<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR360798_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening inburgering ISD Bollenstreek 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Noordwijkerhout</dcterms:creator><dcterms:modified>2015-01-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Noordwijk</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening inburgering ISD Bollenstreek 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-12-18</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2019-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening inburgering ISD Bollenstreek 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begrippen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Alle begrippen die in deze verordening gebruikt worden en die
                                    niet nader worden omschreven</al><al> hebben dezelfde betekenis als in de Wet inburgering (Wi), de
                                    Wet van 13 september 2012 tot </al><al> wijziging van de Wet inburgering en enkele andere wetten in
                                    verband met de versterking van de </al><al> eigen verantwoordelijkheid van de inburgeringsplichtige (Stb.
                                    2012, 430) en de op voornoemde </al><al> wetten berustende regelingen, alsmede de Algemene wet
                                    bestuursrecht (Awb).</al></li><li nr="2."><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>dagelijks bestuur: het dagelijks bestuur van de
                                            Intergemeentelijke Sociale Dienst Bollenstreek;</al></li><li nr="b."><al>Wi: de Wet inburgering, zoals deze luidde op 31 december
                                            2012;</al></li><li nr="c."><al>Wet van 13 september 2012: de Wet van 13 september 2012
                                            tot wijziging van de Wet</al><al> inburgering en enkele andere wetten in verband met de
                                            versterking van de eigen </al><al> verantwoordelijkheid van de inburgeringsplichtige (Stb.
                                            2012, 430); </al></li><li nr="d."><al>PW: Participatiewet;</al></li><li nr="e."><al>inburgeringsplichtige: de persoon, bedoeld in artikel X,
                                            1<sup>e</sup> t/m 4<sup>e</sup> lid van de Wet van
                                            13</al><al> september 2012 (Stb. 2012, 430) die zijn woonplaats
                                            heeft in de gemeenten Hillegom, Lisse, Noordwijk,
                                            Noordwijkerhout of Teylingen.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Opdracht aan het dagelijks bestuur</titel></kop><al>Het dagelijks bestuur doet eenmaal per jaar verslag aan de gemeenteraad
                            over de doeltreffendheid en de resultaten van het beleid. Dit verslag
                            kan onderdeel uitmaken van het programmaverslag als bedoeld in de
                            gemeenschappelijke regeling ISD Bollenstreek.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.</nr><titel>De informatieverstrekking</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>De informatieverstrekking aan inburgeringsplichtigen</titel></kop><al>Het dagelijks bestuur draagt er zorg voor dat de inburgeringsplichtigen
                            op een doeltreffende en doelmatige wijze worden geïnformeerd over hun
                            rechten en plichten uit hoofde van de Wi en over het aanbod van en de
                            toegang tot inburgeringsvoorzieningen en taalkennisvoorzieningen.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.</nr><titel>Samenstelling van de inburgeringsvoorziening of
                            taalkennisvoorziening</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Inburgeringsaanbod</titel></kop><al>Het dagelijks bestuur biedt een inburgeringsvoorziening of
                            taalkennisvoorziening aan aan de inburgeringsplichtige bedoeld in
                            artikel X, derde lid, van de Wet van 13 september 2012, te weten:</al><lijst><li nr="a."><al>de houder van een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 28
                                    van de Vreemdelingenwet 2000;</al></li><li nr="b."><al>de geestelijk bedienaar, bedoeld in artikel 1, onderdeel g van
                                    de Wi, die geen oudkomer is als</al><al> bedoeld in artikel 1, onderdeel c, van de Wi;</al></li></lijst><al>voor zover deze vóór 1 januari 2013 inburgeringsplichtig is
                            geworden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>De samenstelling van de inburgeringsvoorziening of
                                taalkennisvoorziening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur stemt de inburgeringsvoorziening of
                                taalkennisvoorziening aan de inburgeringsplichtige bedoeld in
                                artikel 4 onder a. af op het startniveau en de vaardigheden, de
                                persoonlijke omstandigheden en de maatschappelijke positie van de
                                inburgeringsplichtige.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de inburgeringsplichtige bedoeld in artikel 4onder a.
                                een voorziening gericht op de arbeidsinschakeling wordt aangeboden,
                                draagt het dagelijks bestuur er zorg voor dat de
                                inburgeringsvoorziening op de voorziening gericht op
                                arbeidsinschakeling wordt afgestemd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Aan de inburgeringsplichtige bedoeld in artikel 4onder a.
