<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR359758_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening clientenparticipatie participatiewet 2015 gemeente Laarbeek</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Laarbeek</dcterms:creator><dcterms:modified>2015-02-26</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Laarbeek</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening clientenparticipatie participatiewet 2015 gemeente Laarbeek</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Participatiewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-12-11</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2020-04-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening clientenparticipatie participatiewet 2015 gemeente Laarbeek</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>VERORDENING CLIENTENPARTICIPATIE
                        PARTICIPATIEWET</vet><vet>LAARBEEK</vet><vet> 2015</vet></al><al>De raad van de gemeente Laarbeek;</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders;</al><al>gelet op artikel 47 van de Participatiewet;</al><al><vet>B</vet><vet>esluit</vet><vet>:</vet></al><lijst><li nr="I."><al>vast te stellen de Verordening cliëntenparticipatie
                                Participatiewet gemeente Laarbeek 2015;</al></li><li nr="II."><al>in te trekken de Verordening cliëntenparticipatie Wet Werk en
                                Bijstand 2009</al></li></lijst></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>de wet: de participatiewet;</al></li><li nr="b."><al>de gemeente: de gemeente Laarbeek;</al></li><li nr="c."><al>het college: het college van burgemeester en wethouders van de
                                    gemeente Laarbeek;</al></li><li nr="d."><al>Portefeuillehouder: lid van het college dat namens het college
                                    de uitvoering van de Participatiewet behartigt;</al></li><li nr="e."><al>Cliënten: personen, zoals bedoeld in artikel 7, eerste lid,
                                    onderdeel a van de wet;</al></li><li nr="f."><al>Belangenorganisatie: organisatie die de belangen van cliënten
                                    behartigt. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Cliëntenraad</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De personen bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de
                                Participatiewet worden bij de uitvoering van deze wet betrokken door
                                een cliëntenraad. De leden van de cliëntenraad worden benoemd door
                                het college.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De cliëntenraad, belangenorganisaties of het college kunnen
                                kandidaten voordragen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De cliëntenraad kan bestaan uit zowel cliënten als
                                vertegenwoordigers van belangenorganisaties en is, voor zover
                                redelijkerwijs mogelijk, zodanig samengesteld dat deze een
                                afspiegeling is van de bij de uitvoering van de Participatiewet
                                betrokken personen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De cliëntenraad bestaat uit ten minste zeven en ten hoogste elf
                                personen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De leden van de cliëntenraad worden door het college benoemd voor de
                                periode van de zittingsduur van de gemeenteraad en zijn
                                herbenoembaar.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De cliëntenraad benoemt een onafhankelijke voorzitter voor de
                                periode van de zittingsduur van de gemeenteraad en is
                                herbenoembaar.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De cliëntenraad komt ten minste vier maal per kalenderjaar in
                                vergadering bij elkaar.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Het lidmaatschap van de cliëntenraad is onverenigbaar met het
                                lidmaatschap van de gemeenteraad of het college.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Beëindiging van het lidmaatschap</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het lidmaatschap eindigt indien het lid geen cliënt of
                                        vertegenwoordiger van een belangenorganisatie meer is.</al></li><li nr="2."><al>Het lidmaatschap eindigt indien het lid aftreedt.</al></li><li nr="3."><al>Het lidmaatschap eindigt indien de zittingsduur als bedoeld
                                        in artikel 2, vijfde lid, is verlopen.</al></li><li nr="4."><al>In de gevallen, bedoeld in het eerste en tweede lid, blijft
                                        het lid de functie waarnemen totdat in de vacature is
                                        voorzien.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Ambtelijk secretaris</titel></kop><al>Het college stelt een ambtenaar van de gemeente aan als ambtelijk
                                secretaris om te waarborgen dat de cliëntenraad in staat is zijn
                                taken naar behoren te vervullen. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Taken en bevoegdheden van de gemeente,
                            het college, de cliëntenraad en de ambtelijk
                            secretaris</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Taken van gemeentebestuur</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De gemeenteraad en het college vragen over beleidsvoornemens
                                        via de ambtelijk secretaris advies aan de cliëntenraad op
                                        een dusdanig tijdstip dat dit advies van wezenlijke invloed
                                        kan zijn op het te nemen besluit.</al></li><li nr="2."><al>Van een tijdstip als bedoeld in het eerste lid is sprake als
                                        de adviesaanvraag aan de cliëntenraad wordt toegezonden
                                        uiterlijk vier weken voorafgaand aan de datum waarop het
                                        college of de gemeenteraad voornemens is het beleid vast te
                                        stellen.</al></li><li nr="3."><al>De portefeuillehouder heeft tenminste één keer per jaar
                                        overleg met de cliëntenraad.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Ondersteuning cliëntenraad</titel></kop><al>Het college zorgt voor adequate ondersteuning van de cliëntenraad.
