<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR359025_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Loonkostensubsidie Participatiewet</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Terneuzen</dcterms:creator><dcterms:modified>2015-01-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Terneuzen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2014-80858.html">Gemeenteblad</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening LKS Participatiewet</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0015703&amp;artikel=6">Participatiewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-12-18</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2022-03-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>127870</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening Loonkostensubsidie Participatiewet</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Terneuzen</al><al>gelezen het voorstel van Burgemeester en Wethouders;</al><al>gelet op artikel 6, tweede lid, van de Participatiewet; </al><al/><al><vet>besluit:</vet></al><al>vast te stellen de volgende verordening:</al><al><vet>Verordening
                        Loonkostensubsidie Participatiewet</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Vaststelling doelgroep loonkostensubsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stelt vast of een persoon behoort tot de doelgroep
                            loonkostensubsidie. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Hierbij neemt het college de volgende criteria in acht: </al><lijst><li nr="a."><al>een persoon moet behoren tot de doelgroep zoals omschreven in
                                    artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de Participatiewet;
                                </al></li><li nr="b."><al>die persoon is niet in staat met voltijdse arbeid het wettelijk
                                    minimumloon te verdienen, en </al></li><li nr="c."><al>die persoon heeft mogelijkheden tot arbeidsparticipatie. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een arbeidsdeskundige adviseert het college met betrekking tot het
                            oordeel of een persoon behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie. De
                            arbeidsdeskundige neemt daarbij de in het tweede lid neergelegde
                            criteria in acht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Vaststelling loonwaarde</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college gebruikt de methode van het UWV om de loonwaarde van een
                            persoon vast te stellen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het gebruik van de methode van het UWV is vastgelegd in een
                            overeenkomst.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Beleid</titel></kop><al>Het college kan ten behoeve van de uitvoering van deze verordening nadere
                        beleidsregels vaststellen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan in bijzondere gevallen afwijken van de bepalingen in
                            deze verordening, indien onverkorte toepassing zou leiden tot
                            onredelijkheid of onbillijkheid.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslist het
                            college.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als “Verordening LKS
                        Participatiewet”</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt op 1 januari 2015 in werking.</al><al/></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Terneuzen op
                        18 december 2014.</ondertekening><ondertekening>griffier, mr. J.H.P. de Jong </ondertekening><ondertekening>voorzitter,J.A.H. Lonink</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><al><vet>ALGEMENE TOELICHTING</vet></al><al>Deze verordening geeft uitvoering aan artikel 6, tweede lid, van de
                        Participatiewet. Overeenkomstig deze bepaling dient de gemeenteraad bij
                        verordening regels vast te stellen over de doelgroep loonkostensubsidie en
                        de loonwaarde. De regels dienen in ieder geval te bepalen: </al><lijst><li nr="-"><al>de wijze waarop wordt vastgesteld wie tot de doelgroep
                                loonkostensubsidie behoort, en</al></li><li nr="-"><al>de wijze waarop de loonwaarde wordt vastgesteld.</al></li></lijst><al>Het college kan op verzoek of ambtshalve vaststellen wie tot de doelgroep
                        loonkostensubsidie behoort (artikel 10c van de Participatiewet). Personen
                        zoals bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de Participatiewet
                        die mogelijkheden tot arbeidsparticipatie hebben en van wie is vastgesteld
                        dat zij met voltijdse arbeid niet in staat zijn tot het verdienen van het
                        wettelijk minimumloon, behoren tot de doelgroep loonkostensubsidie (artikel
                        6, eerste lid, onderdeel e, van de Participatiewet). </al><al>Heeft het college vastgesteld dat een persoon behoort tot de doelgroep
                        loonkostensubsidie en is een werkgever voornemens met die persoon een
                        dienstbetrekking aan te gaan, dan stelt het college in beginsel de
                        loonwaarde van die persoon vast (artikel 10d, eerste lid, van de
                        Participatiewet). Hiervoor is geen aanvraag vereist. De vastgestelde
                        loonwaarde legt het college vast in een beschikking waartegen zowel de
                        betrokken persoon als diens (potentiële) werkgever bezwaar en beroep kunnen
                        instellen. </al><al>De loonwaarde is een vastgesteld percentage van het rechtens geldende loon
