<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR358793_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Zuidhorn 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Zuidhorn</dcterms:creator><dcterms:modified>2015-01-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Westerkwartier</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2015-15534.html?zoekcriteria=%3fzkt%3dUitgebreid%26pst%3dGemeenteblad%26dpr%3dAlle%26spd%3d20150223%26epd%3d20150223%26sdt%3dDatumPublicatie%26org%3dZuidhorn%26orgt%3dgemeente%26planId%3d%26pnr%3d1%26rpp%3d10&amp;resultIndex=2&amp;sorttype=1&amp;sortorder=4">Gemeenteblad, 23-02-2015</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Zuidhorn 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=149">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0003420&amp;artikel=102">Wet op het primair onderwijs, art. 102</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0003549&amp;artikel=100">Wet op de expertisecentra, art. 100</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0002399&amp;artikel=76m">Wet op het voortgezet onderwijs, art. 76m</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>onderwijs</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-01-12</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2021-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Zuidhorn 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Zuidhorn;</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 9 december
                        2014;</al><al>gelezen het verslag van het gevoerde op overeenstemming gerichte overleg me
                        de vertegenwoordigers van de bevoegde gezagsorganen;</al><al>gelet op artikel 149 van de Gemeentewet, artikel 102 van de Wet op het
                        primair onderwijs, artikel 100 van de Wet op de expertisecentra en artikel
                        76m van de Wet op het voortgezet onderwijs;</al><al>besluit;</al><al>vast te stellen de Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente
                        Zuidhorn 2015. </al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="-"><al>aanvraag: verzoek om het bekostigen van een voorziening of om
                                    het bekostigen van een voorbereidingskrediet;</al></li><li nr="-"><al>aanvrager: het bevoegd gezag dat een aanvraag indient;</al></li><li nr="-"><al>advies Onderwijsraad: advies van de Onderwijsraad als bedoeld in
                                    artikel 95, negende lid, van de Wet op het primair onderwijs,
                                    artikel 93, negende lid, van de Wet op de expertisecentra of
                                    artikel 76f, negende lid, van de Wet op het voortgezet
                                    onderwijs;</al></li><li nr="-"><al>bevoegd gezag: bevoegd gezag van een volgens de Wet op het
                                    primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra of de Wet op het
                                    voortgezet onderwijs bekostigde openbare of bijzondere school
                                    die geheel of gedeeltelijk gehuisvest is in een gebouw dat zich
                                    bevindt op het grondgebied van de gemeente;</al></li><li nr="-"><al>lokaal bewegingsonderwijs: ruimte die geschikt is voor het
                                    bewegingsonderwijs </al></li><li nr="-"><al>minister: minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap</al></li><li nr="-"><al>nevenvestiging: deel van een school dat door de minister op
                                    grond van artikel 85 van de Wet op het primair onderwijs, de
                                    artikelen 76a of 76b van de Wet op de expertisecentra of artikel
                                    16, tweede en derde lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs
                                    voor bekostiging in aanmerking is gebracht;</al></li><li nr="-"><al>overzicht: overzicht als bedoeld in artikel 96 van de Wet op het
                                    primair onderwijs<cursief>, </cursief>artikel 94 van de Wet op
                                    de expertisecentra of artikel 76g van de Wet op het voortgezet
                                    onderwijs;</al></li><li nr="-"><al>permanent gebouw: ruimte die door de keuze van het ontwerp en de
                                    aard van de constructie en materialen ten minste 60 jaar als
                                    volwaardige huisvesting voor het onderwijs kan
                                    functioneren;</al></li><li nr="-"><al>programma: programma als bedoeld in artikel in artikel 95 Wet op
                                    het primair onderwijs<cursief>, </cursief>artikel 93 Wet op de
                                    expertisecentra en artikel 76f van de Wet op het voortgezet
                                    onderwijs</al></li><li nr="-"><al>school:</al><al>1°. school voor basisonderwijs: basisschool of speciale school
                                    voor basisonderwijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het
                                    primair onderwijs;</al><al>2°. school voor speciaal onderwijs of voortgezet speciaal
                                    onderwijs: school voor speciaal onderwijs, school voor speciaal
                                    en voortgezet speciaal onderwijs, of school voor voortgezet
                                    speciaal onderwijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de
                                    expertisecentra, een instelling voor speciaal en voortgezet