                                Hiertoe:</al><lijst><li nr="a."><al>stelt het een vergaderruimte ter beschikking;</al></li><li nr="b."><al>geeft het de leden van de cliëntenraad toegang tot
                                        kantoormiddelen zoals een kopieermachine en een
                                        printer;</al></li><li nr="c."><al>zorgt het ervoor, met inachtneming van artikel 5, tweede
                                        lid, dat adviesaanvragen en conceptbeleid de ambtelijk
                                        secretaris tijdig bereiken;</al></li><li nr="d."><al>stelt het ambtenaren van de gemeente in de gelegenheid een
                                        vergadering bij te wonen voor het geven van toelichting of
                                        uitleg, als daarom door de cliëntenraad is verzocht;</al></li><li nr="e."><al>zorgt het ervoor dat aan de cliëntenraad de nodige
                                        informatie wordt verstrekt voor zover dat nodig is voor het
                                        naar behoren functioneren van de cliëntenraad;</al></li><li nr="f."><al>verstrekt het de informatie, bedoeld onder e, op een zodanig
                                        tijdstip dat daadwerkelijk invloed mogelijk is op de
                                        beleidsvorming en besluitvorming, en</al></li><li nr="g."><al>indien van toepassing, ziet het erop toe dat de cliëntenraad
                                        wordt geïnformeerd over de redenen van afwijking van het
                                        door de cliëntenraad gevraagd of ongevraagd gegeven
                                        advies.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Taken en bevoegdheden van de cliëntenraad</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De cliëntenraad brengt gevraagd en ongevraagd advies uit in
                                        verband met door het college of de gemeenteraad voorgenomen
                                        beleid inzake uitvoering van de wet.</al></li><li nr="2."><al>Het advies als bedoeld in het eerste lid wordt uiterlijk
                                        tien werkdagen voordat het college of de gemeenteraad
                                        voornemens is het beleid vast te stellen uitgebracht door
                                        toezending aan de betreffende beleidsafdeling.</al></li><li nr="3."><al>De cliëntenraad heeft geen bevoegdheden in zaken betreffende
                                        individuele klachten, bezwaarschriften, andere zaken met
                                        betrekking tot een individuele persoon.</al></li><li nr="4."><al>Ieder lid is bevoegd agendapunten aan te dragen. Dit dient
                                        te geschieden uiterlijk vijf werkdagen voorafgaand aan de
                                        vergadering door toezending aan de voorzitter.</al></li><li nr="5."><al>Contacten tussen de cliëntenraad en het college lopen via de
                                        voorzitter en de ambtelijk secretaris.</al></li><li nr="6."><al>Wanneer de cliëntenraad uit eigen beweging advies uitbrengt
                                        gebeurt dit via de voorzitter.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Regionale afstemming</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is de cliëntenraad toegestaan contacten te onderhouden
                                        met cliëntenraden van andere gemeenten en organisaties om
                                        zodoende de onderlinge adviezen op elkaar af te
                                        stemmen.</al></li><li nr="2."><al>Het is de cliëntenraad ter uitvoering van het bepaalde in
                                        het eerste lid eveneens toegestaan het advies te laten
                                        uitbrengen door een door hen en het college erkende
                                        regionaal samengestelde cliëntenraad. Hierin dient ten
