<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR359022_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Cliëntenparticipatie Participatiewet</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Terneuzen</dcterms:creator><dcterms:modified>2015-01-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Terneuzen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2014-79851.html">Gemeenteblad</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Cliëntenparticipatie Participatiewet</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0015703&amp;artikel=47">Participatiewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-12-18</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2022-03-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>127870</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening Cliëntenparticipatie Participatiewet</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Terneuzen</al><al>gelezen het voorstel van Burgemeester en Wethouders; </al><al>gelet op artikel 47 van de Participatiewet;</al><al/><al><vet>besluit:</vet></al><al>vast te stellen de volgende verordening:</al><al><vet>Verordening Cliëntenparticipatie Participatiewet</vet></al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijving</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>cliënt: persoon bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de
                                        Participatiewet die woonachtig is in de
                                        gemeenteTerneuzen;</al></li><li nr="b."><al>belangenorganisatie: organisatie die mede de belangen van
                                        cliënten als bedoeld in onderdeel a behartigen;</al></li><li nr="c."><al>Aviesraad Participatie: een uit leden (cliënten en
                                        vertegenwoordigers van belangenorganisaties) bestaand
                                        overlegorgaan met taken en bevoegdheden zoals in deze
                                        verordening omschreven;</al></li><li nr="d."><al>lid: cliënten en vertegenwoordigers van belangenorganisaties
                                        die door de portefeuillehouder zijn benoemd, zoals in deze
                                        verordening beschreven</al></li><li nr="e."><al>college: het college van burgemeester en wethouders van de
                                        gemeente Terneuzen;</al></li><li nr="f."><al>portefeuillehouder: de wethouder die het taakveld Werk &amp;
                                        Inkomen in portefeuille heeft.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor zover niet anders bepaald hebben alle begrippen in deze
                                verordening dezelfde betekenis als in de Participatiewet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Taak, doelstelling en werkwijze</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het doel van cliëntenparticipatie is dat cliënten en
                                vertegenwoordigers van belangenorganisaties invloed kunnen
                                uitoefenen op het lokaal beleid en uitvoering op het terrein van de
                                Participatiewet. Ten behoeve van dit doel is de Adviesraad
                                Participatie in het leven geroepen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De Adviesraad Participatie kan gevraagd en ongevraagd schriftelijk
                                adviseren aan het college en de gemeenteraad over alle onderwerpen
                                die de vorming, de uitvoering, de controle en de evaluatie van het
                                gemeentelijk beleid op het terrein van de Participatiewet betreffen,
                                daaronder begrepen de wijze waarop rijksregelgeving wordt
                                uitgevoerd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De Adviesraad Participatie is niet bevoegd te adviseren over de
                                afhandeling van klachten, bezwaarschriften en andere zaken die op
                                individuele cliënten betrekking hebben, met uitzondering van de
                                hierbij gehanteerde procedures en regelingen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Aan de Adviesraad Participatie gevraagde adviezen worden binnen twee
                                weken uitgebracht. De adviesraad kan het uitbrengen van een advies
                                met maximaal een week verdagen. Van een verdaging wordt schriftelijk
                                mededeling gedaan.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Indien binnen de termijn genoemd in artikel 2 lid 4 geen advies
                                wordt ontvangen, wordt het platform geacht neutraal of positief te
                                adviseren.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Indien het besluit van het college of de gemeenteraad afwijkt van
                                het advies van de Adviesraad Participatie, wordt de adviesraad
                                hiervan gemotiveerd schriftelijk op de hoogte gesteld.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De Adviesraad participatie kan een huishoudelijk reglement met
                                betrekking tot haar interne functioneren opstellen voor zover het
                                betreft aangelegenheden die in deze verordening niet geregeld
                                zijn.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Tussen de portefeuillehouder en de Adviesraad participatie vindt
                                minimaal 4 keer per jaar overleg plaats.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Samenstelling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De Adviesraad Participatie bestaat uit cliënten en/of
                                vertegenwoordigers van belangenorganisaties.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De Adviesraad Participatie telt minimaal 5 leden en maximaal 9 leden
                                die worden benoemd door de portefeuillehouder.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Nieuwe leden van de Adviesraad Participatie worden benoemd door de
                                portefeuillehouder, op voordracht van de leden van de Adviesraad
                                Participatie. De benoeming wordt schriftelijk bevestigd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De Adviesraad Participatie kiest uit haar midden een voorzitter,
                                secretaris en penningmeester. Een onafhankelijk voorzitter heeft de
                                voorkeur. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het lidmaatschap van de Adviesraad Participatie is onverenigbaar met
                                het lidmaatschap van de gemeenteraad dan wel het college.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Burgerlidmaatschap van een raadscommissie is verenigbaar met het
                                lidmaatschap van de cliëntenraad. Bij voorstellen of adviezen van de
                                cliëntenraad aan het gemeentebestuur die behandeld worden in de
