<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR35918_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de rekenkamercommissie van de gemeente Vlissingen</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Vlissingen</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-29</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Vlissingen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad, 2009, VIII.10</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening op de rekenkamercommissie van de gemeente Vlissingen</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 81o</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2008-12-18</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2009-01-07</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2009-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2013-12-19</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Art. 3, 4, 15</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Geen.</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de rekenkamercommissie van de gemeente
            Vlissingen</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>voorzitter : de voorzitter van de rekenkamercommissie;</al></li><li nr="b."><al>college : het college van burgemeester en wethouders;</al></li><li nr="c."><al>betrokkenen/ onderzochte partij(en) : degenen wier taakuitvoering
                                (mede) voorwerp van onderzoek is of is geweest en eventueel anderen
                                door de rekenkamercommissie aan te merken;</al></li><li nr="d."><al>bestuursorgaan : de gemeenteraad, het college, de burgemeester,
                                alsmede gemeentelijke commissies waaraan bevoegdheden van de
                                gemeenteraad of van het college zijn gedelegeerd;</al></li><li nr="e."><al>presidium : de fractievoorzitters van de in de raad
                                vertegenwoordigde politieke partijen;</al></li><li nr="f."><al>gemeentebestuur : ieder bevoegd bestuursorgaan van de gemeente;</al></li><li nr="g."><al>afdeling : een gemeentelijke afdeling.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Gemeentelijke rekenkamercommissie</titel></kop><al>Er is een gemeentelijke rekenkamercommissie.</al><al>De gemeentelijke rekenkamercommissie bestaat uit drie leden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Taken presidium t.a.v. rekenkamerfunctie</titel></kop><al/><al>Het presidium heeft de volgende taken ten aanzien van de
                        rekenkamerfunctie:</al><lijst><li nr="a."><al>het voordragen aan de raad van de kandidaten voor het lidmaatschap
                                van de rekenkamercommissie;</al></li><li nr="b."><al>het voordragen aan de raad van de leden bij situaties van ontslag of
                                non-activiteit;</al></li><li nr="c."><al>de zorg voor werving en selectie in vervangingssituaties (hierbij
                                wordt de voorzitter van de rekenkamercommissie betrokken);</al></li><li nr="d."><al>het evalueren van de vormgeving van de rekenkamerfunctie en het
                                daarbij behorende budget met de voorzitter van de
                                rekenkamercommissie.</al></li><li nr="e."><al>het vaststellen van een rooster van aftreden op voordracht van de
                                rekenkamercommissie over de volgorde van aftreden van de leden.</al></li></lijst><al>(gew. rdbs. 18-12-2008, nr. 8.23)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Benoeming leden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad benoemt de leden van de rekenkamercommissie voor de duur van
                            vier jaar. Hiervoor wordt een profiel externe leden vastgesteld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De raad kan de leden van de rekenkamer twee keer een termijn herbenoemen
                            met inachtneming van een rooster van aftreden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De raad benoemt de leden en de voorzitter van de rekenkamercommissie op
                            voordracht van het presidium.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het presidium doet de voordracht vergezeld gaan van een verklaring van
                            elke kandidaat bevattende:</al><lijst><li nr="a."><al>de mededeling dat hij een benoeming als lid zal aanvaarden,
                                    en</al></li><li nr="b."><al>een overzicht van de openbare betrekkingen die hij
                                    bekleedt.</al></li></lijst><al>(gew. rdbs. 18-12-2008, nr. 8.23)</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Ontslag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een lid van de rekenkamercommissie wordt door de raad ontslagen:</al><lijst><li nr="a."><al>op eigen verzoek;</al></li><li nr="b."><al>bij de aanvaarding van een functie die onverenigbaar is met het
                                    lidmaatschap;</al></li><li nr="c."><al>wanneer hij bij onherroepelijk geworden gerechtelijke uitspraak
                                    wegens misdrijf is veroordeeld, dan wel hem bij zulk een
                                    uitspraak een maatregel is opgelegd die vrijheidsbeneming tot
                                    gevolg heeft;</al></li><li nr="d."><al>indien hij bij onherroepelijk geworden rechtelijke uitspraak