                                biedt het dagelijks bestuur maatschappelijke begeleiding aan.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Een inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening kan, naast
                                datgene wat in de Wi is geregeld, een of meer van de volgende
                                onderdelen bevatten:</al><lijst><li nr="a."><al>ondersteuning bij arbeidsinschakeling als bedoeld in artikel
                                        10 van de PW;</al></li><li nr="b."><al>voortgangsgesprekken gedurende het inburgeringstraject.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De voorzieningen gericht op arbeidsinschakeling zoals bedoeld in
                                artikel 7, eerste lid, onderdeel a van de PW en artikel 10, eerste
                                lid van de PW kunnen onderdeel uitmaken van de
                                inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Onverminderd het vierde en vijfde lid kan de inburgeringsvoorziening
                                of taalkennisvoorziening tevens omvatten:</al><lijst><li nr="a."><al>de noodzakelijke kosten samenhangende met de deelname aan
                                        die voorziening;</al></li><li nr="b."><al>de kosten ter bepaling van de noodzakelijkheid en inhoud van
                                        die voorziening.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Het persoonlijk inburgeringsbudget (PIB)</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het dagelijks bestuur behandelt het verzoek van de
                                    inburgeringsplichtige om in aanmerking te komen voor een
                                    voorziening in de vorm van een persoonlijk inburgeringsbudget op
                                    de volgende wijze:</al><lijst><li nr="a."><al>de inburgeringsplichtige kan mondeling of schriftelijk
                                            verzoeken om een persoonlijk</al><al> inburgeringsbudget; </al></li><li nr="b."><al>het dagelijks bestuur treedt met de
                                            inburgeringsplichtige in overleg over in ieder geval
                                            de</al><al> criteria en procedure die gelden bij een persoonlijk
                                            inburgeringsbudget; </al></li><li nr="c."><al>de inburgeringsplichtige kan zes weken de tijd krijgen
                                            om een schriftelijk inburgerings-</al><al> programma in te dienen bij het dagelijks bestuur;</al></li><li nr="d."><al>het dagelijks bestuur neemt na indiening van het
                                            inburgeringsprogramma binnen acht weken een beslissing
                                            of een persoonlijk inburgeringsbudget wordt
                                            toegekend.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het dagelijks bestuur kan het door de inburgeringsplichtige
                                    ingediende inburgerings-</al><al> programma goedkeuren indien:</al><lijst><li nr="a."><al>het inburgeringsprogramma naar het oordeel van het
                                            dagelijks bestuur passend is om:</al><lijst><li nr="-"><al>de inburgeringsplichtige toe te leiden naar het
                                                  inburgeringsexamen of staatsexamen</al><al> Nederlands als tweede taal I of II; of </al></li><li nr="-"><al>de inburgeringsplichtige de kennis van de
                                                  Nederlandse taal te laten verwerven die</al><al> noodzakelijk is voor het kunnen afronden van
                                                  een mbo-opleiding op niveau 1 of 2; en </al></li></lijst></li><li nr="b."><al>de reguliere inburgeringsvoorziening of
                                            taalkennisvoorziening naar het oordeel van het</al><al> dagelijks bestuur niet of onvoldoende aansluit op de
                                            behoefte van de inburgerings-plichtige en;</al></li><li nr="c."><al>het inburgeringsprogramma naar het oordeel van het
                                            dagelijks bestuur voldoende concreet en haalbaar is voor
                                            de desbetreffende inburgeringsplichtige en;</al></li><li nr="d."><al>de kosten naar het oordeel van het dagelijks bestuur
                                            aanvaardbaar zijn.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Indien het dagelijks bestuur de inburgeringsvoorziening of
                                    taalkennisvoorziening in de vorm van een persoonlijk
                                    inburgeringsbudget toekent, sluit het dagelijks bestuur een
                                    overeenkomst met het inburgeringsbedrijf.</al></li><li nr="4."><al>Het dagelijks bestuur kan nadere regels stellen omtrent het
                                    persoonlijk inburgeringsbudget.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>De inning van de eigen bijdrage</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De eigen bijdrage, bedoeld in artikel 23, tweede lid, van de Wi
                                wordt in ten hoogste zes termijnen betaald door de
                                inburgeringsplichtige.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur legt in de beschikking tot toekenning van een
                                inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening de in het eerste
                                lid bedoelde termijnen van betaling vast. Indien het dagelijks
                                bestuur de eigen bijdrage verrekent met de op grond van de PW
                                toegekende algemene bijstand wordt dat in de beschikking
                                vastgelegd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur kan over de inning van de eigen bijdrage
