<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR359125_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening onroerende-zaakbelastingen 2015 gemeente Laarbeek</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Laarbeek</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Laarbeek</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening onroerende-zaakbelastingen 2015 gemeente Laarbeek</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-12-11</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>de regeling vetrvangt de verordening onroerende-zaakbelasting 2014</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening onroerende-zaakbelastingen 2015 gemeente Laarbeek</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Besluit van de raad d.d. 11 december 2014 tot vaststelling van de
                        Verordening onroerende-zaakbelastingen 2015.</al><al>De raad van de gemeente Laarbeek;</al><al>gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 9 december 2014;</al><al>gelet op de artikelen 216 en 220 tot en met 220h van de Gemeentewet;</al><al><vet>b e s l u i t :</vet></al><al>vast te stellen de navolgende Verordening op de heffing en de invordering
                        van onroerende-zaakbelastingen 2015.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onder de naam onroerende-zaakbelastingen worden ter zake van binnen de
                            gemeente gelegen onroerende zaken twee directe belastingen geheven:</al><lijst><li nr="a."><al>een gebruikersbelasting van degene die - naar de omstandigheden
                                    beoordeeld - bij het begin van het kalenderjaar een onroerende
                                    zaak al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of een
                                    persoonlijk recht gebruikt, verder te noemen:
                                    gebruikersbelasting;</al></li><li nr="b."><al>een eigenarenbelasting van degene die bij het begin van het
                                    kalenderjaar van een onroerende zaak het genot heeft krachtens
                                    eigendom, bezit of beperkt recht, verder te noemen:
                                    eigenarenbelasting.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de gebruikersbelasting wordt:</al><lijst><li nr="a."><al>gebruik door degene aan wie een deel van een onroerende zaak in
                                    gebruik is gegeven, aangemerkt als gebruik door degene die dat
                                    deel in gebruik heeft gegeven; degene die het deel in gebruik
                                    heeft gegeven is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op
                                    degene aan wie dat deel in gebruik is gegeven;</al></li><li nr="b."><al>het ter beschikking stellen van een onroerende zaak voor
                                    volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik door degene die die
                                    onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld; degene die de
                                    onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld is bevoegd de
                                    belasting als zodanig te verhalen op degene aan wie die zaak ter
                                    beschikking is gesteld.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Met betrekking tot de eigenarenbelasting wordt als genothebbende
                            krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij het
                            begin van het kalenderjaar als zodanig bij het kadaster bekend staat,
                            tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens
                            eigendom, bezit of beperkt recht is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Belastingobject</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Als onroerende zaak wordt aangemerkt de onroerende zaak, bedoeld in
                            hoofdstuk III van</al><al> de Wet waardering onroerende zaken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een onroerende zaak dient in hoofdzaak tot woning indien de waarde die
                            op grond van</al><al> hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken is vastgesteld voor
                            die onroerende</al><al> zaak in hoofdzaak kan worden toegerekend aan delen van die onroerende
                            zaak die dienen </al><al> tot woning dan wel volledig dienstbaar zijn aan woondoeleinden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Maatstaf van heffing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De heffingsmaatstaf is de op de voet van hoofdstuk IV van de Wet
                            waardering onroerende zaken voor de onroerende zaak vastgestelde waarde
                            voor het kalenderjaar bedoeld in artikel 1.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien met betrekking tot een onroerende zaak geen waarde is vastgesteld
                            op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken wordt
                            de heffingsmaatstaf van die onroerende zaak bepaald met overeenkomstige
                            toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, 18 en 20,
                            tweede lid, van de Wet waardering onroerende zaken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Vrijstellingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van artikel 3 wordt bij het bepalen van de maatstaf van
                            heffing buiten aanmerking gelaten de waarde van:</al><lijst><li nr="a."><al>ten behoeve van de land- of bosbouw bedrijfsmatig geëxploiteerde
                                    cultuurgrond, daaronder mede begrepen de open grond, alsmede de
                                    ondergrond van glasopstanden, die bedrijfsmatig aangewend wordt
                                    voor de kweek of teelt van gewassen, zonder daarbij de
                                    ondergrond als voedingsbodem te gebruiken;</al></li><li nr="b."><al>glasopstanden, die bedrijfsmatig worden aangewend voor de kweek
                                    of teelt van gewassen, voor zover de ondergrond daarvan bestaat
                                    uit de in onderdeel a bedoelde grond;</al></li><li nr="c."><al>onroerende zaken die in hoofdzaak zijn bestemd voor de openbare
                                    eredienst of voor het houden van openbare bezinningssamenkomsten
                                    van levensbeschouwelijke aard, een en ander met uitzondering van
                                    delen van zodanig onroerende zaken die dienen als woning;</al></li><li nr="d."><al>één of meer onroerende zaken die deel uitmaken van een op de
                                    voet van de Natuurschoonwet 1928 (Stb. 1989, 252) aangewezen
                                    landgoed, dat voldoet aan de in artikel 1, derde lid, onderdeel
                                    b, van die wet bedoelde voorwaarden, met uitzondering van de
                                    daarop voorkomende gebouwde eigendommen;</al></li><li nr="e."><al>natuurterreinen, waaronder begrepen duinen, heidevelden,
                                    zandverstuivingen, moerassen en plassen, die door rechtspersonen
                                    met volledige rechtsbevoegdheid, welke zich uitsluitend of
                                    nagenoeg uitsluitend het behoud van natuurschoon ten doel
                                    stellen, worden beheerd;</al></li><li nr="f."><al>openbare land- en waterwegen en banen voor openbaar vervoer per
