<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR361805_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de uitgangspunten voor het financieel beleid, alsmede voor het financieel beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie van de gemeente Werkendam</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Werkendam</dcterms:creator><dcterms:modified>2019-03-21</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Werkendam</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad, 2015, 13258</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Financiële verordening gemeente Werkendam 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 212</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-02-10</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-02-17</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2019-01-15</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>73967</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>archief</overheidrg:onderwerp><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Regeling vervangt Financiële verordening gemeente Werkendam 2009, vastgesteld op 06-10-2009.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de uitgangspunten voor het financieel beleid, alsmede voor het financieel beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie van de gemeente Werkendam</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Werkendam;</al><al/><al>gelezen het voorstel het college;</al><al/><al>gelet op artikel 212 van de Gemeentewet;</al><al/><al>b e s l u i t:</al><al/><al>vast te stellen de</al><al/><al>Verordening op de uitgangspunten voor het financieel beleid, alsmede voor
                        het financieel beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie
                        van de gemeente Werkendam.</al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Definities</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><al>a. ambtelijke organisatie:</al><al>de ambtelijke organisatie zoals bedoeld in het Organisatiebesluit Werkendam
                        2012.</al><al>b. administratie:</al><al>het systematisch verzamelen, vastleggen, verwerken en verstrekken van
                        informatie ten behoeve van het besturen, het functioneren en het beheersen
                        van (onderdelen van) de organisatie van de gemeente Werkendam en ten behoeve
                        van de verantwoording die daarover moet worden afgelegd.</al><al>c. financiële administratie:</al><al>het onderdeel van de administratie dat omvat het systematisch maken en
                        verwerken van aantekeningen betreffende de financiële gegevens van
                        (onderdelen van) de organisatie van de gemeente Werkendam, teneinde te komen
                        tot een goed inzicht in:</al><al>1. de financieel-economische positie;</al><al>2. het financiële beheer ;</al><al>3. de uitvoering van de begroting;</al><al>4. het afwikkelen van vorderingen en schulden;</al><al>5. alsmede tot het afleggen van rekening en verantwoording daarover.</al><al>d. administratieve organisatie:</al><al>het stelsel van organisatorische maatregelen gericht op het tot stand
                        brengen en het in stand houden van de goede werking van de bestuurlijke en
                        ambtelijke informatieverzorging ten behoeve van de verantwoordelijke
                        leiding.</al><al>e. financieel beheer:</al><al>het uitoefenen van bestuur over en toezicht op het beheer van middelen en
                        het uitoefenen van rechten van de gemeente Werkendam.</al><al>f. rechtmatigheid:</al><al>het in overeenstemming zijn met geldende wet- en regelgeving, waaronder
                        gemeentelijke verordeningen en raadsbesluiten.</al><al/><al/><al>g. doelmatigheid:</al><al>het realiseren van bepaalde prestaties met een zo beperkt mogelijke inzet
                        van middelen.</al><al>h. doeltreffendheid:</al><al>de mate waarin de beoogde maatschappelijke effecten van het beleid ook
                        daadwerkelijk worden behaald.</al><al/><al/><al>Titel 1. Begroting en verantwoording </al><al/><al/><al><cursief>Kaderstellen</cursief></al><al/><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Programmabegroting</titel></kop><al>1. De raad stelt binnen 2 maanden na de aanvang van de nieuwe raadsperiode
                        een programma-indeling vast. Deze programma-indeling wordt daarna opgenomen
                        in de programmabegroting vanaf het eerstvolgende begrotingsjaar.</al><al>2. De raad steltper programma vast:</al><lijst><li nr="1."><al>de beoogde maatschappelijke effecten (wat willen we bereiken?);</al></li><li nr="2."><al>de te verrichten activiteiten (wat doen we daarvoor?);</al></li><li nr="3."><al>de baten en lasten (wat mag het kosten?).</al></li></lijst><al>3. Het college stelt per programma indicatoren voor met betrekking tot de
