<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR359805_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening ondergrondse infrastructuur 2014 gemeente Laarbeek</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Laarbeek</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-10-22</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Laarbeek</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening ondergrondse infrastructuur 2014 gemeente Laarbeek</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Telecommunicatiewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-11-06</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-10-30</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening ondergrondse infrastructuur Laarbeek 2014</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Laarbeek; </al><lijst><li nr="-"><al>gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 23 september
                                2014</al></li><li nr="-"><al>gehoord het advies van de commissie Ruimtelijke Domein d.d. 8
                                oktober 2014</al></li><li nr="-"><al>gelet op artikel 149 van de Gemeentewet en artikel 5.4, vierde lid
                                van de Telecommunicatiewet</al></li></lijst><al>Besluit:</al><lijst><li nr="1."><al>Vast te stellen de Verordening ondergrondse infrastructuur Laarbeek
                                2014</al></li><li nr="2."><al>In te trekken de Telecommunicatieverordening Laarbeek 2010</al></li></lijst></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>Inleidende bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.1.</nr><titel>BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al><vet>beleidsregels</vet>: de door het college, aanvullend aan
                                    deze verordening, gestelde regels met betrekking tot
                                    nadeelcompensatie.</al></li><li nr="b."><al><vet>c</vet><vet>ollege</vet>: college van burgemeester en
                                    wethouders;</al></li><li nr="c."><al><vet>coördinatieverplichting</vet>: de coördinerende rol van het
                                    college over de aanleg, ligging, instandhouding en opruiming van
                                    alle kabels of leidingen in de gehele openbare grond;</al></li><li nr="d."><al><vet>gedoogplichtige</vet>: degene op wie een gedoogplicht rust
                                    als bedoeld in artikel 1, van de Belemmeringenwet Privaatrecht
                                    of in artikel 5.2, eerste lid, van de Telecommunicatiewet of via
                                    een (publiekrechtelijke) vergunning;</al></li><li nr="e."><al><vet>grondroerder</vet>: degene, waaronder de netbeheerder,
                                    onder wiens verantwoordelijkheid of leiding graafwerkzaamheden
                                    worden verricht;</al></li><li nr="f."><al><vet>(</vet><vet>huis</vet><vet>)</vet><vet>aansluiting</vet>:
                                    het gedeelte van de kabel of leiding dat een netwerk verbindt
                                    met een netwerkaansluitpunt, dan wel dit gedeelte ten behoeve
                                    van een onroerende zaak als bedoeld in artikel 16, onderdelen a
                                    tot en met e, van de Wet Waardering Onroerende Zaken; </al></li><li nr="g."><al><vet>i</vet><vet>nstemmingsbesluit</vet>: besluit van het
                                    college op een melding van voorgenomen werkzaamheden aan kabels
                                    ten behoeve van een openbaar elektronisch communicatienetwerk,
                                    als bedoeld in artikel 5.4, eerste lid van de
                                    Telecommunicatiewet; </al></li><li nr="h."><al><vet>kabel- en leidingentunnel</vet>: voor de geleiding van
                                    kabels of leidingen aangebrachte infrastructuur, waarvan door
                                    één of meerdere grondroerders gebruik kan worden gemaakt; </al></li><li nr="i."><al><vet>kabels of leidingen</vet>: kabels of leidingen als
                                    onderdeel van een net(werk), daaronder mede begrepen de daarmee
                                    verbonden (stalen) kasten t.b.v. schakel-, verdeel- en
                                    onderstations geschikt voor het plaatsen op de openbare weg,
                                    voorzieningen en andere hulpmiddelen, behoudens voor zover deze
                                    verbindingen en hulpmiddelen liggen binnen de installatie van
                                    een producent of van een afnemer, en ook omvattende lege buizen,
                                    ondergrondse ondersteuningswerken en beschermingswerken,
                                    elektriciteitskabels, gasleidingen, waterleidingen en kabels of
                                    leidingen ten behoeve van industriële netwerken;</al></li><li nr="j."><al><vet>kunstwerk</vet>: civieltechnisch werk voor de
                                    infrastructuur van wegen, water, spoorbanen, waterkeringen,
                                    kabels of leidingen, niet bedoeld voor permanent verblijf; </al></li><li nr="k."><al><vet>nadere regels</vet>: de door het college, aanvullend aan
                                    deze verordening, gestelde regels, voorwaarden en voorschriften
                                    opgenomen in een separaat handboek kabels en leidingen;</al></li><li nr="l."><al><vet>netbeheerder</vet>: de rechtspersoon die handelt als
                                    beheerder van een net of netwerk voor de levering van
