<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--
      meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR360106_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op het recht van enquête van Provinciale Staten van Limburg 2015 (WIJZIGING)</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Provincie">Limburg</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-11-05</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Provincie">Limburg</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Provinciaal Blad, 2015, 4401</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening op het recht van enquête van Provinciale Staten van Limburg 2015 (WIJZIGING)</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Provinciewet, art.151 a</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanProvincie">provinciale staten</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-07-10</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-07-21</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-11-06</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>wijziging</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>bestuurlijke organisatie</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op het recht van enquête van Provinciale Staten van Limburg 2015
            (WIJZIGING)</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 1 Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al> enquête: een onderzoek als bedoeld in artikel 151a, eerste lid,
                                    van de Provinciewet;</al></li><li nr="b."><al> enquêtecommissie: een Statencommissie als bedoeld in artikel
                                    151a, derde lid, van de Provinciewet;</al></li><li nr="c."><al> Statencommissie: een Statencommissie zoals bedoeld in artikel 1
                                    van het Gewijzigd Reglement van orde voor Provinciale Staten van
                                    Limburg 2015;</al></li><li nr="d."><al> Statenonderzoeker: onderzoeker zoals bedoeld in artikel 2 van
                                    het Gewijzigd Statuut Statenonderzoeker provincie Limburg
                                    2015;</al></li><li nr="e."><al> doelmatigheid: de vraag in hoeverre met de gegeven middelen het
                                    maximale resultaat is bereikt of gegeven het resultaat, in
                                    hoeverre dit met minimale inspanning is bereikt;</al></li><li nr="f."><al> doeltreffendheid: de mate waarin de vooraf gestelde doelen van
                                    provinciaal beleid ook daadwerkelijk zijn bereikt;</al></li><li nr="g."><al> Commissie van (voorbereiding van) Onderzoek: Statencommissie
                                    zoals bedoeld in het Gewijzigd Reglement van orde voor
                                    provinciale Staten 2015.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 2 Een enquête</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 2 Instellen van een enquête/enquêtecommissie</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Provinciale Staten besluiten op een voorstel tot het verrichten van
                                een enquête met inachtneming van het advies van de Commissie van
                                (voorbereiding van) Onderzoek. In dit enquêtevoorstel is het
                                onderwerp en de strekking van de enquête beschreven.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Het Presidium benoemt op voordracht van de fracties de leden en
                                plaatsvervangers van de enquêtecommissie.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> De enquêtecommissie stelt in overleg met de griffier en de algemeen
                                directeur een enquête-opdracht op met daar in het onderwerp van de
                                enquête, de doelstelling(en), de enquêtevra(a)g(en), de
                                enquêtemethode(n), het normenkader en de enquêteplanning.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> De enquête-opdracht wordt in de eerste vergadering van de
                                enquêtecommissie besproken en, na eventuele wijzigingen, door de
                                enquêtecommissie vastgesteld.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3 Voorzitter/plaatsvervangend voorzitter</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Het Presidium benoemt een Statenlid als voorzitter van de
                                enquêtecommissie.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Bij verhindering of afwezigheid van de commissievoorzitter wijst de
                                Statencommissie uit haar midden een plaatsvervangend voorzitter
                                aan.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> De commissievoorzitter is tevens lid van de enquêtecommissie.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> De commissievoorzitter is belast met: </al><lijst><li nr="a."><al> het leiden van de beraadslaging en de zitting;</al></li><li nr="b."><al> het handhaven van de orde;</al></li><li nr="c."><al> het doen naleven van bij of krachtens deze verordening
                                        gestelde regels;</al></li><li nr="d."><al> hetgeen deze verordening hem verder opdraagt en hetgeen
                                        noodzakelijk is voor de voortgang van de werkzaamheden van
                                        de enquêtecommissie;</al></li><li nr="e."><al> het vertegenwoordigen van de enquêtecommissie in
                                        vergaderingen met Provinciale Staten, Gedeputeerde Staten en
                                        Statencommissies uit Provinciale Staten en bij contacten met
                                        derden.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4 Beëindiging van het lidmaatschap</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Het lidmaatschap van de enquêtecommissie eindigt indien: </al><lijst><li nr="a."><al> Provinciale Staten besluiten tot opheffing van de
                                        enquêtecommissie;</al></li><li nr="b."><al> een lid ophoudt lid te zijn van Provinciale Staten;</al></li><li nr="c."><al> de enquêtecommissie besluit een lid van zijn
                                        enquêtecommissie te horen;</al></li><li nr="d."><al> een lid ontslag neemt;</al></li><li nr="e."><al> een lid wordt ontslagen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Een lid van de enquêtecommissie kan op elk moment ontslag nemen.
