<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR360150_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemene Plaatselijke Verordening Soest</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Soest</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-10-17</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Soest</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Soester Courant en GVOP 4-2-2015</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Algemene Plaatselijke Verordening Soest</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">artikelen 149, 151b, 151c, 154,a Gemeentewet, artikel 2.2. Wabo, artikel 30 c Wet op de kansspelen, artikel 81h Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, artikel 4 Wet openbare manifestaties, de artikelen 4, 25a, en 25d van de Drank en Horecawet en de artikelen 2.18, 2.21 en 4.113 van het Activiteitenbesluit</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-01-22</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-02-05</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-08-18</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>RV 14-54 (verseon 1254806)</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>APV</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Algemene Plaatselijke Verordening Soest</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel/></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>bebouwde kom: het gebied binnen de grenzen die zijn vastgesteld
                                    op grond van artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994;</al></li><li nr="b."><al>bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van
                                    een besluit ten aanzien van een omgevingsvergunning als bedoeld
                                    in artikel 2.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of
                                    ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning;</al></li><li nr="c."><al>bouwwerk: hetgeen in artikel 1 van de Bouwverordening daaronder
                                    wordt verstaan;</al></li><li nr="d."><al>College: het college van burgemeester en wethouders;</al></li><li nr="e."><al>gebouw: hetgeen in artikel 1, eerste lid, onder c, van de
                                    Woningwet daaronder wordt verstaan;</al></li><li nr="f."><al>handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of
                                    diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang
                                    te dienen;</al></li><li nr="g."><al>openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op
                                    andere wijze toegankelijk zijn;</al></li><li nr="h."><al>openbare plaats: hetgeen in artikel 1 van de Wet openbare
                                    manifestaties daaronder wordt verstaan;</al></li><li nr="i."><al>rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft
                                    krachtens een zakelijk of persoonlijk recht;</al></li><li nr="j."><al>weg: hetgeen in artikel 1, eerste lid, onder b, van de
                                    Wegenverkeerswet daaronder wordt verstaan.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:2</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een
                                vergunning of ontheffing binnen acht weken na de datum van ontvangst
                                van de aanvraag, voor zover in deze verordening of in andere wet- of
                                regelgeving geen andere termijn is bepaald voor het nemen van het
                                betreffende besluit.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bestuursorgaan kan de termijn voor ten hoogste acht weken
                                verdagen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking van het tweede lid is artikel 3.9 van de Wet algemene
                                bepalingen omgevingsrecht van toepassing indien beslist wordt op een
                                aanvraag om een ontheffing als bedoeld in artikel 2:10, vijfde lid,
                                of een vergunning als bedoeld in artikel 2:10, zesde lid, artikel
                                2:11, tweede lid, artikel 2:25, artikel 4:11 of artikel 5:19.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid wordt op de aanvraag van een
                                vergunning voor het geven van circusvoorstellingen beslist aan het
                                eind van het jaar voorafgaande aan het jaar waarvoor de vergunning
                                wordt aangevraagd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:3</nr><titel>Indiening aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een aanvraag voor een vergunning of ontheffing wordt
                                ingediend minder dan drie weken vóór het tijdstip waarop de
                                aanvrager de vergunning of ontheffing nodig heeft, kan het
                                bestuursorgaan besluiten de aanvraag niet te behandelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor bepaalde, door het bestuursorgaan aan te wijzen, vergunningen
                                of ontheffingen kan de in het eerste lid genoemde termijn worden
                                verlengd tot ten hoogste zestien weken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:4</nr><titel>Voorschriften en beperkingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan een vergunning of ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen
                                worden verbonden. Deze voorschriften en beperkingen strekken slechts
                                tot bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de
                                vergunning of ontheffing is vereist.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Degene aan wie een vergunning of ontheffing is verleend, is
                                verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na te
                                komen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:5</nr><titel>Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing is persoonlijk, tenzij bij of krachtens deze
                            verordening anders is bepaald.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:6</nr><titel>Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd:</al><lijst><li nr="a."><al>indien ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens
                                    zijn verstrekt;</al></li><li nr="b."><al>indien op grond van een verandering van de omstandigheden of
                                    inzichten opgetreden na het verlenen van de ontheffing of
                                    vergunning, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het
                                    belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of
                                    ontheffing is vereist;</al></li><li nr="c."><al>indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden
                                    voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen;</al></li><li nr="d."><al>indien van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt
                                    gemaakt binnen een daarin gestelde termijn dan wel, bij het
                                    ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke
                                    termijn; of</al></li><li nr="e."><al>indien de houder dit verzoekt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:7</nr><titel>Termijnen</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing geldt voor onbepaalde tijd, tenzij bij de
                            vergunning of ontheffing anders is bepaald of de aard van de vergunning
                            of ontheffing zich daartegen verzet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:8</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing kan door het bevoegd gezag of het bevoegde
                            bestuursorgaan worden geweigerd in het belang van:</al><lijst><li nr="a."><al>de openbare orde;</al></li><li nr="b."><al>de openbare veiligheid;</al></li><li nr="c."><al>de volksgezondheid;</al></li><li nr="d."><al>de bescherming van het milieu.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>AFDELING</label><nr>1</nr><titel>ORDE EN VEILIGHEID OP OPENBARE PLAATSEN EN IN GEBOUWEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:1</nr><titel>Samenscholing en ongeregeldheden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op een openbare plaats of in een voor het
                                    publiek toegankelijk gebouw op enigerlei wijze de orde te
                                    verstoren, zich hinderlijk te gedragen, personen lastig te
                                    vallen, te vechten, deel te nemen aan een samenscholing, onnodig
                                    op te dringen of door uitdagend gedrag aanleiding te geven tot
                                    ongeregeldheden.</al></li><li nr="2."><al>Degene die op een openbare plaats</al><lijst><li nr="a."><al>aanwezig is bij een voorval waardoor ongeregeldheden
                                            ontstaan of dreigen te ontstaan;</al></li><li nr="b."><al>aanwezig is bij een gebeurtenis die aanleiding geeft tot
                                            toeloop van publiek waardoor ongeregeldheden ontstaan of
                                            dreigen te ontstaan; of</al></li><li nr="c."><al>zich bevindt in of aanwezig is bij een
                                            samenscholing;</al></li></lijst></li></lijst><al>is verplicht op bevel van een ambtenaar van politie zijn weg te
                            vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te
                            verwijderen.</al><lijst><li nr="3."><al>Het is verboden zich te begeven naar of te bevinden op openbare
                                    plaatsen of in voor het publiek toegankelijke gebouwen die door
                                    of vanwege het bevoegd bestuursorgaan in het belang van de
                                    openbare veiligheid of ter voorkoming van ongeregeldheden zijn
                                    afgezet of afgesloten.</al></li><li nr="4."><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het derde lid
                                    gestelde verbod.</al></li><li nr="5."><al>Het bepaalde in de voorgaande leden is niet van toepassing op
                                    betogingen, vergaderingen en godsdienstige en
                                    levensbeschouwelijke samenkomsten als bedoeld in de Wet openbare
                                    manifestaties.</al></li><li nr="6."><al>Het is verboden om in het geval van wanordelijkheden of indien
                                    er ernstig gevaar voor het ontstaan daarvan dreigt, op de in het
                                    eerste lid bedoelde openbare plaatsen of in de in dat lid
                                    bedoelde gebouwen een voorwerp of stof, kennelijk meegebracht om
                                    de orde te verstoren, bij zich te hebben.</al></li><li nr="7."><al>Het is verboden een voorwerp dat door het bevoegd gezag ter
                                    afzetting of afsluiting van een openbare plaats of gebouw als
                                    bedoeld in het derde lid is aangebracht, te verplaatsen, te
                                    verwijderen of omver te halen.</al></li><li nr="8."><al>De verboden in dit artikel gelden niet voor zover in het daarin
                                    geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van
                                    Strafrecht.</al></li><li nr="9."><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>AFDELING</label><nr>2</nr><titel>BETOGING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:2</nr><titel>Optochten</titel></kop><al> [gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:3</nr><titel>Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Degene die het voornemen heeft op een openbare plaats een
                                    betoging te houden, waaronder begrepen een samenkomst als
                                    bedoeld in artikel 3, eerste lid van de Wet openbare
                                    manifestaties, geeft daarvan vóór de openbare aankondiging en
                                    ten minste 48 uur voordat de betoging wordt gehouden,
                                    schriftelijk kennis aan de burgemeester.</al></li><li nr="2."><al>De kennisgeving bevat:</al><lijst><li nr="a."><al>naam en adres van degene die de betoging houdt;</al></li><li nr="b."><al>het doel van de betoging;</al></li><li nr="c."><al>de datum waarop de betoging wordt gehouden en het
                                            tijdstip van aanvang en van beëindiging;</al></li><li nr="d."><al>de plaats en, voor zover van toepassing, de route en de
                                            plaats van beëindiging;</al></li><li nr="e."><al>voor zover van toepassing, de wijze van
                                            samenstelling;</al></li><li nr="f."><al>maatregelen die degene die de betoging houdt zal treffen
                                            om een regelmatig verloop te bevorderen.</al></li></lijst></li></lijst><al> 3. Degene die de kennisgeving doet, ontvangt daarvan een bewijs waarin
                            het tijdstip van de kennisgeving is vermeld.</al><lijst><li nr="4."><al>Indien het tijdstip van de schriftelijke kennisgeving valt op
                                    een vrijdag na 12.00 uur, een zaterdag, een zondag of een
                                    algemeen erkende feestdag, wordt de kennisgeving gedaan
                                    uiterlijk op de werkdag die aan de dag van dat tijdstip
                                    voorafgaat vóór 12.00 uur.</al></li><li nr="5."><al>De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden op verzoek een
                                    kennisgeving in behandeling nemen buiten deze termijn.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:4</nr><titel>Afwijking termijn</titel></kop><al>(Vervallen; opgenomen in artikel 2:3)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:5</nr><titel>Te verstrekken gegevens</titel></kop><al>(Vervallen; opgenomen in artikel 2:3)</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>AFDELING</label><nr>3</nr><titel>VERSPREIDEN VAN GEDRUKTE STUKKEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:6</nr><titel>Beperking aanbieden e.d. van geschreven of gedrukte stukken of
                                afbeeldingen</titel></kop><al> [Gereserveerd]</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>AFDELING</label><nr>4</nr><titel>VERTONINGEN E.D. OP DE WEG</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:7</nr><titel>Feest, muziek en wedstrijd e.d.</titel></kop><al> [gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:8</nr><titel>Dienstverlening</titel></kop><al> [gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:9</nr><titel>Straatartiest e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden ten behoeve van publiek als straatartiest,
                                straatfotograaf, tekenaar, filmoperateur of gids op te treden op
                                door de burgemeester in het belang van de openbare orde, de openbare
                                veiligheid, de volksgezondheid en het milieu aangewezen openbare
                                plaatsen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester kan de werking van het verbod beperken tot bepaalde
                                dagen en uren.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>AFDELING</label><nr>5</nr><titel>BRUIKBAARHEID EN AANZIEN VAN DE WEG</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:10</nr><titel>Voorwerpen op of aan de weg</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden de weg of een weggedeelte anders te gebruiken
                                    dan overeenkomstig de publieke functie daarvan, indien:</al><lijst><li nr="a."><al>het gebruik schade toebrengt of kan toebrengen aan de
                                            weg, de bruikbaarheid van de weg (inclusief het
                                            doelmatig en veilig gebruik daarvan) belemmert of kan
                                            belemmeren, dan wel een belemmering vormt of kan vormen
                                            voor het beheer of onderhoud van de weg;</al></li><li nr="b."><al>het beoogde gebruik niet voldoet aan redelijke eisen van
                                            welstand.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>[Gereserveerd].</al></li><li nr="3."><al>Het college kan in het belang van de openbare orde of de woon-
                                    en leefomgeving nadere regels stellen ten aanzien van terrassen,
                                    uitstallingen en reclameborden.</al></li><li nr="4."><al>In verband met de belangen genoemd in het eerste en derde lid,
                                    alsmede die genoemd in artikel 1:8 van deze verordening, en het
                                    belang van een eerlijke en evenwichtige verdeling van de
                                    beschikbare plaatsingsmogelijkheden, kan het bevoegd
                                    bestuursorgaan nadere regels stellen ten aanzien van
                                    verwijsborden en borden ten behoeve van al dan niet tijdelijke
                                    reclame-uitingen. Deze regels kunnen in ieder geval betrekking
                                    hebben op:</al><lijst><li nr="a."><al>het aantal borden en de locaties waar zij mogen worden
                                            geplaatst;</al></li></lijst></li></lijst><al> b. de periode gedurende welke de borden mogen worden geplaatst, waarbij
                            onderscheid kan worden gemaakt naar categorieën van aanvragers en
                            activiteiten;</al><lijst><li nr="c."><al>omvang, materiaal en vormgeving van de borden;</al></li><li nr="d."><al>wijze van bevestiging van de borden;</al></li><li nr="e."><al>de termijn waarbinnen melding moet worden gedaan van het
                                    voornemen om borden te plaatsen of ontheffing wordt aangevraagd
                                    als bedoeld in het vijfde lid. Bij de melding of aanvraag moet
                                    in ieder geval worden aangegeven gedurende welke periode, op
                                    welke plaatsen en voor welk doel men de borden wil
                                    plaatsen.</al><lijst><li nr="5."><al>Het bevoegde bestuursorgaan kan ontheffing verlenen van
                                            het verbod in het eerste lid.</al></li><li nr="6."><al>Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen
                                            voor het in het eerste lid bedoelde gebruik, voor zover
                                            dit een activiteit betreft als bedoeld in artikel 2.2,
                                            eerste lid, onder j of onder k van de Wet algemene
                                            bepalingen omgevingsrecht.</al></li><li nr="7."><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing
                                            op:</al></li></lijst></li><li nr="a."><al>evenementen als bedoeld in artikel 2:24;</al></li><li nr="b."><al>standplaatsen als bedoeld in artikel 5:18; en</al></li><li nr="c."><al>overige gevallen waarin krachtens een wettelijke regeling een
                                    vergunning voor het gebruik van de weg is verleend.</al><lijst><li nr="8."><al>Het verbod in het eerste lid van dit artikel is niet van
                                            toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de
                                            Wet beheer rijkswaterstaatswerken, artikel 5 van de
                                            Wegenverkeerswet 1994 of de Provinciale
                                            Wegenverordening.</al></li><li nr="9."><al>Op de ontheffing bedoeld in het vijfde lid is paragraaf
                                            4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve
                                            fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van
                                            toepassing.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:11</nr><titel>(Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en
                                veranderen van een weg</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning een weg
                                aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een weg te
                                graven of te spitten, aard of breedte van de wegverharding te
                                veranderen of anderszins verandering te brengen in de wijze van
                                aanleg van een weg.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vergunning wordt verleend</al><lijst><li nr="a."><al>als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag, indien de
                                        activiteiten zijn verboden bij een bestemmingsplan,
                                        beheersverordening, exploitatieplan of
                                        voorbereidingsbesluit; of</al></li><li nr="b."><al>door het college in de overige gevallen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing indien in
                                opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam publieke taken
                                worden verricht.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod is voorts niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wet beheer
                                rijkswaterstaatswerken, de Provinciale Wegenverordening, de
                                Waterschapskeur, de Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde
                                Telecommunicatieverordening.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op de vergunning bedoeld in het eerste lid is paragraaf 4.1.3.3 van
                                de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij
                                niet tijdig beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:12</nr><titel>Omgevingsvergunning voor het maken of veranderen van een
                                uitweg</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning:</al><lijst><li nr="a."><al>een uitweg te maken naar de weg;</al></li><li nr="b."><al>van de weg gebruik te maken voor het hebben van een
                                        uitweg;</al></li><li nr="c."><al>verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de
                                        weg.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder weg verstaan wat
                                artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 daaronder verstaat.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een vergunning als bedoeld in het eerste lid kan worden geweigerd in
                                het belang van:</al><lijst><li nr="a."><al>de bruikbaarheid van de weg;</al></li><li nr="b."><al>het veilig en doelmatig gebruik van de weg;</al></li><li nr="c."><al>de bescherming van het uiterlijk aanzien van de
                                        omgeving;</al></li><li nr="d."><al>de bescherming van groenvoorzieningen in de gemeente.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het bepaalde in het eerste lid geldt niet voor zover de Wet beheer
                                Rijkswaterstaatswerken, artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994, de
                                Waterschapskeur of het Provinciaal wegenreglement van toepassing
                                is.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De vergunning wordt verleend</al><lijst><li nr="a."><al>als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag, indien de
                                        activiteiten zijn verboden bij een bestemmingsplan,
                                        beheersverordening of voorbereidingsbesluit;</al></li><li nr="b."><al>door het college in de overige gevallen.</al></li></lijst></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>AFDELING</label><nr>6</nr><titel>VEILIGHEID OP DE WEG</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:13</nr><titel>Veroorzaken van gladheid</titel></kop><al> [gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:14</nr><titel>Winkelwagentjes</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een winkelier die winkelwagentjes ter beschikking stelt is verplicht
                                deze</al><lijst><li nr="a."><al>te voorzien van de naam van het bedrijf of een ander
                                        herkenningsteken, en</al></li><li nr="b."><al>terstond te verwijderen of te doen verwijderen uit de
                                        omgeving van dat bedrijf.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden een winkelwagentje na gebruik onbeheerd op een
                                openbare plaats achter te laten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste lid onder b bepaalde is niet van toepassing op
                                situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:15</nr><titel>Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp</titel></kop><al>Het is verboden beplanting of een voorwerp aan te brengen of te hebben
                            op zodanige wijze dat aan het wegverkeer het vrije uitzicht wordt
                            belemmerd of dat er op andere wijze voor het wegverkeer hinder of gevaar
                            ontstaat.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:16</nr><titel>Openen straatkolken e.d.</titel></kop><al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een straatkolk,
                            rioolput, brandkraan of een andere afsluiting die behoort tot een
                            openbare nutsvoorziening te openen, onzichtbaar te maken of af te
                            dekken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:17</nr><titel>Kelderingangen e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Kelderingangen en andere lager dan de aangrenzende weg gelegen
                                betreedbare delen van een bouwwerk mogen geen gevaar voor de
                                veiligheid van de weggebruikers opleveren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid bepaalde is niet van toepassing op situaties
                                waarin wordt voorzien door artikel 427, aanhef en onder 1 of 3, van
                                het Wetboek van Strafrecht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:18</nr><titel>Rookverbod in bossen en natuurterreinen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden in bossen, op heide of veengronden dan wel in
                                duingebieden of binnen een afstand van dertig meter daarvan:</al><lijst><li nr="a."><al>te roken gedurende een door het college aangewezen
                                        periode;</al></li><li nr="b."><al>voor zover het de open lucht betreft, brandende of smeulende
                                        voorwerpen te laten vallen, weg te werpen of te laten
                                        liggen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De verboden in het eerste lid zijn niet van toepassing op situaties
                                waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 3, van het
                                Wetboek van Strafrecht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De verboden zijn voorts niet van toepassing voor zover het roken
                                plaatsvindt in gebouwen en aangrenzende erven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:19</nr><titel>Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp</titel></kop><al> [gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:20</nr><titel>Vallende voorwerpen</titel></kop><al> [gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:21</nr><titel>Voorzieningen voor verkeer en verlichting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten dat op of
