<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR360813_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening tegenprestatie naar vermogen Participatiewet, IOAW en IOAZ ISD Bollenstreek 2015 Noordwijkerhout</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Noordwijkerhout</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-02</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Noordwijkerhout</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening tegenprestatie naar vermogen Participatiewet, IOAW en IOAZ ISD Bollenstreek 2015 Noordwijkerhout</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-12-18</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-05-02</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening tegenprestatie naar vermogen Participatiewet, IOAW en IOAZ ISD
                Bollenstreek 2015 Noordwijkerhout</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die
                                    niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de
                                    Participatiewet, IOAW, IOAZ en de Algemene wet
                                    bestuursrecht.</al></li><li nr="2."><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>dagelijks bestuur: het dagelijks bestuur van de
                                            Intergemeentelijke sociale dienst Bollenstreek;</al></li><li nr="b."><al>de uitkeringsgerechtigde: de persoon met een uitkering
                                            ingevolge de Participatiewet, de IOAW of de IOAZ;</al></li><li nr="c."><al>uitkering: uitkering ingevolge de Participatiewet, de
                                            IOAW of IOAZ;</al></li><li nr="d."><al>IOAW: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                                            arbeidsongeschikte werkloze werknemers;</al></li><li nr="e."><al>IOAZ: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                                            arbeidsongeschiktegewezen zelfstandigen</al></li></lijst></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2</nr><titel>Bevoegdheid dagelijks bestuur</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Bevoegdheid dagelijks bestuur</titel></kop><al>Het dagelijks bestuur maakt gebruik van zijn bevoegdheid om aan de
                            uitkeringsgerechtigde een tegenprestatie naar vermogen op te leggen als
                            bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder c, van de Participatiewet,
                            artikel 37, eerste lid, onder f, van de IOAW en artikel 37, eerste lid,
                            onder f, van de IOAZ.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3</nr><titel>Doelgroep</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Doelgroep van de tegenprestatie naar vermogen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onverlet het bepaalde in de wet is de tegenprestatie naar vermogen
                                van toepassing op de uitkeringsgerechtigde die in beginsel tenminste
                                gedurende een onafgebroken periode van 24 maanden is aangewezen op
                                een uitkering.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur kan de in lid 1 genoemde periode verkorten
                                indien en voor zover de (financiële) mogelijkheden dit toelaten.
                            </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur kan bij nadere regels van de verplichting als
                                bedoeld in het eerste lid vrijstelling geven. Dit kan ondermeer het
                                geval zijn indien de uitkeringsgerechtigde al onbeloonde
                                maatschappelijke nuttige activiteiten verricht van een zekere omvang
                                c.q. een traject volgt dat gericht is op regulier werk. </al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>4</nr><titel>Procedure</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Initiatief bij de uitkeringsgerechtigde</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De uitkeringsgerechtigde, behorend tot de doelgroep als bedoeld in
                                artikel 3, krijgt eerst gedurende 8 weken de gelegenheid om zelf een
                                tegenprestatie naar vermogen te regelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de uitkeringsgerechtigde er niet in slaagt om binnen de
                                termijn als bedoeld in het eerste lid</al><al> een tegenprestatie naar vermogen te regelen die naar het oordeel
                                van het dagelijks bestuur past </al><al> binnen de kaders van de wet en deze verordening, legt het dagelijks
                                bestuur door middel van een beschikking de tegenprestatie naar
                                vermogen op.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Inhoud van de beschikking</titel></kop><al>In de beschikking als bedoeld in artikel 4, tweede lid, worden (in ieder
                            geval) opgenomen:</al><lijst><li nr="a."><al>een duidelijke omschrijving van hetgeen de uitkeringsgerechtigde
                                    gaat doen;</al></li><li nr="b."><al>de omvang en duur van de tegenprestatie;</al></li><li nr="c."><al>waarom deze tegenprestatie voor deze uitkeringsgerechtigde
                                    geschikt is.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>5</nr><titel>Duur en omvang</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Duur en omvang van de tegenprestatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De duur en omvang van de tegenprestatie naar vermogen bedraagt in