                                Hiervan brengt het lid de voorzitter van de enquêtecommissie en
                                Provinciale Staten zo spoedig mogelijk schriftelijk op de
                                hoogte.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Het Presidium kan een lid ontslaan, wanneer deze naar het oordeel
                                van de enquêtecommissie niet langer geschikt is of in staat is zijn
                                lidmaatschap te vervullen. Het Presidium neemt niet eerder een
                                besluit dan nadat Provinciale Staten zijn geïnformeerd.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> In openstaande vacatures wordt zo spoedig mogelijk voorzien.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al> De leden 1 tot en met 4 van dit artikel zijn van overeenkomstige
                                toepassing op de plaatsvervangende leden.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5 Bevoegdheden van de enquêtecommissie</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De enquêtecommissie kan buiten de in artikel 151b, eerste lid, van
                                de Provinciewet genoemde personen tevens anderen verzoeken om
                                medewerking aan de enquête te verlenen. Laatstgenoemde medewerking
                                geschiedt op vrijwillige basis.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De enquêtecommissie kan besluiten derden in te schakelen voor het
                                uitvoeren van opdrachten die zij in het kader van de enquête en de
                                uitoefening van haar taak nodig acht.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> De enquêtecommissie kan in het belang van de enquête in
                                beslotenheid met een ieder informatieve gesprekken voeren, welke als
                                zodanig geen onderdeel van de enquête uitmaken. Er bestaat hiertoe
                                geen plicht tot medewerking.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> De enquêtecommissie besluit met meerderheid van stemmen.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6 Ambtelijke bijstand</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De griffier wijst ter ondersteuning van de enquêtecommissie een
                                commissiegriffier en een Statenonderzoeker als bedoeld in het
                                Gewijzigd Statuut voor de Statenonderzoeker provincie Limburg 2015
                                aan.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De commissiegriffier en de Statenonderzoeker zijn geen lid van de
                                enquêtecommissie.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De commissiegriffier en de Statenonderzoeker zijn bij iedere zitting
                                aanwezig.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Bij verhindering of afwezigheid van de commissiegriffier of
                                Statenonderzoeker wordt de plaats ingenomen door een daartoe door de
                                griffier aangewezen vervanger.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al> De commissiegriffier is verantwoordelijk voor de organisatie en de
                                ondersteuning van de enquêtecommissie.</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al> De Statenonderzoeker analyseert vraagstukken ter ondersteuning van
                                de enquêtecommissie. De enquêtecommissie blijft echter zelf
                                verantwoordelijk voor de invulling van haar enquêtetaken.</al></lid><lid><lidnr>7</lidnr><al> De enquêtecommissie legt verantwoording over de invulling van haar
                                de enquêtetaken af aan Provinciale Staten.</al></lid><lid><lidnr>8</lidnr><al> Alle activiteiten van de leden vallen onder de verantwoordelijkheid
                                van de enquêtecommissie.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7 Zittingen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De voorzitter van de enquêtecommissie bepaalt plaats en tijdstip
                                van de zitting en brengt die ter openbare kennis.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De voorzitter roept de leden van de enquêtecommissie, getuigen en
                                deskundigen tenminste twee weken voor de zitting op.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Binnen drie werkdagen na verzending van de oproep kunnen de
                                getuigen en deskundigen onder opgaaf van redenen de voorzitter
                                verzoeken het tijdstip van de zitting te wijzigen.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> De beslissing van de voorzitter op dit verzoek wordt uiterlijk één
                                week voor het tijdstip van de zitting aan de betrokken getuige of
                                deskundige medegedeeld.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al> De getuigen en deskundigen ontvangen op hun daartoe strekkend
                                verzoek schadeloosstelling, door de enquêtecommissie op vertoon van
                                de schriftelijke oproeping of de akte van dagvaarding, te begroten
                                overeenkomstig het bepaalde omtrent getuigen en deskundigen
                                krachtens artikel 57 van de Wet tarieven in burgerlijke zaken.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8 Getuigen en deskundigen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Indien de behoorlijk opgeroepen getuige of deskundige niet
                                verschijnt, wordt daarvan een proces-verbaal opgemaakt, hetwelk een
                                nauwkeurige omschrijving van de oproeping behelst en door de
                                voorzitter en de commissiegriffier wordt ondertekend.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Wanneer een getuige of deskundige weigert te antwoorden, of weigert
                                de eed of de belofte af te leggen, wordt daarvan proces-verbaal