                                nadere regels stellen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De vrijwillige inburgeraar is geen eigen bijdrage als bedoeld in
                                artikel 24e, eerste en tweede lid, van de Wi verschuldigd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Opleggen van verplichtingen</titel></kop><al>Het dagelijks bestuur kan een inburgeringsplichtige bedoeld in artikel
                            X, eerste t/m derde lid, van de</al><al>Wet van 13 september 2012<vet>, </vet>bij beschikking een of meer van de
                            volgende verplichtingen opleggen: </al><lijst><li nr="a."><al>het deelnemen aan de aangeboden inburgeringsvoorziening of
                                    taalkennisvoorziening;</al></li><li nr="b."><al>het deelnemen aan gesprekken met de trajectbegeleider;</al></li><li nr="c."><al>het deelnemen aan voortgangsgesprekken;</al></li><li nr="d."><al>voor de eerste maal deelnemen aan het inburgeringsexamen of
                                    Staatsexamen Nederlands als</al><al> tweede taal I of II op een tijdstip dat door het dagelijks
                                    bestuur wordt bepaald;</al></li><li nr="e."><al>het melden indien door ziekte dan wel door andere relevante
                                    omstandigheden niet aan de</al><al> verplichtingen in de beschikking kan worden voldaan;</al></li><li nr="f."><al>overige verplichtingen die de inburgeringsvoorziening of
                                    taalkennisvoorziening kunnen</al><al> ondersteunen.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.</nr><titel>Het aanbod van een inburgeringsvoorziening of
                            taalkennisvoorziening</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>De procedure van het doen van een aanbod</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur doet het aanbod, bedoeld in artikel X, derde
                                lid, van de Wet van 13 september 2012 juncto artikel 19, eerste lid
                                of tweede lid, van de Wi mondeling of schriftelijk.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In het aanbod wordt een omschrijving gegeven van de
                                inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening die wordt
                                aangeboden en worden de rechten en verplichtingen vermeld die aan de
                                inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening worden
                                verbonden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De inburgeringsplichtige bedoeld in artikel 3 aan wie een aanbod
                                wordt gedaan, deelt binnen vier weken aan het dagelijks bestuur mee
                                of hij het aanbod al dan niet aanvaardt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Wanneer de inburgeringsplichtige bedoeld in artikel 3 het aanbod
                                aanvaardt, neemt het</al><al> dagelijks bestuur binnen acht weken na ontvangst van deze
                                mededeling het besluit tot toekenning van de inburgeringsvoorziening
                                of taalkennisvoorziening, overeenkomstig het gedane aanbod. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4.</nr><titel>De bestuurlijke boete en de gevolgen van niet nakoming van de
                            overeenkomst</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>De hoogte van de bestuurlijke boetes voor de verschillende
                                overtredingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 250 indien de
                                inburgeringsplichtige of de persoon ten aanzien van wie het
                                dagelijks bestuur op redelijke gronden kan vermoeden dat deze
                                inburgeringsplichtig is geen of onvoldoende medewerking verleent aan
                                het onderzoek, bedoeld in artikel X, tweede en derde lid, van de Wet
                                van 13 september 2012 juncto artikel 25, vierde lid, van de Wi.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 500 indien de
                                inburgeringsplichtige geen of onvoldoende medewerking verleent aan
                                de uitvoering van de voor hem vastgestelde inburgeringsvoorziening
                                of taalkennisvoorziening, bedoeld in artikel X, tweede en derde lid,
                                van de Wet van 13 september 2012 juncto artikel 23, eerste lid, van
                                de Wi of aan de verplichtingen, bedoeld in artikel 8 van deze
                                verordening.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 500 indien de
                                inburgeringsplichtige niet binnen de in artikel X, tweede en derde
                                lid, van de Wet van 13 september 2012 juncto artikel 7, eerste lid,
                                van de Wi bedoelde termijn of binnen de door het dagelijks bestuur
                                op grond van artikel X, tweede en derde lid, van de Wet van 13
                                september 2012 juncto artikel 31, tweede lid, onderdeel a, van de Wi
                                verlengde termijn het inburgeringsexamen of het staatsexamen
                                Nederlands als tweede taal I of II heeft behaald.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Verhoging van de bestuurlijke boete bij herhaling van de
                                overtreding</titel></kop><al>De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 1000 indien de
                            inburgeringsplichtige niet binnen de door het dagelijks bestuur op grond
                            van artikel X, tweede en derde lid, van de Wet van 13 september 2012
                            juncto artikel 32 of 33 van de Wi vastgestelde termijn het
                            inburgeringsexamen of het staatsexamen Nederlands als tweede taal I of
