<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR359760_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening individuele studietoeslag 2015 gemeente Laarbeek</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Laarbeek</dcterms:creator><dcterms:modified>2015-02-26</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Laarbeek</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening individuele studietoeslag 2015 gemeente Laarbeek</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Participatiewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>onderwijs</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-12-11</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2022-04-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening individuele studietoeslag 2015 gemeente Laarbeek</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Verordening individuele studietoeslag </vet><vet>Laarbeek
                    </vet><vet>2015</vet></al><al/><al>De raad van de Laarbeek;</al><al/><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders;</al><al>gelet op artikel 8, eerste lid, aanhef en onderdeel b en c, tweede en
                        derde lid, van de Participatiewet;</al><al>gezien het advies van de Commissie Sociaal Domein;</al><al/><al>besluit</al><al/><al>vast te stellen de Verordening individuele studietoeslag Laarbeek
                        2015.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1</nr><titel>ALGEMENE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begrippen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>de wet: de Participatiewet 2015;</al></li><li nr="b."><al>college: het college van burgemeester en wethouders;</al></li><li nr="c."><al>wet studiefinanciering: de wet studiefinanciering 2000 of de
                                    daaropvolgende wettelijke regeling.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Indienen verzoek</titel></kop><al>Een verzoek als bedoeld in artikel 36b, eerste lid van de
                            Participatiewet, wordt ingediend middels een door het college
                            vastgesteld formulier.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2</nr><titel>INDIVIDUELE STUDIETOESLAG</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Doelgroep studietoeslag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een belanghebbende die behoort tot de doelgroep voor ondersteuning
                                bij de arbeidsinschakeling kan een aanvraag indienen voor een
                                individuele studietoeslag. Om hiervoor in aanmerking te komen is het
                                vereist dat belanghebbende op de datum van de aanvraag aan de
                                volgende voorwaarden voldoet, belanghebbende:</al><al>a.is 18 jaar of ouder; </al><lijst><li nr="b."><al>heeft recht heeft op studiefinanciering op grond van de Wet
                                        studiefinanciering of heeft recht op een tegemoetkoming op
                                        grond van hoofdstuk 4 van de Wet tegemoetkoming
                                        onderwijsbijdrage en schoolkosten; </al></li><li nr="c."><al>heeft geen in aanmerking te nemen vermogen als bedoeld in
                                        artikel 34 van de wet, en </al></li><li nr="d."><al>is een persoon van wie is vastgesteld dat hij wegens met een
                                        arbeidshandicap of langdurige medische beperkingen niet in
                                        staat is tot het verdienen van het wettelijk minimumloon,
                                        maar wel mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Er wordt geen studietoelage verstrekt als er sprake is van andere
                                inkomsten naast de studiefinanciering.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>De hoogte en duur van de toeslag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De hoogte van de toeslag bedraagt 10% van het Wettelijk minimumloon
                                dat voor hen geldt, afgerond op hele euro’s.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De toeslag als bedoeld in het eerste lid wordt verstrekt, zolang de
                                belanghebbende recht heeft op studiefinanciering op grond van de Wet
                                studiefinanciering 2000 of recht heeft op een tegemoetkoming op
                                grond van hoofdstuk 4 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en
                                schoolkosten, gedurende maximaal vier jaar.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>De frequentie van de betaling</titel></kop><al>Uitbetaling van de toeslag vindt maandelijks plaats.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3</nr><titel>OVERIGE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Nadere uitvoeringsregels</titel></kop><al> Het college kan bij uitvoeringsbesluit nadere regels stellen in het
