Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Almelo

Verordening op de heffing en invordering van parkeerbelastingen 2010

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieAlmelo
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingVerordening op de heffing en invordering van parkeerbelastingen 2010
CiteertitelVerordening Parkeerbelasting 2010
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpfinanciën en economie
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Verordening vervangt Verordening parkeerbelastingen 2009, nr. 2334

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

Gemeentewet art. 225

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

16-12-200901-01-2011nieuwe regeling

01-12-2009

Twenth Ruiten Drie 15-12-2009

Onbekend

Tekst van de regeling

Intitulé

Verordening op de heffing en invordering van parkeerbelastingen 2010

Geldende tekst

regelingnummer: 2371

Nr.34

Raadsbesluit van 1 december 2009, houdende vaststelling van de verordening parkeerbelastingen 2010.

De raad van de gemeente Almelo;

Gelezen het voorstel van het college van Burgemeester en Wethouders van 10 november 2009;

Gelet op artikel 225 van de Gemeentewet;

Besluit vast te stellen de volgende verordening:

Verordening op de heffing en invordering van parkeerbelastingen 2010.

Gemeenteblad van Almelo

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

a.

parkeren:

het gedurende aaneengesloten periode doen of laten staan van een voertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van zaken, op binnen de gemeente gelegen voor het openbaar verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is verboden;

b.

houder:

degene die naar de omstandigheden als houder van een voertuig moet worden beschouwd, met dien verstande dat voor een motorrijtuig dat is ingeschreven in het krachtens de Wegenverkeerswet 1994 aangehouden register van opgegeven kentekens als houder wordt aangemerkt degene op wiens naam het voor het motorrijtuig opgegeven kenteken ten tijde van het parkeren in het register was ingeschreven;

c.

parkeerapparatuur:

parkeermeters, parkeerautomaten, met inbegrip van verzamelparkeermeters, en hetgeen naar maatschappelijke opvatting overigens onder parkeerapparatuur wordt verstaan;

d.

vergunning:

een door burgemeester en wethouders verleende vergunning, krachtens welke het is toegestaan een motorvoertuig te parkeren op daartoe aangewezen parkeerapparatuur en/of belanghebbendenplaatsen;

e.

vergunninghouder:

de natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie een vergunning is verleend.

Artikel 2 Belastbaar feit

Onder de naam ‘parkeerbelastingen’ worden de volgende belastingen geheven:

a.

een belasting ter zake van het parkeren van een voertuig op een bij, dan wel krachtens deze verordening in de daarin aangewezen gevallen door het college van burgemeester en wethouders te bepalen plaats, tijdstip en wijze;

b.

een belasting ter zake van een van gemeentewege verleende vergunning voor het parkeren van een voertuig op de in die vergunning aangegeven plaats en wijze.

Artikel 3 Belastingplicht

1.

De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven van de degene die het voertuig heeft geparkeerd.

2.

Als degene die het voertuig heeft geparkeerd wordt mede aangemerkt:

 

a.

degene die de belasting voldoet, dan wel te kennen geeft of heeft gegeven de belasting te willen voldoen;

 

b.

zolang geen voldoening van de belasting genoemd in artikel 2, onderdeel a, heeft plaatsgevonden: de houder van het voertuig, met dien verstande dat:

1e indien een voor ten hoogste drie maanden aangegane huurovereenkomst wordt overlegd waaruit blijkt wie ten tijde van het parkeren ingevolge deze overeenkomst de huurder van het voertuig was, niet de houder maar de huurder wordt aangemerkt als degene die het voertuig heeft geparkeerd;

2e indien blijkt dat een ander in het kentekenregister had moeten staan ingeschreven, die ander wordt aangemerkt als degene die het voertuig heeft geparkeerd.

3.

De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt niet geheven van degene die op de voet van het tweede lid, onderdeel b, als degene die het voertuig heeft geparkeerd wordt aangemerkt, indien deze aannemelijk maakt dat ten tijde van het parkeren een ander tegen zijn wil van het voertuig heeft gebruik gemaakt en dat hij dit gebruik redelijkerwijs niet heeft kunnen voorkomen.

4.

De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven van degene die de vergunning heeft aangevraagd.

Artikel 4 Maatstaf van heffing, belastingtarief en tijdvak

De maatstaf van heffing, het belastingtarief en het belastingtijdvak zijn vermeld in de bij deze verordening behorende en daarvan deel uitmakende tarieventabel.

Artikel 5 Wijze van heffing

1.

De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte. Als voldoening op aangifte wordt aangemerkt het bij aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur op de daartoe bestemde wijze en met inachtneming van de door het college van burgemeester en wethouders gestelde voorschriften.

2.

De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte.

Artikel 6 Ontstaan van de belastingschuld en ontheffing

1.

De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, is verschuldigd bij aanvang van het parkeren.

2.

De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, is verschuldigd op het tijdstip waarop de vergunning wordt verleend.

3.

Indien een parkeervergunning met de geldigheidsduur van een jaar in de loop van het jaar wordt ingetrokken, wordt naar evenredigheid restitutie van de parkeerbelastingen verleend over het aantal volle kalendermaanden waarin van de vergunning geen gebruik meer wordt gemaakt.

