<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR359869_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Participatiefonds 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Landerd</dcterms:creator><dcterms:modified>2015-02-26</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Landerd</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Arena, 27 februari 2015</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening participatiefonds voor sportieve en culturele activiteiten en schoolgaande kinderen 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Art 147 Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-02-12</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-02-28</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2015-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2022-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling vervangt de Verordening participatiefonds voor sportieve en culturele activiteiten en schoolgaande kinderen 2013</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening Participatiefonds 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Landerd;</al><al>Gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 18 november
                        2014;</al><al>gelet op artikel 147, eerste lid, van de Gemeentewet; </al><al>Overwegende dat het wenselijk is financiële belemmeringen voor deelname
                        aan maatschappelijke activiteiten op het gebied van sportieve,
                        sociaal-culturele en educatieve activiteiten te verminderen of zoveel
                        mogelijk op te heffen, zowel voor volwassenen als voor kinderen die
                        onderwijs of een beroepsopleiding volgen; </al><al>Overwegende, dat het noodzakelijk is het verstrekken van een vergoeding
                        participatiefonds aan uitkeringsgerechtigden en jongeren van 21 jaar of
                        ouder bij verordening te regelen;</al><al><vet>b e s l u i t :</vet></al><al>Tot het vaststellen van de Verordening Participatiefonds 2015 </al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>1.Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet
                            nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de
                            Participatiewet en de Algemene wet bestuursrecht (Awb).</al><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al><cursief>r</cursief><cursief>echthebbende</cursief>:</al><lijst><li nr="-"><al>de inwoner van Landerd van 21 jaar en ouder, niet zijnde
                                            een student, die een uitkering ontvangt op grond van de
                                            Participatiewet</al></li><li nr="-"><al>de inwoner van Landerd van 21 jaar en ouder, niet zijnde
                                            een student, die een inkomen heeft dat gelijk is aan of
                                            minder dan 120 % van de voor hem geldende
                                            bijstandsnorm;</al></li><li nr="-"><al>Kinderen tot 18 jaar, voor wie kinderbijslag wordt
                                            ontvangen, van ouders/ verzorgers met een inkomen op
                                            grond van de Participatiewet, Ioaw en Ioaz en/of dat
                                            gelijk is aan of minder dan 120 % van de voor hem
                                            geldende bijstandsnorm;</al></li></lijst></li><li nr="b."><al><cursief>Schoolgaande kinderen</cursief>: kinderen van 12 tot 18
                                    jaar die voltijd dagonderwijs volgen (voortgezet
                                    onderwijs);</al></li><li nr="c."><al><cursief>Subsidiejaar:</cursief> tijdvak van een jaar lopend van
                                    1 januari tot 1 januari van het jaar daarop volgend;</al></li><li nr="d."><al><cursief>Student:</cursief> studerende van 21 jaar en ouder die
                                    recht heeft op studiefinanciering;</al></li><li nr="e."><al><cursief>Bijstand</cursief>: de bijstandsnorm bedoeld in
                                    hoofdstuk 3, paragraaf 2 en 3, van de Participatiewet</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Doel en voorwaarden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Doel</titel></kop><al>Het doel van het participatiefonds is om inwoners van Landerd met een
                            minimum inkomen of net daarboven in staat te stellen deel te (blijven)
                            nemen aan sportieve en culturele activiteiten. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Voorwaarden</titel></kop><al>De in artikel 1 genoemde rechthebbenden komen slechts voor een