                            belang van een zorgvuldige uitvoering van deze verordening. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de aanvrager
                            afwijken van hetgeen bij of krachtens deze verordening is bepaald,
                            indien strikte toepassing daarvan tot onbillijkheden van overwegende
                            aard leidt. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt na bekendmaking in werking op 1 januari
                            2015.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente
                        Laarbeek van 11 december 2014.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>M.L.M. van Heijnsbergen F.H.G.M. Ronnes</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting individuele studietoeslag</titel></kop><tussenkop>Algemeen</tussenkop><al>De Invoeringswet Participatiewet introduceert een studieregeling in de
                    Participatiewet: de individuele studietoeslag. De toeslag wordt aangemerkt als
                    een vorm van bijzondere bijstand (artikel 5 onderdeel d Participatiewet). Het
                    betreft een nieuwe vorm van aanvullende inkomensondersteuning voor bepaalde
                    groepen studerenden. Het verlenen van een individuele studietoeslag is een
                    discretionaire bevoegdheid van het college (dit volgt uit artikel 36b lid 1
                    Participatiewet)en is bedoeld voor arbeidsgehandicapte studenten. </al><al>De gemeenteraad dient in een verordening regels vast te stellen over het
                    verlenen van een individuele studietoeslag (artikel 8 lid 1 onderdeel c
                    Participatiewet). Deze regels moeten in ieder geval betrekking hebben op de
                    hoogte en de frequentie van de betaling van de individuele studietoeslag. </al><tussenkop>Verbeteren positie arbeidsmarkt arbeidsgehandicapten </tussenkop><al>De gedachte achter de individuele studietoeslag is dat het vooral voor mensen
                    met een </al><al>arbeidshandicap van belang is de positie op de arbeidsmarkt te verbeteren
                    middels het behalen van </al><al>een diploma. Werkgevers zijn volgens de wetgever vaak huiverig om mensen met een </al><al>arbeidshandicap in dienst te nemen. De wetgever verwacht dat de drempel om een
                    contract aan te </al><al>bieden lager is als een werkgever ziet dat iemand met succes een studie heeft
                    afgerond. Met het </al><al>verstrekken van een individuele studietoeslag krijgen mensen met een
                    arbeidshandicap een extra </al><al>steun in de rug. Een studieregeling stimuleert mensen om toch de stap te zetten
                    om naar school te </al><al>gaan of een studie te gaan volgen. Het afronden van een studie versterkt de
                    positie op de arbeidsmarkt. Een diploma is een bewijs tegenover werkgevers dat
                    iemand gemotiveerd is en veel in zijn mars heeft Ook biedt het een financiële
                    compensatie voor het feit dat het voor deze groep vaak moeilijk is om de studie
                    te combineren met een bijbaan. </al><al> Uit de Memorie van Antwoord blijkt het volgende. Een vereiste voor de
                    individuele studietoeslag is dat een student niet in staat is met voltijdse
                    arbeid het Wettelijk minimumloon (WML) te verdienen. Dit leidt ertoe dat
                    studenten die per uur wel het WML kunnen verdienen hier niet voor in aanmerking
                    komen. Doel van de studietoeslag is om studenten met een beperking een bron van
                    inkomsten te geven ter vervanging van inkomsten uit een bijbaan. </al><tussenkop>Achtergrond</tussenkop><al>Als studenten door een handicap/beperking geen bijbaantje kunnen nemen, is het
                    redelijk een financiële compensatie te bieden. Om deze reden is ervoor gekozen
                    dat mensen met alleen een medische urenbeperking niet voor een studietoeslag in
                    aanmerking komen. Verder speelt nog mee dat de huidige bepaling aansluit bij de
                    doelgroepbepaling van het instrument loonkostensubsidie. </al><al>Het is daarom voor gemeenten mogelijk gemaakt om als is vastgesteld dat iemand
                    tot de doelgroep loonkostensubsidie behoort, deze vaststelling ook te gebruiken
                    om te bepalen of iemand op basis van dit vereiste in aanmerking komt voor de
                    studietoeslag. Dit zorgt ervoor dat gemeenten geen apart
                    beoordelingsinstrumentarium hoeven te ontwikkelen. Dit draagt in grote mate bij
