<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR35927_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de rekenkamercommissie 2010</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Tytsjerksteradiel</dcterms:creator><dcterms:modified>2013-03-22</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Tytsjerksteradiel</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeentelijke website</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening op de rekenkamercommissie 2010</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 81f en 81oa</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2011-09-15</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2011-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Toelichting artikel 6</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Met de inwerkingtreding van deze verordening vervalt de Verordening op de rekenkamercommissie 2007. De Toelichting artikel 6 is gewijzigd op 15 september 2011.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de rekenkamercommissie 2010</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De <onderstreept>rekenkamercommissie</onderstreept>: de gemeentelijke
                            rekenkamercommissie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al><onderstreept>Doeltreffendheid of effectiviteit</onderstreept>: de mate
                            waarin de organisatie erin slaagt met de geleverde prestaties de
                            gestelde doelen of beoogde maatschappelijke effecten te bereiken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al><onderstreept>Doelmatigheid of efficiency</onderstreept>: de mate waarin
                            de organisatie er in slaagt om met een zo gunstig mogelijke inzet van de
                            beschikbare middelen het gewenste resultaat te bereiken.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al><onderstreept>Rechtmatigheid</onderstreept>: de vraag of wordt voldaan
                            aan wet- en regelgeving.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Taak</titel></kop><al>De taak van de rekenkamercommissie is het geven van een nader oordeel over
                        de doeltreffendheid, doelmatigheid en rechtmatigheid van het gemeentelijk
                        beleid en het door de gemeente gevoerde bestuur.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Samenstelling en benoeming</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rekenkamercommissie bestaat uit vier leden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Met het lidmaatschap van de rekenkamercommissie zijn niet verenigbaar de
                            functies zoals genoemd in artikel 81f van de Gemeentewet.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De rekenkamercommissie doet een voordracht aan de raad voor de benoeming
                            van de leden van de rekenkamercommissie.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al> De raad benoemt de leden voor de duur van vier jaar. De leden kunnen
                            maximaal eenmaal worden herbenoemd voor een periode van vier jaar. Bij
                            het door de rekenkamercommissie vastgestelde Reglement van Orde wordt
                            als bijlage een rooster van aftreden van de leden gevoegd.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De raad kan, op voordracht van de rekenkamercommissie, plaatsvervangende
                            leden benoemen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Einde van het lidmaatschap</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad ontslaat de leden van de rekenkamercommissie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een lid wordt ontslag verleend:</al><lijst><li nr="a."><al>op eigen verzoek;</al></li><li nr="b."><al>bij aanvaarding van een functie die onverenigbaar is met het
                                    lidmaatschap van de rekenkamercommissie;</al></li><li nr="c."><al>wanneer het lid bij onherroepelijk geworden rechterlijke
                                    uitspraak wegens misdrijf is veroordeeld, dan wel bij zulk een
                                    uitspraak een maatregel is opgelegd die vrijheidsbeneming tot
                                    gevolg heeft;</al></li><li nr="d."><al>indien het lid bij onherroepelijk geworden rechterlijke
                                    uitspraak onder curatele is gesteld, in staat van faillissement
                                    is verklaard, surseance van betaling heeft verkregen of wegens
                                    schulden is gegijzeld;</al></li><li nr="e."><al>indien de raad van oordeel is dat het lid niet langer de functie
                                    van lid van de rekenkamercommissie kan vervullen;</al></li><li nr="f."><al>wanneer het lid door ziekte of gebreken blijvend ongeschikt is