                                    elektriciteit, gas, water, aardwarmte of Warmte Koude Opslag,
                                    dan wel aanbieder is van een (al dan niet openbaar) elektronisch
                                    communicatienetwerk;</al></li><li nr="m."><al><vet>net of netwerk</vet>: een ondergrondse kabel of leiding,
                                    daaronder mede begrepen lege buizen, ondergrondse
                                    ondersteuningswerken en beschermingswerken, bestemd voor
                                    transport van vaste, vloeibare of gasvormige stoffen, van
                                    energie of van informatie;</al></li><li nr="n."><al><vet>niet-openbare kabels of leidingen</vet>: kabels of
                                    leidingen (dan wel het netwerk waartoe deze behoren) die niet
                                    gebruikt worden om openbare diensten aan te bieden;</al></li><li nr="o."><al><vet>openbaar elektronisch communicatienetwerk</vet>: openbaar
                                    elektronisch communicatienetwerk als bedoeld in artikel 1.1,
                                    onder h, van de Telecommunicatiewet;</al></li><li nr="p."><al><vet>openbare gronden</vet>: openbare gronden als bedoeld in
                                    artikel 1.1, onder aa, van de Telecommunicatiewet;</al></li><li nr="q."><al><vet>omwonenden</vet>: de bewoners en bedrijfsmatige gebruikers
                                    van alle percelen, grenzend aan het tracé van kabels of
                                    leidingen;</al></li><li nr="r."><al><vet>registratiesysteem</vet>: geautomatiseerd systeem van het
                                    college waarin instemmingen of meldingen van
                                    (graaf)werkzaamheden aan kabels of leidingen en alles wat
                                    daarmee samenhangt worden verwerkt door of namens het college of
                                    de grondroerder;</al></li><li nr="s."><al><vet>spoedeisende werkzaamheden</vet>: reparatie of
                                    onderhoudswerk waarvan uitstel niet mogelijk is als een ernstige
                                    belemmering of storing in de dienstverlening via het betreffende
                                    net is opgetreden;</al></li><li nr="t."><al><vet>vergunning</vet>: vergunning op basis van deze verordening
                                    die bij het college aangevraagd moet worden voor voorgenomen
                                    werkzaamheden aan kabels of leidingen;</al></li><li nr="u."><al><vet>werkzaamheden</vet>: handmatige of mechanische
                                    (graaf)werkzaamheden, inclusief het opbreken en herstel van de
                                    sleufverharding, in de openbare grond in verband met de aanleg,
                                    instandhouding en opruiming van kabels of leidingen;</al></li><li nr="v."><al><vet>werkzaamheden van niet ingrijpende aard</vet>:</al><lijst><li nr="1."><al>het aanbrengen of verwijderen van kabels of leidingen in
                                            reeds aangebrachte voorzieningen; reparaties of
                                            onderhoudswerk aan kabels of leidingen met een
                                            gezamenlijke lengte van minder dan vijfentwintig (25)
                                            meter en niet vallend onder spoedeisende
                                            werkzaamheden;</al></li><li nr="2."><al>Het maken van incidentele (huis)aansluitingen, waarbij
                                            geen verhardingen of groenvoorzieningen worden gekruist,
                                            tot een gezamenlijke lengte van vijfentwintig (25)
                                            meter, inclusief nieuwbouwprojecten;</al></li><li nr="3."><al>Het maken van een montagegat of lasgat, dat wil zeggen;
                                            een opbreking met een afmeting van maximaal 2 m², die
                                            wordt gemaakt ten behoeve van het plaatsen van een
                                            handhole, de toegang tot een handhole, plaatsen van
                                            afsluiters, het opgraven van een kabelrol ten behoeve
                                            van klantaansluitingen, het maken van aftakkingen, voor
                                            het herstellen van kabel of leidingstoringen of voor
                                            inspectiedoeleinden;</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.2.</nr><titel>TOEPASSELIJKHEID</titel></kop><al>1.Deze verordening is van toepassing op de aanleg, de ligging, het (in
                            stand) houden, het onderhoud, de exploitatie, het verleggen/verplaatsen
                            en het verwijderen van kabels of leidingen in of op openbare gronden,
                            voor zover de gemeente deze gronden beheert, in bezit heeft dan wel
                            daarover coördinatieverplichtingen heeft in of op kunstwerken. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.3.</nr><titel>NADERE REGELS</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stelt ter uitvoering van deze verordening nadere regels
                                vast.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze nadere regels hebben in ieder geval betrekking op:</al><lijst><li nr="a."><al>het tijdstip, de plaats en de wijze van uitvoering bij de
                                        aanleg, onderhoud, verplaatsing en opruiming van kabels of
