<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR360621_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Controleverordening 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Zandvoort</dcterms:creator><dcterms:modified>2015-04-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Zandvoort</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="http://www.zandvoortsecourant.nl">Zandvoortsecourant, d.d. 12-03-2015</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Controleverordening 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:c:BWBR0005416&amp;artikel=213&amp;g=2015-04-01">Gemeentewet, art. 213</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:c:BWBR0015524&amp;artikel=1 tot en met 5&amp;g=2015-04-01">Besluit accountantscontrole decentrale overheden, art. 1 t/m 5</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-03-03</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-04-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2024-02-06</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Z2015-000193 / 2015/01/000759</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Financiële middelen</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Controleverordening 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Zandvoort:</al><al>gelezen het voorstel van de accountantscommissie van 26 januari 2015, nr.
                        2015/01/001437;</al><al>gelet op de overwegingen van de commissie Bestuur en Middelen van 10
                        februari 2015;</al><al>overwegende dat het gewenst is de Controleverordening 2012 op onderdelen aan
                        te passen op grond van nieuwe inzichten en actuele ontwikkelingen;</al><al>gelet op artikel 213 van de Gemeentewet en artikel 1 tot en met 5 van het
                        Besluit accountantscontrole decentrale overheden, besluit de volgende
                        verordening, inclusief toelichting vast te stellen:</al><al/><al><vet>CONTROLEVERORDENING 2015.</vet></al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><titel>DE VERORDENING</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><titel>artikel 1 BEGRIPSBEPALINGEN</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><al/><al>a. <vet>de raad</vet>: de gemeenteraad van Zandvoort;</al><al>b.<vet>accountantscommissie</vet>: de commissie bestaande uit (buitengewone)
                        raadsleden, genoemd in het Reglement van Orde van de raad, belast met
                        accountantsaangelegenheden; </al><al>c.<vet>het college</vet>: het college van burgemeester en wethouders van de
                        gemeente Zandvoort;</al><al>d.<vet>rekenkamer</vet>: de rekenkamer Zandvoort;</al><al>e. <vet>accountant</vet>: een door de raad benoemde registeraccountant, of
                        accountant-administratieconsulent met een aantekening in het
                        inschrijvingsregister als bedoeld in het derde lid van artikel 36, Wet op de
                        Accountant-Administratieconsulenten, of organisatie waarin voor de
                        accountantscontrole bevoegde accountants samenwerken, belast met de controle
                        van de in artikel 197 Gemeentewet bedoelde jaarrekening.</al><al>f. <vet>accountantscontrole</vet>: de controle van de in artikel 197
                        Gemeentewet bedoelde jaarrekening uitgevoerd door de door de raad benoemde
                        accountant van:</al><al>- het getrouwe beeld van de in de jaarrekening gepresenteerde baten en
                        lasten en de grootte en samenstelling van het vermogen;</al><al>- het rechtmatig tot stand komen van de baten en lasten en
                        balansmutaties;</al><al>- het in overeenstemming zijn van de door het college opgestelde
                        jaarrekening met de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te
                        stellen regels bedoelt in artikel 186 Gemeentewet;</al><al>- de inrichting van het financieel beheer en de financiële organisatie
                        gericht op de vraag of deze een getrouwe en rechtmatige verantwoording
                        mogelijk maken; </al><al>- waarbij de nadere regels die bij of krachtens algemene maatregel van
                        bestuur worden gesteld op grond van het zesde lid van artikel 213
                        Gemeentewet, in acht worden genomen;</al><al>g.<vet>rechtmatigheid in het kader van de accountantscontrole</vet>: het
                        overeenstemmen van het tot stand komen van de financiële beheershandelingen
                        en de vastlegging daarvan met de relevante wet- en regelgeving, zoals
                        bedoeld in het Besluit Accountantscontrole Decentrale Overheden;</al><al>h. <vet>deelverantwoording</vet>: een in opdracht van de raad ten behoeve
                        van de verslaglegging opgestelde verantwoording van een afzonderlijke
                        organisatie-eenheid binnen de gemeentelijke organisatie, welke
                        verantwoording onderdeel uit maakt van de jaarrekening.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2. Opdrachtverlening accountantscontrole</titel></kop><al>1. De accountantscontrole wordt opgedragen aan een door de raad te benoemen
                        accountant. De benoeming van de accountant geschiedt in beginsel voor een
                        periode van vier jaar.</al><al>2. De raad stelt voor de aanbesteding en opdrachtverstrekking van de
                        accountantscontrole een Programma van Eisen vast. </al><al>3. De accountantscommissie bereidt de aanbesteding van de
                        accountantscontrole voor en begeleidt deze. Zij doet een voorstel tot
                        opdrachtverstrekking aan de raad.</al><al>4. De raad stelt voor de accountantscontrole een meerjarig controleprotocol
                        vast. In het controleprotocol kunnen voor de jaarlijkse accountantscontrole
                        worden opgenomen:</al><al>a. de toe te passen goedkeuringstoleranties (en afwijkende
                        rapporteringtoleranties) bij de controle van de jaarrekening;</al><al>b. de apart te controleren deelverantwoordingen en de daarbij toe te passen
