<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR361590_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Individuele Inkomenstoeslag Participatiewet</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Achtkarspelen</dcterms:creator><dcterms:modified>2015-03-12</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Achtkarspelen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Onbekend</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-02-12</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Individuele Inkomenstoeslag Participatiewet</intitule><regeling><aanhef><preambule><al> Gemeente Achtkarspelen</al><al><vet>V</vet><vet>erordening </vet><vet>Individuele
                        Inkomens</vet><vet>toeslag</vet><vet>Participatiewet</vet></al><al><vet>Gemeente Achtkarspelen</vet></al><al><vet>Januari
                        201</vet><vet>5</vet></al><al><vet>Gemeente Achtkarspelen</vet></al><al>de Raad van de gemeente Achtkarspelen;</al><al>gelet op het bepaalde in artikel 8, lid 1, sub b en artikel 36 van de
                        Participatiewet,</al><al>overwegende dat moet worden vastgesteld wie voor een individuele
                        inkomenstoeslag in aanmerking komt en op grond van welke criteria de
                        hoogte van die individuele inkomenstoeslag wordt bepaald;</al><al><vet>besluit</vet></al><al>vast te stellen: </al><al><vet>de Verordening </vet><vet>Individuele
                    </vet><vet>I</vet><vet>nkomen</vet><vet>stoeslag</vet><vet>Participatiewet</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijving</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet
                            nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de
                            Participatiewet, de Algemene</al><al> wet bestuursrecht (Awb) en de Gemeentewet. </al></li><li nr="2."><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al><vet>de wet:</vet> de Participatiewet;</al></li><li nr="b."><al><vet>het college</vet>: het college van Burgemeester en
                                            Wethouders van de gemeente</al><al> Achtkarspelen;</al></li><li nr="c."><al><vet>de gemeenteraad</vet>: de gemeenteraad van de
                                            gemeente Achtkarspelen.</al></li><li nr="d."><al><vet>de peildatum</vet>: de datum waarop in enig jaar
                                            het recht op individuele</al><al> inkomenstoeslag ontstaat;</al></li><li nr="e."><al><vet>de referteperiode:</vet>een periode van 36
                                            maanden voorafgaand aan de</al><al> peildatum;</al></li><li nr="f."><al><vet>het inkomen:</vet> het inkomen als bedoeld in
                                            artikel 32 van de wet, met dien</al><al> verstande dat voor de zinsnede ”een periode waarover
                                            een beroep op bijstand </al><al> wordt gedaan” (art. 32 lid 1 onder b PW) moet worden
                                            gelezen “de </al><al> referteperiode”. Een bijstandsuitkering wordt, in
                                            afwijking van artikel 32 van de wet, voor de beoordeling
                                            van het recht op de individuele inkomenstoeslag als
                                            inkomen gezien;</al></li><li nr="g."><al><vet>de inkomensverbetering:</vet> de situatie waarbij
                                            redelijkerwijs verwacht mag worden dat de
                                            belanghebbende, met gebruikmaking van de eigen krachten
                                            en</al><al> bekwaamheden, ook door eigen inspanning, binnen een
                                            termijn van 6 tot 12 maanden een hoger inkomen dan 105%
                                            van het toepasselijke sociaal </al><al> minimum kan krijgen. </al></li></lijst></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.</nr><titel>Recht op Individuele inkomenstoeslag</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Aanvraag</titel></kop><al>Het college stelt het recht op een Individuele inkomenstoeslag op
                            schriftelijke aanvraag </al><al>vast. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Beoordeling criteria</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan de voorwaarde van het hebben van een langdurig laag inkomen
                                zoals bedoeld in artikel 36, lid 1 van de wet is voldaan indien
                                gedurende de referteperiode het in aanmerking te nemen inkomen niet
                                hoger is dan 105 procent van de toepasselijke bijstandsnorm.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Aan de voorwaarde van het ontbreken van zicht op inkomensverbetering
                                wordt voldaan als niet gesproken kan worden van een situatie zoals