                                    speciaal onderwijs als bedoeld in artikel 8 van de Wet op de
                                    expertisecentra en een school voor voortgezet speciaal onderwijs
                                    als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de expertisecentra; </al><al>3°. school voor voortgezet onderwijs: school of
                                    scholengemeenschap voor voorbereidend wetenschappelijk
                                    onderwijs, voor hoger en middelbaar algemeen voortgezet
                                    onderwijs, voor voorbereidend beroepsonderwijs en voor
                                    praktijkonderwijs als bedoeld in de artikelen 1, 2 en 5 van de
                                    Wet op het voortgezet onderwijs;</al></li><li nr="-"><al>tijdelijk gebouw: al dan niet verplaatsbare ruimte die door de
                                    keuze van het ontwerp en de aard van de constructie en
                                    materialen minstens 10 jaar als volwaardige huisvesting voor het
                                    onderwijs kan functioneren;</al></li><li nr="-"><al>tijdelijke nevenvestiging: een tijdelijke nevenvestiging als
                                    bedoeld in artikel 16, derde lid, van de Wet op het voortgezet
                                    onderwijs;</al></li><li nr="-"><al>verhuur: gebruik van een onderwijsgebouw door derden, niet
                                    zijnde onderwijsgebruik of gebruik voor culturele,
                                    maatschappelijke of recreatieve doeleinden;</al></li><li nr="-"><al>voor blijvend gebruik bestemde voorziening: voorziening die
                                    volgens de uitkomst van de prognose als bedoeld in bijlage II
                                    minimaal 10 jaar noodzakelijk is;</al></li><li nr="-"><al>voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening: voorziening die
                                    volgens de uitkomst van de prognose als bedoeld in bijlage II
                                    minimaal 4, en maximaal 10 jaar noodzakelijk is;</al></li><li nr="-"><al>voorziening: voorzieningen in de huisvesting als bedoeld in
                                    artikel 2.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Omschrijving voorzieningen in de huisvesting</titel></kop><al>Bij het toepassen van deze verordening worden de volgende voorzieningen
                            onderscheiden:</al><lijst><li nr="a."><al>voor blijvend of voor tijdelijk gebruik bestemde voorzieningen,
                                    bestaande uit:</al><al>1°. nieuwbouw voor een school die voor het eerst door het rijk
                                    voor bekostiging in aanmerking is gebracht, of nieuwbouw om een
                                    gebouw waarin een school is gehuisvest geheel of gedeeltelijk te
                                    vervangen, al dan niet op dezelfde locatie;</al><al>2°. uitbreiding van een gebouw waarin een school is
                                    gehuisvest;</al><al>3°. het geheel of gedeeltelijk in gebruik nemen van een bestaand
                                    gebouw voor het huisvesten van een school;</al><al>4°. verplaatsing van een of meer bestaande tijdelijke gebouwen
                                    voor het huisvesten van een school; </al><al>5°. terrein voor zover nodig voor het realiseren van een
                                    voorziening als bedoeld in 1° tot en met 4°;</al><al>6°. inrichting met onderwijsleerpakket of met leer- en
                                    hulpmiddelen voor zover deze nog niet eerder door het rijk of de
                                    gemeente is bekostigd;</al><al>7°. inrichting met meubilair voor zover dit nog niet eerder door
                                    het rijk of de gemeente is bekostigd;</al><al>8°. medegebruik van een ruimte voor het onderwijs in een gebouw
                                    dat al bij een andere school in gebruik is of van een lokaal
                                    bewegingsonderwijs</al></li><li nr="b."><al>herstel van constructiefouten bestaande uit schade aan een
                                    gebouw veroorzaakt door eigen gebrek of eigen bederf, evenals
                                    uit kosten gemoeid met het voorkomen van nog niet zichtbare
                                    materiële schade onmiddellijk voortvloeiend uit ontwerpfouten,
                                    uitvoeringsfouten of wanprestatie;</al></li><li nr="c."><al>herstel en vervanging in verband met schade aan gebouw,
                                        onderwijsleerpakket,leer- en
                                    hulpmiddelen of meubilair ingeval van bijzondere
                                    omstandigheden;</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Voorbereidingskrediet</titel></kop><al>Voor voorzieningen als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, onder lid
                                <vet>1° </vet>, kan een aanvraag voor het bekostigen van de kosten
                            voor het opstellen van een aanbestedingsgereed bouwplan worden
                            ingediend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Vaststellen vergoeding voorzieningen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor voorzieningen als bedoeld in artikel 2, onderdeel a,
                                    onder<vet>1° en 2<cursief>°</cursief></vet>,wordt de begroting vastgesteld overeenkomstig de in
                                bijlage IV opgenomen normbedragen. De vergoeding wordt vastgesteld