                        omvangsbases en goedkeuringstoleranties (en afwijkende
                        rapporteringtoleranties);</al><al>c. de inrichtingseisen voor het verslag van bevindingen;</al><al>d. de eventueel aanvullende uit te voeren tussentijdse controles;</al><al>e. de frequentie en inrichtingseisen van de aanvullende tussentijdse
                        rapportering;</al><al>f. de posten van de jaarrekening en deelverantwoordingen met bijbehorende
                        afwijkende rapporteringtoleranties, waaraan de accountant bij zijn controle
                        specifiek aandacht dient te besteden;</al><al>g. de gemeentelijke producten en of organisatieonderdelen met bijbehorende
                        afwijkende rapporteringtoleranties, waaraan de accountant bij zijn controle
                        specifiek aandacht dient te besteden<cursief>.</cursief></al><al>5. Het meerjarige controleprotocol kan door de accountantscommissie
                        jaarlijks voorafgaand aan de accountantscontrole in overleg met de
                        accountant nader aangevuld, bijgesteld of ingevuld worden. De
                        accountantscommissie meldt dit aan de raad en geeft daarbij de financiële
                        consequenties aan. </al><al>6. In geval van Europese aanbesteding van de accountantscontrole stelt de
                        raad voor de selectie van de accountant de selectiecriteria vast en per
                        selectiecriterium de bijbehorende weging vast. </al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3. Informatieverstrekking door college</titel></kop><al>1. Het college is verantwoordelijk voor de samenstelling van de jaarrekening
                        conform de geldende interne - en externe wet- en regelgeving en overlegt
                        deze aan de accountant voor controle.</al><al>2. Het college draagt er zorg voor dat alle aan de jaarrekening ten
                        grondslag liggende verordeningen, nota’s, collegebesluiten,
                        deelverantwoordingen, administraties, plannen, overeenkomsten, berekeningen
                        e.d. voor de accountant ter inzage liggen en goed toegankelijk zijn.</al><al>3. Bij de jaarrekening bevestigt het college schriftelijk aan de accountant,
                        dat alle hem bekende informatie van belang voor de oordeelsvorming van de
                        accountant is verstrekt.</al><al>4. Het college overlegt de gecontroleerde jaarrekening samen met de
                        controleverklaring en het verslag van bevindingen voor uiterlijk 1 mei aan
                        de raad.</al><al>5. Alle informatie die na afgifte van de controleverklaring en voor
                        behandeling van de jaarrekening in de raad beschikbaar komt en die van
                        invloed is op het beeld dat de jaarrekening geeft, wordt terstond door het
                        college aan de raad en de accountant gemeld.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4. Inrichting accountantscontrole</titel></kop><al>1. De accountant bepaalt binnen het kader van de opdrachtverlening de wijze
                        waarop de accountantscontrole wordt ingericht, alsmede de aard en de omvang
                        van de daarbij behorende werkzaamheden.</al><al>2. De accountant bepaalt binnen het kader van de opdrachtverlening de
                        frequentie van de uit te voeren controles. De accountant kan de
                        controlewerkzaamheden zonder voorafgaande kennisgeving uitvoeren.</al><al>3. De accountant bespreekt de accountantscontrole vooraf met de raad of de
                        werkgroep accountant uit de raad. </al><al>4. Ter bevordering van een efficiënte en doeltreffende accountantscontrole
                        vindt waar nodig periodiek (afstemmings)overleg plaats tussen de accountant
                        en de accountantscommissie uit de raad, de portefeuillehouder financiën, de
                        griffier, de gemeentesecretaris, andere vertegenwoordigers van de ambtelijke
                        organisatie en (een vertegenwoordiger van) de rekenkamer.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5. Toegang tot informatie</titel></kop><al>1. De accountant is bevoegd tot het opnemen van alle kassen, waardepapieren
                        en voorraden en het inzien van alle boeken, notulen, brieven,
                        computerbestanden en overige bescheiden, waarvan hij inzage voor de
                        accountantscontrole nodig oordeelt. Het college draagt er zorg voor dat de
                        accountant voor de uitvoering van zijn controlewerkzaamheden een
                        onbelemmerde toegang heeft tot alle kantoren, magazijnen, werkplaatsen,
                        terreinen en informatiedragers van de gemeente.</al><al>2. De accountant is bevoegd om van alle ambtenaren mondelinge en
                        schriftelijke inlichtingen en verklaringen te verlangen die hij voor de
                        uitvoering van zijn opdracht denkt nodig te hebben. Het college draagt er
                        zorg voor, dat de desbetreffende ambtenaren hieraan hun medewerking
                        verlenen.</al><al>3. Het college draagt er zorg voor, dat alle organisatie-eenheden van de
                        gemeente zijn gehouden de accountant alle informatie te verstrekken, opdat
                        de accountant zich een juist en volledig oordeel kan vormen over de
                        rechtmatige totstandkoming van baten, lasten, balansmutaties en het gevoerde
                        beheer en over de getrouwheid van de daarover verstrekte informatie.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6. Overige controles en opdrachten</titel></kop><al>1. Het college kan de door de raad benoemde accountant opdracht geven tot
                        het uitvoeren van specifieke werkzaamheden met betrekking tot de
                        rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid voor zover de