                                        leidingen;</al></li><li nr="b."><al>ordening, planning en coördinatie van werkzaamheden in
                                        verband met de aanleg, instandhouding en opruiming van
                                        kabels of leidingen;</al></li><li nr="c."><al>de omgang met kabels of leidingen in verontreinigde gronden,
                                        rond watergangen en stedelijk groen, en op verhardingen
                                        boven kabels of leidingen.</al></li></lijst></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2:</nr><titel>Werkzaamheden inzake kabels of leidingen, uitgezonderd kabels ten
                            dienste van een openbaar elektronisch communicatienetwerk</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.</nr><titel>VERGUNNING</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het college of in afwijking
                                van een verleende vergunning kabels of leidingen in, op of boven
                                openbare gronden en in of op kunstwerken: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>aan te leggen en of te houden;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>te liggen</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>te onderhouden of te exploiteren;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>te wijzigen;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>te verplaatsen;</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al> een andere functie te geven of;</al></lid><lid><lidnr>g.</lidnr><al>te verwijderen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor het verrichten van spoedeisende werkzaamheden of werkzaamheden
                                van niet ingrijpende aard is geen vergunning, als bedoeld in het
                                eerste lid, noodzakelijk, maar kan worden volstaan met een
                                (digitale) melding vooraf aan het college. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.2.</nr><titel>AANVRAGEN EN MELDEN</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een vergunning wordt door het college op aanvraag aan de
                                grondroerder verleend, nadat is gebleken dat wordt voldaan aan het
                                bepaalde bij of krachtens deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vergunning dient 8 weken voor aanvang werkzaamheden te worden
                                aangevraagd. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een grondroerder die werkzaamheden wil verrichten, kan hierover
                                vooroverleg voeren met het college om de aanvraag, als bedoeld in
                                het eerste lid voor te bereiden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Als de werkzaamheden ook betrekking hebben op gronden van een andere
                                gedoogplichtige wordt uiterlijk vier weken na ontvangst van de
                                aanvraag, als genoemd in het eerste lid, het college schriftelijk in
                                kennis gesteld van de uitkomsten van het (voor)overleg tussen de
                                grondroerder en de overige gedoogplichtige(n).</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Werkzaamheden van niet ingrijpende aard dienen minimaal vijf (5)
                                werkdagen voorafgaand aan de start van de werkzaamheden gemeld te
                                worden.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Spoedeisende werkzaamheden worden voorafgaand aan de start van de
                                werkzaamheden gemeld. Als een melding vooraf niet mogelijk is, wordt
                                de melding uiterlijk vóór 09.00 uur op de eerste werkdag na de start
                                van de uitvoering gedaan aan het college. Indien achteraf blijkt dat
                                de uitgevoerde werkzaamheden vergunningplichtig zijn, wordt er
                                alsnog een vergunning aangevraagd.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Het college kan gebieden aanwijzen waarvoor de
                                uitzonderingsbepalingen voor spoedeisende werkzaamheden of
                                werkzaamheden van niet ingrijpende aard, als bedoeld in artikel 2.1,
                                tweede lid, niet van toepassing zijn. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3.</nr><titel>WEIGEREN, WIJZIGEN OF INTREKKEN VERGUNNING</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan de vergunning weigeren in het belang van:</al><lijst><li nr="a."><al>De openbare orde</al></li><li nr="b."><al>De openbare veiligheid</al></li><li nr="c."><al>De volksgezondheid</al></li><li nr="d."><al>De bescherming van het milieu</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan de vergunning wijzigen of intrekken, indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de grondroerder niet binnen een jaar na het onherroepelijk
                                        worden van de vergunning met de werkzaamheden als omschreven
                                        in de vergunning is begonnen;</al></li><li nr="b."><al>de in de vergunning benoemde werkzaamheden langer dan een
                                        aaneengesloten periode van zes maanden stilliggen;</al></li><li nr="c."><al>de netbeheerder kabel(s) of leiding(en) definitief buiten
                                        gebruik heeft gesteld;</al></li><li nr="d."><al>de vergunning is verleend op basis van onjuiste of
                                        onvolledige gegevens;</al></li><li nr="e."><al>de vergunning in strijd met enig wettelijk voorschrift is