                            II heeft behaald. </al><al>Artikel 12. De gevolgen van niet nakoming van de overeenkomst door de
                                vrijwillige<vet> inburgeraar</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Indien de vrijwillige inburgeraar de verplichtingen die zijn
                                    neergelegd in de in artikel X, vijfde</al><al> lid, van de Wet van 13 september 2012 juncto artikel 24d,tweede
                                    lid, en artikel 24f van de Wi </al><al> bedoelde overeenkomst niet, of onvoldoende nakomt, kan het
                                    dagelijks bestuur:</al><lijst><li nr="a."><al>de inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening
                                            beëindigen en de overeenkomst met onmiddellijke ingang
                                            opzeggen indien de vrijwillige inburgeraar – ook na
                                            aanmaning/ingebrekestelling – de overeenkomst niet of
                                            onvoldoende nakomt.</al></li><li nr="b."><al>de kosten van de inburgeringsvoorziening of
                                            taalkennisvoorziening op de vrijwillige inburgeraar
                                            verhalen;</al></li><li nr="c."><al>de bijstand verlagen op grond van artikel 18, tweede
                                            lid, van de PW en de in artikel 8, eerste lid aanhef en
                                            sub a, van de PW bedoelde verordening wanneer de
                                            vrijwillige inburgeraar bijstand als bedoeld in de PW
                                            ontvangt.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het dagelijks bestuur kan nadere regels stellen betreffende de
                                    gevolgen van het niet of onvoldoende nakomen van de overeenkomst
                                    als bedoeld in artikel X, vijfde lid, van de Wet van 13
                                    september 2012 juncto artikel 24d, tweede lid, en artikel 24f
                                    van de Wi door de vrijwillige inburgeraar.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5.</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Onvoorziene omstandigheden en hardheidsclausule</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In alle gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslist het
                                dagelijks bestuur.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur kan in bijzondere gevallen afwijken van de
                                bepalingen van deze</al><al> verordening, als toepassing daarvan tot onbillijkheden van
                                overwegende aard leidt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Uitvoering</titel></kop><al>Het dagelijks bestuur is belast met de uitvoering van het bepaalde in
                            deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Intrekken oude verordening</titel></kop><al>De Participatieverordening ISD Bollenstreek 2013 wordt ingetrokken per 1
                            januari 2015.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2015.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening inburgering
                                    ISD Bollenstreek 2015.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 18 december 2014. </ondertekening><ondertekening>De voorzitter, De griffier,</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting bij de Verordening inburgering ISD Bollenstreek 2015</titel></kop><tussenkop>Algemeen</tussenkop><al>De afgelopen jaren waren inburgering en re-integratie (met onder meer de
                    voorzieningen gericht op arbeidsinschakeling) ondergebracht in één verordening:
                    de ‘Participatieverordening ISD Bollenstreek 2013’.</al><al>Omdat re-integratie / de toeleiding naar werk vanaf 1 januari 2015
                    waarschijnlijk wordt ondergebracht in het regionale Servicepunt Werk, is het
                    ‘lokale’ inburgeringsbeleid nu in een afzonderlijke verordening ondergebracht. </al><al>Daar komt bij dat de inburgeringstaken van gemeenten voor
                        <cursief>nieuwe</cursief> inburgeraars per 1 januari 2013 zijn komen te
                    vervallen. Gemeenten zijn alleen nog verantwoordelijk voor de (handhaving van
                    de) inburgering van de ‘oude’ inburgeringsplichtigen (zie hierna). Dit is
                    geregeld in de per 1 januari 2013 gewijzigde Wet inburgering (Wi). </al><tussenkop>Algemene toelichting op de (per 1-1-2013) gewijzigde Wet inburgering
                    (Wi)</tussenkop><al>De belangrijkste wijzigingen in de Wi waren: </al><al>1- De verantwoordelijkheid voor inburgering is volledig bij de
                    inburgeringsplichtige gelegd. </al><al>De inburgeringsplichtige bepaalt zelf hoe hij aan zijn inburgeringsplicht
                    voldoet. En hij draagt daarvoor zelf de kosten. Daarmee <onderstreept>vervalt de
                        plicht van gemeenten om voor inburgeringsvoorzieningen en
                        taalkennisvoorzieningen te zorgen</onderstreept>. </al><al>2- De doelgroep Wi is beperkt tot vreemdelingen die <onderstreept>op of na de
                        inwerkingtreding van de gewijzigde Wi</onderstreept> (1-1-2013) rechtmatig
                    verblijf krijgen in Nederland en (direct of later) een verblijfsvergunning voor
                    bepaalde tijd krijgen voor een niet-tijdelijk doel (asiel of
                    gezinsvorming/hereniging) of als geestelijke bedienaar. </al><al>3- De mogelijkheid voor gemeenten om <onderstreept>vrijwillige
                        inburgeraars</onderstreept> (EU-onderdanen en genaturaliseerde Nederlanders)
                    op grond van de Wi een inburgeringsvoorziening aan te bieden is vervallen.