                        onafhankelijkheid van de accountant daarmee niet in het geding komt. Het
                        college informeert de raad vooraf over deze aan de accountant te verstrekken
                        opdrachten.</al><al>2. Het college draagt de zorg voor de uitvoering van het beleid betreffende
                        de specifieke uitkeringen volgens de eisen van rechtmatigheid van de
                        ministeries. Het college is voor de controle van de rechtmatige besteding
                        van specifieke uitkeringen bevoegd de opdracht te verlenen aan een andere
                        dan de door de raad benoemde accountant, indien dit in het belang van de
                        gemeente is.</al><al>3. Het college draagt de zorg voor de verantwoording aan derden
                        (Belastingdienst, ABP, Sociale verzekeringsbank, CBS, e.d.) en neemt hierbij
                        de gestelde controle-eisen in acht. Indien een deel van deze vereisten moet
                        worden uitgevoerd door een accountant, is het college bevoegd hiervoor de
                        opdracht verlenen aan een andere dan de door de raad benoemde accountant,
                        indien dit in het belang van de gemeente is.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7. Rapportering</titel></kop><al>1. Indien de accountant bij een controle afwijkingen constateert die leiden
                        tot het niet afgeven van een goedkeurende verklaring, meldt hij deze
                        terstond schriftelijk aan de raad en zendt een afschrift hiervan aan het
                        college.</al><al>2. In aanvulling op het in de wet voorgeschreven verslag van bevindingen
                        brengt de accountant over de door hem uitgevoerde (deel)controles verslag
                        uit over zijn bevindingen van niet van bestuurlijk belang aan de ambtenaar
                        van wie het geldelijk beheer, het vermogensbeheer, de administratie en de
                        beheersdaden zijn gecontroleerd, het hoofd van de dienst waar de ambtenaar
                        werkzaam is en het hoofd Financiën en Bestuurszaken dan wel andere daarvoor
                        in aanmerking komende ambtenaren.</al><al>3. De controleverklaring en het verslag van bevindingen worden voor
                        verzending aan de raad door de accountant aan het college voorgelegd met de
                        mogelijkheid voor het college om op deze stukken te reageren.</al><al>4. De accountant bespreekt voorafgaand aan de raadsbehandeling van de
                        jaarstukken het verslag van bevindingen met de accountantscommissie uit raad
                        en, indien een raadslid dit wenst, met de raad.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8. Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><al>1. De “Controleverordening 2012” vastgesteld bij raadsbesluit van 20 juni
                        2012 wordt ingetrokken met ingang van de in het tweede lid genoemde datum,
                        met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de accountantscontrole
                        van de jaarrekening en deelverantwoordingen van 2014.</al><al>2. Deze verordening treedt in werking op 1 april 2015 en is van toepassing
                        op de accountantscontrole van de jaarrekening en deelverantwoordingen vanaf
                        het verslagjaar 2015.</al><al>3. Deze verordening wordt aangehaald als “Controleverordening 2015”.</al><al/><al/></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 3 maart 2015.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening>De griffier, De voorzitter,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>TOELICHTING OP DE VERORDENING</titel></kop><al/><al>ALGEMEEN</al><al/><al><vet>Controlerende taak raad</vet></al><al/><al>De Wet dualisering gemeentebestuur uit 2002 heeft de functie van de
                    controleverklaring veranderd. Die dient sindsdien als ondersteuning van de raad
                    bij het uitoefenen van zijn controlerende taak.</al><al/><al>De belangrijkste verandering is dat de controleverklaring niet langer meer
                    alléén een oordeel over het getrouwe beeld bevat, maar een oordeel over het
                    getrouwe beeld en de rechtmatigheid samen. </al><al/><al>Artikel 213 van de Gemeentewet regelt de aanpak van de accountantscontrole. In
                    het vijfde lid van artikel 213 expliciet is opgenomen dat de controleverklaring
                    en het verslag van bevindingen direct door de controlerend accountant aan de
                    gemeenteraad worden aangeboden. Ook benadrukt artikel 213, dat de raad de
                    accountant aanwijst. Dit kan niet worden gedelegeerd aan het college. Voorts is
                    het de raad die, binnen de wettelijke kaders, bepaalt wat de opdracht aan de
                    accountant is. Dit is nader geregeld in het Besluit Accountantscontrole
                    Decentrale Overheden.</al><al/><al>De controleverklaring is belangrijk voor de raad, omdat zij een rol speelt bij
                    het oordeel van de raad over de wijze waarop het college het beleid en het
                    daarmee samenhangend financieel beheer heeft uitgevoerd. De controleverklaring
                    is vooral belangrijk voor het verlenen van decharge aan het college en voor het
                    eventueel starten van een indemniteitsprocedure. </al><al/><al><cursief>Rol college</cursief></al><al>Het college dient zich te richten op zijn bestuursbevoegdheden. Het is primair
                    verantwoordelijk voor de naleving van relevante wet- en regelgeving en daarmee
                    voor de rechtmatigheid van de besteding en inning van het publieke geld binnen
                    een gemeente. Een goede administratieve organisatie (AO) en daarin opgenomen
                    maatregelen van interne controle (IC) beperkt de kans op onrechtmatigheden
                    aanzienlijk. Ook hierin zal het college zijn verantwoordelijkheid moeten nemen.