                        beoogde maatschappelijke effecten en te verrichten activiteiten. Als dit
                        niet mogelijk is geeft het college dit gemotiveerd aan.</al><al>4. De raad stelt de indicatoren, bedoeld in het derde lid, vast.</al><al>5. Het college draagt zorg voor het verzamelen en vastleggen van gegevens
                        over de te verrichten activiteiten en de maatschappelijke effecten, opdat de
                        doelmatigheid en doeltreffendheid van het beleid, zoals vastgesteld door de
                        raad, kunnen worden getoetst.</al><al/><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Producten</titel></kop><al>1. Bij de begroting en jaarrekening wordt een overzicht gegeven van de
                        toedeling van de producten uit de productenbegroting aan de
                        programma’s.</al><al>2. De onderverdeling van de programma’s in de producten staat, met
                        inachtneming van artikel 2 lid 1 van deze verordening, voor de raadsperiode
                        vast, tenzij er dringende redenen zijn tot wijzigen. Wijzigingen worden bij
                        de begroting expliciet vermeld.</al><al/><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Kaders begroting</titel></kop><al/><al>De raad stelt op voorstel van het college de kaders voor het volgende
                        begrotingsjaar en de drie opvolgende jaren vast overeenkomstig de jaarlijks
                        door de raad vast te stellen planning- en controlcyclus.</al><al/><al/><al> Uitvoering </al><al/><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Uitvoering begroting</titel></kop><al>1. Het college stelt regels die waarborgen dat de uitvoering van de
                        begroting rechtmatig, doelmatig en doeltreffend verloopt.</al><al>2. Het college draagt ten aanzien van de productenbegroting er zorg voor
                        dat:</al><al>a<cursief>. </cursief>de lasten en baten, door middel van kostentoerekening,
                        eenduidig zijn toegewezen aan de producten van de productenbegroting;</al><al>b. de budgetten uit de productenbegroting en kredieten voor investeringen
                        passen binnen de kaders zoals geautoriseerd bij de vaststelling van de
                        uiteenzetting van de financiële positie;</al><al>c. de lasten van de producten niet dusdanig worden overschreden dat de
                        realisatie van andere producten binnen hetzelfde programma onder druk
                        komt.</al><al>3. Het college draagt er zorg voor dat de lasten van de programma’s zoals
                        geautoriseerd in de (gewijzigde) begroting niet worden overschreden.</al><al/><al/><al><vet><cursief>Beheersing en Interne controle</cursief></vet></al><al/><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Interne controle</titel></kop><al>1. Het college draagt ten behoeve van het getrouwe beeld en de
                        rechtmatigheid van de jaarrekening zorg voor de jaarlijkse interne toetsing
                        van de getrouwheid van de informatieverstrekking, en de rechtmatigheid van
                        de beheershandelingen. Bij afwijkingen neemt het college maatregelen tot
                        herstel.</al><al>2. In de paragraaf bedrijfsvoering besteedt het college aandacht aan de
                        interne controle.</al><al/><al/><al><cursief>Rapportage en Verantwoording</cursief></al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Tussentijdse rapportage en informatie</titel></kop><al>1. Het college informeert de raad over de realisatie van de begroting
                        overeenkomstig de jaarlijks door de raad vast te stellen planning- en
                        controlcyclus.</al><al>2. De inrichting van de tussentijdse rapportages sluit aan bij de
                        programma-indeling van de begroting.</al><al>3. De rapportages gaan ten opzichte van de begroting in op financiële
                        afwijkingen (wat mag het kosten?), de stand van zaken met betrekking tot de
                        uitvoering van de geplande activiteiten (wat doen we daarvoor?) en indien
                        daar aanleiding voor is wijzigingen met betrekking tot de maatschappelijke
                        effecten (wat willen we bereiken?).</al><al>4. Het college informeert in ieder geval vooraf de raad en neemt pas een
                        besluit, nadat de raad in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en
                        bedenkingen ter kennis van het college te brengen voor zover het betreft
                        niet bij begroting vastgestelde afzonderlijke verplichtingen inzake:</al><al>a. voorbereidingskosten voor investeringen die niet voor het begrotingsjaar