                                    onder curatele is gesteld, in staat van faillissement is
                                    verklaard, surséance van betaling heeft gekregen of wegens
                                    schulden is gegijzeld;</al></li><li nr="e."><al>indien dat lid naar het oordeel van de raad in ernstige mate
                                    door handelen of nalaten afbreuk doet aan het functioneren van
                                    de commissie.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een lid van de rekenkamercommissie kan door de raad worden
                            ontslagen:</al><lijst><li nr="a."><al>wanneer hij door ziekte of gebreken blijvend ongeschikt is zijn
                                    functie te vervullen;</al></li><li nr="b."><al>indien hij handelt in strijd met artikel 9 van de
                                    verordening.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Non-activiteit</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een lid van de rekenkamercommissie wordt van rechtswege op
                            non-activiteit gesteld indien:</al><lijst><li nr="a."><al>hij zich in voorlopige hechtenis bevindt;</al></li><li nr="b."><al>hij bij een nog niet onherroepelijk geworden rechterlijke
                                    uitspraak wegens misdrijf is veroordeeld, dan wel hem bij zulk
                                    een uitspraak een maatregel is opgelegd die vrijheidsbeneming
                                    tot gevolg heeft;</al></li><li nr="c."><al>hij onder curatele is gesteld, in staat van faillissement is
                                    verklaard, surséance van betaling heeft verkregen of wegens
                                    schulden is gegijzeld ingevolge een nog niet onherroepelijk
                                    geworden rechterlijke uitspraak.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De raad kan een lid van de rekenkamer op non-activiteit stellen, indien
                            tegen hem een gerechtelijk onderzoek ter zake van een misdrijf wordt
                            ingesteld of indien er een ander ernstig vermoeden is van het bestaan
                            van feiten en omstandigheden die tot ontslag, anders dan op gronden
                            vermeld in artikel 5 eerste lid onder a en tweede lid onder a zouden
                            kunnen leiden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De non-activiteit eindigt van rechtswege zodra de grond voor de
                            maatregel is vervallen, met dien verstande dat in een geval als bedoeld
                            in het tweede lid de non-activiteit in ieder geval eindigt na zes
                            maanden. In dat geval kan de raad de maatregel telkens voor ten hoogste
                            drie maanden verlengen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Procedure bij ontslag en non-activiteit</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een lid van de rekenkamercommissie bericht het direct aan de
                            rekenkamercommissie als een van de ontslaggronden of gronden voor
                            non-activiteit als bedoeld in de artikelen 5 en 6 op hem van toepassing
                            is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De rekenkamercommissie bericht het direct aan het presidium als een van
                            de ontslaggronden of gronden voor non-activiteit zich voordoet als
                            bedoeld in de artikelen 5 en 6.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het presidium maakt een voordracht voor de raad in de gevallen bedoeld
                            in de artikelen 5, tweede lid, en 6, tweede lid, over de vraag of al dan
                            niet moet worden overgegaan tot ontslag, respectievelijk het op
                            non-actief stellen van het betreffende lid.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het presidium maakt een voordracht voor de raad tevens met betrekking
                            tot een beslissing tot verlenging van de non-activiteit.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Onverenigbare functies</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een lid van de rekenkamercommissie is niet tevens:</al><lijst><li nr="a."><al>minister;</al></li><li nr="b."><al>staatssecretaris;</al></li><li nr="c."><al>lid van de Raad van State;</al></li><li nr="d."><al>lid van de Algemene Rekenkamer;</al></li><li nr="e."><al>nationale ombudsman;</al></li><li nr="f."><al>substituut-ombudsman als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van
                                    de Wet nationale ombudsman;</al></li><li nr="g."><al>Commissaris van de Koning;</al></li><li nr="h."><al>lid van gedeputeerde staten;</al></li><li nr="i."><al>griffier der staten;</al></li><li nr="j."><al>lid van de Raad;</al></li><li nr="k."><al>burgemeester van de gemeente Vlissingen;</al></li><li nr="l."><al>wethouder van de gemeente Vlissingen;</al></li><li nr="m."><al>lid van een commissie van de gemeente Vlissingen;</al></li><li nr="n."><al>ambtenaar, door of vanwege het gemeentebestuur aangesteld of