                                    om zijn/haar functie te vervullen;</al></li><li nr="g."><al>door tijdsverloop van vier jaar, behoudens herbenoeming.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij ontslag op eigen verzoek blijven de leden hun functie vervullen
                            totdat in hun opvolging is voorzien.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Voorzitter en griffier</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rekenkamercommissie kiest uit haar midden een voorzitter. De
                            voorzitter draagt zorg voor:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>het tot stand komen van een onderzoeksrapport met conclusies en
                            aanbevelingen;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>het bevorderen van een zorgvuldige besluitvorming binnen de
                            rekenkamercommissie;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>de leiding van de vergaderingen van de rekenkamercommissie;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>in voorkomende gevallen optreden namens de rekenkamercommissie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De rekenkamercommissiewordt bijgestaan door de griffier, deze
                            draagt zorg voor:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>de procescoördinatie van de onderzoeken;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de secretariële ondersteuning van de rekenkamercommissie;</al></lid><lid><lidnr>c</lidnr><al>de organisatievan de vergaderingen in overleg met de voorzitter,
                            de verslaglegging van de vergaderingen en de correspondentie van de
                            rekenkamercommissie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Budget</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rekenkamercommissie is bevoegd binnen een haar bij de begroting
                            beschikbaar gesteld budget uitgaven te doen ten behoeve van de
                            uitvoering van haar taken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ten laste van het in het voorgaande lid bedoelde budget worden de
                            volgende kosten gebracht:</al><lijst><li nr="a."><al>de vergoedingen van de externe leden;</al></li><li nr="b."><al>externe deskundigen die door de rekenkamercommissie zijn
                                    ingeschakeld;</al></li><li nr="c."><al>eventuele overige uitgaven die de rekenkamer nodig acht voor de
                                    uitoefening van haar taak.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Inventarisatie onderzoeksonderwerpen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rekenkamercommissie neemt het initiatief te inventariseren welk
                            onderwerp / welke onderwerpen in aanmerking komen voor onderzoek.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De raad kan de rekenkamercommissie een verzoek doen tot het instellen
                            van een onderzoek. De rekenkamercommissie bericht de raad binnen twee
                            maanden in hoeverre aan dat verzoek wordt voldaan. Indien de
                            rekenkamercommissie niet aan het verzoek van de raad voldoet, zal zij
                            daarvoor goede gronden aanvoeren.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Onderwerpselectie en opdrachtverlening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rekenkamercommissie bepaalt de onderwerpen die zij onderzoekt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De rekenkamercommissie neemt een besluit over de onderzoeksopdracht,
                            formuleert de probleemstelling en stelt de onderzoeksopzet vast.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De in het vorige lid bedoelde onderzoeksopzet wordt door de
                            rekenkamercommissie ter kennisneming aan de raad en het college
                            verstuurd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college geeft binnen 1 maand aan wat de beheerstechnische,
                            organisatorische of bestuurlijke consequenties van de onderzoeksopzet
                            zijn.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Criteria voor onderzoeksonderwerpen</titel></kop><al> Bij de keuze van het onderzoeksonderwerp worden de volgende richtinggevende
                        criteria in acht genomen:</al><lijst><li nr="·"><al>het onderwerp moet op effectiviteit van beleid en/of efficiency van
                                de uitvoering kunnen worden getoetst;</al></li><li nr="·"><al>het onderwerp moet bestuurlijk relevant zijn, waarbij het
                                maatschappelijke effect zwaar weegt;</al></li><li nr="·"><al>de betrokkenheid van het gemeentebestuur bij het onderwerp dient
                                substantieel en aanwijsbaar te zijn;</al></li><li nr="·"><al>het onderwerp dient betrekking te hebben op een (deels) afgerond