                                aan dat bouwwerk voorwerpen, borden of voorzieningen ten behoeve van
                                het verkeer of de openbare verlichting worden aangebracht,
                                onderhouden, gewijzigd of verwijderd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                voorzien door de Waterstaatswet 1900, de Onteigeningswet, of de
                                Belemmeringenwet Privaatrecht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:22</nr><titel>Objecten onder hoogspanningslijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden binnen een afstand van zes meter aan weerszijden van
                                voor stroomgeleiding bestemde draden van bovengrondse
                                hoogspanningslijnen voorwerpen, opgaand houtgewas of andere
                                objecten, die niet zijn aan te merken als bouwwerken, hoger dan twee
                                meter te plaatsen of te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen indien de
                                elektrische spanning van de bovengrondse hoogspanningslijn dat
                                toelaat.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing op objecten die deel uitmaken van
                                de hoogspanningslijn.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:23</nr><titel>Veiligheid op het ijs</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden:</al><lijst><li nr="a."><al>voor het publiek toegankelijke ijsvlakten te beschadigen, te
                                        verontreinigen, te versperren of het verkeer daarop op enige
                                        andere wijze te belemmeren of in gevaar te brengen;</al></li><li nr="b."><al>bakens of andere voorwerpen ten behoeve van de veiligheid
                                        geplaatst op de onder a bedoelde ijsvlakten te verplaatsen,
                                        weg te nemen, te beschadigen of op enige andere wijze het
                                        gebruik daarvan te verijdelen of te belemmeren.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien
                                door het Wetboek van Strafrecht of de Provinciale
                                vaarwegenverordening.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>AFDELING</label><nr>7</nr><titel>EVENEMENTEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:24</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke voor publiek
                                toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering van:</al><lijst><li nr="a."><al>bioscoopvoorstellingen;</al></li><li nr="b."><al>markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h, van
                                        de Gemeentewet en artikel 5:22 van deze verordening;</al></li><li nr="c."><al>kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen;</al></li><li nr="d."><al>het in een inrichting in de zin van de Drank- en Horecawet
                                        gelegenheid geven tot dansen;</al></li><li nr="e."><al>betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de
                                        Wet openbare manifestaties;</al></li><li nr="f."><al>activiteiten als bedoeld in artikel 2:9 en 2:39 van deze
                                        verordening.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder evenement wordt mede verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al>een herdenkingsplechtigheid;</al></li><li nr="b."><al>een braderie;</al></li><li nr="c."><al>een optocht, niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel
                                        2:3 van deze verordening, op de weg;</al></li><li nr="d."><al>een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de
                                        weg;</al></li><li nr="e."><al>een klein evenement.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Onder klein evenement wordt verstaan een straatfeest, een
                                buurtbarbecue, een (kleedjes)markt in de openlucht, georganiseerd
                                door een instelling zonder winstoogmerk, of een wedstrijd (inclusief
                                een sponsorloop) op een dag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:25</nr><titel>Evenement</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van de
                                    burgemeester een evenement te organiseren.</al></li><li nr="2."><al>Geen vergunning is vereist voor een klein evenement,
                                    indien:</al><lijst><li nr="a."><al>het aantal aanwezigen niet meer bedraagt dan 50
                                            personen;</al></li><li nr="b."><al>het evenement tussen 9.00 uur en 18.00 uur plaats
                                            vindt;</al></li><li nr="c."><al>[Gereserveerd];</al></li><li nr="d."><al>het evenement niet plaatsvindt op de rijbaan,
                                            (brom)fietspad of parkeerplaats of anderszins een
                                            belemmering vormt voor het verkeer en de
                                            hulpdiensten;</al></li><li nr="e."><al>slechts kleine objecten worden geplaatst met een
                                            oppervlakte van minder dan 10 m² per object;</al></li><li nr="f."><al>er een organisator is;</al></li><li nr="g."><al>de organisator minimaal zeven werkdagen voorafgaand aan
                                            het evenement daarvan melding heeft gedaan aan de
                                            burgemeester.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>De burgemeester kan binnen vijf dagen na ontvangst van de
                                    melding besluiten het organiseren van een klein evenement te
                                    verbieden, indien er aanleiding is te vermoeden dat</al></li></lijst><al>daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of
                            het milieu in gevaar komt.</al><lijst><li nr="4."><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op een
                                    wedstrijd op of aan de weg, voor situaties waarin voorzien wordt
                                    door artikel 10 juncto 148 van de Wegenverkeerswet 1994.</al></li><li nr="5."><al>Op ieder evenement, inclusief een klein evenement, is het
                                    bepaalde in de Nota Geluidbeleid van toepassing.</al></li><li nr="6."><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:26</nr><titel>Ordeverstoring</titel></kop><al>Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>AFDELING</label><nr>8</nr><titel>TOEZICHT OP OPENBARE INRICHTINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:27</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>openbare inrichting:</al></li><li nr="i."><al>een hotel, restaurant, pension, café, cafetaria, snackbar,
                                    discotheek, buurthuis of clubhuis;</al></li><li nr="ii."><al>elke andere voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte
                                    waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig
                                    was logies wordt verstrekt of dranken worden geschonken of
                                    rookwaren of spijzen voor directe consumptie worden verstrekt of
                                    bereid;</al></li><li nr="b."><al>terras: een buiten de besloten ruimte van de openbare inrichting
                                    liggend deel daarvan waar sta- of zitgelegenheid kan worden
                                    geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden
                                    geschonken of spijzen voor directe consumptie kunnen worden
                                    bereid of verstrekt.</al><lijst><li nr="2."><al>Onder openbare inrichting wordt mede verstaan een buiten
                                            de besloten ruimte van de openbare inrichting liggend
                                            deel daarvan waar sta- of zitgelegenheid kan worden
                                            geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden
                                            geschonken of spijzen voor directe consumptie kunnen
                                            worden bereid of verstrekt.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:28</nr><titel>Exploitatie openbare inrichting</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder
                                    vergunning van de burgemeester.</al></li><li nr="2."><al>De burgemeester weigert de vergunning indien de exploitatie van
                                    de openbare inrichting in strijd is met het geldend
                                    bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of
                                    voorbereidingsbesluit.</al></li><li nr="3."><al>In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester
                                    de vergunning slechts geheel of gedeeltelijk weigeren, indien
                                    naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en
                                    leefsituatie in de omgeving van het horecabedrijf of de openbare
                                    orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed.</al></li><li nr="4."><al>Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting die zich
                                    bevindt in</al><lijst><li nr="a."><al>een winkel als bedoeld in artikel 1 van de
                                            Winkeltijdenwet voor zover de activiteiten van de
                                            openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van de
                                            winkelactiviteit;</al></li><li nr="b."><al>een zorginstelling;</al></li><li nr="c."><al>een museum; of</al></li><li nr="d."><al>een bedrijfskantine of -restaurant.</al></li></lijst></li><li nr="5."><al>De burgemeester verleent op verzoek of ambtshalve vrijstelling
                                    van het verbod genoemd in het eerste lid aan openbare
                                    inrichtingen die horecabedrijf zijn als bedoeld in artikel 1 van
                                    de Drank- en Horecawet, indien</al><lijst><li nr="a."><al>zich in de zes maanden voorafgaand aan de
                                            inwerkingtreding van deze bepaling geen incidenten
                                            gepaard gaande met geweld, overlast op straat of
                                            drugsgebruik en -handel hebben voorgedaan in of bij de
                                            inrichting, dan wel</al></li><li nr="b."><al>de inrichting zich nieuw in de gemeente vestigt en er
                                            zich geen weigeringsgronden voordoen als bedoeld in
                                            artikel 1:8 of 2:28, tweede of derde lid.</al></li></lijst></li></lijst><al>Deze vrijstelling geldt uitdrukkelijk niet voor een bij de openbare
                            inrichting behorend terras; hiervoor blijft een vergunning vereist.</al><lijst><li nr="6."><al>De vrijstelling wordt ingetrokken wanneer zich een incident
                                    heeft voorgedaan als bedoeld in het vijfde lid onder a.</al></li><li nr="7."><al>Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve
                                    fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van
                                    toepassing op de vergunning bedoeld in het eerste lid en op de
                                    vrijstelling bedoeld in het vijfde lid.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:29</nr><titel>Sluitingstijd</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Openbare inrichtingen zijn gesloten dagelijks tussen 24.00 uur en
                                06.00 uur (sluitingstijd). In afwijking van de vorige zin geldt voor
                                een bij de openbare inrichting behorend terras dat dit niet door
                                bezoekers gebruikt mag worden dagelijks tussen 23.00-06.00 uur.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden een openbare inrichting voor bezoekers geopend te
                                hebben, of bezoekers in de inrichting te laten verblijven na
                                sluitingstijd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van de sluitingstijd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Voor een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:28, vierde lid
                                onder a, gelden dezelfde sluitingstijden als voor de winkel.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het eerste en het derde lid zijn niet van toepassing op situaties
                                waarin bij of krachtens de Wet milieubeheer is voorzien.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:30</nr><titel>Afwijking sluitingstijd; tijdelijke sluiting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, veiligheid
                                of gezondheid of in geval van bijzondere omstandigheden voor een of
                                meer openbare inrichtingen tijdelijk andere sluitingstijden
                                vaststellen of tijdelijk sluiting bevelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin artikel
                                13b van de Opiumwet voorziet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:31</nr><titel>Verboden gedragingen</titel></kop><al>Het is verboden in een openbare inrichting</al><lijst><li nr="a."><al>de orde te verstoren;</al></li><li nr="b."><al>zich te bevinden na sluitingstijd of gedurende de tijd dat de
                                    inrichting gesloten dient te zijn op grond van een besluit
                                    krachtens artikel 2:30, eerste lid;</al></li><li nr="c."><al>op het terras spijzen of dranken te verstrekken aan personen die
                                    geen gebruik maken van het terras.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:32</nr><titel>Handel binnen openbare inrichtingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In dit artikel wordt onder handelaar verstaan: de handelaar als
                                bedoeld in artikel 1 van de algemene maatregel van bestuur op grond
                                van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De exploitant van een openbare inrichting staat niet toe dat een
                                handelaar of een voor hem handelend persoon in die inrichting enig
                                voorwerp verwerft, verkoopt of op enige andere wijze
                                overdraagt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:33</nr><titel>Het college als bevoegd bestuursorgaan</titel></kop><al>Indien een openbare inrichting geen voor het publiek openstaand gebouw
                            of bijbehorend erf is in de zin van artikel 174 van de Gemeentewet,
                            treedt het college bij de toepassing van artikel 2:28 tot en met 2:30 op
                            als bevoegd bestuursorgaan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34</nr></kop><al>[Gereserveerd]</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>AFDELING</label><nr>8A.</nr><titel>BIJZONDERE BEPALINGEN OVER HORECABEDRIJVEN ALS BEDOELD IN DE</titel></kop><structuurtekst><al><vet>DRANK- EN HORECAWET</vet></al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34a</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="-"><al>alcoholhoudende drank,</al></li><li nr="-"><al>horecabedrijf,</al></li><li nr="-"><al>horecalocaliteit,</al></li><li nr="-"><al>inrichting,</al></li><li nr="-"><al>paracommerciële rechtspersoon,</al></li><li nr="-"><al>sterke drank,</al></li><li nr="-"><al>slijtersbedrijf en</al></li><li nr="-"><al>zwak-alcoholhoudende drank,</al></li></lijst><al>dat wat daaronder wordt verstaan in de Drank- en Horecawet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34b</nr><titel>Regulering paracommerciële rechtspersonen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een paracommerciële rechtspersoon die zich (voornamelijk) richt op
                                het organiseren van activiteiten van sportieve aard, categorie
                                buitensport, kan uitsluitend alcoholhoudende drank verstrekken
                                op:</al><lijst><li nr="a."><al>maandag tot en met vrijdag vanaf 18.00 uur tot 24.00
                                        uur;</al></li><li nr="b."><al>zaterdag en zondag vanaf 12.00 uur tot 21.00 uur.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een paracommerciële rechtspersoon die zich (voornamelijk) richt op
                                het organiseren van activiteiten van sportieve aard, categorie
                                binnensport, kan uitsluitend alcoholhoudende drank verstrekken
                                op:</al><lijst><li nr="a."><al>maandag tot en met vrijdag vanaf 18.00 uur tot 24.00
                                        uur;</al></li><li nr="b."><al>zaterdag en zondag vanaf 15.00 uur tot 24.00 uur.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een paracommerciële rechtspersoon die zich (voornamelijk) richt op
                                het organiseren van activiteiten van godsdienstige of
                                levensbeschouwelijke aard kan uitsluitend alcoholhoudende drank
                                verstrekken op maandag tot en met zondag vanaf 12.00 uur tot 24.00
                                uur.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Een paracommerciële rechtspersoon die zich (voornamelijk) richt op
                                het organiseren van activiteiten van culturele aard kan uitsluitend
                                alcoholhoudende drank verstrekken op:</al><lijst><li nr="a."><al>zondag tot en met donderdag vanaf 12.00 uur tot 23.00
                                        uur;</al></li><li nr="b."><al>vrijdag en zaterdag vanaf 12.00 uur tot 24.00 uur.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>In afwijking van het vorige lid mag vereniging Artishock
                                alcoholhoudende drank verstrekken maandag- tot en met vrijdagochtend
                                tot 01.00 uur op zaterdag- en zondagochtend tot 02.00 uur, voor
                                zover een vergunning(voorschrift) op grond van artikel 2:29 van deze
                                verordening (sluitingstijd) toestaat tot die tijd de openbare
                                inrichting voor bezoekers geopend te hebben.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Een paracommerciële rechtspersoon die zich (voornamelijk) richt op
                                het organiseren van activiteiten waarbij het faciliteren van sociale
                                interactie een voorname rol speelt (zoals Stichting Welzijn Ouderen
                                Soest) kan uitsluitend alcoholhoudende drank verstrekken op maandag
                                tot en met zondag vanaf 13.30 uur tot 24.00 uur.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Overige paracommerciële rechtspersonen kunnen uitsluitend
                                alcoholhoudende drank verstrekken op maandag tot en met zondag van
                                12.00 uur tot 23.00 uur.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>De Stichting Welzijn Ouderen Soest kan alcoholhoudende drank
                                verstrekken tijdens ten hoogste twaalf bijeenkomsten per jaar van
                                persoonlijke aard.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>Een paracommerciële rechtspersoon die zich (voornamelijk) richt op
                                het organiseren van activiteiten van religieuze aard kan
                                alcoholhoudende drank verstrekken tijdens ten hoogste zes
                                bijeenkomsten per jaar die gericht zijn op personen welke niet of
                                niet rechtstreeks bij de activiteiten van de desbetreffende
                                rechtspersoon betrokken zijn.</al></lid><lid><lidnr>10.</lidnr><al>De burgemeester kan maximaal 10 keer per jaar met het oog op
                                bijzondere gelegenheden (sponsorbijeenkomsten, vrijwilligersavonden
                                e.a.) van zeer tijdelijke aard voor een aaneengesloten periode van
                                ten hoogste twaalf dagen aan de onder lid 1 en lid 2 genoemde
                                paracommerciële rechtspersonen (categorieën buitensport en
                                binnensport) ontheffing verlenen van de vastgestelde schenktijden.
                                Deze bijeenkomsten moeten een directe relatie hebben met de
                                doelstellingen van de betrokken vereniging. Een paracommerciële
                                rechtspersoon vraagt deze ontheffing uiterlijk vijftien werkdagen
                                voordat de festiviteit plaatsvindt aan.</al></lid><lid><lidnr>11.</lidnr><al>Voor het overige verstrekken paracommerciële rechtspersonen geen
                                alcoholhoudende drank tijdens bijeenkomsten van persoonlijke aard of
                                bijeenkomsten die gericht zijn op personen welke niet of niet
                                rechtstreeks bij de activiteiten van de desbetreffende rechtspersoon
                                betrokken zijn.</al></lid><lid><lidnr>12.</lidnr><al>Een paracommerciële rechtspersoon doet uiterlijk tien werkdagen voor
                                een bijeenkomst als bedoeld in het achtste en negende lid melding
                                hiervan aan de burgemeester.</al></lid><lid><lidnr>13.</lidnr><al>De burgemeester kan maximaal 6 keer per jaar met het oog op
                                bijzondere gelegenheden van zeer tijdelijke aard voor een
                                aaneengesloten periode van ten hoogste twaalf dagen aan een
                                paracommerciële rechtspersoon ontheffing verlenen van de in het
                                eerste tot en met het zevende lid vastgestelde schenktijden. Een
                                paracommerciële rechtspersoon vraagt deze ontheffing uiterlijk
                                vijftien werkdagen voordat de festiviteit plaatsvindt aan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34c</nr><titel>Beperkingen voor horecabedrijven en slijtersbedrijven</titel></kop><al>De burgemeester kan in het belang van de handhaving van de openbare
                            orde, de veiligheid, de zedelijkheid of de volksgezondheid aan een
                            vergunning als bedoeld in artikel 3 van de Drank- en Horecawet
                            voorschriften verbinden en de vergunning beperken tot het verstrekken
                            van zwak-alcoholhoudende drank.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34d</nr><titel>Koppeling toegang aan leeftijden</titel></kop><al> [Gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34e</nr><titel>Beperkingen voor andere detailhandel dan
                                slijtersbedrijven</titel></kop><al> [Gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34f</nr><titel>Verbod "happy hours"</titel></kop><al>Het is verboden in een horecalokaliteit of op een terras bedrijfsmatig
                            of anders dan om niet alcoholhoudende drank te verstrekken voor gebruik
                            ter plaatse tegen een prijs die voor een periode van 24 uur of korter
                            lager is dan 60% van de prijs die daar gewoonlijk wordt gevraagd.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>AFDELING</label><nr>9</nr><titel>TOEZICHT OP INRICHTINGEN TOT HET VERSCHAFFEN VAN</titel></kop><structuurtekst><al><vet>NACHTVERBLIJF</vet></al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:35</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder inrichting: elke al dan niet
                            besloten ruimte waarin, in de uitoefening van beroep of bedrijf, aan
                            personen de mogelijkheid van nachtverblijf of gelegenheid tot kamperen
                            wordt verschaft.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:36</nr><titel>Kennisgeving exploitatie</titel></kop><al>Degene die een inrichting opricht, overneemt, verplaatst of de
                            exploitatie of feitelijke leiding van een inrichting staakt, is
                            verplicht binnen drie dagen daarna daarvan schriftelijk kennis te geven
                            aan de burgemeester.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:37</nr><titel>Nachtregister</titel></kop><al>De houder van een inrichting is verplicht een register, als bedoeld in
                            artikel 438 van het Wetboek van Strafrecht, bij te houden dat ingericht
                            is volgens het door de burgemeester vastgestelde model.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:38</nr><titel>Verschaffing gegevens nachtregister</titel></kop><al>Degene die in een inrichting nachtverblijf houdt of de kampeerder is
                            verplicht de exploitant of feitelijk leidinggevende van die inrichting
                            volledig en naar waarheid naam, adres, woonplaats, geboortedatum,
                            geboorteplaats, betrekking, dag van aankomst en de dag van vertrek te
                            verstrekken.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>AFDELING</label><nr>10</nr><titel>TOEZICHT OP SPEELGELEGENHEDEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:39</nr><titel>Speelgelegenheden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In dit artikel wordt onder speelgelegenheid
                                    verstaan<cursief>:</cursief> een voor het publiek toegankelijke
                                gelegenheid waar bedrijfsmatig of in een omvang alsof deze
                                bedrijfsmatig is de mogelijkheid wordt geboden enig spel te
                                beoefenen, waarbij geld of in geld inwisselbare voorwerpen kunnen
                                worden gewonnen of verloren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                speelgelegenheid te exploiteren of te doen exploiteren. Het verbod
                                is niet van toepassing op:</al><lijst><li nr="a."><al>speelautomatenhallen waarvoor op grond van artikel 30c,
                                        eerste lid, onder b, van de Wet op de Kansspelen vergunning
                                        is verleend;</al></li><li nr="b."><al>speelgelegenheden waarvoor de minister van Veiligheid en
                                        Justitie of de Kamer van Koophandel bevoegd is vergunning te
                                        verlenen; <cursief>en</cursief></al></li><li nr="c."><al>speelgelegenheden waar de mogelijkheid wordt geboden om het
                                        kleine kansspel als bedoeld in artikel 7c van de Wet op de
                                        kansspelen te beoefenen, of te spelen op speelautomaten als
                                        bedoeld in artikel 30 van de Wet op de kansspelen, of de
                                        handeling als bedoeld in artikel 1, onder a, van de Wet op
                                        de kansspelen te verrichten.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester weigert de vergunning:</al><lijst><li nr="a."><al>indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon-
                                        en leefsituatie in de omgeving van de speelgelegenheid of de
                                        openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig worden
                                        beïnvloed door de exploitatie van de speelgelegenheid;</al></li><li nr="b."><al>indien de exploitatie van de speelgelegenheid in strijd is