                                    daaraan ondergeschikt;</al></li><li nr="o."><al>ambtenaar, door of vanwege het Rijk of de provincie aangesteld
                                    tot wiens taak het behoort het verrichten van werkzaamheden in
                                    het kader van het toezicht op de gemeente;</al></li><li nr="p."><al>functionaris die krachtens de wet of een algemene maatregel van
                                    bestuur het gemeentebestuur van advies dient.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid, aanhef en onder n, kan een lid van de
                            rekenkamer tevens zijn:</al><lijst><li nr="a."><al>ambtenaar van de burgerlijke stand;</al></li><li nr="b."><al>vrijwilliger of ander persoon die uit hoofde van een wettelijke
                                    verplichting niet bij wijze van beroep hulpdiensten
                                    verricht;</al></li><li nr="c."><al>ambtenaar werkzaam voor een school voor openbaar onderwijs.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De leden van de rekenkamercommissie maken openbaar welke andere functies
                            dan het lidmaatschap van de rekenkamercommissie zij vervullen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Openbaarmaking van de in lid 3 bedoelde functies geschiedt door
                            terinzagelegging van een opgave van deze functies op het
                            gemeentehuis.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Onverenigbare relatie leden tot de gemeente</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een lid van de rekenkamercommissie mag niet:</al><lijst><li nr="a."><al>als advocaat, procureur of adviseur in geschillen werkzaam zijn
                                    ten behoeve van de gemeente of het gemeentebestuur dan wel ten
                                    behoeve van de wederpartij van de gemeente of het
                                    gemeentebestuur;</al></li><li nr="b."><al>als gemachtigde in geschillen werkzaam zijn ten behoeve van de
                                    wederpartij van de gemeente of het gemeentebestuur;</al></li><li nr="c."><al>als vertegenwoordiger, adviseur of werknemer werkzaam zijn ten
                                    behoeve van derden tot het met de gemeente aangaan van:</al><al>-overeenkomsten als bedoeld onder onderdeel d;</al><al>-overeenkomsten tot het leveren van onroerende zaken aan de
                                    gemeente;</al></li><li nr="d."><al>rechtstreeks of middellijk een overeenkomst aangaan
                                    betreffende:</al><al>-het aannemen van (advies)werk ten behoeve van de gemeente;</al><al>-het buiten dienstbetrekking tegen beloning verrichten van
                                    werkzaamheden ten behoeve van de gemeente;</al><al>-het leveren van roerende zaken anders dan om niet aan de
                                    gemeente;</al><al>-het verhuren van roerende zaken aan de gemeente;</al><al>-het verwerven van betwiste vorderingen ten laste van de
                                    gemeente;</al><al>-het van de gemeente onderhands verwerven van onroerende zaken
                                    of beperkte rechten waaraan deze zijn onderworpen;</al><al>-het onderhands huren of pachten van de gemeente.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Van het eerste lid, aanhef en onder d, kunnen gedeputeerde staten
                            ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een lid van de rekenkamercommissie is niet</al><al>-oud-raadslid, oud-wethouder of oud-burgemeester van de gemeente
                            Vlissingen;</al><al>-bestuurslid van een politieke partij in de gemeente Vlissingen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Eed</titel></kop><al>Alvorens hun functie uit te kunnen oefenen leggen de leden van de
                        rekenkamercommissie in de vergadering van de raad, in handen van de
                        voorzitter, de volgende eed (verklaring en belofte) af:</al><al>“Ik zweer (verklaar) dat ik, om tot lid van de rekenkamercommissie benoemd
                        te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk
                        voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd.</al><al>Ik zweer (verklaar en beloof) dat ik, om iets in dit ambt te doen of te
                        laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte heb
                        aangenomen of zal aannemen. Ik zweer (beloof) dat ik getrouw zal zijn aan de
                        Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als lid van
                        de rekenkamercommissie naar eer en geweten zal vervullen. Zo waarlijk helpe
                        mij God almachtig! (Dat verklaar en beloof ik!)”.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Vergoedingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter van de rekenkamercommissie ontvangt per vergadering van de
                            rekenkamercommissie een vergoeding van € 257,76, prijspeil 2005. Deze
                            vergoeding is inclusief voorbereidingstijd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De overige leden van de rekenkamercommissie ontvangen per vergadering
                            van de rekenkamercommissie een vergoeding van € 209,43, prijspeil 2005.