                            vergoeding in aanmerking indien:</al><lijst><li nr="1."><al>Het netto inkomen vanaf datum aanvraag, lager dan of gelijk is
                                    dan de voor hen geldende bijstandsnorm;</al></li><li nr="2."><al>Het vermogen niet meer bedraagt dan het vrij te laten vermogen
                                    zoals vermeld in artikel 34 lid 3 van de Participatiewet.</al></li><li nr="3."><al>Niet op een andere wijze subsidies voor de gedeclareerde
                                    activiteiten worden ontvangen of verstrekt.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Voorzieningen en vergoeding</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>De voorzieningen</titel></kop><al>De volgende kosten komen voor vergoeding in aanmerking:</al><lijst><li nr="a."><al>Sportieve en culturele activiteiten ;</al></li><li nr="b."><al>Studiekosten voor schoolgaande kinderen; </al></li><li nr="c."><al>Abonnementen en seizoenkaarten</al></li><li nr="d."><al>Voorstellingen schouwburg en bioscoop;</al></li><li nr="e."><al>Cursusgelden;</al></li><li nr="f."><al>Eenmalige activiteiten.</al></li><li nr="g."><al>Pc regeling</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>De vergoedingen</titel></kop><al>De bijdrage uit het participatiefonds bedraagt per jaar maximaal</al><lijst><li nr="a."><al>Voor de onderdelen a,c, d.e en f € 200,-- per rechthebbende per
                                    jaar</al><al>·Met dien verstande dat de bijdrage voor thuiswonende tot het
                                    gezin behorende kinderen tot 18 jaar, € 275,- bedraagt. </al></li><li nr="b."><al>Voor het onderdeel b voor alle tot het gezin behorende € 350,--
                                    per schoolgaand kind</al></li><li nr="c."><al>Voor het onderdeel g wordt voor alle tot het gezin behorende
                                    schoolgaande kinderen maximaal 750,- per 5 jaar verstrekt</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Vergoeding kosten 65+-ers</titel></kop><al>Personen ouder dan 65 jaar komen, naast de in artikel 4 genoemde kosten,
                            ook voor volgende kosten in aanmerking:</al><lijst><li nr="1."><al>Abonnement voor de telefoon;</al></li><li nr="2."><al>Abonnement voor krant of tijdschrift;</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Aanvraag</titel></kop><al>Het aanvragen van een vergoeding geschiedt bij team Sociale Zaken met
                            behulp van een daartoe bestemd aanvraag- en inlichtingenformulier.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Voorlichting</titel></kop><al>Team Sociale Zaken geeft schriftelijk voorlichting over de mogelijkheden
                            van het participatiefonds, de wijze van behandeling van een aanvraag, de
                            besluitvorming en de mogelijkheden die aanvrager ten dienste staan ter
                            verwezenlijking van zijn aanspraak.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><al>Op de aanvraag wordt zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen vier
                            weken beslist.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Nadere regels</titel></kop><al>De uitvoering van deze verordening berust bij het college.</al><al>Het college kan nadere regels stellen voor:</al><lijst><li nr="1."><al>Het aanvragen van een vergoeding;</al></li><li nr="2."><al>De beoordeling van de aanvragen;</al></li><li nr="3."><al>Het nemen van beslissingen naar aanleiding van de
                                    aanvragen;</al></li><li nr="4."><al>De betaling;</al></li><li nr="5."><al>Wat verder door de toepassing van deze verordening moet worden
                                    geregeld.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Onvoorziene omstandigheden</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders kunnen in bijzondere gevallen ten gunste van
                            de aanvrager afwijken van de bepalingen in deze verordening, indien
                            toepassing van de verordening tot onbillijkheden van overwegende aard
                            leidt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Verantwoording</titel></kop><al>Het door het gemeentebestuur gevoerde beleid wordt jaarlijks
                            geëvalueerd. Indien de evaluatie daartoe aanleiding geeft wordt deze
                            verordening aangepast. Het college zendt hiertoe jaarlijks na de