                                        met een geldend bestemmingsplan.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:40</nr><titel>Kansspelautomaten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In dit artikel wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Wet: de Wet op de kansspelen;</al></li><li nr="b."><al>kansspelautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30, onder
                                        c, van de Wet;</al></li><li nr="c."><al>hoogdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in artikel
                                        30, onder d, van de Wet;</al></li><li nr="d."><al>laagdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in artikel
                                        30, onder e, van de Wet.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In hoogdrempelige inrichtingen zijn twee speelautomaten toegestaan,
                                waarvan maximaal twee kansspelautomaten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In laagdrempelige inrichtingen zijn kansspelautomaten niet
                                toegestaan.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>AFDELING</label><nr>11</nr><titel>MAATREGELEN TEGEN OVERLAST EN BALDADIGHEID</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:41</nr><titel>Betreden gesloten woning of lokaal</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een krachtens artikel 174a van de Gemeentewet
                                gesloten woning, een niet voor publiek toegankelijk lokaal of een
                                bij die woning of dat lokaal behorend erf te betreden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden een krachtens artikel 13b van de Opiumwet gesloten
                                woning, een niet voor het publiek toegankelijk lokaal, een bij die
                                woning of dat lokaal behorend erf, een voor het publiek toegankelijk
                                lokaal of bij dat lokaal behorend erf te betreden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Deze verboden gelden niet voor personen wier aanwezigheid in de
                                woning of het lokaal wegens een dringende reden noodzakelijk
                                is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:42</nr><titel>Plakken en kladden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een openbare plaats of dat gedeelte van een
                                onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is te bekrassen of te
                                bekladden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden zonder schriftelijke toestemming van de
                                rechthebbende op een openbare plaats of dat gedeelte van een
                                onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is:</al><lijst><li nr="a."><al>een aanplakbiljet of ander geschrift, afbeelding of
                                        aanduiding aan te plakken, te doen aanplakken, op andere
                                        wijze aan te brengen of te doen aanbrengen;</al></li><li nr="b."><al>met kalk, krijt, teer of een kleur- of verfstof een
                                        afbeelding, letter, cijfer of teken aan te brengen of te
                                        doen aanbrengen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het tweede lid is niet van toepassing indien gehandeld
                                wordt krachtens wettelijk voorschrift.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan aanplakborden aanwijzen voor het aanbrengen van
                                meningsuitingen en bekendmakingen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het is verboden de aanplakborden te gebruiken voor het aanbrengen
                                van handelsreclame.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het college kan nadere regels stellen voor het aanbrengen van
                                meningsuitingen en bekendmakingen, die geen betrekking mogen hebben
                                op de inhoud van de meningsuitingen en bekendmakingen.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De houder van de schriftelijke toestemming is verplicht die aan een
                                opsporingsambtenaar op diens eerste vordering terstond ter inzage af
                                te geven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:43</nr><titel>Vervoer plakgereedschap e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op de weg of openbaar water enig aanplakbiljet,
                                aanplakdoek, kalk, teer, kleur- of verfstof of verfgereedschap te
                                vervoerenof bij zich te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Dit verbod is niet van toepassing, indien de genoemde materialen of
                                gereedschappen niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd voor
                                handelingen als verboden in artikel 2:42.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:44</nr><titel>Vervoer inbrekerswerktuigen of hulpmiddelen voor
                                winkeldiefstal</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op een openbare plaats inbrekerswerktuigen te
                                vervoeren of bij zich te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Dit verbod is niet van toepassing indien de bedoelde werktuigen niet
                                zijn gebruikt of niet zijn bestemd om zich onrechtmatig de toegang
                                tot een gebouw of erf te verschaffen, onrechtmatig sluitingen te
                                openen of te verbreken, diefstal door middel van braak te
                                vergemakkelijken of het maken van sporen te voorkomen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is verboden op een openbare plaats, in de nabijheid van winkels,
                                een tas of andere voorwerpen bij zich te hebben die er kennelijk toe
                                uitgerust zijn om het plegen van winkeldiefstal te
                                vergemakkelijken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:45</nr><titel>Betreden van plantsoenen e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden zonder
                                ontheffing van het college zich te bevinden in of op bij de gemeente
                                in onderhoud zijnde parken, wandelplaatsen, plantsoenen,
                                groenstroken of grasperken, buiten de daarin gelegen wegen of
                                paden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:46</nr><titel>Rijden over bermen e.d.</titel></kop><al> [Gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:47</nr><titel>Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op een openbare plaats:</al><lijst><li nr="a."><al>te klimmen of zich te bevinden op een beeld, monument,
                                        overkapping, constructie, openbare toiletgelegenheid,
                                        voertuig, hekheining of andere afsluiting, verkeersmeubilair
                                        en daarvoor niet bestemd straatmeubilair;</al></li><li nr="b."><al>zich op te houden op een wijze die aan andere gebruikers of
                                        bewoners van nabij de openbare plaats gelegen woningen
                                        onnodig overlast of hinder wordt berokkent.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien
                                door artikel 424, 426bis of 431 van het Wetboek van Strafrecht of
                                artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:48</nr><titel>Verboden drankgebruik</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is voor personen die de leeftijd van achttien jaar hebben
                                bereikt verboden op een openbare plaats, die deel uitmaakt van een
                                door het college aangewezen gebied, alcoholhoudende drank te
                                gebruiken of aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met
                                alcoholhoudende drank bij zich te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing op:</al><lijst><li nr="a."><al>een terras dat behoort bij een horecabedrijf als bedoeld in
                                        artikel 1 van de Drank- en Horecawet;</al></li><li nr="b."><al>een andere plaats dan een horecabedrijf als bedoeld onder a,
                                        waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel 35 van de
                                        Drank- en Horecawet.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:49</nr><titel>Verboden gedrag bij of in gebouwen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden:</al><lijst><li nr="a."><al>zich zonder redelijk doel in een portiek of poort op te
                                        houden;</al></li><li nr="b."><al>zonder redelijk doel in, op of tegen een raamkozijn of een
                                        drempel van een gebouw te zitten of te liggen;</al></li><li nr="c."><al>zich zonder redelijk doel op te houden onder de overkapping
                                        van een winkel of wooncomplex.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is aan anderen dan bewoners of gebruikers van een flatgebouw,
                                appartementsgebouw en een soortgelijke meergezinswoning en van een
                                gebouw dat voor publiek toegankelijk zijn, verboden zich zonder
                                redelijk doel te bevinden in een voor gemeenschappelijk gebruik
                                bestemde ruimte van zo'n gebouw.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:50</nr><titel>Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke
                                ruimten</titel></kop><al>Het is verboden zich zonder redelijk doel en op een voor anderen
                            hinderlijke wijze op te houden in of op een voor het publiek
                            toegankelijke ruimte, dan wel deze te verontreinigen of te gebruiken
                            voor een ander doel dan waarvoor deze ruimte is bestemd. Onder deze
                            ruimten worden in elk geval begrepen: portalen, telefooncellen,
                            wachtlokalen voor het openbaar vervoer, parkeergarages,
                            rijwielstallingen, winkelcentra, tunnels, speelplaatsen en
                            schoolpleinen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:51</nr><titel>Neerzetten van fietsen e.d.</titel></kop><al>Het is verboden op een openbare plaats een fiets of een bromfiets te
                            plaatsen of te laten staan tegen een raam, een raamkozijn, een deur, de
                            gevel van een gebouw dan wel in de ingang van een portiek indien:</al><lijst><li nr="a."><al>dit in strijd is met de uitdrukkelijk verklaarde wil van de
                                    gebruiker van dat gebouw of dat portiek; of</al></li><li nr="b."><al>daardoor die ingang versperd wordt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:52</nr><titel>Overlast van fiets of bromfiets op markt en kermisterrein
                                e.d.</titel></kop><al>Het is verboden op uren of plaatsen die door het college of de
                            burgemeester zijn aangewezen zich met een fiets of bromfiets te bevinden
                            op een door het college of de burgemeester aangewezen terrein waar een
                            markt, kermis, uitvoering, bijeenkomst of plechtigheid gehouden wordt
                            die publiek trekt, mits dit verbod kenbaar is aan de bezoekers van het
                            terrein.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:52a</nr><titel>Verboden toegang fietsen e.d.</titel></kop><al>Het is verboden in voor het publiek toegankelijke door-, achter- en
                            brandgangen of op voor het publiek toegankelijke toegangspaden tot
                            achtertuinen te rijden met een fiets, bromfiets of </al><al>motorvoertuig op twee wielen, tenzij deze gangen en paden (mede) bestemd
                            zijn voor het rijden met voertuigen met meer dan twee wielen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:53</nr><titel>Bespieden van personen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zich in de nabijheid van een persoon dan wel een
                                gebouw, woonwagen of woonschip op te houden met de kennelijke
                                bedoeling deze persoon dan wel een persoon die zich in dit gebouw,
                                deze woonwagen of dit woonschip bevindt, te bespieden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden door middel van een verrekijker of enig ander
                                optisch instrument een persoon die zich in een gebouw, woonwagen of
                                woonschip bevindt te bespieden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:54</nr><titel>Bewakingsapparatuur</titel></kop><al> [gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:55</nr><titel>Nodeloos alarmeren</titel></kop><al> [gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:56</nr><titel>Alarminstallaties</titel></kop><al> [gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:57</nr><titel>Loslopende honden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten
                                verblijven of te laten lopen:</al><lijst><li nr="a."><al>op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als
                                        zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of speelweide,
                                        op begraafplaatsen of op een andere door het college
                                        aangewezen plaats;</al></li><li nr="b."><al>op een openbare plaats, zonder dat die hond aangelijnd
                                        is;</al></li><li nr="c."><al>op een openbare plaats zonder voorzien te zijn van een
                                        halsband of een ander identificatiemerk, dat de eigenaar of
                                        houder duidelijk doet kennen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid, aanhef en onder b, is niet van
                                toepassing op door het college aangewezen plaatsen (zgn.
                                losloopterreinen).</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De verboden in het eerste lid aanhef en onder a en b zijn niet van
                                toepassing op de eigenaar of houder van een hond:</al><lijst><li nr="a."><al>die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of
                                        sociale hulphond laat begeleiden; of</al></li><li nr="b."><al>die deze hond aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot
                                        geleidehond of sociale hulphond.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het is verboden om de losloopterreinen te gebruiken voor het op
                                bedrijfsmatige wijze uitlaten van honden (de uitlaatservices). Onder
                                bedrijfsmatig wordt verstaan meer dan 5 honden per persoon.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:58</nr><titel>Verontreiniging door honden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Degene die zich met een hond op een openbare plaats binnen de
                                bebouwde kom begeeft, is verplicht:</al><lijst><li nr="a."><al>ervoor te zorgen dat de uitwerpselen van die hond
                                        onmiddellijk worden verwijderd;</al></li><li nr="b."><al>een schepje of zakje bij zich te dragen om de uitwerpselen
                                        op te ruimen;</al></li><li nr="c."><al>het onder b bedoelde schepje of zakje op eerste vordering
                                        van een ambtenaar belast met de zorg voor de naleving van
                                        dit artikel, aan deze ambtenaar te tonen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het eerste lid is niet van toepassing op de eigenaar of houder van
                                een hond</al><lijst><li nr="a."><al>die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of
                                        sociale hulphond laat begeleiden; of</al></li><li nr="b."><al>die deze hond aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot
                                        geleidehond of sociale hulphond.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op door het
                                college aangewezen plaatsen (uitlaatterreinen).</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:59</nr><titel>Gevaarlijke honden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien het college een hond in verband met zijn gedrag gevaarlijk of
                                hinderlijk acht, kan het de eigenaar of houder van die hond een
                                aanlijngebod of een aanlijn- en muilkorfgebod opleggen voor zover
                                die hond verblijft of loopt op een openbare plaats of op het terrein
                                van een ander.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een aanlijngebod houdt in dat de eigenaar of houder verplicht is de
                                hond aangelijnd te houden met een lijn met een lengte, gemeten van
                                hand tot halsband, van ten hoogste 1,50 meter.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een muilkorfgebod houdt in dat de eigenaar of houder verplicht is de
                                hond voorzien te houden van een muilkorf die:</al><lijst><li nr="a."><al>vervaardigd is van stevige kunststof, van stevig leer of van
                                        beide stoffen;</al></li><li nr="b."><al>door middel van een stevige leren riem zodanig rond de hals
                                        is aangebracht dat verwijdering zonder toedoen van de mens
                                        niet mogelijk is; en</al></li><li nr="c."><al>zodanig is ingericht dat de hond niet kan bijten, dat de
                                        afgesloten ruimte binnen de korf een geringe opening van de
                                        bek toelaat en dat geen scherpe delen binnen de korf
                                        aanwezig zijn.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 2:57, eerste lid onder c, dient
                                een hond als bedoeld in het eerste lid voorzien te zijn van een door
                                de bevoegde minister op aanvraag verstrekt uniek identificatienummer
                                door middel van een microchip die met een chipreader afleesbaar
                                is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:60</nr><titel>Houden of voederen van hinderlijke of schadelijke dieren</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op door het college ter voorkoming of opheffing van
                                overlast of schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen,
                                buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, bij dat
                                aanwijzingsbesluit aangeduide dieren:</al><lijst><li nr="a."><al>aanwezig te hebben;</al></li><li nr="b."><al>aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de door
                                        het college in het aanwijzingsbesluit gestelde regels;</al></li><li nr="c."><al>aanwezig te hebben in een groter aantal dan in die
                                        aanwijzing is aangegeven; of</al></li><li nr="d."><al>te voeren.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan de rechthebbende op een onroerende zaak gelegen
                                binnen een plaats die krachtens het eerste lid is aangewezen,
                                ontheffing verlenen van een of meer verboden bedoeld in het eerste
                                lid.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:61</nr><titel>Wilde dieren</titel></kop><al> [gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:62</nr><titel>Loslopend vee</titel></kop><al>De rechthebbende op herkauwende en eenhoevige dieren of varkens (vee)
                            die zich bevinden in een weiland of terrein dat niet van de weg is
                            afgescheiden door een deugdelijke veekering, is verplicht ervoor te
                            zorgen dat zodanige maatregelen getroffen worden dat dit vee die weg
                            niet kan bereiken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:63</nr><titel>Duiven</titel></kop><al> [Gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:64</nr><titel>Bijen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden bijen te houden:</al><lijst><li nr="a."><al>binnen een afstand van dertig meter van woningen of andere
                                        gebouwen waar overdag mensen verblijven;</al></li><li nr="b."><al>binnen een afstand van dertig meter van de weg.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing indien op een
                                afstand van ten hoogste zes meter vanaf de korven of kasten een
                                afscheiding is aangebracht van twee meter hoogte of zoveel hoger als
                                noodzakelijk is om het laag uit- en invliegen van de bijen te
                                voorkomen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid, aanhef en onder a, is niet van
                                toepassing voor de bijenhouder die rechthebbende is op de woningen
                                of gebouwen bedoeld in dat lid.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid, aanhef en onder b is niet van
                                toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Provinciaal
                                wegenreglement.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan van het verbod in het eerste lid ontheffing
                                verlenen.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:65</nr><titel>Bedelarij</titel></kop><al>Het is verboden in door het college aangewezen gebieden op of aan de weg
                            of in een voor het publiek toegankelijk gebouw te bedelen om geld of
                            andere zaken.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>AFDELING</label><nr>12</nr><titel>BEPALINGEN TER BESTRIJDING VAN HELING VAN GOEDEREN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:66</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder handelaar: de handelaar als
                            bedoeld in artikel 1 van de algemene maatregel van bestuur op grond van
                            artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:67</nr><titel>Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De handelaar is verplicht aantekening te houden van alle gebruikte
                                of ongeregelde goederen die hij verkoopt of op andere wijze
                                overdraagt, in een doorlopend en een door of namens de burgemeester
                                gewaarmerkt register en daarin onverwijld op te nemen:</al><lijst><li nr="a."><al>het volgnummer van de aantekening met betrekking tot het
                                        goed;</al></li><li nr="b."><al>de datum van verkoop of overdracht van het goed;</al></li><li nr="c."><al>een omschrijving van het goed, daaronder begrepen – voor
                                        zover dat mogelijk is - soort, merk en nummer van het
                                        goed;</al></li><li nr="d."><al>de verkoopprijs of andere voorwaarden voor overdracht van
                                        het goed; en</al></li><li nr="e."><al>de naam en het adres van degene die het goed heeft
                                        verkregen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester kan vrijstelling verlenen van deze
                                verplichtingen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op de vrijstelling is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:68</nr><titel>Voorschriften als bedoeld in artikel 437ter van het Wetboek van
                                Strafrecht</titel></kop><al>De handelaar of een voor hem handelend persoon is verplicht:</al><lijst><li nr="a."><al>de burgemeester binnen drie dagen schriftelijk in kennis te
                                    stellen:</al><lijst><li nr="1."><al>dat hij het beroep van handelaar uitoefent met
                                            vermelding van zijn woonadres en het adres van de bij
                                            zijn onderneming behorende vestiging;</al></li><li nr="2."><al>van een verandering van de onder a, sub 1, bedoelde
                                            adressen;</al></li><li nr="3."><al><cursief>dat</cursief> hij het beroep van handelaar niet
                                            langer uitoefent;</al></li><li nr="4."><al>dat hij enig goed kan verkrijgen dat redelijkerwijs van
                                            een misdrijf afkomstig is of voor de rechthebbende
                                            verloren is gegaan;</al></li></lijst></li><li nr="b."><al>de burgemeester op eerste aanvraag zijn administratie of
                                    register ter inzage te geven;</al></li><li nr="c."><al>aan de hoofdingang van elke vestiging een kenteken te hebben
                                    waarop zijn naam en de aard van de onderneming duidelijk
                                    zichtbaar zijn;</al></li><li nr="d."><al>een door opkoop verkregen goed gedurende de eerste zeven dagen
                                    in bewaring te houden in de staat waarin het goed verkregen
                                    is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:69</nr><titel>Vervreemding van door opkoop verkregen goederen</titel></kop><al> [gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:70</nr><titel>Handel in horecabedrijven</titel></kop><al>(Dit artikel is verplaatst naar afdeling 8 (Toezicht op horecabedrijven)
                            onder artikel 2:32).</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>AFDELING</label><nr>13</nr><titel>VUURWERK</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:71</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder consumentenvuurwerk hetgeen
                            daaronder wordt verstaan in het Besluit van 22 januari 2002, houdende
                            nieuwe regels met betrekking tot consumenten- en professioneel vuurwerk
                            (Vuurwerkbesluit).</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:72</nr><titel>Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens de
                                verkoopdagen</titel></kop><al> [Gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:73</nr><titel>Gebruik van consumentenvuurwerk tijdens de jaarwisseling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden consumentenvuurwerk te gebruiken op een door het
                                college in het belang van de voorkoming van gevaar, schade of
                                overlast aangewezen plaats.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden consumentenvuurwerk op een openbare plaats te
                                gebruiken als dat gevaar, schade of overlast kan veroorzaken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De verboden bedoeld in het eerste en tweede lid zijn niet van
                                toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429,
                                aanhef en onder 1, van het Wetboek van Strafrecht.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>AFDELING</label><nr>14</nr><titel>DRUGSOVERLAST</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:74</nr><titel>Drugshandel op straat</titel></kop><al>Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden zich op een
                            openbare plaats op te houden met het kennelijke doel om middelen als
                            bedoeld in artikel 2 en 3 van de Opiumwet, of daarop gelijkende waar, te
                            gebruiken, al dan niet tegen betaling af te leveren, aan te bieden of te