                                        minste één vertegenwoordiger van de cliëntenraad van de
                                        gemeente Laarbeek zitting te nemen.</al></li><li nr="3."><al>Het advies van de regionaal samengestelde cliëntenraad
                                        treedt in de plaats van het advies van de lokale
                                        cliëntenraad.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Taken van de ambtelijk secretaris</titel></kop><al>De ambtelijk secretaris:</al><lijst><li nr="a."><al>draagt in overleg met de cliëntenraad zorg voor een
                                        vergaderreglement en ziet toe op de naleving ervan;</al></li><li nr="b."><al>stelt voor aanvang van het kalenderjaar in overleg met de
                                        voorzitter van de cliëntenraad een vergaderkalender
                                        samen;</al></li><li nr="c."><al>stelt in overleg met de voorzitter van de cliëntenraad
                                        voorafgaand aan iedere vergadering de agenda samen;</al></li><li nr="d."><al>verzendt de uitnodigingen en, indien van toepassing,
                                        conceptbeleid en adviesverzoeken, met inachtneming van
                                        artikel 5, tweede lid, uiterlijk tien werkdagen voordat de
                                        vergadering plaatsvindt aan de leden;</al></li><li nr="e."><al>ziet erop toe dat adviesvragen en conceptbeleid de leden op
                                        een zodanig tijdstip bereiken dat zij hun rol effectief
                                        kunnen vervullen. Indien nodig last hij een tussentijds
                                        extra overleg in, en</al></li><li nr="f."><al>maakt een verslag van de vergaderingen en zendt deze
                                        gelijktijdig met de uitnodiging van de volgende vergadering
                                        aan de leden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Budget cliëntenraad</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Ten behoeve van de cliëntenraad wordt jaarlijks een budget
                                        beschikbaar gesteld.</al></li><li nr="2."><al>Ten laste van het budget als bedoeld in het eerste lid
                                        kunnen kosten worden gebracht die verband houden met
                                        deskundigheidsbevordering, het inwinnen van advies,
                                        achterbanraadpleging en organisatiekosten.</al></li><li nr="3."><al>De middelen, als bedoeld in het eerste lid, worden jaarlijks
                                        door het college toegekend naar aanleiding van en op basis
                                        van een door de cliëntenraad opgestelde begroting.</al></li><li nr="4."><al>Jaarlijks voor 1 april brengt de cliëntenraad aan het
                                        college verslag uit van de activiteiten en bevindingen over
                                        het voorgaande jaar. Daarbij wordt in een financieel verslag
                                        tevens verantwoording afgelegd over de besteding van een
                                        eventueel beschikbaar gesteld budget.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Vergoeding aan de leden</titel></kop><al>De leden van de cliëntenraad die deelnemen aan de vergadering
                                ontvangen een presentiegeldvergoeding conform het bepaalde in de
                                verordening geldelijke voorzieningen raads- en commissieleden.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Onvoorziene situaties</titel></kop><al>In alle andere gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslist
                            het college. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2015.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente
                        Laarbeek van 11 december 2014.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>M.L.M. van Heijnsbergen F.H.G.M. Ronnes</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting</titel></kop><al><vet>Algemeen</vet>Met deze verordening wordt uitvoering gegeven aan
                    artikel 47 van de Participatiewet. Dit artikel draagt de gemeenteraad op bij
                    verordening regels vast te stellen over de wijze waarop personen als bedoeld in
                    artikel 7, eerste lid, onder a, van de Participatiewet of hun vertegenwoordigers
                    betrokken worden bij de ontwikkeling van het gemeentelijke beleid. </al><al>Personen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder a, van de Participatiewet
                    zijn personen: </al><lijst><li nr="-"><al>die algemene bijstand ontvangen;</al></li><li nr="-"><al>als bedoeld in de artikelen 34a, vijfde lid, onderdeel b, 35, vierde
                            lid, onderdeel b, en</al></li></lijst><al>36, derde lid, onderdeel b, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen tot
                    het moment dat het inkomen uit arbeid in dienstbetrekking gedurende twee
                    aaneengesloten jaren ten minste het minimumloon bedraagt en ten behoeve van die
                    persoon in die twee jaren geen loonkostensubsidie als bedoeld in artikel 10d is
                    verleend; </al><lijst><li nr="-"><al>personen als bedoeld in artikel 10, tweede lid, van de Participatiewet;
                        </al></li><li nr="-"><al>personen met een nabestaanden- of wezenuitkering op grond van de
                            Algemene nabestaandenwet (hierna ANW); </al></li><li nr="-"><al>personen met een uitkering ingevolge de Wet inkomensvoorziening oudere
                            en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (hierna IOAW);
                        </al></li><li nr="-"><al>personen met een uitkering ingevolge de Wet inkomensvoorziening oudere
                            en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (hierna IOAZ);
                        </al></li><li nr="-"><al>personen zonder uitkering; en </al></li><li nr="-"><al>die voor de arbeidsinschakeling zijn aangewezen op een door het college
                            aangeboden voorziening. </al></li></lijst><al>Om een goede werking van de cliëntenraad te waarborgen worden de leden van de
                    cliëntenraad ondersteund en gefaciliteerd door het college. De regering hecht
                    sterk aan actieve betrokkenheid van burgers die met de Participatiewet te maken
                    krijgen.</al><tussenkop>Artikelsgewijze toelichting</tussenkop><al>Enkel die bepalingen die nadere toelichting behoeven worden hier behandeld.</al><tussenkop>Artikel 1 Begrippen</tussenkop><al>Voor de diverse begrippen en omschrijvingen is aansluiting gezocht bij de
                    formuleringen in de Participatiewet en/of bestaande regelgeving. </al><tussenkop>Artikel 2 Cliëntenraad</tussenkop><al>Dit artikel bepaalt hoe de cliëntenparticipatie concreet wordt vorm
                    gegeven.</al><al>Omdat het niet mogelijk is om alle personen persoonlijk te betrekken bij het
                    beleid ligt het voor de hand een cliëntenraad samen te stellen die bestaat uit
                    vertegenwoordigers van de doelgroepen zelf of vertegenwoordigers uit
                    belangenorganisaties. De leden van de cliëntenraad worden benoemd door het
                    college. De cliëntenraad, belangenorganisaties en/of het college kunnen
                    kandidaten voordragen voor lidmaatschap van de cliëntenraad (eerste lid). Het
                    college zal een afgewezen voordracht moeten motiveren. </al><al>Om de actieve betrokkenheid van alle personen goed tot zijn recht te kunnen
                    laten komen, is het van belang dat de cliëntenraad een afspiegeling is van alle
                    in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de Participatiewet genoemde
                    doelgroepen. Een evenredige vertegenwoordiging van bovengenoemde groepen in de