                                op basis van feitelijke kosten op basis van de economische meest
                                voordelige inschrijving.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor andere voorzieningen dan bedoeld in het eerste lid wordt de
                                vergoeding vastgesteld op de feitelijke kosten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De vergoeding voor een voorbereidingskrediet als bedoeld in artikel
                                3 wordt vastgesteld op <vet> 5 tot 10 procent</vet> van het geraamde
                                investeringsbedrag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Informatieverstrekking</titel></kop><al>Het bevoegd gezag verstrekt aan het college de gegevens die noodzakelijk
                            zijn voor het uitvoeren van het bepaalde in deze verordening. Hierbij
                            wordt gebruik gemaakt van een door het college vastgesteld
                            formulier.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Programma en overzicht</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.1</nr><titel>Aanvragen programma</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Indienen aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een aanvraag om opname van een voorziening op het programma
                                    wordt door het bevoegd gezag bij het college ingediend en moet
                                    uiterlijk <vet>31 januari</vet> van het jaar waarin het
                                    betreffende programma wordt vastgesteld zijn ontvangen. Hierbij
                                    wordt gebruik gemaakt van een door het college vastgesteld
                                    formulier.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Aanvragen die na deze datum worden ontvangen neemt het college
                                    niet in behandeling.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Inhoud aanvraag; gelegenheid tot aanvullen aanvraag; niet
                                    behandelen onvolledige aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een aanvraag vermeldt in ieder geval:</al><lijst><li nr="a."><al>de naam en het adres van de aanvrager;</al></li><li nr="b."><al>de dagtekening;</al></li><li nr="c."><al>de naam van de school en, als dit van toepassing is, het
                                    gebouw waarvoor de voorziening is bestemd;</al></li><li nr="d."><al>de voorziening die wordt aangevraagd;</al></li><li nr="e."><al>de onderbouwing van de noodzaak en de omvang van de gewenste
                                    voorziening, bestaande uit:</al><lijst><li nr="1°."><al>een prognose van het te verwachten aantal leerlingen
                                            van de school voor basisonderwijs, de speciale school
                                            voor basisonderwijs, de school voor speciaal onderwijs
                                            of voortgezet speciaal onderwijs of de school voor
                                            voortgezet onderwijs, als het betreft een aanvraag voor
                                            een voorziening als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, ,
                                            onder de voorwaarde dat de prognose overeenkomstig
                                            bijlage II is vastgesteld, tenzij door het college, al
                                            dan niet in samenwerking met de bevoegde gezagsorganen
                                            van een school voor basisonderwijs, een actuele prognose
                                            is opgesteld, welke door het bevoegd gezag wordt
                                            onderschreven; </al></li><li nr="2°."><al>als de aanvraag betrekking heeft op het geheel of
                                            gedeeltelijk bekostigen van vervangende nieuwbouw van
                                            een gebouw als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, onder
                                            1°, of herstel van een constructiefout als bedoeld in
                                            artikel 2, onderdeel b, een bouwkundige rapportage die
                                            voldoet aan de eisen NEN 2767, zodat de noodzaak van de
                                            gevraagde voorziening kan worden vastgesteld;</al></li><li nr="3°."><al>als de aanvraag betrekking heeft op het bekostigen
                                            van een voorziening waarvoor de vergoeding wordt
                                            vastgesteld op de feitelijke kosten, een begroting van
                                            de noodzakelijke kosten voor het bekostigen van de
                                            voorziening of, als de aanvraag betrekking heeft op het
                                            bekostigen van een voorbereidingskrediet als bedoeld in
                                            artikel 3, een kostenbegroting.</al></li></lijst></li><li nr="f."><al>de geplande aanvangsdatum van uitvoering van de voorziening,
                                    en</al></li><li nr="g."><al>als het een voorziening betreft als bedoeld in artikel 2,
                                    onderdeel a, onder 1° tot en met 5°, de aanduiding van de
                                    gewenste plaats waar de voorziening moet worden
                                    gerealiseerd.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college stelt de aanvrager voor <vet>15 februari</vet>
