<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR359028_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Verrekening Bestuurlijke Boete bij recidive Participatiewet</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Terneuzen</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-12-05</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Terneuzen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2014-79856.html">Gemeenteblad</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Verrekening Bestuurlijke Boete bij recidive Participatiewet</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0015703&amp;artikel=8">Participatiewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-12-18</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>127870</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening Verrekening Bestuurlijke Boete bij recidive
            Participatiewet</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Terneuzen</al><al>gelezen het voorstel van Burgemeester en Wethouders; </al><al>gelet op artikel 8, eerste lid, aanhef en onderdeel c van de
                        Participatiewet;</al><al><vet>besluit:</vet></al><al>vast te stellen de volgende verordening:</al><al><vet>Verordening Verrekening Bestuurlijke Boete bij recidive
                            Participatiewet</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijving</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>college: het College van Burgemeester en Wethouders van de
                                        gemeente Terneuzen;</al></li><li nr="b."><al>de raad: de gemeenteraad van de gemeente Terneuzen;</al></li><li nr="c."><al>beslagvrije voet: beslagvrije voet als bedoeld in de
                                        artikelen 475c tot en met 475e van </al></li><li nr="d."><al>het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering; </al></li><li nr="e."><al>recidiveboete: bestuurlijke boete als bedoeld in artikel
                                        18a, vijfde lid, van de Participatiewet; </al></li><li nr="f."><al>verrekenen<cursief>: </cursief>verrekening als bedoeld in
                                        artikel 60, vierde lid, van de Participatiewet. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor zover niet anders bepaald hebben alle begrippen in deze
                                verordening dezelfde </al><al>a.betekenis als in de Participatiewet.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2</nr><titel>Bescherming beslagvrije voet bij verrekening wegens recidive</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Verrekenen met beslagvrije voet</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien sprake is van recidive, verrekent het college de
                                recidiveboete gedurende één maand zonder inachtneming van de
                                beslagvrije voet. De verrekening geschiedt vanaf de eerste dag van
                                de maand volgend op de maand waarin de bestuurlijke boete is
                                opgelegd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Aansluitend op verrekening als bedoeld in het eerste lid, verrekent
                                het college de recidiveboete in de daarop volgende twee maanden op
                                een dusdanige wijze dat belanghebbende blijft beschikken over een
                                inkomen ter hoogte van 50% van de toepasselijke bijstandsnorm. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Tot het inkomen, bedoeld in het tweede lid, worden ook middelen
                                gerekend als bedoeld in artikel 31, tweede lid, onderdelen n, r, z
                                van de Participatiewet. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Verrekenen met inachtneming beslagvrije voet</titel></kop><al>In afwijking van artikel 2 kan het college de recidiveboete met
                            inachtneming van de beslagvrije voet verrekenen indien: </al><lijst><li nr="a."><al>aannemelijk is dat verrekening op de wijze, bedoeld in artikel
                                    2, zou leiden tot huisuitzetting van belanghebbende en diens
                                    gezin; of </al></li><li nr="b."><al>anderszins sprake is van dringende redenen. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Eerder opgelegde bestuurlijke boetes</titel></kop><al>De artikelen 2 en 3 zijn van overeenkomstige toepassing op de
                            verrekening van de bestuurlijke boete, bedoeld in artikel 18a, eerste
                            lid, van de Participatiewet, indien en voor zover deze boete nog niet is
                            betaald op het moment van verrekening van de recidiveboete. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Uitvoering</titel></kop><al>De uitvoering van deze verordening berust bij het college.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Beleidsregels</titel></kop><al>Het college kan ten behoeve van de uitvoering van deze verordening
                            nadere beleidsregels vaststellen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan in bijzondere gevallen afwijken van de bepalingen in
                                deze verordening, indien onverkorte toepassing zou leiden tot
                                onredelijkheid of onbillijkheid.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslist het
                                college.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als “Verordening Verrekening
                            Bestuurlijke Boete bij recidive Participatiewet”</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt op 1 januari 2015 in werking.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente
                            Terneuzen op 18 december 2014.</ondertekening><ondertekening>griffier, mr. J.H.P. de Jong </ondertekening><ondertekening>voorzitter,J.A.H. Lonink</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>ALGEMENE TOELICHTING</titel></kop><al/><al>Deze verordening dient te worden vastgesteld op grond van de geldende
                            grondslag, namelijk artikel 8 lid 1 onderdeel d van de
                            Participatiewet.</al><al>Op 1 januari 2013 is de "Wet aanscherping handhaving en sanctiebeleid
                            SZW-wetgeving" in werking getreden. Voor de Wet werk en bijstand (WWB)
                            introduceerde deze wet de bestuurlijke boete bij een schending van de
                            inlichtingenplicht. Het college van burgemeester en wethouders (verder
                            college) is verplicht de bestuurlijke boete met de lopende uitkering te
                            verrekenen. In beginsel moet bij deze verrekening de bescherming van de
                            beslagvrije voet in acht genomen worden. Is echter sprake van een
