<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--
      meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR359015_2</dcterms:identifier><dcterms:title>2eWijziging Gemeenschappelijke regeling Bestuursdienst Ommen-Hardenberg</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Ommen</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-12-04</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Ommen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Staatscourant, 15-12-2015</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Gemeenschappelijke Regeling Bestuursdienst Ommen-Hardenberg</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet gemeenschappelijke regelingen</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-12-08</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-12-16</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2019-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>art. 12, 13, 35</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>2eWijziging Gemeenschappelijke regeling Bestuursdienst Ommen-Hardenberg</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De Colleges van burgemeester en wethouders en de burgemeesters van de
                        gemeenten Hardenberg en Ommen, ieder voor zover het hun eigen bevoegdheden
                        betreft;</al><al/><al><cursief>overwegende dat:</cursief></al><al/><al>met het doel de kwaliteit van de gemeentelijke dienstverlening te
                        optimaliseren, dekwetsbaarheid van de respectievelijke ambtelijke
                        organisaties te beperken en de kosten van de uitvoering van de gemeentelijke
                        taken zo goed mogelijk te beheersen, is besloten de gemeenschappelijke
                        regeling Bestuursdienst Ommen-Hardenberg te treffen;</al><al>inmiddels tot een nieuwe directiestructuur is besloten;</al><al/><al>met ingang van 1 januari 2016 de gewijzigde Wet gemeenschappelijke regeling
                        bepaalt dat het aantal leden van het dagelijks bestuur niet meer mag
                        bedragen dan de helft van het aantal leden van het algemeen bestuur;</al><al/><al>de GR (artikel 12) hierop moet worden aangepast;</al><al/><al>tevens enkele andere kleine aanpassingen kunnen plaatsvinden;</al><al/><al><cursief>gelet op:</cursief></al><al/><al>de besluiten van de gemeenteraden van Hardenberg en Ommen, respectievelijk
                        17 en 19 november 2015, en de toepasselijke bepalingen van de Wet
                        gemeenschappelijke regelingen, de Gemeentewet, de Algemene wet bestuursrecht
                        en de Archiefwet;</al><al/><al><vet><cursief>besluiten:</cursief></vet></al><al/><al>de navolgende – gewijzigde – gemeenschappelijke regeling te treffen genaamd
                        “Gemeenschappelijke Regeling Bestuursdienst Ommen-Hardenberg”, tot de
                        vorming van een openbaar lichaam met rechtspersoonlijkheid in de zin van
                        artikel 8 van de Wet gemeenschappelijke regelingen.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label/><nr>1.</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze regeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>De Regeling: deze gemeenschappelijke regeling.</al></li><li nr="b."><al>Het Openbaar Lichaam: het rechtspersoonlijkheid bezittende
                                        Openbaar Lichaam in de zin van artikel 8, lid 1 van de
                                        Wet.</al></li><li nr="c."><al>Deelnemers: de aan de Regeling deelnemende gemeenten.</al></li><li nr="d."><al>Gedeputeerde Staten: het college van Gedeputeerde Staten van
                                        de Provincie Overijssel.</al></li><li nr="e."><al>De Wet: de Wet gemeenschappelijke regelingen.</al></li><li nr="f."><al>Opdrachtgever: een van de Deelnemers, ter zake
                                        vertegenwoordigd door het College van burgemeester en
                                        wethouders of de burgemeester.</al></li><li nr="g."><al>Opdrachtnemer: het Openbaar Lichaam, vertegenwoordigd door
                                        het Dagelijks Bestuur.</al></li><li nr="h."><al>Begroting: de begroting zoals de Deelnemers die opstellen op
                                        basis van het Besluit begroting en verantwoording provincies
                                        en gemeenten en de verordeningen die door de gemeenten zijn
                                        vastgesteld, overeenkomstig hetgeen is bepaald in artikel
                                        212 van de Gemeentewet.</al></li><li nr="i."><al>Bestuursdienst: het bestuur en de ambtelijke organisatie van
                                        het openbaar lichaam.</al></li><li nr="j."><al>Bedrijfsvoering: dit betreft de kosten voor het ambtelijk
                                        apparaat, inclusief huisvesting en overige kantoorkosten en
                                        productiemiddelen die niet rechtstreeks aan een van de
                                        individuele gemeenten toegerekend worden. Afwijkingen van
                                        deze definitie kunnen alleen beargumenteerd worden
                                        toegepast.</al></li><li nr="k."><al>Kostenverrekenmodel: het model volgens welke de kosten van
                                        de bedrijfsvoering worden verdeeld tussen de
                                        deelnemers.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Waar in deze regeling gesproken wordt van overeenkomstige toepassing
                                van de Gemeentewet, dient voor de raad, het college van burgemeester
                                en wethouders respectievelijk de burgemeester gelezen te worden:
                                algemeen bestuur, dagelijks bestuur en voorzitter.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:</nr><titel>Openbaar Lichaam en bestuurssamenstelling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Er is een Openbaar Lichaam als bedoeld in artikel 8 eerste lid van
                                de Wet Gemeenschappelijke regelingen, genaamd ”Bestuursdienst
                                Ommen-Hardenberg”.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het Openbaar Lichaam is gevestigd te Hardenberg.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het bestuur van het Openbaar Lichaam bestaat uit:</al><lijst><li nr="a."><al>het Algemeen Bestuur;</al></li><li nr="b."><al>het Dagelijks Bestuur;</al></li><li nr="c."><al>de Voorzitter.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Waar in deze regeling artikelen van de Gemeentewet of van enige
                                andere wet of wettelijke regeling van overeenkomstige toepassing
                                worden verklaard, treden het Openbaar Lichaam, het Algemeen Bestuur,
                                het Dagelijks Bestuur en de Voorzitter in de plaats van
                                respectievelijk de gemeente, de raad, het college en of de
                                burgemeester.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label/><nr>2.</nr><titel>Belang, taken en bevoegdheden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:</nr><titel>Belang</titel></kop><al>Het belang waarvoor de Regeling wordt getroffen, is het bewerkstelligen
                            van een kwalitatief goede en doelmatige uitvoering door het Openbaar
                            Lichaam van de door de deelnemers aan het Openbaar Lichaam opgedragen
                            taken, zoals vastgelegd in de vastgestelde en vast te stellen
                            verordeningen, regelingen, beleid, overige besluiten en in de jaarlijks
                            vast te stellen begroting van de deelnemers.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:</nr><titel>Taken van de Bestuursdienst</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De deelnemers laten overeenkomstig het bepaalde in artikel 3 van
                                deze Regeling door het Openbaar Lichaam gemeentelijke taken
                                uitvoeren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Dit takenpakket strekt zich in ieder geval uit tot de volgende
                                aspecten:</al><lijst><li nr="a."><al>beleidsontwikkeling en beleidsvoorbereiding;</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>uitvoering van het door de daartoe bevoegde gemeentelijke
                                        bestuursorganen vastgestelde beleid;</al></li></lijst><lijst><li nr="c."><al>inkoop en aanbestedingstrajecten;</al></li></lijst><lijst><li nr="d."><al>uitvoering van door de rijksoverheid opgedragen
                                        medebewindstaken;</al></li></lijst><lijst><li nr="e."><al>toezicht op en handhaving van de hiervoor genoemde
                                        uitvoering;</al></li></lijst><lijst><li nr="f."><al>de ter ondersteuning van voormelde taken uit te voeren taken
                                        op het gebied van bedrijfsvoering.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het Openbaar Lichaam voert uitsluitend taken uit voor de Deelnemers;
                                uitvoering voor derden is slechts toegestaan na een expliciet
                                besluit daartoe van het Algemeen Bestuur.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De bij aanvang van de Regeling geldende afspraken omtrent
                                werkzaamheden door en voor derden en de daarmee samenhangende
                                verplichtingen worden overgenomen door het Openbaar Lichaam, voor
                                zover dat voor één of meer van de Deelnemers geen financiële
                                consequenties heeft.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:</nr><titel>Bevoegdheidstoedeling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De daartoe bevoegde bestuursorganen van de deelnemers bepalen in
                                afzonderlijke delegatie-, mandaat- en volmachtbesluiten, welke
                                bevoegdheden die samenhangen met de taakgebieden zoals vermeld in
                                artikel 4 van de Regeling bedoelde taken, overgedragen
                                respectievelijk toegekend dienen te worden aan de Algemeen
                                Directeuren van het Openbaar Lichaam.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De in het vorige lid bedoelde besluiten worden als bijlage bij deze
                                regeling gevoegd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Delegatie-, mandaat- en volmachtbesluiten kunnen door de deelnemers
                                ook weer worden ingetrokken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:</nr><titel>Planning- en controlcyclus</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor de uitvoering van de taken zoals bedoeld in artikel 4 van de
                                Regeling zijn de begrotingen van de deelnemers leidend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De kosten van de bedrijfsvoering worden per deelnemer vastgelegd,
                                overeenkomstig de uitgangspunten zoals deze zijn opgenomen in een
                                bij afzonderlijke overeenkomst vast te stellen kostenverrekenmodel,
                                dat vervolgens integraal deel uitmaakt van deze Regeling.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De kosten voor de bedrijfsvoering worden opgenomen in de begroting
                                van het Openbaar Lichaam.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In begroting wordt een aantoonbare, evenredige relatie opgenomen
                                tussen de (jaarlijkse) financiële bijdrage die de individuele
                                deelnemers leveren aan de instandhouding van de Bestuursdienst en de
                                capaciteit (in uren) die de Bestuursdienst beschikbaar stelt of
                                heeft gesteld voor de uitvoering van de taken van de twee