                    cliëntenraad is daarom het uitgangspunt van deze verordening. Dit voor zover dat
                    redelijkerwijs mogelijk is. Dit uitgangspunt is in overeenstemming met het
                    VN-verdrag inzake de rechten van personen met een handicap. </al><al>Verder is in dit artikel geregeld het aantal leden van de cliëntenraad en dat
                    leden van de cliëntenraad en de voorzitter voor de zittingsduur van de
                    gemeenteraad worden benoemd; zij kunnen beiden worden herbenoemd. Er is voor
                    gekozen om een onafhankelijk voorzitter te benoemen. </al><tussenkop>Artikel 3 Beëindiging van lidmaatschap</tussenkop><al>Een belangrijk uitgangspunt van de Participatiewet is arbeidsintegratie van
                    uitkeringsgerechtigden. </al><al>In dit artikel wordt onder meer geregeld dat het lidmaatschap eindigt wanneer
                    het lid geen cliënt of vertegenwoordiger meer is. Hierdoor blijft de binding met
                    de doelgroep optimaal gewaarborgd. </al><al>Om te voorkomen dat leden plotseling wegvallen, en de cliëntenraad zijn taak
                    niet meer naar behoren kan uitoefenen, is geregeld dat het lid de functie blijft
                    waarnemen totdat in de vacature is voorzien. Deze bepaling is mede van belang om
                    nieuwe leden te kunnen voorbereiden op hun taak. </al><tussenkop>Artikel 4 Ambtelijk secretaris</tussenkop><al>Op grond van artikel 47, onderdeel b, van de Participatiewet moet worden
                    voorzien in ondersteuning om de cliëntenraad zijn rol effectief te kunnen laten
                    vervullen. Om hierin te kunnen voorzien wordt een ambtelijk secretaris aan de
                    cliëntenraad toegevoegd. Deze kan de communicatie tussen college en gemeenteraad
                    enerzijds en de cliëntenraad anderzijds stroomlijnen.</al><tussenkop>Artikel 5 Taken van het gemeentebestuur</tussenkop><al>Het gemeentebestuur zal over beleidsvoornemens van de gemeenteraad en het
                    college via de ambtelijk secretaris advies vragen aan de cliëntenraad op een
                    dusdanig tijdstip dat dit advies van wezenlijke invloed kan zijn op het te nemen
                    besluit. Als de adviesaanvraag uiterlijk vier weken voorafgaand aan de datum
                    waarop het college of de gemeenteraad voornemens is het beleid vast te stellen,
                    wordt toegezonden aan de cliëntenraad, dan kan het advies van de cliëntenraad
                    van wezenlijke invloed zijn op het door de gemeenteraad of het college te nemen
                    besluit. Cliëntenparticipatie is een proces dat moet groeien. Om dit te
                    bevorderen is het belangrijk dat de leden, de wethouder en de ambtelijk
                    secretaris elkaar regelmatig ontmoeten. </al><tussenkop>Artikel 6 Ondersteuning cliëntenraad</tussenkop><al>Om zijn taken effectief te kunnen vervullen is het van belang dat de
                    cliëntenraad wordt gefaciliteerd. Niet alleen vergaderruimte is van belang, maar
                    ook de toegang tot kantoormiddelen. Het college zorgt voor adequate
                    ondersteuning van de cliëntenraad. </al><tussenkop>Artikel 7 Taken en bevoegdheden van de cliëntenraad</tussenkop><al>De cliëntenraad is bevoegd gevraagd en ongevraagd advies te geven over het te
                    ontwikkelen beleid. Het advies wordt uiterlijk tien werkdagen voordat het
                    college of de gemeenteraad voornemens is het beleid vast te stellen uitgebracht
                    door toezending aan de betreffende beleidsafdeling.</al><al>Dit artikel regelt tevens uitdrukkelijk dat de cliëntenraad geen bevoegdheid
                    heeft in individuele aangelegenheden. Ieder lid van de cliëntenraad is bevoegd
                    agendapunten aan te dragen. Dit moet uiterlijk vijf werkdagen voorafgaand aan de
                    vergadering gebeuren. De agendapunten moeten worden gezonden aan de voorzitter.