                            inwerkingtreding van de verordening aan de raad een verslag over de
                            doeltreffendheid en de effecten van de verordening in de praktijk</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: Participatiefonds 2015.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na
                                    bekendmaking en werkt terug tot en met 1 januari 2015.</al></li><li nr="2."><al>De verordening Participatiefonds voor sportieve en culturele
                                    activiteiten en schoolgaande kinderen 2012, vastgesteldin
                                    de vergadering van 26 januari 2012 wordt ingetrokken op de dag
                                    van inwerkingtreding als bedoeld in het eerste lid.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare vergadering</ondertekening><ondertekening>van de raad der gemeente Landerd</ondertekening><ondertekening>van 12 februari 2015</ondertekening><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>J.A.G. Huijs M.C. Bakermans</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting op de Verordening Participatiefonds 2015</titel></kop><tussenkop>Algemeen</tussenkop><al>Met ingang van 1 januari 2015 treed de Participatiewet in werking. Reden waarom
                    de bestaande verordening is aangepast.</al><al>Deze verordening regelt diverse voorzieningen welke de gemeente Landerd voor
                    minima kent. De verordening vervangt de eerder vastgestelde verordening. </al><tussenkop>Artikelsgewijze toelichting</tussenkop><tussenkop>Artikel 1, 2, 3. Begripsbepalingen, doel en voorwaarden </tussenkop><al>Minima met een inkomen tot en met 120 % van de voor hen geldende bijstandsnorm
                    kunnen in aanmerking komen voor een voorziening. Studenten vallen niet onder het
                    begrip belanghebbende. Wellicht ten overvloede wordt opgemerkt dat de
                    voorziening niet van toepassing op bewoners van campings en recreatieverblijven
                    in de gemeente. </al><al>Met betrekking tot het vermogen wordt aangesloten bij de vermogensgrenzen zoals
                    gehanteerd in de Participatiewet.</al><tussenkop>Artikel 4,5 en 6 De voorzieningen, de vergoedingen</tussenkop><tussenkop>Sportieve en culturele activiteiten</tussenkop><al>Burgemeester en wethouders kunnen een bijdrage verstrekken in de kosten voor
                    sportieve en culturele activiteiten. Deze activiteiten moeten in georganiseerd
                    verband plaats vinden. De belanghebbende of zijn ten laste komende kinderen
                    dienen lid of contribuant te zijn van een rechtspersoonlijkheid bezittende
                    vereniging of stichting. De belanghebbende dient betalingsbewijzen te overleggen
                    waaruit blijkt dat hij daadwerkelijk kosten maakt voor deze activiteiten. Deze
                    bijdrage kan voor meerdere activiteiten verstrekt worden.</al><tussenkop>Studiekosten voor schoolgaande kinderen</tussenkop><al>Kinderen die voortgezet onderwijs volgen kosten de ouders veel geld.
                    Burgemeester en wethouders kunnen een bijdrage voor een tegemoetkoming in de
                    studiekosten verstrekken. Het gaat om kinderen in de leeftijd van 12 tot en met
                    17 jaar die voortgezet onderwijs volgen. Wat de studiekosten betreft moet
                    gedacht worden aan de kosten van excursies, verplichte sportkleding,
                    ouderbijdrage, lesgeld, een fiets, schoolfonds en boekengeld. De belanghebbende
                    moet de kosten daadwerkelijk maken. Als de belanghebbende of onderwijsinstelling
                    heeft aangetoond dat de kosten zijn gemaakt verstrekken burgemeester en
                    wethouders een vergoeding. Burgemeester en wethouders verstrekken de vergoeding
                    ter hoogte van de gemaakte kosten met een maximum van € 300,-- per schoolgaand
                    kind per subsidiejaar. Geen tegemoetkoming wordt verstrekt als op andere wijze
                    in de kosten kan worden voorzien.</al><tussenkop>Abonnementen en seizoenkaarten</tussenkop><al>Burgemeester en wethouders kunnen een bijdrage verstrekken in de kosten voor </al><al>Abonnementen en seizoenkaarten voor deelname aan uiteenlopende activiteiten </al><al>( bijvoorbeeld bibliotheek, voetbal en deelname aan een verenging). De
                    belanghebbende dient betalingsbewijzen te overleggen waaruit blijkt dat hij
                    daadwerkelijk kosten maakt voor deze activiteiten. Deze bijdrage kan voor