                                deelnemers.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op de vaststelling van de begroting van het Openbaar Lichaam zijn de
                                bepalingen van artikelen 26 tot en met 30 van de Regeling van
                                toepassing.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het Openbaar Lichaam werkt de uit de begroting voortvloeiende taken
                                en planning uit in een jaarplanning c.q. afdelingsplannen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7:</nr><titel>Kwaliteitsborging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het Openbaar Lichaam draagt zorg voor een zorgvuldige en
                                hoogwaardige uitvoering van de taken, zoals vermeld in artikel 4 van
                                deze Regeling.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het Openbaar Lichaam zal één of meer kwaliteitssystemen hanteren. De
                                directie stelt de kwaliteitssystemen vast en legt hierover
                                desgevraagd verantwoording af in het Algemeen Bestuur van het
                                Openbaar Lichaam.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien sprake is van onvoldoende kwalitatief of onzorgvuldig
                                handelen van het Openbaar Lichaam ten aanzien van een of beide
                                deelnemende gemeenten als gevolg waarvan schade is ontstaan of
                                dreigt te ontstaan, wordt dit zo snel mogelijk maar uiterlijk binnen
                                drie maanden na constatering van de geleden of dreigende schade bij
                                het betreffende college resp. de betreffende colleges gemeld.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het Dagelijks Bestuur draagt zorg voor beperking en zo nodig herstel
                                van de geleden schade.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>In het verlengde van hetgeen bepaald is in lid 3, draagt ook het
                                Openbaar Lichaam zorg voor een adequate verzekering van de risico's
                                die samenhangen met de uitvoering van zijn taken (de
                                bedrijfsvoering) en die niet vallen onder de dekking van de
                                aansprakelijkheidsverzekering van de deelnemers.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Over de wijze van afhandeling van aan (vertegenwoordigers van) het
                                Openbaar Lichaam toe te rekenen schade die in het kader van de
                                uitvoering van de taken van het Openbaar Lichaam is ontstaan, maar
                                niet voor vergoeding door een verzekeraar in aanmerking komt, wordt
                                besloten door het Dagelijks Bestuur.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label/><nr>3.</nr><titel>Het Algemeen Bestuur</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8:</nr><titel>Samenstelling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het Algemeen Bestuur van het Openbaar Lichaam bestaat uit de
                                verzamelde leden van de twee Colleges van burgemeester en wethouders
                                van de Deelnemers.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De zittingsduur van de leden van het Algemeen Bestuur is gelijk aan
                                die van de leden van de gemeenteraden. De leden van het Algemeen
                                Bestuur blijven na het verstrijken van de in de vorige zin genoemde
                                termijn hun functie waarnemen tot het tijdstip, dat de nieuwe leden
                                (leden nieuwe Colleges van burgemeester en wethouders) door de
                                respectieve gemeenteraden zijn aangewezen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9:</nr><titel>Werkwijze Algemeen Bestuur</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het Algemeen Bestuur van het Openbaar Lichaam vergadert zo vaak als
                                het daartoe besluit, maar tenminste tweemaal per jaar en verder als
                                de Voorzitter of één College van burgemeester en wethouders dit
                                onder schriftelijke opgave van de te behandelen onderwerpen
                                verzoekt; een verzoek van het College van burgemeester en wethouders
                                dient te worden gericht aan de Voorzitter.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor de oproeping van de vergaderingen is artikel 19 Gemeentewet van
                                overeenkomstige toepassing. Bijeenroeping geschiedt door of vanwege
                                de Voorzitter.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het Algemeen Bestuur stelt voor zijn vergaderingen en andere
                                werkzaamheden een Reglement van orde vast, waarin onder meer alle
                                besluitvormingsaspecten worden uitgewerkt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Ten aanzien van de openbaarheid van de vergaderingen van het
                                Algemeen Bestuur en het opleggen van een geheimhoudingsplicht zijn
                                de artikelen 22 en 23 van de Gemeentewet van overeenkomstige
                                toepassing.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>In een besloten vergadering kan niet worden beraadslaagd of besloten
                                over:</al><lijst><li nr="a."><al>het beleidsplan van de Bestuursdienst;</al></li><li nr="b."><al>de organisatie-inrichting;</al></li><li nr="c."><al>de begroting, dan wel wijzigingen daarvan;</al></li><li nr="d."><al>het vaststellen van de rekening;</al></li><li nr="e."><al>het wijzigen, dan wel opheffen van de Regeling.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>In het Algemeen Bestuur heeft elk College van burgemeester en
                                wethouders één stem. Bij staken van de stemmen treden de Colleges
                                van burgemeester en wethouders terstond met elkaar in overleg,
                                teneinde zo mogelijk tot een oplossing te komen. Per situatie wordt
                                bezien welke oplossingswijze het best bij het probleem past
                                (bijvoorbeeld mediation of juridische/financiële toetsing van de
                                verschillende standpunten).</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Besluiten tot vaststelling van de begroting en de rekening, zoals
                                bedoeld in de artikelen 31, lid 8 en 32, lid 4 en 6 van de Regeling,
                                en de besluiten tot benoeming en ontslag van de Algemeen
                                Directeuren, zoals bedoeld in artikel 20, lid 1 dienen unaniem
                                genomen te worden.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>De leden van het Algemeen Bestuur ontvangen voor hun werkzaamheden
                                geen vergoeding in welke vorm dan ook.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10:</nr><titel>Bevoegdheden Algemeen Bestuur</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan het Algemeen Bestuur komen alle bevoegdheden toe die in de
                                Regeling niet zijn opgedragen aan het Dagelijks Bestuur, de
                                Voorzitter dan wel aan de Directie. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Overeenkomstig artikel 1 van de Wet kan het Algemeen Bestuur niet
                                besluiten over toetreding tot en uitreding uit de regeling dan na
                                verkregen toestemming van de gemeenteraden. De toestemming kan
                                slechts worden onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen
                                belang.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11:</nr><titel>Informatie- en verantwoordingsplicht</titel></kop><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het Algemeen Bestuur geeft zo spoedig mogelijk maar in ieder geval
                                binnen twee maanden aan de raden van de deelnemende gemeenten de
                                door een of meer leden van die raden schriftelijk gevraagde
                                inlichtingen, waarvan het verstrekken niet in strijd is met het
                                algemeen belang.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het Algemeen Bestuur geeft aan de raden van de deelnemende gemeenten
                                per half jaar ongevraagd alle inlichtingen die voor een juiste
                                beoordeling van het door het Algemeen Bestuur gevoerde en te voeren
                                beleid nodig zijn.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label/><nr>4.</nr><titel>Het Dagelijks Bestuur</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12:</nr><titel>Samenstelling, benoeming, zittingsduur</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het Algemeen Bestuur benoemt uit zijn midden een Dagelijks Bestuur
                                op voordracht van de twee Colleges van burgemeester en
                                wethouders.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het Dagelijks Bestuur bestaat uit de voorzitters van beide Colleges
                                en één collegelid.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor elk lid van het Dagelijks Bestuur wijst het Algemeen Bestuur
                                een plaatsvervangend lid aan.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De leden van het Dagelijks Bestuur treden af als lid van het
                                Dagelijks Bestuur met ingang van de dag waarop de zittingsperiode
                                van het Algemeen Bestuur afloopt. Zij blijven hun functie waarnemen
                                tot het tijdstip waarop het Algemeen Bestuur een nieuw Dagelijks
                                Bestuur heeft aangewezen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Een lid van het Dagelijks Bestuur kan deze functie te allen tijde
                                neerleggen.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Degene die tussentijds ophoudt lid van het Algemeen Bestuur te zijn,
                                houdt tevens op lid van het Dagelijks Bestuur te zijn.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Indien er tussentijds één of meer vacatures in het Dagelijks Bestuur
                                ontstaan, wijst het Algemeen Bestuur zo spoedig mogelijk een nieuw
                                lid aan. Dit gebeurt op voordracht van het College van burgemeester
                                en wethouders wiens vertegenwoordiger is afgetreden/ontslagen. Tot
                                die tijd kunnen de resterende leden van het Dagelijks Bestuur
                                geldige besluiten nemen.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Een lid van het Dagelijks Bestuur kan door het Algemeen Bestuur
                                worden ontslagen als dit lid niet langer het vertrouwen van het
                                Algemeen Bestuur geniet. De artikelen 49 en 50 Gemeentewet zijn van
                                overeenkomstige toepassing. Op het ontslagbesluit is artikel 7:1
                                Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>De zittingsperiode van de voorzitter is gelijk aan de raadsperiode;
                                in bijzondere situaties kan het Algemeen Bestuur besluiten van deze
                                algemene regel af te wijken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13:</nr><titel>Werkwijze Dagelijks Bestuur</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor zover deze Regeling niet anders bepaalt, kan het Dagelijks
                                Bestuur zijn werkzaamheden verdelen over de leden. Deze