                                        afgegeven;</al></li><li nr="f."><al> de grondroerder het bepaalde bij of krachtens deze
                                        verordening of de vergunningvoorschriften niet naleeft;</al></li><li nr="g."><al>na het verlenen van de vergunning naar het oordeel van het
                                        college gegronde aanleiding bestaat te veronderstellen dat
                                        het van kracht blijven van de vergunning onaanvaardbare
                                        schadelijke gevolgen heeft voor mens, natuur of milieu en
                                        hieraan door het stellen van nadere voorschriften en
                                        beperkingen aan de verleende vergunning niet kan worden
                                        tegemoetgekomen;</al></li><li nr="h."><al>dit naar het oordeel van het college redelijkerwijs nodig is
                                        vanwege de uitvoering van gemeentelijke werkzaamheden van
                                        openbaar belang en algemeen nut;</al></li><li nr="i."><al> er sprake is van verkoop van gronden in eigendom van
                                        gemeente, behorende tot de openbare ruimte, aan derden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college gaat niet over tot intrekking of wijziging van de
                                vergunning voordat het college de houder van de vergunning de
                                gelegenheid heeft gegeven om zijn zienswijze naar voren te brengen.
                            </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Aan het besluit tot wijziging of intrekking van de vergunning kan de
                                verplichting worden verbonden om de betreffende kabel(s) of
                                leiding(en) te verleggen/verplaatsen of deze te verwijderen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4.</nr><titel>INTREKKEN VERGUNNING OP VERZOEK NETBEHEERDER</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college trekt de vergunning in indien de netbeheerder
                                schriftelijk aan het college heeft verklaard van de vergunning geen
                                gebruik meer te willen maken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Degene die een schriftelijke verklaring als bedoeld in het eerste
                                lid afgeeft, wordt gedurende de tijd dat de kabel of leiding na de
                                verklaring nog in de openbare ruimte aanwezig is, beschouwd als
                                netbeheerder tenzij de leiding is overgedragen of wordt
                                geëxploiteerd of beheerd door een andere natuurlijke dan wel
                                rechtspersoon, in welk geval laatstgenoemde persoon als netbeheerder
                                wordt beschouwd.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3:</nr><titel>Werkzaamheden inzake kabels ten dienste van een openbaar elektronisch
                            communicatienetwerk</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.1.</nr><titel>INSTEMMINGSBESLUIT</titel></kop><al>1.Het is verboden zonder instemmingsbesluit of in afwijking van een
                            verleende instemmingsbesluit kabels in, op of boven openbare gronden en
                            in of op kunstwerken:</al><al>a) aan te leggen en of te houden;</al><al>b) te onderhouden of te exploiteren;</al><al>c) te wijzigen;</al><al>d) te verplaatsen;</al><al>e) een andere functie te geven of; </al><al>f) te verwijderen.</al><lijst><li nr="2."><al>Voor het verrichten van spoedeisende werkzaamheden of
                                    werkzaamheden van niet ingrijpende aard is geen
                                    instemmingsbesluit, als bedoeld in het eerste lid, noodzakelijk,
                                    maar kan worden volstaan met een (digitale) melding vooraf aan
                                    het college.</al></li><li nr="3."><al>Het instemmingsbesluit vervalt indien daarvan geen gebruik wordt
                                    gemaakt binnen één jaar na de datum waarop het besluit
                                    onherroepelijk is geworden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.2.</nr><titel>AANVRAGEN EN MELDEN</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een instemmingsbesluit wordt door het college op aanvraag aan de
                                grondroerder verleend, nadat is gebleken dat wordt voldaan aan het
                                bepaalde bij of krachtens deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een grondroerder die werkzaamheden wil verrichten, kan hierover
                                vooroverleg voeren met het college om de aanvraag, als bedoeld in
                                het eerste lid van dit artikel voor te bereiden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Als de werkzaamheden ook betrekking hebben op gronden van een andere
                                gedoogplichtige dan de gemeente Laarbeek wordt uiterlijk vier weken
                                na ontvangst van de aanvraag, als genoemd in het eerste lid, het
                                college schriftelijk in kennis gesteld van de uitkomsten van het
                                (voor)overleg tussen de grondroerder en de overige
                                gedoogplichtige(n).</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Werkzaamheden van niet ingrijpende aard worden minimaal vijf (5)