                                opgemaakt, hetwelk de redenen van die weigering, zo die gegeven
                                zijn, inhoudt, en door de voorzitter en de commissiegriffier wordt
                                ondertekend.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> De schriftelijke aantekening van de afgelegde verklaringen of
                                gegeven berichten wordt aan de getuigen of deskundigen voorgelezen
                                of ter inzage verstrekt en door dezen ondertekend.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9 Geheimhouding</titel></kop><al>Voor zover stukken, waarvoor geheimhouding geldt op grond van artikel
                            151a, vierde lid juncto artikel 91, eerste lid van de Provinciewet, deel
                            uitmaken van het eindverslag van de enquêtecommissie, worden deze onder
                            oplegging van geheimhouding aan Provinciale Staten, aan leden van
                            Provinciale Staten en indien noodzakelijk aan Gedeputeerde Staten
                            overgelegd, met inachtneming van het bepaalde in de artikelen 25 en 55
                            van de Provinciewet.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 10 Toehoorders en de pers</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De toehoorders en vertegenwoordigers van de pers kunnen uitsluitend
                                op de voor hen bestemde plaatsen openbare zittingen bijwonen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Het geven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze
                                verstoren van de orde is verboden.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> De voorzitter is bevoegd, toehoorders die op enigerlei wijze de
                                orde van de vergadering verstoren, te doen vertrekken.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 11 Geluid- en beeldregistraties</titel></kop><al>Degenen die tijdens de zitting geluid- dan wel beeldregistraties willen
                            maken doen hiervan mededeling aan de commissiegriffier en gedragen zich
                            naar diens aanwijzingen.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 12 Verslaglegging zitting</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De commissiegriffier draagt zorg voor de verslaglegging van de
                                zitting.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Het verslag vermeldt de namen van de aanwezigen en hun hoedanigheid
                                voor zover van belang.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Het verslag houdt een zakelijke vermelding in van wat over en weer
                                is gezegd en wat verder ter zitting is voorgevallen.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Het verslag verwijst naar de op de zitting overgelegde bescheiden,
                                die aan het verslag kunnen worden gehecht.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al> Het verslag wordt ondertekend door de voorzitter en de
                                commissiegriffier.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 13 Beraadslagingen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De enquêtecommissie beraadslaagt indien een lid dat nodig
                                acht.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De enquêtecommissie beraadslaagt achter gesloten deuren.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 14 Afronding enquête</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Na afronding van de enquête door de enquêtecommissie worden haar
                                bevindingen rechtstreeks voorgelegd aan Provinciale Staten.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De beëindiging van de enquête wordt op de reguliere wijze bekend
                                gemaakt.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 15 Archivering</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Na beëindiging van de enquête bewaren Provinciale Staten de
                                processen-verbaal en de overige bescheiden van de enquête gedurende
                                een door hen te bepalen periode. Hierbij wordt rekening gehouden met
                                het bepaalde in de Archiefwet 1995.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De beheerder van het provinciaal archief wordt schriftelijk
                                geïnformeerd over de bescheiden en aantekeningen, die ingevolge een
                                besluit van de enquêtecommissie geheim dienen te blijven. Hierbij
                                wordt rekening gehouden met het bepaalde in de Archiefwet 1995.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> De enquêtecommissie bepaalt gedurende welke periode voornoemde
                                bescheiden geheim zijn.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 3 Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 16 Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al> Deze verordening treedt onmiddellijk in werking op de dag na
                                    bekendmaking in het Provinciaal Blad.</al></li><li nr="2."><al> De “Verordening op het recht (van enquête) van Provinciale
                                    Staten van Limburg 2015”, vastgesteld bij besluit van
                                    Provinciale Staten van 6 februari 2015, vervalt bij de
                                    inwerkingtreding van deze verordening.</al></li><li nr="3."><al> Deze verordening wordt aangehaald als “Gewijzigde Verordening
                                    op het recht van enquête van Provinciale Staten 2015”.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus besloten in de openbare vergadering van Provinciale Staten, gehouden
                        op 10 juli 2015 Provinciale Staten voornoemd</al></slotformulering><ondertekening>de voorzitter, dhr. drs. Th.J.F.M. Bovens</ondertekening><ondertekening>de griffier, mw. drs. J.J. Braam</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>