                            verwerven, daarbij behulpzaam te zijn of daarin te bemiddelen.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>AFDELING</label><nr>15</nr><titel>BESTUURLIJKE OPHOUDING, VEILIGHEIDSRISICOGEBIEDEN EN CAMERATOEZICHT
                            OP OPENBARE PLAATSEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:75</nr><titel>Bestuurlijke ophouding</titel></kop><al>De burgemeester is bevoegd overeenkomstig artikel 154a van de
                            Gemeentewet te besluiten tot het tijdelijk doen ophouden van door hem
                            aangewezen groepen van personen op een door hem aangewezen plaats indien
                            deze personen het bepaalde in artikel 2:26 of 2:31, aanhef en onder a,
                            van de Algemene plaatselijke verordening groepsgewijs niet naleven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:76</nr><titel>Veiligheidsrisicogebieden</titel></kop><al>De burgemeester is bevoegd overeenkomstig artikel 151b van de
                            Gemeentewet bij verstoring van de openbare orde door de aanwezigheid van
                            wapens, dan wel bij ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, een
                            gebied, met inbegrip van de daarin gelegen voor het publiek openstaande
                            gebouwen en daarbij behorende erven, aan te wijzen als
                            veiligheidsrisicogebied.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:77</nr><titel>Cameratoezicht op openbare plaatsen</titel></kop><al>De burgemeester is bevoegd overeenkomstig artikel 151c van de
                            Gemeentewet te besluiten tot plaatsing van vaste camera's voor een
                            bepaalde duur ten behoeve van het toezicht op een openbare plaats.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>AFDELING</label><nr>1</nr><titel>BEGRIPSBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van
                                    seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding;</al></li><li nr="b."><al>prostituee: degene die zich beschikbaar stelt tot het verrichten
                                    van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding;</al></li><li nr="c."><al>seksinrichting: de voor het publiek toegankelijke, besloten
                                    ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij
                                    bedrijfsmatig was seksuele handelingen worden verricht, of
                                    vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder
                                    een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een
                                    seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub of
                                    een prostitutiebedrijf waaronder tevens begrepen een erotische
                                    massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar;</al></li><li nr="d."><al>escortbedrijf: de natuurlijke persoon, groep van personen of
                                    rechtspersoon die bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij
                                    bedrijfsmatig was prostitutie aanbiedt die op een andere plaats
                                    dan in de bedrijfsruimte wordt uitgeoefend;</al></li><li nr="e."><al>sekswinkel: de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte
                                    waarin hoofdzakelijk goederen van erotisch-pornografische aard
                                    aan particulieren plegen te worden verkocht of verhuurd;</al></li><li nr="f."><al>exploitant: de natuurlijke persoon of personen of rechtspersoon
                                    of rechtspersonen die een seksinrichting of escortbedrijf
                                    exploiteert, dan wel exploiteren en de tot vertegenwoordiging
                                    van die rechtspersoon of rechtspersonen bevoegde natuurlijke
                                    persoon of personen;</al></li><li nr="g."><al>beheerder: de natuurlijke persoon of personen die de
                                    onmiddellijke feitelijke leiding uitoefent, dan wel uitoefenen
                                    in een seksinrichting of escortbedrijf;</al></li><li nr="h."><al>bezoeker: degene die aanwezig is in een seksinrichting, met
                                    uitzondering van:</al><lijst><li nr="1."><al>de exploitant;</al></li><li nr="2."><al>de beheerder;</al></li><li nr="3."><al>de prostituee;</al></li><li nr="4."><al>het personeel dat in de seksinrichting werkzaam is;</al></li><li nr="5."><al>toezichthouders die zijn aangewezen op grond van artikel
                                            6:2 van deze verordening;</al></li><li nr="6."><al>andere personen wier aanwezigheid in de seksinrichting
                                            wegens dringende redenen noodzakelijk is.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:2</nr><titel>Bevoegd bestuursorgaan</titel></kop><al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder bevoegd bestuursorgaan: het
                            college of, voor zover het betreft voor het publiek openstaande gebouwen
                            en daarbij behorende erven als bedoeld in artikel 174 van de
                            Gemeentewet, de burgemeester.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:3</nr><titel>Nadere regels</titel></kop><al>Met het oog op de openbare orde en de belangen genoemd in artikel 3:13,
                            tweede lid kan het college nadere regels stellen met betrekking tot de
                            uitoefening van de bevoegdheden bedoeld in dit hoofdstuk.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>AFDELING</label><nr>2</nr><titel>SEKSINRICHTINGEN, STRAATPROSTITUTIE, SEKSWINKELS EN
                            8DERGELIJKE</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:4</nr><titel>Seksinrichtingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een seksinrichting of escortbedrijf te exploiteren
                                of te wijzigen zonder vergunning van het bevoegd
                                bestuursorgaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In de aanvraag om vergunning en in de vergunning wordt in ieder
                                geval vermeld:</al><lijst><li nr="a."><al>de persoonsgegevens van de exploitant;</al></li><li nr="b."><al>de persoonsgegevens van de beheerder; en</al></li><li nr="c."><al>de aard van de seksinrichting of het escortbedrijf.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:5</nr><titel>Gedragseisen exploitant en beheerder</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De exploitant en de beheerder:</al><lijst><li nr="a."><al>staan niet onder curatele en zijn niet ontzet uit de
                                        ouderlijke macht of de voogdij;</al></li><li nr="b."><al>zijn niet in enig opzicht van slecht levensgedrag; en</al></li><li nr="c."><al>hebben de leeftijd van eenentwintig jaar bereikt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in het eerste lid zijn de exploitant en de
                                beheerder niet:</al><lijst><li nr="a."><al>met toepassing van artikel 37 van het Wetboek van Strafrecht
                                        in een psychiatrisch ziekenhuis geplaatst of met toepassing
                                        van artikel 37a van het Wetboek van Strafrecht ter
                                        beschikking gesteld;</al></li><li nr="b."><al>binnen de laatste vijf jaar onherroepelijk veroordeeld tot
                                        een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van zes maanden of meer
                                        door de rechter in Nederland, inclusief de drie openbare
                                        lichamen Bonaire, Saba en Sint-Eustatius, Aruba, Curaçao en
                                        Sint Maarten, dan wel door een andere rechter wegens een
                                        misdrijf waarvoor naar Nederlands recht een bevel tot
                                        voorlopige hechtenis ingevolge artikel 67, eerste lid van
                                        het Wetboek van Strafvordering is toegelaten;</al></li><li nr="c."><al>binnen de laatste vijf jaar bij tenminste twee rechterlijke
                                        uitspraken onherroepelijk veroordeeld tot een
                                        onvoorwaardelijke geldboete van 500 Euro of meer of tot een
                                        andere hoofdstraf als bedoeld in artikel 9, eerste lid,
                                        onder a van het Wetboek van Strafrecht, wegens dan wel mede
                                        wegens overtreding van:</al><lijst><li nr="-"><al>bepalingen gesteld bij of krachtens de Drank- en
                                                Horecawet, de Opiumwet, de Vreemdelingenwet en de
                                                Wet arbeid vreemdelingen;</al></li><li nr="-"><al>de artikelen 137c tot en met 137g, 140, 240b, 242
                                                tot en met 249, 252, 250a (oud), 273f, 300 tot en
                                                met 303, 416, 417, 417bis, 426, 429quater en 453 van
                                                het Wetboek van Strafrecht;</al></li><li nr="-"><al>de artikelen 8 en 162, derde lid, alsmede artikel 6
                                                juncto artikel 8 of juncto artikel 163 van de
                                                Wegenverkeerswet 1994;</al></li><li nr="-"><al>de artikelen 1, onder a, b en d, 13, 14, 27 en 30b
                                                van de Wet op de kansspelen;</al></li><li nr="-"><al>de artikelen 2 en 3 van de Wet op de
                                                weerkorpsen;</al></li><li nr="-"><al>de artikelen 54 en 55 van de Wet wapens en
                                                munitie.</al></li></lijst></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Met een veroordeling als bedoeld in het tweede lid wordt gelijk
                                gesteld:</al><lijst><li nr="a."><al>vrijwillige betaling van een geldsom als bedoeld in artikel
                                        74, tweede lid onder a van het Wetboek van Strafrecht of
                                        artikel 76, derde lid onder a van de Algemene wet inzake
                                        rijksbelastingen, tenzij de geldsom minder dan 375 Euro
                                        bedraagt;</al></li><li nr="b."><al>een bevel tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke
                                        straf.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De periode van vijf jaar, genoemd in het tweede lid, wordt:</al><lijst><li nr="a."><al>bij de weigering van een vergunning teruggerekend vanaf de
                                        datum van beslissing op de aanvraag van de vergunning;</al></li><li nr="b."><al>bij de intrekking van een vergunning teruggerekend vanaf de
                                        datum van de intrekking van deze vergunning.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De exploitant of de beheerder zijn binnen de laatste vijf jaar geen
                                exploitant of beheerder geweest van een seksinrichting of
                                escortbedrijf die voor ten minste een maand door het bevoegde
                                bestuursorgaan is gesloten, of waarvan de vergunning bedoeld in
                                artikel 3:4, eerste lid, is ingetrokken, tenzij aannemelijk is dat
                                hem ter zake geen verwijt treft.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:6</nr><titel>Sluitingstijden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te hebben
                                en daarin bezoekers toe te laten of te laten verblijven:</al><lijst><li nr="a."><al>op maandag tot en met zaterdag tussen 23.00 en 08.00
                                        uur;</al></li><li nr="b."><al>van zaterdagavond 23.00 uur tot maandagochtend 08.00
                                        uur.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 3:6, eerste lid, aanhef en
                                onder b, kan het bevoegd bestuursorgaan voor een afzonderlijke
                                seksinrichting andere sluitingstijden vaststellen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is bezoekers van een seksinrichting verboden zich daarin te
                                bevinden gedurende de tijd dat die seksinrichting krachtens het
                                eerste lid of tweede lid, dan wel krachtens artikel 3:7, eerste lid,
                                gesloten dient te zijn.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het eerste tot en met derde lid bepaalde is niet van
                                toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de op de Wet
                                milieubeheer gebaseerde voorschriften.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:7</nr><titel>Tijdelijke afwijking sluitingstijden; (tijdelijke)
                                sluiting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Met het oog op <cursief>de </cursief><cursief>openbare orde en de
                                    belangen genoemd in artikel 3:13, tweede lid,</cursief><cursief>
                                    of in</cursief> geval van strijdigheid met de bepalingen in dit
                                hoofdstuk kan het bevoegd bestuursorgaan:</al><lijst><li nr="a."><al>tijdelijk andere dan de krachtens artikel 3:6, eerste of
                                        tweede lid, geldende sluitingstijden vaststellen;</al></li><li nr="b."><al>van een afzonderlijke seksinrichting al dan niet tijdelijk
                                        de gedeeltelijke of algehele sluiting bevelen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 3:41 van de Algemene wet
                                bestuursrecht, maakt het bevoegd bestuursorgaan het besluit bedoeld
                                in het eerste lid bekend op de voet van artikel 3:42, tweede lid,
                                van de Algemene wet bestuursrecht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:8</nr><titel>Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en beheerder</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te hebben,
                                zonder dat de exploitant of de beheerder bedoeld in artikel 3:4,
                                tweede lid onder a of b in de seksinrichting aanwezig is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De exploitant en de beheerder zien er voortdurend op toe dat in de
                                seksinrichting:</al><lijst><li nr="a."><al>geen strafbare feiten plaatsvinden, waaronder in ieder geval
                                        de feiten genoemd in de titels XIV (misdrijven tegen de
                                        zeden), XVIII (misdrijven tegen de persoonlijke vrijheid),
                                        XX (mishandeling), XXII (diefstal) en XXX (heling) van het
                                        Tweede Boek van het Wetboek van Strafrecht, in de Opiumwet
                                        en in de Wet wapens en munitie; en</al></li><li nr="b."><al>geen prostitutie wordt uitgeoefend door personen in strijd
                                        met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of de
                                        Vreemdelingenwet bepaalde.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:9</nr><titel>Straatprostitutie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden door handelingen, houding, woord, gebaar of op
                                andere wijze, passanten te bewegen gebruik te maken van de diensten
                                van een prostituee, uit te nodigen dan wel aan te lokken:</al><lijst><li nr="a."><al>op of aan andere dan door het college aangewezen wegen of
                                        gebieden;</al></li><li nr="b."><al>gedurende andere dan door het college vastgestelde
                                        tijden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Met het oog op de naleving van het in het eerste lid gestelde
                                verbod, kan door politieambtenaren het bevel worden gegeven zich
                                onmiddellijk in een bepaalde richting te verwijderen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Met het oog op openbare orde en de belangen genoemd in artikel 3:13,
                                tweede lid, kan door politieambtenaren aan personen die zich
                                bevinden op de wegen en gedurende de tijden bedoeld in het eerste
                                lid, het bevel worden gegeven zich onmiddellijk in een bepaalde
                                richting te verwijderen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De burgemeester kan met het oog op de openbare orde en de belangen
                                genoemd in artikel 3:13, tweede lid, personen aan wie ten minste
                                eenmaal een bevel is gegeven als bedoeld in het derde lid verbieden
                                zich gedurende een bepaalde termijn, anders dan in een openbaar
                                middel van vervoer, te bevinden op of aan de wegen of gebieden en op
                                de tijden bedoeld in het eerste lid onder b.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De burgemeester beperkt het verbod bedoeld in het vierde lid indien
                                dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene
                                noodzakelijk is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:10</nr><titel>Sekswinkels</titel></kop><al>Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin een
                            sekswinkel te exploiteren in door het college in het belang van de
                            openbare orde of de woon- en leefomgeving aangewezen gebieden of delen
                            van de gemeente.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:11</nr><titel>Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van
                                erotisch-pornografische goederen, afbeeldingen en dergelijke</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin of
                                daarop goederen, opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven
                                stukken dan wel afbeeldingen van erotisch-pornografische aard
                                openlijk ten toon te stellen, aan te bieden of aan te brengen:</al><lijst><li nr="a."><al>indien het bevoegd bestuursorgaan aan de rechthebbende heeft
                                        bekendgemaakt dat de wijze van tentoonstellen, aanbieden of
                                        aanbrengen daarvan, de openbare orde of de woon- en
                                        leefomgeving in gevaar brengt;</al></li><li nr="b."><al>anders dan overeenkomstig de door het bevoegd bestuursorgaan
                                        in het belang van de openbare orde of de woon- en
                                        leefomgeving gestelde regels.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod bedoeld in het eerste lid is niet van toepassing op het
                                tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen van goederen, opschriften,
                                aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen,
                                die dienen tot het openbaren van gedachten en gevoelens als bedoeld
                                in artikel 7, eerste lid, van de Grondwet.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>AFDELING</label><nr>3</nr><titel>BESLISSINGSTERMIJN; WEIGERINGSGRONDEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:12</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in artikel 1:2, eerste lid, beslist
                                het bevoegd bestuursorgaan op de aanvraag om vergunning bedoeld in
                                artikel 3:4, eerste lid, binnen twaalf weken na de dag waarop de
                                aanvraag ontvangen is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bevoegd bestuursorgaan kan zijn besluit voor ten hoogste twaalf
                                weken verdagen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:13</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, wordt geweigerd
                                indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de exploitant of de beheerder niet voldoet aan de in artikel
                                        3:5 gestelde eisen;</al></li><li nr="b."><al>de vestiging of de exploitatie van de seksinrichting of het
                                        escortbedrijf in strijd is met een geldend bestemmingsplan,
                                        beheersverordening, exploitatieplan, voorbereidingsbesluit,
                                        stadsvernieuwingsplan of leefmilieuverordening;</al></li><li nr="c."><al>er aanwijzingen zijn dat in de seksinrichting of het
                                        escortbedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in
                                        strijd met artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht of
                                        met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of de
                                        Vreemdelingenwet bepaalde.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor seksinrichtingen en in Nederland gevestigde escortbedrijven
                                kan, onverminderd het bepaalde in artikel 1:8, de vergunning bedoeld
                                in artikel 3:4, eerste lid, worden geweigerd dan wel de aanwijzing
                                of vaststelling bedoeld in artikel 3:9, eerste lid, achterwege
                                gelaten, in het belang van:</al><lijst><li nr="a."><al>het voorkomen of beperken van overlast;</al></li><li nr="b."><al>het voorkomen of beperken van aantasting van het woon- en
                                        leefklimaat;</al></li><li nr="c."><al>de veiligheid van personen of goederen;</al></li><li nr="d."><al>de verkeersvrijheid of -veiligheid;</al></li><li nr="e."><al>de gezondheid of zedelijkheid;</al></li><li nr="f."><al>de arbeidsomstandigheden van de prostituee.</al></li></lijst></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>AFDELING</label><nr>4</nr><titel>BEËINDIGING EXPLOITATIE; WIJZIGING BEHEER</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:14</nr><titel>Beëindiging exploitatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergunning vervalt zodra de exploitant die overeenkomstig artikel
                                3:4 op de vergunning is vermeld de exploitatie van de seksinrichting
                                of het escortbedrijf feitelijk heeft beëindigd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Binnen een week na de feitelijke beëindiging van de exploitatie,
                                geeft de exploitant daarvan schriftelijk kennis aan het bevoegd
                                bestuursorgaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:15</nr><titel>Wijziging beheer</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien de beheerder het beheer van de seksinrichting of het
                                    escortbedrijf feitelijk beëindigt, geeft de exploitant daarvan
                                    binnen een week schriftelijk kennis aan het bevoegd
                                    bestuursorgaan.</al></li><li nr="2."><al>Het beheer kan worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder,
                                    indien het bevoegd bestuursorgaan op aanvraag van de exploitant
                                    heeft besloten de verleende vergunning overeenkomstig de
                                    wijziging in het beheer te wijzigen. Het bepaalde in artikel
                                    3:13, eerste lid, aanhef en onder a, is van overeenkomstige
                                    toepassing.</al></li></lijst><al> 3. In afwachting van het besluit bedoeld in het tweede lid, kan het
                            beheer worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder vanaf het moment
                            waarop de exploitant een aanvraag als bedoeld in het tweede lid heeft
                            ingediend, totdat op de aanvraag is besloten.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>AFDELING</label><nr>5</nr><titel>OVERGANGSBEPALING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:16</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><al>[Gereserveerd]</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>AFDELING</label><nr>1</nr><titel>GELUIDHINDER EN VERLICHTING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Besluit: het Besluit algemene regels voor inrichtingen
                                    milieubeheer;</al></li><li nr="b."><al>inrichting: inrichting type A of type B als bedoeld in het
                                    Besluit;</al></li><li nr="c."><al>houder van een inrichting: degene die als eigenaar,
                                    bedrijfsleider, beheerder of anderszins een inrichting
                                    drijft;</al></li><li nr="d."><al>collectieve festiviteit: festiviteit die niet specifiek aan één
                                    of een klein aantal inrichtingen is verbonden;</al></li><li nr="e."><al>incidentele festiviteit: festiviteit of activiteit die gebonden
                                    is aan één of een klein aantal inrichtingen;</al></li><li nr="f."><al>geluidsgevoelige gebouwen: woningen en gebouwen die op grond van
                                    artikel 1 van de Wet geluidhinder worden aangemerkt als
                                    geluidsgevoelige gebouwen met uitzondering van gebouwen
                                    behorende bij de betreffende inrichting;</al></li><li nr="g."><al>geluidsgevoelige terreinen: terreinen die op grond van artikel 1
                                    van de Wet geluidhinder worden aangemerkt als geluidsgevoelige
                                    terreinen met uitzondering van terreinen behorende bij de
                                    betreffende inrichting;</al></li><li nr="h."><al>onversterkte muziek: muziek die niet elektronisch is
                                    versterkt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:2</nr><titel>Aanwijzing collectieve festiviteiten</titel></kop><al> [Gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:3</nr><titel>Kennisgeving incidentele festiviteiten</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is een inrichting toegestaan maximaal zes incidentele
                                    festiviteiten per kalenderjaar te houden waarbij de
                                    geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van
                                    het Besluit en artikel 4:5 van deze verordening niet van
                                    toepassing zijn, mits de houder van de inrichting ten minste zes
                                    weken voor de aanvang van de festiviteit het college daarvan in
                                    kennis heeft gesteld. In afwijking van de vorige zin geldt voor
                                    inrichtingen in het buitengebied een aantal van maximaal drie
                                    incidentele festiviteiten per kalenderjaar.</al></li><li nr="2."><al>Het is een inrichting toegestaan om tijdens maximaal zes
                                    incidentele festiviteiten per kalenderjaar de verlichting langer
                                    aan te houden ten behoeve van sportactiviteiten waarbij artikel
                                    4.113, eerste lid, van het Besluit niet van toepassing is, mits
                                    de houder van de inrichting ten minste zes weken voor de aanvang
                                    van de festiviteit het college daarvan in kennis heeft gesteld.