                                portefeuilleverdeling wordt schriftelijk vastgelegd en aan het
                                Algemeen Bestuur ter vaststelling voorgelegd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het Dagelijks Bestuur vergadert in beginsel eens per maand maar kan
                                naar eigen believen van deze frequentie afwijken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In de vergadering van het Dagelijks Bestuur heeft elk college van
                                burgemeester en wethouders één stem. Bij staken van de stemmen zal
                                het betreffende voorstel ter besluitvorming worden voorgelegd aan
                                het Algemeen Bestuur. Als bij het Algemeen Bestuur de stemmen
                                eveneens staken treden de Colleges van burgemeester en wethouders
                                terstond met elkaar in overleg, teneinde zo mogelijk tot een
                                oplossing te komen. Per situatie wordt bezien welke oplossingswijze
                                het best bij het probleem past (bijvoorbeeld mediation of
                                juridische/financiële toetsing van de verschillende
                                standpunten).</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de vergaderingen van het Dagelijks Bestuur zijn de artikelen 54
                                tot en met 59 Gemeentewet van overeenkomstige toepassing.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het Dagelijks Bestuur stelt voor zijn werkzaamheden een Reglement
                                van orde vast. In dit Reglement worden onder meer de
                                besluitvormingsprocedures nader uitgewerkt. Het Reglement van orde
                                wordt ter kennisneming aan het Algemeen Bestuur gezonden.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De leden van het Dagelijks Bestuur ontvangen voor hun werkzaamheden
                                geen vergoeding, in welke vorm dan ook.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14:</nr><titel>Bevoegdheden Dagelijks Bestuur</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het Dagelijks Bestuur is belast met het bestuur van het Openbaar
                                Lichaam. Hiertoe behoort in ieder geval:</al><lijst><li nr="a."><al>het voorbereiden van alles wat aan het Algemeen Bestuur ter
                                        overweging en beslissing wordt voorgelegd;</al></li><li nr="b."><al>het uitvoeren van de besluiten van het Algemeen Bestuur en
                                        het door het Algemeen Bestuur vastgestelde beleid;</al></li><li nr="c."><al>het beheer van de financiën van het Openbaar Lichaam;</al></li><li nr="d."><al>de zorg voor de controle op het financiële beheer en de
                                        boekhouding van het Openbaar Lichaam;</al></li><li nr="e."><al>het zo nodig nemen van conservatoire maatregelen, zowel in
                                        als buiten rechte, en het nemen van maatregelen ter
                                        voorkoming van verjaring en verlies van recht of bezit;</al></li><li nr="f."><al>het vaststellen van rechtspositionele regelingen;</al></li><li nr="g."><al>benoemen, schorsen en ontslaan van medewerkers dan wel het
                                        aangaan van arbeidsovereenkomsten, met uitzondering van
                                        beslissingen die betrekking hebben op de Algemeen
                                        Directeuren;</al></li><li nr="h."><al>het houden van toezicht op alles wat de Bestuursdienst
                                        aangaat;</al></li><li nr="i."><al>al die taken die horen bij het optreden van een (goed)
                                        werkgever.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het Algemeen Bestuur kan aan het Dagelijks Bestuur bevoegdheden
                                overdragen met uitzondering van:</al><lijst><li nr="a."><al>het vaststellen, dan wel wijzigen van de begroting;</al></li><li nr="b."><al>het vaststellen van de jaarrekening;</al></li><li nr="c."><al>het vaststellen van de financiële beheer- en de
                                        controleverordening, zoals omschreven in de artikelen 212 en
                                        213 Gemeentewet;</al></li><li nr="d."><al>het vaststellen van een organisatieverordening en
                                        bijbehorende regels;</al></li><li nr="e."><al>de benoeming en het ontslag van de Algemeen
                                        Directeuren.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het Dagelijks Bestuur kan bevoegdheden mandateren aan de Algemeen
                                Directeuren. Onder mandaat is toegestaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15:</nr><titel>Informatieplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het Dagelijks Bestuur geeft zo spoedig mogelijk, maar in ieder geval
                                binnen 30 dagen na ontvangst van het daartoe strekkende verzoek aan
                                de raden van de Deelnemers, door tussenkomst van het betreffende
                                College van burgemeester en wethouders, de door één of meer leden
                                van die Raden schriftelijk gevraagde inlichtingen, waarvan het
                                verstrekken niet in strijd is met het algemeen belang.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het Dagelijks Bestuur geeft aan de raden van de Deelnemers, door
                                tussenkomst van de respectievelijke Colleges van burgemeester en
                                wethouders, eens per halfjaar ongevraagd alle inlichtingen die voor
                                een juiste beoordeling van het door het Dagelijks Bestuur gevoerde
                                en te voeren beleid nodig zijn.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De Colleges van burgemeester en wethouders van de Deelnemers zijn
                                gehouden het Dagelijks Bestuur in kennis te stellen van de bij hen
                                in voorbereiding zijnde plannen en/of maatregelen met betrekking tot
                                de in artikel 4 bedoelde taken, voor zover deze redelijkerwijs van
                                belang kunnen zijn voor het functioneren van het Openbaar
                                Lichaam.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16:</nr><titel>Gereserveerd</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17:</nr><titel>Portefeuillehoudersoverleg</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Individuele leden van Colleges van burgemeester en wethouders en
                                burgemeester(s) kunnen (als portefeuillehouder) zo vaak als zij dit
                                wensen, overleg voeren met medewerkers van het Openbaar
                                Lichaam.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Leden van Colleges van burgemeester en wethouders en burgemeester(s)
                                met een gelijke portefeuille (van verschillende Deelnemers) bepalen
                                zelf hoe en met welke frequentie zij in gezamenlijkheid overleg
                                voeren met (een) medewerker(s) van het Openbaar Lichaam.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Geschillen over de uitvoering van de leden 1 en 2 worden, na
                                tussenkomst van het Dagelijks Bestuur, ter besluitvorming voorgelegd
                                aan het Algemeen Bestuur.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18:</nr><titel>Verantwoordingsplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De leden van het Dagelijks Bestuur zijn, samen en afzonderlijk, aan
                                het Algemeen Bestuur verantwoording verschuldigd voor het door het
                                Dagelijks Bestuur gevoerde bestuur.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De leden van het Dagelijks Bestuur geven, samen en afzonderlijk, aan
                                het Algemeen Bestuur per half jaar ongevraagd alle informatie die
                                voor een juiste beoordeling van het gevoerde en te voeren beleid
                                noodzakelijk is.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De leden van het Dagelijks Bestuur geven, samen dan wel afzonderlijk
                                aan het Algemeen Bestuur, indien dit bestuur dan wel één of meer
                                leden daarvan daarom verzoeken, binnen acht weken alle gevraagde
                                inlichtingen, een en ander voor zover dit niet in strijd is met het
                                algemeen belang.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label/><nr>5.</nr><titel>De Voorzitter en de secretaris</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19:</nr><titel>De voorzitter</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het Algemeen Bestuur benoemt uit zijn midden een voorzitter en een
                                plaatsvervangend voorzitter.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter is tevens voorzitter van het Dagelijks Bestuur.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter vertegenwoordigt het Openbaar Lichaam in en buiten
                                rechte. Hij kan deze bevoegdheid aan een ander opdragen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20:</nr><titel>De secretaris</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De Algemeen Directeuren zijn beiden secretaris van het Algemeen
                                Bestuur en secretaris van het Dagelijks Bestuur.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een van hen woont in de hoedanigheid als secretaris de vergaderingen
                                van het Algemeen en Dagelijks Bestuur bij en heeft daarin een
                                adviserende stem.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De secretarissen bepalen onderling wie bij de vergaderingen aanwezig
                                is. In beginsel zal dit steeds dezelfde zijn. De secretarissen
                                vervangen elkaar onderling. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het Algemeen en/of Dagelijks Bestuur kan bepalen dat de secretaris
                                bij bepaalde (onderdelen van) vergaderingen niet aanwezig is.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label/><nr>6.</nr><titel>Organisatie, directie en personeel</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21:</nr><titel>Organisatieverordening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Binnen de uitgangspunten van deze Regeling kan het Algemeen Bestuur
                                een meerjarige Organisatieverordening voor het Openbaar Lichaam
                                vaststellen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In een Organisatieverordening als bedoeld in lid 1 legt het Algemeen
                                Bestuur de Organisatiestructuur van de Bestuursdienst vast.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22:</nr><titel>Organisatiestructuur</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op de ingangsdatum van deze regeling geldt de organisatiestructuur
                                zoals die is vastgelegd door de stuurgroep ambtelijke samenwerking
                                Ommen-Hardenberg.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Vanaf het derde jaar evalueert het Algemeen Bestuur periodiek
                                (tussen 1 en 5 jaar) de doeltreffendheid en doelmatigheid van de
                                organisatiestructuur.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23:</nr><titel>Directie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Er is een Directie bestaande uit de Algemeen Directeuren. De
                                Algemeen Directeuren worden benoemd en ontslagen door het Algemeen
                                Bestuur. Het Dagelijks Bestuur kan de Algemeen Directeuren schorsen.
