<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR361082_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en de invordering van toeristenbelasting 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Barendrecht</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-12-29</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Barendrecht</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2014-73840.html">Elektronisch Gemeenteblad, 2014, 73840</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening toeristenbelasting 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=224">Gemeentewet, art. 224</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-11-11</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-12-12</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend.</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>financiën en economie</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>De ‘Verordening toeristenbelasting 2014’ van de gemeente van 12 november 2013 wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.</al><al>Datum vaststelling bij benadering.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en de invordering van toeristenbelasting 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Barendrecht;</al><al/><al>gelet op artikel 224, van de Gemeentewet;</al><al/><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 23 september
                        2014;</al><al/><al>gelet op het advies van de commissie Planning en Control van 27 oktober
                        2014;</al><al/><al>besluit:</al><al/><al>vast te stellen de</al><al/><al><vet>VERORDENING OP DE HEFFING EN DE INVORDERING VAN TOERISTENBELASTING
                            2015</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><label>Belastbaar feit</label></kop><al>Onder de naam 'toeristenbelasting' wordt een directe belasting geheven voor
                        het houden van verblijf met overnachting binnen de gemeente tegen een
                        vergoeding in welke vorm dan ook door personen die niet als ingezetene met
                        een adres in de gemeente in de basisregistratie personen zijn
                        ingeschreven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><label>Belastingplicht</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Belastingplichtig is degene die gelegenheid biedt tot verblijf als
                            bedoeld in artikel 1.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op
                            degene die verblijf houdt als bedoeld in artikel 1.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Als er geen persoon is aan te wijzen die gelegenheid biedt tot verblijf,
                            is degene belastingplichtig die verblijf houdt als bedoeld in artikel
                            1.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><label>Vrijstellingen</label></kop><al>De belasting wordt niet geheven voor het verblijf: </al><lijst><li nr="1."><al>van degene die verblijft in een toegelaten instelling als bedoeld in
                                artikel 5, eerste lid, van de Wet Toelating Zorginstellingen;</al></li><li nr="2."><al>van een vreemdeling als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de
                                Vreemdelingenwet 2000, die rechtmatig in Nederland verblijft in de
                                zin van artikel 8, letters c, d, f, g, h, van voornoemde wet, en
                                voorzover deze persoon verblijf houdt als bedoeld in artikel 1 van
                                de Verordening, onder verantwoordelijkheid van het Centraal Orgaan
                                opvang Asielzoekers.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><label>Maatstaf van heffing</label></kop><al>De belasting wordt geheven naar het aantal overnachtingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><label>Begripsomschrijving</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al><onderstreept>vakantieonderkomens</onderstreept>: woningen en
                                    andere verblijven, niet zijnde mobiele kampeeronderkomens of
                                    stacaravans, in hoofdzaak bestemd voor en gebezigd als verblijf
                                    voor vakantie- en andere recreatieve doeleinden;</al></li><li nr="b."><al><onderstreept>mobiele kampeeronderkomens</onderstreept>: tenten,
                                    vouwwagens, kampeerauto's, toercaravans, en soortgelijke
                                    onderkomens dan wel soortgelijke voertuigen welke bestemd zijn
                                    en gebezigd worden als verblijf voor vakantie en andere
                                    recreatieve doeleinden;</al></li><li nr="c."><al><onderstreept>niet beroepsmatig verhuurde
                                    ruimten</onderstreept>: woningen en andere verblijven, of
                                    gedeelten daarvan, niet zijnde mobiele kampeeronderkomens of
                                    stacaravans, welke niet in hoofdzaak bestemd zijn als verblijf
                                    voor vakantie en andere recreatieve doeleinden, doch wel in
                                    bepaalde perioden van het jaar voor die doeleinden worden
                                    verhuurd, dan wel te huur aangeboden;</al></li><li nr="d."><al><onderstreept>vaste jaarplaats</onderstreept>: een gehuurd
                                    terrein of terreingedeelte, gelegen op een kampeerterrein, dat
                                    bestemd is voor het gedurende een jaar hebben van een zelfde
                                    mobiel kampeeronderkomen, stacaravan of vakantieonderkomen, dat
                                    doorgaans na afloop van het jaar niet wordt verwijderd;</al></li><li nr="e."><al><onderstreept>vaste seizoenplaats</onderstreept>: een gehuurd