                        maar wel voor een later jaar zijn opgenomen in het investeringsplan
                                <vet><onderstreept>en/of</onderstreept></vet> tenminste € 10.000
                        bedragen.</al><al>b. voorbereidingskosten voor een in het begrotingsjaar in het
                        investeringsplan opgenomen investering die nog niet is gevoteerd, als de te
                        maken kosten voorafgaand aan de votering van het investeringsbedrag hoger
                        zijn dan 10% van het in het investeringsplan opgenomen investeringsbedrag
                                <vet><onderstreept>en/of</onderstreept></vet> tenminste €
                        25.000;</al><al> c. het verstrekken van leningen, waarborgen en garanties.</al><al>5. Het college informeert de raad zo spoedig mogelijk nadat deze feiten zijn
                        gebleken over:</al><al>a. te verwachten overschrijdingen van gevoteerde investeringsbedragen, als
                        de te verwachten overschrijding hoger is dan 10% van het investeringsbedrag
                                <vet><onderstreept>en/of</onderstreept></vet> tenminste € 50.000
                        bedraagt;</al><al>b. te verwachten overschrijdingen van de lasten van een programma, als de te
                        verwachten overschrijding hoger is dan 10% van de lastenraming
                                <vet><onderstreept>en/of</onderstreept></vet> tenminste € 50.000
                        bedraagt.</al><al>6. Het college informeert vooraf de raad en neemt pas een besluit nadat de
                        raad in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van
                        het college te brengen indien het college nieuwe meerjarige verplichtingen
                        aangaat waarvan de jaarlijkse lasten niet meerjarig kunnen worden gedekt
                        binnen de meerjarenbegroting voor de betreffende programma en de
                        overschrijding van de meerjarenbegroting in enig jaar groter is dan €
                        10.000.</al><al/><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Jaarstukken</titel></kop><al>1. Het college draagt zorg voor een adequate vertaling van de verantwoording
                        van de ambtelijke organisatie naar de productenrekening en naar de
                        programmarekening.</al><al>2. Het college legt verantwoording af over de uitvoering van de programma’s.
                        In de verantwoording geeft het college aan:</al><al>a. wat is bereikt;</al><al>b. welke activiteiten zijn verricht;</al><al>c. wat de kosten zijn geweest;</al><al>d. hoe de resultaten zich verhouden tot de in de begroting gestelde doelen
                        (wat wilden we bereiken?, wat zouden we daarvoor doen?, wat mocht het
                        kosten?).</al><al>3. De raad bepaalt aan de hand van de uitvoering van de programma’s of de
                        beleidsdoelen van de programma’s voor het lopende jaar bijstelling
                        behoeven.</al><al/><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>EMU-saldo</titel></kop><al/><al>Wanneer het Rijk de gemeente bericht dat alle gemeenten samen het
                        collectieve aandeel van gemeenten in het EMU-tekort, bedoeld in artikel 3,
                        zesde lid, van de Wet houdbare overheidsfinanciën, hebben overschreden,
                        informeert het college de raad of een aanpassing van de begroting nodig is.
                        Als het college een aanpassing nodig acht, doet het college een voorstel
                        voor het wijzigen van de begroting. </al><al/><al/><al>Titel 2. Financiële positie </al><al/><al/><al><cursief>Kaderstellen</cursief></al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Financiële positie</titel></kop><al>1. Het college draagt er zorg voor, dat al het beleid waartoe de raad heeft
                        besloten, in de uiteenzetting van de financiële positie en de
                        meerjarenramingen is opgenomen.</al><al>2. Het totaalbedrag aan verleende garanties en waarborgen worden bij de
                        uiteenzetting van de financiële positie expliciet vermeld.</al><al>3. In het vaststellingsbesluit van de begroting wordt aangegeven welke
                        investeringen op het investeringsplan bij het vaststellen van de begroting
                        worden gevoteerd. Andere investeringen op het investeringsplan worden via
                        een afzonderlijk besluit gevoteerd.</al><al/><al> Artikel 11. Waardering &amp; afschrijving vaste activa </al><al/><al>De waardering en afschrijving van vaste activa heeft plaats overeenkomstig