                            </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als Algemeen Directeuren worden benoemd diegenen die als
                                gemeentesecretaris bij de Deelnemers zijn benoemd. De Algemeen
                                Directeuren krijgen geen ambtelijke aanstelling bij de
                                bestuursdienst. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De Directie is voor het Dagelijks Bestuur ambtelijk opdrachtnemer en
                                is verantwoordelijk voor de uitvoering van de taken van het Openbaar
                                Lichaam.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De Directie draagt zorg voor de kwaliteit van personeel en
                                organisatie, beheer en bedrijfsvoering, en voor het zijn van een
                                (aantrekkelijke) werkgever voor de medewerkers van de
                                Bestuursdienst.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De taken en bevoegdheden en onderlinge taakverdeling van de Algemeen
                                Directeuren worden vastgelegd in een door het Dagelijks Bestuur vast
                                te stellen Directiestatuut. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De Algemeen Directeuren bepalen onderling wie bij bestuurder in de
                                zin van de Wet op de Ondernemingsraden (WOR) is. In beginsel zal dit
                                steeds dezelfde zijn. De Algemeen Directeuren vervangen elkaar
                                onderling. </al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De Directie verschaft minstens twee maal per jaar de informatie aan
                                het Dagelijks Bestuur om het functioneren en de bedrijfsvoering van
                                het Openbaar Lichaam te kunnen beoordelen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24:</nr><titel>Personeel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het Dagelijks Bestuur beslist met inachtneming van het bepaalde in
                                de artikelen 22 en 23 van deze Regeling en binnen de kaders van het
                                door het Algemeen Bestuur vastgestelde formatieplan over de
                                benoeming en het ontslag van het personeel van het Openbaar
                                Lichaam.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het Dagelijks Bestuur regelt de bezoldiging en de overige
                                rechtspositie van het personeel van het Openbaar Lichaam. Het
                                Dagelijks Bestuur draagt er in dat kader zorg voor, dat als
                                grondslag daarvoor de CAR-UWO wordt gehanteerd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij overgang van personeel van nieuwe Deelnemers naar het Openbaar
                                Lichaam zullen het Algemeen en Dagelijks Bestuur, ieder voor zover
                                het zijn bevoegdheid betreft, zorg dragen voor de verdere toepassing
                                en uitvoering van het Sociaal Statuut.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25:</nr><titel>Bestuursopdrachten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De Colleges van burgemeester en wethouders en de burgemeesters
                                kunnen door middel van bestuursopdrachten het Openbaar Lichaam
                                opdracht geven tot het ontwikkelen of aanpassen van het beleid en/of
                                werkwijzen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bestuursopdrachten bevatten een duidelijk omschreven
                                probleembeschrijving, het doel en de kaders waarbinnen de opdracht
                                moet worden uitgevoerd, inclusief tijd en middelen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bestuursopdrachten worden formeel vastgesteld door de te
                                onderscheiden Colleges van burgemeester en wethouders en de te
                                onderscheiden burgemeesters.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De met een bestuursopdracht gemoeide financiële middelen worden
                                beschikbaar gesteld door middel van een begrotingswijziging van de
                                begroting van de deelnemer.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label/><nr>7.</nr><titel>Financiële bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26:</nr><titel>Financiële administratie en controle</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op het financieel beleid, het financiële beheer, de inrichting van
                                de financiële organisatie en de controle daarop zijn de artikelen
                                212 en 213 Gemeentewet van overeenkomstige toepassing.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het Algemeen Bestuur stelt de financiële regels vast die vereist
                                zijn om aan het in lid 1 bepaalde te kunnen voldoen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27:</nr><titel>Dienstjaar</titel></kop><al>Het dienstjaar loopt van 1 januari tot en met 31 december.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28:</nr><titel>Begroting en jaarrekening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor 15 april van het jaar voorafgaand aan het jaar waarvoor de
                                begroting van het Openbaar Lichaam zal dienen, zendt het Dagelijks
                                Bestuur de algemene financiële en beleidsmatige kaders en de
                                voorlopige jaarrekening aan de raden van de deelnemende
                                gemeenten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur zendt de ontwerpbegroting acht weken voordat
                                zij aan het algemeen bestuur wordt aangeboden, toe aan de raden van
                                de deelnemende gemeenten. De ontwerpbegroting is gebaseerd op de
                                begrotingen die de Deelnemers voor het lopende Dienstjaar hebben
                                vastgesteld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De raden van de Deelnemers kunnen bij het dagelijks bestuur hun
                                zienswijze over de ontwerpbegroting naar voren brengen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur zendt de begroting binnen twee weken na de
                                vaststelling, doch in ieder geval vóór 1 augustus van het jaar
                                voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, aan gedeputeerde
                                staten en de raden van de Deelnemers.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur zendt de jaarrekening binnen twee weken na de
                                vaststelling, doch in ieder geval vóór 15 juli van het jaar volgende
                                op het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft, aan
                                gedeputeerde staten en de raden van de Deelnemers.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het Dagelijks Bestuur draagt er zorg voor dat de Planning- en
                                Control cyclus, de meerjarenbegroting voor het Openbaar Lichaam,
                                alsmede een ontwerpbegroting van inkomsten en uitgaven voor het
                                komend dienstjaar, voorzien van de nodige toelichtingen en
                                specificaties, alsmede de jaarrekening, zodanig wordt ingericht dat
                                de data van 1 augustus en 15 juli, worden gehaald.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De meerjarenbegroting en de ontwerpbegroting worden door de
                                Deelnemers voor een ieder ter inzage gelegd en, tegen betaling van
                                de kosten, algemeen ter beschikking gesteld. De ter inzage legging
                                en de verkrijgbaarstelling van de stukken wordt openbaar bekend
                                gemaakt.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>De gemeenteraden behouden het recht om - na vaststelling van de
                                begroting – met voorstellen voor begrotingswijzigingen te komen. Het
                                Dagelijks Bestuur zal deze voorstellen zo spoedig mogelijk
                                doorrekenen op hun consequenties en voorleggen aan de
                                Deelnemers.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>Op wijzigingen van de begroting zijn de voorafgaande bepalingen van
                                dit artikel – met uitzondering van de genoemde data - van
                                overeenkomstige toepassing. Wijzigingen in de vastgestelde begroting
                                welke geen effect hebben op het begrote financiële resultaat van het
                                Openbaar Lichaam, worden hiervan uitgezonderd. Deze wijzigingen
                                worden door het Algemeen Bestuur vastgesteld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29:</nr><titel>Gereserveerd</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30:</nr><titel>Reserves</titel></kop><al>Jaarlijks, bij het vaststellen van de begroting en de jaarrekening,
                            worden de beschikbare reserves geactualiseerd.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label/><nr>8.</nr><titel>Archief</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31:</nr><titel>Archiefbeheer</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het Dagelijks Bestuur is belast met de zorg voor de bewaring en het
                                beheer van de archiefbescheiden van het Openbaar Lichaam en zijn
