<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR360802_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening individuele studietoeslag Participatiewet ISD Bollenstreek 2015 Noordwijkerhout</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Noordwijkerhout</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-02</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Noordwijkerhout</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening individuele studietoeslag Participatiewet ISD Bollenstreek 2015 Noordwijkerhout</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>onderwijs</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-12-18</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-05-02</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening individuele studietoeslag Participatiewet ISD Bollenstreek 2015
                Noordwijkerhout</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Indienen verzoek</titel></kop><al>Een verzoek als bedoeld in artikel 36b, eerste lid, van de Participatiewet,
                        wordt ingediend door middel van een door het dagelijks bestuur vastgesteld
                        formulier.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Advies over oordeel verdienen wettelijk minimumloon</titel></kop><al>Het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen kan het dagelijks bestuur
                        adviseren met betrekking tot het oordeel of een persoon niet in staat is tot
                        het verdienen van het wettelijk minimumloon, maar wel mogelijkheden heeft
                        tot arbeidsparticipatie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Toekenning en verstrekking individuele studietoeslag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een individuele studietoeslag wordt toegekend voor de duur van maximaal
                            12 maanden en voor zolang de betreffende persoon voldoet aan de
                            voorwaarden voor de individuele studietoeslag zoals bepaald in de
                            Participatiewet,</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Na het verstrijken van de in het eerste lid bedoelde termijn kan de
                            persoon, als bedoeld in artikel 2, een nieuw verzoek indienen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De individuele studietoeslag wordt per maand uitbetaald.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Hoogte individuele studietoeslag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een individuele studietoeslag bedraagt een percentage van de
                            bijstandsnorm voor gehuwden conform artikel 21 onderdeel c van de
                            Participatiewet. Dit percentage is:</al><lijst><li nr="-"><al>25% voor personen van 23 jaar of ouder;</al></li><li nr="-"><al>21% voor personen van 22 jaar;</al></li><li nr="-"><al>18% voor personen van 21 jaar;</al></li><li nr="-"><al>15% voor personen van 18 tot en met 20 jaar.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor het bepalen van de hoogte van het percentage, als bedoeld in lid 1,
                            is bepalend de leeftijd van verzoeker ten tijde van het indienen van het
                            verzoek.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2015.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: ‘Verordening individuele
                        studietoeslag Participatiewet ISD Bollenstreek 2015</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente in zijn openbare
                        raadsvergadering van d.d. </ondertekening><ondertekening>18 december 2014</ondertekening><ondertekening>De voorzitter, De griffier,</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting</titel></kop><tussenkop>Algemeen</tussenkop><al>De Invoeringswet Participatiewet introduceert een studieregeling in de
                    Participatiewet: de individuele studietoeslag. Hiermee krijgt het dagelijks
                    bestuur de mogelijkheid mensen, van wie is vastgesteld dat ze niet in staat zijn
                    het minimumloon te verdienen, een individuele studietoeslag te verstrekken als
                    ze studeren. Het afronden van een studie versterkt de positie op de
                    arbeidsmarkt. Een diploma is een bewijs tegenover werkgevers dat iemand
                    gemotiveerd is en veel in zijn mars heeft.</al><al>Mensen met een arbeidshandicap hebben volgens de regering een extra steuntje in
                    de rug nodig als het gaat om studeren. Voor hen is de drempel om te lenen een
                    stuk hoger, omdat de kans op een baan later lager is. Een studieregeling
                    stimuleert mensen om toch de stap te zetten om naar school te gaan of een studie
                    te gaan volgen. Ook biedt het een financiële compensatie voor het feit dat het
                    voor deze groep vaak moeilijk is om de studie te combineren met een bijbaan (TK
                    2013-2014, 33 161, nr. 125, p. 2).</al><al>De individuele studietoeslag moet worden aangemerkt als een vorm van bijzondere
                    bijstand (artikel 5, onderdeel d, van de Participatiewet). De individuele
                    studietoeslag is niet gerelateerd aan bepaalde kosten. Het is een
                    inkomensondersteunende maatregel voor mensen van wie is vastgesteld dat ze niet
                    in staat zijn het minimumloon te verdienen.</al><al/><tussenkop>Verordeningsplicht</tussenkop><al>De Invoeringswet Participatiewet legt de gemeenteraad de verplichting op in een
                    verordening regels vast te stellen over het verlenen van een individuele
                    studietoeslag. Deze verordeningsopdracht is neergelegd in artikel 8, eerste lid,
                    onderdeel c, van de Participatiewet. De regels moeten in ieder geval betrekking
                    hebben op de hoogte en de frequentie van de betaling van de individuele
                    studietoeslag (artikel 8, derde lid Participatiewet).</al><al/><tussenkop>Voorwaarden individuele studietoeslag</tussenkop><al>Een persoon die behoort tot de doelgroep voor ondersteuning bij de
                    arbeidsinschakeling als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de
                    Participatiewet kan een aanvraag indienen voor een individuele studietoeslag.
