te toetsen aan een begrotingspost.</al>
        <al>In dit verband verdient ook artikel 3:7 Awb aandacht. Daarin is bepaald dat het
                    bestuursorgaan waaraan advies wordt uitgebracht, al dan niet op verzoek, de
                    gegevens ter beschikking stelt aan de adviseur die nodig zijn voor een goede
                    vervulling van diens taak.</al>
        <al>Uit de hier gebezigde formulering volgt dat het ter beoordeling van het
                    bestuursorgaan blijft welke gegevens dat zullen zijn. Uit de aard van het advies
                    van de commissie vloeit evenwel voort dat dit alle op de zaak betrekking
                    hebbende gegevens zullen zijn. De commissie zal immers geen afgewogen oordeel
                    kunnen uitbrengen indien gegevens worden achtergehouden.</al>
        <tussenkop>Artikel 14 Overdracht bevoegdheden</tussenkop>
        <al>Ingevolge artikel 7:13 Awb beslist de commissie over onder andere de toepassing
                    van artikel 7:4, zesde lid, en 7:5, tweede lid. Dit uitdrukkelijke voorschrift
                    maakt het niet mogelijk dat deze bevoegdheid door de voorzitter (of een ander
                    lid) van de commissie wordt uitgeoefend. De hiervoor aangehaalde bepalingen zijn
                    in dit artikel dan ook niet genoemd.</al>
        <al>De in dit artikel aangehaalde artikelen of artikelleden van de Awb luiden als
                    volgt.</al>
        <tussenkop>Artikel 2:1, tweede lid Awb</tussenkop>
        <al>Een bestuursorgaan kan van een gemachtigde een schriftelijke machtiging
                    verlangen.</al>
        <tussenkop>Artikel 6:6 Awb</tussenkop>
        <al>Indien niet is voldaan aan artikel 6:5 of aan enig ander bij de wet gesteld
                    vereiste voor het in behandeling nemen van het bezwaar of beroep, kan dit
                    niet-ontvankelijk worden verklaard, mits de indiener de gelegenheid heeft gehad
                    het verzuim te herstellen binnen een hem daartoe gestelde termijn.</al>
        <tussenkop>Artikel 6:17 Awb</tussenkop>
        <al>Indien iemand zich laat vertegenwoordigen, zendt het orgaan dat bevoegd is op
                    het bezwaar te beslissen, de op de zaak betrekking hebbende stukken in elk geval
                    aan de gemachtigde.</al>
        <tussenkop>Artikel 7:4, tweede lid Awb</tussenkop>
        <al>Het bestuursorgaan legt het bezwaarschrift en alle verder op de zaak betrekking
                    hebbende stukken voorafgaand aan het horen gedurende ten minste één week voor
                    belanghebbenden ter inzage.</al>
        <tussenkop>Artikel 7:6, vierde lid Awb</tussenkop>
        <al>Het bestuursorgaan kan, al dan niet op verzoek van een belanghebbende,
                    toepassing van het derde lid achterwege laten, voor zover geheimhouding om
                    gewichtige redenen is geboden [...].</al>
        <al>Het derde lid van dit artikel luidt:</al>
        <al>Wanneer belanghebbenden afzonderlijk zijn gehoord, wordt ieder van hen op de
                    hoogte gesteld van het verhandelde tijdens het horen buiten zijn
                    aanwezigheid.</al>
        <tussenkop>Artikel 15 Uitnodiging zitting</tussenkop>
        <al>Ingevolge het eerste lid van deze bepaling wordt ook het verwerend orgaan
                    uitgenodigd voor de zitting. Het is van groot belang dat dit orgaan zich ook ter
                    zitting laat vertegenwoordigen. Daarmee kan worden voorkomen dat er, vanwege de
                    inbreng van bezwaarmaker, een eenzijdig beeld ontstaat. Voorts is het voor een
                    externe commissie van groot belang om van bestuurlijke zijde te vernemen hoe een
                    beslissing tot stand is gekomen. Anders kan het voor de commissie moeilijk
                    worden om een goede afweging te maken.</al>
        <al>Het verdient aanbeveling een termijn vast te stellen die ligt tussen de
                    oproeping en de zitting zelf. In het algemeen moet gedacht worden aan een
                    zodanige termijn dat de bezwaarde en de overige belanghebbenden voldoende
                    gelegenheid krijgen om zich behoorlijk op de zitting voor te bereiden.