                                bestuursorganen overeenkomstig een door het Algemeen Bestuur met
                                inachtneming van artikel 41, lid 2 Archiefwet vast te stellen
                                regeling.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De Directie is belast met de bewaring van de archiefbescheiden als
                                bedoeld in het vorige lid, overeenkomstig de door het Dagelijks
                                Bestuur vast te stellen nadere regels.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij opheffing van de Regeling worden de archiefbescheiden in een
                                door het Dagelijks Bestuur aan te wijzen archiefbewaarplaats
                                geplaatst.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label/><nr>9.</nr><titel>Geschillen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32</nr><titel>Geschilbeslechting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Mocht er tussen het Openbaar Lichaam en een van de Deelnemers een
                                geschil ontstaan over de uitvoering van de taken, dan treden het
                                Dagelijks Bestuur en het betreffende College van burgemeester en
                                wethouders terstond met elkaar in overleg, teneinde het geschil
                                verder te verkennen en, op te lossen. </al><al>Per situatie wordt bezien welke oplossingswijze het best bij het
                                probleem past (bijvoorbeeld mediation of juridische/financiële
                                toetsing van de verschillende standpunten).</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Met betrekking tot geschillen tussen de Deelnemers onderling, dan
                                wel tussen de Deelnemers en het Openbaar Lichaam omtrent de
                                toepassing in de ruimste zin van de Regeling, beslist, conform
                                artikel 28 van de Wet, Gedeputeerde Staten.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label/><nr>10.</nr><titel>Toetreding, wijziging, opheffing</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33:</nr><titel>Toetreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het College van burgemeester en wethouders en de burgemeester van
                                een gemeente die wenst toe te treden tot het Openbaar Lichaam,
                                richten het verzoek ter zake aan de overeenkomstige bestuursorganen
                                van de Deelnemers en aan het Algemeen Bestuur van het Openbaar
                                Lichaam.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Toetreding vindt plaats indien de Colleges van burgemeester en
                                wethouders en de burgemeesters van de Deelnemers daartoe besluiten
                                en het Algemeen Bestuur van het Openbaar Lichaam daarmee
                                instemt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Aan de toetreding kan het Algemeen Bestuur voorwaarden
                                verbinden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het besluit van de Deelnemers als bedoeld in het tweede lid geeft de
                                datum van toetreding aan.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Van elk bericht van toetreding van een gemeente wordt Gedeputeerde
                                Staten in kennis gesteld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>34:</nr><titel>Uittreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college en de burgemeester van elke deelnemende gemeente kunnen,
                                na vooraf verkregen instemming van de raad van die gemeente,
                                besluiten dat de deelneming aan deze regeling wordt opgezegd. De
                                raden van de overige gemeenten worden over de besluiten
                                geïnformeerd. Een dergelijk besluit kan voor de eerste keer worden
                                genomen drie jaar na de inwerkingtreding van deze regeling.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een uittredingsbesluit gaat twee kalenderjaren na het verstrijken
                                van het jaar, waarin het besluit tot opzegging is genomen, in.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Alvorens de deelnemende gemeente tot besluitvorming komt, als
                                bedoeld in het 1e lid, wordt eerst over het voornemen overleg met de
                                andere deelnemende gemeenten gevoerd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In het voornemen als bedoeld in het 1e en 3e lid worden de motieven
                                gegeven op grond waarvan de deelnemende gemeente wenst uit te
                                treden.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het besluit als bedoeld in 1e lid wordt terstond ter kennis gebracht
                                van het Algemeen Bestuur.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het Algemeen Bestuur regelt de financiële verplichtingen alsmede de
                                overige gevolgen van de uittreding.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Van elk besluit tot uittreding van een gemeente wordt terstond
                                kennis gegeven aan de overige deelnemende gemeenten en Gedeputeerde
                                Staten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>35:</nr><titel>Wijziging en opheffing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De Regeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Wijziging of opheffing van de Regeling vindt plaats indien de
                                Colleges van burgemeester en wethouders en de burgemeesters daar
                                gezamenlijk toe besluiten<cursief>.</cursief></al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien het Dagelijks of het Algemeen Bestuur wijziging van de
                                Regeling wenselijk acht, doet het Dagelijks Bestuur het daartoe
                                strekkend voorstel aan de betrokken bestuursorganen van de
                                Deelnemers.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In geval van opheffing van de Regeling stelt het Algemeen Bestuur
                                een regeling op met betrekking tot de gevolgen van de opheffing; de
                                regeling wordt vastgesteld door de betreffende bestuursorganen van
                                de deelnemers.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het Dagelijks Bestuur is belast met de uitvoering van de
                                liquidatie.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Zo nodig blijft het Algemeen Bestuur functioneren tot de liquidatie
                                voltooid is.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Van elk besluit tot wijziging, dan wel opheffing van deze Regeling
                                wordt terstond bericht gezonden aan de Deelnemers en Gedeputeerde
                                Staten.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label/><nr>11.</nr><titel>Overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>36:</nr><titel>Bestaande samenwerkingen en deelnemingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De op het moment van inwerkingtreding van deze Regeling bestaande
                                privaatrechtelijke, dan wel publiekrechtelijke
                                samenwerkingsverbanden van de Deelnemers afzonderlijk of gezamenlijk
                                met derden, blijven bestaan tot het moment waarop ieder van de
                                Colleges en de burgemeesters van de Deelnemers, na een gezamenlijke
                                inventarisatie daarvan met het Dagelijks Bestuur, besloten heeft
                                welke van de per Deelnemer geïnventariseerde samenwerkingsverbanden
                                door de betreffende gemeente gehandhaafd, dan wel opgezegd dienen te
                                worden. In geval van opzegging kan een College en burgemeester
                                besluiten de betreffende taken te laten uitoefenen door het Openbaar
                                Lichaam.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De in het vorige lid vermelde inventarisatie zal uiterlijk binnen
                                zes maanden na de datum van inwerkingtreding van deze Regeling
                                voltooid dienen te zijn.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>37:</nr><titel>Inwerkingtreding en onvoorzienbaarheden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De Regeling treedt in werking met ingang van 15 juni 2012 en kan
                                    worden aangehaald onder de titel “Gemeenschappelijke Regeling
                                    Bestuursdienst Ommen-Hardenberg”.</al></li><li nr="2."><al>De Deelnemers dragen zorg voor de bekendmaking van deze Regeling
                                    op een voor de Deelnemer gebruikelijke wijze.</al></li><li nr="3."><al>Het gemeentebestuur van de gemeente Hardenberg is aangewezen als
                                    het gemeentebestuur, bedoeld in artikel 26 van de Wet.</al></li><li nr="4."><al>In alle gevallen waarin deze Regeling niet voorziet, beslist het
                                    Algemeen Bestuur, gehoord de Colleges van burgemeester en