                    Vrijwillige inburgeraars kunnen net als iedere andere burger via het reguliere
                    onderwijs de noodzakelijke (taal)vaardigheid en kennis verwerven om volledig
                    deel te kunnen nemen aan de samenleving. </al><al>4- Het vervallen van bovengenoemde bevoegdheden van gemeenten en het verschuiven
                    van de </al><al>resterende bevoegdheden van gemeenten naar de Minister van Binnenlandse Zaken en </al><al>Koninkrijksrelaties (BZK). </al><al>5- Vanaf 1 januari 2013 ontvangen gemeenten per nieuwe inburgeringsplichtige
                    asielgerechtigde van de regering een eenmalige bijdrage van € 1000. </al><al>Gemeenten blijven echter –in het kader van <vet><onderstreept>het
                            overgangsrecht</onderstreept></vet>– enkele taken houden:</al><al>1- gemeenten moeten diegenen die voor 1 januari 2013 een aanbod hebben gehad en
                    zich voor-bereiden op het inburgeringsexamen in staat stellen dit voort te
                    zetten en het examen af te leggen; </al><al>2- gemeenten moeten (blijven) handhaven dat de inburgeraars die vóór 1 januari
                    2013 inburgerings-plichtig zijn geworden, voldoen aan hun inburgeringsplicht; </al><al>3- gemeenten moeten een inburgeringsvoorziening aanbieden aan asielgerechtigden
                    en geestelijke bedienaren die vóór 1 januari 2013 inburgeringsplichtig zijn
                    geworden maar nog geen aanbod hebben gehad voor die datum. </al><al>De verantwoordelijkheden/taken die gemeenten op grond van dit overgangsrecht de
                    komende jaren nog blijven houden voor de ‘oude’ inburgeraars, worden geregeld in
                    deze verordening.</al><tussenkop>Artikelsgewijze toelichting</tussenkop><al>Enkel die bepalingen die nadere toelichting behoeven worden hier behandeld.</al><tussenkop>Artikel 1. Begrippen</tussenkop><al>Begrippen die al zijn omschreven in de Participatiewet (PW), de Wet inburgering
                    (Wi), de Wet van 13 september 2012 tot wijziging van de Wet inburgering en
                    enkele andere wetten in verband met de versterking van de eigen
                    verantwoordelijkheid van de inburgeringsplichtige (Stb. 2012, 430), de daarop
                    berustende regelingen (het Besluit inburgering en de Regeling inburgering) en de
                    Algemene wet bestuursrecht (Awb) worden niet afzonderlijk gedefinieerd in deze
                    verordening. Deze zijn vanzelf-sprekend van toepassing op deze verordening.</al><al>De begrippen die niet zijn omschreven in genoemde wetten/regeling/besluit of die
                    verduidelijkt moeten worden, zij in het tweede lid omschreven.</al><tussenkop>Artikel 2. Opdracht aan dagelijks bestuur</tussenkop><al>Dit artikel biedt de basis voor de verantwoording van het beleid. Deze
                    verantwoording kan onderdeel uitmaken van het programmaverslag. Het
                    programmaverslag maakt onderdeel uit van de jaarrekening, waarin door het
                    dagelijks bestuur van de ISD Bollenstreek verantwoording wordt afgelegd over de
                    beleidsuitvoering van het afgelopen kalenderjaar.</al><tussenkop>Artikel 3. De informatieverstrekking aan
                    inburgeringsplichtigen</tussenkop><al>De gemeente heeft als taak de inburgeringsplichtigen in haar gemeente goed te
                    informeren over de rechten en plichten die voortvloeien uit de Wi (en de Wet van
                    13 september 2012). De Wi laat gemeenten vrij om zelf te bepalen op welke wijze
                    de informatievoorziening wordt georganiseerd. Wel bepaalt de Wi dat de
                    gemeenteraad bij verordening regels vaststelt over de informatieverstrekking
                    door de gemeente. Dit artikel in de verordening vormt de uitwerking van deze
                    verplichting. </al><tussenkop>Artikel 4. Inburgeringsaanbod</tussenkop><al>Vanaf 1 januari 2013 is het dagelijks bestuur alleen verplicht een
                    inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening aan te bieden aan
                    asielgerechtigden en een inburgeringsvoorziening aan geestelijk bedienaren die
                    vóór 1 januari 2013 inburgeringsplichtig zijn geworden. Dit vloeit voort uit
                    artikel X van de Wet van 13 september 2012. </al><tussenkop>Artikel 5. De samenstelling van de inburgeringsvoorziening of