                    Met een adequate AO/IC wordt ook de accountant geholpen om te komen tot zijn
                    oordeel. In het algemeen kunnen in dat geval de aanvullende
                    controlewerkzaamheden van de accountant worden beperkt.</al><al/><al><cursief>Taak accountant</cursief></al><al>De accountant is verantwoordelijk voor de uitvoering van de controle in
                    overeenstemming met de vaktechnische randvoorwaarden. Voor de rechtmatigheid is
                    algemene kennis van de relevante wet- en regelgeving van belang. De accountant
                    zal toetsen of de wet- en regelgeving door de gemeente in acht zijn genomen. De
                    accountantscontrole richt zich op de beoordeling van de opzet, het bestaan en de
                    werking van het systeem van kwaliteitsborging ter uitvoering van de wet- en
                    regelgeving, aangevuld met deelwaarnemingen (steekproeven). Over de
                    interpretatie van wet- en regelgeving zal de accountant overleg moeten voeren
                    met het verantwoordelijke management of met een (juridische) deskundige. </al><al/><al>De eindverantwoordelijkheid voor het afgeven van een controleverklaring blijft
                    bij de accountant liggen. Men kan ervoor kiezen dat de accountant, uit hoofde
                    van zijn natuurlijke adviesfunctie, óók een zogenoemde managementletter
                    uitbrengt met meer gedetailleerde bevindingen die niet direct de verklaring
                    raken. Hij kan daaraan aanbevelingen voor verbeteringen toevoegen. </al><al/><al>Een dergelijke managementletter, waar de raad van in kennis zal moeten worden
                    gesteld, is bedoeld voor het college en het management van het gemeentelijk
                    apparaat.</al><al/><al><cursief>Het begrip rechtmatigheid in de accountantscontrole</cursief></al><al>Rechtmatigheid in brede zin betekent het voldoen aan de wettelijke kaders en
                    regelgeving. Voor gemeenten zijn dat de wet- en regelgeving van hogere overheden
                    en die van de gemeente zelf. De geldende wet- en regelgeving kan voor een
                    gemeente betrekking hebben op een zeer omvangrijk gebied. Van belang is daarom
                    dat onderscheid wordt gemaakt tussen het juridische begrip rechtmatigheid en het
                    begrip rechtmatigheid in het kader van de accountantscontrole. Dit laatste
                    begrip is beperkter dan het juridische begrip rechtmatigheid en wordt in het
                    Besluit Accountantscontrole Decentrale Overheden zo goed mogelijk afgebakend. </al><al/><al>Rechtmatigheid in het kader van de accountantscontrole vereist dat de baten en
                    lasten in de jaarrekening en de balansmutaties rechtmatig tot stand zijn
                    gekomen. Aangezien de baten en lasten en de balansmutaties in de jaarrekening
                    een optelsom zijn van diverse financiële beheershandelingen (zoals het beslissen
                    tot het toekennen van een subsidie, het betalen van rekeningen, het opleggen van
                    een belastingaanslag, etc.) staan deze handelingen centraal bij de toets die de
                    accountant verricht; deze moeten gebeuren volgens de regels die gelden. </al><al/><al>Voorts moeten alle uitkomsten van de handelingen in het financieel beheer worden
                    vastgelegd in de administratie; het moet traceerbaar zijn welke subsidies zijn
                    toegekend, wanneer betalingen hebben plaatsgevonden enzovoorts. Verder moeten
                    alle financiële beheershandelingen niet alleen voldoen aan specifieke regels
                    (bijvoorbeeld de subsidievoorschriften), maar moeten ze ook in overeenstemming
                    zijn met financiële regels, zoals de financiële verordening en deze
                    controleverordening. Tevens moet worden voldaan aan de Gemeentewet en het
                    Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten, waarin is
                    voorgeschreven aan welke regels de begroting en jaarstukken minimaal dienen te
                    voldoen. Ook dienen de financiële handelingen te passen binnen de door de raad
                    geautoriseerde begroting. In de begroting zijn de maxima voor de lasten per
                    programma vermeld, die de raad heeft vastgesteld. Dit betekent dat de maxima
                    niet mogen worden overschreden zonder aparte autorisatie van de raad. De
                    bedragen moeten op het juiste programma zijn geboekt. </al><al/><al><cursief>Minimumeisen accountantscontrole</cursief></al><al>Een accountant controleert niet ieder bonnetje of iedere financiële handeling
                    die binnen een gemeente wordt verricht. Dit is theoretisch wel mogelijk, maar de
                    kosten van de accountantscontrole zouden dan buitensporig oplopen. Daarom is de
                    controle gericht op het ontdekken van belangrijke fouten. De accountant maakt
                    hiervoor bij zijn controle onder meer gebruik van toleranties, risicoanalyse en
                    statistische berekeningen. Daarmee wordt de kans beperkt dat de jaarrekening de
                    gebruiker, i.c. de raad, op het verkeerde been zet en blijven tevens de
                    controlewerkzaamheden betaalbaar. In het Besluit Accountantscontrole Decentrale
                    Overheden zijn de minimumeisen aan de accountantscontrole gegeven. </al><al/><al>In de accountantscontrole bestaan twee gangbare begrippen die de marge voor
                    controle en rapportering aangeven: de goedkeuringstolerantie en de
                    rapporteringtolerantie. Deze toleranties gelden zowel voor het getrouwe beeld
                    als voor de rechtmatigheid.</al><al/><al><cursief>Goedkeuringstolerantie</cursief></al><al>Niet iedere fout of onzekerheid zal leiden tot een niet-goedkeurende
                    controleverklaring, alleen al omdat de accountant niet iedere afzonderlijke
                    financiële transactie controleert. Omdat de accountant niet alles controleert
                    moet hij bepaalde fouten- en onzekerheidsmarge hanteren. Deze marge wordt de
                    goedkeuringstolerantie genoemd.</al><al/><al>Voor de goedkeuringstolerantie wordt onderscheid gemaakt tussen fouten en
                    onzekerheden. Een fout in de jaarrekening kan bijvoorbeeld ontstaan doordat
                    jaarrekeningposten onvolledig zijn opgenomen (bijvoorbeeld het achterwege laten
                    van een voorziening voor groot onderhoud aan het gemeentehuis) of dat de
                    toelichting niet toereikend is (vanwege strijdigheid met het Besluit Begroting
                    en Verantwoording provincies en gemeenten), of dat de waarderingsgrondslag
                    onjuist is (vanwege strijdigheid met het Besluit begroting en verantwoording
                    gemeenten). Een onzekerheid in de controle kan bijvoorbeeld ontstaan door
                    gebreken in de interne controle, waardoor het achteraf niet meer vast te stellen
                    is of bijvoorbeeld een bepaalde uitgave rechtmatig heeft plaatsgevonden of
                    bepaalde baten volledig zijn verantwoord.</al><al/><al>De goedkeuringstoleranties spelen een belangrijke rol bij het verkrijgen van een
                    goedkeurende controleverklaring. Als de goedkeuringstoleranties niet worden
                    overschreden, wordt in beginsel een goedkeurende controleverklaring afgegeven.