                    Artikel 36b, eerste lid, van de Participatiewet spreekt overigens zowel over
                    verzoek als aanvraag. Het dagelijks bestuur kan op een dergelijk verzoek – gelet
                    op de individuele omstandigheden van een persoon - een individuele studietoeslag
                    verlenen. Hiervoor is vereist dat deze persoon op de datum van de aanvraag:</al><lijst><li nr="-"><al>18 jaar of ouder is;</al></li><li nr="-"><al>recht heeft op studiefinanciering op grond van de Wet studiefinanciering
                            2000 of recht heeft op een tegemoetkoming op grond van hoofdstuk 4 van
                            de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten;</al></li><li nr="-"><al>geen in aanmerking te nemen vermogen als bedoeld in artikel 34 van de
                            Participatiewet heeft; en</al></li><li nr="-"><al>een persoon is van wie is vastgesteld dat hij met voltijdse arbeid niet
                            in staat is tot het verdienen van het wettelijk minimumloon, doch wel
                            mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft.</al></li></lijst><al>Dat een persoon recht moet hebben op studiefinanciering of een
                    WTOS-tegemoetkoming, betekent niet dat deze persoon ook daadwerkelijk
                    studiefinanciering of een tegemoetkoming moet ontvangen. Het recht op
                    studiefinanciering bestaat, afhankelijk van iemands gekozen opleiding, leeftijd
                    en inkomen. Of van dit recht gebruik gemaakt wordt is niet in de Participatiewet
                    geregeld en is geen vereiste voor het ontvangen van een individuele
                    studietoeslag op grond van de Participatiewet. Voor het recht op een individuele
                    studietoeslag is het dan ook voldoende dat een persoon recht heeft op
                    studiefinanciering of een tegemoetkoming. De persoon zal - als aanvrager van de
                    toeslag - aannemelijk moeten maken dat hij recht op studiefinanciering of een
                    tegemoetkoming heeft, bijvoorbeeld door een beschikking van DUO of door een
                    bewijs van inschrijving bij een bepaalde opleiding te overleggen.</al><al>De artikelen 12, 43, 49 en 52 van de Participatiewet zijn niet van toepassing
                    bij verlening van de individuele studietoeslag (artikel 36b, tweede lid, van de
                    Participatiewet). De aanvraag moet worden ingediend bij het dagelijjks bestuur..