                                werkdagen voorafgaand aan de start van de werkzaamheden gemeld.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Spoedeisende werkzaamheden worden voorafgaand aan de start van de
                                werkzaamheden gemeld. Als een melding vooraf niet mogelijk is, wordt
                                de melding uiterlijk vóór 09.00 uur op de eerste werkdag na de start
                                van de uitvoering gedaan aan het college. Indien achteraf blijkt dat
                                de uitgevoerde werkzaamheden instemmingsplichtig zijn, wordt er
                                alsnog een instemmingsbesluit aangevraagd.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het college kan gebieden aanwijzen waarvoor de
                                uitzonderingsbepalingen voor spoedeisende werkzaamheden of
                                werkzaamheden van niet ingrijpende aard, als bedoeld in artikel 3.1,
                                tweede lid, niet van toepassing zijn.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.3.</nr><titel>INTREKKEN INSTEMMINGSBESLUIT</titel></kop><al>1.Indien een grondroerder zich niet houdt aan de voorschriften en
                            beperkingen uit het instemmingsbesluit, kan het college het
                            instemmingsbesluit intrekken. Het college gaat niet over tot intrekking
                            of wijziging van de vergunning voordat het college de houder van het
                            instemmingsbesluit de gelegenheid heeft gegeven om zijn zienswijze naar
                            voren te brengen. </al><al>Aan het besluit tot intrekking van het instemmingsbesluit kan de
                            verplichting worden verbonden om de betreffende kabel(s) te
                            verleggen/verplaatsen of deze te verwijderen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.4.</nr><titel>(MEDE)GEBRUIK VAN VOORZIENINGEN</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een grondroerder is verplicht om bij de aanleg van kabels of
                                leidingen in openbare gronden zoveel mogelijk (mede)gebruik te maken
                                van bestaande, hetzij door andere netbeheerders dan wel door of in
                                opdracht van het college aangelegde voorzieningen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het vooroverleg als bedoeld in artikel 3.2., tweede lid, dan wel een
                                door het college geïnitieerd overleg naar aanleiding van een
                                aanvraag als bedoeld in artikel 3.2, eerste lid, is er mede op
                                gericht te bepalen of en zo ja langs welke delen van het tracé
                                gebruik kan worden gemaakt van bestaande voorzieningen als bedoeld
                                in het eerste lid.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de grondroerder een redelijk aanbod wordt gedaan om gebruik
                                te maken van de vooraangelegde voorzieningen, zoals mantelbuizen,
                                kabelgoten, of kabel- en leidingentunnels, is de grondroerder
                                verplicht om voor de aanleg of uitbreiding van zijn netwerk van deze
                                voorzieningen gebruik te maken.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien de openbare gronden geen ruimte bieden voor de aanleg van
                                nieuwe leidingen, dient de grondroerder een alternatief tracé te
                                kiezen, of aan een netbeheerder een billijk verzoek tot medegebruik
                                van leidingen te doen, op grond van artikel 5.12, van de
                                Telecommunicatiewet.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4:</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.1.</nr><titel>GEGEVENSVERSTREKKING</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor het aanvragen van een vergunning of een instemmingsbesluit
                                wordt gebruik gemaakt van daartoe door het college vastgestelde
                                formulieren of registratiesysteem.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij een aanvraag om een vergunning of een aanvraag voor een
                                instemmingsbesluit worden de navolgende gegevens verstrekt:</al><lijst><li nr="a."><al>een schriftelijke machtiging als het een aanvraag betreft
                                        voor de aanleg, instandhouding en opruiming van kabels of
                                        leidingen voor of namens een netbeheerder;</al></li><li nr="b."><al>naam-, adres- en woonplaatsgegevens van de eigenaar,
                                        beheerder en exploitant van de kabels of leidingen en van de
                                        (onder)aannemer(s) die belast zijn met de werkzaamheden, en
                                        de naam en telefoonnummer van de uitvoerder voor de
                                        werkzaamheden;</al></li><li nr="c."><al>een opgave van het aantal, de soort en het beoogde gebruik
                                        van de kabels of leidingen;</al></li><li nr="d."><al>welke belanghebbenden en instanties vooraf in kennis worden
                                        gesteld van de voorgenomen datum van aanvang, beëindiging en
                                        aard van de werkzaamheden;</al></li><li nr="e."><al>Een (digitale) tekening in pdf-formaat van het gewenste
                                        tracé ingetekend op de GBKN (schaal 1:500) voor bestaand
