<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidop="http://standaarden.overheid.nl/oep/meta/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export1.6--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR360985_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Participatiefonds 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Boekel</dcterms:creator><dcterms:modified>2015-03-09</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Boekel</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2015-18745.html">officiële bekendmakingen</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Participatiefonds 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=149">Gemeentewet, artikel 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-02-26</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-03-09</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2015-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Z/026195 AB/015269</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>werkt terug tot en met 1 januari 2015, behoudens situaties waarbij sprake is van negatieve gevolgen voor belanghebbende</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening Participatiefonds 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Boekel;</al><al/><al>gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 13 januari
                        2015</al><al/><al>gelet op:</al><al/><al>artikel 149 van de Gemeentewet</al><al/><al><vet>BESLUIT</vet>:</al><al/><al>vast te stellen de navolgende</al><al/><al><vet>Verordening Participatiefonds 2015</vet></al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colwidth="23*"/><colspec colname="col2" colwidth="3*"/><colspec colname="col3" colwidth="74*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al><cursief>Be</cursief><cursief>langhebbende</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>:</al></entry><entry colname="col3"><al>a.De inwoner van de gemeente Boekel van 18 jaar en
                                                ouder, niet zijnde een student, die een
                                                bijstandsuitkering ontvangt;</al><al>b.De inwoner van de gemeente Boekel van 18 jaar en
                                                ouder, niet zijnde een student, die een netto
                                                inkomen heeft dat gelijk is aan of minder is dan
                                                120% van de toepasselijke bijstandsnorm, welke norm
                                                bij alleenstaande ouders wordt verhoogd met 20% van
                                                de norm voor gehuwden;</al><al>c.Kinderen tot 18 jaar, voor wie kinderbijslag wordt
                                                ontvangen, van ouders/verzorgers met een
                                                bijstandsuitkering en/of netto inkomen dat gelijks
                                                is aan of minder is dan 120% van de toepasselijke
                                                bijstandsnorm;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><cursief>Bijstandsuitkering</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>:</al></entry><entry colname="col3"><al>Een uitkering op grond van de Participatiewet, IOAW
                                                of IOAZ;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><cursief>IOAW</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>:</al></entry><entry colname="col3"><al>Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                                                arbeidsongeschikte werkloze werknemers;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><cursief>IOAZ</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>:</al></entry><entry colname="col3"><al>Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                                                arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><cursief>Minimum inkomen</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>:</al></entry><entry colname="col3"><al>Uitkering op grond van de Participatiewet, IOAW of
                                                IOAZ en/of een netto inkomen dat gelijk is aan of
                                                minder is dan 120% van de toepasselijke
                                                bijstandsnorm;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><cursief>Schoolgaande kinderen</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>:</al></entry><entry colname="col3"><al>Kinderen van 12 tot 18 jaar die voltijd dagonderwijs
                                                volgen (voortgezet onderwijs als ook middelbaar
                                                beroepsonderwijs;</al></entry></row></tbody></tgroup></table><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="23*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="3*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="74*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al><cursief>Student</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>:</al></entry><entry colname="col3"><al>Studerende van 18 jaar en ouder die recht heeft op
                                                studiefinanciering op grond van de WSF2000;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><cursief>Subsidiejaar</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>:</al></entry><entry colname="col3"><al>Tijdvak van één jaar lopend van 1 januari tot 1