                                in artikel 1, lid 2, sub g van deze verordening is omschreven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Hoogte Individuele inkomenstoeslag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De Individuele inkomenstoeslag bedraagt per kalenderjaar:</al><lijst><li nr="a."><al>€ 185,00 voor een alleenstaande</al></li><li nr="b."><al>€ 237,00 voor een alleenstaande ouder</al></li><li nr="c."><al>€ 265,00 voor gehuwden</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien één van de gehuwden is uitgesloten van het recht op
                                Individuele</al><al> inkomenstoeslag ingevolge artikel 11 of artikel 13, lid 1 en 2 van
                                de wet, komt </al><al> de rechthebbende echtgenoot in aanmerking voor een Individuele </al><al> inkomenstoeslag naar de hoogte die voor hem als alleenstaande of
                                alleenstaande </al><al> ouder zou gelden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor de toepassing van het eerste en tweede lid is de situatie op de
                                peildatum bepalend.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De bedragen genoemd in het eerste lid worden jaarlijks geïndexeerd
                                door de procentuele stijging van de bijstandsnormen door te vertalen
                                op de hoogte van de Individuele inkomenstoeslagen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Uitvoering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college is belast met de uitvoering van het bepaalde in deze
                                verordening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In gevallen, de uitvoering van deze verordening betreffende, waarin
                                deze verordening niet voorziet, beslist het college.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: Verordening Individuele
                            inkomenstoeslag Participatiewet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari
                                    2015.</al></li><li nr="2."><al>De Verordening Langdurigheidstoeslag WWB, vastgesteld op 13
                                    december 2012 wordt gelijktijdig ingetrokken.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare vergadering van de Raad van de gemeente
                        Achtkarspelen op </ondertekening><ondertekening>De Raad voornoemd, </ondertekening><ondertekening>de Raadsgriffier, de Voorzitter,</ondertekening><ondertekening>mr. R. van der Heide G. Gerbrandy</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting Verordening Individuele inkomenstoeslag
                        Participatiewet</titel></kop><tussenkop>Algemeen</tussenkop><al>De langdurigheidstoeslag wordt per 1 januari 2015 vervangen door een individuele
                    toeslag voor personen die langdurig van een laag inkomen rond moeten komen,
                    zonder dat zij zicht hebben op verbetering van dat inkomen. Deze individuele
                    toeslag is bedoeld voor personen die deze toeslag – gelet op hun individuele
                    omstandigheden – echt nodig hebben. </al><al>Het uitgangspunt van de bijstand is dat het (toepasselijke) normbedrag in
                    beginsel toereikend is voor de voorziening in de algemeen noodzakelijke kosten
                    van bestaan, met inbegrip van de component reserveringen. Toch kan de financiële
                    positie van mensen met een langdurig laag inkomen onder druk komen te staan als
                    er na verloop van tijd geen perspectief meer lijkt te zijn om door inkomsten uit
                    arbeid het inkomen te verhogen. De individuele inkomenstoeslag kan hierin
                    bijdragen. De individuele inkomenstoeslag is niet gerelateerd aan bepaalde
                    kosten.</al><al>De individuele inkomenstoeslag is, net als zijn voorganger de
                    langdurigheidstoeslag, beleidsmatig en financieel gedecentraliseerd aan
                    colleges. De colleges stellen in een verordening regels vast ten aanzien van de
                    hoogte van de toeslag en de invulling van de begrippen “langdurig” en “laag”
                    inkomen. Daarnaast dienen colleges aan de hand van de individuele omstandigheden
                    bepalen of er al dan niet sprake is van “zicht op inkomensverbetering”. Daardoor
                    wordt de individuele inkomenstoeslag, net als bij de verlening van individueel
                    bijzondere bijstand, verleend als een vorm van aanvullende inkomensondersteuning
                    waarbij individueel maatwerk als uitgangspunt wordt genomen, en daardoor terecht
                    komt bij de mensen die het echt nodig hebben. </al><al>De mogelijkheid om deze toeslag als categoriale bijzondere bijstand te verlenen
                    wordt afgeschaft. De categoriale langdurigheidstoeslag wordt omgevormd tot een
                    individuele inkomenstoeslag voor personen tot de pensioengerechtigde leeftijd