                    Bezwaarden kunnen geattendeerd worden op de mogelijkheid om hun verweer op
                    schrift te stellen dat bij het verslag wordt gevoegd.</al>
        <al>Gekozen is voor een termijn van twee weken, mede in verband met de termijn van
                    10 weken waarbinnen, behoudens verdaging, op het bezwaar moet zijn beslist (zie
                    artikel 7:10 Awb) en het bepaalde in artikel 7:4 Awb (zie hierna).</al>
        <al>Voorts is een regeling opgenomen over het desgevraagd wijzigen van het tijdstip
                    van de zitting. Uitstel hoeft overigens niet altijd te worden verleend.
                    Betrokkene dient wel tijdig uitsluitsel over zijn verzoek om uitstel te krijgen.
                    Een verzoek om uitstel moet niet automatisch gehonoreerd worden. Een gemotiveerd
                    verzoek om uitstel kan ingewilligd worden, maar dient dan wel te worden beperkt
                    tot een eenmalig uitstel omdat anders de afwikkeling van het bezwaarschrift een
                    te grote vertraging kan ondervinden.</al>
        <al>De toelichting op dit artikel van deze verordening is ook de plaats om te wijzen
                    op het bepaalde in artikel 7:4 en 7:8 van de Awb. Het verdient aanbeveling om
                    van de inhoud van deze artikelen bij de uitnodiging van de hoorzitting
                    mededeling te doen.</al>
        <al>Omdat de inhoud van deze artikelen voor zich spreekt, is ermee volstaan de tekst
                    ervan hier integraal op te nemen.</al>
        <tussenkop>Artikel 7:4 Awb</tussenkop>
        <lijst>
          <li nr="1."><al>Tot 10 dagen voor het horen kunnen belanghebbenden nadere stukken
                            indienen.</al></li>
          <li nr="2."><al>Het bestuursorgaan/beroepsorgaan legt het bezwaarschrift/beroepschrift
                            en alle verder op de zaak betrekking hebbende stukken, voorafgaand aan
                            het horen, gedurende ten minste één week voor belanghebbenden ter
                            inzage.</al></li>
          <li nr="3."><al>Bij de oproeping voor het horen worden belanghebbenden gewezen op het
                            eerste lid en wordt vermeld waar en wanneer de stukken ter inzage zullen
                            liggen.</al></li>
          <li nr="4."><al>Belanghebbenden kunnen van deze stukken tegen vergoeding van ten hoogste
                            de kosten afschriften verkrijgen.</al></li>
          <li nr="5."><al>Voor zover de belanghebbenden daarmee instemmen, kan toepassing van het
                            tweede lid achterwege worden gelaten.</al></li>
          <li nr="6."><al>Het bestuursorgaan/beroepsorgaan kan, al dan niet op verzoek van een
                            belanghebbende, toepassing van het tweede lid voorts achterwege laten,
                            voor zover geheimhouding om gewichtige redenen is geboden. Van de
                            toepassing van deze bepaling wordt mededeling gedaan.</al></li>
          <li nr="7."><al>Gewichtige redenen zijn in elk geval niet aanwezig, voor zover ingevolge
                            de Wet openbaarheid van bestuur de verplichting bestaat een verzoek om
                            informatie, vervat in deze stukken, in te willigen.</al></li>
          <li nr="8."><al>Indien een gewichtige reden is gelegen in de vrees voor schade aan de
                            lichamelijke of geestelijke gezondheid van een belanghebbende, kan
                            inzage van de desbetreffende stukken worden voorbehouden aan een
                            gemachtigde die hetzij advocaat, hetzij arts is.</al></li>
        </lijst>
        <al>Volgens de parlementaire geschiedenis zal voor het aannemen van
                    geheimhoudingsredenen een sterkere grond aanwezig moeten zijn dan de in de WOB
                    opgenomen weigeringsgronden.</al>
        <al>In de bezwaarschriftprocedure is aangaande inzage in en geheimhouding van
                    stukken niet de WOB, maar artikel 7:4 Awb van toepassing.</al>
        <tussenkop>Artikel 7:8 Awb</tussenkop>
        <lijst>
          <li nr="1."><al>Op verzoek van de belanghebbende kunnen door hem meegebrachte getuigen
                            en deskundigen worden gehoord.</al></li>