                                    schriftelijk op de hoogte als gegevens als bedoeld in het eerste
                                    of tweede lid ontbreken. De aanvrager heeft tot <vet>15
                                        maart</vet> (de hersteldatum) de gelegenheid de ontbrekende
                                    gegevens aan te vullen. Als dit niet gebeurt, neemt het college
                                    de aanvraag niet in behandeling.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Als een door het college in behandeling genomen aanvraag mede is
                                    gebaseerd op het aantal leerlingen van de betrokken school op 1
                                    oktober van het jaar waarin het programma wordt vastgesteld, is
                                    de aanvrager verplicht dat aantal voor 15 oktober te registeren
                                    in de Basisregistratie Onderwijs bij de Dienst Uitvoering
                                    Onderwijs. Heeft aanvrager de registratie niet binnen de
                                    gestelde termijn gerealiseerd, dan deelt het college dit
                                    schriftelijk mede aan de aanvrager en heeft de aanvrager de
                                    gelegenheid dit alsnog te doen binnen drie dagen na de datum van
                                    ontvangst van de mededeling. Als de registratie niet alsnog
                                    binnen drie dagen is verstrekt, neemt het college de aanvraag
                                    niet in behandeling.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Opgave ingediende aanvragen</titel></kop><al>Het college verstrekt aan de bevoegde gezagsorganen voor<vet> 15
                                    mei</vet>een opgave van de aanvragen die
                                overeenkomstig artikel 6 zijn ingediend en geeft daarbij aan welke
                                niet in behandeling worden genomen.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.2</nr><titel>Overleg voorafgaand aan vaststellen programma en
                                overzicht</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Toelichting aanvraag; overleg over ingediende
                                    begroting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college of een aanvrager kan verzoeken een aanvraag nader
                                    toe te lichten. Dit overleg vindt plaats binnen <vet>2
                                        maanden</vet> na de hersteldatum, bedoeld in artikel 7,
                                    tweede lid.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college treedt in overleg met de aanvrager als de aanvraag
                                    betrekking heeft op een voorziening waarvoor de vergoeding wordt
                                    vastgesteld op de feitelijke kosten en het college van oordeel
                                    is dat de door de aanvrager overgelegde kostenbegroting moet
                                    worden aangepast.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college vermeldt in het voorstel tot het vaststellen van het
                                    bekostigingsplafond, het programma en het overzicht, bedoeld in
                                    paragraaf 2.3:</al><lijst><li nr="a."><al>de hoogte van het geraamde bedrag, waarvan voor de
                                            aangevraagde voorziening wordt uitgegaan, en</al></li><li nr="b."><al> als dit van toepassing is, de redenen waarom in het
                                            overleg geen overeenstemming is bereikt over de hoogte
                                            van het geraamde bedrag.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Overleg programma en overzicht; advies Onderwijsraad</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voordat het college het programma en het overzicht vaststelt,
                                    worden de bevoegde gezagsorganen in een overleg in de
                                    gelegenheid gesteld hun zienswijze over de voorgenomen inhoud
                                    van dat voorstel naar voren te brengen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Dit overleg vindt plaatst uiterlijk <vet>1 oktober</vet> van het
                                    jaar voorafgaand aan het jaar waarop het vast te stellen
                                    programma betrekking heeft. De bevoegde gezagsorganen worden ten
                                    minste <vet>2 weken</vet> voor de door het college vastgestelde
                                    datum schriftelijk in kennis gesteld van het tijdstip van het
                                    overleg en de voorgenomen inhoud van het voorstel.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De bevoegde gezagsorganen die niet deelnemen aan het overleg
                                    kunnen voor het overleg hun zienswijzen schriftelijk kenbaar
                                    maken aan het college. Het college stelt de deelnemers aan het
                                    overleg van deze zienswijzen in kennis.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college maakt een verslag van de in het overleg door de
                                    bevoegde gezagsorganen naar voren gebrachte zienswijzen. De
                                    overeenkomstig het vorige lid ingediende zienswijzen en de
                                    reactie van het college hierop worden opgenomen in het verslag.