                    Een individuele studietoeslag kan niet als lening worden verstrekt als een
                    persoon met de studietoeslag schulden wil aflossen. Artikel 49 van de
                    Participatiewet is namelijk niet van toepassing op de individuele studietoeslag
                    (artikel 36b, tweede lid, van de Participatiewet). Ook artikel 52 van de
                    Participatiewet is niet van toepassing op de individuele studietoeslag (artikel
                    36b, tweede lid, van de Participatiewet). Dit maakt dat de individuele
                    studietoeslag niet kan worden verstrekt in de vorm van een voorschot.</al><al/><tussenkop>Artikelsgewijze toelichting</tussenkop><al>Enkel die bepalingen die nadere toelichting behoeven worden hier behandeld.</al><al/><tussenkop>Artikel 1. Indienen verzoek </tussenkop><al>Een verzoek om een individuele studietoeslag kan worden ingediend door personen
                    als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de Participatiewet. Dit
                    betreft personen die het dagelijks bestuur ondersteunt bij
                    arbeidsinschakeling:</al><al> personen die algemene bijstand ontvangen;</al><al> personen als bedoeld in de artikelen 34a, vijfde lid, onderdeel b, 35, vierde
                    lid, onderdeel b en 36, derde lid, onderdeel b van de Wet werk en inkomen naar
                    arbeidsvermogen tot het moment dat het inkomen uit arbeid in dienstbetrekking
                    gedurende twee aaneengesloten jaren ten minste het minimumloon bedraagt en ten
                    behoeve van die persoon in die twee jaren geen loonkostensubsidie als bedoeld in
                    artikel 10d is verleend;</al><al> personen als bedoeld in artikel 10, tweede lid, van de Participatiewet;</al><al> personen met een nabestaanden- of wezenuitkering op grond van de Algemene
                    nabestaandenwet;</al><al> personen met een uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening oudere en
                    gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers,</al><al> personen met een uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening oudere en
                    gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, en</al><al> niet-uitkeringsgerechtigden.</al><al>Het dagelijks bestuur kan aan deze personen, op een daartoe strekkend verzoek,
                    een individuele studietoeslag verlenen (artikel 36b, eerste lid, van de
                    Participatiewet). Een persoon dient op datum van de aanvraag aan de voorwaarden
                    te voldoen zoals genoemd in artikel 36b, eerste lid, van de Participatiewet.
                    Onder aanvraag wordt verstaan: een verzoek van een persoon, een besluit te nemen
                    (artikel 1:3, derde lid, van de Awb). Een aanvraag dient in beginsel
                    schriftelijk te worden ingediend (artikel 4:1 van de Awb). Om onduidelijkheid te
                    voorkomen omtrent de wijze waarop het verzoek als bedoeld in artikel 36b, eerste
                    lid, van de Participatiewet moet worden ingediend, bepaalt artikel 1 van deze
                    verordening dat het verzoek moet worden gedaan middels een door het dagelijks
                    bestuur vastgesteld formulier. Een verzoek wordt dan gezien als een aanvraag
                    zoals bedoeld in afdeling 4.1.1 van de Awb. Het gaat dan om een schriftelijke
                    aanvraag (artikel 4:1 van de Awb) die wordt ondertekend door de aanvrager en ten
                    minste de naam en het adres van de aanvrager bevat, de dagtekening en een
                    aanduiding van de beschikking die wordt gevraagd (artikel 4:2, eerste lid, van
                    de Awb). De aanvrager verschaft ook de gegevens en bescheiden die voor de
                    beslissing op de aanvraag nodig zijn en waarover hij redelijkerwijs de
                    beschikking kan krijgen (artikel 4:2, tweede lid, van de Awb). Een mondeling
                    verzoek kan hiermee dus niet worden aangemerkt als een verzoek om individuele
                    studietoeslag zoals bedoeld in artikel 36b van de Participatiewet.</al><al/><tussenkop>Artikel 2. Advies over oordeel verdienen wettelijk minimumloon </tussenkop><al>Artikel 36b, eerste lid, van de Participatiewet regelt in welke gevallen het
                    college( dagelijks bestuur) op verzoek van een persoon, gelet op diens
                    individuele omstandigheden, een individuele studietoeslag kan verlenen. Dit is