                    Als één of beide goedkeuringstolerantie(s) wordt (-en) overschreden, zal de
                    accountant geen goedkeurende controleverklaring verstrekken.</al><al/><al>Indien een niet-goedkeurende controleverklaring wordt gegeven zijn er drie
                    mogelijkheden: een verklaring met beperking, een verklaring van
                    oordeelonthouding en een afkeurende verklaring. Het soort controleverklaring is
                    afhankelijk van de fouten in de jaarrekening en onzekerheden in de controle. De
                    percentages in bovengenoemde box zijn voorgeschreven.</al><al/><al>De in het Besluit Accountantscontrole Decentrale Overheden gegeven bovengrenzen
                    van de goedkeuringstoleranties zijn 1% voor de fouten in de jaarrekening en 3%
                    voor onzekerheden in de controle. De raad kan deze percentages echter
                    aanscherpen, dat wil zeggen op een lager percentage dan 1 of 3% vaststellen. </al><al/><al><cursief>Rapporteringtolerantie</cursief></al><al>In de Gemeentewet staat dat de accountant behalve de controleverklaring ook een
                    verslag van bevindingen opstelt. In dit verslag moet de accountant onder meer
                    fouten in de jaarrekening en onzekerheden in de controle opnemen die geen
                    invloed hebben op de strekking van de controleverklaring, maar die wel van
                    zodanig belang zijn dat deze aan de raad moeten worden gerapporteerd.</al><al/><al>Als de raad niet zelf bepaalt welke bedragen voor de rapporteringtoleranties
                    gehanteerd moeten worden, dan zijn de bedragen van de rapporteringtoleranties
                    gelijk aan de bedragen die voortvloeien uit de goedkeuringstoleranties. Een
                    aanvullende opdrachtverlening aan de accountant is dan niet nodig.</al><al/><al><cursief>De opdracht aan de accountant</cursief></al><al>In de opdracht aan de accountant moet de raad aandacht schenken aan de
                    goedkeuringstoleranties en (eventueel) de bedragen voor rapportering in het
                    verslag van bevindingen van de accountant. In principe is het mogelijk dat de
                    raad ieder jaar overweegt of hij de opdracht aan de accountant wil wijzigen. Dit
                    hoeft geen bijzonder tijdrovende zaak te zijn. Het kan bijvoorbeeld voldoende
                    zijn te kijken of er onderdelen zijn waarvan het wenselijk is dat die extra
                    gecontroleerd worden en waar vervolgens over wordt gerapporteerd in het verslag
                    van bevindingen. </al><al/><al>De opdracht aan de accountant staat los van de regels in de controleverordening.