          <li nr="2."><al>De kosten van getuigen en deskundigen zijn voor rekening van de
                            belanghebbende die hen heeft meegebracht.</al></li>
        </lijst>
        <al>Het aanwezig zijn van partijen bij het horen van getuigen in de
                    bezwaarschriftprocedure is een beginsel van goede procesorde.</al>
        <tussenkop>Artikel 16 Hoorzitting</tussenkop>
        <al>Artikel 7:3 van de Awb geeft aan in welke gevallen van het horen van
                    belanghebbenden kan worden afgezien. Voor een ingediend bezwaarschrift is dat
                    indien:</al>
        <lijst>
          <li nr="a."><al>het bezwaarschrift kennelijk niet-ontvankelijk is;</al></li>
          <li nr="b."><al>het bezwaar kennelijk ongegrond is;</al></li>
          <li nr="c."><al>de belanghebbenden verklaard hebben geen gebruik te willen maken van het
                            recht te worden gehoord, of</al></li>
          <li nr="d."><al>aan het bezwaar volledig tegemoet wordt gekomen en andere
                            belanghebbenden daardoor niet in hun belangen kunnen worden
                            geschaad.</al></li>
        </lijst>
        <tussenkop>Ad d.</tussenkop>
        <al>Het ligt voor de hand dat indien het verwerend orgaan aan het bezwaar van
                    appellant volledig tegemoet denkt te kunnen komen, het daarover met de
                    voorzitter van de commissie contact opneemt. In dit verband wordt ook gewezen op
                    artikel 6:18 en 6:19 Awb. In artikel 6:18 gaat het over het tijdens het
                    aanhangig zijn van bezwaar intrekken of wijzigen van het bestreden besluit. In
                    artikel 6:19 wordt bepaald dat indien een bestuursorgaan zo'n intrekkings- of
                    wijzigingsbesluit heeft genomen, het bezwaar geacht wordt mede gericht te zijn
                    tegen het nieuwe besluit tenzij dat besluit geheel tegemoetkomt aan het
                    bezwaar.</al>
        <al>De bevoegdheid om van het horen af te zien wordt door de verordening toegekend
                    aan de voorzitter van de commissie. Deze beslissing is dus niet aan het
                    bestuursorgaan dat het bezwaarschrift heeft ontvangen. Dat zou overigens ook
                    niet mogelijk zijn, gelet op artikel 7:13, vierde lid, waarin onder andere is
                    bepaald dat de commissie, voor zover bij wettelijk voorschrift niet anders is
                    bepaald, beslist over de toepassing van artikel 7:3.</al>
        <al>In het uiteindelijk uit te brengen advies hier op teruggekomen moeten worden.
                    Dat is noodzakelijk omdat ingevolge artikel 7:12 Awb bij de beslissing op een
                    bezwaarschrift, indien van het horen is afgezien, aangegeven moet worden op
                    welke grond dat is geschied.</al>
        <tussenkop>Artikel 17 Openbaarheid zitting</tussenkop>
        <al>Ingevolge artikel 7:5, tweede lid Awb besluit het bestuursorgaan, voor zover
                    niet bij wettelijk voorschrift anders is bepaald, of het horen in het openbaar
                    plaatsvindt. In artikel 7:13, vierde lid Awb wordt deze bevoegdheid aan de
                    commissie toegekend.</al>
        <al>In de onderhavige verordeningsbepaling is vastgelegd dat de hoorzitting in
                    principe in het openbaar plaatsvindt. Uitzondering op deze regel blijft
                    mogelijk, bijvoorbeeld indien bijzonder persoonlijke zaken van familiaire,
                    medische of financiële aard of andere zaken met een vertrouwelijk karakter aan
                    de orde komen.</al>
        <al>De zitting dient te worden onderscheiden van de beraadslaging van de commissie,
                    die ingevolge artikel 16 van de verordening achter gesloten deuren
                    plaatsheeft.</al>
        <al>De zitting van de commissie vindt in beginsel achter gesloten deuren plaats wat
                    betreft bezwaarschriften die zijn ingediend tegen bijvoorbeeld persoonsgebonden
                    besluiten op grond van de Wet werk en bijstand.</al>
        <tussenkop>Artikel 18 Schriftelijke verslaglegging</tussenkop>
        <al>Artikel 7:7 Awb vereist zeer kort en bondig dat van het horen een verslag wordt