                                    In afwijking van de vorige zin geldt voor inrichtingen in het
                                    buitengebied een aantal van maximaal drie incidentele
                                    festiviteiten per kalenderjaar.</al></li><li nr="3."><al>Het college stelt een formulier vast voor het doen van een
                                    kennisgeving.</al></li><li nr="4."><al>De kennisgeving wordt geacht te zijn gedaan wanneer het
                                    formulier, volledig en naar waarheid ingevuld, tijdig is
                                    ingeleverd op de plaats op dat formulier vermeld.</al></li><li nr="5."><al>De kennisgeving wordt tevens geacht te zijn gedaan wanneer het
                                    college op verzoek van de houder van een inrichting een
                                    incidentele festiviteit, die redelijkerwijs niet te voorzien
                                    was, terstond toestaat.</al></li><li nr="6."><al>Het equivalente geluidsniveau LAeq veroorzaakt door de
                                    inrichting bedraagt niet meer dan de geldende norm ingevolge het
                                    Activiteitenbesluit dan wel de milieuvergunning plus 20 dB
                                    Lar,LT, gemeten op de gevel van geluidsgevoelige gebouwen op een
                                    hoogte van 1,5 meter.</al></li><li nr="7."><al>De geluidswaarde als bedoeld in het zesde lid is inclusief
                                    onversterkte muziek en exclusief 10 dB(A) toeslag vanwege
                                    muziekcorrectie. Tevens wordt de bedrijfsduurcorrectie buiten
                                    beschouwing gelaten.</al></li><li nr="8."><al>Op de dagen als bedoeld in het eerste lid wordt het ten gehore
                                    brengen van extra muziek - hoger dan de geluidsnorm als bedoeld
                                    in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit en artikel
                                    4:5 van deze verordening - uiterlijk om 24.00 uur
                                    beëindigd.</al></li><li nr="9."><al>De geluidsnorm als bedoeld in het zesde lid geldt voor het
                                    bebouwde gedeelte van de inrichting en niet voor de
                                    buitenruimte.</al></li></lijst><al> 10. Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid blijven ramen en deuren
                            (indien aanwezig) gesloten, behoudens voor het onmiddellijk doorlaten
                            van personen of goederen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:4</nr><titel>Verboden incidentele festiviteiten</titel></kop><al> [gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:5</nr><titel>Onversterkte muziek</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij het ten gehore brengen van onversterkte muziek, zoals bedoeld in
                                artikel 2.18, eerste lid onder f en vijfde lid van het Besluit
                                binnen inrichtingen is het bepaalde in de Nota Geluidsbeleid van
                                toepassing.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>[Gereserveerd].</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien versterkte elementen worden gecombineerd met onversterkte
                                elementen, wordt het hele samenspel beschouwd als versterkte muziek
                                en is het Besluit van toepassing.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>[Gereserveerd].</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:6</nr><titel>Overige geluidhinder</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet
                                milieubeheer of van het Besluit op een zodanige wijze toestellen of
                                geluidsapparaten in werking te hebben of handelingen te verrichten
                                dat voor een omwonende of voor de omgeving geluidhinder wordt
                                veroorzaakt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien
                                door de Wet geluidhinder, de Zondagswet, de Wet openbare
                                manifestaties, het Vuurwerkbesluit of de Provinciale
                                milieuverordening.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:6a</nr><titel>Geluidswagen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In dit artikel wordt verstaan onder "Geluidsapparaat":
                                geluidsapparaat in de zin van de Wet Geluidhinder (wet van 16
                                februari 1979, Stb. 99), te weten een apparaat bestemd of mede
                                bestemd voor het voortbrengen van geluid.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden op of aan een weg met behulp van een op of aan een
                                voertuig bevestigd geluidsapparaat een toespraak te houden,
                                mededelingen te doen dan wel muziek of gezang ten gehore te
                                brengen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan van het in het tweede lid genoemde verbod ontheffing
                                verlenen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>AFDELING</label><nr>2</nr><titel>BODEM-, WEG- EN MILIEUVERONTREINIGING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:7</nr><titel>Straatvegen</titel></kop><al> [Gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:8</nr><titel>Natuurlijke behoefte doen</titel></kop><al>Het is verboden binnen de bebouwde kom op een openbare plaats zijn
                            natuurlijke behoefte te doen buiten daarvoor bestemde plaatsen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:9</nr><titel>Toestand van sloten en andere wateren en niet-openbare riolen en
                                putten buiten gebouwen</titel></kop><al>Sloten en andere wateren en niet-openbare riolen en putten buiten
                            gebouwen mogen zich niet bevinden in een toestand die gevaar oplevert
                            voor de veiligheid, nadeel voor de gezondheid of hinder voor de
                            gebruikers van de gebouwen of voor anderen.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>AFDELING</label><nr>3</nr><titel>HET BESCHERMEN VAN HOUTOPSTANDEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:10</nr><titel>Begripsomschrijving</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Boom: een houtachtig overblijvend gewas met kroon en opgaande
                                    stam(men), zowel levend als afgestorven, met een stamomtrek van
                                    minimaal 30 cm, gemeten op 1.30 meter boven maaiveld. In geval
                                    van meerstammigheid, geldt de stamomtrek van de dikste
                                    stam.</al></li><li nr="b."><al>Beschermwaardige boom: monumentale boom, waardevolle boom of
                                    boom in de bomenstructuur, vastgelegd op de Bomenkaart "de
                                    groene parels van Soest" met register.</al></li><li nr="c."><al>Houtopstand: één of meer bomen of boomvormers, of andere
                                    houtachtige gewassen, mogelijk deel uitmakend van hakhout, een
                                    houtwal, een grotere (lint)begroeiing van heesters en struiken,
                                    een beplanting van bosplantsoen, een struweel of heg, met de
                                    onder sub a genoemde minimale stamomtrek.</al></li><li nr="d."><al>Vellen: het kappen, rooien, verplanten, dunnen en ingrijpende
                                    vormsnoei van/bij een boom, alsmede het verrichten van
                                    handelingen in de boombeschermingszone, zowel boven- als
                                    ondergronds, die de dood of ernstige beschadiging of ontsiering
                                    van de houtopstand tot gevolg kunnen hebben.</al></li><li nr="e."><al>Vormsnoei: het verwijderen van uitgelopen takhout op de oude
                                    snoeiplaats bij vormbomen, zoals knot- en leibomen.</al></li><li nr="f."><al>Boombeschermingszone: te beschermen groeiruimte van een boom in
                                    volgroeide toestand, waarbij als basis wordt uitgegaan van de
                                    kroonprojectie plus vijf meter.</al></li><li nr="g."><al>Boomstructuur: lijnvormige beplanting van houtopstanden en/of
                                    begrensd gebied met houtopstanden dat tezamen een functioneel
                                    geheel vormt.</al></li><li nr="h."><al>Parkwijk: begrensd woongebied met houtopstanden die tezamen een
                                    functioneel geheel vormen.</al></li><li nr="i."><al>Kavelgrootte: totale oppervlakte van de kavel, zoals bekend bij
                                    het Kadaster, inclusief eventuele aangekochte aangrenzende
                                    gronden van dezelfde eigenaar. Bij huurwoningen is de
                                    kavelgrootte van de gehuurde woning van toepassing, niet de
                                    kavelgrootte in bezit van de eigenaar (corporatie).</al></li><li nr="j."><al>Bebouwde kom: de bebouwde kom of kommen van de gemeente,
                                    vastgelegd ingevolge artikel 1, vijfde lid van de Boswet.</al></li><li nr="k."><al>Eigenaar: degene die krachtens zakelijk recht of krachtens
                                    publiekrechtelijke bevoegdheid gerechtigd is over de houtopstand
                                    te beschikken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:11</nr><titel>Beschermwaardige bomen (categorieën 1 t/m 3): Bomenkaart "de
                                groene parels van Soest"</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bevoegd gezag stelt een bomenkaart "de groene parels van Soest"
                                met register vast. De kaart met bijbehorend register bevat een
                                samenhangend geheel van boomstructuren, parkwijken en monumentale en
                                waardevolle houtopstanden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bij de Bomenkaart behorende register bevat minimaal de
                                plaatsaanduiding, soort houtopstand, redengevende beschrijving,
                                kadastrale gegevens, eigendomsgegevens en een of meer foto's van de
                                houtopstand.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De eigenaar van een beschermwaardige houtopstand is verplicht het
                                bevoegd gezag schriftelijk melding te doen van:</al><lijst><li nr="a."><al>de eigendomsoverdracht van de houtopstand;</al></li><li nr="b."><al>het geheel of gedeeltelijk teniet gaan van de houtopstand,
                                        anders dan door velling op grond van een verleende
                                        vergunning;</al></li><li nr="c."><al>de dreiging dat de houtopstand geheel of gedeeltelijk teniet
                                        zal gaan als gevolg van voorgenomen werkzaamheden van welke
                                        aard dan ook of door stormschade.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De melding dient te geschieden binnen vier weken na de
                                eigendomsoverdracht respectievelijk het geheel of gedeeltelijk
                                tenietgaan, dan wel onmiddellijk indien sprake is van de dreiging
                                dat de houtopstand geheel of gedeeltelijk teniet zal gaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:11a</nr><titel>Beschermwaardige bomen: toetsingscriteria</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij de beslissing omtrent plaatsing van een houtopstand in het
                                register wordt in ieder geval rekening gehouden met de ouderdom, de
                                karakteristieke vorm en de conditie van de houtopstand.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Tevens moet worden voldaan aan tenminste één van de volgende
                                criteria:</al><lijst><li nr="a."><al>de boom heeft beeldbepalende waarde;</al></li><li nr="b."><al>de boom heeft cultuurhistorische waarde;</al></li><li nr="c."><al>de boom heeft dendrologische waarde;</al></li><li nr="d."><al>de boom heeft natuur-/natuurwetenschappelijke waarde;</al></li><li nr="e."><al>het betreft een herplantboom;</al></li><li nr="f."><al>de boom heeft educatieve waarde.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:11b</nr><titel>Beschermwaardige bomen: verbod op vellen behoudens
                                vergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden beschermwaardige bomen op de Bomenkaart "de groene
                                parels van Soest":</al><lijst><li nr="a."><al>te vellen of te doen vellen;</al></li><li nr="b."><al>in hun groeiruimte aan te tasten, zodat duurzaam behoud niet
                                        gewaarborgd is.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning voor het vellen van
                                beschermwaardige bomen slechts bij uitzondering en onder verwijzing
                                naar het beleid verlenen, indien alternatieven voor behoud
                                uitputtend zijn onderzocht en indien:</al><lijst><li nr="a."><al>een zwaarwegend maatschappelijk belang zwaarder weegt dan
                                        duurzaam behoud van de beschermwaardige boom;</al></li><li nr="b."><al>naar boomdeskundige maatstaven instandhouding niet langer
                                        verantwoord is ter voorkoming van letsel of schade; of</al></li><li nr="c."><al>de houtopstand zich binnen een krachtens een bestemmingsplan
                                        bestaand bouwvlak van een hoofdgebouw bevindt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste lid bedoelde verbod behoudens vergunning geldt
                                eveneens voor:</al><lijst><li nr="a."><al>een houtopstand die is aangelegd op basis van een herplant-
                                        en instandhoudingplicht op grond van artikel 4:11c en
                                        artikel 4:11h;</al></li><li nr="b."><al>een houtopstand die is aangelegd op grond van een
                                        overeenkomst met een publiekrechtelijk bestuursorgaan.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het eerste lid bedoelde verbod is niet van toepassing
                                op:</al><lijst><li nr="a."><al>houtopstanden die moeten worden geveld krachtens de
                                        Plantenziektewet of krachtens een aanschrijving of last van
                                        het bevoegd gezag of een rechterlijke uitspraak,
                                        onverminderd het bepaalde in artikel 4:11c, artikel 4:11g of
                                        artikel 4:11h van deze verordening;</al></li><li nr="b."><al>het vellen van houtopstanden in verband met een spoedeisend
                                        belang voor de openbare orde of een direct gevaar voor
                                        personen of goederen, mits het bevoegd gezag hiervoor
                                        toestemming heeft verleend, onverminderd het bepaalde in
                                        artikel 4:11c, artikel 4:11g of artikel 4:11h van deze
                                        verordening;</al></li><li nr="c."><al>houtopstanden die aantoonbaar op bedrijfseconomische wijze
                                        worden geëxploiteerd als bedoeld in artikel 15 lid 2 en 3
                                        van de Boswet:</al><lijst><li nr="-"><al>wegbeplanting en éénrijige beplanting op of langs
                                                landbouwgronden, beide voor zover bestaande uit
                                                populier of wilg, tenzij deze zijn geknot;</al></li><li nr="-"><al>vruchtbomen en windschermen om boomgaarden;</al></li><li nr="-"><al>kweekgoed;</al></li><li nr="-"><al>fijnsparren (niet ouder dan 12 jaar), bestemd om te
                                                dienen als kerstbomen en geteeld op daarvoor in het
                                                bijzonder bestemde terreinen;</al></li><li nr="-"><al>houtopstanden die deel uitmaken van een als zodanig
                                                bij het Bosschap geregistreerde bosbouwonderneming
                                                die niet gelegen is binnen de bebouwde kom, tenzij
                                                de houtopstand een zelfstandige eenheid vormt en
                                                hetzij een oppervlakte heeft kleiner dan 10 are,
                                                hetzij een rijbeplanting betreft van maximaal 20
                                                bomen, gerekend over het totaal aantal rijen.</al></li></lijst></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:11c</nr><titel>Beschermwaardige bomen: compensatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Degene die een houtopstand velt of doet vellen is verplicht
                                overeenkomstig de aanwijzingen van het bevoegd gezag de houtopstand
                                op of nabij dezelfde plaats te vervangen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De herplant moet binnen één jaar na het vellen van de houtopstand
                                worden uitgevoerd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het bevoegd gezag bepaalt telkens binnen welke termijn na de
                                herplant en op welke wijze niet aangeslagen herplant moet worden
                                vervangen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Van de in lid 2 gestelde termijn van één jaar kan worden afgeweken
                                indien een langere termijn noodzakelijk is vanwege een voorzienbare
                                langere uitvoeringsperiode van een project.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid verbindt het bevoegd gezag aan een
                                vergunning voor het vellen van een houtopstand het voorschrift dat
                                de houtopstand niet mag worden geveld alvorens een financiële
                                bijdrage is gestort in het gemeentelijke Bomenfonds, indien niet of
                                niet geheel ter plaatse kan worden herplant.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:11d</nr><titel>Omgevingsvergunning voor het vellen van niet-beschermwaardige
                                bomen (categorieën 4 en 5)</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het bevoegd gezag
                                houtopstanden die geen beschermwaardige bomen in de zin van deze
                                verordening zijn:</al><lijst><li nr="a."><al>te vellen of te doen vellen;</al></li><li nr="b."><al>in hun groeiruimte aan te tasten, zodat duurzaam behoud niet
                                        gewaarborgd is.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid bedoelde verbod behoudens vergunning geldt
                                eveneens voor:</al><lijst><li nr="a."><al>een houtopstand die is aangelegd op basis van een herplant-
                                        en instandhoudingplicht op grond van artikel 4:11c, artikel
                                        4:11f en artikel 4:11h;</al></li><li nr="b."><al>een houtopstand die is aangelegd op grond van een
                                        overeenkomst met een publiekrechtelijk bestuursorgaan.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste lid sub a gestelde verbod is niet van toepassing
                                op:</al><lijst><li nr="a."><al>houtopstanden, ongeacht hun stamomtrek, in privaat eigendom
                                        op percelen met een kavelgrootte van minder dan 175 m², die
                                        niet op de Bomenkaart "de groene parels van Soest"
                                        staan;</al></li><li nr="b."><al>houtopstanden in privaat eigendom met een stamomtrek van
                                        minder dan 80 cm, gemeten op 1.30 meter boven maaiveld, op
                                        percelen met een kavelgrootte van meer dan 175 m², die niet
                                        op de Bomenkaart "de groene parels van Soest" staan;</al></li><li nr="c."><al>houtopstanden in gemeentelijk eigendom met een stamomtrek
                                        van minder dan 80 cm, gemeten op 1.30 meter boven maaiveld,
                                        die niet op de Bomenkaart "de groene parels van Soest"
                                        staan.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het eerste lid sub a gestelde verbod is eveneens niet van
                                toepassing op:</al><lijst><li nr="a."><al>houtopstanden die moeten worden geveld krachtens de
                                        Plantenziektewet of krachtens een aanschrijving of last van
                                        het bevoegd gezag of een rechterlijke uitspraak;</al></li><li nr="b."><al>het vellen van houtopstanden in verband met een spoedeisend
                                        belang voor de openbare orde of een direct gevaar voor
                                        personen of goederen, mits het bevoegd gezag hiervoor
                                        toestemming heeft verleend, onverminderd het bepaalde in
                                        artikel 4:11f, artikel 4:11g en artikel 4:11h van deze
                                        verordening;</al></li><li nr="c."><al>houtopstanden die aantoonbaar op bedrijfseconomische wijze
                                        worden geëxploiteerd als bedoeld in artikel 15 lid 2 en 3
                                        van de Boswet:</al><lijst><li nr="-"><al>wegbeplanting en éénrijige beplanting op of langs
                                                landbouwgronden, beide voor zover bestaande uit
                                                populier of wilg, tenzij deze zijn geknot;</al></li><li nr="-"><al>vruchtbomen en windschermen om boomgaarden;</al></li><li nr="-"><al>kweekgoed;</al></li><li nr="-"><al>fijnsparren (niet ouder dan 12 jaar), bestemd om te
                                                dienen als kerstbomen en geteeld op daarvoor in het
                                                bijzonder bestemde terreinen;</al></li><li nr="-"><al>houtopstanden die deel uitmaken van een als zodanig
                                                bij het Bosschap geregistreerde bosbouwonderneming
                                                die niet gelegen is binnen de bebouwde kom, tenzij
                                                de houtopstand een zelfstandige eenheid vormt en
                                                hetzij een oppervlakte heeft kleiner dan 10 are,
                                                hetzij een rijbeplanting betreft van maximaal 20
                                                bomen, gerekend over het totaal aantal rijen.</al></li></lijst></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Indien geen Bomenkaart is vastgesteld:</al><lijst><li nr="a."><al>is het bepaalde in lid 3 sub c niet van toepassing;</al></li><li nr="b."><al>kan het bevoegd gezag gebieden aanwijzen waarvoor het
                                        gestelde in lid 3 niet van toepassing is.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:11e</nr><titel>Niet-beschermwaardige bomen: weigeringsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Vergunning voor het vellen van een houtopstand als bedoeld in
                                artikel 4:11d lid 1 wordt onder verwijzing naar het beleid
                                geweigerd, indien de belangen van verlening niet opwegen tegen de
                                belangen van behoud van de houtopstand op basis van één of meer van
                                de volgende criteria:</al><lijst><li nr="a."><al>de boom heeft beeldbepalende waarde;</al></li><li nr="b."><al>de boom heeft cultuurhistorische waarde;</al></li><li nr="c."><al>de boom heeft dendrologische waarde;</al></li><li nr="d."><al>de boom heeft natuur-/natuurwetenschappelijke waarde;</al></li><li nr="e."><al>het betreft een herplantboom;</al></li><li nr="f."><al>de boom heeft educatieve waarde.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid bepaalde is niet van toepassing op
                                houtopstanden die zich bevinden binnen een krachtens een
                                bestemmingsplan bestaand bouwvlak van een hoofdgebouw.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:11f</nr><titel>Niet-beschermwaardige bomen: compensatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan de vergunning kan het voorschrift verbonden worden dat binnen
                                één jaar na het vellen van de houtopstand en overeenkomstig de door
                                het bevoegd gezag te geven aanwijzingen moet worden herplant.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In het voorschrift als bedoeld in het eerste lid wordt telkens
                                bepaald binnen welke termijn na de herplant en op welke wijze niet
                                aangeslagen herplant moet worden vervangen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Van de in lid 1 gestelde termijn van één jaar kan bij
                                vergunningvoorschrift worden afgeweken indien een langere termijn
                                noodzakelijk is vanwege een voorzienbare langere uitvoeringsperiode
                                van een project.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien niet of niet geheel ter plaatse kan worden herplant, kan in
                                afwijking van het eerste lid aan een vergunning tot vellen het
                                voorschrift verbonden worden dat de houtopstand niet mag worden
                                geveld alvorens een financiële bijdrage is gestort in het
                                gemeentelijke Bomenfonds.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:11g</nr><titel>Vergunningsvoorschriften</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Van de vergunning mag pas gebruik worden gemaakt op de dag na die
                                waarop de bezwaartermijn is afgelopen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien gedurende de bezwaartermijn een bezwaar wordt ingediend, mag
                                pas tot vellen worden overgegaan één week nadat op het bezwaar is
                                beslist en de vergunning in stand is gelaten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Tot aan de vergunning te verbinden voorschriften kunnen
                                behoren:</al><lijst><li nr="a."><al>voorschriften in het belang van de criteria genoemd in
                                        artikel 4:11e, ter bescherming en het behoud van de
                                        houtopstand en ter bescherming van in en rond de houtopstand
                                        voorkomende flora en fauna;</al></li><li nr="b."><al>voorschriften over de inrichting van de ondergrondse ruimte
                                        bij te herplanten bomen;</al></li><li nr="c."><al>het voorschrift tot het opstellen en overleggen van een
                                        Bomeneffectanalyse (BEA) in geval van bouw of aanleg van
                                        werken of andere ruimtelijke herinrichtingen of
                                        reconstructies in de nabijheid van te behouden bomen;</al></li><li nr="d."><al>het voorschrift dat pas tot vellen op en bij bouw- en
                                        aanlegwerken of andere ruimtelijke herinrichtingen of
                                        reconstructies mag worden overgegaan indien andere
                                        ontheffingen, vergunningen, toestemmingen of ruimtelijke
                                        ordeningsprocedures onherroepelijk zijn geworden en de
                                        feitelijke en financiële voortgang van de werken voldoende
                                        is gewaarborgd.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:11h</nr><titel>Instandhoudingplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien houtopstand waarop het verbod tot vellen van toepassing is,
                                zonder vergunning van het bevoegd gezag is geveld, dan wel op andere
                                wijze teniet is gedaan, kan het bevoegd gezag aan de zakelijk
                                gerechtigde van de grond waarop de houtopstand zich bevond dan wel
                                degene die uit andere hoofde tot het treffen van voorzieningen
                                bevoegd is, de verplichting opleggen:</al><lijst><li nr="a."><al>te herplanten overeenkomstig de door hem te geven
                                        aanwijzingen binnen een door hem te stellen termijn, of</al></li><li nr="b."><al>indien niet of niet geheel ter plaatse kan worden herplant,
                                        een financiële bijdrage te storten in het gemeentelijke
                                        Bomenfonds alvorens de houtopstand mag worden geveld.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Wordt een verplichting als bedoeld in het eerste lid opgelegd, dan
                                kan daarbij tevens worden bepaald binnen welke termijn na herplant
                                en op welke wijze niet aangeslagen herplant moet worden
                                vervangen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien een houtopstand waarop het verbod tot vellen van toepassing
                                is in het voortbestaan ernstig wordt bedreigd ofwel een redelijk
                                vermoeden daartoe bestaat, kan het bevoegd gezag aan de zakelijk
                                gerechtigde van de grond waarop de houtopstand zich bevindt, dan wel
                                aan degene die uit andere hoofde tot het treffen van voorzieningen