                    De opdracht is namelijk een privaatrechtelijke overeenkomst. De verordening
                    artikel 213 behelst publiek recht en bevat regels, die de raad stelt voor het
                    college. In de verordening artikel 213 kan de raad regels neerleggen voor de
                    verplichtingen die het college heeft jegens de accountant tijdens de
                    accountantscontrole en over de verplichtingen die het college heeft jegens de
                    raad inzake de accountantscontrole. Daarnaast kan de raad in de verordening
                    gedragsregels voor zichzelf opnemen, zodat de verordening zekerheid voor het
                    college schept over datgene wat het van de raad mag verwachten.</al><al/><al>De overeenkomst met de accountant wordt gebruikelijk voor meerdere jaren
                    aangegaan via aanbesteding. Bij een Europese aanbesteding moet worden geregeld
                    dat de raad de selectiecriteria voor de keuze van de accountant vaststelt. </al><al/><al><cursief>Belangrijkste wijzigingen t.o.v. de Verordening 2012</cursief></al><al>In deze verordening is een aantal definities en benamingen aangepast of
                    toegevoegd. De rol van de accountantscommissie is nadrukkelijker ingevuld. </al><al/><al/><al/><al><vet>ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING</vet></al><al/><al><cursief>Artikel 1. Begripsomschrijvingen </cursief></al><al>In plaats van de werkgroep is er sinds 2014 de accountantscommissie. In het
                    Reglement van Orde van de gemeenteraad is dit de omschrijving: </al><al/><al><cursief>Artikel 52 Accountantscommissie</cursief></al><al><cursief>1. De raad stelt een accountantscommissie in, bestaande uit minimaal 3
                        en maximaal 5 raadsleden en/of buitengewone leden.</cursief></al><al>2. <cursief>De accountantscommissie is belast met en bevoegd tot:</cursief></al><al><cursief>a. het adviseren aan de raad over opdrachtverlening van de
                        accountantscontrole aan een externe accountant, en de beëindiging of
                        verlenging daarvan; zij verzorgt ook de procedure van werving en selectie;
                        b. het doen van voorstellen over (wijzigingen in) de Controleverordening,
                        het Controleprotocol en andere met de accountantscontrole verband houdende
                        stukken; </cursief></al><al><cursief> c. het aandragen van onderzoeksonderwerpen voor de controle door de
                        externe accountant;</cursief></al><al><cursief>d. overleg met de accountant en overleg met de ambtelijke organisatie;
                        indien de commissie ambtenaren uitnodigt informeert zij het college
                        hierover; </cursief></al><al><cursief> e. het adviseren van de raad ter voorbereiding op de besluitvorming,
                        in ieder geval over de jaarrekening en het jaarverslag.</cursief></al><al>3. <cursief>De commissie wijst uit haar midden een lid aan tot
                        voorzitter.</cursief></al><al>4. <cursief>De commissie vergadert zo dikwijls de voorzitter dit nodig acht of
                        ten minste twee leden dit aan de voorzitter vragen. </cursief></al><al><cursief>5. De commissie kan advies inwinnen bij een extern
                        deskundige.</cursief></al><al><cursief>6. Het secretariaat van de accountantscommissie wordt uitgevoerd door
                        de griffie.</cursief></al><al/><al><cursief>Artikel 2.Opdrachtverlening accountantscontrole</cursief></al><al>Na afloop van ieder begrotingsjaar moet het college verantwoording afleggen aan
                    de raad over het gevoerde bestuur door overlegging van de jaarrekening en het
                    jaarverslag (artikel 197, lid 1 Gemeentewet). Voor het overleggen van deze
                    stukken aan de raad moeten de jaarrekening door een bevoegd accountant zijn
                    gecontroleerd (artikel 197, lid 2 Gemeentewet). De accountant controleert de
                    jaarrekening in opdracht van de raad. Het is dan ook de raad, die de accountant
                    aanwijst (artikel 213, lid 2 Gemeentewet). De raad is echter niet het
                    bestuursorgaan, dat de overeenkomst met de accountant ondertekent. Het is de
                    burgemeester, die de overeenkomst voor de accountantscontrole met de accountant
                    moet sluiten. De burgemeester vertegenwoordigt de gemeente in en buiten rechte,
                    luidt het eerste lid van artikel 171 Gemeentewet.</al><al/><al>Een bevoegd accountant voor de controle van de gemeentelijke jaarrekening is een
                    registeraccountant, een accountant-administratieconsulent met een aantekening in
                    het inschrijvingsregister als bedoeld in het derde lid van artikel 36 Wet op de
                    Accountant-Administratieconsulenten of een organisatie waarin voor de
                    accountantscontrole bevoegde accountants samenwerken. Het zevende lid van
                    artikel 213 Gemeentewet zegt, dat de bevoegde accountant in gemeentelijke dienst
                    kan worden aangesteld. Wel dient dan de benoeming, schorsing en het ontslag van
                    de accountant door de raad te geschieden.</al><al/><al>Artikel 2 van de verordening regelt de opdrachtverlening van de
                    accountantscontrole van de gemeentelijke jaarrekening. Het eerste lid legt de
                    periode van de verbintenis met de accountant voor de controle van de
                    jaarrekening vast. Het tweede lid regelt dat de raad verantwoordelijk is voor de
                    uitvoering van de aanbesteding van de accountantscontrole van de jaarrekening.