                                beleidsonderdeel, waardoor de relatie met de beleidsdoelen en
                                gewenste resultaten gelegd kan worden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Werkwijze</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rekenkamercommissie is belast met en verantwoordelijk voor de
                            organisatie en uitvoering van het onderzoek.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De rekenkamercommissie is bevoegd alle documenten die berusten bij het
                            gemeentebestuur te onderzoeken voor zover zij dat ter vervulling van
                            haar taak nodig acht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het gemeentebestuur verstrekt desgevraagd alle inlichtingen die de
                            rekenkamercommissie ter vervulling van haar taak nodig acht. Deze
                            verplichting geldt voor de leden van het college, voor raadsleden en
                            voor medewerkers van de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien de zorg voor een administratie aan een derde is uitbesteed, is
                            het tweede lid van overeenkomstige toepassing op de administratie van de
                            betrokken derde dan wel van degene die de administratie in opdracht van
                            die derde voert.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De rekenkamercommissie stelt voor haar functioneren een reglement van
                            orde vast en stuurt dit ter kennisneming aan de raad.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Leden van de rekenkamercommissie nemen niet deel aan een onderzoek
                            indien daarbij hun onpartijdigheid in het geding kan zijn.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Beslotenheid en geheimhouding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergaderingen van de rekenkamercommissie worden in beslotenheid
                            gehouden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De rekenkamercommissie kan geheimhouding opleggen over het in de
                            vergadering behandelde en over de inhoud van stukken die aan de
                            rekenkamercommissie zijn overlegd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De geheimhouding wordt door hen die bij de behandeling aanwezig waren en
                            allen die van het behandelde of de stukken kennis dragen, in acht
                            genomen totdat de rekenkamercommissie haar opheft. Betreft het stukken
                            waarover door andere organen geheimhouding is opgelegd, of het verslag
                            van de behandeling van dergelijke stukken, dan blijft geheimhouding
                            gehandhaafd tot het betreffende orgaan deze opheft.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Resultaten onderzoek</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De rekenkamercommissie stelt het college van burgemeester en
                                wethouders schriftelijk op de hoogte van de voorlopige
                                onderzoeksresultaten en stelt het college in de gelegenheid daarop
                                mondeling of schriftelijk te reageren.</al></li><li nr="2."><al>De reactie van het college wordt als bijlage in het
                                onderzoeksrapport opgenomen, evenals het nawoord van de
                                rekenkamercommissie.</al></li><li nr="3."><al>Na ontvangst van de reactie sluit de rekenkamercommissie het
                                onderzoek af.</al></li><li nr="4."><al>Het onderzoek van de rekenkamercommissie resulteert in een openbaar
                                onderzoeksrapport, waarin bevindingen, conclusies en aanbevelingen
                                zijn opgenomen. Eventuele minderheidsstandpunten worden
                                weergegeven.</al></li><li nr="5."><al>Dit openbare onderzoeksrapport wordt aan de raad en het college
                                aangeboden.</al></li><li nr="6."><al>Het onderzoeksrapport wordt zo spoedig mogelijk na aanbieding in een
                                opiniërende raadsvergadering besproken.</al></li><li nr="7."><al>Het college van burgemeester en wethouders geeft binnen drie maanden
                                na opiniërende behandeling van het onderzoeksrapport in de raad, aan
                                de raad een reactie op de conclusies en aanbevelingen van het
                                onderzoeksrapport en doet voorstellen tot uitvoering van de
                                aanbevelingen. Daarbij wordt tevens aangegeven hoe die uitvoering
                                zal worden geborgd.</al></li><li nr="8."><al>De raad neemt besluiten naar aanleiding van de conclusies en
                                aanbevelingen van het onderzoeksrapport met inachtneming van de