                                                januari van het jaar daarop volgend;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><cursief>Subsidieschooljaar</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>:</al></entry><entry colname="col3"><al>Tijdvak van één schooljaar lopend van 1 juli tot 1
                                                juli van het jaar daarop volgend.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Doel</titel></kop><al>Het doel van het Participatiefonds is om inwoners van gemeente Boekel
                            met een minimum inkomen in staat te stellen deel te (blijven) nemen aan
                            sportieve, culturele en sociale activiteiten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Voorwaarden</titel></kop><al>De in artikel 1 genoemde belanghebbende komt slechts voor een vergoeding
                            in aanmerking als:</al><lijst><li nr="a."><al>Het netto inkomen vanaf datum aanvraag, lager dan of gelijk is
                                    aan 120% van de toepasselijke bijstandsnorm.</al></li><li nr="b."><al>Het vermogen niet meer bedraagt dan het vrij te laten vermogen
                                    zoals vermeld in artikel 34 lid 3 Participatiewet. Behoudens
                                    vermogen in een in eigendom zelf bewoonde woning met bijbehorend
                                    erf. Dit laatste is niet van toepassing als belanghebbende
                                    vermogensrendementsheffing betaalt. </al></li><li nr="c."><al>Niet op een andere wijze subsidie of vergoeding voor de
                                    gedeclareerde activiteiten wordt ontvangen of verstrekt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Weigeringsgrond</titel></kop><al>Geen recht op een vergoeding van de in deze verordening genoemde
                            voorzieningen heeft de belanghebbende die op het moment van aanvraag in
                            detentie verblijft.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>De voorzieningen</titel></kop><al>De volgende voorzieningen komen voor vergoeding in aanmerking:</al><lijst><li nr="a."><al>sportieve, culturele en sociale activiteiten;</al></li><li nr="b."><al>studiekosten voor schoolgaande kinderen;</al></li><li nr="c."><al>zwemlessen voor kinderen in de leeftijd van 5 tot en met 7 jaar,
                                    die niet in het bezit zijn van zwemdiploma A, exclusief
                                    borgbetalingen;</al></li><li nr="d."><al>reiskosten in relatie tot de vergoeding van bovengenoemd
                                    onderdeel c;</al></li><li nr="e."><al>aanschaf computer voor schoolgaande kinderen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Extra voorwaarden computerregeling</titel></kop><al>Voor de in artikel 5 onder e. genoemde voorziening gelden de volgende
                            extra voorwaarden:</al><lijst><li nr="a."><al>het netto inkomen is al minimaal twee jaar niet hoger dan 120%
                                    van de voor belanghebbende geldende bijstandsnorm;</al></li><li nr="b."><al>belanghebbende moet een offerte op laten maken en deze bij de
                                    aanvraag indienen;</al></li><li nr="c."><al>als belanghebbende nog geen gebruik maakt van het
                                    Participatiefonds moet hij eerst hiervoor een aanvraag
                                    indienen;</al></li><li nr="d."><al>eventuele meerkosten moet belanghebbende zelf aan de leverancier
                                    betalen;</al></li><li nr="e."><al>per gezin wordt maximaal 1 computer vergoed;</al></li><li nr="f."><al>een aanvraag voor een computer kan eens per vijf jaar ingediend
                                    worden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Vergoeding kosten AOW-gerechtigden</titel></kop><al>Alleen personen met de AOW-gerechtigde leeftijd komen, naast de in
                            artikel 5 genoemde voorzieningen, ook voor vergoeding van de volgende
                            kosten in aanmerking:</al><lijst><li nr="a."><al>abonnementskosten voor de telefoon;</al></li><li nr="b."><al>abonnementskosten voor krant of tijdschrift.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Hoogte van de maximale vergoedingen</titel></kop><al>De vergoeding uit het Participatiefonds bedraagt voor de in artikel 5
                            onder a en b genoemde voorziening maximaal:</al><lijst><li nr="a."><al>voor onderdeel a: € 155,- per persoon, per subsidiejaar;</al></li><li nr="b."><al>voor onderdeel b: € 205,- per schoolgaand kind, per
                                    subsidieschooljaar.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Hoogte van de eenmalige vergoedingen</titel></kop><al>De vergoeding uit het Participatiefonds bedraagt voor de in artikel 5
                            onder c, d en e genoemde voorziening maximaal:</al><lijst><li nr="a."><al>voor onderdeel c: alle kosten die verband houden met het behalen
                                    van zwemdiploma A met uitzondering van borgbetalingen;</al></li><li nr="b."><al>voor onderdeel d: € 0,19 per kilometer of de kosten van het
                                    openbaar vervoer;</al></li><li nr="c."><al>voor onderdeel e: € 700,- eenmalig per gezin gedurende 5
                                    jaar.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>De vergoedingen bij sportieve, culturele en sociale
                                activiteiten</titel></kop><al>De volgende kosten komen, voor de in artikel 5 onder a genoemde
