<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR360334_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Individuele Studietoeslag Veenendaal 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Veenendaal</dcterms:creator><dcterms:modified>2015-01-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Veenendaal</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Individuele studietoeslag Veenendaal 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0035333&amp;artikel=8, eerste lid, onderdeel c en derde lid">Participatiewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-02-19</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2023-08-19</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend.</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Werk en economie</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening Individuele Studietoeslag Veenendaal 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Veenendaal;</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 13 januari 2015,
                        nummer 2014.00089C;</al><al><vet>Overwegende </vet>dat op 1 januari 2015 de Participatiewet in werking
                        is getreden;</al><al><vet>Gelet op</vet> artikel 8, eerste lid, onderdeel c, en derde
                        lid, van de Participatiewet;</al><al><vet>Gezien </vet>het advies van de Cliëntenraad WWB;</al><al><vet>Besluit vast te stellen de Verordening
                            Individuele Studietoeslag Veenendaal 2015.</vet></al><al/><al>De raad van de gemeente Veenendaal;</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 13 januari 2015,
                        nummer 2014.00089C;</al><al><vet>Overwegende </vet>dat op 1 januari 2015 de Participatiewet in werking
                        is getreden;</al><al><vet>Gelet op</vet> artikel 8, eerste lid, onderdeel c, en derde
                        lid, van de Participatiewet;</al><al><vet>Gezien </vet>het advies van de Cliëntenraad WWB;</al><al><vet>Besluit vast te stellen de Verordening
                            Individuele Studietoeslag Veenendaal 2015.</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Indienen verzoek</titel></kop><al>Een verzoek als bedoeld in artikel 36b, eerste lid, van de Participatiewet,
                        wordt ingediend middels een door het college vastgesteld formulier.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Doelgroep Individuele Studietoeslag</titel></kop><al>Artikel 36b, eerste lid, van de Participatiewet regelt in welke gevallen het
                        college op verzoek van een persoon, gelet op diens individuele
                        omstandigheden, een individuele studietoeslag kan verlenen.</al><lijst><li nr="1."><al>Dit is het geval indien een persoon op de datum van de aanvraag: </al><lijst><li nr="·"><al>18 jaar of ouder is en</al></li><li nr="·"><al>recht heeft op studiefinanciering op grond van de Wet
                                        studiefinanciering 2000 of recht heeft op een tegemoetkoming
                                        op grond van hoofdstuk 4 van de Wet tegemoetkoming
                                        onderwijsbijdrage en schoolkosten en </al></li><li nr="·"><al>geen in aanmerking te nemen vermogen als bedoeld in artikel
                                        34 van de Participatiewet heeft en </al></li><li nr="·"><al>een persoon is van wie is vastgesteld dat hij vanwege een
                                        medische urenbeperking of arbeidsbeperking met voltijdse
                                        arbeid niet in staat is tot het verdienen van het wettelijk
                                        minimumloon, maar wel mogelijkheden tot arbeidsparticipatie
                                        heeft. </al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het college stelt nadere regels over de wijze waarop de in lid 1 van
                                dit artikel genoemde criteria worden beoordeeld.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Advies oordeel</titel></kop><al>Het college vraagt advies aan het Uitvoeringsinstituut
                        werknemersverzekeringen (UWV) met betrekking tot het oordeel of een persoon
                        met voltijdse arbeid niet in staat is tot het verdienen van het wettelijk
                        minimumloon, maar wel mogelijkheden heeft tot arbeidsparticipatie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Eenmaal per periode individuele inkomenstoeslag verlenen</titel></kop><al>Een persoon kan slechts eenmaal binnen een periode van twaalf maanden in
