<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidop="http://standaarden.overheid.nl/oep/meta/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export1.6--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR360967_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening handhaving Participatiewet, IOAW en IOAZ 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Boekel</dcterms:creator><dcterms:modified>2015-03-09</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Boekel</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2015-18724.html">officiële bekendmakingen</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening handhaving Participatiewet, IOAW en IOAZ 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=147">Gemeentewet, artikel 147</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0015703&amp;artikel=8b">Participatiewet, artikel 8b</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0004044&amp;artikel=35, eerste lid onder c">Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, artikel 35, eerste lid onder c</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0004163&amp;artikel=35, eerste lid onder c">Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, artikel 35, eerste lid onder c</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-02-26</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-03-09</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2015-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2026-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Z/026195 AB/014992</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>werkt terug tot en met 1 januari 2015, behoudens situaties waarbij sprake is van negatieve gevolgen voor belanghebbende</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening handhaving Participatiewet, IOAW en IOAZ 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Boekel;</al><al/><al>gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 13 januari
                        2015</al><al>gelet op:</al><al/><al>artikel 147 Gemeentewet, artikel 8b Participatiewet en artikel 35 eerste
                        lid onder c van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                        arbeidsongeschikte werkloze werknemers en artikel 35 eerste lid onder c
                        van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte
                        gewezen zelfstandigen;</al><al/><al><vet>BESLUIT</vet>:</al><al/><al>vast te stellen de navolgende</al><al/><al><vet>Verordening handhaving Participatiewet, IOAW en IOAZ
                        2015</vet></al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>Alle begrippen die in deze verordening gebruikt worden en die niet nader
                            worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet
                            met inbegrip van de Bbz-2004, de Wet inkomensvoorziening oudere en
                            gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW), de Wet
                            inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen
                            zelfstandigen (IOAZ) en de Algemene wet bestuursrecht (Awb).</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Uitgangspunten hoogwaardige handhaving</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ter voorkoming van fraude dan wel opsporing van fraude hanteert het
                                college de uitgangspunten van Hoogwaardig Handhaven. De
                                uitgangspunten rusten op:</al><lijst><li nr="a."><al>het beter en vroegtijdig informeren van belanghebbenden over
                                        rechten, plichten en handhaving;</al></li><li nr="b."><al>het optimaliseren van de dienstverlening zonder
                                        belemmeringen, zodat de kans op spontane naleving wordt
                                        vergroot;</al></li><li nr="c."><al>vroegtijdige detectie en afhandeling van
                                        fraudesignalen;</al></li><li nr="d."><al>bij geconstateerde fraude daadwerkelijk sanctioneren.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De methodiek van controle berust op het beginsel van risicoanalyse,
                                waarin van risicoprofielen gebruik wordt gemaakt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Controlemiddelen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan de hand van jaarlijks vast te stellen doelstellingen,
                                activiteiten en instrumenten, voert het college onderzoeken uit naar
                                de rechtmatigheid van de uitkering en de reden van beëindiging van
                                de uitkering. Het college stelt vast binnen welke nader te bepalen
                                termijnen deze onderzoeken plaatsvinden en neemt op basis daarvan
                                besluiten met betrekking tot de rechtmatigheid van de uitkering en
                                de wederzijds tussen het college en de belanghebbende resterende
                                verplichtingen en de afhandeling daarvan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college voert bestandsvergelijkingen uit waarbij actuele
                                gegevens worden gecontroleerd. Bij de aanvraag zal een risicoprofiel
                                worden vastgesteld aan de hand van de methodiek klantprofielen, die
                                gebaseerd is op objectief vastgestelde wegingsfactoren zoals genoten
                                opleiding, duur van de werkloosheid en uitkering, woonsituatie en
                                het hebben van schulden. Het risicoprofiel kan, afhankelijk van de
                                omstandigheden, gedurende de dienstverlening worden gewijzigd. Een
                                klantprofiel geeft zowel het risico op misbruik weer als de kansen