                                betreffende raadscommissie waar het burgerlid deel van uitmaakt,
                                onthoudt het burgerlid zich van deelname aan beraadslagingen van en
                                aan het verlenen van advies aan de gemeenteraad.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Het secretariaat</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een ambtenaar van de gemeente Terneuzen voorziet in het secretariaat
                                voor zover het betrekking heeft op de periodieke overlegvergadering
                                met de wethouder.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In de overige secretariaatswerkzaamheden voorziet de Adviesraad
                                Participatie zelf.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De ambtelijk secretaris stelt voor aanvang van het kalenderjaar in
                                overleg met de secretaris van de Adviesraad een vergaderkalender
                                samen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De ambtelijk secretaris stelt in overleg met de secretaris van de
                                Adviesraad tenminste een week voorafgaand aan iedere
                                overlegvergadering de agenda samen,</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De ambtelijk secretaris ziet erop toe dat adviesvragen en
                                conceptbeleid de leden op een zodanig tijdstip bereiken dat zij hun
                                rol effectief kunnen vervullen. Indien nodig last hij een
                                tussentijds extra overleg in. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De ambtelijk secretaris maakt een verslag van de overlegvergadering
                                en zendt deze binnen twee weken na de vergadering aan de
                                Adviesraad.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Informatievoorziening</titel></kop><al>Het college draagt er zorg voor dat aan de Adviesraad Participatie
                            tijdig de nodige informatie wordt verstrekt ten behoeve van het naar
                            behoren kunnen functioneren van de Adviesraad Participatie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Vergoedingen aan de leden</titel></kop><al>Het college kan, na overleg met de Adviesraad Participatie, nadere
                            regels stellen aangaande vergoedingen voor de leden van de Adviesraad
                            Participatie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Verslaglegging</titel></kop><al>Jaarlijks voor 1 april brengt de Adviesraad Participatie aan het college
                            inhoudelijk verslag uit van de activiteiten en bevindingen over het
                            voorgaande jaar. Daarbij wordt in een financieel verslag tevens
                            verantwoording afgelegd over de besteding van een eventueel beschikbaar
                            gesteld budget.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Intrekking oude regeling</titel></kop><al>De Verordening Clientenparticipatie WWB wordt ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Beleidsregels</titel></kop><al>Het college kan ten behoeve van de uitvoering van deze verordening
                            nadere beleidsregels vaststellen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan in bijzondere gevallen afwijken van de bepalingen in
                                deze verordening, indien onverkorte toepassing zou leiden tot
                                onredelijkheid of onbillijkheid.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslist het
                                college.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als “Verordening
                            Clientenparticipatie Participatiewet”</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt op 1 januari 2015 in werking.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente
                            Terneuzen op 18 december 2014.</ondertekening><ondertekening>griffier, voorzitter,</ondertekening><ondertekening>mr. J.H.P. de Jong J.A.H. Lonink</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>ALGEMENE TOELICHTING</titel></kop><al/><al>Met deze verordening wordt uitvoering gegeven aan artikel 47 van de
                            Participatiewet. Dit artikel draagt de gemeenteraad op bij verordening
                            regels vast te stellen over de wijze waarop personen als bedoeld in
                            artikel 7, eerste lid, van de Participatiewet of hun vertegenwoordigers
                            betrokken worden bij de ontwikkeling van het gemeentelijke beleid.
                            Personen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Participatiewet
                            zijn personen:</al><lijst><li nr="-"><al>die algemene bijstand ontvangen;</al></li><li nr="-"><al>als bedoeld in artikel 34a, vijfde lid onderdelen b en c, van de
                                    Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (hierna: WIA), artikel
                                    35, vierde lid, onderdelen b en c, van de WIA en artikel 36,
                                    derde lid, onderdelen b en c, van de WIA tot het moment dat het
                                    inkomen uit arbeid in dienstbetrekking gedurende twee
                                    aaneengesloten jaren ten minste het minimumloon bedraagt en ten
                                    behoeve van die persoon in die twee jaren geen
                                    loonkostensubsidie als bedoeld in artikel 10d van de
                                    Participatiewet is verleend;</al></li><li nr="-"><al>personen als bedoeld in artikel 10, tweede lid, van de
                                    Participatiewet;</al></li><li nr="-"><al>personen met een nabestaanden- of wezenuitkering op grond van de
                                    Algemene nabestaandenwet;</al></li><li nr="-"><al>personen met een uitkering ingevolge de Wet inkomensvoorziening
                                    oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze
                                    werknemers;</al></li><li nr="-"><al>personen met een uitkering ingevolge de Wet inkomensvoorziening
                                    oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen
                                    zelfstandigen;</al></li><li nr="-"><al>personen zonder uitkering;</al></li></lijst><al>en, die voor de arbeidsinschakeling zijn aangewezen op een door het
                            college aangeboden voorziening.</al><al>Om een goede werking van de cliëntenraad te waarborgen worden de leden
                            van de cliëntenraad ondersteund en gefaciliteerd door de gemeente. De
                            regering hecht, evenals het college, sterk aan actieve betrokkenheid van
                            burgers die met de Participatiewet te maken krijgen.</al><al>Aanleiding voor deze nieuwe verordening vormt dus de Participatiewet.
