<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR359271_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive Steenwijkerland 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Steenwijkerland</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-11-21</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Steenwijkerland</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad 2014, nr. 15982</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive Steenwijkerland 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, artikel 147</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Participatiewet, artikel 8, eerste lid, onderdeel d</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-01-13</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2015/4</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze verordening vervangt de Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive gemeente Steenwijkerland 2013.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive Steenwijkerland
                2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Steenwijkerland;</al><al/><al>gelet op artikel 147 van de Gemeentewet;</al><al/><al>gelet op artikel 8, eerste lid, onderdeel d, van de Participatiewet;</al><al/><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 25 november 2014
                        ;</al><al>overwegende dat, bij verordening regels dienen te worden vastgesteld over de
                        verrekening van bestuurlijke boetes bij recidive, </al><al/><al>besluit vast te stellen de volgende verordening</al><al/><al/><al><vet>De verordening verrekening bestuurlijke boete</vet><vet> bij
                            recidive</vet><vet> Steenwijkerland</vet><vet> 2015</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begrippen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>beslagvrije voet: beslagvrije voet als bedoeld in de artikelen
                                    475c tot en met 475e van het Wetboek van Burgerlijke
                                    Rechtsvordering;</al></li><li nr="b."><al>recidiveboete: bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 18a,
                                    vijfde lid, van de Participatiewet:</al></li><li nr="c."><al>bezit: waarde van de bezittingen waarover
                                    belanghebbende of diens gezin beschikt of redelijkerwijs kan
                                    beschikken, met uitzondering van het in de woning met
                                    bijbehorend erf gebonden vermogen, bedoeld in artikel 50, eerste
                                    lid, van de Participatiewet;</al></li><li nr="d."><al>verrekenen: verrekening als bedoeld in artikel 60,
                                    vierde lid, van de Participatiewet.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Bescherming beslagvrije voet bij verrekening wegens recidive</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Verrekenen met beslagvrije voet bij voldoende bezit</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien het bezit van een belanghebbende tenminste driemaal de
                                toepasselijke bijstandsnorm bedraagt, verrekenen burgemeester en
                                wethouders de recidiveboete zonder inachtneming van de beslagvrije
                                voet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De verrekening, bedoeld in het eerste lid, geschiedt gedurende een
                                tijdvak van drie maanden vanaf het moment van de dagtekening waarop
                                de bestuurlijke boete is opgelegd. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Verrekenen bij geen of onvoldoende bezit</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien het bezit van een belanghebbende niet ten minste driemaal de
                                toepasselijke bijstandsnorm bedraagt, verrekenen burgemeester en
                                wethouders de recidiveboete gedurende één maand zonder inachtneming
                                van de beslagvrije voet. De verrekening geschiedt vanaf het moment
                                van de dagtekening waarop de bestuurlijke boete is opgelegd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Aansluitend op verrekening als bedoeld in het eerste lid, verrekenen
                                burgemeester en wethouders de recidiveboete in de daarop volgende
                                twee maanden op een dusdanige wijze dat belanghebbende blijft
                                beschikken over een inkomen ter hoogte van 80% van de toepasselijke
                                bijstandsnorm.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Tot het inkomen, bedoeld in het tweede lid, worden ook middelen
                                gerekend als bedoeld in artikel 31, tweede lid, onderdelen n, r en
                                z, van de Participatiewet en artikel 31, tweede lid, onderdeel d,
                                van de Participatiewet in samenhang met artikel 2, zesde lid, van de
                                Wet op het kind gebonden budget . </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Verrekenen met inachtneming beslagvrije voet</titel></kop><al>In afwijking van de artikelen 2 en 3 kunnen burgemeester en wethouders
                            de recidiveboete met inachtneming van de beslagvrije voet verrekenen
                            indien:</al><lijst><li nr="a."><al>aannemelijk is dat verrekening op de wijze, bedoeld in de
                                    artikelen 2 of 3, zou leiden tot huisuitzetting van
                                    belanghebbende en diens gezin; of</al></li><li nr="b."><al>anderszins sprake is van dringende redenen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Eerder opgelegde bestuurlijke boetes </titel></kop><al> De artikelen 2, 3 en 4 zijn van overeenkomstige toepassing op de
                            verrekening van de bestuurlijke boete, bedoeld in artikel 18a, eerste
                            lid, van de Participatiewet, indien en voor zover deze boete nog niet is
                            betaald op het moment van verrekening van de recidiveboete.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Intrekken oude verordening</titel></kop><al>De Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive 2013 gemeente
                            Steenwijkerland 2013 wordt met ingang van 1 januari 2015
                            ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2015. </al></li><li nr="2."><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening verrekening
                                    bestuurlijke boete bij recidive Steenwijkerland 2015.</al></li></lijst><al/><al/><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare raadsvergadering van 13 januari 2015.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De griffier, A. ten Hoff,</ondertekening><ondertekening>De voorzitter, M.A.J. van der Tas</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label>Toelichting</label><nr/><titel/></kop><al><vet>Algemeen deel</vet></al><al>Op 1 januari 2013 trad de "Wet aanscherping handhaving en sanctiebeleid
                            SZW-wetgeving" in werking. Voor de Participatiewet (voorheen Wet werk en
                            bijstand) introduceert deze wet de bestuurlijke boete bij een schending
                            van de inlichtingenplicht. Het college van burgemeester en wethouders
                            (verder college) is verplicht de bestuurlijke boete met de lopende
                            uitkering te verrekenen. In beginsel moet bij deze verrekening de
                            bescherming van de beslagvrije voet in acht genomen worden. Is echter
                            sprake van een bestuurlijke boete wegens recidive, dan kan het college
                            besluiten gedurende maximaal drie maanden met de beslagvrije voet te
                            verrekenen. </al><al>De Participatiewet verplicht de gemeenteraad in een verordening nadere
                            regels te stellen over de bevoegdheid de beslagvrije voet tijdelijk
                            buiten werking te stellen bij verrekening van de recidiveboete.