                                    rail, een en ander met inbegrip van kunstwerken;</al></li><li nr="g."><al>waterverdedigings- en waterbeheersingswerken die worden beheerd
                                    door organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke
                                    rechtspersonen, met uitzondering van de delen van zodanige
                                    werken die dienen als woning;</al></li><li nr="h."><al>werken die zijn bestemd voor de zuivering van riool- en ander
                                    afvalwater en die worden beheerd door organen, instellingen of
                                    diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen, met uitzondering
                                    van de delen van zodanige werken die dienen als woning;</al></li><li nr="i."><al>werktuigen die van een onroerende zaak kunnen worden
                                    afgescheiden zonder dat beschadiging van betekenis aan die
                                    werktuigen wordt toegebracht en die niet op zichzelf als
                                    gebouwde eigendommen zijn aan te merken;</al><al> j. onroerende zaken, die in hoofdzaak worden gebruikt voor de
                                    publieke dienst van de gemeente, met uitzondering van onroerende
                                    zaken die worden gebruikt voor het geven van onderwijs;</al></li><li nr="k."><al>straatmeubilair, waaronder worden begrepen alle zodanige
                                    gebouwde eigendommen - niet zijnde gebouwen - welke zijn
                                    geplaatst ten gerieve of in het belang van het publiek, ten
                                    dienste van het verkeer of ter verfraaiing van de gemeente,
                                    zoals lichtmasten, verkeersinstallatie, standbeelden,
                                    monumenten, fonteinen, banken, abri’s, hekken en palen;</al></li><li nr="l."><al>plantsoenen, parken en waterpartijen, die bij de gemeente in
                                    beheer zijn of waarvan de gemeente het genot heeft krachtens
                                    eigendom, bezit of beperkt recht;</al></li><li nr="m."><al>begraafplaatsen, urnentuinen en crematoria, een en ander met
                                    uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen
                                    als woning.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vrijstelling met betrekking tot de in onderdeel j van het eerste lid
                            bedoelde onroerende zaken geldt niet voor de eigenarenbelasting voor
                            zover de gemeente van die zaken niet het genot heeft krachtens eigendom,
                            bezit of beperkt recht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Belastingtarieven</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het tarief van de belasting bedraagt een percentage van de
                            heffingsmaatstaf. Het percentage bedraagt voor:</al><lijst><li nr="a."><al>de gebruikersbelasting 0,117509 %</al></li><li nr="b."><al>de eigenarenbelasting</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>1.</lidnr><al>voor onroerende zaken die in hoofdzaak tot woning dienen 0,094766 %</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>voor onroerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning dienen 0,144345
                            %</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bedrag van de belasting wordt per belastingaanslag naar beneden
                            afgerond op hele euro's.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Belastingaanslagen van minder dan € 10,00 worden niet opgelegd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Voor de toepassing van het bepaalde in het derde lid wordt het totaal
                            van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen
                            onroerende-zaakbelastingen of andere heffingen aangemerkt als één
                            belastingaanslag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De belastingen worden geheven bij wege van aanslag.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Termijn van betaling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De aanslagen die worden opgelegd in het kalenderjaar waarop zij
                                betrekking hebben, moeten worden betaald in twee gelijke termijnen,
                                waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op
                                de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en
                                de volgende termijn een maand later.</al></li><li nr="2."><al>In afwijking in zoverre van het eerste lid geldt, zolang de
                                verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso
                                kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald
                                in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van dagtekening van
                                het aanslagbiljet nog maanden in het kalenderjaar waarin de
                                aanslagen worden opgelegd overblijven, met dien verstande dat het
                                aantal termijnen ten minste drie en ten hoogste tien bedraagt. </al></li></lijst><al> De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet
                        en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.</al><lijst><li nr="3."><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
                                moeten andere aanslagen dan die genoemd in het eerste lid, worden
                                betaald uiterlijk drie maanden na de dagtekening van het
                                aanslagbiljet.</al></li><li nr="4."><al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de
                                voorgaande leden gestelde termijnen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                        betrekking tot de heffing en invordering van de
                        onroerende-zaakbelastingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><al>Van de belasting als bedoeld in artikel 1, eerste lid onder b wordt geen
                        kwijtschelding als bedoeld in artikel 255 van de Gemeentewet verleend. Van
                        de belasting als bedoeld in artikel 1, eerste lid onder a. wordt slechts
                        kwijtschelding verleend aan natuurlijke personen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De Verordening onroerende-zaakbelastingen 2014, vastgesteld bij besluit
                            van de raad van de gemeente Laarbeek van 20 februari 2014, wordt
                            ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang
                            van heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de
                            belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na die
                            van bekendmaking.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De datum van ingang van heffing is 1 januari 2015.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als 'Verordening
                        onroerende-zaakbelastingen 2015'.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente
                        Laarbeek van </ondertekening><ondertekening>11 december 2014.</ondertekening><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>De griffier, De voorzitter,</ondertekening><ondertekening>M.L.M. van Heijnsbergen. F.H.G.M. Ronnes.</ondertekening><ondertekening>Besluit Verordening onroerende-zaakbelastingen 2015</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>