                                beginsel 8 uur per week gedurende in beginsel 15 weken per 12
                                maanden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur kan bij nadere regels hiervan naar beneden
                                afwijken indien de vraag naar onbeloonde maatschappelijke
                                activiteiten of de grootte van de doelgroep als bedoeld in artikel 3
                                of de persoonlijke omstandigheden van de uitkeringsgerechtigde dit
                                vragen.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>6</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Uitvoering</titel></kop><al>Het dagelijks bestuur is belast met de uitvoering van het bepaalde in
                            deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Het dagelijks bestuur kan ten gunste van belanghebbende afwijken van de
                            bepalingen van deze verordening, indien toepassing hiervan leidt tot
                            onbillijkheden van overwegende aard.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Situaties waarin deze verordening niet voorziet</titel></kop><al>In gevallen, de uitvoering van deze verordening betreffende, waarin deze
                            verordening niet voorziet, beslist het dagelijks bestuur of maakt het
                            nadere regels.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2015.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening
                                    tegenprestatie naar vermogen Participatiewet, IOAW en IOAZ ISD
                                    Bollenstreek 2015.</al></li></lijst></artikel></paragraaf></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 18 december 2014.</ondertekening><ondertekening>De voorzitter, De griffier,</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting op de Verordening tegenprestatie naar vermogen 2015 </titel></kop><tussenkop>Algemeen</tussenkop><al>De tegenprestatie is geregeld in artikel 9 lid 1 onderdeel c van de
                    Participatiewet, in artikel 37, eerste lid, onder f, van de IOAW en artikel 37,
                    eerste lid, onder f, van de IOAZ.</al><al>Daarbij moet het dus gaan om:</al><al>a.<onderstreept>personen met een bijstands-, IOAW- of
                        IOAZ-uitkering</onderstreept></al><al>De tegenprestatie geldt zowel voor mensen die de bijstand/uitkering om niet
                    ontvangen als voor mensen die de bijstand/uitkering in de vorm van een
                    geldlening ontvangen, bijvoorbeeld in verband met het bezit van een eigen woning
                    met overwaarde. Voor iemand die alleen bijzondere bijstand ontvangt, geldt de
                    tegenprestatie niet, alsmede ook voor uitkeringsgerechtigden die buiten de
                    omschrijving van de doelgroep ontvangen (artikel 3) c.q. vrijgesteld zijn op
                    grond van de wet (zie toelichting op artikel 3, hieronder).</al><al>b.<onderstreept> onbetaalde werkzaamheden</onderstreept></al><al>Het gaat hier om werkzaamheden waar geen loon wordt betaald. Als er wel loon
                    wordt betaald dan is er sprake van reguliere werkzaamheden.</al><al>Als alleen een onkosten- of vrijwilligersvergoeding wordt betaald, dan is toch
                    sprake van onbetaalde</al><al>werkzaamheden. Gaat het om een onkostenvergoeding op basis van daadwerkelijk
                    gemaakte kosten</al><al>(belanghebbende heeft bonnetjes gedeclareerd) dan hoeft hier niets mee gedaan te
                    worden met betrekking tot de uitkering. Gaat het om een vrijwilligersvergoeding,
                    dan kan een deel worden vrijgelaten. Het onderscheid tussen vrijwilligerswerk en
                    een tegenprestatie zit in het verplichte karakter van de tegenprestatie.</al><al>Vrijwilligerswerk is onbetaald werk dat volledig vrijwillig (onverplicht) wordt
                    gedaan in enig georganiseerd verband, voor anderen of de samenleving.
                    Werkzaamheden die iemand als vrijwilliger doet, kunnen ook worden gedaan in het
                    kader van de tegenprestatie. Het is aan de gemeente (dagelijks bestuur) om te
                    bepalen of iemand hiermee aan zijn verplichtingen tot het doen van een
                    tegenprestatie heeft voldaan.</al><al>c.<onderstreept>werkzaamheden die additioneel zijn op reguliere
                        arbeid</onderstreept></al><al>Het moet gaan om werkzaamheden waar in deze tijd en op deze plaats geen enkele
                    bereidheid is om daar een geldelijke beloning voor te betalen. Ook hier geldt
                    dat het plaats- en tijdgebonden is. Dat betekent dat het noodzakelijk is om
                    regelmatig te evalueren of de werkzaamheden nog steeds als additioneel kunnen
                    worden beschouwd. Er is een groot grijs gebied waar verdringing van de
                    arbeidsmarkt op de loer ligt.</al><al>d.<onderstreept>werkzaamheden waarvan het primaire doel niet is
                        arbeidsinschakeling</onderstreept></al><al>Het primaire doel van de tegenprestatie is dat iemand maatschappelijk nuttige
                    activiteiten verricht in ruil voor de uitkering. Dat betekent niet dat de
                    tegenprestatie niet mag bijdragen aan arbeidsinschakeling. Het kan een mooie
                    manier zijn voor uitkeringsgerechtigden om te (blijven) participeren in de
                    samenleving en om een sociaal netwerk, arbeidsritme en regelmaat te behouden.