                            Dit heeft geresulteerd in een nieuwe verordening, die inhoudelijk
                            slechts zeer beperkt afwijkt van de vorige. Het betreft dan slechts
                            bepalingen die een actualisering en verduidelijking betekenen en
                            verwijzen naar de Participatiewet. Inhoudelijk zijn er niet of
                            nauwelijks wijzigingen doorgevoerd. De in de oude verordening beschreven
                            taken, procedures en voorzieningen worden adequaat geacht voor de
                            vertegenwoordiging van de nieuwe doelgroep van de Participatiewet.</al></nota-toelichting><nota-toelichting><kop><titel>Artikelsgewijze toelichting</titel></kop><al/><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsomschrijving</titel></kop><al>Behoeft geen nadere toelichting</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Taak, doelstelling en werkwijze</titel></kop><al>Eerste tot en met derde lid</al><al>De Adviesraad Participatie zorgt voor collectieve belangenbehartiging
                            bij de lokale invulling van de Participatiewet. Het streven is om de
                            Adviesraad niet alleen te betrekken bij de beleidsvoorbereiding, maar
                            ook bij de kaderstellende en toetsende taken van de gemeenteraad. Het
                            beleidsveld voor advisering strekt zich uit van de Participatiewet tot
                            de inrichting en uitvoering van lokaal sociale zekerheidsbeleid in
                            bredere zin, zoals minimabeleid. Het kan hierbij gaan om advisering
                            inzake beleidsvoorstellen, verordeningen, nota’s, gevolgde procedures,
                            de uitvoering van wetgeving, beoordeling van evaluaties en
                            jaarverslagen, benchmarkingresultaten e.d. Het gaat dus nadrukkelijk
                            niet om belangenbehartiging van individuele klanten.</al><al>Vierde lid </al><al>Het college zorgt voor tijdige toezending van stukken welke voorafgaande
                            aan de besluitvorming, ter advisering worden voorgelegd aan de
                            Adviesraad Participatie. Hiervan kan alleen worden afgeweken indien
                            advisering vooraf tot een ongewenste vertraging leidt in het
                            besluitvormingsproces. In dat geval zal een en ander achteraf in de
                            Adviesraad Participatie ter discussie worden gesteld. Het opstellen van
                            nota’s en verordeningen, vaststelling en</al><al>implementatie dient vaak in een strak tijdpad te gebeuren. Ten einde het
                            totale tijdsbeslag in beeld te kunnen brengen is de adviestermijn voor
                            de Adviesraad Participatie opgenomen. Gelet op de gewenste voortgang is
                            deze termijn op twee weken gesteld met een eenmalige maximale verlenging
                            van nog eens een week.</al><al>Vijfde lid</al><al>Om de nodige voortgang van voorstellen te kunnen waarborgen is opgenomen
                            dat de Adviesraad Participatie positief staat tegenover voorstellen
                            vanuit de gemeente, indien binnen twee weken geen advies is ontvangen en
                            de advisering niet is verdaagd.</al><al>Zevende lid</al><al>In het huishoudelijk reglement kunnen zaken geregeld worden als
                            vergaderquorum, besluitvorming bij gewone of tweederde meerderheid van
                            stemmen, zittingsduur van de leden, eventuele onafhankelijkheid van de
                            voorzitter, noodzakelijke ondergrens in het aantal cliënten.