                        voor de door een persoon - die behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie -
                        verrichte arbeid in een functie naar evenredigheid van de arbeidsprestatie
                        in die functie van een gemiddelde werknemer met een soortgelijke opleiding
                        en ervaring, die niet tot de doelgroep loonkostensubsidie behoort (artikel
                        6, eerste lid, onderdeel g, van de Participatiewet). </al><al>[In deze verordening gaat het om een andere vorm van loonkostensubsidie dan
                        de vorm van loonkostensubsidie als de werkgeverssubsidie zoals omschreven in
                        artikel 10 van de Re-integratieverordening Participatiewet. </al><al>De loonkostensubsidie zoals beschreven in deze verordening kan uitsluitend
                        worden ingezet als de persoon in kwestie behoort tot de doelgroep
                        loonkostensubsidie, als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel e, van
                        de Participatiewet: mensen met een arbeidsbeperking. Deze nieuwe vorm van
                        loonkostensubsidie is niet per definitie tijdelijk, maar kan indien nodig
                        voor een langere periode worden ingezet. Met dit instrument compenseert de
                        gemeente werkgevers voor de verminderde productiviteit van de werknemer (zie
                        Kamerstukken II 2013/14, 33 161, nr. 107, blz. 60). </al><al>Begrippen die al zijn omschreven in de Participatiewet, Algemene wet
                        bestuursrecht (hierna: Awb) of de Gemeentewet zijn vanzelfsprekend ook van
                        toepassing op deze verordening. Hiervan zijn in deze verordening daarom geen
                        begripsomschrijvingen opgenomen. Voor de duidelijkheid zijn een aantal
                        belangrijke wettelijke definities hieronder weergegeven. </al><lijst><li nr="-"><al>doelgroep loonkostensubsidie (artikel 6, eerste lid, onderdeel e,
                                Participatiewet): personen als bedoeld in artikel 7, eerste lid,
                                onderdeel a, van wie is vastgesteld dat zij met voltijdse arbeid
                                niet in staat zijn tot het verdienen van het wettelijk minimumloon,
                                doch wel mogelijkheden tot arbeidsparticipatie hebben;</al></li><li nr="-"><al>loonwaarde (artikel 6, eerste lid, onderdeel g, Participatiewet):
                                vastgesteld percentage van het rechtens geldende loon voor de door
                                een persoon, die tot de doelgroep loonkostensubsidie behoort,
                                verrichte arbeid in een functie naar evenredigheid van de
                                arbeidsprestatie in die functie van een gemiddelde werknemer met een
                                soortgelijke opleiding en ervaring, die niet tot de doelgroep
                                loonkostensubsidie behoort;</al></li><li nr="-"><al>dienstbetrekking (artikel 6, eerste lid, onderdeel f
                                Participatiewet): een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke
                                dienstbetrekking.</al><al/></li></lijst><al><vet>ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING</vet></al><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Vaststelling doelgroep loonkostensubsidie</titel></kop><al>In artikel 10c van de Participatiewet is geregeld wanneer wordt vastgesteld
                        of een persoon tot de doelgroep loonkostensubsidie behoort: op schriftelijke
                        aanvraag of ambtshalve. Ambtshalve vaststelling is alleen mogelijk bij: </al><lijst><li nr="-"><al>personen die algemene bijstand ontvangen;</al></li><li nr="-"><al>personen als bedoeld in artikel 34a, vijfde lid, onderdelen b en c,
                                van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (hierna: WIA),
                                artikel 35, vierde lid onderdelen b en c, van de WIA en artikel 36,
                                derde lid, onderdelen b en c, van de WIA tot het moment dat het
                                inkomen uit arbeid in dienstbetrekking gedurende twee aaneengesloten
                                jaren ten minste het minimumloon bedraagt en ten behoeve van die
                                persoon in die twee jaren geen loonkostensubsidie als bedoeld in
                                artikel 10d van de Participatiewet is verleend;</al></li><li nr="-"><al>personen als bedoeld in artikel 10, tweede lid, van de
                                Participatiewet;</al></li><li nr="-"><al>personen met een uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening
                                oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers,
                                en</al></li><li nr="-"><al>personen met een uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening
                                oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen
                                zelfstandigen.</al></li></lijst><al>In artikel 10c van de Participatiewet is ook bepaald dat het aan college is
                        om vast te stellen of een persoon tot de doelgroep loonkostensubsidie
                        behoort. Binnen de kaders van de wet is het aan de gemeente om vast te
                        stellen op welke wijze zij bepalen of mensen tot de doelgroep
                        loonkostensubsidie behoren en of loonkostensubsidie voor hen wordt ingezet
                        (zie Kamerstukken II 2013/14, 33 161, nr. 107, blz. 62). In artikel 1,
                        tweede lid, is vastgelegd welke criteria daarbij in acht genomen worden.