                                    terrein of terreingedeelte, gelegen op een kampeerterrein, dat
                                    bestemd is voor het gedurende een seizoen hebben van een zelfde
                                    mobiel kampeeronderkomen, stacaravan of vakantieonderkomen, dat
                                    doorgaans na afloop van het seizoen niet wordt verwijderd en
                                    waarin het gedurende de winterperiode niet toegestaan is om te
                                    overnachten;</al></li><li nr="f."><al><onderstreept>seizoenplaats</onderstreept>: een gehuurd terrein
                                    of terreingedeelte, gelegen op een kampeerterrein, waar
                                    gedurende het seizoen een zelfde mobiel kampeeronderkomen is
                                    geplaatst en dat na afloop van het seizoen van de plaats wordt
                                    verwijderd;</al></li><li nr="g."><al><onderstreept>toeristische plaats</onderstreept>: een terrein of
                                    terreingedeelte dat bestemd is voor het gedurende een jaar of
                                    seizoen plaatsen van steeds wisselende mobiele
                                    kampeeronderkomens;</al></li><li nr="h."><al><onderstreept>kampeerterrein:</onderstreept> een terrein dat
                                    bestemd is voor verblijfsrecreatie en dat als zodanig wordt
                                    gebruikt.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><label>Forfaitaire berekeningswijze van de maatstaf van heffing</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het aantal personen dat heeft overnacht, wordt met betrekking tot:</al><lijst><li nr="a."><al>mobiele kampeeronderkomens, vakantieonderkomens en stacaravans
                                    op vaste plaatsen of op seizoensplaatsen met een contractduur
                                    van 9 maanden, bepaald op 2;</al></li><li nr="b."><al>mobiele kampeeronderkomens, vakantieonderkomens en stacaravans
                                    op vaste plaatsen of op seizoensplaatsen met een contractduur
                                    van meer dan 9 maanden en maximaal 11 maanden, bepaald op
                                    2.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het aantal malen dat door de in het eerste lid bedoelde personen is
                            overnacht, wordt:</al><lijst><li nr="a."><al>in het geval van het eerste lid, sub a, bepaald op: 40;</al></li><li nr="b."><al>in het geval van het eerste lid, sub b, bepaald op: 70.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><label>Belastingtarief</label></kop><al>Per overnachting bedraagt het tarief € 0,75.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><label>Belastingjaar</label></kop><al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><label>Wijze van heffing</label></kop><al>De belasting wordt bij wege van aanslag geheven. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><label>Aanslaggrens</label></kop><al>Een belastingaanslag wordt niet opgelegd als het aantal overnachtingen,
                        waartoe gelegenheid wordt of is gegeven, tijdens het belastingjaar minder
                        dan tien [10] zal of heeft belopen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><label>Termijnen van betaling</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet
                            de aanslag worden betaald uiterlijk drie maanden na de dagtekening van
                            het aanslagbiljet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid geldt, ingeval het totaalbedrag van de
                            op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar
                            één aanslag bevat het bedrag daarvan minder is dan € 2.500,--, en zolang
                            de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso
                            kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in
                            tien gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de
                            dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen
                            telkens een maand later.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><label>Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders</label></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven voor de
                        heffing en de invordering van de toeristenbelasting.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><label>Inwerkingtreding en citeertitel</label></kop><lijst><li nr="1."><al>De ‘Verordening toeristenbelasting 2014’ van de gemeente van 12
                                november 2013 wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid
                                genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij
                                van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die
                                datum hebben voorgedaan.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na
                                die van de bekendmaking.</al></li><li nr="3."><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2015.</al></li><li nr="4."><al>Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening
                                toeristenbelasting 2015”.</al></li></lijst></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare vergaderingvan de raad van de gemeente
                        Barendrechtvan 11 november 2014.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De griffier,</ondertekening><ondertekening>mw. mr. G.E. Figge</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De voorzitter,</ondertekening><ondertekening>drs. J. van Belzen</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>