                            Deze vergoeding is inclusief voorbereidingstijd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter van de rekenkamercommissie kan voor werkelijk verrichte
                            werkzaamheden naast de vergaderingen uren declareren tegen een
                            vergoeding van € 64,44 per uur, prijspeil 2005, met een maximum van
                            vijftig uren per jaar.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De vergoedingen genoemd in dit artikel komen ten laste van het budget
                            van de rekenkamercommissie.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De vergoedingen worden jaarlijks geïndexeerd met het door het ministerie
                            van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in de jaarlijkse
                            circulaire betreffende vergoedingen raads- en commissieleden opgenomen
                            percentage.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Reglement van orde</titel></kop><al>De rekenkamercommissie stelt een reglement van orde voor haar vergaderingen
                        en andere werkzaamheden vast en zendt dit reglement na vaststelling ter
                        kennisneming aan de raad. Het reglement wordt voor eenieder ter inzage
                        gelegd in het gemeentehuis.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>De voorzitter</titel></kop><al>De voorzitter draagt zorg voor het tijdig en periodiek bijeenroepen van de
                        rekenkamercommissie, het leiden van de vergaderingen, het bewaken van de
                        uitgangspunten en werkwijze van de rekenkamercommissie en het bevorderen van
                        een zorgvuldige besluitvorming. De voorzitter voert hiertoe regelmatig
                        overleg met de overige leden van de rekenkamercommissie, de ambtelijke
                        ondersteuning en eventueel extern ingehuurde onderzoekers. De leden kiezen
                        een plaatsvervangende voorzitter uit hun midden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Ambtelijke ondersteuning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rekenkamercommissie voorziet eventueel in ambtelijke ondersteuning
                            voor de rekenkamercommissie, binnen de hiervoor aan de
                            rekenkamercommissie beschikbaar gestelde financiële middelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De ambtelijke ondersteuning staat de rekenkamercommissie bij de
                            uitvoering van haar taken terzijde.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De ambtelijke ondersteuning die werkzaamheden verricht voor de
                            rekenkamercommissie, verricht niet tevens werkzaamheden voor een ander
                            orgaan van de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De ambtelijke ondersteuning verricht onderzoek, draagt zorg voor de
                            agendaplanning, de verslaglegging en de vorming van dossiers.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De ambtelijke ondersteuning legt rechtstreeks en uitsluitend
                            verantwoording af aan de rekenkamercommissie over de wijze waarop de
                            ondersteunende taken worden verricht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Onderwerpselectie en opdrachtverlening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rekenkamercommissie bepaalt de onderwerpen die zij onderzoekt,
                            formuleert de probleemstelling en stelt de onderzoeksopzet vast.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De in het eerste lid bedoelde onderzoeksopzet wordt door de
                            rekenkamercommissie ter kennisneming aan de raad gestuurd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De rekenkamercommissie werkt met een flexibel meerjarenprogramma. Voor
                            de start van een onderzoek informeert de rekenkamercommissie het
                            presidium daarover, waaronder de aanleiding voor het onderzoek. (gew.
                            rdbs. 18-12-2008, nr. 8.23)</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In het in het derde lid bedoelde onderzoeksplan wordt naar onderwerp
                            aangegeven:</al><lijst><li nr="a."><al>de afbakening van het onderzoeksterrein;</al></li><li nr="b."><al>de formulering van de onderzoeksopdracht;</al></li><li nr="c."><al>de eventuele randvoorwaarden;</al></li><li nr="d."><al>de planning.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De raad, raadsfracties, raadsleden kunnen de rekenkamercommissie een
                            gemotiveerd verzoek doen tot het instellen van een onderzoek. De
                            rekenkamercommissie bericht binnen een maand in hoeverre aan een verzoek
                            wordt voldaan. Indien de rekenkamercommissie niet aan een verzoek
                            voldoet, zal zij daarvoor gegronde redenen moeten aanvoeren.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De rekenkamercommissie kan in de loop van het jaar onderwerpen aan het
                            onderzoeksplan toevoegen indien de actualiteit daartoe aanleiding geeft.
                            De raad wordt hiervan in kennis gesteld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Taak en werkterrein</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rekenkamercommissie onderzoekt de doelmatigheid, de doeltreffendheid
                            en de rechtmatigheid van het door het gemeentebestuur gevoerde bestuur.