                            Plaatsvervanging ingeval van afwezigheid kan eveneens een punt van
                            aandacht zijn.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Samenstelling</titel></kop><al>Eerste lid</al><al>Niet alleen uitkerings- en/of re-integratiegerechtigden, maar ook
                            vertegenwoordigers van belangenorganisaties worden bij
                            cliëntenparticipatie betrokken. Een cliëntenorganisatie oprichten met
                            uitsluitend cliënten heeft immers enige bezwaren. Het lidmaatschap van
                            een cliëntenorganisatie vergt een aantal kwaliteiten en eigenschappen,
                            zoals communicatieve vaardigheden en het kunnen abstraheren van de eigen
                            ervaringen, individuele klachten en wensen.</al><al>Daarnaast kan de positie die cliënten hebben lastig zijn: aan de ene
                            kant de positie van cliënt met eigen verantwoordelijkheden en
                            verplichtingen jegens de uitkeringsverstrekker en aan de andere kant de
                            positie als kritische commentator en adviseur. In de derde plaats speelt
                            het gebrek aan continuïteit een rol. Mondige en bekwame
                            uitkeringsgerechtigden, die goed kunnen functioneren in een
                            cliëntenorganisatie, blijken in de praktijk vaak snel door te stromen in
                            een re-integratietraject of een baan. Om deze reden worden ook
                            belangenorganisaties bij de cliëntenparticipatie betrokken. Hierbij kan
                            gedacht worden aan vakorganisaties als FNV/ugo en CNV, ouderenbonden,
                            vrouwenorganisaties, AanZ/ Maatschappelijk Werk. Kandidaten worden
                            voorgedragen door de organisatie die zij in de Adviesraad Participatie
                            moeten vertegenwoordigen.</al><al>Tweede lid</al><al>Om besluitvorming mogelijk te maken is een minimum van vijf deelnemers
                            vereist. Ten einde een organisatorisch overzichtelijk geheel te houden
                            is een maximum aantal leden van de Adviesraad Participatie beperkt tot
                            vijftien personen.</al><al>Derde lid</al><al>Er is om administratief-organisatorische redenen niet voor gekozen voor
                            benoeming door college of gemeenteraad. De portefeuillehouder benoemt de
                            leden namens het college. De leden hiervan ontvangen hiervan een
                            schriftelijke bevestiging. De overdracht van de benoemingsbevoegdheid
                            van het college naar de portefeuillehouder is ook opgenomen in het
                            Mandaatsbesluit.</al><al>Vierde lid</al><al>De Adviesraad Participatie kiest uit haar midden een voorzitter,
                            secretaris en penningmeester. Een onafhankelijk voorzitter heeft de
                            voorkeur.</al><al>Vijfde en zesde lid</al><al>Een burgerlidmaatschap van een Raadscommissie is wel verenigbaar met het
                            lidmaatschap van de Adviesraad Participatie.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Het secretariaat</titel></kop><al>Eerste lid</al><al>Het secretariaat inzake het periodiek overleg met de portefeuillehouder
                            verzorgt de opstelling van de agenda voor de vergadering, verzorgt de
                            uitnodiging en notuleert.</al><al>Tweede lid</al><al>De Adviesraad Participatie draagt zorgt voor een secretariaat dat ten
                            dienste staat van alle leden van de adviesraad. Dit secretariaat
                            verzorgt o.a. de opstelling van de agenda voor de eigen vergaderingen,
                            verzorgt het versturen van de uitnodiging met bijbehorende stukken en
                            notuleert. Tevens verzamelt het secretariaat actuele informatie over
                            ontwikkelingen en brengt deze ter kennis aan de Adviesraad Participatie.
                            Het secretariaat zorgt mede voor de</al><al>verslaglegging zoals bedoeld in artikel 8 van deze verordening.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Informatievoorziening</titel></kop><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Vergoedingen aan de leden</titel></kop><al>Het college kan nadere regels stellen aangaande de vergoedingen voor de
                            leden van de Adviesraad Participatie. Hiermee wordt bedoeld de mogelijk
                            vast te stellen presentiegelden en/of onkostenvergoedingen. Het College
                            heeft echter ook de mogelijkheid deze onder te brengen in het budget dat
                            aan de adviesraad ter beschikking wordt gesteld op grond van artikel 7
                            van deze Verordening. De regels worden vastgesteld na overleg met de
                            adviesraad. Het staat het college vrij om, kennis genomen hebbend van de
                            opvattingen van de raad, een afwijkend besluit te nemen.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Verslaglegging</titel></kop><al>In het huishoudelijk reglement kan opgenomen worden dat de vaststelling
                            van het inhoudelijke verslag geschiedt bij meerderheid van stemmen. Zie
                            ook artikel 2 lid 7 van deze verordening.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Intrekking oude regeling</titel></kop><al>Per de datum van inwerkingtreding van de nieuwe verordening, wordt de
                            oude ingetrokken. Dat is expliciet hier geregeld. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Beleidsregels</titel></kop><al>Dit artikel geeft het college de mogelijkheid om nadere
                            uitvoeringsregels te stellen. Dat is bijvoorbeeld mogelijk over de wijze
                            waarop een adviesaanvraag wordt ingediend, de samenstelling van de raad
                            en de rol van de belangenorganisaties. Nadere regels worden vastgesteld
                            na overleg met de Cliëntenraad, maar instemming van de raad is niet
                            vereist.</al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>