                            bestuurlijke boete wegens recidive, dan kan het college besluiten
                            gedurende maximaal drie maanden met de beslagvrije voet te verrekenen. </al><al>Ook de opvolger van de WWB, de Participatiewet verplicht de gemeenteraad
                            in een verordening nadere regels te stellen over de bevoegdheid de
                            beslagvrije voet tijdelijk buiten werking te stellen bij verrekening van
                            de recidiveboete. Gemeenten krijgen daarmee de ruimte een afweging te
                            maken van situaties of omstandigheden waarin het buiten werking stellen
                            van de beslagvrije voet niet proportioneel wordt geacht. De bevoegdheid
                            van de gemeenteraad strekt zich slechts uit over het al dan niet in acht
                            nemen van de beslagvrije voet bij verrekening van de recidiveboete. Daar
                            waar terugvordering en invordering niet door de wetgever is verplicht,
                            blijft sprake van een bevoegdheid van het college. Het college kan op
                            deze onderdelen nadere (beleids)regels vaststellen.</al></nota-toelichting><nota-toelichting><kop><titel>ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING</titel></kop><al/><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begrippen</titel></kop><al>In deze bepaling zijn een aantal begrippen nader omschreven. De meeste
                            behoeven geen nadere toelichting.</al><al><cursief>Verrekenen</cursief>De Participatiewet kent een
                            ruimer begrip van verrekenen dan het Wetboek van Burgerlijke
                            Rechtsvordering. Voor de duidelijkheid is daarom een aparte
                            begripsbepaling opgenomen in de verordening.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Verrekenen met beslagvrije voet</titel></kop><al>Het college verrekent een bestuurlijke boete gedurende één maand zonder
                            inachtneming van de beslagvrije voet. Voor de overige twee maanden vindt
                            weliswaar verrekening met de beslagvrije voet plaats, maar niet
                            volledig. Belanghebbende blijft beschikken over een inkomen ter hoogte
                            van 50% van de toepasselijke bijstandsnorm. </al><al>Met de gekozen opzet wordt enerzijds uiting gegeven aan het principe dat
                            fraude niet mag lonen. Het gaat hier immers om belanghebbenden die
                            herhaaldelijk hun inlichtingenplicht hebben geschonden. Daar mag een
                            duidelijk signaal tegenover staan. Anderzijds wordt rekening gehouden
                            met de zorgplicht van gemeenten. Het volledig buiten werking stellen van
                            de beslagvrije voet gedurende drie maanden kan kwalijke maatschappelijke
                            consequenties hebben. Dat moet voorkomen worden, nu de regeling daarmee
                            zijn doel voorbij zou schieten.</al><al>Een belanghebbende kan inkomsten uit arbeid hebben die op grond van
                            artikel 31, tweede lid, onderdelen n,r en z van de Participatiewet
                            worden vrijgelaten voor de algemene bijstand. Bij verrekening van een
                            recidiveboete tot 50% van de bijstandsnorm, tellen deze inkomsten echter
                            gewoon mee. Het college laat deze inkomsten dus niet buiten beschouwing
                            bij de beoordeling van de vraag of een belanghebbende nog over voldoende
                            inkomen beschikt. Dat is geregeld in lid 3.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Verrekenen met inachtneming beslagvrije voet</titel></kop><al>Hoewel het hier gaat om een herhaaldelijke schending van de
                            inlichtingenplicht, zijn situaties denkbaar waarin volledige verrekening
                            met de beslagvrije voet niet aanvaardbaar wordt geacht. Die situaties
                            komen aan de orde in artikel 3. Het gaat daarbij altijd om individuele
                            omstandigheden waaraan het college zal moeten toetsen.</al><al>In onderdeel a is geregeld dat het college kan besluiten in afwijking
                            van de artikel 2 toch de beslagvrije voet te respecteren wanneer
                            volledige verrekening waarschijnlijk leidt tot huisuitzetting van
                            belanghebbende en diens gezin. Voorkomen moet worden dat een
                            belanghebbende door de volledige verrekening op straat komt te staan, nu
                            dit de problematiek alleen maar verergert, met alle maatschappelijke
                            kosten van dien. </al><al> Een dreigende huisuitzetting wordt in deze verordening gezien als een
                            dringende reden om van verrekening met de beslagvrije voet af te zien.
                            Dat volgt uit het woord 'anderszins' in onderdeel b. Ook bij
                            aanwezigheid van andere dringende redenen dan een dreigende
                            huisuitzetting, kan het college rekening houden met de bescherming van
                            de beslagvrije voet. Van dringende redenen is niet snel sprake. Het gaat
                            slechts om incidentele gevallen, waarbij de behoeftige omstandigheden
                            waarin de belanghebbende en diens gezinsleden verkeren op geen enkele
                            andere wijze te verhelpen zijn. Het enkele feit dat het belanghebbende
                            door de verrekening aan middelen ontbreekt om in het bestaan te
                            voorzien, is op zich geen voldoende voorwaarde om te kunnen spreken van
                            dringende redenen.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Eerder opgelegde bestuurlijke boetes</titel></kop><al>In artikel 60b, derde lid, van de Participatiewet is bepaald dat de
                            bevoegdheid om te verrekenen met de beslagvrije voet ook van toepassing
                            is op eerder opgelegde bestuurlijke boetes voor zover op het moment van
                            verrekening van de recidiveboete, die eerdere boetes nog niet zijn
                            betaald. Mocht het college die eerdere, nog openstaande boetes gaan
                            verrekenen, dan regelt artikel 4 dat de bepalingen in deze verordening
                            van overeenkomstige toepassing zijn.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Uitvoering</titel></kop><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Beleid</titel></kop><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>