                            Een door de rekenkamercommissie ingesteld onderzoek naar de
                            rechtmatigheid van het door het gemeentebestuur gevoerde bestuur bevat
                            geen controle van de jaarrekening als bedoeld in artikel 213, tweede
                            lid, van de Gemeentewet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De rekenkamercommissie is belast met en verantwoordelijk voor de
                            uitvoering, begeleiding en sturing van het onderzoek volgens de door
                            haar vastgestelde onderzoeksopzet.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het werkterrein van de rekenkamercommissie strekt zich uit over
                            alle:</al><lijst><li nr="a."><al>bestuursorganen;</al></li><li nr="b."><al>afdelingen;</al></li><li nr="c."><al>openbare lichamen en gemeenschappelijke organen ingesteld
                                    krachtens de Wet gemeenschappelijke regelingen waaraan de
                                    gemeente deelneemt;</al></li><li nr="d."><al>naamloze vennootschappen en besloten vennootschappen met
                                    beperkte aansprakelijkheid waarvan de gemeente meer dan vijftig
                                    procent van het geplaatste aandelenkapitaal houdt;</al></li><li nr="e."><al>andere privaatrechtelijke rechtspersonen waaraan de gemeente of
                                    een derde voor rekening en risico van de gemeente rechtstreeks
                                    of middellijk een subsidie, lening of garantie heeft verstrekt
                                    ten bedrage van ten minste vijftig procent van de baten van deze
                                    instelling.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>(Een vertegenwoordiger van) de rekenkamercommissie stemt af met
                            (vertegenwoordigingen van) het college en de commissie
                            accountantscontrole jaarrekening over de relatie tussen onderzoeken van
                            de rekenkamercommissie, onderzoeken naar doelmatigheid en
                            doeltreffendheid door het college en rechtmatigheidsonderzoek door de
                            accountant.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Informatievergaring bij gemeentebestuur</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rekenkamercommissie is bevoegd alle documenten die berusten bij het
                            gemeentebestuur te onderzoeken voor zover zij dat ter vervulling van
                            haar taken nodig acht en is bevoegd bij alle leden van het
                            gemeentebestuur en bij alle ambtenaren de mondelinge en schriftelijke
                            inlichtingen in te winnen die zij nodig acht voor de uitvoering van de
                            onderzoeken. De leden van het gemeentebestuur en de ambtenaren van de
                            gemeente zijn verplicht de gevraagde inlichtingen binnen de door de
                            rekenkamercommissie gestelde termijn te verstrekken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de zorg voor een administratie aan een derde is uitbesteed, is
                            het eerste lid van degene die de administratie in opdracht van die derde
                            voert.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Informatievergaring bij instellingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rekenkamercommissie heeft de in de volgende leden vermelde
                            bevoegdheden ten aanzien van de volgende instellingen en over de
                            volgende periode:</al><lijst><li nr="a."><al>openbare lichamen en gemeenschappelijke organen ingesteld
                                    krachtens de Wet gemeenschappelijke regelingen, waaraan de
                                    gemeente deelneemt, over de jaren dat de gemeente deelneemt in
                                    de regeling;</al></li><li nr="b."><al>naamloze vennootschappen en besloten vennootschappen met
                                    beperkte aansprakelijkheid waarvan de gemeente meer dan vijftig
                                    procent van het geplaatste aandelenkapitaal houdt, over de jaren
                                    dat de gemeente meer dan vijftig procent van het geplaatste
                                    aandelenkapitaal houdt;</al></li><li nr="c."><al>andere privaatrechtelijke rechtspersonen waaraan de gemeente of
                                    een derde voor rekening en risico van de gemeente rechtstreeks
                                    of middellijk een subsidie, lening of garantie heeft verstrekt
                                    ten bedrage van tenminste vijftig procent van de baten van deze
                                    instelling, over de jaren waarop deze subsidie, lening of
                                    garantie betrekking heeft.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De rekenkamercommissie is bevoegd bij de betrokken instelling nadere