                    meerdere activiteiten verstrekt worden.</al><tussenkop>Voorstellingen schouwburg en bioscoop</tussenkop><al>Burgemeester en wethouders kunnen een bijdrage verstrekken in de kosten voor </al><al>bezoek aan schouwburg en/of bioscoop. De belanghebbende dient betalingsbewijzen
                    te overleggen waaruit blijkt dat hij daadwerkelijk kosten maakt voor deze
                    activiteiten. Deze bijdrage kan voor meerdere activiteiten verstrekt
                    worden.</al><tussenkop>Cursusgelden</tussenkop><al>Burgemeester en wethouders kunnen een bijdrage verstrekken in de kosten voor </al><al>deelname aan een cursus met een uiteenlopende doel. De belanghebbende dient
                    betalingsbewijzen te overleggen waaruit blijkt dat hij daadwerkelijk kosten
                    maakt voor deze cursus. Deze bijdrage kan voor meerdere cursussen verstrekt
                    worden.</al><tussenkop>Eenmalige activiteiten</tussenkop><al>Burgemeester en wethouders kunnen een bijdrage verstrekken in de kosten voor </al><al>deelname aan een eenmalige sportieve of culturele activiteit. De belanghebbende
                    dient betalingsbewijzen te overleggen waaruit blijkt dat hij daadwerkelijk
                    kosten maakt voor deze activiteiten. Deze bijdrage kan voor meerdere
                    activiteiten verstrekt worden</al><tussenkop>Pc regeling</tussenkop><al>Ouders met een minimum inkomen of net daarboven kunnen, ongeacht het aantal
                    schoolgaande kinderen, maximaal 1 keer per 5 jaar een beroep doen op deze
                    regeling. Scholen gaan er in de praktijk vanuit dat kinderen/scholieren thuis de
                    beschikking hebben over een computer. Ouders met schoolgaande kinderen (12 tot
                    18 jaar) in het voortgezet onderwijs zijn niet altijd in staat een computer voor
                    hun schoolgaande kind(eren) aan te schaffen. Om kinderen niet de dupe te laten
                    worden van de financiële omstandigheden van hun ouders, wordt het via deze
                    regeling mogelijk een tegemoetkoming te geven in de aanschafkosten tot een
                    maximum van € 750,--. De aanschaf van een computer met toebehoren moet met
                    bewijsstukken aangetoond. </al><tussenkop>Hoofdstuk 4 Slotbepalingen</tussenkop><tussenkop>Artikel 7 Aanvraag</tussenkop><al>Dit alles met de beperking dat dit in het belang moet zijn van de aanvraag.
                    Burgemeester en wethouders mogen dus geen gegevens opvragen waarin zij uit
                    andere hoofde geïnteresseerd zijn. Belanghebbenden kunnen tot uiterlijk 1 maart
                    van het daaropvolgende jaar nog declaraties indienen voor het daaraan
                    voorafgaande jaar. </al><tussenkop>Artikel 8 Voorlichting</tussenkop><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al><tussenkop>Artikel 9 Beslistermijn</tussenkop><al>In afwijking van de Algemene wet bestuursrecht is, omdat de rechthebbende de
                    kosten zelf voor moet schieten, gekozen voor een zo kort mogelijke
                    beslistermijn. </al><tussenkop>Artikel 10 Nadere regels</tussenkop><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al><tussenkop>Artikel 11 Onvoorziene omstandigheden</tussenkop><al>Deze restclausule biedt burgemeester en wethouders de mogelijkheid in alle
                    niet-voorziene situaties te handelen naar bevind van zaken. Omdat ook deze
                    beslissingen onderworpen zijn aan de voorgeschreven bezwaar- en
                    beroepsprocedures, dient ook in deze gevallen de beslissing gemotiveerd genomen
                    te worden</al><tussenkop>Artikel 12 Verantwoording</tussenkop><al>Burgemeester en wethouders brengen in ieder geval jaarlijks verslag uit aan de
                    gemeenteraad. In ieder geval rapporteert het college aan de gemeenteraad
                    over:</al><lijst><li nr="-"><al>Het aantal binnengekomen en afgehandelde aanvragen</al></li><li nr="-"><al>Een overzicht van de uitgaven in relatie tot begroting</al></li></lijst><al>Op grond van dit artikel kan het gemeentelijk beleid geëvalueerd worden. Indien
                    de evaluatie daartoe aanleiding geeft, bijvoorbeeld omdat het
                    voorzieningenniveau te hoog of te laag blijkt te zijn, dient de evaluatie te
                    leiden tot aanpassing van de verordening.</al><tussenkop>Artikel 13 en 14</tussenkop><al>Deze artikelen behoeven geen nadere toelichting.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>