                            Gemeenten krijgen daarmee de ruimte een afweging te maken van situaties
                            of omstandigheden waarin het buiten werking stellen van de beslagvrije
                            voet niet proportioneel wordt geacht. </al><al/><tussenkop>Artikelsgewijze toelichting</tussenkop><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begrippen</titel></kop><al> In deze bepaling zijn een aantal begrippen nader omschreven. De meeste
                            behoeven geen nadere toelichting.</al><al/><al><cursief>Bezit</cursief></al><al>De verordening kent een definitie van het begrip
                            bezit. Het gaat daarbij om (de waarde van) alle bezittingen waarover een
                            belanghebbende of diens gezinsleden beschikken of redelijkerwijs kunnen
                            beschikken. Bezittingen kunnen zowel bestaan uit geld als op geld
                            waardeerbare goederen. </al><al> Bij het begrip bezit zoals dat in deze verordening wordt gebruikt, gaat
                            het nadrukkelijk niet om vermogen als bedoeld in artikel 34 van de
                            Participatiewet. Eventueel aanwezige schulden spelen immers geen rol en
                            worden dus ook niet op het bezit in mindering gebracht. Ook de
                            vrijlatingen van artikel 34, tweede lid, van de Participatiewet zijn
                            hier niet van toepassing. Een belanghebbende die vanwege de volledige
                            verrekening met de beslagvrije voet zonder inkomsten komt te zitten, zal
                            de bezittingen waarover hij beschikt of redelijkerwijs kan beschikken,
                            volledig moeten aanwenden om in de noodzakelijke kosten van het bestaan
                            te kunnen voorzien. Een uitzondering is gemaakt voor de door
                            belanghebbende en zijn gezin bewoonde (eigen) woning.</al><al/><al><cursief>Verrekenen</cursief></al><al>De Participatiewet kent een ruimer begrip van
                            verrekenen dan het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Voor de
                            duidelijkheid is daarom een aparte begripsbepaling opgenomen in de
                            verordening.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Verrekenen met beslagvrije voet bij voldoende bezit</titel></kop><al>Uitgangspunt van deze verordening is dat volledige verrekening met de
                            beslagvrije voet plaats vindt voor de maximale termijn van drie maanden
                            als een belanghebbende over voldoende bezittingen beschikt om dit op te
                            kunnen vangen. Dat uitgangspunt is vastgelegd in artikel 2 van deze
                            verordening. Van voldoende bezit is sprake als de waarde van de
                            bezittingen waarover belanghebbende beschikt (of redelijkerwijs kan
                            beschikken), ten minste driemaal de toepasselijke bijstandsnorm
                            bedraagt. Immers, bij aanwending of tegeldemaking van deze bezittingen,
                            zou een periode van drie maanden overbrugd moeten kunnen worden. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Verrekenen bij geen of onvoldoende bezit</titel></kop><al>Heeft een belanghebbende onvoldoende bezittingen om een periode van drie
                            maanden volledige verrekening met de beslagvrije voet te kunnen
                            overbruggen, dan verrekent het college slechts één maand zonder
                            inachtneming van de beslagvrije voet. Voor de overige twee maanden vindt
                            weliswaar verrekening met de beslagvrije voet plaats, maar niet
                            volledig. Belanghebbende blijft beschikken over een inkomen ter hoogte
                            van 80% van de toepasselijke bijstandsnorm.</al><al>Voor het percentage van 80% is aansluiting gezocht bij de
                            invorderingsmogelijkheden die de Belastingdienst heeft bij notoire
                            wanbetalers. Onder omstandigheden kan deze de beslagvrije voet (90% van
                            de toepasselijke bijstandsnorm) verlagen met 10% op grond van artikel
                            19, eerste lid, van de Invorderingswet 1990.</al><al>Met de gekozen opzet wordt enerzijds uiting gegeven aan het principe dat
                            fraude niet mag lonen. Het gaat hier immers om belanghebbenden die
                            herhaaldelijk hun inlichtingenplicht hebben geschonden. Daar mag een
                            duidelijk signaal tegenover staan. Anderzijds wordt rekening gehouden
                            met de zorgplicht van gemeenten. Het volledig buiten werking stellen van
                            de beslagvrije voet gedurende drie maanden kan kwalijke maatschappelijke