                            inlichtingen in te winnen over de jaarrekeningen, daarop betrekking
                            hebbende rapporten van hen die deze jaarrekeningen hebben gecontroleerd
                            en overige documenten met betrekking tot die instelling die bij het
                            gemeentebestuur berusten. Indien een of meer documenten ontbreken, kan
                            de rekenkamercommissie van de betrokken instelling de overlegging
                            daarvan vorderen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De rekenkamercommissie kan, indien de documenten, bedoeld in het tweede
                            lid, daartoe aanleiding geven, bij de betrokken instelling dan wel bij
                            de derde die de administratie in opdracht van de instelling voert, een
                            onderzoek instellen. De rekenkamercommissie stelt de raad en het college
                            van haar voornemen een dergelijk onderzoek in te stellen in kennis</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Werkwijze</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rekenkamercommissie vergadert in beslotenheid, haar rapporten zijn
                            openbaar. Op grond van de belangen genoemd in art 10 van de Wet
                            Openbaarheid van Bestuur kan de commissie gedeelte(n)van rapporten of
                            bijlage(n) die aan de raad worden uitgebracht als vertrouwelijk
                            aanmerken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De leden van de rekenkamercommissie gaan zorgvuldig om met al hetgeen
                            hen bij de uitvoering van hun taak als vertrouwelijk ter kennis is
                            gekomen. Zij maken van deze gegevens alleen gebruik voor zover de
                            invulling van hun taak dat vereist.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De rekenkamercommissie kan een of meer van haar bevoegdheden mandateren
                            aan de in artikel 14 bedoelde ambtelijke ondersteuning.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De rekenkamercommissie kan ter voorbereiding van rapporten en in het
                            kader van het onderzoek openbare informatieve vergaderingen
                            beleggen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Voor de uitvoering van het onderzoek kan de rekenkamercommissie, met
                            inachtneming van het beschikbare budget, externe personen of bureaus
                            inschakelen met inachtneming van artikel 9, eerste lid. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De eventueel in te huren externe deskundigen of bureaus zijn volledig
                            onafhankelijk van de te onderzoeken instantie en hebben niet recent een
                            (advies)opdracht aangenomen van of uitgevoerd voor de te onderzoeken
                            instantie.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Externe personen of bureaus als bedoeld in het vijfde lid zijn verplicht
                            tot geheimhouding van hetgeen hen ter zake van hun dienstverlening ter
                            kennis komt.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>De rekenkamercommissie beoordeelt of het wenselijk is de raad
                            tussentijds over de stand van lopende onderzoeken te informeren19</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Hoor en wederhoor</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rekenkamercommissie stelt de onderzochte partij(en) schriftelijk op
                            de hoogte van het nog niet gepubliceerde ontwerponderzoeksrapport met
                            als doel de feitelijke weergave zoals verwoord in het
                            ontwerponderzoeksrapport te verifiëren bij de onderzochte partij(en).
                        </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De rekenkamercommissie stelt de betrokkenen in de gelegenheid om binnen
                            een door haar te stellen termijn, die tenminste vier weken bedraagt, hun
                            zienswijze op het conceptonderzoeksrapport en, indien van toepassing, de
                            conceptaanbevelingen, schriftelijk aan de rekenkamercommissie kenbaar te
                            maken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Na ontvangst van de zienswijze(n) sluit de rekenkamercommissie haar
                            onderzoek af en stelt een definitief rapport op waarin de bevindingen,
                            conclusies en, indien van toepassing, aanbevelingen, alsmede de reacties
                            van betrokkenen hierop én de reactie van de rekenkamercommissie op de
                            reactie van de betrokkenen zijn opgenomen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Na vaststelling door de rekenkamercommissie wordt het onderzoeksrapport
                            als bedoeld in het derde lid zo spoedig mogelijk, onder toezending van
                            een afschrift aan het college en betrokkenen, aan de raad aangeboden.