                    taalkennisvoorziening</tussenkop><tussenkop>Lid 1 t/m 3</tussenkop><al>In de verordening moeten regels worden gesteld met betrekking tot de
                    vaststelling door het dagelijks bestuur van een passende inburgeringsvoorziening
                    of taalkennisvoorziening, met in begrip van de totstandkoming en samenstelling
                    van die voorziening (artikel 19, vijfde lid, onderdeel b, van de Wi). </al><al>In dit artikel worden de kaders vastgesteld waarbinnen het dagelijks bestuur de
                    opdracht heeft voor de asielgerechtigde inburgeringsplichtige een op de persoon
                    toegesneden inburgeringsvoorziening samen te stellen. </al><al>De samenstelling van de inburgeringsvoorziening voor geestelijk bedienaren wordt
                    geregeld bij ministeriële regeling. Gemeenten hebben dus niet de mogelijkheid om
                    de inburgeringsvoorziening die zij aan geestelijk bedienaren aanbieden naar
                    eigen inzicht vorm te geven.</al><al>In de Wi is geregeld waaruit de inburgeringsvoorziening in ieder geval moet
                    bestaan. (Een cursus die toe leidt naar het inburgeringsexamen of het
                    staatexamen Nederlands als tweede taal I of II en het eenmaal kosteloos afleggen
                    van dat examen maakt deel uit van de inburgeringsvoorziening. En voor
                    asielgerechtigde inburgeringsplichtigen is maatschappelijke begeleiding
                    verplicht onderdeel van de inburgeringsvoorziening; artikel 19 lid 6 Wi). </al><tussenkop>Lid 4 t/m 6</tussenkop><al>Wat betreft de bijkomende faciliteiten die het dagelijks bestuur als onderdeel
                    van de inburgerings- of taalkennisvoorziening aan inburgeraars kan aanbieden,
                    kan worden gedacht aan bijvoorbeeld ondersteuning bij arbeidsinschakeling en
                    voorzieningen gericht op arbeidsinschakeling (omschreven in onder meer de
                    artikelen 7, eerste lid onderdeel a van de PW en artikel 10, eerste lid, van de
                    PW). </al><al>Dit zal vooral van belang zijn bij inburgeraars die een inburgerings- of
                    taalkennisvoorziening krijgen aangeboden in combinatie met een voorziening
                    gericht op arbeidsinschakeling (re-integratie).</al><al>Het zesde lid bepaalt dat ook kosten van flankerende inburgeringsvoorzieningen
                    (bijvoorbeeld reiskosten) onderdeel van de inburgeringsvoorziening kunnen
                    zijn.</al><tussenkop>Artikel 6. Het persoonlijk inburgeringsbudget (PIB)</tussenkop><al>Artikel 19, tweede lid, van de Wi bepaalt dat de inburgerings- of
                    taalkennisvoorziening op verzoek van de inburgeringsplichtige in de vorm van een
                    persoonlijk inburgeringsbudget (PIB) kan worden aangeboden. Het PIB wordt gezien
                    als geschikt instrument om invulling te geven aan meer maatwerk en meer eigen
                    verantwoordelijkheid van de inburgeraar bij de vormgeving en invulling van zijn
                    inburgeringstraject. De inburgeraar legt namelijk zelf in een voorstel neer hoe
                    hij zijn inburgering vorm wil geven (het inburgeringsprogramma). Een PIB
                    veronderstelt dus motivatie en eigen initiatief bij de inburgeraar. Zijn
                    voorstel behoeft de instemming van het dagelijks bestuur. Zo houdt het dagelijks
                    bestuur de regie. Op grond van de artikelen 19, vijfde lid, van de Wi moet de
                    gemeenteraad bij verordening regels stellen over de procedure en criteria die
                    worden gehanteerd bij verzoeken om een PIB.</al><tussenkop>Lid 1</tussenkop><al>Het eerste lid regelt op welke wijze verzoeken van de inburgeringsplichtige om
                    toekenning van een PIB worden ingediend respectievelijk behandeld
                    (procedure).</al><tussenkop>Lid 2</tussenkop><al>Het tweede lid legt de criteria vast aan de hand waarvan het dagelijks bestuur
                    een inburgerings-programma (de basis voor een PIB) beoordeelt. De eerste eis is
                    dat het door de inburgeringsplichtige ingediende inburgeringsprogramma passend
                    is om toe te leiden naar het inburgeringsexamen, Staatsexamen NT2 of passend is
                    om de Nederlandse taal te verwerven die nodig is om de mbo-opleiding (niveau 1