                                    wethouders en de burgemeesters van de Deelnemers.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Ondertekening</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>8december 2015,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>Burgemeester en wethouders van de gemeente Ommen,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>secretaris, L. Dennenberg burgemeester, mr. M. Boumans MPM</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>Burgemeester van de gemeente Ommen,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>burgemeester, mr. M. Boumans MPM</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>Burgemeester en wethouders van de gemeente Hardenberg,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>secretaris, J.M.G Waaijer MBA burgemeester, P.H. Snijders.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>Burgemeester van de gemeente Hardenberg,</ondertekening><ondertekening>burgemeester, P.H. Snijders.</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting</titel></kop><tussenkop>Inleiding</tussenkop><al>Voor nadere informatie over de argumenten die hebben geleid tot de samenwerking
                    tussen beide gemeenten, wordt verwezen naar voorstellen van de colleges van
                    burgemeester en wethouders van Hardenberg en Ommen aan de gemeenteraden van
                    beide gemeenten, die hebben geleid tot richtinggevende uitspraken van beide
                    raden van medio april 2011 om te komen tot ambtelijke samenwerking tussen beide
                    gemeenten.</al><al/><al>De tekst van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) is leidend geweest bij
                    hetopstellen van deze regeling. Artikelen waarvan de inhoud direct te herleiden
                    is tot de tekst van de wet, worden niet nader toegelicht. De primaire
                    doelstelling van de Colleges van B&amp;W en de burgemeesters was het opstellen
                    van een regeling die zo goed mogelijk aan hun wensen voldoet.</al><al/><al>Naar aanleiding van een wijziging in de directie (benoemen van de
                    gemeentesecretarissen als Algemeen Directeur) en van de Wgr zelf is de GR eind
                    2014 geactualiseerd.</al><al/><tussenkop>Artikel 1: Begripsbepalingen</tussenkop><al>In het eerste lid is een aantal relevante begrippen beschreven die in de tekst
                    van degemeenschappelijke regeling regelmatig voorkomen. </al><al/><tussenkop>Artikel 2: Openbaar lichaam en bestuurssamenstelling</tussenkop><al>Hier wordt het Openbaar Lichaam ingesteld. Het Openbaar Lichaam heeft de
                    naam“Bestuursdienst Ommen-Hardenberg” en heeft bevoegdheden voor het uitvoeren
                    van de taken van de Bestuursdienst. Het Openbaar Lichaam heeft ambtenaren en
                    dienst en beheert de productiemiddelen. Hiertoe is het noodzakelijk dat de
                    Bestuursdienst rechtspersoonlijkheid bezit; de Bestuursdienst is zo’n
                    rechtspersoon. Het Openbaar Lichaam is gevestigd in Hardenberg. De regeling
                    kent, ingevolge de Wet gemeenschappelijke regelingen (hierna: Wgr), drie
                    bestuursorganen. Naast het Algemeen Bestuur, het Dagelijks Bestuur geldt ook de
                    Voorzitter als een apart bestuursorgaan.</al><al/><tussenkop>Artikel 3: Belang</tussenkop><al>Het belangrijkste doel van de Regeling is dat de door de Deelnemers aan het
                    Openbaar Lichaam opgedragen taken, kwalitatief goed en op een doelmatige wijze
                    worden uitgevoerd. Hoe de opgedragen taken uitgevoerd dienen te worden, wordt
                    nader uitgewerkt.</al><al/><tussenkop>Artikel 4: Taken van de Bestuursdienst van de Deelnemers</tussenkop><al>De Deelnemers laten overeenkomstig het bepaalde in artikel 3 van deze Regeling,
                    degemeentelijke taken door het Openbaar Lichaam uitvoeren. De gemeenten laten
                    alle ambtelijke taken (met uitzondering van de functie(s) van gemeentesecretaris
                    en raadsgriffier) door het Openbaar Lichaam uitvoeren.</al><al/><tussenkop>Artikel 5: Algemene bevoegdheidstoedeling</tussenkop><al>De Colleges van B&amp;W en de burgemeesters houden de bevoegdheden die ze
                    voorafgaand aan de nieuwe ambtelijke organisatie hebben. De Colleges van B&amp;W
                    en de burgemeesters hebben en kunnen bepaalde bevoegdheden delegeren of
                    mandateren aan de ambtelijke organisatie. </al><al>Daartoe is een delegatie-, mandaat- en volmachtsbesluit opgesteld waarin de
                    verleende bevoegdheden worden opgenomen. Dit overzicht wordt periodiek
                    geactualiseerd worden, al dan niet als gevolg van gewijzigde wet- en
                    regelgeving. </al><al/><al>Bij het opstellen van het delegatie-, mandaat- en volmachtsbesluit zal zo veel
                    mogelijk getracht worden om de bevoegdheden voor de Bestuursdienst op een goed
                    vergelijkbare dan wel (bijna) identieke wijze neer te leggen als de
                    mandaatregelingen van de Colleges van B&amp;W van beide gemeenten.</al><al/><tussenkop>Artikel 6: Planning- en controlcyclus</tussenkop><al>Ingevolge de Wgr dient de begroting van het Openbaar Lichaam vastgesteld te
                    worden voordat de gemeentelijke begrotingen vastgesteld worden. Deze begroting
                    is gericht op de kosten voor de bedrijfsvoering. </al><al/><al>Er is een kostenverrekenmodel opgesteld over de wijze waarop de kosten/uitgaven
                    van het Openbaar Lichaam aan de Deelnemers worden toegerekend. Dit verrekenmodel
                    maakt vervolgens integraal deel uit van deze regeling. De Colleges van B&amp;W
                    van de Deelnemers zullen beide in moeten stemmen met het model dat gehanteerd
                    wordt. Bij het opstellen van het model wordt het oordeel van een onafhankelijke
                    accountant gevraagd.</al><al>Omdat de zelfstandigheid van de deelnemende gemeenten wordt behouden, betekent
                    dit dat de "financiële huishouding" van de deelnemers zoveel mogelijk gescheiden
                    gehouden moet worden.</al><al/><al>De planning- &amp; controlcyclus van het Openbaar Lichaam wordt zo opgezet, dat
                    de vastgestelde begrotingen van de deelnemers in afdelingsplannen kunnen worden
                    verwerkt. Daarmee vormen de begrotingen van de deelnemers de inhoudelijke
                    sturing op het uit te voeren takenpakket van het Openbaar Lichaam.</al><al/><tussenkop>Artikel 7: Kwaliteitsborging</tussenkop><al>Conform artikel 3 dienen de taken binnen het Openbaar Lichaam op een zorgvuldige
                    en goede wijze uitgevoerd te worden. Indien dit niet het geval is meldt het
                    Openbaar Lichaam dat bij de betreffende deelnemende gemeente(n). De gemeenten
                    blijven aansprakelijk voor de handelingen die namens hen verricht worden.</al><al/><tussenkop>Artikel 8: Samenstelling</tussenkop><al>Het Algemeen Bestuur van het Openbaar Lichaam bestaat uit de Colleges van
                    burgemeester en wethouders van de Deelnemers. Het aantal Deelnemers en daarmee
                    het aantal leden binnen het Algemeen Bestuur, kan in de toekomst wijzigen als
                    gevolg van toetreding van nieuwe deelnemers. De zittingsduur van de leden van
                    het Algemeen Bestuur is gelijk aan een raadsperiode. Tot het moment dat een
                    nieuw College van burgemeester en wethouders is geïnstalleerd, blijven de
                    huidige leden hun functie waarnemen. Bij tussentijds vertrek van een lid, zullen
                    die taken worden overgenomen door een ander lid, dat eveneens afkomstig is van
                    de Deelnemer die het vertrekkend lid vertegenwoordigde.</al><al/><tussenkop>Artikel 9: Werkwijze Algemeen Bestuur</tussenkop><al>Gelet op de aanwezige belangen is het noodzakelijk dat de minimale
                    vergaderfrequentie van het Algemeen Bestuur ten minste tweemaal per jaar is.
                    Indien wenselijk kan de Voorzitter of één College van B&amp;W verzoeken om te
                    vergaderen. Indien één College van B&amp;W daartoe verzoekt, zal zij een
                    schriftelijke opgave van de te behandelen onderwerpen richten aan de Voorzitter.
                    Artikel 19 Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing. </al><al>Het Algemeen Bestuur heeft een Reglement van Orde voor zijn vergaderingen en
                    werkzaamheden (artikel 22 van de Wgr). Overeenkomstig artikel 23 van de
                    Gemeentewet zijn de vergaderingen van het Openbaar Lichaam in beginsel
                    openbaar.</al><al/><al>Elk College van burgemeester en wethouders heeft één stem. Besluiten tot
                    vaststelling van de begroting en de rekening, zoals bedoeld in de artikelen 31,
                    lid 8 en 32, lid 4 en 6 van de Regeling, en de besluiten tot benoeming en
                    ontslag van de Algemeen Directeuren, zoals bedoeld in artikel 20, lid 1, dienen
                    unaniem genomen te worden. Bij eventuele staking van de stemmen treden de
                    Colleges van burgemeester en wethouders terstond met elkaar in overleg, om zo
                    mogelijk tot een oplossing te komen. Per situatie wordt bezien welke
                    oplossingswijze het best bij het probleem past (bijvoorbeeld mediation of
                    juridische/financiële toetsing van de verschillende standpunten).</al><al/><tussenkop>Artikel 10: Bevoegdheden Algemeen Bestuur</tussenkop><al>Voor de beoordeling welke bevoegdheden aan het Algemeen Bestuur toekomen, dient
                    eerst gekeken te worden welke bevoegdheden aan het Dagelijkse Bestuur (artikel
                    14) dan wel de Algemeen Directeuren zijn toebedeeld. De bevoegdheden van de
                    Algemeen Directeuren zijn conform artikel 24 opgenomen in het Directiestatuut.