                                bevoegd is, de verplichting opleggen:</al><lijst><li nr="a."><al>om overeenkomstig de door hem te geven aanwijzingen binnen
                                        een door hem te stellen termijn voorzieningen te treffen,
                                        waardoor die bedreiging wordt weggenomen;</al></li><li nr="b."><al>een Bomeneffectanalyse (BEA) op te stellen en aan te bieden
                                        aan het bevoegd gezag.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:11i</nr><titel>Aanvraag</titel></kop><al>De omgevingsvergunning dient te worden aangevraagd door de eigenaar van
                            de houtopstand.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:11j</nr><titel>Schadevergoeding</titel></kop><al>Het bevoegd gezag beslist op een verzoek om schadevergoeding bij
                            weigering van een vergunning tot vellen op grond van artikel 17 van de
                            Boswet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:12</nr><titel>Bestrijding van boomziekten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien zich op een terrein één of meer bomen bevinden die naar het
                                oordeel van het bevoegd gezag gevaar opleveren van verspreiding van
                                een boomziekte of voor vermeerdering van de ziekteverspreiders zoals
                                insecten, is de rechthebbende, indien hij daartoe door het bevoegd
                                gezag is aangeschreven, verplicht binnen de bij de aanschrijving
                                vast te stellen termijn:</al><lijst><li nr="a."><al>de houtopstand te vellen of te doen vellen;</al></li><li nr="b."><al>conform richtlijnen van de gemeente de gevelde houtopstand
                                        direct zodanig te behandelen dat verspreiding van de
                                        boomziekte wordt voorkomen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden gevelde bomen of delen daarvan voorhanden of in
                                voorraad te hebben of te vervoeren, indien het een boomsoort betreft
                                die de desbetreffende boomziekte kan verspreiden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het bevoegd gezag kan een ontheffing verlenen van het onder het
                                tweede lid van dit artikel gestelde verbod en daaraan voorwaarden
                                verbinden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:12a</nr><titel>Bescherming van openbare houtopstanden en
                                groenvoorzieningen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden om houtopstanden, die gemeentelijk eigendom
                                zijn:</al><lijst><li nr="a."><al>te beschadigen, te bekladden of te beplakken;</al></li><li nr="b."><al>van voorwerpen te voorzien;</al></li><li nr="c."><al>te snoeien, behoudens een door de gemeente opgedragen
                                        boomverzorgende taak.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is in een voor publiek toegankelijk park of plantsoen of in een
                                bij de gemeente in onderhoud zijnde groenstrook, grasperk of
                                bloembak verboden enige schade toe te brengen aan een boom of
                                beplanting dan wel aldaar bloemen te plukken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:12b</nr><titel>Afstand tot de erfgrens</titel></kop><al>De afstand als bedoeld in artikel 5:42 Burgerlijk Wetboek wordt
                            vastgesteld op:</al><lijst><li nr="a."><al>0,5 meter voor bomen en nihil voor heggen en heesters in privaat
                                    eigendom en</al></li><li nr="b."><al>nihil voor bomen, heesters en heggen die eigendom zijn van de
                                    gemeente.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>AFDELING</label><nr>4</nr><titel>MAATREGELEN TEGEN ONTSIERING EN STANKOVERLAST</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:13</nr><titel>Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen enz.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op door het college in het belang van het uiterlijk
                                aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast
                                dan wel voorkoming van schade aan de openbare gezondheid, aangewezen
                                plaats buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, in
                                de openlucht of buiten de weg, de volgende voorwerpen of stoffen op
                                te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben:</al><lijst><li nr="a."><al>onbruikbare of aan hun oorspronkelijke bestemming onttrokken
                                        voer- of vaartuigen of onderdelen daarvan;</al></li><li nr="b."><al>bromfietsen en motorvoertuigen of onderdelen daarvan;</al></li><li nr="c."><al>kampeermiddelen als bedoeld in artikel 4:17 of onderdelen
                                        daarvan, indien het plaatsen of aanwezig hebben daarvan
                                        geschiedt voor verkoop of verhuur of anderszins voor een
                                        commercieel doel; of</al></li><li nr="d."><al>mestopslag, gierkelders of andere verzamelplaatsen van vuil,
                                        een verzameling ingekuild gras, loof of pulp of ingekuilde
                                        landbouwproducten, afbraakmaterialen en oude metalen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan bij de aanwijzing nadere regels stellen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Dit artikel is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                voorzien krachtens de Wet ruimtelijke ordening of door of krachtens
                                de Provinciale Verordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:14</nr><titel>Stankoverlast door gebruik van meststoffen</titel></kop><al> [gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:15</nr><titel>Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op of aan een onroerende zaak handelsreclame te
                                maken of te voeren door middel van een opschrift, aankondiging of
                                afbeelding waardoor het verkeer in gevaar wordt gebracht of ernstige
                                hinder ontstaat voor de omgeving.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                voorzien door het Besluit algemene regels voor inrichtingen
                                milieubeheer.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:16</nr><titel>Vergunningsplicht lichtreclame</titel></kop><al> [gereserveerd]</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>AFDELING</label><nr>5</nr><titel>KAMPEREN BUITEN KAMPEERTERREINEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:17</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt onder kampeermiddel verstaan: een onderkomen of
                            voertuig waarvoor geen omgevingsvergunning voor het bouwen in de zin van
                            artikel 2.1, eerste lid, onder a van de Wet algemene bepalingen
                            omgevingsrecht is vereist, dat bestemd of opgericht is dan wel gebruikt
                            wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:18</nr><titel>Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf
                                kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden buiten een
                                kampeerterrein dat als zodanig in het bestemmingsplan, de
                                beheersverordening, exploitatieplan of een voorbereidingsbesluit is
                                bestemd of mede bestemd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>[Gereserveerd].</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als bedoeld in
                                het eerste lid.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing worden
                                geweigerd in het belang van:</al><lijst><li nr="a."><al>de bescherming van natuur en landschap; of</al></li><li nr="b."><al>de bescherming van een stadsgezicht.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:19</nr><titel>Aanwijzing kampeerplaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verbod van artikel 4:18, eerste lid is niet van toepassing op
                                door het college aangewezen plaatsen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan daarbij nadere regels stellen ter bescherming van de
                                belangen genoemd in artikel 4:18, vierde lid, onder a en b.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>AFDELING</label><nr>6</nr><titel>BESCHERMING VAN FLORA EN FAUNA</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:20</nr><titel>Beschermde planten; hout sprokkelen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onder sprokkelen van hout wordt in dit artikel verstaan: het
                                verzamelen en verwijderen van staand of losliggend, vermolmd dan wel
                                uitdrogend dood hout.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden:</al><lijst><li nr="a."><al>op plaatsen die zijn aangewezen door het college in het
                                        belang van de bescherming van het natuur-, landschaps- of
                                        dorps-/stadsschoon, de in die aanwijzing aangeduide bloemen
                                        of planten te plukken of bij zich te hebben;</al></li><li nr="b."><al>hout te sprokkelen of gesprokkeld hout bij zich te hebben in
                                        bosgebieden of gedeelten daarvan die zijn aangewezen door
                                        het college in het belang van milieubeheer.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Dit artikel is niet van toepassing:</al><lijst><li nr="a."><al>ten aanzien van bloemen of planten of hout, hetzij afkomstig
                                        van elders, hetzij door of met toestemming van de
                                        rechthebbende ter plaatse verkregen;</al></li><li nr="b."><al>indien de handelingen worden verricht in het kader van
                                        normale onderhoudswerkzaamheden;</al></li><li nr="c."><al>op situaties waarin wordt voorzien door de
                                        Natuurbeschermingswet.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod in het tweede lid, aanhef en onder b, is voorts niet van
                                toepassing:</al><lijst><li nr="a."><al>ten aanzien van hout dat afkomstig is van houtopstanden
                                        waarop de verboden van artikel 4:11b en artikel 4:11d niet
                                        van toepassing zijn;</al></li><li nr="b."><al>ten aanzien van hout dat moet worden verwijderd krachtens
                                        een verordening van het Bosschap.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>AFDELING</label><nr>1</nr><titel>PARKEEREXCESSEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>voertuigen: voertuigen als bedoeld in artikel 1, onder al, van
                                    het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV 1990) met
                                    uitzondering van kleine wagens zoals kruiwagens, kinderwagens en
                                    rolstoelen;</al></li><li nr="b."><al>parkeren: parkeren als bedoeld in artikel 1, onder ac, van het
                                    Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV 1990).</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:2</nr><titel>Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onder verhuren als bedoeld in dit artikel wordt mede verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al>het gebruiken van een voertuig voor het geven van
                                        lessen;</al></li><li nr="b."><al>het gebruiken van een voertuig voor het vervoeren van
                                        personen tegen betaling.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Tot de voertuigen als bedoeld in dit artikel worden niet
                                gerekend:</al><lijst><li nr="a."><al>voertuigen waaraan herstel- of onderhoudswerkzaamheden
                                        worden verricht die in totaal niet meer dan een uur vergen,
                                        en dit gedurende de tijd die nodig is en gebruikt wordt voor
                                        deze werkzaamheden;</al></li><li nr="b."><al>voertuigen voor persoonlijk gebruik van de in het derde lid
                                        bedoelde persoon.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is degene die er zijn bedrijf, nevenbedrijf dan wel een gewoonte
                                van maakt voertuigen te stallen, te herstellen, te slopen, te
                                verhuren of te verhandelen, verboden:</al><lijst><li nr="a."><al>drie of meer voertuigen die hem toebehoren of zijn
                                        toevertrouwd, op de weg te parkeren binnen een cirkel met
                                        een straal van 25 meter met als middelpunt een van deze
                                        voertuigen;</al></li><li nr="b."><al>de weg als werkplaats voor voertuigen te gebruiken.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan ontheffing van het verbod verlenen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:3</nr><titel>Te koop aanbieden van voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op een door het college aangewezen weg een voertuig
                                te parkeren met het kennelijke doel het te koop aan te bieden of te
                                verhandelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan ontheffing van het verbod verlenen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:4</nr><titel>Defecte voertuigen</titel></kop><al>Het is verboden een voertuig waarmee als gevolg van andere dan eenvoudig
                            te verhelpen gebreken niet kan of mag worden gereden, langer dan op drie
                            achtereenvolgende dagen op de weg te parkeren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:5</nr><titel>Voertuigwrakken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat rijtechnisch in onvoldoende staat
                                van onderhoud en tevens in een kennelijk verwaarloosde toestand
                                verkeert op de weg te parkeren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien
                                door de Wet milieubeheer.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:6</nr><titel>Kampeermiddelen e.a.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat voor recreatie of anderszins voor
                                andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt:</al><lijst><li nr="a."><al>langer dan op drie achtereenvolgende dagen te plaatsen of te
                                        hebben op een door het college aangewezen weg, waar dit naar
                                        zijn oordeel buitensporig is met het oog op de verdeling van
                                        beschikbare parkeerruimte of schadelijk is voor het
                                        uiterlijk aanzien van de gemeente;</al></li><li nr="b."><al>op een door het college aangewezen plaats te parkeren, waar
                                        dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk
                                        aanzien van de gemeente.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod in het eerste
                                lid, aanhef en onder a.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties
                                waarin wordt voorzien door het Provinciaal wegenreglement of de
                                provinciale landschapsverordening.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:7</nr><titel>Parkeren van reclamevoertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat is voorzien van een aanduiding van
                                handelsreclame, op de weg te parkeren met het kennelijk doel om
                                daarmee handelsreclame te maken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:8</nr><titel>Parkeren van grote voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een
                                lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4
                                meter te parkeren op een door het college aangewezen plaats, waar
                                dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van
                                de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een
                                lengte heeft van meer dan 6 meter te parkeren op een door het
                                college aangewezen weg, waar dit parkeren naar zijn oordeel
                                buitensporig is met het oog op de verdeling van beschikbare
                                parkeerruimte.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het tweede lid is niet van toepassing op werkdagen van
                                maandag tot en met vrijdag, dagelijks van 08.00 tot 18.00 uur.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod in het tweede lid is voorts niet van toepassing op
                                campers, kampeerauto's, caravans en kampeerwagens, voor zover deze
                                voertuigen niet langer dan drie achtereenvolgende dagen op de weg
                                worden geplaatst of gehouden.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan van de in het eerste en tweede lid gestelde verboden
                                ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:9</nr><titel>Parkeren van uitzichtbelemmerende voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van lading, een
                                lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4
                                meter, op de weg te parkeren bij een voor bewoning of ander
                                dagelijks gebruik bestemd gebouw op zodanige wijze dat daardoor het
                                uitzicht van bewoners of gebruikers vanuit dat gebouw op hinderlijke
                                wijze wordt belemmerd of hen anderszins hinder of overlast wordt
                                aangedaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet gedurende de tijd die nodig is voor en
                                gebruikt wordt voor het uitvoeren van werkzaamheden waarvoor de
                                aanwezigheid van het voertuig ter plaatse noodzakelijk is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:10</nr><titel>Parkeren van voertuigen met stankverspreidende stoffen</titel></kop><al>[Gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:11</nr><titel>Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden met een voertuig te rijden door een park of
                                plantsoen of een van gemeentewege aangelegde beplanting of
                                groenstrook, of het daarin te doen of te laten staan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Dit verbod is niet van toepassing:</al><lijst><li nr="a."><al>op de weg;</al></li><li nr="b."><al>op voertuigen die worden gebruikt voor werkzaamheden door of
                                        vanwege de overheid; en</al></li><li nr="c."><al>op voertuigen, waarmee standplaats wordt of is ingenomen op
                                        terreinen die voor dit doel zijn bestemd.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:12</nr><titel>Overlast van fiets of bromfiets</titel></kop><al>Het is verboden op door het college in het belang van het uiterlijk
                            aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast of ter
                            voorkoming van schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen
                            fietsen of bromfietsen onbeheerd buiten de daarvoor bestemde ruimten of
                            plaatsen te laten staan.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>AFDELING</label><nr>2</nr><titel>COLLECTEREN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:13</nr><titel>Inzameling van geld of goederen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het college een openbare
                                inzameling van geld of goederen te houden of daartoe een
                                intekenlijst aan te bieden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder een inzameling van geld of goederen wordt mede verstaan: het
                                bij het aanbieden van goederen, waartoe ook worden gerekend
                                geschreven of gedrukte stukken, dan wel bij het aanbieden van
                                diensten aanvaarden van geld of goederen, indien daarbij te kennen
                                wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst geheel of
                                ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is bestemd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor een inzameling die in besloten kring
                                gehouden wordt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Ten aanzien van collectes die zijn opgenomen in het collecterooster
                                van het Centraal Bureau Fondsenwerving (CBF) kan worden volstaan met
                                een melding of kennisgeving aan het college van burgemeester en
                                wethouders.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>AFDELING</label><nr>3</nr><titel>VENTEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:14</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt onder venten verstaan: het in de uitoefening
                                van de ambulante handel te koop aanbieden, verkopen of afleveren van
                                goederen dan wel diensten op een openbare en in de open lucht
                                gelegen plaats of aan huis.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder venten wordt niet verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al>het aan huis afleveren van vooraf bestelde goederen in het
                                        kader van de exploitatie van een winkel als bedoeld in
                                        artikel 1 van de Winkeltijdenwet;</al></li><li nr="b."><al>het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen
                                        dan wel het aanbieden van diensten op jaarmarkten en markten
                                        als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h, van de
                                        Gemeentewet of artikel 5:22;</al></li><li nr="c."><al>het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen
                                        dan wel het aanbieden van diensten op een standplaats als
                                        bedoeld in artikel 5:17.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:15</nr><titel>Ventverbod</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden te venten indien daardoor de openbare orde, de
                                openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar
                                komt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in het eerste lid is het verboden te
                                venten op zondagen en maandag t/m zaterdag tussen 19.00 uur en 08.00
                                uur.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties
                                waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:16</nr><titel>Vrijheid van meningsuiting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verbod bedoeld in artikel 5:15, eerste lid is niet van
                                toepassing op het venten met gedrukte of geschreven stukken waarin
                                gedachten en gevoelens worden geopenbaard als bedoeld in artikel 7,
                                eerste lid, van de Grondwet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in het eerste lid is het venten van
                                gedrukte en geschreven stukken waarin gedachten en gevoelens worden
                                geopenbaard als bedoeld in artikel 7, eerste lid van de Grondwet
                                verboden:</al><lijst><li nr="a."><al>op door het college aangewezen openbare plaatsen, of</al></li><li nr="b."><al>op door het college aangewezen dagen en uren.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod in het tweede
                                lid.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>AFDELING</label><nr>4</nr><titel>STANDPLAATSEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:17</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt verstaan onder standplaats: het vanaf een
                                vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats te
                                knop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten,
                                gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen of
                                een tafel.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder standplaats wordt niet verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al>een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld in
                                        artikel 160, eerste lid, aanhef en onder h, van de
                                        Gemeentewet;</al></li><li nr="b."><al>een vaste plaats op een evenement als bedoeld in artikel
                                        2:24.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:18</nr><titel>Standplaatsvergunning en weigeringsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het college een standplaats in
                                te nemen of te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college weigert de vergunning wegens strijd met een geldend
                                bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of
                                voorbereidingsbesluit.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning worden
                                geweigerd:</al><lijst><li nr="a."><al>indien de standplaats hetzij op zichzelf hetzij in verband
                                        met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van
                                        welstand;</al></li><li nr="b."><al>indien als gevolg van bijzondere omstandigheden in de
                                        gemeente of in een deel van de gemeente redelijkerwijs te
                                        verwachten is dat door het verlenen van de vergunning voor
                                        een standplaats voor het verkopen van goederen een redelijk
                                        verzorgingsniveau voor de consument ter plaatse in gevaar
                                        komt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:19</nr><titel>Toestemming rechthebbende</titel></kop><al>Het is de rechthebbende op een perceel verboden toe te staan dat daarop
                            zonder vergunning van het college standplaats wordt of is
                            ingenomen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:20</nr><titel>Afbakeningsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verbod van artikel 5:18, eerste lid is niet van toepassing op
                                situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer, de Wet
                                beheer rijkswaterstaatswerken of het Provinciaal
                                wegenreglement.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De weigeringsgrond van artikel 5:18, derde lid, onder a, is niet van
                                toepassing op bouwwerken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:21</nr><titel>Aanhoudingsplicht</titel></kop><al> [gereserveerd]</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>AFDELING</label><nr>5</nr><titel>SNUFFELMARKTEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:22</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt verstaan onder snuffelmarkt: een markt in een
                                voor het publiek toegankelijk gebouw waar hoofdzakelijk tweedehands
                                en incourante goederen worden verhandeld of diensten worden
                                aangeboden vanaf een standplaats.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder een snuffelmarkt wordt niet verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al>een markt of jaarmarkt als bedoeld in artikel 160, eerste
                                        lid, aanhef en onder h, van de Gemeentewet;</al></li><li nr="b."><al>een evenement als bedoeld in artikel 2:24.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:23</nr><titel>Organiseren van een snuffelmarkt</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                snuffelmarkt te organiseren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor ruimten die uitsluitend dan wel nagenoeg
                                geheel en voortdurend in gebruik zijn als winkel in de zin van de
                                Winkeltijdenwet.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester weigert de vergunning wegens strijd met een geldend
                                bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of
                                voorbereidingsbesluit.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>AFDELING</label><nr>6</nr><titel>OPENBAAR WATER</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:24</nr><titel>Voorwerpen op, in of boven openbaar water</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is in verband met de veiligheid op het openbaar water verboden
                                een voorwerp, niet zijnde een vaartuig, op, in of boven openbaar
                                water te plaatsen, aan te brengen of te hebben, indien dit door zijn
                                omvang of vormgeving, constructie of plaats van bevestiging gevaar
                                oplevert voor de bruikbaarheid van het openbaar water of voor het
                                doelmatig en veilig gebruik daarvan dan wel een belemmering vormt