                                        gebied, waarbij de tekening is voorzien van:</al><lijst><li nr="i)"><al>een tekeninghoofd met een uniek tekeningnummer en
                                                een datum waarbij de datum van de laatste wijziging
                                                geldt;</al></li><li nr="ii)"><al>een noordpijl;</al></li><li nr="iii)"><al>voor Synfra-partners een Gemma-nummer waaruit blijkt
                                                dat de werkzaamheden zijn aangemeld;</al></li><li nr="iv)"><al>Het aantal kabels of leidingen inclusief de
                                                materiaalsoort en tevens de diameter van de
                                                leiding(en).</al></li></lijst></li><li nr="f."><al> Voor gebieden die in ontwikkeling zijn wordt de kabel- of
                                        leidingtracétekening, zoals vastgesteld door het college,
                                        gebruikt voor de aanvraag van een vergunning dan wel een
                                        instemmingsbesluit;</al></li><li nr="g."><al>een opgave van de objecten, zowel van permanente als
                                        tijdelijke aard, die ten tijde van de werkzaamheden worden
                                        geplaatst en de situering daarvan op de tekening;</al></li><li nr="h."><al>de doorsnede van de kabel of leiding(goot) en lengte en
                                        breedte van de te graven sleuf;</al></li><li nr="i."><al> een omschrijving van eventuele opbrekingen;</al></li><li nr="j."><al> het voorgenomen tijdstip van aanvang en beëindiging van de
                                        werkzaamheden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de werkzaamheden betrekking hebben op kabels van
                                elektronische communicatienetwerken dienen, aanvullend op het tweede
                                lid, bij de aanvraag tevens de volgende gegevens te worden
                                verstrekt:</al><lijst><li nr="a."><al>een opgave van het aantal kabels dat direct in gebruik wordt
                                        genomen;</al></li><li nr="b."><al>een opgave van het aantal kabels dat niet direct in gebruik
                                        wordt genomen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij een melding (ten behoeve van spoedeisende werkzaamheden of
                                werkzaamheden van niet ingrijpende aard), worden de volgende
                                gegevens verstrekt:</al><lijst><li nr="a."><al>een schriftelijke machtiging indien het een aanvraag betreft
                                        voor de aanleg, instandhouding en opruiming van kabels en/of
                                        leidingen voor of namens een netbeheerder;</al></li><li nr="b."><al>naam, adres en woonplaatsgegevens van de eigenaar, beheerder
                                        en exploitant van de kabels of leidingen, naam en adres van
                                        de (onder)aannemer(s) die belast zijn met de werkzaamheden,
                                        en de naam en telefoonnummer van de uitvoerder voor de
                                        werkzaamheden;</al></li><li nr="c."><al>het adres van de graaflocatie;</al></li><li nr="d."><al>de dagtekening van de melding;</al></li><li nr="e."><al>de lengte van de sleuf die wordt opengebroken;</al></li><li nr="f."><al>het oppervlak dat wordt opengebroken indien het alleen een
                                        montagegat betreft;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan nadere regels stellen ten aanzien van de gegevens
                                die bij de aanvraag moeten worden verstrekt en over de wijze waarop
                                deze worden verstrekt.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het college stelt nadere regels vast over welke gegevens en
                                documenten noodzakelijk zijn voor de beoordeling van bijzondere
                                constructies. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.2.</nr><titel>BESLISTERMIJNEN</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een beslissing op een aanvraag om een vergunning of een aanvraag
                                voor een instemmingsbesluit wordt genomen uiterlijk acht weken na de
                                dag van ontvangst van de aanvraag. Het college kan de beslissing
                                voor ten hoogste vier weken verdagen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Betreft het een aanvraag waarbij meerdere gedoogplichtigen zijn
                                betrokken dan beslist het college binnen acht weken na de dag van
                                ontvangst van een volledige aanvraag.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht is niet van
                                toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.3.</nr><titel>VOORSCHRIFTEN EN BEPERKINGEN</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan aan de vergunning en het instemmingsbesluit nadere
                                voorschriften of beperkingen verbinden in het belang van:</al><lijst><li nr="a."><al>de openbare orde;</al></li><li nr="b."><al>veiligheid, waaronder mede verstaan wordt de
                                        verkeersveiligheid of een goede doorstroming van het
                                        verkeer;</al></li><li nr="c."><al>het voorkomen of beperken van schade of overlast; waaronder
                                        mede verstaan wordt de bescherming van eventuele
                                        archeologische vondsten, van groenvoorzieningen, bomen en