                                op re-integratie op de arbeidsmarkt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college onderzoekt signalen en tips die relevant zijn voor het
                                recht op uitkering.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Beleidsregels bestuurlijke boete, terugvordering en verhaal van
                                bijstand</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stelt beleidsregels op voor het opleggen van een
                                bestuurlijke boete en voor het terugvorderen/invorderen en het
                                verhalen van kosten van bijstand als bedoeld in respectievelijk
                                artikel 58 tot en met 62i Participatiewet, artikelen 44 tot en met
                                47 Bbz-2004en de artikelen 25 tot en met 31 IOAW en IOAZ.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college stelt beleidsregels op voor de verlaging of weigering
                                van bijstand of uitkering bij wijze van sanctie als bedoeld in
                                artikel 8, eerste lid onder a en b Participatiewet en artikel 35
                                IOAW en IOAZ.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In de beleidsregels bedoeld in het eerste lid, worden ten minste
                                regels gesteld op grond waarvan geheel of gedeeltelijk van verdere
                                terugvordering en verhaal kan worden afgezien.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Bijzondere situaties</titel></kop><al>In bijzondere situaties kan het college afwijken van het bepaalde in
                            deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na die van
                                    bekendmaking en werkt terug tot en met 1 januari 2015, behoudens
                                    situaties waarbij sprake is van negatieve gevolgen voor
                                    belanghebbende.</al></li><li nr="2."><al>De Handhavingsverordening WWB, IOAW, IOAZ en WIJ 2011
                                    vastgesteld op 16 december 2010 wordt ingetrokken op de dag van
                                    inwerkingtreding als bedoeld in het eerste lid.</al></li><li nr="3."><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening handhaving
                                    Participatiewet, IOAW en IOAZ 2015.</al><al/></li></lijst></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare vergadering van</ondertekening><ondertekening>de raad van de gemeente Boekel, gehouden op 26 februari 2015</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>M.R.P. Philipse P.M.J.H. Bos</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>ALGEMEEN</titel></kop><al>Naleving van de regels op het gebied van sociale zekerheid is van
                            essentieel belang. Fraude ondermijnt de geloofwaardigheid, houdbaarheid
                            en het draagvlak van onze wet- en regelgeving. Het ministerie van
                            Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft daarom in een
                            handhavingsprogramma aangegeven hoe niet-naleving moet worden aangepakt.
                            De Wet aanscherping handhaving en sanctiebeleid SZW wetgeving uit 2013
                            is hiervan een resultaat. De aanscherping van handhaving wordt als
                            uitgangspunt in de Participatiewet ongewijzigd voortgezet. </al><al>Artikel 8b Participatiewet geeft aan dat in het kader van het financiële
                            beheer bij verordening regels moeten worden gesteld voor de bestrijding
                            van het ten onrechte ontvangen van bijstand/uitkering alsmede van
                            misbruik en oneigenlijk gebruik van de wet.</al><al>In de opdracht van de regering ligt een duidelijke relatie met de Wet
                            huisbezoeken, de Wet aanscherping handhaving en sanctiebeleid
                            SZW-wetgeving, de Verordening verrekening bestuurlijke boete bij
                            recidive, de Afstemmingsverordening de beleidsregels boeteoplegging en
                            de beleidsregels terugvordering- en invordering Participatiewet, IOAW en
                            IOAZ.</al><al>Onderhavige Verordening Handhaving Participatiewet, IOAW en IOAZ 2015
                            legt de nadruk op het voorkomen van fraude en op welke wijze fraudeleus
                            gedrag wordt opgespoord. Hierbij wordt uitgegaan van het concept van
                            Hoogwaardige Handhaving. Hoogwaardig handhaven kent vier samenhangende
                            beleidslijnen die de kern vormen van het handhavingsbeleid:</al><lijst><li nr="·"><al>Instrumenten ter voorkoming van fraude (preventie)</al><lijst><li nr="-"><al>het beter en vroegtijdig informeren van belanghebbenden
                                            over rechten, plichten en handhaving;</al></li><li nr="-"><al>het optimaliseren van de dienstverlening zonder
                                            belemmeringen, zodat de kans op spontane naleving wordt
                                            vergroot.</al></li></lijst></li><li nr="·"><al>Instrumenten gericht op aanpak van fraude (repressie)</al><lijst><li nr="-"><al>vroegtijdige detectie en afhandeling van fraudesignalen,
                                            controle op maat;</al></li><li nr="-"><al>bij constatering van fraude daadwerkelijk sanctioneren
                                            (afstemmen van de uitkering).</al></li></lijst></li></lijst><al><vet>ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING</vet></al><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Uitgangspunten hoogwaardige handhaving</titel></kop><al>Deze bepaling regelt dat het college activiteiten gericht op handhaving
                            vaststelt, met als uitgangspunten de principes van Hoogwaardige