                        aanmerking komen voor een individuele studietoeslag. </al><al>De individuele studietoeslag geldt voor de duur van de studie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Hoogte individuele studietoeslag</titel></kop><al>Het College stelt in nadere regel de hoogte van het bedrag vast.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Betaling individuele studietoeslag</titel></kop><al>Een individuele studietoeslag wordt per maand uitbetaald.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2015.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening Individuele studietoeslag
                        Veenendaal 2015.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 19 februari 2015,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>mevrouw drs. F.A. van Hooijdonk</ondertekening><ondertekening>griffier</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de heer mr. A.W. Kolff</ondertekening><ondertekening>voorzitter</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Algemene toelichting verordening individuele studietoeslag, Veenendaal 2015</titel></kop><al>De Invoeringswet Participatiewet introduceert een studieregeling in de
                        Participatiewet: de individuele studietoeslag. Hiermee krijgt het college de
                        mogelijkheid mensen, van wie is vastgesteld dat ze niet in staat zijn het
                        minimumloon te verdienen, een individuele studietoeslag te verstrekken als
                        ze studeren. Het afronden van een studie versterkt de positie op de
                        arbeidsmarkt. Een diploma is een bewijs tegenover werkgevers dat iemand
                        gemotiveerd is en veel in zijn mars heeft. </al><al>Mensen met een arbeidshandicap hebben volgens de regering een extra steuntje
                        in de rug nodig als het gaat om studeren. Voor hen is de drempel om te lenen
                        een stuk hoger, omdat de kans op een baan later lager is. Een studieregeling
                        stimuleert mensen om toch de stap te zetten om naar school te gaan of een
                        studie te gaan volgen. Ook biedt het een financiële compensatie voor het
                        feit dat het voor deze groep vaak moeilijk is om de studie te combineren met
                        een bijbaan (TK 2013-2014, 33 161, nr. 125, p. 2). De individuele
                        studietoeslag moet worden aangemerkt als een vorm van bijzondere bijstand
                        (artikel 5, onderdeel d, van de Participatiewet). De individuele
                        studietoeslag is niet gerelateerd aan bepaalde kosten. Het is een
                        inkomensondersteunende maatregel voor mensen van wie is vastgesteld dat ze
                        niet in staat zijn het minimumloon te verdienen. </al><al><cursief>Verordeningsplicht </cursief></al><al>De Invoeringswet Participatiewet legt de gemeenteraad de verplichting op in
                        een verordening regels vast te stellen over het verlenen van een individuele
                        studietoeslag. Deze verordeningsopdracht is neergelegd in artikel 8, eerste
                        lid, onderdeel c, van de Participatiewet. De regels moeten in ieder geval
                        betrekking hebben op de hoogte en de frequentie van de betaling van de
                        individuele studietoeslag (artikel 8, derde lid, van de Participatiewet). </al><al><cursief>Discretionaire bevoegdheid </cursief></al><al>Het verlenen van een individuele studietoeslag is een discretionaire
                        bevoegdheid van het college. Dit betekent dat het college aan personen die
                        voldoen aan de voorwaarden van artikel 36b, eerste lid, van de
                        Participatiewet, een individuele studietoeslag kan toekennen, maar hiertoe
                        niet is gehouden. Het college kan in beleidsregels aangeven of bepaalde
                        groepen niet in aanmerking komen voor een studietoeslag. Het college kan in
                        plaats daarvan - en in aanvulling op artikel 36b, eerste lid, van de
                        Participatiewet - in beleidsregels aangeven wie, wanneer en op grond van
                        welke nadere voorwaarden recht heeft op een individuele studietoeslag. </al><al><cursief>Voorwaarden individuele studietoeslag </cursief></al><al>Een persoon die behoort tot de doelgroep voor ondersteuning bij de
                        arbeidsinschakeling als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van
                        de Participatiewet kan een aanvraag indienen voor een individuele
                        studietoeslag. Artikel 36b, eerste lid, van de Participatiewet spreekt
                        overigens zowel over verzoek als aanvraag. Het college kan op een dergelijk
                        verzoek – gelet op de individuele omstandigheden van een persoon - een
                        individuele studietoeslag verlenen. Hiervoor is vereist dat deze persoon op
                        de datum van de aanvraag: </al><lijst><li nr="-"><al>18 jaar of ouder is; </al></li><li nr="-"><al>recht heeft op studiefinanciering op grond van de Wet