                                voor het doelmatig beheer en onderhoud van het openbaar water.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Degene die voornemens is een steiger, een meerpaal of een ander
                                voorwerp met een permanent karakter op, in of boven openbaar water
                                te plaatsen, doet daarvan uiterlijk twee weken tevoren een melding
                                aan het college.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De melding bevat in ieder geval naam, adres en contactgegevens van
                                de melder, en een beschrijving van de aard en omvang van het
                                voorwerp.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties
                                waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de
                                Scheepvaartverkeerswet, het Binnenvaartpolitiereglement, de
                                Waterwet, de Provinciale Vaarwegenverordening, de
                                Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde
                                Telecommunicatieverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:25</nr><titel>Ligplaats woonschepen en overige vaartuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden met een vaartuig een ligplaats in te nemen of te
                                hebben dan wel een ligplaats voor een vaartuig beschikbaar te
                                stellen op door het college aangewezen gedeelten van openbaar
                                water.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan aan het innemen, hebben of beschikbaar stellen van
                                een ligplaats met dan wel voor een vaartuig op niet krachtens het
                                eerste lid aangewezen gedeelten van openbaar water:</al><lijst><li nr="a."><al>nadere regels stellen in het belang van de openbare orde,
                                        volksgezondheid, veiligheid, milieuhygiëne en het aanzien
                                        van de gemeente;</al></li><li nr="b."><al>beperkingen stellen naar soort en aantal vaartuigen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties
                                waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer, het
                                Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet, de Provinciale
                                Vaarwegenverordening of de Provinciale landschapsverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:26</nr><titel>Aanwijzingen ligplaats</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan aan de rechthebbende op een vaartuig aanwijzingen
                                geven met betrekking tot het innemen, veranderen of gebruik van een
                                ligplaats in het belang van de openbare orde, volksgezondheid,
                                veiligheid, de milieuhygiëne en het aanzien van de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De rechthebbende op een vaartuig is verplicht alle door of vanwege
                                het college gegeven aanwijzingen met betrekking tot het innemen,
                                veranderen of gebruik van een ligplaats op te volgen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien
                                door het Wetboek van Strafrecht, de Wet beheer
                                Rijkswaterstaatswerken, het Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet
                                of de Provinciale Vaarwegenverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:27</nr><titel>Verbod innemen ligplaats</titel></kop><al>Het is verboden een ligplaats in te nemen, te hebben of beschikbaar te
                            stellen in strijd met het krachtens artikel 5:26, tweede lid
                            bepaalde.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:28</nr><titel>Beschadigen van waterstaatswerken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden schade toe te brengen aan of veranderingen aan te
                                brengen in de toestand van openbare wateren, havens, dijken, wallen,
                                kaden, trekpaden, beschoeiingen, oeverbegroeiing, bruggen, zetten,
                                duikers, pompen, waterleidingen, gordingen, aanlegpalen, stootpalen,
                                bakens of sluizen die bij de gemeente in beheer zijn.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien
                                door het Wetboek van Strafrecht, het Binnenvaartpolitiereglement, de
                                Waterwet of de Provinciale Vaarwegenverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:29</nr><titel>Reddingsmiddelen</titel></kop><al>Het is verboden een voor het redden van drenkelingen bestemd en daartoe
                            bij het water aangebracht voorwerp te gebruiken voor een ander doel dan
                            wel voor dadelijk gebruik ongeschikt te maken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:30</nr><titel>Veiligheid op het water</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is aan een ieder die zich als bader of zwemmer in het openbaar
                                water ophoudt, verboden zich zodanig te gedragen dat het
                                scheepvaartverkeer daarvan hinder of gevaar kan ondervinden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien
                                door het Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet of de Provinciale
                                Vaarwegenverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:31</nr><titel>Overlast aan vaartuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zich zonder redelijk doel vast te houden aan een
                                vaartuig in openbaar water, daarop te klimmen of zich daarop of
                                daarin te begeven of te bevinden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een vaartuig,
                                liggend in of aan een openbaar water, los te maken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:31a</nr><titel>Onderhoud en aanleg</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het college openbaar water,
                                niet-openbare watergangen en kavelsloten te maken, te wijzigen, te
                                dempen of te doen dempen dan wel daarin andere belemmeringen, ruigte
                                of vuilnis aan te brengen of te deponeren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De rechthebbende op een openbaar water, niet-openbare watergang of
                                kavelsloot is verplicht deze volledig, of bij gesplitst eigendom of
                                gebruik ieder voor de halve breedte, te onderhouden en zich alle
                                daarin bevindende duikers of andere kunstwerken in goede staat van
                                onderhoud te houden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college stelt, voor zover nodig, de maten vast van de breedte en
                                diepte van de in het eerste lid genoemde wateren.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De rechthebbende op de erven en gronden langs de in het eerste lid
                                genoemde wateren zijn verplicht op die erven of gronden de modder te
                                ontvangen die tot behoorlijk onderhoud van die wateren wordt
                                verwijderd.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan nadere regels stellen ter bevordering van het
                                doelmatig onderhoud van de in het eerste lid genoemde wateren en/of
                                ter bevordering van een goede afwatering van de in het vierde lid
                                genoemde erven en gronden of anderszins ten behoeve van het
                                onderhoud.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:31b</nr><titel>Onttrekken en lozen van water in verband met het
                                waterkwaliteitsbeheer en het natuurbeheer</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het college direct of indirect
                                water te onttrekken aan of te lozen op het openbaar water,
                                niet-openbare watergangen en kavelsloten, dan wel anderszins een
                                wijziging aan te brengen in de waterstand in de stedelijke
                                kern.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bepaalde in het eerste lid geldt niet voor zover het water
                                bestemd is voor het drenken van vee.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college stelt de waterstand in de stedelijke kern vast.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het bepaalde in dit artikel geldt niet voor zover de Grondwaterwet,
                                de Wet op de waterhuishouding, <cursief>de Waterwet,</cursief> de
                                provinciale verordening inzake de bescherming van de kwaliteit van
                                het grondwater en/of de bodem, de Keur of het Bijzonder Reglement
                                van het waterschap Gelderse Vallei en Eem van toepassing is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:31c</nr><titel>Begripsomschrijvingen en algemene voorschriften</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt verstaan onder stedelijke kern: het gebied
                                als bedoeld in artikel 2 onder c van het bijzonder Reglement
                                Waterschap Gelderse Vallei en Eem.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De bepalingen van deze afdeling zijn van toepassing op de wateren in
                                het stedelijk gebied voor zover deze ten dienste staan aan het
                                detailwaterbeheer van de stedelijke kern.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De bepalingen in deze afdeling zijn niet van toepassing voor zover
                                de Wet op de Ruimtelijke Ordening en de Waterwet van toepassing
                                zijn.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>AFDELING</label><nr>7</nr><titel>CROSSTERREINEN EN GEMOTORISEERD EN RUITERVERKEER IN
                            NATUURGEBIEDEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:31D</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="-"><al>motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1,
                                    onder z, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens
                                    1990;</al></li><li nr="-"><al>bromfiets: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste
                                    lid onder e, van de Wegenverkeerswet 1994.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:32</nr><titel>Crossterreinen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een
                                motorvoertuig of een bromfiets een wedstrijd dan wel, ter
                                voorbereiding van een wedstrijd, een trainings- of proefrit te
                                houden of te doen houden dan wel daaraan deel te nemen, dan wel een
                                motorvoertuig of een bromfiets met het kennelijke doel daartoe
                                aanwezig te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod van het eerste lid is niet van toepassing op door het
                                college aangewezen terreinen. Het college kan daarbij regels stellen
                                voor het gebruik van deze terreinen:</al><lijst><li nr="a."><al>in het belang van het voorkomen of beperken van
                                        overlast;</al></li><li nr="b."><al>in het belang van de bescherming van het uiterlijk aanzien
                                        van de omgeving en ter bescherming van andere
                                        milieuwaarden;</al></li><li nr="c."><al>in het belang van de veiligheid van de deelnemers van de in
                                        het eerste lid bedoelde wedstrijden en ritten of van het
                                        publiek.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties
                                waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer of het Besluit
                                geluidproductie sportmotoren.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:33</nr><titel>Beperking verkeer in natuurgebieden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden binnen voor publiek toegankelijke natuurgebieden,
                                parken, plantsoenen of voor recreatief gebruik beschikbare terreinen
                                te rijden of zich te bevinden met een motorvoertuig, een bromfiets,
                                een fiets of een paard.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod van het eerste lid is niet van toepassing op door het
                                college aangewezen terreinen. Het college kan daarbij regels stellen
                                voor het gebruik van deze terreinen:</al><lijst><li nr="a."><al>in het belang van het voorkomen van overlast;</al></li><li nr="b."><al>in het belang van de bescherming van natuur- of
                                        milieuwaarden;</al></li><li nr="c."><al>in het belang van de veiligheid van het publiek.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op
                                motorvoertuigen, bromfietsen, fietsen en paarden:</al><lijst><li nr="a."><al>ten dienste van politie, brandweer en geneeskundige
                                        hulpverlening en van andere krachtens artikel 29, eerste
                                        lid, Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 door de
                                        bevoegde minister aangewezen hulpverleningsdiensten;</al></li><li nr="b."><al>die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud of
                                        exploitatie van de terreinen als in het eerste lid
                                        bedoeld;</al></li><li nr="c."><al>die worden gebruikt in verband met werken die krachtens
                                        wettelijk voorschrift moeten worden uitgevoerd;</al></li><li nr="d."><al>van de zakelijk gerechtigden, huurders en pachters van
                                        percelen die gelegen zijn binnen de terreinen als in het
                                        eerste lid bedoeld;</al></li><li nr="e."><al>voor het verkeer ten behoeve van bezoek en van de verzorging
                                        van de onder d bedoelde personen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod is voorts niet van
                                toepassing:</al><lijst><li nr="a."><al>op wegen die gelegen zijn binnen de in het eerste lid
                                        bedoelde gebieden of terreinen;</al></li><li nr="b."><al>binnen de bij of krachtens de Provinciale verordening
                                        'Stiltegebieden' aangewezen stiltegebieden ten aanzien van
                                        motorrijtuigen die bij of krachtens die verordening zijn
                                        aangewezen als 'toestel'.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                                gestelde verbod.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>AFDELING</label><nr>8</nr><titel>VERBOD VUUR TE STOKEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:34</nr><titel>Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of
                                anderszins vuur te stoken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden buiten
                                inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer of anderszins vuur
                                aan te leggen, te stoken of te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Mits er geen sprake is van gevaar, overlast of hinder voor de
                                omgeving, is het verbod niet van toepassing op:</al><lijst><li nr="a."><al>verlichting door middel van kaarsen, fakkels en
                                        dergelijke;</al></li><li nr="b."><al>sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, indien geen
                                        afvalstoffen worden verbrand;</al></li><li nr="c."><al>vuur voor koken, bakken en braden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan van dit verbod ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing worden
                                geweigerd ter bescherming van de flora en fauna.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien
                                door artikel 429, aanhef en onder 1 of 3, van het Wetboek van
                                Strafrecht of de Provinciale milieuverordening.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Op de ontheffing bedoeld in het derde lid is paragraaf 4.1.3.3 van
                                de Algemene wet bestuursrecht(positieve fictieve beschikking bij
                                niet tijdig beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>AFDELING</label><nr>9</nr><titel>VERSTROOIING VAN AS</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:35</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder incidentele as verstrooiing: het
                            verstrooien van as als bedoeld in de Wet op de lijkbezorging op een door
                            de overledene of nabestaande(n) gewenste plek buiten een permanent
                            daartoe bestemd terrein.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:36</nr><titel>Verboden plaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Incidentele as verstrooiing is verboden op verharde delen van de
                                weg.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan voor een bepaalde termijn verbieden dat op andere
                                plaatsen dan die genoemd in het eerste lid as verstrooiing
                                plaatsvindt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan op verzoek van de nabestaande die zorgdraagt voor de
                                asbus op grond van bijzondere omstandigheden ontheffing verlenen van
                                het verbod uit het eerste lid.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:37</nr><titel>Hinder of overlast</titel></kop><al>Incidentele as verstrooiing is verboden indien daardoor hinder of
                            overlast wordt veroorzaakt voor derden.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>AFDELING</label><nr>10</nr><titel>STRAATNAAMBORDEN, HUISNUMMERS E.D.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:38</nr><titel>Gedoogplicht aanduidingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten dat op of
                                aan dat bouwwerk, vanwege en overeenkomstig de aanwijzingen van het
                                college, straatnaamborden, daarbij behorende onderschriften
                                daaronder begrepen, huisnummers en wijkaanduidingen, worden
                                aangebracht, onderhouden, gewijzigd of verwijderd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college geeft tevoren schriftelijk kennis aan de rechthebbende
                                als bedoeld in het eerste lid van zijn voornemen over te gaan tot
                                het doen aanbrengen of wijzigen van straatnaamborden, daarbij
                                behorende onderschriften daaronder begrepen, huisnummers en
                                wijkaanduidingen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:39</nr><titel>Verwijdering e.d. aanduidingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden enige aanduiding als bedoeld in artikel 5:38, eerste
                                lid, te verwijderen, wijzigen, beschadigen, verplaatsen of
                                onleesbaar te maken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid bepaalde is niet van toepassing op situaties
                                waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor de rechthebbende op
                                een bouwwerk die met inachtneming van het door het college
                                vastgestelde huisnummer de aanduiding hiervan in afwijkende vorm
                                wenst aan te brengen. Het college kan ter zake nadere regels
                                stellen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>AFDELING</label><nr>11</nr><titel>DESTRUCTIE</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:40</nr><titel>Begripsomschrijving</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Wet: de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren;</al></li><li nr="b."><al>aangifteplichtige: de houder of eigenaar van dode
                                    gezelschapsdieren;</al></li><li nr="c."><al>destructiemateriaal: dode honden, dode katten en andere dode
                                    gezelschapsdieren als bedoeld in de wet.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:41</nr><titel>Verzamelplaatsen</titel></kop><al>Het college wijst één of meer verzamelplaatsen aan, waar het
                            destructiemateriaal in ontvangst wordt genomen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:42</nr><titel>Vervoer naar verzamelplaats</titel></kop><al>De aangifteplichtige is gehouden uiterlijk op de eerste werkdag, die
                            volgt op de dag waarop het destructiemateriaal is ontstaan, het
                            materiaal te vervoeren naar de naastbijgelegen verzamelplaats en het
                            daar aan te geven en af te staan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:43</nr><titel>Opslag</titel></kop><al>Tot het tijdstip van afgifte is de aangifteplichtige gehouden het
                            destructiemateriaal zodanig te bewaren dat vermenging met ander
                            materiaal wordt voorkomen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:44</nr><titel>Uitzondering</titel></kop><al>De artikelen 5:42 en 5:43 zijn niet van toepassing op situaties waarin
                            wordt voorzien bij of krachtens de wet.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>AFDELING</label><nr>12</nr><titel>OVERIGE ONDERWERPEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:45</nr><titel>Gebruik gemeentewapen of gemeentevlag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden het gemeentewapen en/of de gemeentevlag te voeren
                                en/of te gebruiken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:46</nr><titel>Verzameling hout voor open vuur</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is een ieder verboden, jaarlijks vanaf 28 december tot en met 1
                                januari, een verzameling hout, kerstbomen, autobanden en ander
                                brandbaar materiaal, dat gebruikt kan worden voor het aanleggen van
                                open vuur, aanwezig te hebben op de openbare weg of op enige andere
                                in de open lucht gelegen plaats.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing voor
                                zover de zaken of stoffen op de bedoelde plaats aanwezig zijn in
                                verband met de normale bedrijfsuitoefening vanaf het betreffende
                                perceel of aantoonbare werkzaamheden aan of op het perceel.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid is voorts niet van toepassing voor
                                zover de zaken of stoffen aanwezig zijn op plaatsen en tijden die op
                                grond van de Afvalstoffenverordening Soest zijn aangewezen ten
                                behoeve van de inzameling van afvalstoffen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:47</nr><titel>(Nacht)verblijf aan de weg</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden om op of aan de weg te liggen of te slapen, al dan
                                niet gebruikmakend van enige vorm van beschutting, waaronder in
                                ieder geval begrepen het gebruik van een auto, nadat door een
                                ambtenaar van politie is aangezegd dat dit moet worden
                                beëindigd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden op of aan de weg een voertuig, woonwagen, tent,
                                caravan of een soortgelijk of ander onderkomen te plaatsen met het
                                kennelijke doel dit als slaapplaats te gebruiken of daarin te
                                overnachten dan wel daartoe gelegenheid te bieden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen van het verbod in het tweede lid
                                ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:1</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><al>Overtreding van het bij of krachtens de volgende artikelen bepaalde en
                            de op grond van artikel 1:4 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen
                            wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete
                            van de tweede categorie: 2:1, eerste, tweede, derde, zesde en zevende
                            lid;2:9, eerste en derde lid; 2:10, eerste tot en met vijfde lid; 2:11,
                            eerste lid; 2:12, eerste lid; 2:14, eerste lid; 2:15; 2:16; 2:17, eerste
                            lid; 2:18, eerste en tweede lid; 2:21, eerste lid; 2:22, eerste en
                            tweede lid; 2:23, eerste lid; 2:25; 2:26; 2:28, eerste lid; 2:29, tweede
                            en derde lid; 2:31; 2:32, tweede lid; 2:36; 2:37; 2:38; 2:39, tweede
                            lid; 2:41, eerste en tweede lid; 2:42, eerste, tweede, vijfde, zesde en
                            zevende lid; 2:43, eerste lid; 2:44, eerste en derde lid; 2:45; 2:47,
                            eerste lid; 2:48, eerste lid; 2:49; 2:50; 2:51; 2:52; 2:52a; 2:53; 2:57,
                            eerste, derde en vierde lid; 2:58, eerste lid; 2:59, eerste en tweede
                            lid; 2:60, eerste, derde en vierde lid; 2:62; 2:64, eerste en vijfde
                            lid; 2:65; 2:67; 2:68; 2:73, eerste en tweede lid; 2:74; 3:4, eerste
                            lid; 3:6, eerste, tweede en derde lid; 3:8; 3:9, eerste, tweede, derde
                            en zesde lid; 3:10; 3:11, eerste lid; 3:14, tweede lid; 3:15, eerste
                            lid; 4:3, eerste, tweede, zesde, achtste en tiende lid; 4:5, eerste lid;
                            4:6, eerste en tweede lid; 4:6a, tweede en derde lid; 4:8; 4:9; 4:11,
                            derde en vierde lid; 4:11b, eerste en derde lid; 4:11c; 4:11d, eerste,
                            tweede en vijfde lid; 4:11g, eerste en tweede lid; 4:11h; 4:12; 4:12a;
                            4:13, eerste, tweede en derde lid; 4:15; 4:18, eerste en derde lid;
                            4:19, tweede lid; 4:20; 4:21, tweede en vijfde lid; 4:22; 5:2, eerste en
                            vierde lid; 5:3; 5:4; 5:5, eerste lid; 5:6, eerste en tweede lid; 5:7;
                            5:8, eerste, tweede en vierde lid; 5:9, eerste lid; 5:10, eerste lid;
                            5:11, eerste en derde lid; 5:12, tweede lid; 5:13, eerste en vierde lid;
                            5:15, eerste en tweede lid; 5:16, tweede en derde lid; 5:18, eerste lid;
                            5:19; 5:23, eerste lid; 5:24, eerste en derde lid; 5:25, eerste en
                            tweede lid; 5:26, tweede lid; 5:27; 5:28, eerste lid; 5:29; 5:30, eerste
                            lid; 5:31; 5:31a; 5:31b, eerste lid; 5:32, eerste en tweede lid; 5:33,
                            eerste, tweede en vijfde lid; 5:34, eerste en derde lid; 5:36; 5:37;
                            5:38, eerste lid; 5:39, eerste en derde lid; 5:42; 5:43; 5:45; 5:46,
                            eerste lid; 5:47.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:2</nr><titel>Toezichthouders</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze
                                verordening bepaalde zijn belast:</al><lijst><li nr="a."><al>de functionarissen van politie voorzover werkzaam in de
                                        regio Utrecht;</al></li><li nr="b."><al>de buitengewoon opsporingsambtenaar of -ambtenaren van de
                                        gemeente Soest;</al></li><li nr="c."><al>functionarissen van de Regionale Uitvoeringsdienst Utrecht
                                        2.0.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college dan wel de burgemeester kan daarnaast andere personen
                                met dit toezicht belasten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:3</nr><titel>Binnentreden woningen</titel></kop><al>Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van
                            een overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven
                            voorschriften welke strekken tot handhaving van de openbare orde of
                            veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van personen,
                            zijn bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder toestemming van
                            de bewoner.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:4</nr><titel>Intrekking oude verordening</titel></kop><al>De Algemene plaatselijke verordening Soest zoals vastgesteld bij
                            raadsbesluit RB 11-46 d.d. 13 oktober 2011 en gewijzigd bij raadsbesluit
                            RB 12-44 d.d. 15 november 2012 wordt ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:5</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><al>Besluiten, genomen krachtens de verordening bedoeld in artikel 6:4 die
                            golden op het moment van de inwerkingtreding van deze verordening en
                            waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent, gelden als
                            besluiten genomen krachtens deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:6</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op de dag na de dag van bekendmaking.