                        een door de raad vast te stellen nota inzake het activeringsbeleid.</al><al/><al/><al>Artikel 12.Voorziening voor oninbare vorderingen </al><al/><al>1. Voor openstaande vorderingen betreffende de gemeentelijke heffingen wordt
                        een voorziening wegens oninbaarheid gevormd.</al><al>2. Voor de overige vorderingen wordt een voorziening wegens oninbaarheid
                        gevormd op basis van een beoordeling op inbaarheid van de openstaande
                        vorderingen.</al><al/><al/><al>Artikel 13. Reserves en voorzieningen </al><al/><al>In een door de raad vast te stellen afzonderlijke nota inzake het, reserve-
                        en voorzieningenbeleid wordt een regeling getroffen inzake:</al><al>a. de vorming en besteding van reserves;</al><al>b. de vorming en besteding van voorzieningen;</al><al>c. de toerekening en verwerking van rente over de reserves en de
                        voorzieningen,</al><al>in relatie tot het weerstandsvermogen bedoeld in artikel 16.</al><al/><al/><al>Artikel 14. Kostprijsberekening </al><al/><al>1. Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van producten en diensten van
                        de gemeente wordt een systeem van kostentoerekening gehanteerd. Bij de
                        kostentoerekening worden naast de directe kosten de indirecte
                        organisatiekosten betrokken.</al><al>2. Bij de indirecte kosten worden betrokken de bijdragen aan reserves voor
                        de noodzakelijke vervanging van de betrokken activa, de kapitaallasten van
                        de in gebruik zijnde activa en voor rioolrechten, reinigingsrechten en
                        afvalstoffenheffing de compensabele BTW.</al><al>3. De rentetoerekening van de kapitaallasten gaat uit van een percentage dat
                        in de begroting wordt vastgesteld op basis van de historische en actuele
                        rente voor langlopende geldleningen. Het streven is dit percentage over een
                        zo lang mogelijke periode gelijk te houden, opdat budgetvergelijkingen
                        tussen verschillende jaren niet worden beïnvloed door een wijziging van dit
                        percentage.</al><al/><al/><al><vet>Artikel 15. Prijzen economische activiteiten</vet></al><al/><lijst><li nr="1."><al>Voor de levering van goederen, diensten of werken aan
                                overheidsbedrijven en derden en met welke bijbehorende activiteiten
                                de gemeente in concurrentie met marktpartijen treedt, wordt
                                tenminste de geraamde integrale kostprijs in rekening gebracht. Bij
                                afwijking doet het college vooraf voor elk van deze activiteiten
                                afzonderlijk een voorstel voor een raadsbesluit, waarin het publiek
                                belang van de activiteit wordt gemotiveerd. </al></li><li nr="2."><al>Bij het verstrekken van leningen of garanties aan overheidsbedrijven
                                en derden brengt de gemeente de geraamde integrale kosten in
                                rekening. Bij afwijking doet het college vooraf een voorstel voor
                                een raadsbesluit, waarin het publiek belang van de lening of
                                garantie wordt gemotiveerd. </al></li><li nr="3."><al>Bij het verstrekken van kapitaal door de gemeente aan
                                overheidsbedrijven en derden gaat het college uit van een vergoeding
                                van tenminste de geraamde integrale kosten van de verstrekte
                                middelen. Bij afwijking doet het college vooraf een voorstel voor
                                een raadsbesluit, waarin het publiek belang van de
                                kapitaalverstrekking wordt gemotiveerd.</al></li><li nr="4."><al>Raadbesluiten met de motivering van het publiekbelang als bedoeld in
                                de vorige leden zijn niet nodig als sprake is van:</al><lijst><li nr="1."><al>leveringen van goederen, diensten of werken en het
                                        verstrekken van leningen, garanties en kapitaal aan andere
                                        overheden voor zover deze leveringen en verstrekkingen zijn
                                        bedoeld voor de uitoefening van de publieke taak door die
                                        andere overheid;</al></li><li nr="2."><al>een bevoordeling van activiteiten in het kader van een bij
                                        wet opgedragen publiekrechtelijke taak;</al></li><li nr="3."><al>een bevoordeling van activiteiten in het kader van een
                                        toegekend bijzonder of uitsluitend recht waarvoor