                                studiefinanciering 2000 of recht heeft op een tegemoetkoming op
                                grond van hoofdstuk 4 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en
                                schoolkosten; </al></li><li nr="-"><al>geen in aanmerking te nemen vermogen als bedoeld in artikel 34 van
                                de Participatiewet heeft, en </al></li><li nr="-"><al>een persoon is van wie is vastgesteld dat hij met voltijdse arbeid
                                niet in staat is tot het verdienen van het wettelijk minimumloon,
                                doch wel mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft. </al></li></lijst><al>Dat een persoon recht moet hebben op studiefinanciering of een
                        WTOS-tegemoetkoming, betekent niet dat deze persoon ook daadwerkelijk
                        studiefinanciering of een tegemoetkoming moet ontvangen. Het recht op
                        studiefinanciering bestaat, afhankelijk van iemands gekozen opleiding,
                        leeftijd en inkomen. Of van dit recht gebruik gemaakt wordt is niet in de
                        Participatiewet geregeld en is geen vereiste voor het ontvangen van een
                        individuele studietoeslag op grond van de Participatiewet. Voor het recht op
                        een individuele studietoeslag is het dan ook voldoende dat een persoon recht
                        heeft op studiefinanciering of een tegemoetkoming. De persoon zal - als
                        aanvrager van de toeslag - aannemelijk moeten maken dat hij recht op
                        studiefinanciering of een tegemoetkoming heeft, bijvoorbeeld door een
                        beschikking van DUO of door een bewijs van inschrijving bij een bepaalde
                        opleiding te overleggen. </al><al>De artikelen 12, 43, 49 en 52 van de Participatiewet zijn niet van
                        toepassing bij verlening van de individuele studietoeslag (artikel 36b,
                        tweede lid, van de Participatiewet). De aanvraag moet worden ingediend bij
                        het college. Een individuele studietoeslag kan niet als lening worden
                        verstrekt als een persoon met de studietoeslag schulden wil aflossen.
                        Artikel 49 van de Participatiewet is namelijk niet van toepassing op de
                        individuele studietoeslag (artikel 36b, tweede lid, van de Participatiewet).
                        Ook artikel 52 van de Participatiewet is niet van toepassing op de
                        individuele studietoeslag (artikel 36b, tweede lid, van de Participatiewet).
                        Dit maakt dat de individuele studietoeslag niet kan worden verstrekt in de
                        vorm van een voorschot.</al></nota-toelichting><nota-toelichting><kop><titel>Artikelsgewijze toelichting</titel></kop><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Indienen verzoek</titel></kop><al>Een verzoek om een individuele studietoeslag kan worden ingediend door
                        personen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de
                        Participatiewet. Dit betreft alle personen die het college ondersteunt bij
                        arbeidsinschakeling.</al><al>Het college kan aan deze personen, op een daartoe strekkend verzoek, een
                        individuele studietoeslag verlenen (artikel 36b, eerste lid, van de
                        Participatiewet). Een persoon dient op datum van de aanvraag aan de
                        voorwaarden te voldoen zoals genoemd in artikel 36b, eerste lid, van de
                        Participatiewet. Onder aanvraag wordt verstaan: een verzoek van een persoon,
                        een besluit te nemen (artikel 1:3, derde lid, van de Awb). Een aanvraag
                        dient in beginsel schriftelijk te worden ingediend (artikel 4:1 van de
                        Awb).</al><al>Om onduidelijkheid te voorkomen omtrent de wijze waarop het verzoek als
                        bedoeld in artikel 36b, eerste lid, van de Participatiewet moet worden
                        ingediend, bepaalt artikel 1 van deze verordening dat het verzoek moet
                        worden gedaan middels een door het college vastgesteld formulier. Een
                        verzoek wordt dan gezien als een aanvraag zoals bedoeld in afdeling 4.1.1
                        van de Awb. Het gaat dan om een schriftelijke aanvraag (artikel 4:1 van de
                        Awb) die wordt ondertekend door de aanvrager en ten minste de naam en het
                        adres van de aanvrager bevat, de dagtekening en een aanduiding van de
                        beschikking die wordt gevraagd (artikel 4:2, eerste lid, van de Awb). De