                    Dit zijn ook noodzakelijke voorwaarden om de kansen op de arbeidsmarkt te
                    vergroten.</al><al>Arbeidsinschakeling mag zonder meer een secundair doel kan zijn, maar als het
                    hoofdzakelijk of uitsluitend gericht is op arbeidsinschakeling, dan is sprake
                    van een re-integratietraject of participatieplaats.</al><al>e.<onderstreept>werkzaamheden die nauwkeurig omschreven zijn en afgestemd op de
                        capaciteiten en</onderstreept><onderstreept>mogelijkheden van
                        belanghebbende</onderstreept></al><al>Zie daarvoor de toelichting op artikel 5.</al><al>f.<onderstreept>werkzaamheden beperkt in duur en omvang</onderstreept></al><al>Zie daarvoor de toelichting op artikel 6. </al><al>g.<onderstreept>maatschappelijk nuttige activiteiten</onderstreept></al><al>Een onderdeel van de definitie is dat het moet gaan om maatschappelijk nuttige
                    activiteiten. Wanneer is een activiteit maatschappelijk nuttig? Dit begrip wordt
                    niet nader omschreven in de wetgeving en er is (tot op heden) nog geen
                    jurisprudentie over. Het kan gaan om activiteiten die nuttig zijn voor de lokale
                    omgeving of voor de gemeente zelf. Maar ook de ontwikkeling van de
                    uitkeringsgerechtigde die de tegenprestatie uitvoert wordt als maatschappelijk
                    nuttig beschouwd. Bijvoorbeeld omdat de tegenprestatie mensen weer actief
                    krijgt. Dit kan op de lange termijn helpen om de kosten voor de gemeenschap te
                    reduceren.</al><tussenkop>Artikelsgewijze toelichting</tussenkop><tussenkop>Artikel 1. Begripsomschrijvingen</tussenkop><al>In lid 1 wordt bij het beschrijven van de begrippen die in de verordening
                    voorkomen zoveel als mogelijk aangesloten bij de begripsbepalingen uit de
                    Participatiewet, IOAW/IOAZ en de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Daar waar
                    mogelijk wordt naar de betreffende artikelen in de Participatiewet/de IOAW/IOAZ
                    verwezen.</al><tussenkop>Artikel 2. Bevoegdheid dagelijks bestuur</tussenkop><al>Ingevolge artikel 8a van de Participatiewet en artikel 35 van de IOAW/IOAZ stelt
                    de gemeenteraad bij verordening regels vast gericht op het opdragen van de
                    tegenprestatie. In theorie zouden deze regels kunnen inhouden dat er geen
                    tegenprestatie naar vermogen wordt opgelegd. Dit artikel bepaalt nu dat het
                    dagelijks bestuur die tegenprestatie naar vermogen wel oplegt (binnen de
                    randvoorwaarden van de verordening).</al><tussenkop>Artikel 3. Doelgroep van de tegenprestatie naar vermogen</tussenkop><al>Dit artikel bepaalt dat het dagelijks bestuur niet aan alle
                    uitkeringsgerechtigden een tegenprestatie naar vermogen oplegt, maar in beginsel
                    alleen aan diegenen die gedurende een langere periode (te weten 24 maanden
                    aaneengesloten) een uitkering ontvangen. Hierdoor wordt de omvang van de
                    doelgroep enigszins beperkt. De eerste jaren zal de focus vooral gericht zijn op
                    re-integratie. Daarnaast geldt dat naarmate men langer een uitkering ontvangt,
                    de rechtvaardiging om iets terug te doen voor de uitkering groter wordt. In
                    uitzonderingsgevallen kan hiervan worden afgeweken (“in beginsel”). Ook kan het
                    dagelijks bestuur meer in zijn algemeenheid besluiten om de “wachtperiode” te
                    verkorten tot bijvoorbeeld 12 maanden. Dit kan het geval zijn als er voldoende
                    of meer (financiële) mogelijkheden zijn om de tegenprestatie naar vermogen aan
                    een grotere groep uitkeringsgerechtigden op te leggen dan nu , bij de huidige
                    stand van zaken, het geval is.</al><al>Indien de uitkeringsgerechtigde al vrijwilligerswerk doet, kan dit reden zijn om
                    geen tegenprestatie van hem te verlangen. Dit geldt zeker ook indien de
                    uitkeringsgerechtigde een traject volgt richting werk.</al><al>Het dagelijks bestuur kan hieromtrent nadere regels stellen. Maatwerk staat
                    daarbij voorop.</al><al>Overigens geeft de wet aan dat bepaalde groepen zijn vrijgesteld van de
                    tegenprestatie.</al><al>Vrijgesteld van de tegenprestatie zijn namelijk:</al><lijst><li nr="-"><al>zij die volledig en duurzaam arbeidsongeschikt zijn en op grond daarvan
                            volledig zijn vrijgesteld van de arbeids- en re-integratieverplichting
                            (art 9, vijfde lid, van de Participatiewet).</al></li><li nr="-"><al>zij die een dringende reden hebben en die op grond daarvan tijdelijk
                            zijn vrijgesteld van de arbeidsverplichting en de tegenprestatie.