                            voorziening voor vergoeding in aanmerking: </al><lijst><li nr="a."><al>abonnementen en seizoenskaarten;</al></li><li nr="b."><al>contributies en sportattributen;</al></li><li nr="c."><al>ouderbijdragen;</al></li><li nr="d."><al>cursusgelden;</al></li><li nr="e."><al>eenmalige activiteiten.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>De vergoedingen bij studiekosten voor schoolgaande
                                kinderen</titel></kop><al>De volgende kosten komen, voor de in artikel 5 onder b genoemde
                            voorziening voor vergoeding in aanmerking:</al><lijst><li nr="a."><al>excursies, schoolreis en schoolkamp;</al></li><li nr="b."><al>verplichte sportkleding;</al></li><li nr="c."><al>ouderbijdragen;</al></li><li nr="d."><al>lesgeld en schoolgeld;</al></li><li nr="e."><al>fiets en onderhoud van de fiets;</al></li><li nr="f."><al>regenkleding;</al></li><li nr="g."><al>schooltas;</al></li><li nr="h."><al>kosten voor schoolmateriaal.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>De vergoedingen bij de aanschaf van een computer voor
                                schoolgaande kinderen</titel></kop><al>De volgende kosten komen, voor de in artikel 5 onder e genoemde
                            voorziening voor vergoeding in aanmerking.</al><lijst><li nr="a."><al>computer met standaardsoftware en besturingssysteem;</al></li><li nr="b."><al>standaard beeldscherm;</al></li><li nr="c."><al>printer;</al></li><li nr="d."><al>muis en toetsenbord.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Aanvraag</titel></kop><al>Een aanvraag van het Participatiefonds moet bij het college
                            schriftelijke worden ingediend met behulp van het daartoe bestemde
                            aanvraag- en inlichtingenformulier.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Indienen en vergoeding kosten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Belanghebbende moet betalingsbewijzen overleggen waaruit blijkt dat
                                hij daadwerkelijk kosten maakt of heeft gemaakt voor de
                                voorzieningen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Declaraties worden na controle uitbetaald aan belanghebbende of op
                                diens verzoek rechtstreeks aan de vereniging/stichting/organisatie
                                waarop de declaratie betrekking heeft.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><al>Op de aanvraag wordt zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen acht
                            weken beslist.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Uitvoering</titel></kop><al>De uitvoering van deze verordening berust bij het college.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Onvoorziene omstandigheden</titel></kop><al>In bijzondere situaties kan het college afwijken van het bepaalde in
                            deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Inlichtingenplicht</titel></kop><al>Degene aan wie krachtens deze verordening een vergoeding is verstrekt,
                            is verplicht aan het college onverwijld mededeling te doen van feiten en
                            omstandigheden, waarvan redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze van
                            invloed kunnen zijn op het recht van de vergoeding.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Terugvordering</titel></kop><al>Betaalde vergoedingen worden teruggevorderd als het niet nakomen van de
                            inlichtingenplicht heeft geleid tot onterechte vergoedingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Aanpassing bedragen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan jaarlijks met ingang van het subsidiejaar of het
                                subsidieschooljaar het bedrag van de vergoedingen indexeren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De in het eerste lid bedoelde indexering vindt plaats aan de hand
                                van de Consumenten Prijs Index van het Centraal Plan Bureau, waarbij
                                afronding op halve euro’s naar boven plaatsvindt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na die van
                                    bekendmaking en werkt terug tot en met 1 januari 2015, behoudens
                                    situaties waarbij sprake is van negatieve gevolgen voor
                                    belanghebbende.</al></li><li nr="2."><al>De Verordening Participatiefonds, vastgesteld op 4 oktober 2012
                                    wordt ingetrokken op de dag van inwerkingtreding als bedoeld in
                                    het eerste lid.</al></li><li nr="3."><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening
                                    participatiefonds 2015.</al><al/></li></lijst></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare vergadering van</ondertekening><ondertekening>de raad van de gemeente Boekel, gehouden op 26 februari 2015</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>M.R.P. Philipse P.M.J.H. Bos</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>ALGEMEEN</titel></kop><al>Deze verordening regelt diverse voorzieningen die de gemeente Boekel
                            voor minima kent. Met ingang van 1 januari 2012 was het verplicht om een
                            afzonderlijke verordening op grond van de Wet werk en bijstand op te
                            stellen voor schoolgaande kinderen in de leeftijd van 4 tot 18 jaar.