                                        prijsvoorschriften gelden;</al></li><li nr="4."><al>een bevoordeling van sociale werkplaatsen;</al></li><li nr="5."><al>een bevoordeling van onderwijsinstellingen;</al></li><li nr="6."><al>een bevoordeling van publieke media-instellingen; en</al></li><li nr="7."><al>een bevoordeling die valt onder de reikwijdte van de
                                        staatssteunregels van het Werkingsverdrag van de Europese
                                        Unie en daarmee verenigbaar is.</al></li></lijst></li></lijst><al/><al/><al><vet>Artikel 16. Vaststelling hoogte belastingen, rechten, heffingen en
                            prijzen </vet></al><al/><al>Het college doet de raad jaarlijks een voorstel over de hoogte van de
                        gemeentelijke belastingen en tarieven.</al><al/><al/><al>Artikel 17. Financieringsfunctie </al><al>In een door de raad vast te stellen afzonderlijk Treasurystatuut wordt een
                        regeling getroffen inzake de uitvoering van de financieringsfunctie.</al><al/><al/><al/><al>Titel 3. Paragrafen </al><al/><al/><al>Artikel 18. Lokale heffingen </al><al/><al>Het beleid inzake de lokale heffingen wordt vastgesteld en verantwoord in
                        respectievelijk de begroting en jaarrekening door middel van de ter
                        uitvoering van het Besluit begroting en verantwoording provincies en
                        gemeenten op te stellen paragraaf lokale heffingen.</al><al/><al/><al>Artikel 19. Weerstandsvermogen en risicobeheersing </al><al/><al>Het beleid inzake het weerstandsvermogen en risicomanagement wordt
                        vastgesteld en verantwoord in respectievelijk de begroting en jaarrekening
                        door middel van de ter uitvoering van het Besluit begroting en
                        verantwoording provincies en gemeenten op te stellen paragraaf
                        weerstandsvermogen en risicobeheersing.</al><al/><al> Artikel 20. Onderhoud kapitaalgoederen </al><al/><al>Het beleid inzake het onderhoud aan kapitaalgoederen wordt vastgesteld en
                        verantwoord in respectievelijk de begroting en jaarrekening door middel van
                        de ter uitvoering van het Besluit begroting en verantwoording provincies en
                        gemeenten op te stellen paragraaf onderhoud kapitaalgoederen.</al><al/><al/><al>Artikel 21. Financiering </al><al/><al>Het beleid inzake de financiering wordt vastgesteld en verantwoord in
                        respectievelijk de begroting en jaarrekening door middel van de ter
                        uitvoering van het Besluit begroting en verantwoording provincies en
                        gemeenten op te stellen paragraaf financiering.</al><al/><al/><al>Artikel 22. Bedrijfsvoering </al><al/><al>Het beleid inzake de bedrijfsvoering wordt vastgesteld en verantwoord in
                        respectievelijk de begroting en jaarrekening door middel van de ter
                        uitvoering van het Besluit begroting en verantwoording provincies en
                        gemeenten op te stellen paragraaf bedrijfsvoering. In deze paragraaf wordt
                        in ieder geval ingegaan op de interne controle.</al><al/><al/><al>Artikel 23. Verbonden partijen </al><al/><al>Het beleid inzake de verbonden partijen wordt vastgesteld en verantwoord in
                        respectievelijk de begroting en jaarrekening door middel van de ter
                        uitvoering van het Besluit begroting en verantwoording provincies en
                        gemeenten op te stellen paragraaf verbonden partijen.</al><al/><al/><al>Artikel 24. Grondbeleid </al><al/><al>Het beleid inzake het grondbeleid wordt vastgesteld en verantwoord in
                        respectievelijk de begroting en jaarrekening door middel van de ter
                        uitvoering van het Besluit begroting en verantwoording provincies en
                        gemeenten op te stellen paragraaf grondbeleid.</al><al/><al/><al>Artikel 25. Verstrekking subsidies </al><al/><al>1. De raad stelt op voorstel van het college de kaders voor de
                        subsidieverstrekking vast (Algemene subsidieverordening).</al><al>2. Het college stelt op basis van de in lid 1 van dit artikel genoemde
                        kaders jaarlijks het subsidieprogramma vast.</al><al/><al/><al>Titel 4. Financiële organisatie en administratie </al><al/><al/><al>Artikel 26. Administratie </al><al/><al>De administratie is zodanig van opzet en werking, dat zij in ieder geval
                        dienstbaar is voor:</al><lijst><li nr="1."><al>het sturen en het beheersen van activiteiten en processen in de
                                gemeente als geheel en in onderdelen van de ambtelijke
                                organisatie;</al></li><li nr="2."><al>het verstrekken van informatie over ontwikkelingen in de omvang van