                    Contacten tussen de cliëntenraad en de gemeente verlopen via de voorzitter en de
                    ambtelijk secretaris. </al><tussenkop>Artikel 8 Regionale afstemming</tussenkop><al>In de Peelregio werken de gemeenten Asten, Deurne Geldrop-Mierlo (deels),
                    Gemert-Bakel, Laarbeek, Laarbeek en Someren samen met betrekking tot de
                    uitvoering van de Participatiewet. Die samenwerking krijgt gestalte door het
                    onderbrengen van de taken in een gezamenlijke organisatie.</al><al>Door die samenwerking bestaat er eveneens een bereidheid gezamenlijk beleid te
                    ontwikkelen, althans gemeentelijk beleid te harmoniseren. De inhoudelijke
                    ontwikkelingen en de beoogde samenwerking roepen de vraag op hoe de
                    cliëntenparticipatie in de toekomst op een effectieve en efficiënte manier
                    vormgegeven kan worden. Blijven de huidige cliëntenraden in tact? Hoe wordt de
                    relatie tussen de cliëntenraden en nieuwe organisatie? Hoe kunnen de
                    verschillende cliëntenraden gezamenlijk worden betrokken bij de inhoudelijke
                    ontwikkelingen die vanuit één organisatie gaat plaatsvinden? Welke vorm van
                    cliëntenparticipatie is in de toekomst nog gewenst. Voorlopig is deze vraag
                    beantwoord door het creëren van een regionale cliëntenvertegenwoordiging De
                    cliëntenraden hebben met elkaar afgesproken dat zij uitvoering geven aan hun
                    advies door via de regionale vertegenwoordiging het managementteam van het
                    Werkplein – als voorloper van een gezamenlijke uitvoeringsorganisatie – gevraagd
                    en ongevraagd te adviseren op alle aspecten met betrekking tot de uitvoering van
                    de dienstverlening waarvoor het managementteam van het Werkplein aan zet is. Op
                    deze wijze worden ook beleidsvoorstellen die vanuit het Werkplein richting de
                    samenwerkende gemeenten worden voorgelegd, op een centrale plaats voorbesproken
                    met de cliëntenvertegenwoordiging. Het advies dat die cliëntenvertegenwoordiging
                    uitbrengt treedt dan in de</al><al>plaats van dat van de lokale raden. Was een cliëntenraad te beschouwen als een
                    bestuursorgaan dan zou sprake zijn van een mandaat. Gemakshalve wordt die term
                    aangehouden, al kan daar in juridische zin geen sprake van zijn. Wel is het zaak
                    dat de onderlinge verhouding tussen cliëntenraden, regionale
                    cliëntenvertegenwoordiging en het Werkplein in een juridisch document wordt
                    vastgelegd. Gedacht kan worden aan een convenant.Uiteraard is het zaak dat de
                    gemeentelijke verordeningen op elkaar worden afgestemd om regionale afstemming
                    mogelijk te maken en goed te laten verlopen.</al><tussenkop>Artikel 9 Taken van de ambtelijk secretaris</tussenkop><al>De ambtelijk secretaris vormt de ambtelijke schakel tussen de gemeenteraad en
                    het college en de cliëntenraad. Hij zal erop moeten toezien dat alle partijen
                    informatie tijdig ontvangen of verstrekken, zodat alle partijen hun taak
                    effectief kunnen vervullen. Doordat de ambtelijk secretaris (mede) is belast met
                    de agendering en verslaglegging kan hij ervoor waken dat alle partijen naar
                    evenredigheid aan bod komen. De ambtelijk secretaris verzendt de uitnodigingen
                    aan de leden uiterlijk tien werkdagen voordat de vergadering plaatsvindt.</al><tussenkop>Artikel 10 Budget cliëntenraad</tussenkop><al>Voor deskundigheidsbevordering wordt jaarlijks door het college een budget
                    beschikbaar gesteld. Ten laste hiervan kunnen onder meer kosten worden gebracht
                    die verband houden met deskundigheidsbevordering, het inwinnen van advies,
                    achterbanraadpleging en organisatiekosten. Deze middelen worden door het college
                    beschikbaar gesteld op basis van een door de cliëntenraad opgestelde begroting,
                    die door het college dient te worden beoordeeld. De cliëntenraad moet jaarlijks
                    achteraf verantwoording afleggen over de besteding van de middelen.</al><tussenkop>Artikel 11 Vergoeding aan de leden </tussenkop><al>De leden kunnen aanspraak maken op een vaste onkostenvergoeding per bijgewoond
                    overleg, zoals vastgelegd de verordening geldelijke voorzieningen raads- en
                    commissieleden. </al><tussenkop>Artikel 12 Onvoorziene situaties </tussenkop><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al><tussenkop>Artikel 13 Inwerkingtreding</tussenkop><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>