                            Deze aparte WWB verordening is per 1 januari 2015 vervallen. Verder werd
                            voor deze doelgroep een inkomensnorm van 110% verplicht gesteld. Omdat
                            de betreffende doelgroep in Boekel al onder de Verordening
                            Participatiefonds viel was er een noodzaak om de bestaande verordening
                            aan te passen op deze nieuwe inkomensnorm van 110%. Met de komst van de
                            Participatiewet is de verordeningsplicht voor de maatschappelijke
                            participatie van schoolgaande kinderen en de daaraan verbonden
                            inkomensnorm van 110% komen te vervallen. </al><al>Om de lijn met overige minimavoorzieningen weer gelijk te trekken is er
                            voor gekozen om de inkomensnorm te verhogen van 110% naar 120%.
                            Eigenlijk terug naar de situatie zoals die was voor 1 januari 2012.</al><al><vet>ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING</vet></al><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In dit artikel worden definities gegeven van begrippen die in de
                            verordening voorkomen en waarvan het van belang is dat er telkens
                            hetzelfde onder wordt verstaan. </al><al>Studenten vallen niet onder het begrip belanghebbende. Zij kunnen vaak
                            gebruik maken van diverse kortingen voor sportieve, culturele en sociale
                            activiteiten. Daarnaast wordt op deze manier de student gestimuleerd om
                            creatief te denken en de eigen verantwoordelijkheid te nemen voor wat
                            betreft maatschappelijke participatie.</al><al>Vanaf 1 januari 2015 is de uitkering voor een alleenstaande ouder gelijk
                            aan die van een alleenstaande (70% van de bijstandsuitkering voor
                            gehuwden). Tot 1 januari werd de uitkering van een alleenstaande ouder
                            verhoogd met een gemeentelijke toeslag van 20%. Deze toeslag vervalt. In
                            plaats daarvan ontvangt een alleenstaande ouder, zonder toeslagpartner,
                            een aangepast kind gebonden budget van de Belastingdienst, de zogenaamde
                            alleenstaande ouder kop. Dit hogere kindgebonden budget compenseert het
                            verlies van inkomen niet helemaal. Alleenstaande ouders in de bijstand
                            hebben daardoor vanaf 1 januari 2015 een lager inkomen dan in 2014.</al><al>Door de hervorming van kind regelingen vervalt ook de alleenstaande
                            oudernorm als aparte uitkeringsnorm binnen de bijstand. Bij bepaling van
                            het recht op bijzondere bijstand wordt het inkomen afgezet tegen 120%
                            van de bijstandsnorm. Doordat de bijstandsnorm voor alleenstaande ouders
                            met ruim € 220,- per maand daalt zou het hanteren van de bijstandsnorm
                            van alleenstaanden bij de berekening van het recht op bijzondere
                            bijstand en minimaregelingen voor alleenstaande ouders hen onevenredig
                            benadelen.</al><al>We kunnen dit ‘landelijk’ probleem alleen oplossen door vast te leggen
                            dat de bijstandsnorm voor alleenstaande ouders bij berekening van het
                            recht op bijzondere bijstand en op een bijdrage op grond van deze
                            verordening verhoogd wordt met een bedrag gelijk aan 20% van de
                            gehuwdennorm, net als de situatie voor 1 januari 2015. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Doel</titel></kop><al>Uit onderzoek blijkt dat het eerst bezuinigd wordt op de kosten van
                            sportieve, culturele en sociale activiteiten als men rond moet komen van
                            een minimum inkomen. Het doel van het Participatiefonds is het voorkomen
                            van sociale uitsluiting.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Voorwaarden</titel></kop><al>Om in aanmerking te komen voor het Participatiefonds wordt aansluiting
                            gezocht bij de inkomens- en vermogens regels van de WWB. Een
                            uitzondering daarop is de vrijstelling van het vermogen in een in
                            eigendom zelf bewoonde woning. Mits er geen vermogensrendementsbelasting
                            betaald wordt. Deze regel is er omdat de ervaring leert dat vooral de
                            doelgroep van Aow-gerechtigden zich in deze situatie bevindt en daardoor
                            uitgesloten zou zijn van deelname aan het Participatiefonds terwijl de
                            inkomenssituatie vergelijkbaar is met die van andere minima.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Weigeringsgrond</titel></kop><al>Om te voorkomen dat belanghebbenden in detentie een beroep op het