                                        beplantingen en van het uiterlijke aanzien van de
                                        omgeving;</al></li><li nr="d."><al>de bereikbaarheid van gronden of gebouwen; waaronder mede
                                        verstaan wordt het veilig en doelmatig gebruik van openbare
                                        gronden en gebouwen en het doelmatig beheer en onderhoud
                                        ervan en het belang van nader aan te geven grote lokale
                                        evenementen als weekmarkten en kermissen;</al></li><li nr="e."><al>de ondergrondse ordening, waaronder mede verstaan wordt het
                                        zo min mogelijk hinder veroorzaken voor reeds in de grond
                                        aanwezige werken en het niet in gevaar brengen of zonder
                                        noodzaak bemoeilijken van deze werken, waaronder mede
                                        verstaan worden werken ten behoeve van de riolering en de
                                        levering of het transport van elektronische informatie, gas,
                                        water en elektriciteit.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorschriften of beperkingen, zoals genoemd in het eerste lid,
                                hebben betrekking op:</al><lijst><li nr="a."><al>het tijdstip, de plaats en wijze van uitvoering bij aanleg,
                                        instandhouding, onderhoud, verplaatsing en opruiming van
                                        kabels of leidingen;</al></li><li nr="b."><al>het medegebruik van voorzieningen, zoals kabelgoten en
                                        geleidingen, die door derden of de het college tegen
                                        marktconforme prijzen ter beschikking worden gesteld;</al></li><li nr="c."><al>het afstemmen van de voorgenomen werkzaamheden met
                                        beheerders van overige in de grond aanwezige werken;</al></li><li nr="d."><al>afmetingen van kasten, handholes en andere toebehoren
                                        behorende bij het netwerk, niet zijnde een openbaar
                                        elektronisch communicatienetwerk.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De grondroerder start de werkzaamheden binnen een jaar na de datum
                                van vergunningverlening of instemmingsbesluit en voltooit de
                                werkzaamheden zo spoedig mogelijk en uiterlijk binnen 6 maanden na
                                aanvang, tenzij in de vergunning of het instemmingsbesluit anders is
                                bepaald.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De grondroerder informeert omwonenden schriftelijk van de uit te
                                voeren werkzaamheden over aanvang, duur, aard en plaats van de
                                werkzaamheden.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De wijze van uitvoering bij aanleg, onderhoud, verplaatsing en
                                opruiming van kabels of leidingen en medegebruik van voorzieningen
                                gebeurt volgens de door het college vastgestelde nadere regels.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De grondroerder vergoedt aan het college de schade voortvloeiend uit
                                de werkzaamheden, waarbij de omvang beperkt is tot vergoeding van de
                                marktconforme kosten van de door het college ter beschikking
                                gestelde voorzieningen en van de meerdere marktconforme kosten van
                                onderhoud.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De grondroerder is verplicht na het einde van de werkzaamheden de
                                grond, eventuele verhardingen en beplanting terug te brengen in de
                                oude staat, tenzij het college vooraf heeft aangegeven hier zelf
                                zorg voor te willen dragen.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Het college stelt nadere regels op voor het in rekening brengen van
                                de kosten voor herstel, beheer, onderhoud en degeneratie van de
                                openbare ruimte die het rechtstreekse gevolg zijn van uitgevoerde
                                werkzaamheden aan leidingen in de openbare ruimte.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>Indien een grondroerder/netbeheerder binnen 5 jaar na groot
                                onderhoud of herinrichting van de openbare gronden werkzaamheden wil
                                uitvoeren, kan het college bijzondere voorwaarden stellen aan het
                                herstel. De hiermee gepaard gaande kosten zijn voor rekening van de
                                grondroerder.</al></lid><lid><lidnr>10.</lidnr><al>Ten aanzien van het herstellen van bijzondere bestrating stelt het
                                college nadere regels vast.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5:</nr><titel>Overige bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.1.</nr><titel>NADEELCOMPENSATIE</titel></kop><al>Het college kan beleidsregels opstellen voor een door het college op
                            aanvraag toe te kennen financiële tegemoetkoming (bij wijze van
                            nadeelcompensatie) in het geval dat een netbeheerder als gevolge van een
                            besluit van het college, inhoudende een intrekking of wijziging van een