                        aanvrager verschaft ook de gegevens en bescheiden die voor de beslissing op
                        de aanvraag nodig zijn en waarover hij redelijkerwijs de beschikking kan
                        krijgen (artikel 4:2, tweede lid, van de Awb). Een mondeling verzoek kan
                        hiermee dus niet worden aangemerkt als een verzoek om individuele
                        studietoeslag zoals bedoeld in artikel 36b van de Participatiewet.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Doelgroep van de Individuele Studietoeslag</titel></kop><al><vet>Advies over oordeel verdienen wettelijk minimumloon </vet></al><al>Artikel 36b, eerste lid, van de Participatiewet regelt in welke gevallen het
                        college op verzoek van een persoon, gelet op diens individuele
                        omstandigheden, een individuele studietoeslag kan verlenen.</al><al>Dit is het geval indien een persoon op de datum van de aanvraag: </al><lijst><li nr="·"><al>18 jaar of ouder is; </al></li><li nr="·"><al>recht heeft op studiefinanciering op grond van de Wet
                                studiefinanciering 2000 of recht heeft op een tegemoetkoming op
                                grond van hoofdstuk 4 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en
                                schoolkosten; </al></li><li nr="·"><al>geen in aanmerking te nemen vermogen als bedoeld in artikel 34 van
                                de Participatiewet heeft en </al></li><li nr="·"><al>een persoon is van wie is vastgesteld dat hij met voltijdse arbeid
                                niet in staat is tot het verdienen van het wettelijk minimumloon,
                                maar wel mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft. </al></li></lijst></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Advies oordeel</titel></kop><al>Met betrekking tot het laatst genoemde criterium kan het college advies
                        inwinnen bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) . Het
                        gaat om advies met betrekking tot het oordeel of een persoon met voltijdse
                        arbeid niet in staat is tot het verdienen van het wettelijk minimumloon,
                        doch wel mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Eenmaal per periode individuele studietoeslag verlenen</titel></kop><al>Een persoon kan slechts eenmaal binnen een periode van twaalf maanden in
                        aanmerking komen voor een individuele studietoeslag. Er kan dus niet vaker
                        dan 1 keer per jaar een individuele studietoeslag worden aangevraagd. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Hoogte individuele studietoeslag</titel></kop><al>De hoogte van de individuele studietoelage wordt in beleidsregels nader
                        uitgewerkt naar aanleiding van het advies van de Cliëntenraad van 5 januari
                        2015. Is sprake van gehuwden die allebei afzonderlijk voldoen aan de
                        voorwaarden voor een individuele studietoeslag, dan komen zij afzonderlijk
                        in aanmerking voor een individuele studietoeslag. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Betaling individuele studietoeslag</titel></kop><al>In dit artikel wordt de frequentie van de betaling van de individuele
                        studietoeslag geregeld. </al><al>Een individuele studietoeslag wordt per maand uitbetaald in twaalf gelijke
                        delen van het in de beleidsregels genoemde jaarbedrag per maand.</al><al>Een persoon moet op de datum van de aanvraag voldoen aan de in artikel 36b,
                        eerste lid, van de Participatiewet. Als een persoon op enig moment na de
                        aanvraag hier niet meer aan voldoet heeft dat geen gevolgen voor het recht
                        op een individuele studietoeslag. Dit betekent dat het dus kan voorkomen dat
                        een persoon geen recht op studiefinanciering meer heeft, maar wel nog recht
                        heeft op uitbetaling van een eerder toegekende individuele studietoeslag
                        aangezien uitsluitend de situatie op de datum van de aanvraag bepalend is.
                    </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2015. Vanaf die
                        datum is in artikel 8, eerste lid, onderdeel c, van de Participatiewet de
                        verordeningsopdracht voor de gemeenteraad neergelegd om regels in de
                        verordening vast te stellen over het verlenen van een individuele
                        studietoeslag.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>In dit artikel is de citeertitel van deze verordening neergelegd.</al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>