                    Voor de duidelijkheid is hier een verwijzing naar de Wgr opgenomen (lid 2),
                    zodat duidelijk is dat de gemeenteraden invloed hebben op uittreding uit of
                    toetreding tot de GR.</al><al/><tussenkop>Artikel 11: Informatie- en verantwoordingsplicht</tussenkop><al>Het Algemeen Bestuur geeft zo spoedig mogelijk, maar in ieder geval binnen twee
                    maanden aan de raden van de Deelnemers de door een of meer leden van die raden
                    schriftelijk gevraagde inlichtingen, tenzij dit in strijd is met het algemeen
                    belang. Daarnaast verstrekt het Algemeen Bestuur uit eigen beweging per half
                    jaar alle inlichtingen aan de raden van de Deelnemers die voor een juiste
                    beoordeling van door het Algemeen Bestuur gevoerde en te voeren beleid nodig
                    zijn.</al><al/><tussenkop>Artikel 12: Samenstelling, benoeming, zittingsduur (Dagelijks
                    Bestuur)</tussenkop><al>Het Dagelijks Bestuur wordt benoemd door het Algemeen Bestuur. Op grond van de
                    Wgr zijn de burgemeesters en 1 wethouder lid van het DB. Het Algemeen Bestuur is
                    bevoegd om voor elk lid van het Dagelijks Bestuur een plaatsvervanger aan te
                    wijzen. Deze anderen hebben een adviserende stem. Een en ander volgt uit artikel
                    57 Gemeentewet, dat van toepassing is (zie artikel 13, vierde lid).</al><al/><al>In de leden vier, zes en acht zijn de procedureregels opgenomen van
                    respectievelijk de zittingstermijnen van de leden van het dagelijks Bestuur en
                    hoe om te gaan bij (tussentijds) aftreden en ontslag. De zittingsperiode van de
                    voorzitter van het Dagelijks Bestuur, is gelijk aan de raadsperiode. In artikel
                    19 is bepaald dat het Algemeen Bestuur uit zijn midden een Voorzitter en een
                    plaatsvervangend voorzitter benoemt. Deze Voorzitter is tevens de voorzitter van
                    het Dagelijks Bestuur.</al><al/><tussenkop>Artikel 13: Werkwijze Dagelijks Bestuur</tussenkop><al>Het Dagelijks Bestuur kan zijn werkzaamheden over zijn leden verdelen, tenzij in
                    de Regeling in andere artikelen specifiek is aangegeven wie bepaalde
                    werkzaamheden dient uit te voeren. Verder is er de beginselplicht dat het
                    Dagelijks Bestuur eens per maand vergadert. In de vergadering heeft ieder lid
                    één stem. Bij eventuele staking van de stemmen, zal het betreffende voorstel aan
                    het Algemeen Bestuur voorgelegd worden, wiens stem dan doorslaggevend is. Als
                    ook daar de stemmen staken geldt de ook al in artikel 9 genoemde
                    oplossingswijze.</al><al/><al>Op de vergaderingen van het Dagelijks Bestuur zijn de artikelen 54 tot en met 59
                    Gemeentewet van overeenkomstige toepassing. Dat wil onder andere zeggen dat de
                    vergaderingen van Dagelijks Bestuur achter gesloten deuren plaatsvinden. In het
                    Reglement van Orde, vergelijkbaar met artikel 52 Gemeentewet, kunnen bepalingen
                    opgenomen worden met betrekking eventueel openbaarheid van de vergaderingen. In
                    het Reglement is de besluitvormingsprocedure(s) nader uitgewerkt.</al><al/><tussenkop>Artikel 14: Bevoegdheden Dagelijks Bestuur</tussenkop><al>Het Dagelijks Bestuur is opgedragen besluiten van het Algemeen Bestuur voor te
                    bereiden en uit te voeren. In het tweede lid is bepaald dat het Algemeen Bestuur
                    bevoegdheden kan overdragen aan het Dagelijks Bestuur. Met ‘overdragen‘ wordt
                    delegatie bedoeld. In het tweede lid zijn specifieke bevoegdheden opgenomen die
                    niet door het Algemeen Bestuur aan het Dagelijks Bestuur kunnen worden
                    overgedragen. In het derde lid is bepaald dat het Dagelijks Bestuur bevoegdheden
                    kan mandateren aan de Algemeen Directeuren. Dat wil zeggen dat de Algemeen
                    Directeuren in dat geval bevoegd zijn om in naam van het Dagelijks Bestuur
                    besluiten te nemen. </al><al/><tussenkop>Artikel 15: Informatieplicht</tussenkop><al>De raden van de Deelnemers hebben het recht om informatie te vragen. De
                    individuele Colleges van B&amp;W zijn de organen die een informatie- en
                    verantwoordingsplicht hebben naar de raden. Het Dagelijks Bestuur is het orgaan
                    dat de informatie zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen 30 dagen, door
                    tussenkomst van het betreffende college, aan de raden van de Deelnemers
                    verstrekt. Dit artikel geeft tevens de verplichting aan de Colleges van B&amp;W
                    van de Deelnemers om het Dagelijks Bestuur in kennis te stellen van mogelijke
                    plannen, maatregelen of ontwikkelingen, die van invloed zijn op het goed
                    functioneren en uitvoering van de aan de Regeling opgelegde taken.</al><al/><tussenkop>Artikel 16: Gereserveerd </tussenkop><tussenkop>Artikel 17: Portefeuillehoudersoverleg</tussenkop><al>De individuele leden van het Algemeen Bestuur kunnen, zowel in hun hoedanigheid
                    als lid van het Algemeen Bestuur, maar ook in hun hoedanigheid als burgemeester
                    of wethouder van een Deelnemer, zo vaak als men dit wil, overleg voeren met (de
                    vertegenwoordigers van) het Openbaar Lichaam. Het is geheel aan de leden van het
                    Algemeen Bestuur dan wel individuele leden van Colleges van B&amp;W met een
                    gelijke portefeuille (van verschillende Deelnemers), om te bepalen hoe en met
                    welke frequentie zij in gezamenlijkheid overleg voeren met (een)
                    vertegenwoordiger(s) van het Openbaar Lichaam.</al><al/><tussenkop>Artikel 18 Verantwoordingsplicht</tussenkop><al>Dit artikel kan in samenhang gelezen worden met artikel 15 van de Regeling. De
                    leden van het Dagelijks Bestuur hebben een verantwoordingsplicht en dienen per
                    half jaar ongevraagd alle informatie te verschaffen die het Algemeen bestuur
                    noodzakelijk acht voor een juiste beoordeling van het gevoerde en te voeren
                    beleid. Door de raden gevraagde informatie dient binnen acht weken te worden
                    verstrekt. Bij het verstrekken van informatie wordt verwezen naar artikel 16,
                    zesde lid Wgr. In dat artikel zijn bepalingen opgenomen over informatie
                    waaromtrent geheimhouding is opgelegd.</al><al/><tussenkop>Artikel 19 De Voorzitter</tussenkop><al>De periodieke benoeming van de Voorzitter geschiedt door en uit het Algemeen
                    Bestuur in de eerste vergadering van elke zittingsperiode. De in artikel 67 van
                    de Gemeentewet opgenomen onverenigbare nevenfuncties bij het ambt van
                    burgemeester zijn van overeenkomstige toepassing verklaard op de functie van
                    Voorzitter. De Voorzitter vertegenwoordigt het Openbaar Lichaam in en buiten
                    rechte. Met deze zinsnede wordt bedoeld dat de bevoegdheid zowel betrekking
                    heeft op de formele procesvertegenwoordiging (in rechte) als op
                    vertegenwoordiging bij het verrichten van privaatrechtelijke handelingen (buiten
                    rechte) De procesvertegenwoordiging ziet op civiele rechtsgedingen, strafzaken
                    en administratieve geschillen waarin Het Openbaar Lichaam als rechtspersoon
                    partij is.</al><al/><tussenkop>Artikel 20 De secretaris</tussenkop><al>De Algemeen Directeuren vervullen de rol van secretaris van zowel het Algemeen,
                    als ook van het Dagelijks Bestuur van het Openbaar Lichaam. Bepaald is dat (in
                    ieder geval) één van hen de vergaderingen als secretaris bijwoont. In die
                    hoedanigheid heeft hij in beide vergaderingen een adviserende stem. Ook is de
                    onderlinge vervanging geregeld.</al><al/><al>Beide besturen kunnen, indien zij dit wensen, bepalen dat de Algemeen Directeur
                    bij bepaalde (onderdelen van) vergaderingen niet aanwezig is. In dergelijke
                    situaties vervult de Algemeen Directeur niet de functie van secretaris. De
                    besturen zullen dit intern oplossen.</al><al/><tussenkop>Artikel 21 en 22 Organisatieverordening en
                    Organisatiestructuur</tussenkop><al>Het Algemeen Bestuur heeft de mogelijkheid om een Organisatieverordening vast te
                    stellen. De uitgangspunten van deze Regeling zullen daarbij in acht worden
                    genomen. Door middel van de organisatieverordening stelt het Openbaar Lichaam
                    dan ook de Organisatiestructuur van de Bestuursdienst vast. </al><al/><tussenkop>Artikel 23 Directie</tussenkop><al>De Algemeen Directeuren worden benoemd en ontslagen door het Algemeen Bestuur
                    van het Openbaar Lichaam. Schorsing valt niet daar niet onder. Dat is een
                    bevoegdheid van het Dagelijks Bestuur.</al><al/><al>Dit artikel bepaalt dat de directie de dagelijkse leiding van het Openbaar
                    Lichaam voert. De taken en bevoegdheden van de Algemeen Directeuren worden
                    vastgelegd in een door het Dagelijks Bestuur vast te stellen Directiestatuut.