                        </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Jaarverslag</titel></kop><al>De rekenkamercommissie stelt elk jaar voor 1 april een verslag op van haar
                        werkzaamheden over het voorgaande jaar inclusief een financiële paragraaf en
                        zendt een afschrift van dit verslag aan de raad en het college.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Budget</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad stelt, na overleg van het presidium met de rekenkamercommissie,
                            de rekenkamercommissie de nodige middelen ter beschikking voor een goede
                            uitoefening van haar werkzaamheden. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De rekenkamercommissie is bevoegd binnen de aan haar beschikbaar
                            gestelde middelen uitgaven te doen ten behoeve van de uitvoering van
                            haar taken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Ten laste van de in het voorgaande lid bedoelde middelen worden de
                            kosten gebracht van:</al><lijst><li nr="a."><al>vergoedingen aan de leden;</al></li><li nr="b."><al>de ambtelijk ondersteuner;</al></li><li nr="c."><al>externe deskundigen die eventueel door de rekenkamercommissie
                                    zijn ingeschakeld;</al></li><li nr="d."><al>eventuele overige uitgaven die de rekenkamercommissie nodig acht
                                    voor de uitoefening van haar taak.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De rekenkamercommissie is voor de besteding van het budget uitsluitend
                            verantwoording verschuldigd aan de raad en verantwoordt de baten en
                            lasten van het vorig begrotingsjaar in het jaarverslag aan de raad als
                            bedoeld in artikel 21</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op 1 september 2005</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als 'Verordening op de rekenkamercommissie
                        van de gemeente Vlissingen'.</al><al/></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 25 augustus 2005.</ondertekening><ondertekening>De raad voornoemd</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>C.M. Sturm A. van Dok- van Weele</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Nota-toelichting</titel></kop><al><vet>Toelichting algemeen </vet></al><al>Met de komst van het dualisme en de nieuwe Gemeentewet dient de raad uiterlijk 1
                    januari 2006 een rekenkamer in te stellen dan wel invulling te geven aan een
                    rekenkamerfunctie.</al><al>In artikel 81o van de Gemeentewet is bepaald dat de raad bij verordening regels
                    moet vaststellen voor de uitoefening van de rekenkamerfunctie. De verordening op
                    de rekenkamercommissie van de gemeente Vlissingen is een uitwerking van dit
                    artikel.</al><al/><al><vet>Toelichting artikelgewijs</vet></al><al>Artikel 3 Het presidium</al><al>Het presidium heeft ten aanzien van de rekenkamer een rol bij de benoeming en
                    het ontslag van leden van de rekenkamercommissie. Het huishoudelijk reglement
                    van het presidium zal hiervoor worden aangepast. Benoeming van de leden van de
                    rekenkamercommissie met ingang van 1 januari 2009 geschiedt voor een periode van
                    vier jaar, rekening houdend met het rooster van aftreden. Het rooster van
                    aftreden wordt door het presidium van belang geacht om het historisch besef en
                    de continuïteit in de rekenkamerfunctie te waarborgen. Het rooster van aftreden
                    voorziet in een wisseling van leden op 1 januari 2010 en 1 januari 2012, met een
                    rustjaar zonder een inwerkperiode voor een nieuw lid in 2011. Op 1 januari 2013
                    eindigt de vierjaren termijn van het laatste lid.</al><al/><al>Artikel 4 Benoeming leden</al><al>De leden van de rekenkamercommissie worden door de raad, op aanbeveling van het
                    presidium, benoemd. De raad zou voor afloop van de benoemingsperiode een besluit
                    over al dan niet herbenoemen moeten nemen om de continuïteit van de
                    rekenkamercommissie na de periode te waarborgen. Zittende leden van de
                    rekenkamercommissie zullen voor afloop van hun benoemingsperiode willen weten of
                    zij zullen worden herbenoemd. Wanneer niet vroegtijdig een besluit van de raad
                    hierover wordt genomen bestaat het risico dat de zittende leden niet meer voor
                    benoeming beschikbaar zullen zijn. </al><al>Na de periode <cursief>kan</cursief> op basis van de resultaten van de evaluatie
                    ervoor gekozen worden de aanstellingstermijnen van de voorzitter en de overige
                    leden van elkaar te laten verschillen. Voor de voorzitter zou dan een
                    aanstellingstermijn van vier jaar gehanteerd kunnen worden en drie jaar voor de
                    andere leden. Het hanteren van verschillende aanstellingstermijnen waarborgt
                    continuïteit en een langere aanstellingstermijn vergroot het</al><al> onafhankelijke karakter van de rekenkamercommissie. De vraag of iemand al dan
                    niet herbenoemd wordt speelt dan immers niet snel na benoeming. Het verdient
                    aanbeveling na de periode de aanstellingstermijn niet synchroon te laten lopen
                    met de zittingstermijnen van de raad, zodat steeds verschillend samengestelde
                    gemeenteraden oordelen over de benoemingen.</al><al>Het presidium heeft een taak bij de benoeming van leden. De raad benoemt leden
                    op voordracht van het presidium. </al><al>Voorafgaand aan de benoeming van leden van de rekenkamercommissie pleegt het
                    presidium overleg met de rekenkamercommissie. Reeds zittende leden van de
                    rekenkamercommissie dienen betrokken te worden bij de benoeming van nieuwe
                    leden. </al><al/><al>Artikel 11 Vergoedingen</al><al>In dit artikel is vastgelegd welke vergoedingen de leden van de
                    rekenkamercommissie ontvangen voor hun werkzaamheden. Bij de evaluatie kan
                    worden vastgesteld of vergoedingen als genoemd in dit artikel volstaan of dat
                    aanpassing nodig is.</al><al>De vergoeding per vergadering gaat uit van vier uur werk per vergadering,
                    vergadertijd en voorbereidingstijd inclusief. Voor de voorzitter zal deze tijd
                    niet toereikend zijn. De voorzitter heeft niet alleen meer voorbereidingstijd
                    nodig voor de vergaderingen, maar moet ook de ambtelijke ondersteuning (zie
                    artikel 14) aansturen en zal vermoedelijk meer overleggen voeren. De voorzitter
                    van de rekenkamercommissie kan deze extra uren voor werkelijk verrichte
                    werkzaamheden declareren, maar met een maximum van 50 uren op jaarbasis. Blijkt
                    bij evaluatie dit aantal uren niet voldoende, dan kan bijstelling
                    plaatsvinden.</al><al>De vergoedingen aan de leden van de rekenkamercommissie worden jaarlijks
                    geïndexeerd. De in de verordening opgenomen bedragen hebben betrekking op 2005.
