<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR359748_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en invordering van reclamebelasting Laarbeek 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Laarbeek</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-12-14</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Laarbeek</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening op de heffing en invordering van reclamebelasting Laarbeek 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet waardering onroerende zaken</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-12-11</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2019-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en invordering van reclamebelasting Laarbeek 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Verordening op de heffing en invordering van reclamebelasting
                        Laarbeek 2015</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijving</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al>reclameobject: een openbare aankondiging in letters, cijfers,
                                    tekens, symbolen of kleuren, of een reclamevoorwerp, of een
                                    combinatie daarvan, zichtbaar vanaf de openbare weg.</al></li><li nr="b."><al>Wet WOZ: de Wet waardering onroerende zaken.</al></li><li nr="c."><al>waarde: de op de voet van hoofdstuk IV van de Wet WOZ voor het
                                    kalenderjaar, als be-</al><al> doeld in artikel 7, voor de onroerende zaak vastgestelde
                                    waarde. Indien met betrekking tot </al><al> een onroerende zaak geen waarde op de voet van hoofdstuk IV van
                                    de Wet WOZ is vastge-</al><al> steld, is de waarde de met overeenkomstige toepassing van het
                                    bepaalde bij of krachtens </al><al> de artikelen 17, 18 en 20, tweede lid, van de Wet WOZ
                                    vastgestelde waarde.</al></li><li nr="d."><al>vestiging:</al><lijst><li nr="1."><al>de onroerende zaak als bedoeld in artikel 16 van de Wet
                                            WOZ, of een deel daarvan dat</al><al> door één organisatie of bedrijf wordt gebruikt;</al></li><li nr="2."><al>twee of meer onroerende zaken, als bedoelde in artikel
                                            16 van de Wet WOZ, of delen</al><al> daarvan, die direct naast of boven elkaar gelegen zijn
                                            en die tezamen door één organisa-</al><al> tie of bedrijf voor één doel worden gebruikt.</al></li></lijst></li><li nr="e."><al>voorziening: specifiek hulpmiddel bestemd voor het aanbrengen
                                    van één of meer (al dan niet wisselende) openbare
                                    aankondigingen.</al></li><li nr="f."><al>jaar: een kalenderjaar.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Gebiedsomschrijving</titel></kop><al>Deze verordening is van toepassing binnen het gebied van de gemeente
                            Laarbeek, zoals aange</al><al>geven op de bij deze verordening behorende en daarvan deel uitmakende
                            kaart (Bijlage 1).</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Belastbaar feit</titel></kop><al>Onder de titel ‘reclamebelasting’ wordt, onder de bij deze verordening
                            gestelde voorwaarden, </al><al>binnen het gebied als bedoeld in artikel 2 een directe belasting geheven
                            ter zake van openbare </al><al>aankondigingen zichtbaar vanaf de openbare weg.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><al>De reclamebelasting wordt geheven van de gebruiker van de vestiging,
                            waarop, waaraan, waar</al><al>in of waarbij één of meer reclameobjecten zijn aangebracht dan wel zijn
                            geplaatst.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Belastingobject</titel></kop><al>De reclamebelasting wordt geheven per vestiging waarop, waaraan, waarin
                            of waarbij één of </al><al>meer reclameobjecten zijn aangebracht dan wel zijn geplaatst.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Heffingsmaatstaf</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De heffingsmaatstaf is een vast bedrag per vestiging en een bedrag
                                dat afhankelijk is van de waarde van de vestiging.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de vestiging gelijk is aan de onroerende zaak als bedoeld in
                                artikel 16 van de Wet WOZ, is de heffingsmaatstaf een vast bedrag en
                                een bedrag dat afhankelijk is van de waarde van de vestiging.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de vestiging deel uitmaakt van een onroerende zaak als
                                bedoeld in artikel 16 van de Wet WOZ, is de heffingsmaatstaf een
                                vast bedrag en een bedrag dat afhankelijk is van het deel van de
                                waarde dat aan de vestiging kan worden toegerekend.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Voor een vestiging als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, sub 2, is
                                de heffingsmaatstaf een vast bedrag en een bedrag dat afhankelijk is
                                van de waarden of de delen van de waarden die aan de vestiging
                                kunnen worden toegerekend.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Bij de bepaling van de heffingsmaatstaf wordt buiten aanmerking
                                gelaten de waarde van de delen van de vestiging die in hoofdzaak tot
                                woning dienen dan wel in hoofdzaak dienstbaar zijn aan
                                woondoeleinden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Belastingtarief</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het vaste bedrag voor de reclamebelasting bedraagt € 350,- per
                                vestiging.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor zover de waarde van de vestiging meer bedraagt dan € 147.000,-
                                wordt het in het vorige lid genoemde bedrag vermeerderd met € 1,00
                                per € 1.000,- waarde.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De reclamebelasting bedraagt maximaal € 750,- per vestiging.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien de vastgestelde waarde naar beneden toe wordt bijgesteld,
                                wordt de aanslag ambtshalve verminderd indien de lagere waarde leidt
                                tot een lager belastingbedrag voor de reclamebelasting.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Belastingtijdvak</titel></kop><al>Het belastingtijdvak is gelijk aan het kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar
                                tijdsgelang</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belastingschuld ontstaat bij het begin van het