                                voorstellen van het college van burgemeester en wethouders.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening kan worden aangehaald als “Verordening op de
                                rekenkamercommissie 2010”.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening treedt in werking op 11 maart 2010.</al></li><li nr="3."><al>Met de inwerkingtreding van deze verordening vervalt de “Verordening
                                op de rekenkamercommissie 2007”.</al></li></lijst></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente
                        Tytsjerksteradiel van 17 december 2009.</ondertekening><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>de griffier de voorzitter</ondertekening><ondertekening>mr S.K. Dijkstra G.J. Polderman</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label/><nr/><titel><onderstreept>Toelichting algemeen</onderstreept></titel></kop><al>Op grond van de Wet dualisering gemeentebestuur moeten gemeenten of een
                    rekenkamer instellen of een rekenkamerfunctie (i.c. de rekenkamercommissie). In
                    het laatste geval moeten bij verordening regels vastgesteld worden voor de
                    uitoefening van de rekenkamerfunctie. </al><al>De invulling van de rekenkamerfunctie is grotendeels aan de gemeente zelf
                    overgelaten. </al><al>De incompatibiliteiten die gelden voor personen die de rekenkamerfunctie
                    uitoefenen zijn geregeld in artikel 81f Gemeentewet. </al><al>Het doel van zowel de onafhankelijke rekenkamer als de rekenkamerfunctie is het
                    doen van onderzoek naar de doelmatigheid, de doeltreffendheid en de
                    rechtmatigheid van het door het gemeentebestuur gevoerde bestuur. </al><al>De artikelen 182, 184a en 185 Gemeentewet uit hoofdstuk XIA `De bevoegdheid van
                    de rekenkamer` zijn van overeenkomstige toepassing op de rekenkamerfunctie. </al><al><vet>Artikelsgewijze toelichting </vet></al><al><vet>Artikel 1 Begripsomschrijvingen</vet></al><al>Dit artikel behoeft geen toelichting.</al><al><vet>Artikel 2 Taak</vet></al><al><cursief>Artikel 2 Taak</cursief></al><al> Met de instelling van de rekenkamercommissie is beoogd de raad een mogelijkheid
                    te geven om door middel van beleidsevaluaties een bijdrage te leveren aan de
                    doeltreffendheid van het beoogde gemeentelijk beleid alsmede de doelmatige
                    voorbereiding en uitvoering daarvan. Met andere woorden, zijn de bedoelingen van
                    de (raads)besluiten in praktijk gebracht, is het doel bereikt en tegen welke
                    inspanningen?</al><al>In principe is de onderzoeksbevoegdheid van de rekenkamercommissie onbeperkt,
                    daartoe behoort ook de bedrijfsvoering.</al><al>Bij het onderzoek zal, vanuit overwegingen van doelmatigheid, uiteraard zoveel
                    mogelijk gebruik gemaakt worden van of worden voortgeborduurd op reeds
                    uitgevoerde toetsen ter zake.</al><al>De rekenkamercommissie heeft geen taak in het kader van de behandeling en
                    vaststelling van de jaarrekening. </al><al><vet>Artikel 3 Samenstelling en benoeming</vet></al><al><cursief>Artikel 3 Samenstelling en benoeming</cursief></al><al>De rekenkamercommissie bestaat uit een viertal (externe) leden. </al><al>In lid 2 wordt gerefereerd aan artikel 81f van de Gemeentewet. In dit
                    wetsartikel zijn de zogeheten incompatibiliteiten opgenomen; zo kan een lid van
                    de rkc b.v. niet zijn minister, CdK, lid van de raad en ambtenaar van
                    Tytsjerksteradiel.</al><al>De leden worden benoemd voor vier jaar. Zij treden af op basis van een door de
                    rekenkamercommissie opgesteld rooster van aftreden, dat als bijlage is gevoegd
                    bij het op grond van artikel 10 vastgestelde Reglement van Orde. Hiermee wordt
                    voorkomen dat na afloop van een bepaalde raadsperiode alle leden tegelijk dienen
                    af te treden. De leden kunnen maximaal twee keer voor een periode van vier jaar
                    worden benoemd.</al><al>De leden worden bij voorkeur via een advertentie geworven, waarin duidelijk de
                    gewenste eigenschappen en vaardigheden staan vermeld. De leden dienen bij
                    voorkeur inwoners van de gemeente te zijn waarbij maatschappelijke betrokkenheid
                    één van de criteria zal moeten zijn.</al><al>Het vijfde lid geeft de raad de mogelijkheid desgewenst plaatsvervangende leden
                    te benoemen, b.v. in geval van langdurige afwezigheid.</al><al><vet>Artikel 4 Einde van het lidmaatschap</vet></al><al>Dit artikel handelt over het ontslag van de leden door de raad.</al><al><vet>Artikel 5 Voorzitter en griffier </vet></al><al><cursief>Artikel 5 Voorzitter en griffier </cursief></al><al>Dit artikel behoeft geen toelichting.</al><al/><al><vet>Artikel 6 Budget</vet></al><al>Vergoeding voor de leden was aanvankelijk conform de vergoedingen voor de