                    Een van deze taken betreft de informatieplicht. De directie is verplicht om
                    minimaal twee keer per jaar informatie aan het Dagelijks Bestuur te verstrekken
                    om het functioneren en de bedrijfsvoering van het Openbaar Lichaam te kunnen
                    beoordelen. Deze verplichting sluit aan op artikel 18 van deze Regeling.</al><al/><al>Daarnaast is de directie verantwoordelijk voor het borgen van de beschikbare
                    vakinhoudelijke expertise in het Openbaar Lichaam. Hij draagt zorg voor de
                    kwaliteit van zowel het personeel als de organisatie.</al><al/><tussenkop>Artikel 24 Personeel</tussenkop><al>Het Sociaal Statuut van de Deelnemers dient als leidraad bij de overgang van het
                    personeel van de Deelnemers naar het Openbaar Lichaam. Het Dagelijks Bestuur
                    besluit, over de benoeming, de schorsing en het ontslag van het personeel van
                    het Openbaar Lichaam. Zij doet dit binnen de door het Algemeen Bestuur
                    vastgestelde formatieplan en met inachtneming van de artikelen 22 en 23 van deze
                    Regeling en de CAR-UWO. Ook de regelingen inzake bezoldiging en de overige
                    rechtsposities van het personeel van het Openbaar Lichaam worden door het DB
                    vastgesteld.</al><al/><tussenkop>Artikel 25 Bestuursopdrachten</tussenkop><al>Opdrachten van de Colleges van B&amp;W van de Deelnemers tot het ontwikkelen of
                    aanpassen van beleid en/of werkwijzen, vinden plaats via zogenoemde
                    bestuursopdrachten. Daarin zijn de probleemstelling en het doel van de opdracht
                    duidelijk opgenomen en tevens wordt aangegeven binnen welke kaders de uitvoering
                    plaats dient te vinden. Daarbij worden de elementen tijd en middelen
                    nadrukkelijk betrokken. Dit bovenstaande sluit aan om de opgedragen taken, zoals
                    opgenomen in artikel 4, zorgvuldig binnen de gemaakte afspraken uit te voeren.
                    Zie daartoe de artikelen 4 en 6.</al><al/><tussenkop>Artikel 26 t/m 30 Financiële bepalingen</tussenkop><al>De artikelen 212 en 213 Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing op het
                    financieel beleid en beheer en op de inrichting van de financiële organisatie en
                    de controle daarop. Het Algemeen Bestuur zal regels vaststellen om de vereisten
                    zoals opgenomen in het eerste lid en het bepaalde in de artikelen 212 en 213 te
                    kunnen voldoen.</al><al/><al>De wettelijke bepalingen geven aan, dat de begroting en de jaarrekening van het
                    Openbaar Lichaam resp. vóór 1 augustus en 15 juli aan Gedeputeerde Staten moeten
                    worden gezonden. Het Dagelijks Bestuur draagt er zorg voor dat de planning- en
                    controlcyclus zodanig wordt ingericht dat die data worden gehaald, met in
                    achtneming van de wettelijke vereisten zoals deze in de Wgr zijn opgenomen,
                    waaronder het tijdig aanbieden aan de gemeenteraden van de Deelnemers en het
                    kunnen indienen van een zienswijze op de begroting. Toesturen van de
                    jaarrekening en begroting heeft met name als doel de betrokkenheid van de raden
                    te vergroten door te bewerkstelligen dat de begrotingscycli van de BOH en de
                    Deelnemers beter op elkaar aansluiten.</al><al/><al>In lid 9 is bepaald dat op wijzigingen van de begroting de voorafgaande
                    bepalingen van dit artikel - met uitzondering van de genoemde data - van
                    overeenkomstige toepassing zijn. Wijzigingen in de vastgestelde begroting welke
                    geen effect hebben op de het begrote financiële resultaat van het Openbaar
                    Lichaam, worden hiervan uitgezonderd. Dat wil zeggen dat de wijzigingen binnen
                    het vastgesteld budget dienen te blijven. Deze wijzigingen worden door het
                    Algemeen Bestuur vastgesteld. Voor de jaarrekening geldt een vergelijkbare
                    procedure. Tijdige en actuele informatie is van groot belang. De in de regeling
                    opgenomen procedure moet ertoe leiden dat de jaarrekening jaarlijks rond 1 juli
                    door het Algemeen Bestuur wordt vastgesteld.</al><al/><al>NB.: In artikel 9 lid 7 is opgenomen dat de besluiten tot vaststelling van de
                    begroting en rekening, unaniem genomen dienen te worden.</al><al/><al>De bestuursdienst kent geen voorzieningen. De aanwezige reserves worden
                    jaarlijks met het vaststellen van de begroting en de jaarrekening
                    geactualiseerd.</al><al/><tussenkop>Artikel 31 Archiefbeheer</tussenkop><al>De regels voor het beheer en behoud van archiefbescheiden zoals deze zijn
                    opgenomen in de desbetreffende archiefwetgeving (artikelen 12 en 33 van de
                    Archiefwet), zijn van toepassing op het Openbaar Lichaam.</al><al/><tussenkop>Artikel 32 Geschilbeslechting</tussenkop><al>Gekozen is voor een geschillenregeling waarin het Dagelijks Bestuur en het
                    betreffende College van B&amp;W en/of de burgemeester, terstond in overleg
                    treden teneinde het geschil op te lossen.</al><al/><tussenkop>Artikel 33 Toetreding</tussenkop><al>Indien een andere gemeente wenst toe te treden tot de gemeenschappelijke
                    regeling en het Openbaar Lichaam, dient het College van B&amp;W en de
                    burgemeester van die gemeente daartoe een verzoek te richten aan de Colleges van
                    B&amp;W en aan de burgemeesters van de Deelnemers en aan het Algemeen Bestuur
                    van het Openbaar Lichaam. Indien de Colleges van B&amp;W en de burgemeesters van
                    de Deelnemers, positief besluiten en het Algemeen Bestuur instemt met de
                    toetreding, kan, eventueel onder voorwaarden, toetreding tot de
                    Gemeenschappelijke Regeling en het Openbaar Lichaam plaatsvinden.</al><al/><tussenkop>Artikel 34 Uittreding</tussenkop><al>Bij het inwerkingtreden van deze regeling zijn er twee gemeenten die deelnemen.
                    In plaats van uittreding zal in een dergelijk geval een beroep worden gedaan op
                    artikel 37.</al><al/><tussenkop>Artikel 35 Wijziging en opheffing</tussenkop><al>Indien het Dagelijks of Algemeen Bestuur het wenselijk acht om tot een wijziging
                    van de Regeling te komen, zal het Dagelijks Bestuur een daartoe strekkend
                    voorstel doen aan de betrokken colleges van B&amp;W van de Deelnemers. De
                    Colleges en burgemeesters van de Deelnemers kunnen besluiten tot wijziging of
                    opheffing van de Regeling. De wet regelt dat de gemeenteraden toestemming moeten
                    verlenen. Die kan alleen worden onthouden wegens strijd met het recht of het
                    algemeen belang.</al><al/><tussenkop>Artikel 36 Bestaande samenwerkingen en deelnemingen</tussenkop><al>Alle bestaande samenwerkingsverbanden blijven bestaan bij inwerkingtreding van
                    deze Regeling. Er zal een inventarisatie volgen van welke samenwerkingsverbanden
                    gehandhaafd dan wel opgezegd dienen te worden. In geval van opzegging is het aan
                    het betreffende College om te besluiten of hij eventueel de betreffende taken
                    laat uitvoeren door het Openbaar Lichaam.</al><al/><tussenkop>Artikel 37 Inwerkingtreding en onvoorzienbaarheden</tussenkop><al>Ingevolge artikel 27, eerste lid van de Wgr houden burgemeester en wethouders
                    een register bij van de gemeenschappelijke regelingen waaraan hun gemeente
                    deelneemt. De Deelnemers dragen op de gebruikelijke wijze zorg voor de
                    bekendmaking van de Regeling (artikel 26, tweede lid Wgr). De Regeling treedt in
                    werking met ingang van 15 juni 2012 en geldt voor onbepaalde tijd, behoudens de
                    mogelijkheden die zijn genoemd in artikelen 34 en 35.</al><al/><al>Het gemeentebestuur van de gemeente Hardenberg is het gemeentebestuur dat
                    isaangewezen om conform artikel 26 Wgr de Regeling toe te zenden aan
                    Gedeputeerde Staten. In alle gevallen waarin de Regeling niet voorziet, is het
                    Algemeen Bestuur bevoegd om te beslissen. Het Algemeen Bestuur doet dat niet
                    eerder dan na de Colleges van de Deelnemers te hebben gehoord over het
                    onvoorziene voorval.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>