                    aan de uitvoerbaarheid van deze studietoeslag.</al><tussenkop>Prognose aantallen aanvragen</tussenkop><al>Het is niet goed te voorspellen hoeveel mensen uiteindelijk gebruik zullen gaan
                    maken van deze regeling omdat het een nieuwe regeling betreft. Het is daarom
                    verstandig om jaarlijks een inschatting te maken van het aantal mensen dat van
                    deze regeling gebruik gaat maken in het komende jaar. Verder kan jaarlijks
                    beoordeeld worden welk effect deze maatregel heeft. Blijven mensen die dit
                    hebben ontvangen inderdaad vaker uit de bijstand of stromen ze allemaal toch
                    volledig in zonder uitzicht op werk? De verordening kan worden aangepast als het
                    budget (ernstig) overschreden wordt.</al><tussenkop>Vast te leggen regels in beleidsregels</tussenkop><al>In beleidsregels kan het college nadere regels stellen aan wie een individuele
                    studietoeslag </al><al>kan worden verstrekt. In de beleidsregels kunnen ook groepen worden uitgesloten
                    van het </al><al>recht op individuele studietoeslag. </al><al>De voorwaarden dat een belanghebbende recht moet hebben op studiefinanciering of
                    een WTOS-tegemoetkoming, moet niet zodanig worden geïnterpreteerd dat
                    belanghebbende ook daadwerkelijk studiefinanciering of een tegemoetkoming moet
                    ontvangen. Het is voldoende dat hij recht heeft op studiefinanciering of een
                    tegemoetkoming. Of recht hierop bestaat is afhankelijk van de gekozen opleiding,
                    de leeftijd en het inkomen van een belanghebbende. </al><al>De artikelen 12, 43, 49 en 52 Participatiewet zijn niet van toepassing bij
                    verlening van de individuele inkomenstoeslag (artikel 36b lid 2
                    Participatiewet). Een individuele studietoeslag wordt op aanvraag verleend
                    (artikel 36b lid 1 Participatiewet). Artikel 43 Participatiewet is daarbij niet
                    van toepassing (artikel 36b lid 2 Participatiewet). De aanvraag moet worden
                    ingediend bij het college. Een individuele studietoeslag kan niet als lening
                    worden verstrekt als belanghebbende met de toeslag schulden wil aflossen.
                    Artikel 49 Participatiewet is namelijk niet van toepassing op de individuele
                    studietoeslag (artikel 36 lid 5 Participatiewet). Ook artikel 52 Participatiewet
                    is niet van toepassing op de individuele studietoeslag (artikel 36 lid 5
                    Participatiewet). Dit maakt dat de individuele studietoeslag niet kan worden
                    verstrekt in de vorm van een voorschot. </al><tussenkop>Artikelsgewijze toelichting </tussenkop><al>Enkel die bepalingen die nadere toelichting behoeven worden hier behandeld.</al><tussenkop>Artikel 1. Begrippen</tussenkop><al> Begrippen die al zijn omschreven in de Participatiewet, Algemene wet
                    bestuursrecht (hierna: Awb) of de Gemeentewet worden niet afzonderlijk
                    gedefinieerd in deze verordening. Deze zijn vanzelfsprekend van toepassing op
                    deze verordening.</al><tussenkop>Artikel 2. Indienen verzoek</tussenkop><al>Door personen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a van de
                    Participatiewet kan een verzoek om een individuele studietoeslag schriftelijk
                    worden ingediend. Onder aanvraag wordt verstaan: een verzoek van een persoon,
                    een besluit te nemen (artikel 1:3, derde lid, van de Awb). Een aanvraag dient in
                    beginsel schriftelijk te worden ingediend (artikel 4:1 Awb).</al><al>Om onduidelijkheid te voorkomen over de wijze waarop het verzoek moet worden
                    ingediend, bepaalt artikel 2 van deze verordening dat het verzoek moet worden
                    gedaan middels een door het college vastgesteld formulier. Een verzoek wordt dan
                    gezien als een aanvraag zoals bedoeld in afdeling 4.1.1 van de Awb. Het gaat dan
                    om een schriftelijke aanvraag (artikel 4:1 van de Awb) die wordt ondertekend
                    door de aanvrager en ten minste de naam en het adres van de aanvrager bevat, de
                    dagtekening en een aanduiding van de beschikking die wordt gevraagd (artikel
                    4:2, eerste lid, van de Awb). De aanvrager verschaft ook de gegevens en
                    bescheiden die voor de beslissing op de aanvraag nodig zijn en waarover hij
                    redelijkerwijs de beschikking kan krijgen (artikel 4:2, tweede lid, van de Awb).