                    De raad kan daarvoor een werkgroep aanwijzen. </al><al/><al>De periode van de verbintenis met de accountant uit het eerste lid impliceert
                    dat daarna van accountant kan worden gewisseld. De periode staat nu in beginsel
                    op vier jaar. Het ‘in beginsel’ is opgenomen om te kunnen verlengen.</al><al/><al>Voor de accountantscontrole geldt het Besluit Accountantscontrole Decentrale
                    Overheden dat krachtens het zesde lid van artikel 213 Gemeentewet door de
                    minister is vastgesteld. Besluit Accountantscontrole Decentrale Overheden bevat
                    onder andere regels voor de omvangsbases en goedkeuringstoleranties voor de
                    controleverklaring en de rapporteringtoleranties voor het verslag van
                    bevindingen.</al><al/><al>Mogelijk zal de raad de onderdelen van de jaarrekening, de onderdelen van
                    deelverantwoordingen en gemeentelijke organisatieonderdelen jaar op jaar willen
                    vaststellen. Dit daar de raad dan rekening kan houden met gewijzigde
                    omstandigheden en accenten. Hierin voorziet het vijfde lid van artikel 2,
                    waarbij de accountantscommissie daarin een positie krijgt. </al><al/><al><cursief>Artikel 3. Informatieverstrekking door college</cursief></al><al>In de gedualiseerde verhoudingen is het college verantwoordelijk voor de
                    samenstelling van de jaarrekening en het jaarverslag. Ten opzichte van de raad
                    is het college ook verantwoordelijk voor de samenstelling van eventuele door de
                    raad geëiste deelverantwoordingen. Artikel 3 van de verordening regelt de
                    verplichtingen van het college voor de verstrekking van de achterliggende
                    informatie aan de accountant.</al><al/><al>Voor de controle van de jaarrekening doet de accountant onderzoek naar de
                    achterliggende bescheiden. Het tweede lid draagt aan het college op deze
                    achterliggende bescheiden goed toegankelijk ter inzage aan de accountant
                    beschikbaar te stellen.</al><al/><al>Het derde lid verplicht het college een verklaring af te geven aan de
                    accountant, waarin het college verklaart geen informatie die van belang is voor
                    de beoordeling van de jaarrekening, te hebben achtergehouden. De verklaring
                    wordt ook wel een LOR (Letter of Representation) genoemd. Hoewel het een
                    algemeen gebruik is, is het geen wettelijke verplichting, dat het college een
                    dergelijke verklaring verstrekt.</al><al/><al>In het vierde lid wordt een uiterlijke datum aan het college gesteld voor de
                    overlegging van de gecontroleerde jaarrekening aan de raad. De jaarrekening moet
                    namelijk binnen twee weken na vaststelling, maar in elk geval voor 15 juli
                    worden toegezonden aan gedeputeerde staten (artikel 200 Gemeentewet). Voor deze
                    datum, 1 juli, moet de jaarrekening door de raad zijn behandeld en moet een
                    eventuele erop volgende indemniteitsprocedure (artikel 198 Gemeentewet) zijn
                    doorlopen en de jaarrekening wel of niet zijn vastgesteld.</al><al/><al>De datum van het overleggen van de jaarrekening c.a. is hier gesteld op 1 mei,
                    waardoor het college en de organisatie voldoende in de gelegenheid worden
                    gesteld om de rekening op te maken en deze tijdig aan de accountant ter controle
                    voor te leggen.</al><al/><al>De accountant verzendt de controleverklaring en het verslag van bevindingen
                    rechtstreeks aan de raad. Het tweede lid van artikel 197 Gemeentewet bepaalt
                    echter, dat het college bij de overlegging van de jaarrekening en het
                    jaarverslag aan de raad daarbij moet toevoegen de controleverklaring en het
                    verslag van bevindingen. </al><al/><al>Het vijfde lid van het artikel gebiedt het college alle informatie die van
                    invloed is op het beeld van de jaarrekening en pas na de afgifte van de
                    controleverklaring, maar voor de vaststelling van de jaarrekening door de raad
                    aan het college bekend is geworden, terstond te melden aan de raad en de
                    accountant. Het sluit verrassingen tijdens de raadsbehandeling uit.</al><al/><al><cursief>Artikel 4. Uitvoering controle</cursief></al><al>Artikel 4 van de verordening regelt de bevoegdheidsverdeling tussen de
                    accountant en het college ten aanzien van de inrichting van de
                    accountantscontrole. De accountant is leidend ten aanzien van de inrichting van
                    de accountantscontrole. Hij mag zelfs onaangekondigd controles uitvoeren. Het
                    college is hierin volgend. Wel moet er ter bevordering van een soepele
                    accountantscontrole periodiek overleg worden gevoerd tussen de accountant en de
                    verschillende vertegenwoordigers van de gemeente. Ook is uitwisseling van
                    informatie gewenst over specifieke aandachtsgebieden bij de
                    accountantscontrole.</al><al/><al><cursief>Artikel 5. Toegang tot informatie</cursief></al><al>In het vorige artikel hebben we gezien dat de accountant leidend is voor wat
                    betreft de inrichting van de accountantscontrole. Om een goede controle uit te
                    voeren moet hij echter ook onbelemmerd onderzoek kunnen doen. Artikel 5 van de
                    verordening kent de bevoegdheid om onbelemmerd onderzoek te doen toe aan de
                    accountant. Dit natuurlijk met in achtneming van de afspraken met de raad, zoals
                    neergelegd in het programma van eisen bij de aanbesteding. Het artikel legt aan
                    het college de plicht op om er voor te zorgen, dat de accountant een
                    onbelemmerde toegang heeft tot alle burelen van de gemeente en de ambtenaren van
                    de gemeente volledig meewerken aan de accountantscontrole.</al><al/><al><cursief>Artikel 6. Overige controles en opdrachten</cursief></al><al>Naast de controle van de jaarrekening zijn er meer werkzaamheden binnen de
                    gemeente die de inzet van een accountant kunnen vereisen. Zo eisen ministeries
                    voor de verantwoording over de uitvoering van de medebewindstaken door gemeenten
                    (specifieke uitkeringen) een aparte controleverklaring, hoewel dit steeds meer
                    wordt ondergebracht in de controle van de jaarrekening. De aanwijzing van de
                    accountant voor dit soort andere accountantscontroles is een bevoegdheid van het
                    college. Ook kan het college besluiten om advieswerkzaamheden uit te besteden
                    aan de door de raad benoemde accountant. Het betreft hier vanzelfsprekend alleen
                    advieswerkzaamheden die samenhangen met de natuurlijke adviesfunctie van de
                    accountant die de onafhankelijkheid van de accountant niet in gevaar
                    brengen.</al><al/><al>Het eerste lid van artikel 6 van de verordening regelt hoe het college moet </al><al>omgaan met de uitbesteding van “advieswerkzaamheden”, zoals de verbetering van
                    de administratieve organisatie, aan de door de raad benoemde accountant. Door
                    deze werkzaamheden te gunnen aan de door de raad benoemde accountant kan de
                    onafhankelijkheid en daarmee de integriteit van de accountant ten aanzien van
                    zijn controlewerkzaamheden voor de raad in het geding komen. Op de loer liggende
                    belangenverstrengeling tussen college en accountant kan mogelijk een weerslag
                    hebben op de kwaliteit van de controle van de jaarrekening. Hetzelfde geldt voor
                    die gevallen waarbij de accountant bij de accountantscontrole zijn eigen werk
                    moet controleren. Het lid bepaalt, dat het college voor advieswerkzaamheden,
                    zoals bijvoorbeeld op het gebied van de bestuurlijke informatieverzorging of de
                    rechtmatigheid, de door de raad benoemde accountant kan inschakelen. Indien het
                    college dit voornemen heeft, dient hij de raad hier vooraf over te informeren.