                    gemaakt. De wijze waarop en de inhoudelijk vereisten aan het verslag worden niet
                    door de Awb geregeld. Dit staat er overigens niet aan in de weg dat in de
                    verordening een vaste procedure wordt opgenomen.</al>
        <al>Het bepaalde in het eerste lid hoeft niet zo ver te strekken dat van al het
                    aanwezige publiek naam en hoedanigheid wordt opgenomen. Wel zal uit het verslag
                    duidelijk moeten blijken wie namens welke partij aanwezig was en wat door hen
                    naar voren is gebracht.</al>
        <al>Gezien de betekenis van de hoorzitting in het kader van de besluitvorming in de
                    bezwaarschriftfase, ligt het voor de hand (hoewel niet voorgeschreven in de Awb)
                    dat het verslag van de zitting uiterlijk gelijktijdig met de beslissing op het
                    bezwaar aan belanghebbende wordt toegezonden. Ook is het mogelijk het verslag
                    van de hoorzitting vóór het nemen van het bestreden besluit aan de
                    belanghebbenden te zenden. Hierdoor krijgen belanghebbenden de gelegenheid te
                    reageren indien het verslag een onjuiste weergave bevat van de hoorzitting. Uit
                    oogpunt van een zorgvuldige voorbereiding zal dit vaak de voorkeur genieten. Het
                    verslag speelt ook een rol in de raadkamer en bij het advies. Als een lid
                    afwezig is geweest bij het horen en de stemmen staken in de adviescommissie,
                    hoeft bij de hernieuwde behandeling in de commissie niet opnieuw gehoord te
                    worden.</al>
        <tussenkop>Artikel 19 Raadkamer en advies</tussenkop>
        <al>De hoorzitting is in principe openbaar; de hier bedoelde beraadslaging vindt
                    achter gesloten deuren plaats.</al>
        <al>Het horen kan plaatsvinden door een niet-voltallige commissie; de advisering
                    dient plaats te vinden door een commissie die voldoet aan de eisen van artikel
                    7:13, eerste lid, onder a. Hoe het advies totstandkomt, is niet voorgeschreven.
                    Schriftelijke consultatie is mogelijk.</al>
        <al>Volgens artikel 7:13, zesde lid Awb maakt in de bezwaarschriftprocedure het
                    verslag van de hoorzitting deel uit van het advies van de commissie en wordt het
                    schriftelijk uitgebracht.</al>
        <al>De beslistermijn bedraagt ingevolge artikel 7:10 van de Awb 10 weken, behoudens
                    in het geval van opschorting of met gebruikmaking van de mogelijkheid van
                    verdaging. De onderhavige bepaling verlangt van de voorzitter van de commissie
                    dat indien hij voorziet dat de termijn als hiervoor bedoeld niet wordt gehaald,
                    hij tijdig het bestuursorgaan verzoekt de beslissing op het bezwaar te
                    verdagen.</al>
        <al>Het besluit tot verdaging is een beschikking. Ingevolge artikel 7:14 Awb zijn
                    artikel 3:41 tot en met 3:45 Awb, die de wijze van bekendmaking en mededeling
                    van besluiten regelen, in dit geval niet van toepassing. Artikel 3:40 Awb is wel
                    van toepassing. Dit artikel bepaalt dat een besluit niet in werking treedt
                    voordat het bekendgemaakt is. Het ligt voor de hand in verband hiermee ook
                    belanghebbenden een afschrift van het verdagingsbesluit toe te zenden.</al>
        <tussenkop>Artikel 20 Vergoeding werkzaamheden</tussenkop>
        <al>Aangezien de leden van de commissie op grond van hun bijzondere beroepsmatige
                    deskundigheid op het taakgebied van de commissie voor deelneming aan haar
                    werkzaamheden zijn aangetrokken wijkt de vergoeding voor het bijwonen van de
                    vergaderingen van de commissie naar boven af van de bedragen, genoemd in bijlage
                    II, behorende bij het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden. Zulks met
                    toepassing van artikel 15 van het rechtspositiebesluit raads- en
                    commissieleden.</al>
      </nota-toelichting>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>