                                belastingtijdvak.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de belastingplicht na het begin van het belastingtijdvak
                                aanvangt, ontstaat de belas-</al><al> tingschuld bij de aanvang van de belastingplicht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak
                                aanvangt, is de reclamebe-lasting verschuldigd voor zoveel twaalfde
                                gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde reclamebelasting als er
                                in dat jaar, na het tijdstip van de aanvang van de belastingplicht,
                                nog volle kalendermaanden overblijven.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak
                                eindigt, wordt de aanslag op</al><al> verzoek van belastingplichtige verminderd met zoveel twaalfde
                                gedeelten van de voor dat </al><al> jaar verschuldigde reclamebelasting als er in dat jaar, na het
                                tijdstip van de beëindiging van </al><al> de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De reclamebelasting wordt geheven bij wege van aanslag.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Vrijstellingen</titel></kop><al>De reclamebelasting wordt niet geheven voor openbare
                            aankondigingen:</al><lijst><li nr="a."><al>die korter dan 13 weken aanwezig zijn, tenzij deze openbare
                                    aankondigingen zijn aange-</al><al> bracht in een voorziening waarin, waaraan of waarop wisselende
                                    openbare aankondigingen </al><al> worden aangebracht, die individueel korter dan 13 weken
                                    aanwezig zijn, maar waarbij de </al><al> verschillende openbare aankondigingen gezamenlijk 13 weken of
                                    meer aanwezig zijn;</al></li><li nr="b."><al>die als algemene bewegwijzering waarmee een algemeen belang
                                    wordt gediend, kunnen</al><al> worden aangemerkt;</al></li><li nr="c."><al>die door de gemeente of in opdracht van de gemeente is geplaatst
                                    of aangebracht, indien</al><al> en voor zover de openbare aankondiging geschiedt ter uitvoering
                                    van de publieke taak;</al></li><li nr="d."><al>die door (semi-)overheden of culturele, maatschappelijke of
                                    daarmee gelijk te stellen licha-</al><al> men met ideële doelstellingen zijn aangebracht en betrekking
                                    hebben op activiteiten die uit</al><al> sluitend een cultureel, maatschappelijk, charitatief of ideëel
                                    belang dienen;</al></li><li nr="e."><al>aangebracht door of namens winkeliersverenigingen of
                                    centrummanagement, waarbij het</al><al> reclameobject uitsluitend bestaat uit een vlag, banier of zuil
                                    met de naam van de winke-</al><al> liersvereniging of het centrummanagement;</al></li><li nr="f."><al>aangebracht op bouwterreinen, voor zover deze opschriften
                                    rechtstreeks betrekking hebben</al><al> op de op dat terrein in uitvoering zijnde
                                    bouwwerkzaamheden;</al></li><li nr="g."><al>die door politieke partijen zijn aangebracht;</al></li><li nr="h."><al>die onderdeel uitmaken van voor de verkoop of verhuur bestemde
                                    artikelen en producten in</al><al> een etalage of in de winkel;</al></li><li nr="i."><al>bestemd voor de verkoop of verhuur van onroerende zaken, indien
                                    deze aanwezig zijn in de</al><al> onmiddellijke nabijheid van de te verkopen of te verhuren
                                    zaak;</al></li><li nr="j."><al>aangebracht op scholen, zorginstellingen, ziekenhuizen, kerken
                                    en moskeeën, en die uitslui-</al><al> tend betrekking hebben op de functie van het gebouw;</al></li><li nr="k."><al>waarvan de (gezamenlijke) oppervlakte per vestiging minder dan
                                    0,1 vierkante meter be-</al><al> draagt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
                                moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan
                                de eerste vervalt op de laatste dag van</al><al> de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het
                                aanslagbiljet is vermeld en </al><al> de tweede twee maanden later.</al><al> Indien de aanslag in één keer wordt betaald, moet dit vóór de
                                eerste vervaldag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid geldt, ingeval het totaalbedrag van
                                de op één aanslagbiljet</al><al> verenigde aanslagen, of andere gemeentelijke heffingen, of als het
                                aanslagbiljet maar één </al><al> aanslag bevat, en zolang de verschuldigde bedragen door middel van
                                automatische beta-</al><al> lingsincasso kunnen worden geïnd, dat het totaalbedrag van het
                                aanslagbiljet moet worden </al><al> betaald in 10 gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt op of
                                omstreeks de laatste werk</al><al> dag van de maand volgend op die welke in de dagtekening van het
                                aanslagbiljet is vermeld </al><al> en elk van de volgende termijnen een maand later.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste
                                en tweede lid gestelde</al><al> termijnen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><al>Van deze belasting wordt geen kwijtschelding verleend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels stellen met
                            betrekking tot de heffing en invordering van de reclamebelasting.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag volgend
                                    op haar bekendmaking.</al></li><li nr="2."><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2015.</al></li><li nr="3."><al>Deze verordening kan worden aangehaald als ‘Verordening
                                    Reclamebelasting Laarbeek</al><al> 2015’.</al></li></lijst></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad der gemeente
                        Laarbeek, d.d. 11 december 2014.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>M.L.M. van Heijnsbergen F.H.G.M. Ronnes</ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><kop><titel>Bijlage 1 bij de Verordening Reclamebelasting Laarbeek 2015</titel></kop><al>Als aangewezen gebied, bedoeld in artikel 2 van de Verordening reclamebelasting
                    2015, geldt het op onderstaande kaart afgebakende gebied binnen de rode
                    lijn.</al></bijlage></regeling></body></cvdr>