                                activa met economisch nut, activa met maatschappelijk nut,
                                voorraden, vorderingen en schulden, enzovoorts;</al></li><li nr="3."><al>het verschaffen van informatie aan de budgethouders en voor het
                                maken van kostencalculaties;</al></li><li nr="4."><al>het bevorderen van de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de
                                doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde
                                beleidsdoelen, de begroting en ter zake geldende wet- en
                                regelgeving;</al></li><li nr="5."><al>het afleggen van verantwoording over de rechtmatigheid, de
                                doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in
                                relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en ter zake
                                geldende wet- en regelgeving;</al></li></lijst><al>f. de controle van de registratie van gegevens als zodanig en van de daaraan
                        ontleende informatie evenals voor de controle op de rechtmatigheid, de
                        doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot
                        de gestelde beleidsdoelen.</al><al/><al/><al>Artikel 27. Financiële administratie </al><al/><al>Het college draagt er zorg voor dat:</al><lijst><li nr="1."><al>de inrichting en de werking van de financiële administratie voldoet
                                aan het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten
                                en andere relevante wet- en regelgeving;</al></li></lijst><al>b. de vereiste informatie verstrekt wordt aan het rijk, de provincie en de
                        Europese Unie, evenals aan andere instellingen die specifieke
                        verantwoordingsverplichtingen opleggen aan gemeenten.</al><al/><al/><al>Artikel 28. Financiële organisatie </al><al/><al>Het college draagt de zorg voor:</al><lijst><li nr="1."><al>een eenduidige indeling van de gemeentelijke organisatie en een
                                eenduidig toewijzing van de gemeentelijke taken aan de
                                organisatie</al></li><li nr="2."><al>een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden,
                                verantwoordelijkheden, zodat aan de eisen van interne controle wordt
                                voldaan en de betrouwbaarheid van de verstrekte informatie aan
                                beleids- en beheersorganen is gewaarborgd;</al></li><li nr="3."><al>de verlening van mandaten en volmachten voor het aangaan van
                                verplichtingen ten laste van de toegekende budgetten en
                                investeringskredieten;</al></li></lijst><al>d. de te maken afspraken met de onderdelen van de ambtelijke organisatie
                        over de te leveren prestaties, de daarvoor beschikbare middelen en de wijze
                        en frequentie van rapportage over de voortgang van de activiteiten en
                        uitputting van middelen;</al><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al>Artikel 29. Aanbesteding en inkoop</al><al/><al>Het college draagt zorg voor en legt (in een besluit) vast de interne regels
                        (protocol) voor de inkoop en aanbesteding van werken en diensten. De regels
                        waarborgen dat wordt gehandeld in overeenstemming met de regels ter zake van
                        de Europese Unie.</al><al/><al> Artikel 30. Subsidieverstrekking en steunverlening </al><al/><al>Over steunverlening en subsidieverstrekking aan ondernemingen beslist de
                        raad, met inachtneming van de regels van de Europese Unie.</al><al/><al/><al>Titel 5. Slotbepalingen </al><al/><al> Artikel 31. Inwerkingtreding </al><al/><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na
                                die van bekendmaking.</al></li><li nr="2."><al>Bij de inwerkingtreding van deze verordening vervalt de ‘Financiële
                                verordening gemeente Werkendam 2009’ vastgesteld bij raadsbesluit
                                d.d. 6 oktober 2009.</al></li></lijst><al/><al/><al><vet>Artikel 32. Citeertitel</vet></al><al/><al>Deze verordening kan worden aangehaald onder de naam ‘Financiële verordening
                        gemeente Werkendam 2015’.</al><al/><al/><al/><al/></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare vergadering van</ondertekening><ondertekening>de raad van de gemeente Werkendam van 10 februari 2015,</ondertekening><ondertekening>de raadsgriffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening>mr. I. Bakker mw. S. Haasjes - van den Berg</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>