                            Participatiefonds kunnen doen is deze weigeringsgrond expliciet
                            opgenomen.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>De voorzieningen</titel></kop><al>Ad a: Er kan een bijdrage verstrekt worden voor de kosten van sportieve,
                            culturele en sociale activiteiten. Bij voorkeur vinden deze activiteiten
                            in georganiseerd verband plaats. De bijdrage kan voor meerdere
                            activiteiten verstrekt worden.</al><al>Ad b: Kinderen die voortgezet onderwijs volgen kosten de ouders veel
                            geld. Ouders kunnen een bijdrage voor een tegemoetkoming in de
                            schoolkosten krijgen.</al><al>Ad c: Sinds het afschaffen van het schoolzwemmen is er een vergoeding
                            opgenomen voor het behalen van zwemdiploma A. Ouders willen graag de
                            verantwoordelijkheid nemen om hun kind een zwemdiploma te laten behalen
                            maar missen de financiële middelen om dit aan te bieden. De kosten
                            verbonden aan het behalen van zwemdiploma A worden volledig vergoed. In
                            sommige situaties moet er borg betaald worden voor bijvoorbeeld een
                            polsband. Aangezien belanghebbende, bij inlevering van het artikel, de
                            borg weer terug krijgt komen deze kosten niet voor vergoeding in
                            aanmerking.</al><al>Ad d: Omdat Boekel geen zwembad heeft hebben de ouders reiskosten om hun
                            kind deel te laten nemen aan zwemlessen voor het behalen van zwemdiploma
                            A.</al><al>Ad e: Er is voor gekozen een computer te verstrekken aan kinderen op het
                            voortgezet- of middelbaar beroepsonderwijs omdat zij voor het schoolwerk
                            intensief gebruik maken van een computer. Dit in tegenstelling tot
                            kinderen op het basisonderwijs waar dit wenselijk maar niet noodzakelijk
                            is.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Extra voorwaarden computerregeling</titel></kop><al>Ad a: Gezinnen die minder dan twee jaar een inkomen op of onder de norm
                            van 120% van de voor hen geldende bijstandsnorm hebben, hadden in
                            voorliggende periode zelf kunnen voorzien in de aanschaf van een
                            computer of hier voor kunnen reserveren.</al><al>Ad b: Er wordt een offerte gevraagd om te controleren of alle vereiste
                            onderdelen in de aanschaf meegenomen zijn.</al><al>Ad c: De gezinnen die voor een computerregeling in aanmerking komen
                            zullen ook gebruik kunnen maken van de overige vergoedingen van het
                            Participatiefonds. Om het aanvraagformulier voor de computerregeling zo
                            beknopt mogelijk te houden is er voor gekozen om voor de aanvullende
                            informatie gebruik te maken van het inlichtingen- en aanvraagformulier
                            van het Participatiefonds.</al><al>Ad d: Belanghebbende kan bijvoorbeeld kiezen voor een groter scherm dan
                            het standaard scherm. De kosten die boven de maximale vergoeding
                            uitkomen moet belanghebbende zelf betalen. Hij moet deze ook zelf aan de
                            leverancier voldoen.</al><al>Ad e: Als er meerdere (schoolgaande) kinderen in het gezin zijn dan
                            kunnen die gezamenlijk gebruik maken van de computer. Het wordt als niet
                            noodzakelijk geacht dat ieder kind een eigen computer heeft.</al><al>Ad f: Een computer is een duurzaam gebruiksgoed. Dit houdt in dat men
                            mag verwachten dat een computer minimaal 5 jaar mee gaat.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Vergoeding kosten AOW-gerechtigden</titel></kop><al>Voor de doelgroep AOW-gerechtigden is een uitzondering gemaakt op de
                            vergoedingen genoemd in artikel 5. De abonnementskosten voor telefoon,
                            krant of tijdschrift komen voor deze doelgroep ook voor vergoeding in
                            aanmerking. Deze keuze is gemaakt omdat van deze doelgroep bekend is dat
                            zij minder deelnemen aan het sociaal maatschappelijk verkeer. Om te
                            voorkomen dat zij geheel in een isolement geraken kan er een
                            tegemoetkoming in de bovengenoemde kosten verstrekt worden.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Hoogte van de maximale vergoedingen</titel></kop><al>Uit ervaring blijkt dat genoemde bedragen toereikend zijn om
                            ondersteuning te bieden om te (blijven) participeren in het
                            maatschappelijk leven.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Hoogte van de eenmalige vergoedingen</titel></kop><al>Genoemde bedragen blijken toereikend te zijn om ondersteuning te bieden