                    commissieleden van de commissie voor de bezwaarschriften
                    personeelsaangelegenheden. In de raadsvergadering van 16 december 2010 heeft de
                    raad besloten per 1 januari 2011 de vergoeding voor de leden van de
                    Rekenkamercommissie gelijk te trekken met die van de leden van de commissie voor
                    de bezwaarschriften, met dien verstande dat de voorzitters van de commissies een
                    opslag krijgen van 25 procent en tevens met inachtneming van het rooster van
                    aftreden van de leden van de Rekenkamercommissie. Per 1 januari 2011 krijgen
                    herbenoemde en nieuw te benoemen leden van de rkc de volgende vergoeding: </al><lijst><li nr="1."><al>€ 150,00 voor de leden van de rekenkamercommissie; </al></li><li nr="2."><al>€ 187,50 voor de voorzitter van de rekenkamercommissie. </al></li></lijst><al/><al>De vermelde vergoedingsbedragen zullen jaarlijks worden aangepast met hetzelfde
                    percentage, c.q. indexcijfer, als door de minister wordt toegepast op grond van
                    artikel 2, 2<cursief>e </cursief>lid van het Rechtspositiebesluit raads- en
                    commissieleden, voor de vergoedingsbedragen in tabel IV van de
                        circulaires<cursief>.</cursief></al><al/><al><vet>Artikelen 7, 8 en 9 Van onderzoeksonderwerp tot onderzoeksopdracht</vet></al><al>De rekenkamercommissie dient onafhankelijk te zijn en om deze onafhankelijkheid
                    te bevorderen is het van belang dat zij zelfstandig de onderzoeksonderwerpen kan
                    kiezen. De rekenkamercommissie kan op verzoek van de raad een onderzoek
                    instellen maar is niet verplicht het verzoek van de raad in te willigen. Dit
                    verzoek van de raad wordt in artikel 182, tweede lid van de wet expliciet
                    genoemd. Doordat deze mogelijkheid uitdrukkelijk in de wet is genoemd, wordt er
                    een bepaald gewicht toegekend aan het verzoek van de raad. Indien de
                    rekenkamercommissie niet voldoet aan een goed gemotiveerd verzoek van de raad
                    zal zij daarvoor goede gronden aanvoeren.</al><al>De globale onderzoeksopzet wordt, op een door de rekenkamercommissie te bepalen
                    moment, ter kennisname naar de raad en het college gestuurd.</al><al>In het uiteindelijke onderzoeksrapport legt de rekenkamercommissie
                    verantwoording af over de gehanteerde onderzoeksopzet.</al><al/><al><vet>Artikel 10 Werkwijze</vet></al><al>In deze bepaling is de informatieplicht voor het gemeentebestuur opgenomen,
                    vergelijkbaar met artikel 183 van de Gemeentewet voor rekenkamers. </al><al>Indien een inlichtingenplicht voor andere lichamen, organen en rechtspersonen
                    ook gewenst is, zal dit via andere wegen geregeld dienen te worden. Daarbij valt
                    b.v. te denken gemeenschappelijke regelingen, subsidieverordening en –
                    contracten en statuten.</al><al/><al><vet>Artikel 11 Beslotenheid van de vergaderingen</vet></al><al>De vergaderingen en overige werkzaamheden van de rekenkamercommissie hebben het
                    karakter van onderzoek naar feiten. Om een zo volledig mogelijk beeld van de
                    feiten te krijgen, ook in gesprekken met betrokkenen, verdient het sterk de
                    voorkeur, dat het werk van de rekenkamercommissie in beslotenheid
                    plaatsvindt.</al><al/><al><vet>Artikel 12 Resultaten onderzoek</vet></al><al> Alleen naar aanleiding van de presentatie van het onderzoeksrapport treedt de
                    rekenkamercommissie in de openbaarheid. Op de bevindingen en het oordeel van de
                    rekenkamercommissie is artikel 185 Gemeentewet van toepassing. Hierin is onder
                    andere geregeld dat de rekenkamercommissie opmerkingen en bedenkingen meedeelt
                    aan de raad en het college die zij naar aanleiding van haar bevindingen van
                    belang acht.</al><al>Na de aanbieding van het rapport wordt het zo spoedig mogelijk besproken in een
                    opiniërende raadsvergadering. Daarna komt het college met een reactie naar de
                    raad.</al><al>De reactie van het college onder lid 1 betreft met name de toets op volledigheid
                    en feitelijke onjuistheden. De reactie onder lid 7 betreft meer een inhoudelijk
                    bestuurlijk oordeel.</al><al/><al><vet>Artikel 13 Slotbepalingen</vet></al><al>Dit artikel behoeft verder geen toelichting.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>