                        Deze cumulatieve criteria zijn ontleend aan artikel 6, eerste lid, onderdeel
                        e, van de Participatiewet. Daarin is immers wettelijk de doelgroep
                        loonkostensubsidie vastgelegd. </al><al>Bij de vaststelling of iemand behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie
                        laat het college zich adviseren door en arbeidsdeskundige. Het college
                        draagt personen voor die zouden kunnen behoren tot de doelgroep
                        loonkostensubsidie, de arbeidsdeskundige maakt gebruik van de werkwijze
                        vaststelling loonwaarde van het UWV, adviseert en neemt daarbij de in het
                        tweede lid neergelegde criteria in acht. Op basis van het advies beslist het
                        college of iemand tot de doelgroep loonkostensubsidie behoort. Alleen als
                        sprake is van een onzorgvuldige totstandkoming van het advies, kan besloten
                        worden het advies niet te volgen.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Vaststelling loonwaarde</titel></kop><al>In artikel 10d, eerste lid, van de Participatiewet is bepaald dat als een
                        persoon behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie en een werkgever
                        voornemens is een dienstbetrekking aan te gaan met die persoon, het college
                        de loonwaarde van die persoon vaststelt. Hiervoor is geen aanvraag vereist.
                        Een arbeidsdeskundige adviseert, met gebruikmaking van de werkwijze
                        vaststelling loonwaarde UWV, het college met betrekking tot de vaststelling
                        van de loonwaarde van een persoon. De vastgestelde loonwaarde legt het
                        college vast in een beschikking waartegen zowel de betrokken persoon als
                        diens (potentiële) werkgever bezwaar en beroep kunnen instellen. </al><al>In de overeenkomst met het UWV genoemd in het tweede lid wordt de methode
                        die het college gebruikt om de loonwaarde van die persoon te bepalen
                        omschreven. Ook worden in deze overeenkomst de afspraken met het UWV over
                        het gebruik maken van de methode nader beschreven.</al><al>Als een dienstbetrekking tot stand komt, verleent het college
                        loonkostensubsidie aan de werkgever met inachtneming van artikel 10d van de
                        Participatiewet.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Beleid</titel></kop><al>De wet vraagt aan de gemeenteraad om het de voorwaarden voor het beschikbaar
                        stellen van een loonkostensubisidie in een verordening vast te leggen. De
                        belangrijkste voorwaarden en uitgangspunten zijn in de voorgaande artikelen
                        vastgelegd. Het college kan nadere beleidsregels en een beleidsplan
                        opstellen waarin de algemene uitgangspunten uit de verordening nader worden
                        uitgewerkt</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Indien de toepassing van deze verordening tot onbillijkheden leidt, kan het
                        college ten gunste van de belanghebbende afwijken van de bepalingen. Van
                        deze mogelijkheid dient zeer terughoudend gebruik gemaakt te worden, om het
                        scheppen van precedenten tegen te gaan.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Citeerartikel</titel></kop><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>