                    Dit biedt de raad de mogelijkheid om over de desbetreffende uitbesteding van
                    werkzaamheden zijn oordeel te vormen en zijn bedenkingen aan het college kenbaar
                    te maken. </al><al/><al>Het tweede en het derde lid regelen, dat het college voor de overige
                    controlewerkzaamheden in het algemeen de door de raad benoemde accountant
                    inschakelt. Het college mag hiervan afwijken indien dit in het belang van de
                    gemeente is. De accountant die de jaarrekening controleert, is vaak beter bekend
                    met de gemeentelijke administraties. Steeds meer worden controles van de
                    jaarrekening en controles van medebewindstaken al verplicht tegelijkertijd door
                    één accountant uitgevoerd (single audit). </al><al/><al>In bepaalde gevallen is inschakeling van een andere accountant raadzaam en soms
                    zelfs onoverkomelijk. De reden hiervoor kan van prijstechnische aard zijn, maar
                    ook van bijvoorbeeld organisatorische aard (zo kunnen de controlewerkzaamheden
                    gemeenschappelijke activiteiten met een andere gemeente betreffen en de
                    accountantscontrole hiervan door de accountant van de andere gemeente worden
                    uitgevoerd). De verordening regelt dat het college in deze gevallen vrij is in
                    de keuze van de accountant.</al><al/><al><cursief>Artikel 7. Rapportering</cursief></al><al>Het derde en vierde lid van artikel 213 Gemeentewet regelt de rapportering en de
                    inhoud daarvan van de accountant aan de raad en het college. Aanvullend daarop
                    kan de raad in zijn programma van eisen bij de aanbesteding aanvullende
                    inhoudelijke eisen stellen, maar ook aanvullende rapporteringen van de
                    accountant verlangen (artikel 2, lid 3, letters c &amp; e van deze verordening).
                    Artikel 7 regelt aanvullende zaken aangaande de rapportering op grond van de
                    door de accountant uitgevoerde controles. Zaken die dan natuurlijk wel in het
                    programma van eisen bij de aanbesteding moeten worden geregeld.</al><al/><al>Naast de uiteindelijke eindcontrole van de jaarrekening verricht de accountant
                    meestal meerdere controles. Dit kunnen door de raad in het controleprotocol
                    opgenomen tussentijdse controles (interim-controles) zijn of de voor een jaar
                    opgegeven accenten. Het eerste lid van artikel 7 regelt, dat het college in elk
                    geval bij geconstateerde afwijkingen door de accountant die leiden tot het niet
                    afgeven van een goedkeurende verklaring bij de jaarrekening, een afschrift
                    krijgt van de schriftelijke mededeling hierover aan de raad. Dit opdat het
                    college (in overleg met de raad en de accountant) mogelijk nog tijdig
                    maatregelen tot herstel kan treffen.</al><al/><al>Het tweede lid van artikel 7 regelt, dat het management een rapportage krijgt
                    van de door de accountant uitgevoerde (deel)controles. In deze rapportage worden
                    kleine afwijkingen en tekortkomingen die niet leiden tot het niet afgeven van
                    een goedkeurende verklaring en niet van bestuurlijk belang zijn, aan het
                    management meegedeeld. Het gaat hierbij om bijvoorbeeld opmerkingen over
                    (kleine) rubriceringfouten en (kleine) onvolkomenheden in de administratieve
                    organisatie, welke eenvoudig in onderling overleg met het management van de
                    gemeente kunnen worden opgelost. Het management kan op grond van de rapportage
                    actie ondernemen voor herstel van de afwijkingen en onvolkomenheden.</al><al/><al>Voorts is in het artikel een lid opgenomen voor de procedure van hoor en
                    wederhoor. De constateringen in het verslag van bevindingen worden voorafgaand
                    aan verzending van de controleverklaring en het verslag van bevindingen aan de
                    raad door de accountant besproken met het college. Het geeft het college de
                    mogelijkheid kanttekeningen te plaatsen bij de constateringen in het
                    (concept-)verslag van bevindingen.</al><al/><al>Tot slot is in het vierde lid van dit artikel opgenomen, dat de accountant zijn
                    verslag van bevindingen aan de accountantscommissie mondeling toelicht en
                    eventueel aan de raad.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>