                            vergunning op grond van artikel 2.3, tweede lid onderdeel g, h of i,
                            schade lijdt of zal lijden die redelijkerwijs niet of niet geheel tot
                            het normale bedrijfsrisico kan worden gerekend en de vergoeding van deze
                            schade niet op een andere wijze is verzekerd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.2.</nr><titel>EIGENDOM</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien eigendom, exploitatie of beheer van de kabel of leiding wordt
                                overgedragen aan een andere netbeheerder, gaan de rechten en
                                plichten volgens deze verordening die betrekking hebben op de kabel
                                of leiding van rechtswege over op de nieuwe netbeheerder.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De netbeheerder stelt het college onverwijld in kennis van het feit
                                dat het eigendom, de exploitatie of het beheer van de kabel of
                                leiding verandert.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op het eigendom van de kabels of leidingen zijn de desbetreffende
                                wettelijke bepalingen van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.3.</nr><titel>NIET-OPENBARE KABELS OF LEIDINGEN</titel></kop><al>1.Bij werkzaamheden in verband met de aanleg, instandhouding en
                            opruiming van niet-openbare kabels of leidingen in openbare wegen en
                            wateren is het bepaalde in deze verordening van overeenkomstige
                            toepassing. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.4.</nr><titel>INFORMATIEPLICHT</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De netbeheerder stelt het college onverwijld en schriftelijk in
                                kennis van het feit dat een kabel of leiding niet langer ten dienste
                                staat van een net of netwerk in of op openbare gronden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In dit kader kan van de netbeheerder een overzicht van alle (niet)
                                in gebruik zijnde kabels of leidingen worden verlangd. De bewijslast
                                van ingebruikname ligt bij de netbeheerder.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.5.</nr><titel>OVERLEG</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan periodiek een overleg organiseren, waarvoor de bij
                                de gemeente Laarbeek bekende netbeheerders en andere betrokken of
                                belanghebbende partijen worden uitgenodigd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In dit overleg worden de plannen van het college en van de diverse
                                netbeheerders en andere betrokken of belanghebbende partijen
                                besproken en eventueel afgestemd in het kader van de bepalingen van
                                deze verordening. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6:</nr><titel>Handhavings- en toezichtsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.1.</nr><titel>TOEZICHT EN HANDHAVING</titel></kop><al>1.Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze
                            verordening zijn belast de bij besluit van het college aangewezen
                            personen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.2.</nr><titel>BEVOEGDHEID COLLEGE</titel></kop><al>1.Het college is bevoegd de werkzaamheden stil te leggen, indien er
                            wordt gewerkt:</al><lijst><li nr="a."><al>zonder voorafgaande aanvraag voor een vergunning of
                                    instemmingsbesluit of melding (ten behoeve van spoedeisende
                                    werkzaamheden of werkzaamheden van niet ingrijpende aard);</al></li><li nr="b."><al>zonder vergunning of instemmingsbesluit of zonder toestemming
                                    ingeval van meldingsplicht;</al></li><li nr="c."><al>in afwijking van de uitvoeringsvoorschriften;</al></li><li nr="d."><al>in afwijking van de voorschriften uit de vergunning of het
                                    instemmingsbesluit;</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>7.</nr><titel>Overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.1.</nr><titel>OVERGANGSBEPALINGEN</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor kabels of leidingen die op de datum van inwerkingtreding van
                                deze verordening aanwezig en in gebruik zijn geldt de schriftelijke
                                instemming dan wel vergunning op grond waarvan zij gelegd zijn als
                                een vergunning- respectievelijk instemmingsbesluit krachtens deze
                                verordening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening
                                een melding is gedaan op grond van de Telecommunicatieverordening
                                Laarbeek 2010, maar waarop nog niet is beslist, wordt daarop deze
                                verordening toegepast.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.2.</nr><titel>SLOTBEPALINGEN</titel></kop><al>1.Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2015.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus besloten in de openbare vergadering van 6 november 2014</al><al>De raad voornoemd,</al><al/><al>De raad van de gemeente Laarbeek,</al></slotformulering><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>M.L.M. van Heijnsbergen J.G.M.T. Ubachs</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>