                            Zorgtaken kunnen als dringende reden worden aangemerkt voor zover
                            hiermee geen rekening kan worden gehouden door middel van een
                            voorziening als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder a van de
                            Participatiewet/artikel 34, eerste lid, onderdeel a, van de IOAZ/IOAZ
                            (artikel 9, tweede lid, van de Participatiewet / 37a, eerste lid, van de
                            IOAW/IOAZ).</al></li><li nr="-"><al>op wie artikel 9a van de Participatiewet/artikel 38 IOAW/IOAZ van
                            toepassing is (ontheffing plicht tot arbeidsinschakeling alleenstaande
                            ouders).</al></li></lijst><tussenkop>Artikel 4. Initiatief bij de uitkeringsgerechtigde</tussenkop><al>Net zoals het geval is bij de uitvoering van de WMO, de schulddienstverlening en
                    het minimabeleid, is de verhouding tussen overheid en burger (steeds meer) aan
                    het kantelen. Was het eerst zo dat de overheid voor alles zorgde, nu is veel
                    meer de burger aan zet (eigen verantwoordelijkheid).</al><al>Vandaar dat in overeenstemming daarmee, in dit artikel geregeld is dat de
                    uitkeringsgerechtigde eerst zelf de verantwoordelijkheid krijgt om zijn
                    tegenprestatie naar vermogen te regelen.</al><al>Hiervoor krijgt hij een termijn van 8 weken. </al><al>Lukt dit hem niet dan zal het dagelijks bestuur in deze het initiatief moeten
                    over nemen.</al><tussenkop>Artikel 5. Inhoud van de beschikking</tussenkop><al>Individualisering is noodzakelijk om het onderscheid te maken met verplichte
                    arbeid. </al><al>Het enkel stellen dat de uitkeringsgerechtigde niet beperkt is zodat hij alle
                    soorten werkzaamheden kan verrichten, is dan ook onvoldoende.</al><al>Voor de tegenprestatie is de term ‘naar vermogen’ van belang. Is er een
                    tegenprestatie opgelegd die betrokkene kan uitvoeren? Daarbij spelen
                    verschillende zaken een rol, zoals lichamelijke en geestelijke gesteldheid, de
                    mogelijkheid om op de werkplek te komen en de afstemming op de zorgtaken. Deze
                    individuele omstandigheden zullen door de consulent met de uitkeringsgerechtigde
                    besproken moeten zijn.</al><al>Er zal dus maatwerk moeten worden geleverd, waarbij op individuele basis wordt
                    aangegeven waarom deze activiteit geschikt is voor deze persoon en hoe deze
                    activiteiten zijn afgestemd op de capaciteiten en mogelijkheden van de
                    uitkeringsgerechtigde.</al><tussenkop>Artikel 6. Duur en omvang van de tegenprestatie</tussenkop><al>Uit jurisprudentie blijkt dat 32 uur per week in ieder geval te veel wordt
                    gevonden voor de tegenprestatie. Dat oordeel zou anders kunnen luiden als het
                    gaat om eenmalig 32 uur in één week. Dat is een wezenlijk andere situatie.</al><al>Overeenkomstig de bedoelingen van de wetgever is er voor gekozen de omvang en
                    duur van de tegenprestatie in tijd te beperken: het gaat in principe om
                    kortstondige werkzaamheden.</al><al>Het dagelijks bestuur kan naar beneden afwijken van omvang en duur als de
                    omstandigheden dat vragen.</al><tussenkop>Artikel 7. Uitvoering</tussenkop><al>Dit artikel spreekt voor zich.</al><tussenkop>Artikel 8. Hardheidsclausule</tussenkop><al>Dit artikel spreekt voor zich.</al><tussenkop>Artikel 9. Situaties waarin deze verordening niet voorziet</tussenkop><al>Het betreft hier een delegatiebepaling aan het dagelijks bestuur in gevallen
                    waarin de verordening</al><al>niet voorziet. Het spreekt dat het dagelijks bestuur daarbij de kaders van de
                    wet en deze verordening daarbij in acht neemt </al><tussenkop>Artikel 10. Inwerkingtreding en citeertitel</tussenkop><al>Dit artikel spreekt voor zich.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>