                    Indexering geschiedt op basis van het in de jaarlijkse circulaire van het
                    Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties betreffende
                    vergoedingen raads- en commissieleden genoemde percentage.</al><al/><al>Artikel 12 Reglement van orde</al><al>In artikel 81i van de Gemeentewet is opgenomen dat voor de rekenkamer een
                    reglement van orde wordt vastgesteld. De Gemeentewet bepaalt niet dat ook voor
                    een rekenkamercommissie een reglement van orde moet worden vastgesteld. Daarom
                    is in deze verordening een artikel opgenomen dat hierin voorziet.</al><al>In het reglement van orde kunnen zaken worden vastgelegd als:</al><al>- het oproepen tot vergaderingen en de vergaderfrequenties:</al><al>- de wijze van besluitvorming;</al><al>- de verhouding tussen de ambtelijk ondersteuner en de voorzitter van de
                    rekenkamercommissie;</al><al>- de procedure die wordt gevolgd bij onderzoeken;</al><al>- de mandatering van bevoegdheden aan de ambtelijk ondersteuner.</al><al/><al>Artikel 19 Werkwijze</al><al>In de rapportages wordt nooit verwezen naar personen. Namen van de
                    geïnterviewden komen dan ook niet in de rapportages voor. Ook niet in de
                    vertrouwelijke gedeelten of bijlage(n).</al><al/><al>Artikel 20 Hoor en wederhoor</al><al>Uit oogpunt van zorgvuldigheid is het van groot belang dat de onderzochte
                    partijen de kans krijgen om te reageren op het (nog niet gepubliceerde)
                    ontwerp-onderzoeksrapport. Er vindt dan wederhoor plaats waarbij de feitelijke
                    bevindingen die uit het onderzoek voortvloeien aan de betreffende partijen
                    worden voorgelegd met de vraag eventuele onjuistheden aan te duiden. De
                    onderzochte partijen dienen voldoende tijd te krijgen hun zienswijze aan de
                    rekenkamercommissie kenbaar te maken. Om deze reden is opgenomen dat de
                    reactietermijn die de rekenkamercommissie kan geven ten minste vier weken
                    bedraagt. Na binnenkomst van de zienswijzen maakt de rekenkamercommissie haar
                    definitieve rapport op en neemt daarin ook de reacties op die zijn
                    binnengekomen. De rekenkamercommissie geeft aan wat ze van de reacties van de
                    onderzochte partij op het concept-rapport vindt.</al><al/><al><cursief>Jurisprudentie</cursief></al><al>Artikel 15: Gemeenteraad mag niet beslissen welke onderzoeken de
                    rekenkamercommissie mag uitvoeren (ABRS 27 juni 2007, nr. 200608823/1, Gorinchem
                    en ABRS 27 juni 2007, nr. 200608841/1, Oirschot). De gemeente Gorinchem en de
                    gemeente Oirschot gingen ervan uit dat de gemeenteraad mocht beslissen welke
                    onderzoeken de rekenkamercommissie wel en niet zou mogen uitvoeren, omdat de
                    rekenkamercommissie ten dienst staat van de raad en de raad het belangrijkste
                    orgaan van de gemeente is. De Kroon vond dat in strijd met de Gemeentewet. Die
                    gaat uit van onafhankelijkheid van de rekenkamer en rekenkamercommissie. De ABRS
                    geeft de Kroon hierin gelijk.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>