                            consequenties hebben. Dat moet voorkomen worden, nu de regeling daarmee
                            zijn doel voorbij zou schieten.</al><al>Een belanghebbende kan inkomsten uit arbeid hebben die op grond van
                            artikel 31, tweede lid, onderdelen n, r of z van de Participatiewet
                            worden vrijgelaten voor de algemene bijstand. Bij verrekening van een
                            recidiveboete tot 80% van de bijstandsnorm, tellen deze inkomsten echter
                            gewoon mee. Het college laat deze inkomsten dus niet buiten beschouwing
                            bij de beoordeling van de vraag of een belanghebbende nog over voldoende
                            inkomen beschikt. Ook de aanspraak op een verhoging van het kind
                            gebonden budget voor alleenstaande ouders als bedoeld in artikel 2,
                            zesde lid, van de Wet op het kind gebonden budget wordt tot het inkomen
                            gerekend. Dit in afwijking van artikel 31, tweede lid, van de
                            Participatiewet. Alleenstaande ouders ontvangen vanaf 1 januari 2015 een
                            bijstandsuitkering die even hoog is als die van een alleenstaande. Via
                            de belastingdienst ontvangen deze alleenstaande ouders een verhoging van
                            het kind gebonden budget, de alleenstaande ouder-kop geheten. Dat is
                            geregeld in het derde lid.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Verrekenen met inachtneming beslagvrije voet</titel></kop><al>Hoewel het hier gaat om een herhaaldelijke schending van de
                            inlichtingenplicht, zijn situaties denkbaar waarin volledige verrekening
                            met de beslagvrije voet niet aanvaardbaar wordt geacht. Die situaties
                            komen aan de orde in artikel 4. Het gaat daarbij altijd om individuele
                            omstandigheden waaraan het college zal moeten toetsen.</al><al>In onderdeel a is geregeld dat het college kan besluiten in afwijking
                            van de artikelen 2 en 3 toch de beslagvrije voet te respecteren wanneer
                            volledige verrekening waarschijnlijk leidt tot huisuitzetting van
                            belanghebbende en diens gezin. Voorkomen moet worden dat een
                            belanghebbende door de volledige verrekening op straat komt te staan, nu
                            dit de problematiek alleen maar verergert, met alle maatschappelijke
                            kosten van dien. </al><al> Een dreigende huisuitzetting wordt in deze verordening gezien als een
                            dringende reden om van verrekening met de beslagvrije voet af te zien.
                            Dat volgt uit het woord 'anderszins' in onderdeel b. Ook bij
                            aanwezigheid van andere dringende redenen dan een dreigende
                            huisuitzetting, kan het college rekening houden met de bescherming van
                            de beslagvrije voet. Van dringende redenen is niet snel sprake. Het gaat
                            slechts om incidentele gevallen, waarbij de behoeftige omstandigheden
                            waarin de belanghebbende en diens gezinsleden verkeren op geen enkele
                            andere wijze te verhelpen zijn. Het enkele feit dat het belanghebbende
                            door de verrekening aan middelen ontbreekt om in het bestaan te
                            voorzien, is op zich geen voldoende voorwaarde om te kunnen spreken van
                            dringende redenen. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Eerder opgelegde bestuurlijke boetes</titel></kop><al> In artikel 60b, derde lid, van de Participatiewet is bepaald dat de
                            bevoegdheid om te verrekenen met de beslagvrije voet ook van toepassing
                            is op eerder opgelegde bestuurlijke boetes voor zover op het moment van
                            verrekening van de recidiveboete, die eerdere boetes nog niet zijn
                            betaald. Mocht het college die eerdere, nog openstaande boetes gaan
                            verrekenen, dan regelt artikel 5 dat de bepalingen in deze verordening
                            van overeenkomstige toepassing zijn.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Intrekken oude verordening</titel></kop><al> De oude verordening is gebaseerd op de Wet werk en bijstand. Deze wet
                            komt per 1 januari 2015 te vervallen. Daarmee komt de wettelijke
                            grondslag waarop de oude verordening is gebaseerd per die datum te
                            vervallen. Reden waarom een nieuwe verordening is opgesteld gebaseerd op
                            de nieuwe Participatiewet.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>