                    het geval indien een persoon op de datum van de aanvraag:</al><lijst><li nr="-"><al>18 jaar of ouder is;</al></li><li nr="-"><al>recht heeft op studiefinanciering op grond van de Wet studiefinanciering
                            2000 of recht heeft op een tegemoetkoming op grond van hoofdstuk 4 van
                            de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten;</al></li><li nr="-"><al>geen in aanmerking te nemen vermogen als bedoeld in artikel 34 van de
                            Participatiewet heeft; en</al></li><li nr="-"><al>een persoon is van wie is vastgesteld dat hij niet in staat is tot het
                            verdienen van het wettelijk minimumloon, maar wel mogelijkheden tot
                            arbeidsparticipatie heeft.</al></li></lijst><al>Met betrekking tot het laatst genoemde criterium kan het dagelijks bestuur
                    advies inwinnen bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen. Het gaat
                    om advies met betrekking tot het oordeel of een persoon niet in staat is tot het
                    verdienen van het wettelijk minimumloon, doch wel</al><al>mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft. </al><al>Het zal niet altijd nodig zijn om dit advies in te winnen omdat de loonwaarde
                    van de klant eventueel ook andere bron bekend kan zijn </al><al>Deze bepaling sluit aldus aan bij de doelgroepbepaling van het instrument
                    loonkostensubsidie en zorgt ervoor dat gemeenten geen apart
                    beoordelingsinstrument hoeven te ontwikkelen. Dit draagt bij aan de
                    uitvoerbaarheid van de studietoeslag.</al><al/><tussenkop>Artikel 3. Toekenning en verstrekking individuele
                    studietoeslag</tussenkop><tussenkop>Lid 1</tussenkop><al>Aangezien het ongewenst is dat de toeslag blijft doorlopen na het beëindigen van
                    de studie, is tevens bepaald dat de toeslag stopt zodra betrokkene niet meer
                    voldoet aan de voorwaarden. De voorwaarden die op de datum van aanvraag gelden,
                    gelden dus ook voor de voortzetting van het recht op de individuele
                    studietoeslag.</al><al>In overeenstemming met het gevoerde bijzonder bijstandsbeleid waarbij periodieke
                    uitkeringen voor de duur van maximaal 12 maanden worden toegekend geldt dit ook
                    voor de toeslag. Daarna kan betrokkene een nieuw verzoek indienen.</al><tussenkop>Lid 2</tussenkop><al>Om recht te doen aan de functie van inkomensondersteuning, wordt de toeslag per
                    maand uitbetaald.</al><al/><tussenkop>Artikel 4. Hoogte individuele studietoeslag</tussenkop><al>In artikel 4 van deze verordening is de hoogte van de individuele studietoeslag
                    geregeld. Hierbij wordt de studietoeslag per persoon die voldoet aan de
                    voorwaarden toegekend. </al><al>De vergoeding die het UWV thans uitkeert aan Wajongers bedraagt 25% van het
                    wettelijk minimum(jeugd)loon. Hierbij sluiten we aan. Echter dit is een
                    brutoloon, terwijl de bijstand werkt met netto bedragen. Daarom is de
                    bijstandsnorm voor gehuwden (artikel 21 onderdeel c van de Participatiewet) als
                    uitgangspunt genomen. De individuele studietoeslag bedraagt voor personen van 23
                    jaar of ouder 25% van deze norm. Voor de andere leeftijdsgroepen is een lager
                    percentage genomen, ongeveer overeenkomend met het verschil in de
                    minimumjeugdlonen per leeftijdsgroep. </al><al>Is sprake van gehuwden die allebei afzonderlijk voldoen aan de voorwaarden voor
                    een individuele studietoeslag, dan komen zij afzonderlijk in aanmerking voor een
                    individuele studietoeslag.</al><al>De leeftijd op moment van het verzoek is bepalend voor de hoogte van het
                    wettelijk minimumloon en dus voor de toeslag gedurende maximaal 12 maanden.</al><al/><tussenkop>Artikel 5. Inwerkingtreding</tussenkop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2015. Vanaf die
                    datum is in artikel 8, eerste lid, onderdeel c, van de Participatiewet de
                    verordeningsopdracht voor de gemeenteraad neergelegd om regels in de verordening
                    vast te stellen over het verlenen van een individuele studietoeslag.</al><al/><tussenkop>Artikel 6. Citeertitel</tussenkop><al>In dit artikel is de citeertitel van deze verordening neergelegd.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>