<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91-->
  
  
  
  
  
  
  
  
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR361079_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Barendrecht</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-05-16</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Barendrecht</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2014-74053.html">Elektronisch Gemeenteblad, 2014, 74053</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening rioolheffing 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=228a">Gemeentewet, art. 228a</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-11-11</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-12-12</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>86552</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>financiën en economie</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>De ‘Verordening rioolheffing 2014’ van de gemeente van 12 november 2013 wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.</al><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2015.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing 2015
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef>
        <preambule>
          <al>De raad van de gemeente Barendrecht;</al>
          <al/>
          <al>overwegende dat de gemeenteraad de Begroting 2015 heeft vastgesteld;</al>
          <al/>
          <al>dat de verordening en de bijbehorende tarievenlijst voor 2015 dient te
                        worden vastgesteld door de gemeenteraad;</al>
          <al/>
          <al>dat de vaststelling geschiedt in overeenstemming met de Begroting 2015;</al>
          <al>gelet op artikel 228a van de Gemeentewet </al>
          <al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 23 september
                        2014;</al>
          <al/>
          <al>gelet op het advies van de commissie Planning en Control van 27 oktober
                        2014;</al>
          <al/>
          <al>b e s l u i t :</al>
          <al/>
          <al>vast te stellen de volgende</al>
          <al/>
          <al>
            <vet> Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing 2015</vet>
          </al>
        </preambule>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>1</nr>
            <titel>Begripsomschrijving</titel>
          </kop>
          <al>Deze verordening verstaat onder:</al>
          <lijst>
            <li nr="a."><al>perceel: een roerende of onroerende zaak of een zelfstandig
                                    gedeelte daarvan;</al></li>
            <li nr="b."><al>gemeentelijke riolering: een voorziening of combinatie van
                                    voorzieningen voor inzameling, verwerking, zuivering of
                                    transport van afvalwater, hemelwater of grondwater, in eigendom,
                                    in beheer of in onderhoud bij de gemeente;</al></li>
            <li nr="c."><al>onder voorziening of combinatie van voorzieningen wordt mede
                                    verstaan een open water;</al></li>
            <li nr="d."><al>onder gemeentelijke riolering wordt mede de in het kader van het
                                    Gemeentelijk Rioleringsplan door of vanwege de gemeente
                                    geplaatste individuele afvalwaterbehandeling (IBA) begrepen</al></li>
            <li nr="e."><al>water: huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater, hemelwater
                                    of grondwater;</al></li>
            <li nr="f."><al>gemeentelijke zorgplichten: de zorg voor het afvloeiend
                                    hemelwater en het grondwater zoals aan de gemeente opgedragen in
                                    artikel 3.5 en 3.6 van de Waterwet.</al></li>
          </lijst>
          <lijst>
            <li nr="g."><al>onder verbruiksperiode verstaan de periode waarop de afrekening
                                    van het waterleidingbedrijf betrekking heeft.</al></li>
            <li nr="h."><al>niet-woning: een niet-woning in de zin van artikel 220a, tweede
                                    lid, Gemeentewet en een garagebox, voor zover deze niet op de
                                    voet van artikel 16, aanhef en onderdeel d, van de Wet WOZ, een
                                    samenstel vormt met een woning.</al></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>2</nr>
            <titel>Aard van de belasting</titel>
          </kop>
          <al>Onder de naam rioolheffing wordt een directe belasting geheven ter
                            bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan:</al>
          <lijst>
            <li nr="a."><al>de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en
                                    bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk
                                    afvalwater; en</al></li>
            <li nr="b."><al>de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het
                                    ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen
                                    teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand
                                    voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te
                                    voorkomen of te beperken.</al></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>3</nr>
            <titel>Belastbaar feit en belastingplicht</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>De belasting wordt geheven van de gebruiker van een perceel, verder
                                te noemen: gebruikersdeel.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Met betrekking tot het gebruikersdeel, wordt als gebruiker
                                aangemerkt:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>degene die naar de omstandigheden beoordeeld het perceel al
                                        dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of
                                        persoonlijk recht gebuikt; </al></li>
              <li nr="b."><al>ingeval een gedeelte van een perceel – niet een gedeelte als
                                        bedoeld in artikel 4 voor gebruik is afgestaan, degene die
                                        dat gedeelte voor gebruik heeft afgestaan.</al></li>
            </lijst>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>4</nr>
            <titel>Zelfstandige gedeelten</titel>
          </kop>
          <al>Indien gedeelten van een in artikel 3 bedoeld perceel blijkens hun
                            indeling bestemd zijn om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt,
                            wordt de belasting geheven ter zake van elk als zodanig bestemd
                            gedeelte, met dien verstande dat indien twee of meer van die gedeelten
                            tezamen als een geheel worden gebruikt, deze als één perceel worden
                            aangemerkt.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>5</nr>
            <titel>Maatstaf van heffing</titel>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1."><al>Het gebruikersdeel van woningen wordt geheven naar het aantal
                                    gebruikers.</al></li>
            <li nr="2."><al>Het aantal gebruikers wordt bepaald op 1 januari van het
                                    belastingjaar.</al></li>
            <li nr="3."><al>Het gebruikersdeel van niet-woningen wordt geheven op basis van
                                    een combinatie van twee grondslagen, te weten naar de waarde in
                                    het economische verkeer van het perceel en naar het aantal
                                    kubieke meters afvalwater dat vanuit het perceel wordt
                                    afgevoerd.</al></li>
            <li nr="4."><al>Ingeval het perceel een onroerende zaak is, is de waarde in het
                                    economische verkeer de op de voet van hoofdstuk IV van de Wet
                                    waardering onroerende zaken voor de onroerende zaak vastgestelde