                    die langdurig van een laag inkomen moeten rondkomen, en gelet op hun individuele
                    omstandigheden geen zicht hebben op verbetering van het inkomen. De individuele
                    inkomenstoeslag mag niet meer automatisch worden toegekend, bijvoorbeeld omdat
                    men het vorige jaar ook al een toeslag heeft gekregen en het inkomen nog steeds
                    hetzelfde is. Dit betekent dat bij een aanvraag meer onderzocht moet
                    worden.</al><al>Artikel 36 PW blijft de basis vormen, maar omdat de individuele toeslag een
                    beoordeling van de individuele omstandigheden van de belanghebbende door het
                    college vergt, is ervoor gekozen dit artikel te formuleren als een
                    “kan-bepaling”; het college is niet wettelijk verplicht een individuele
                    inkomenstoeslag te verstrekken. Desondanks blijft de gemeenteraad verplicht om
                    in een verordening de hoogte van de toeslag en de wijze waarop invulling wordt
                    gegeven aan de begrippen “langdurig” en “laag inkomen” aan te geven. De gemeente
                    heeft hiermee de mogelijkheid om de individuele inkomenstoeslag in relatie te
                    brengen met het gemeentelijk armoede- en participatiebeleid.</al><tussenkop>Overgangsrecht</tussenkop><al>Er is geen overgangsrecht van toepassing.</al><tussenkop>Aanpassen verordening</tussenkop><al>In de Verordening Individuele Inkomenstoeslag wordt op onderdelen verwezen naar
                    “de toepasselijke bijstandsnorm”. Om te kunnen bepalen wie langdurig een laag
                    inkomen heeft, is een verbinding gelegd met de bijstandsnorm.</al><tussenkop>Toelichting per artikel</tussenkop><tussenkop>Artikel 1. Begripsomschrijving</tussenkop><al>Er is voor gekozen om begrippen die al zijn omschreven in de PW, Awb of de
                    Gemeentewet niet afzonderlijk te definiëren in deze verordening. Dit voorkomt
                    dat in geval van wijziging van betreffende definities in de betreffende wetten
                    ook de Verordening moet worden gewijzigd. </al><al><cursief>Lid 2 onderdeel d: peildatum </cursief>Met de invulling van
                    het begrip peildatum wordt aangesloten bij de jurisprudentie van de Centrale
                    Raad van Beroep (CRvB). Het gaat niet om de datum <cursief>waarop </cursief>is
                    aangevraagd, maar om de datum waarop in enig jaar recht op individuele
                    inkomenstoeslag ontstaat. Dit is de eerst mogelijke datum na afloop van de
                    referteperiode. Het betreft dus de datum waarop een belanghebbende langdurig een
                    laag inkomen heeft, geen in aanmerking te nemen vermogen heeft (als bedoeld in
                    artikel 34 PW), en geen uitzicht op inkomensverbetering heeft. Deze datum ligt
                    voor elke belanghebbende weer anders.</al><tussenkop>Lid 2 onderdeel e: referteperiode </tussenkop><al>In artikel 1 lid 2 onderdeel e van deze verordening is bepaald wat onder de
                    referteperiode moet worden verstaan: een periode van 36 maanden voorafgaand aan
                    de peildatum. Zie ook de toelichting bij artikel 3 onder “Langdurig”. </al><tussenkop>Lid 2 onderdeel f: inkomen</tussenkop><al>Met betrekking tot het begrip “inkomen” is een van de PW afwijkende definitie
                    opgenomen. De wetgever geeft de gemeenteraad opdracht om in de verordening
                    regels te geven met betrekking tot het begrip “langdurig, laag inkomen”, zodat
                    de gemeenteraad bevoegd is om dit begrip voor de toepassing van artikel 36, lid
                    1, van de PW nader te definiëren. Met de gebruikte definitie wordt aangesloten
                    bij de in de bestaande uitvoeringspraktijk gehanteerde (en ook door de wetgever
                    bedoelde) invulling van het begrip inkomen in artikel 36, lid 1, van de PW, maar
                    wordt de wetstechnische onvolkomenheid weggenomen.</al><tussenkop>Lid 2 onderdeel g: inkomensverbetering</tussenkop><al>Deze omschrijving karakteriseert het individuele karakter. Aan de hand van dit
                    criterium moet in elk individueel geval worden beoordeeld in hoeverre de
                    belanghebbende op korte termijn naar verwachting een inkomensverbetering zal
                    kunnen bereiken. Op deze wijze blijft de Individuele Inkomenstoeslag
                    voorbehouden aan die burgers die wat inkomen betreft in de meest moeilijke
                    situatie (zullen blijven) verkeren. </al><tussenkop>Artikel 2. Aanvraag </tussenkop><al>In deze verordening is bepaald dat ten aanzien van de Individuele
                    inkomenstoeslag het college het recht hierop aan de hand van een schriftelijke
                    aanvraag vaststelt. De wet en de toelichting op dit punt onvoldoende duidelijk.