                    of 2) met goed gevolg af te kunnen ronden.</al><al>De tweede eis is dat het reguliere inburgeringsprogramma dat wordt aangeboden
                    door het dagelijks bestuur niet of onvoldoende aansluit op de behoefte van de
                    inburgeraar. De inburgeraar wil bijvoorbeeld graag deelnemen aan het
                    inburgeringsprogramma dat binnen het bedrijf van zijn werkgever wordt
                    aangeboden.</al><al>De derde eis houdt in dat het inburgeringsprogramma concreet en haalbaar
                    (realistisch) moet zijn. Concreet wil zeggen dat de behoeften/ambities (het
                    doel) vertaald zijn in specifieke stappen die naar dat doel leiden. Haalbaar wil
                    zeggen dat de inburgeraar het programma succesvol kan doorlopen en afronden,
                    gezien de persoon (taalniveau, leerbaarheid, ambities) en zijn/haar
                    omstandigheden. </al><al>Volgens de vierde eis moeten de kosten die zijn gemoeid met het
                    inburgeringsprogramma aanvaardbaar zijn. Het dagelijks bestuur beoordeelt dit en
                    kan hierover (op grond van het vierde lid) nadere regels stellen.</al><tussenkop>Lid 3</tussenkop><al>Artikel 4.27, derde lid, van het Besluit inburgering bepaalt dat de gemeenteraad
                    bij verordening bepaalt wie als enige partij of partijen met het
                    inburgeringsbedrijf een overeenkomst met betrekking tot de inburgering van de
                    inburgeringsplichtige of vrijwillige inburgeraar sluit. Het derde lid regelt dat
                    het dagelijks bestuur een overeenkomst sluit met het inburgeringsbedrijf wanneer
                    de inburgerings- of taalkennisvoorziening in de vorm van een PIB wordt
                    toegekend.Het dagelijks bestuur heeft de regie bij toekenning van een PIB.
                    Deze regiefunctie wordt benadrukt door het dagelijks bestuur de overeenkomst met
                    het inburgeringsbedrijf te laten sluiten. In de overeenkomst worden de afspraken
                    op bijvoorbeeld het vlak van het doel, de duur van de inburgering en controle
                    geregeld.</al><tussenkop>Lid 4</tussenkop><al>Het vierde lid bepaalt dat het dagelijks bestuur nadere regels kan stellen
                    omtrent het PIB.</al><tussenkop>Artikel 7. De inning van de eigen bijdrage </tussenkop><tussenkop>Lid 1 t/m 3</tussenkop><tussenkop>In de verordening moeten regels worden gesteld die betrekking hebben op
                    de inning van de eigen bijdrage van de inburgeringsplichtige door het dagelijks
                    bestuur en de mogelijkheid van betaling in termijnen. De hoogte van de eigen
                    bijdrage die is verschuldigd door inburgeringsplichtigen is vastgelegd in de Wi
                    en bedraagt € 270 (dit bedrag kan bij algemene maatregel van bestuur worden
                    gewijzigd). In het eerste lid van dit artikel van de verordening wordt geregeld
                    dat de inburgeringsplichtige het recht heeft de eigen bijdrage in zes termijnen
                    te betalen. Het dagelijks bestuur kan over de inning van de eigen bijdrage
                    nadere regels stellen.</tussenkop><tussenkop>Lid 4</tussenkop><al>In het vierde lid staat dat de vrijwillige inburgeraar geen eigen bijdrage is
                    verschuldigd (artikel 24e, tweede lid, van de Wi).</al><tussenkop>Artikel 8. Opleggen van verplichtingen</tussenkop><al>Dit artikel vormt de uitwerking van artikel 23, derde lid, van de Wi dat bepaalt
                    dat de gemeenteraad bij verordening regels stelt over de rechten en plichten van
                    de inburgeringsplichtige voor wie een inburgerings- of taalkennisvoorziening is
                    vastgesteld. Dit artikel delegeert de bevoegdheid aan het dagelijks bestuur om
                    de verplichtingen die in het artikel worden genoemd aan inburgeringsplichtigen
                    in het kader van een inburgerings- of taalkennisvoorziening op te leggen. Het
                    dagelijks bestuur legt deze verplichtingen vast in de beschikking tot de
                    toekenning van de inburgerings- of taalkennisvoorziening. </al><tussenkop>Artikel 9. De procedure van het doen van een aanbod</tussenkop><al>Dit artikel bevat enkele procedurele bepalingen die er voor moeten zorgen dat
                    het doen van een aanbod aan inburgeringsplichtigen op zorgvuldige wijze gebeurt.