                            Daarbij wordt met toepassing van artikel 9 van de Referendumverordening
                            Soest afgeweken van artikel 6 van genoemde verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:7</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene plaatselijke verordening
                            Soest (APV Soest).</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><bijlage><al><vet>AFDELING 1 ORDE EN VEILIGHEID OP OPENBARE PLAATSEN EN IN
                    GEBOUWEN</vet></al><al>Artikel 2:1 Samenscholing en ongeregeldheden</al><al/><al><vet>AFDELING 2 BETOGING</vet></al><al>Artikel 2:2 Optochten [gereserveerd]</al><al>Artikel 2:3 Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen</al><al>Artikel 2:4 Afwijking termijn (Vervallen)</al><al>Artikel 2:5 Te verstrekken gegevens (Vervallen)</al><al/><al><vet>AFDELING 3 VERSPREIDEN VAN GEDRUKTE STUKKEN</vet></al><al>Artikel 2:6 Beperking aanbieden e.d. van geschreven of gedrukte stukken of
                    afbeeldingen [Gereserveerd]</al><al/><al><vet>AFDELING 4 VERTONINGEN E.D. OP DE WEG</vet></al><al>Artikel 2:7 Feest, muziek en wedstrijd e.d. [gereserveerd]</al><al>Artikel 2:8 Dienstverlening [gereserveerd]</al><al>Artikel 2:9 Straatartiest e.d.</al><al/><al><vet>AFDELING 5 BRUIKBAARHEID EN AANZIEN VAN DE WEG</vet></al><al>Artikel 2:10 Voorwerpen op of aan de weg</al><al>Artikel 2:11 (Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen
                    van een weg</al><al>Artikel 2:12 Omgevingsvergunning voor het maken of veranderen van een
                    uitweg</al><al/><al><vet>AFDELING 6 VEILIGHEID OP DE WEG</vet></al><al>Artikel 2:13 Veroorzaken van gladheid [gereserveerd]</al><al>Artikel 2:14 Winkelwagentjes</al><al>Artikel 2:15 Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp</al><al>Artikel 2:16 Openen straatkolken e.d.</al><al>Artikel 2:17 Kelderingangen e.d.</al><al>Artikel 2:18 Rookverbod in bossen en natuurterreinen</al><al>Artikel 2:19 Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp [gereserveerd]</al><al>Artikel 2:20 Vallende voorwerpen [gereserveerd]</al><al>Artikel 2:21 Voorzieningen voor verkeer en verlichting</al><al>Artikel 2:22 Objecten onder hoogspanningslijn</al><al>Artikel 2:23 Veiligheid op het ijs</al><al/><al><vet>AFDELING 7 EVENEMENTEN</vet></al><al>Artikel 2:24 Begripsbepaling</al><al>Artikel 2:25 Evenement</al><al>Artikel 2:26 Ordeverstoring</al><al/><al><vet>AFDELING 8 TOEZICHT OP OPENBARE INRICHTINGEN</vet></al><al>Artikel 2:27 Begripsbepalingen</al><al>Artikel 2:28 Exploitatie openbare inrichting</al><al>Artikel 2:29 Sluitingstijd</al><al>Artikel 2:30 Afwijking sluitingstijd; tijdelijke sluiting</al><al>Artikel 2:31 Verboden gedragingen</al><al>Artikel 2:32 Handel binnen openbare inrichtingen</al><al>Artikel 2:33 Het college als bevoegd bestuursorgaan </al><al>Artikel 2:34 [Gereserveerd]</al><al/><al><vet>AFDELING 8A. BIJZONDERE BEPALINGEN OVER HORECABEDRIJVEN ALS BEDOELD IN
                        DE</vet></al><al><vet>DRANK- EN HORECAWET</vet></al><al>Artikel 2:34a Begripsbepaling</al><al>Artikel 2:34b Regulering paracommerciële rechtspersonen</al><al>Artikel 2:34c Beperkingen voor horecabedrijven en slijtersbedrijven</al><al>Artikel 2:34d Koppeling toegang aan leeftijden [Gereserveerd]</al><al>Artikel 2:34e Beperkingen voor andere detailhandel dan slijtersbedrijven
                    [Gereserveerd]</al><al>Artikel 2:34f Verbod "happy hours"</al><al/><al><vet>AFDELING 9 TOEZICHT OP INRICHTINGEN TOT HET VERSCHAFFEN VAN
                        NACHTVERBLIJF</vet></al><al>Artikel 2:35 Begripsbepaling</al><al>Artikel 2:36 Kennisgeving exploitatie</al><al>Artikel 2:37 Nachtregister</al><al>Artikel 2:38 Verschaffing gegevens nachtregister</al><al/><al><vet>AFDELING 10 TOEZICHT OP SPEELGELEGENHEDEN</vet></al><al>Artikel 2:39 Speelgelegenheden</al><al>Artikel 2:40 Kansspelautomaten</al><al/><al><vet>AFDELING 11 MAATREGELEN TEGEN OVERLAST EN BALDADIGHEID</vet></al><al>Artikel 2:41 Betreden gesloten woning of lokaal</al><al>Artikel 2:42 Plakken en kladden</al><al>Artikel 2:43 Vervoer plakgereedschap e.d.</al><al>Artikel 2:44 Vervoer inbrekerswerktuigen of hulpmiddelen voor
                    winkeldiefstal</al><al>Artikel 2:45 Betreden van plantsoenen e.d.</al><al>Artikel 2:46 Rijden over bermen e.d. [Gereserveerd]</al><al>Artikel 2:47 Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen</al><al>Artikel 2:48 Verboden drankgebruik</al><al>Artikel 2:49 Verboden gedrag bij of in gebouwen</al><al>Artikel 2:50 Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke ruimten</al><al>Artikel 2:51 Neerzetten van fietsen e.d.</al><al>Artikel 2:52 Overlast van fiets of bromfiets op markt en kermisterrein e.d.</al><al>Artikel 2:52a Verboden toegang fietsen e.d.</al><al>Artikel 2:53 Bespieden van personen</al><al>Artikel 2:54 Bewakingsapparatuur [gereserveerd]</al><al>Artikel 2:55 Nodeloos alarmeren [gereserveerd]</al><al>Artikel 2:56 Alarminstallaties [gereserveerd]</al><al>Artikel 2:57 Loslopende honden</al><al>Artikel 2:58 Verontreiniging door honden</al><al>Artikel 2:59 Gevaarlijke honden</al><al>Artikel 2:60 Houden of voederen van hinderlijke of schadelijke dieren</al><al>Artikel 2:61 Wilde dieren [gereserveerd]</al><al>Artikel 2:62 Loslopend vee</al><al>Artikel 2:63 Duiven [Gereserveerd]</al><al>Artikel 2:64 Bijen</al><al>Artikel 2:65 Bedelarij</al><al/><al><vet>AFDELING 12 BEPALINGEN TER BESTRIJDING VAN HELING VAN GOEDEREN</vet></al><al>Artikel 2:66 Begripsbepaling</al><al>Artikel 2:67 Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister</al><al>Artikel 2:68 Voorschriften als bedoeld in artikel 437ter van het Wetboek van
                    Strafrecht</al><al>Artikel 2:69 Vervreemding van door opkoop verkregen goederen [gereserveerd]</al><al>Artikel 2:70 Handel in horecabedrijven (Verplaatst)</al><al/><al><vet>AFDELING 13 VUURWERK</vet></al><al>Artikel 2:71 Begripsbepaling</al><al>Artikel 2:72 Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens de
                    verkoopdagen [Gereserveerd]</al><al>Artikel 2:73 Gebruik van consumentenvuurwerk tijdens de jaarwisseling</al><al/><al><vet>AFDELING 14 DRUGSOVERLAST</vet></al><al>Artikel 2:74 Drugshandel op straat</al><al/><al><vet>AFDELING 15 BESTUURLIJKE OPHOUDING, VEILIGHEIDSRISICOGEBIEDEN EN
                        CAMERATOEZICHT OP OPENBARE PLAATSEN</vet></al><al>Artikel 2:75 Bestuurlijke ophouding</al><al>Artikel 2:76 Veiligheidsrisicogebieden</al><al>Artikel 2:77 Cameratoezicht op openbare plaatsen</al><al/><al><vet>AFDELING 1 BEGRIPSBEPALINGEN</vet></al><al>Artikel 3:1 Begripsbepalingen</al><al>Artikel 3:2 Bevoegd bestuursorgaan</al><al>Artikel 3:3 Nadere regels</al><al/><al><vet>AFDELING 2 SEKSINRICHTINGEN, STRAATPROSTITUTIE, SEKSWINKELS EN
                        DERGELIJKE</vet></al><al>Artikel 3:4 Seksinrichtingen</al><al>Artikel 3:5 Gedragseisen exploitant en beheerder</al><al>Artikel 3:6 Sluitingstijden</al><al>Artikel 3:7 Tijdelijke afwijking sluitingstijden; (tijdelijke) sluiting</al><al>Artikel 3:8 Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en beheerder</al><al>Artikel 3:9 Straatprostitutie</al><al>Artikel 3:10 Sekswinkels</al><al>Artikel 3:11 Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van erotisch-pornografische
                    goederen, afbeeldingen en dergelijke</al><al/><al><vet>AFDELING 3 BESLISSINGSTERMIJN; WEIGERINGSGRONDEN</vet></al><al>Artikel 3:12 Beslistermijn</al><al>Artikel 3:13 Weigeringsgronden</al><al/><al><vet>AFDELING 4 BEËINDIGING EXPLOITATIE; WIJZIGING BEHEER</vet></al><al>Artikel 3:14 Beëindiging exploitatie</al><al>Artikel 3:15 Wijziging beheer</al><al/><al><vet>AFDELING 5 OVERGANGSBEPALING</vet></al><al>Artikel 3:16 Overgangsbepaling [Gereserveerd]</al><al/><al><vet>AFDELING 1 GELUIDHINDER EN VERLICHTING</vet></al><al>Artikel 4:1 Begripsbepalingen</al><al>Artikel 4:2 Aanwijzing collectieve festiviteiten [Gereserveerd]</al><al>Artikel 4:3 Kennisgeving incidentele festiviteiten</al><al>Artikel 4:4 Verboden incidentele festiviteiten [gereserveerd]</al><al>Artikel 4:5 Onversterkte muziek</al><al>Artikel 4:6 Overige geluidhinder</al><al>Artikel 4:6a Geluidswagen</al><al/><al><vet>AFDELING 2 BODEM-, WEG- EN MILIEUVERONTREINIGING</vet></al><al>Artikel 4:7 Straatvegen [Gereserveerd]</al><al>Artikel 4:8 Natuurlijke behoefte doen</al><al>Artikel 4:9 Toestand van sloten en andere wateren en niet-openbare riolen en
                    putten buiten gebouwen</al><al/><al><vet>AFDELING 3 HET BESCHERMEN VAN HOUTOPSTANDEN</vet></al><al>Artikel 4:10 Begripsomschrijving</al><al>Artikel 4:11 Beschermwaardige bomen (categorieën 1 t/m 3): Bomenkaart "de groene
                    parels van Soest"</al><al>Artikel 4:11a Beschermwaardige bomen: toetsingscriteria</al><al>Artikel 4:11b Beschermwaardige bomen: verbod op vellen behoudens vergunning</al><al>Artikel 4:11c Beschermwaardige bomen: compensatie</al><al>Artikel 4:11d Omgevingsvergunning voor het vellen van niet-beschermwaardige
                    bomen (categorieën 4 en 5)</al><al>Artikel 4:11e Niet-beschermwaardige bomen: weigeringsgronden</al><al>Artikel 4:11f Niet-beschermwaardige bomen: compensatie</al><al>Artikel 4:11g Vergunningsvoorschriften</al><al>Artikel 4:11h Instandhoudingplicht</al><al>Artikel 4:11i Aanvraag</al><al>Artikel 4:11j Schadevergoeding</al><al>Artikel 4:12 Bestrijding van boomziekten</al><al>Artikel 4:12a Bescherming van openbare houtopstanden en groenvoorzieningen</al><al>Artikel 4:12b Afstand tot de erfgrens</al><al/><al><vet>AFDELING 4 MAATREGELEN TEGEN ONTSIERING EN STANKOVERLAST</vet></al><al>Artikel 4:13 Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen enz.</al><al>Artikel 4:14 Stankoverlast door gebruik van meststoffen [gereserveerd]</al><al>Artikel 4:15 Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame</al><al>Artikel 4:16 Vergunningsplicht lichtreclame [gereserveerd]</al><al/><al><vet>AFDELING 5 KAMPEREN BUITEN KAMPEERTERREINEN</vet></al><al>Artikel 4:17 Begripsbepaling</al><al>Artikel 4:18 Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen</al><al>Artikel 4:19 Aanwijzing kampeerplaatsen</al><al/><al><vet>AFDELING 6 BESCHERMING VAN FLORA EN FAUNA</vet></al><al>Artikel 4:20 Beschermde planten; hout sprokkelen</al><al/><al><vet>AFDELING 1 PARKEEREXCESSEN</vet></al><al>Artikel 5:1 Begripsbepalingen</al><al>Artikel 5:2 Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d.</al><al>Artikel 5:3 Te koop aanbieden van voertuigen</al><al>Artikel 5:4 Defecte voertuigen</al><al>Artikel 5:5 Voertuigwrakken</al><al>Artikel 5:6 Kampeermiddelen e.d.</al><al>Artikel 5:7 Parkeren van reclamevoertuigen</al><al>Artikel 5:8 Parkeren van grote voertuigen</al><al>Artikel 5:9 Parkeren van uitzicht belemmerende voertuigen</al><al>Artikel 5:10 Parkeren van voertuigen met stank verspreidende stoffen</al><al>Artikel 5:11 Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen</al><al>Artikel 5:12 Overlast van fiets of bromfiets</al><al/><al><vet>AFDELING 2 COLLECTEREN</vet></al><al>Artikel 5:13 Inzameling van geld of goederen</al><al/><al><vet>AFDELING 3 VENTEN</vet></al><al>Artikel 5:14 Begripsbepaling</al><al>Artikel 5:15 Ventverbod</al><al>Artikel 5:16 Vrijheid van meningsuiting</al><al/><al><vet>AFDELING 4 STANDPLAATSEN</vet></al><al>Artikel 5:17 Begripsbepaling</al><al>Artikel 5:18 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden</al><al>Artikel 5:19 Toestemming rechthebbende</al><al>Artikel 5:20 Afbakeningsbepalingen</al><al>Artikel 5:21 Aanhoudingsplicht [gereserveerd]</al><al/><al><vet>AFDELING 5 SNUFFELMARKTEN</vet></al><al>Artikel 5:22 Begripsbepaling</al><al>Artikel 5:23 Organiseren van een snuffelmarkt</al><al/><al><vet>AFDELING 6 OPENBAAR WATER</vet></al><al>Artikel 5:24 Voorwerpen op, in of boven openbaar water</al><al>Artikel 5:25 Ligplaats woonschepen en overige vaartuigen</al><al>Artikel 5:26 Aanwijzingen ligplaats</al><al>Artikel 5:27 Verbod innemen ligplaats</al><al>Artikel 5:28 Beschadigen van waterstaatswerken</al><al>Artikel 5:29 Reddingsmiddelen</al><al>Artikel 5:30 Veiligheid op het water</al><al>Artikel 5:31 Overlast aan vaartuigen</al><al>Artikel 5:31a Onderhoud en aanleg</al><al>Artikel 5:31b Onttrekken en lozen van water in verband met het
                    waterkwaliteitsbeheer en het natuurbeheer</al><al>Artikel 5:31c Begripsomschrijvingen en algemene voorschriften</al><al/><al><vet>AFDELING 7 CROSSTERREINEN EN GEMOTORISEERD EN RUITERVERKEER IN
                        NATUURGEBIEDEN</vet></al><al>Artikel 5:31d Begripsbepalingen</al><al>Artikel 5:32 Crossterreinen</al><al>Artikel 5:33 Beperking verkeer in natuurgebieden</al><al/><al><vet>AFDELING 8 VERBOD VUUR TE STOKEN</vet></al><al>Artikel 5:34 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins
                    vuur te stoken</al><al/><al><vet>AFDELING 9 VERSTROOIING VAN AS</vet></al><al>Artikel 5:35 Begripsbepaling</al><al>Artikel 5:36 Verboden plaatsen</al><al>Artikel 5:37 Hinder of overlast</al><al/><al><vet>AFDELING 10 STRAATNAAMBORDEN, HUISNUMMERS E.D.</vet></al><al>Artikel 5:38 Gedoogplicht aanduidingen</al><al>Artikel 5:39 Verwijdering e.d. aanduidingen</al><al/><al><vet>AFDELING 11 DESTRUCTIE</vet></al><al>Artikel 5:40 Begripsomschrijving</al><al>Artikel 5:41 Verzamelplaatsen</al><al>Artikel 5:42 Vervoer naar verzamelplaats</al><al>Artikel 5:43 Opslag</al><al>Artikel 5:44 Uitzondering</al><al/><al><vet>AFDELING 12 OVERIGE ONDERWERPEN</vet></al><al>Artikel 5:45 Gebruik gemeentewapen of gemeentevlag</al><al>Artikel 5:46 Verzameling hout voor open vuur</al><al>Artikel 5:47 (Nacht)verblijf aan de weg</al><al>Artikel 6:1 Strafbepaling</al><al>Artikel 6:2 Toezichthouders</al><al>Artikel 6:3 Binnentreden woningen</al><al>Artikel 6:4 Intrekking oude verordening</al><al>Artikel 6:5 Overgangsbepaling</al><al>Artikel 6:6 Inwerkingtreding</al><al>Artikel 6:7 Citeertitel</al><al/></bijlage></regeling></body></cvdr>