                            Handhaving. Instrumenten die inhoud geven aan Hoogwaardige Handhaving en
                            die vorm krijgen in de activiteiten gericht op handhaving zijn:</al><lijst><li nr="a."><al>Voorlichting: het goed en vroegtijdig informeren van
                                    belanghebbenden over hun rechten, plichten en handhaving in de
                                    bijstand. Bijvoorbeeld door middel van een informatiemap, een
                                    dienstverleningsgesprek of het opstellen van een contract
                                    (“polisvoorwaarden”). </al></li><li nr="b."><al>Poortwachtersrol: het nagaan of aanvrager van bijstand ook
                                    daadwerkelijk recht heeft op een bijstandsuitkering of
                                    inkomensvoorziening, en of de hoogte daarvan correct wordt
                                    vastgesteld. Het uitgangspunt “werk boven uitkering” staat
                                    voorop.</al></li><li nr="c."><al>Verificatie en validatie: controleren van de noodzakelijke
                                    gegevens aan de hand van bewijsstukken die door belanghebbende
                                    worden overlegd. Teneinde zekerheid te krijgen omtrent de
                                    volledigheid van de gegevens en inlichtingen worden deze
                                    gegevens gecontroleerd bij externe instanties.</al></li><li nr="d."><al>Afspraken met partners in de keten: met partners (UWV
                                    WERK-bedrijf en re-integratiebedrijven) om ons te informeren
                                    wanneer belanghebbende zich niet houdt aan zijn
                                    verplichtingen.</al></li><li nr="e."><al>Het controleren van belanghebbenden op basis van het
                                    vastgestelde controleplan en verificatieplan.</al></li><li nr="f."><al>Themacontrole: thematisch onderzoek naar groepen belanghebbenden
                                    waarbij vermoeden bestaat op een verhoogd risico van
                                    onrechtmatig gedrag (bijvoorbeeld belanghebbenden die parttime
                                    werkzaam zijn in de horeca).</al></li><li nr="g."><al>Bestandsvergelijkingen: databases van publiekrechtelijke
                                    organisaties of die met een publiekrechtelijke taak. Een
                                    koppeling van het klantenbestand is er o.a. met die van het
                                    Inlichtingenbureau. Hierdoor is maandelijks te zien welke
                                    belanghebbenden inkomsten hebben waarover belasting wordt
                                    geheven. Witte fraude wordt hiermee zeer snel ontdekt en
                                    grotendeels voorkomen. Ook worden gegevens beschikbaar gesteld
                                    van UWV WERK-bedrijf, andere gemeenten, zorgverzekeraars en DUO
                                    (studiefinanciering).</al></li><li nr="h."><al>Daadwerkelijk sanctioneren: snel en kort na geconstateerd
                                    verzuim daadwerkelijk sanctioneren (afstemmen van de
                                    uitkering).</al></li><li nr="i."><al>Fraudealert personeel: investeren in de fraudealertheid van de
                                    klantmanagers, gericht op kennis, houding en vaardigheden.</al></li></lijst></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Controlemiddelen</titel></kop><al>In deze bepaling wordt de methodiek van de controle op fraude geregeld.
                            Het bestrijden van fraude verlegt zich meer en meer naar het moment
                            waarop de potentiële belanghebbende een beroep doet op uitkering. Een
                            goede controle op de aanvraag voorkomt dat belanghebbenden ten onrecht
                            in de uitkering komen. De controle wordt voorafgegaan door voorlichting
                            en heldere communicatie over hoe het college handhaaft. Verder bepaalt
                            dit artikel de wijze waarop fraude wordt bestreden tijdens de
                            uitkeringsperiode. Middelen die hiervoor worden ingezet, zijn de
                            bestandskoppelingen met bijvoorbeeld het Inlichtingenbureau. Ook worden
                            bij de bestrijding risicoprofielen ingezet. Aan de hand hiervan kan
                            beter worden ingeschat of belanghebbende fraudegevoelig is. Zodoende
                            kunnen voor de koppeling belanghebbende worden geselecteerd die passen
                            binnen een risicoprofiel.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Beleidsregels bestuurlijke boete, terugvordering en verhaal van
                                bijstand</titel></kop><al>Er ligt een duidelijke relatie met de Beleidsregels boeteoplegging, de
                            Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive, de
                            Afstemmingsverordening en met de Beleidsregels terugvordering- en
                            invordering Participatiewet, IOAW en IOAZ. In deze Verordening
                            handhaving ligt de nadruk op het voorkomen van fraude en op welke wijze
                            de gemeente fraudeleus gedrag opspoort.</al><al>Lid 2 verwijst naar de Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en
                            IOAZ 2015.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Bijzondere situaties</titel></kop><al>In de verordening zijn de hoofdlijnen van handhaving vastgelegd. Er
                            kunnen zicht echter concrete gevallen voordoen waarin de verordening
                            niet voorziet. Dit artikel bepaalt dat het college in dergelijke
                            situaties beslist in afwijking van de verordening.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>