<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR36032_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing 2010</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Tytsjerksteradiel</dcterms:creator><dcterms:modified>2010-08-04</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Tytsjerksteradiel</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Actief, 23-12-2009</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening rioolheffing 2010</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 228a</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2009-12-17</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2011-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>FJZ 2010/13</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze verordening treedt in werking ingang van de achtste dag na die van de bekendmaking doch niet voor de onderstaand genoemde datum.</al><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2010</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing 2010</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>B E S L U I T</vet></al><al/><al>Gemeente Tytsjerksteradiel</al><al>Raadsvergadering d.d. 17 december 2009</al><al>De raad van de gemeente Tytsjerksteradiel; </al><al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 1
                        december 2009; </al><al>gelet op artikel 228 a van de Gemeentewet; </al><al>besluit vast te stellen de volgende verordening: </al><al><vet>Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing
                        2010</vet></al><al>(Verordening rioolrechten 2010 registratienr. FJZ 2010/13)</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan: </al><lijst><li nr="a."><al>onder gemeentelijke riolering: een voorziening of combinatie van
                                voorzieningen voor inzameling, verwerking, zuivering of transport
                                van afvalwater, hemelwater of grondwater, in eigendom, in beheer of
                                in onderhoud bij de gemeente; </al></li><li nr="b."><al>onder water: huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater,
                                hemelwater of grondwater;</al></li><li nr="c."><al>onder perceel verstaan eigendom verstaan een roerende of een
                                onroerende zaak.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Aard van de belasting</titel></kop><al>Onder de naam rioolheffing wordt een directe belasting geheven ter
                        bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan:</al><lijst><li nr="a."><al>de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en
                                bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk
                                afvalwater; en</al></li><li nr="b."><al>de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het
                                ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen teneinde
                                structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de
                                grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te
                                beperken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Belastbaar feit en belastingplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De 'rioolheffing' wordt geheven: </al><lijst><li nr="a."><al>van degene die bij het begin van het belastingjaar het genot
                                    heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van een
                                    eigendom dat direct of indirect is aangesloten op de
                                    gemeentelijke riolering, en </al></li><li nr="b."><al>van de gebruiker van een eigendom van waaruit afvalwater direct
                                    of indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Met betrekking tot de heffing als bedoeld in het eerste lid, onderdeel
                            a, wordt, ingeval het eigendom een onroerende zaak is, als genothebbende
                            krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij het
                            begin van het belastingjaar als zodanig in de kadastrale registratie is
                            vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende
                            krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Met betrekking tot de heffing als bedoeld in het eerste lid, onderdeel
                            b, wordt als gebruiker aangemerkt: </al><lijst><li nr="a."><al>degene die naar de omstandigheden beoordeeld het eigendom al dan
                                    niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk
                                    recht gebruikt; </al></li><li nr="b."><al>ingeval een gedeelte van een eigendom - niet een gedeelte als
                                    bedoeld in artikel 4 - ten gebruik is afgestaan: degene die dat
                                    gedeelte in gebruik heeft afgestaan. </al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Zelfstandige gedeelten</titel></kop><al>Indien gedeelten van een in artikel 3 bedoeld eigendom blijkens hun indeling
                        bestemd zijn om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt, worden de
                        rechten geheven ter zake van elk als zodanig bestemd gedeelte, met dien
                        verstande dat indien twee of meer van die gedeelten tezamen als een geheel
                        worden gebruikt, deze als één eigendom worden aangemerkt. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Maatstaf van heffing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De heffing als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a, wordt
                            geheven per aangesloten (direct of indirect) eigendom. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De heffing als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b, wordt
                            geheven per aangesloten (direct of indirect) eigendom. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Belastingtarieven</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De heffing als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a, bedraagt
                            per eigendom voor de eigenaar € 55,20 per jaar.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De heffing als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b, bedraagt
                            voor een:</al><lijst><li nr="a."><al>één persoonshuishouding, € 43,20 per jaar per aangesloten
                                    eigendom.</al></li><li nr="b."><al>meer persoonshuishouding, € 61,20 per jaar per aangesloten
                                    eigendom.</al></li><li nr="c."><al>gebruiker, € 61,20 per jaar per aangesloten eigendom waarbij
                                    wonen geen deel uitmaakt van het gebruik. (gelijk aan het tarief
                                    bij b.)</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De belasting wordt bij wege van aanslag geheven. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De heffing als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a, is
                            verschuldigd bij de aanvang van het belastingjaar. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De heffing als bedoeld in artikel 3, eerste lid onderdeel b, is
                            verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is,
                            bij de aanvang van de belastingplicht. Indien de belastingplicht met
                            betrekking tot het eigendom voor de heffing als bedoeld in artikel 3,
                            eerste lid, onderdeel b, in de loop van het belastingjaar aanvangt, is
                            de heffing verschuldigd over zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat
                            jaar verschuldigde heffing als er in dat jaar, na de aanvang van de
                            belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. Indien de
                            belastingplicht met betrekking tot het eigendom voor de heffing als
                            bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b, in de loop van het
                            belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel
                            twaalfde gedeelten van het voor dat jaar verschuldigde heffing als er in
                            dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden
                            overblijven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het tweede lid is niet van toepassing indien de belastingplichtige
                            binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander eigendom in gebruik
                            neemt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
                            moeten de aanslagen worden betaald in drie gelijke termijnen waarvan de
                            eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de
                            maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van
                            de volgende termijnen telkens een maand later. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking in zoverre van het eerste lid geldt ingeval de gemeente is
                            gemachtigd tot automatische incasso moeten de aanslagen worden betaald
                            in acht gelijke termijnen waarvan de eerste termijn vervalt op de
                            laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van
                            het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens
                            een maand later.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking in zoverre van het eerste en tweede lid geldt ingeval het
                            totaalbedrag van de op een aanslagbiljet verenigde aanslagen
                            rioolrechten of andere heffingen of belastingen gelijk of meer is dan €
                            3.176,00 dat de aanslagen moeten worden betaald in één termijn welke
                            vervalt 3 maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in het lid 1 t/m 3
                            gestelde termijnen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                        betrekking tot de heffing en invordering van de rioolheffing. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking ingang van de achtste dag na die
                                van de bekendmaking doch niet voor de in lid 2 genoemde datum.</al></li><li nr="2."><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2010.</al></li><li nr="3."><al>Deze verordening wordt aangehaald als 'Verordening rioolheffing
                                2010'.</al></li></lijst></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 17 december 2009.</ondertekening><ondertekening>De Raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>de griffier de voorzitter</ondertekening><ondertekening>mr. S.K. Dijkstra G.J. Polderman</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>