Artikel 7 Termijnen van betaling

1.

De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, moet overeenkomstig de aangifte worden betaald bij de aanvang van het parkeren.

2.

De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, moet overeenkomstig de aangifte worden betaald op het tijdstip waarop de vergunning wordt verleend.

3.

Een naheffingsaanslag moet terstond worden betaald.

Artikel 8 Bevoegdheid tot aanwijzing parkeerplaatsen

De aanwijzing van de plaats waar, het tijdstip en de wijze waarop tegen betaling van de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, mag worden geparkeerd geschiedt in alle gevallen door het college van burgemeester en wethouders bij openbaar te maken besluit.

Artikel 9 Kosten

De kosten van de naheffingsaanslag ter zake van de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, bedragen € 51,00.

Artikel 10 Kwijtschelding

Bij de invordering van deze belasting wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 11 Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders

Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en invordering van de parkeerbelastingen.

Artikel 12 Inwerkingtreding en citeertitel

1.

De ‘Verordening parkeerbelastingen 2009’ van 6 november 2008 wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

2.

Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.

3.

De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2010.

4.

Deze verordening wordt aangehaald als ‘Verordening parkeerbelastingen 2010’.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 1 december 2009,

De griffier, de voorzitter,

drs. C.M. Steenbergen drs. J. van Lidth de Jeude

Tarieventabel bij ‘Verordening parkeerbelastingen 2010’

1.

Het tarief voor het parkeren bij parkeerapparatuur als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, bedraagt voor:

 

 

bedrag

per tijdseenheid van

1.1

centrumparkeren

€ 0,30

per 14 minuten of een gedeelte daarvan, daarna

 

 

€ 0,20

per 9 minuten

1.2

bewonersgebied

€ 2,80

€ 0,70

per 60 minuten, daarna

per 15 minuten

1.3

de parkeerplaatsen op langparkeerterreinen

€ 2,80

24 uren (een etmaal van 0.00 uur tot 24.00 uur)

2.

Het tarief voor een parkeervergunning als bedoeld in artikel 2, onderdeel b, van de verordening bedraagt voor centrumparkeren voor uitsluitend bewoners van dit gebied per jaar € 19,00.

3.

Het tarief voor een parkeervergunning als bedoeld in artikel 2, onderdeel b, van de verordening bedraagt voor bewonersgebied:

 

a.

voor uitsluitend bewoners van dit bewonersgebied per jaar € 19,00.

 

b.

voor een bezoekersontheffing per aaneengesloten tijdvak van 24 uur of gedeelte daarvan

€ 0,60.

4.

In afwijking van de onderdelen 2 en 3 van de tabel bedraagt het tarief voor een parkeervergunning als bedoeld in artikel 2, onderdeel b, per jaar voor:

 

 

bedrag

4.1

centrumparkeren

€ 327,00

4.2

bewonersgebied

€ 327,00

4.3

de parkeerplaatsen op langparkeerterreinen

€ 175,00

4.4

centrumparkeren èn bewonersgebied èn de parkeerplaatsen op langparkeerterreinen

€ 654,00

5.

In afwijking van de onderdelen 2 tot en met 4 van de tabel bedraagt het tarief voor een parkeervergunning van tijdelijke aard voor een locatie als in die tijdelijke vergunning aangegeven:

 

 

bedrag

5.1

per dag

€ 13,00

5.2

per week

€ 38,00

5.3

per maand

€ 61,00

6.

Indien het gebruik van een jaarvergunning als bedoeld in de onderdelen 2, 3a en 4 zich over een kortere periode van een jaar uitstrekt, wordt de belasting per maand berekend, waarbij een gedeelte van een maand voor volle maand wordt gerekend en de te heffen parkeerbelasting op veelvouden van € 0,05 naar beneden wordt afgerond.

Behorende bij raadsbesluit van 1 december 2009,

De griffier, de voorzitter,

drs. C.M. Steenbergen drs. J. van Lidth de Jeude Bijlage bij ‘Verordening parkeerbelastingen 2010’

Onderbouwing kosten naheffingsaanslag parkeerbelastingen voor het belastingjaar 2010:

Omschrijving

Bedrag

Loonkosten parkeercontroleurs

€ 415.793

Indirecte loonkosten (P&O, leiding, salarisadministratie e.d.)

€ 115.646

Kosten administratie (incassoverwerking, boekhouding) en overige kosten

€   74.824

Kosten kleding

€   14.434

Kosten vervoermiddelen

€   7.555

Kosten huisvesting

€   36.151

Kosten behandeling bezwaar- en beroepschriften

€   32.289

Kapitaallasten

€   60.079

Totaal

 756.771

Het aantal te verwachten naheffingsaanslagen voor het belastingjaar bedraagt 3.500.

De kosten per naheffingsaanslag worden geraamd op € 216,00.

Omdat het bedrag dat voor een naheffingsaanslag aan kosten in rekening mag worden gebracht,

is gebonden aan een wettelijk maximum, wordt dit bedrag voor het belastingjaar vastgesteld op:

€ 51,00 per naheffingsaanslag.

Almelo, 1 december 2009

De griffier, de voorzitter,

drs. C.M. Steenbergen drs. J. van Lidth de Jeude