                    Een mondeling verzoek kan hiermee dus niet worden aangemerkt als een verzoek om
                    een individuele studietoeslag zoals bedoeld in artikel 36b van de
                    Participatiewet.</al><tussenkop>Artikel 3. Doelgroep studietoeslag</tussenkop><al>Een belanghebbende die behoort tot de doelgroep voor ondersteuning bij de
                    arbeidsinschakeling kan </al><al>een aanvraag indienen voor een individuele studietoeslag. Artikel 36b lid 1
                    Participatiewet spreekt </al><al>overigens zowel over verzoek als aanvraag. Het college kan op een dergelijk
                    verzoek – gelet op de </al><al>individuele omstandigheden van een belanghebbende - individuele inkomenstoeslag
                    verlenen. </al><al>Hiervoor is vereist dat belanghebbende op de datum van de aanvraag: </al><al>18 jaar of ouder is; </al><lijst><li nr="a)"><al>recht heeft op studiefinanciering op grond van de Wet studiefinanciering
                            2000 of recht heeft op </al></li><li nr="b)"><al>een tegemoetkoming op grond van hoofdstuk 4 van de Wet tegemoetkoming
                        </al></li></lijst><al>onderwijsbijdrage en schoolkosten; </al><lijst><li nr="c)"><al>geen in aanmerking te nemen vermogen heeft als bedoeld in artikel 34 van
                            de Participatiewet; en </al></li><li nr="d)"><al>een persoon is van wie is vastgesteld dat hij wegens medische
                            beperkingen/ belemmeringen met voltijdse arbeid niet in staat is tot het
                            verdienen van het wettelijk minimumloon, doch wel mogelijkheden tot
                            arbeidsparticipatie heeft. </al></li><li nr="e)"><al>Er wordt geen studietoelage verstrekt als er sprake is van andere
                            inkomsten naast de studiefinanciering.</al></li></lijst><tussenkop>Artikel 4. De hoogte en duur van de toeslag</tussenkop><al>In dit artikel is de hoogte van de toeslag opgenomen. Aan een persoon die
                    voldoet aan de voorwaarden voor een individuele toeslag wordt deze
                    toegekend.</al><al>De toeslag bedraagt 10% van het wettelijk minimumloon dat voor de leeftijd van
                    belanghebbende van toepassing is. Dat staat ongeveer gelijk aan één dag per week
                    werken in een bijbaan. Hoe hoger de leeftijd, hoe hoger het bedrag dat
                    betrokkenen ontvangen. </al><al>De oude studieregeling jonggehandicapten zoals deze onder de Wajong gegolden
                    heeft, is mede gebaseerd geweest op het wettelijk minimumloon.</al><al>In onderstaande tabel zijn de bruto bedragen opgenomen per maand.</al><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="31*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="17*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="17*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="34*"/><tbody><row><entry colname="col1" nameend="col4" namest="col1"><al>Bedragen minimumloon (bruto) per 1 juli 2014 </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>leeftijd</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>per maand</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>10%</vet></al></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>23 jaar en ouder</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 1.495,20</al></entry><entry colname="col3"><al> € 150 afgerond</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>22 jaar</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 1.270,90</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 127 afgerond</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>21 jaar</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 1.084,00</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 108 afgerond</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>20 jaar</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 919,55</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 92 afgerond</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>19 jaar</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 785,00</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 79 afgerond</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>18 jaar</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 680,30</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 68 afgerond</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Financiële gevolgen voor Laarbeek in de komende jaren:</al><table><tgroup cols="7"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="13*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="14*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="14*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="14*"/><colspec colname="col5" colnum="5" colwidth="14*"/><colspec colname="col6" colnum="6" colwidth="14*"/><colspec colname="col7" colnum="7" colwidth="14*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Aantal uwv</al></entry><entry colname="col3"><al>Uitgaven bruto in €</al></entry><entry colname="col4"><al>Uitgaven 2015 in €</al></entry><entry colname="col5"><al>Uitgaven 2016 in €</al></entry><entry colname="col6"><al>Uitgaven 2017 in €</al></entry><entry colname="col7"><al>Uitgaven 2018 in €</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Laarbeek</al></entry><entry colname="col2"><al>15</al></entry><entry colname="col3"><al>29.390,40</al></entry><entry colname="col4"><al>7.347,60</al></entry><entry colname="col5"><al>14.695,20</al></entry><entry colname="col6"><al>22.042,80</al></entry><entry colname="col7"><al>29.390,40</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>De uitgaven bruto zijn gebaseerd op het aantal in de gegevensset UWV.</al><al>De regeling is echter nieuw voor gemeenten en zal geleidelijk groeien.</al><al>Het eerste jaar is uitgegaan van 25% groei. Vervolgens zal het bedrag ieder jaar
                    oplopen met 25% tot en met 2018.</al><al>De toeslag zal betaald moeten worden uit de bijzondere bijstand.
                    Dienovereenkomstig gelden ook de betreffende randvoorwaarden.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>