                                    waarde zoals deze voor het in artikel 7 bedoelde kalenderjaar
                                    geldt.</al></li>
            <li nr="5."><al>Ingeval voor het perceel geen waarde op de voet van hoofdstuk IV
                                    van de Wet waardering onroerende zaken is vastgesteld, wordt de
                                    heffingsmaatstaf van dat perceel bepaald met overeenkomstige
                                    toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, 18
                                    en 20, tweede lid, van de Wet waardering onroerende zaken.</al></li>
            <li nr="6."><al>Het aantal kubieke meters afvalwater in de zin van het derde
                                    lid, wordt gesteld op het aantal kubieke meters water dat in de
                                    laatste aan het begin van het belastingjaar voorafgaande
                                    verbruiksperiode naar het perceel is toegevoerd of is opgepompt.
                                    In geval de verbruiksperiode niet gelijk is aan een periode van
                                    twaalf maanden, wordt de hoeveelheid water door herleiding naar
                                    tijdsgelang bepaald. Bij die herleiding wordt een gedeelte van
                                    een kalendermaand voor een volle maand gerekend. </al></li>
            <li nr="7."><al>Ingeval gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie moet die
                                    pompinstallatie zijn voorzien van een: </al></li>
            <li nr="a."><al>watermeter, waarvan de hoeveelheid opgepompt water kan worden
                                    afgelezen, of</al></li>
            <li nr="b."><al>bedrijfsurenteller, waarvan het aantal uren dat een
                                    pompinstallatie met vaste capaciteit in bedrijf is geweest kan
                                    worden afgelezen.</al><al>De eerste volzin is niet van toepassing indien vaststelling van
                                    de hoeveelheid opgepompt water geschiedt op grond van enige
                                    andere wettelijke bepaling.</al></li>
            <li nr="8."><al>De op de voet van het zesde lid berekende hoeveelheid toegevoerd
                                    of opgepompt water wordt verminderd met de hoeveelheid water die
                                    niet als afvalwater is afgevoerd.</al></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>6</nr>
            <titel>Belastingtarieven</titel>
          </kop>
          <al>De heffing als bedoeld in artikel 3 wordt geheven naar het tarief,
                            opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>7</nr>
            <titel>Belastingjaar</titel>
          </kop>
          <al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>8</nr>
            <titel>Wijze van heffing</titel>
          </kop>
          <al>De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>9</nr>
            <titel>Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar
                                tijdsgelang</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>Het gebruikersdeel is verschuldigd bij het begin van het
                                belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de
                                belastingplicht.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Indien de belastingplicht met betrekking tot het gebruikersdeel in
                                de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd
                                over zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat jaar verschuldigde
                                recht als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog
                                volle kalendermaanden overblijven.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>Indien de belastingplicht met betrekking tot het gebruikersdeel in
                                de loop van het jaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor
                                zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat jaar verschuldigde recht
                                als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle
                                kalendermaanden overblijven, tenzij het bedrag van de ontheffing
                                minder bedraagt dan € 9,--.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>4.</lidnr>
            <al>Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de
                                belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander
                                eigendom in gebruik neemt.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>5.</lidnr>
            <al>Belastingbedragen van minder dan € 9,-- worden niet geheven.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>6.</lidnr>
            <al>Voor de toepassing van de bepalingen in het derde en vijfde lid,
                                wordt het totaal van op één aanslagbiljet verenigde verschuldigde
                                bedragen aangemerkt als één belastingbedrag.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>10</nr>
            <titel>Termijnen van betaling</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
                                moet de aanslag worden betaald uiterlijk drie maanden na de
                                dagtekening van het aanslagbiljet. </al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>In afwijking van het eerste lid geldt, ingeval het totaalbedrag van
                                de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het
                                aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan minder is
                                dan € 2.500,--, en zolang de verschuldigde bedragen door middel van
                                automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de
                                aanslagen moeten worden betaald in tien gelijke termijnen. De eerste
                                termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en
                                elk van de volgende termijnen telkens een maand later.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>11</nr>
            <titel>Nadere regels door het college van burgemeester en
                                wethouders</titel>
          </kop>
          <al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                            betrekking tot de heffing en de invordering van de rioolheffing.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>12</nr>
            <titel>Inwerkingtreding en citeerartikel</titel>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1."><al>De ‘Verordening rioolheffing 2014’ van de gemeente van 12
                                    november 2013 wordt ingetrokken met ingang van de in het derde
                                    lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande
                                    dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich
                                    voor die datum hebben voorgedaan. </al></li>
            <li nr="2."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag
                                    na die van de bekendmaking. </al></li>
            <li nr="3."><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2015.</al></li>
            <li nr="4."><al>Deze verordening wordt aangehaald als 'Verordening rioolheffing
                                    2015'.</al><al/></li>
          </lijst>
        </artikel>
      </regeling-tekst>
      <regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering>
        
        <ondertekening>Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente
                            Barendrecht van 11 november 2014.</ondertekening>
        <ondertekening/>
        <ondertekening>De griffier,</ondertekening>
        <ondertekening>mw. mr. G.E. Figge</ondertekening>
        <ondertekening/>
        <ondertekening>De voorzitter,</ondertekening>
        <ondertekening>drs. J. van Belzen</ondertekening>
      </regeling-sluiting>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>