                    Dit is van belang omdat zo’n aanbod de start is van een procedure die – als het
                    goed is – leidt tot een besluit tot het toekennen van een inburgerings- of
                    taalkennisvoorziening. </al><al>Een inburgeraar is overigens niet verplicht om het aanbod bedoeld in het eerste
                    lid te accepteren. De verordening is namelijk een zogenaamde
                    ‘aanbodverordening’. Daarbij heeft de inburgeraar de vrijheid om een aangeboden
                    inburgeringsvoorziening te weigeren. In dat geval zal hij zich zelfstandig
                    moeten voorbereiden op het inburgeringsexamen. </al><al>Voor inburgeringsplichtigen is een beschikking het ‘sluitstuk’ van de procedure
                    van het doen van een aanbod. </al><tussenkop>Artikel 10. De hoogte van de bestuurlijke boetes voor de verschillende
                    overtredingen</tussenkop><al>Artikel 35 van de Wi draagt de gemeenteraad op bij verordening de hoogte van de
                    bestuurlijke boete vast te stellen die voor de verschillende overtredingen door
                    een inburgeringsplichtige kan worden opgelegd. In artikel 34 van de Wi zijn voor
                    de verschillende overtredingen de maximumbedragen van de bestuurlijke boete
                    vastgelegd. De gemeente kan deze boetebedragen in haar verordening overnemen,
                    maar ze kan ook lagere bedragen vaststellen. In deze verordening worden de
                    maximale boeten gehanteerd. </al><al>De boetebedragen die in de verordening worden opgenomen zijn maximumbedragen en
                    géén gefixeerde bedragen. In de Awb is geregeld dat het dagelijks bestuur bij
                    elke op te leggen bestuurlijke boete zal moeten nagaan welke boete passend is,
                    gelet op de ernst van de gedraging, de mate van verwijtbaarheid en de
                    individuele omstandigheden van de betrokken inburgeringsplichtige. </al><tussenkop>Artikel 11. Verhoging van de bestuurlijke boete bij herhaling van de
                    overtreding</tussenkop><al>Dit artikel biedt het dagelijks bestuur de mogelijkheid om bij herhaling van de
                    overtreding een hogere boete op te leggen dan op grond van artikel 10 van de
                    verordening mogelijk is. Omdat in de eerste twee leden van artikel 10 van deze
                    verordening al de maximale boeten zijn opgenomen, is de recidivebepaling niet op
                    de eerste twee leden van toepassing. </al><al>Artikel 34, onderdeel d, Wi biedt de mogelijkheid voor gemeenten om de
                    bestuurlijke boete te verhogen van maximaal € 500 naar maximaal € 1000 in het
                    geval dat de inburgeringsplichtige bij herhaling niet voldoet aan de
                    verplichting binnen de gestelde termijn het inburgeringsexamen of staatsexamen
                    Nederlands als tweede taal I of II te behalen. Dit is geregeld in dit artikel. </al><tussenkop>Artikel 12. De gevolgen van niet nakoming van de overeenkomst door de
                    vrijwillige inburgeraar</tussenkop><tussenkop>Lid 1</tussenkop><al>Op grond van artikel 24f moet de gemeenteraad bij verordening regels stellen
                    over de niet-nakoming van de overeenkomst (hiermee wordt bedoeld de overeenkomst
                    van artikel X lid 5 van de Wet van 13 september 2012 juncto artikel 24 d en 24f
                    van de Wi). In dit artikel legt de gemeenteraad de sancties vast die het
                    dagelijks bestuur kan toepassen als de vrijwillige inburgeraar de verplichtingen
                    die zijn neergelegd in de met hem gesloten overeenkomst (verwijtbaar) niet
                    nakomt.</al><tussenkop>Lid 2</tussenkop><al>Het tweede lid bepaalt dat het dagelijks bestuur algemene regels kan stellen
                    betreffende de gevolgen van het niet of niet volledig nakomen van de
                    overeenkomst door de vrijwillige inburgeraar. </al><tussenkop>Artikel 13. Onvoorziene omstandigheden en hardheidsclausule</tussenkop><tussenkop>Lid 1</tussenkop><al>Mocht zich een situatie voordoen waarin deze verordening niet voorziet, dan
                    beslist het dagelijks bestuur met inachtneming van het doel en de overwegingen
                    die aan deze verordening ten grondslag liggen.</al><tussenkop>Lid 2</tussenkop><al>Dit artikellid geeft de mogelijkheid tot individualiserend handelen als strikte
                    toepassing van de</al><al>verordening tot onbillijkheden leidt. Het dagelijks bestuur kan hiermee in
                    bijzondere gevallen ten</al><al>gunste van de belanghebbende afwijken van de bepalingen van deze
                    verordening.</al><al>Dit afwijken kan alleen maar ten gunste van de betrokken belanghebbende en nooit
                    ten nadele.</al><al>Verder wordt is met nadruk herhaald: de hardheidsclausule kan slechts in
                    bijzondere gevallen worden</al><al>toegepast. Het moet een uitzondering blijven en niet tot regel worden. Het
                    dagelijks bestuur moet, in</al><al>verband met mogelijke precedentwerking, duidelijk aangeven waarom in een
                    bepaalde situatie van de</al><al>verordening wordt afgeweken.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>