                    Vanwege de eenduidigheid binnen alle minimaregelingen en het uitgangspunt dat de
                    verantwoordelijkheid voor de inkomensvoorziening bij de burger ligt, ligt het
                    voor de hand dit zo vast te stellen. </al><tussenkop>Artikel 3. Beoordeling criteria </tussenkop><al>Bij het bepalen wat een langdurig laag inkomen is, moet de gemeenteraad
                    vastleggen wat onder langdurig wordt verstaan en wat onder laag wordt verstaan. </al><tussenkop>Lid 1 langdurig </tussenkop><al>De door de gemeenteraad vastgestelde langdurige periode voorafgaande aan de
                    peildatum, wordt aangeduid als referteperiode. De referteperiode is vastgesteld
                    in artikel 1 lid 2 onderdeel e van deze verordening. Uit het feit dat de
                    minimumleeftijd voor het recht op Individuele Inkomenstoeslag is verlaagd van 23
                    naar 21 jaar kan echter worden afgeleid dat onder langdurig tenminste 3 jaar
                    moet worden begrepen. Een belanghebbende is immers in beginsel vanaf 18 jaar een
                    zelfstandig rechtssubject. De referteperiode bedraagt dus een periode van 36
                    maanden voorafgaand aan de peildatum. </al><tussenkop>Lid 1 laag inkomen </tussenkop><al>Met betrekking tot de invulling van het begrip “laag inkomen” is de gemeenteraad
                    gebonden aan een ondergrens en aan een bovengrens. De ondergrens van “laag” is
                    de bijstandsnorm. De bovengrens is vervallen. Toch is het hoger vaststellen van
                    de grens van het begrip laag inkomen op dit moment niet wenselijk, vanwege het
                    feit dat de Individuele Inkomenstoeslag over het jaar 2015 dient als een
                    overgangsregeling naar een andere vorm van ondersteuning van de burger, waarbij
                    naar verwachting hogere bedragen gaan gelden, maar waarbij dit wel aan een
                    actieve rol binnen de gemeenschap met gebruikmaking van krachten en bekwaamheden
                    wordt gekoppeld. Het nú verhogen van de bedragen en pas in een later stadium
                    daaraan voorwaarden verbinden is niet gewenst.</al><al><cursief>Lid 2 beoordeling </cursief><cursief>zicht op
                        inkomensverbetering</cursief>In dit lid wordt
                    verwezen naar de begripsomschrijvingen van artikel 1, om in de individuele
                    situatie te kunnen vaststellen of er reële kans bestaat tot
                    inkomensverbetering.</al><tussenkop>Artikel 4. Hoogte individuele inkomenstoeslag </tussenkop><al>In artikel 4 is de hoogte van de individuele inkomenstoeslag geregeld. Daarbij
                    wordt onderscheid gemaakt tussen een alleenstaande, een alleenstaande ouder en
                    gehuwden. </al><al>Bij gehuwden moet in het oog gehouden worden dat het recht op individuele
                    inkomenstoeslag de gehuwden gezamenlijk toekomt. Worden belanghebbenden op de
                    peildatum als gehuwden aangemerkt, dan moeten beide gehuwden voldoen aan de
                    voorwaarden van artikel 36 lid 1 PW. Voldoet één van hen niet aan deze
                    voorwaarden, dan bestaat voor beiden geen recht op de individuele
                    inkomenstoeslag.</al><al>Is één van de echtgenoten op basis van artikel 11 of artikel 13, lid 1 en 2 PW
                    uitgesloten van het recht op individuele inkomenstoeslag, dus anders dan vanwege
                    het niet voldoen aan de voorwaarden van artikel 36 lid 1 PW, dan komt de
                    rechthebbende partner wel in aanmerking voor een individuele inkomenstoeslag.
                    Als slechts één partner recht heeft op de individuele inkomenstoeslag, komt deze
                    rechthebbende partner in aanmerking voor een individuele inkomenstoeslag naar de
                    hoogte die voor hem als alleenstaande of alleenstaande ouder zou gelden. Dat is
                    geregeld in artikel 4 lid 2 van deze verordening. </al><al>In lid 3 van dit artikel is bepaald dat voor de toepassing van de hoogte van de
                    individuele inkomenstoeslag moet worden uitgegaan van de situatie op de
                    peildatum.</al><al>Om niet jaarlijks de verordening aan te hoeven passen is gekozen om de hoogte
                    jaarlijks automatisch mee te laten bewegen met de gehuwdennormen (zie lid 4 van
                    dit artikel). Omdat de gehuwdennormen in beginsel 2 maal per jaar worden
                    geïndexeerd en de individuele inkomenstoeslag maar eenmaal, wordt steeds een
                    vergelijking gemaakt met de gehuwdennormen per 1 januari van het voorafgaande
                    jaar.</al><tussenkop>Artikel 5. Uitvoering</tussenkop><al>In artikel 5 is bepaald dat het college met de uitvoering is belast en ook moet
                    voorzien in specifieke situaties.</al><tussenkop>Artikel 6. Citeertitel</tussenkop><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting</al><tussenkop>Artikel 7. Inwerkingtreding </tussenkop><al>Deze verordening treedt in werking per 1 januari 2015. Hierbij is aansluiting
                    gezocht bij de invoering van de Participatiewet. </al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>