                            om te participeren in het maatschappelijk leven. Voor de computers is
                            informatie ingewonnen bij een computerbedrijf om tot een reële
                            vergoeding te komen waarmee een adequate computer kan worden
                            aangeschaft.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>De vergoedingen bij sportieve, culturele en sociale
                                activiteiten</titel></kop><al>Het betreft hier een (niet-limitatieve) opsomming van de meest gangbare
                            kosten die in relatie staan met sportieve, culturele en sociale
                            activiteiten. Onder eenmalige activiteiten worden onder andere verstaan:
                            bezoek pretpark, museum, bioscoop of theater.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>De vergoedingen bij studiekosten voor schoolgaande
                                kinderen</titel></kop><al>Het betreft hier een (niet-limitatieve) opsomming van de meest gangbare
                            kosten die in relatie staan met schoolkosten.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>De vergoedingen bij de aanschaf van een computer voor
                                schoolgaande kinderen</titel></kop><al>Om voor het schoolwerk adequaat gebruik te kunnen maken van een computer
                            zijn de genoemde onderdelen vereist.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Aanvraag</titel></kop><al>Het opvragen van bewijsstukken moet in het belang van de aanvraag zijn.
                            Het college mag geen gegevens (doen) opvragen waarin zij uit andere
                            hoofde in geïnteresseerd is.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Indienen en vergoeding kosten</titel></kop><al>In dit artikel is geregeld dat belanghebbende de kosten bij de gemeente
                            kan declareren door het indienen van betaalbewijzen. De kosten worden in
                            principe uitbetaald aan belanghebbende maar daar kan op verzoek van af
                            worden geweken. Kosten kunnen ook rechtstreeks aan de
                            vereniging/stichting betaald worden. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de
                            contributie van de sportvereniging die rechtstreeks aan de betreffende
                            vereniging betaald wordt.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><al>De beslistermijn is net als bij overige ondersteuningsvormen 8
                            weken.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Uitvoering</titel></kop><al>Het college is het aangewezen orgaan om uitvoering te geven aan deze
                            regeling. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Onvoorziene omstandigheden</titel></kop><al>Dit artikel biedt het college de mogelijkheid om in niet-voorzienbare
                            situaties te handelen. Omdat deze beslissingen onderworpen zijn aan de
                            voorgeschreven bezwaar- en beroepsprocedures, moet ook in deze situaties
                            een goed gemotiveerd besluit genomen worden.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Inlichtingenplicht</titel></kop><al>Het spreekt voor zich dat wijzigingen in de situatie gemeld moeten
                            worden in al die gevallen dat zij van invloed kunnen zijn op de
                            toekenning.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Terugvordering</titel></kop><al>Een onterechte vergoeding komt over het algemeen voort uit het niet
                            nakomen van de inlichtingenplicht. Belanghebbende heeft de verplichting
                            alle wijzigingen, die zich in zijn of haar situatie voordoen en die van
                            invloed kunnen zijn op de toekenning en vergoedingen van het
                            Participatiefonds, direct te melden bij het college. Met dit artikel is
                            er een juridische grondslag om de verstrekte vergoedingen terug te
                            vorderen.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Aanpassing bedragen</titel></kop><al>Er is gekozen voor een <cursief>kan</cursief> bepaling. Het afgelopen
                            jaar is namelijk, in de lijn van het gemeentelijk beleid gekozen om ook
                            voor deze regeling de nullijn te hanteren en geen indexering toe te
                            passen.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><al>De verordening werkt terug tot 1 januari 2015. In de uitvoeringspraktijk
                            wordt reeds rekening gehouden met de uitgangspunten van deze
                            verordening, mits het besluit niet nadelig voor de klant uitvalt. Dan
                            wordt de oude situatie nog gehanteerd. Dit risico is echter te
                            verwaarlozen omdat de verordeningen nagenoeg overeenkomen.</al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>