                                    Het verslag wordt binnen een maand na het overleg toegezonden
                                    aan alle bevoegde gezagsorganen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Een bevoegd gezag en het college kunnen de Onderwijsraad
                                    verzoeken een advies uit te brengen over het conceptprogramma.
                                    Het verzoek bevat een schriftelijk gemotiveerde omschrijving van
                                    de onderwerpen waarover advies wordt verwacht. Het advies dient
                                    betrekking te hebben op de relatie tussen de voorgenomen inhoud
                                    van het programma en de vrijheid van richting en inrichting. Het
                                    verzoek en de daarover naar voren gebrachte zienswijzen worden
                                    opgenomen in het verslag, bedoeld in het vierde lid.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het college is belast met het indienen van een verzoek om advies
                                    bij de Onderwijsraad. Het college zorgt ervoor dat de
                                    Onderwijsraad alle stukken ontvangt die nodig zijn voor het
                                    beoordelen van het verzoek, waaronder het verslag, bedoeld in
                                    het vierde lid.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Een afschrift van het door de Onderwijsraad uitgebrachte advies
                                    wordt zo spoedig mogelijk door het college toegezonden aan de
                                    bevoegde gezagsorganen. Als het advies zou leiden tot één of
                                    meer inhoudelijke bijstellingen van de voorgenomen inhoud van
                                    het programma worden de bevoegde gezagsorganen door het college
                                    bij het toezenden van het afschrift van het advies uitgenodigd
                                    voor een nader overleg. In alle andere gevallen beoordeelt het
                                    college of nader bestuurlijk overleg over het advies van de
                                    Onderwijsraad noodzakelijk is. Het college geeft dit aan bij het
                                    toezenden van het afschrift van het advies.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Nader overleg als bedoeld in het vorige lid vindt plaats binnen
                                        <vet>2 weken</vet> nadat het advies van de Onderwijsraad aan
                                    de bevoegde gezagsorganen is gezonden. Het college maakt van dit
                                    overleg een verslag en voegt dit toe aan het verslag, bedoeld in
                                    het vierde lid.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.3</nr><titel>Vaststellen bekostigingsplafond, programma en overzicht</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Tijdstip vaststellen bekostigingsplafond, programma en
                                    overzicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stelt het bekostigingsplafond vast voor de
                                    vergoeding van de aangevraagde voorzieningen. Hierbij kan
                                    onderscheid gemaakt worden naar onderwijssoort of per
                                    voorziening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het programma en het overzicht worden vastgesteld op uiterlijk
                                    31 december voorafgaande aan het jaar waarop het programma
                                    betrekking heeft.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Bekendmaken besluiten vaststellen bekostigingsplafond,
                                    programma en overzicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De besluiten tot het vaststellen van het bekostigingsplafond,
                                    het programma en het overzicht worden door het college binnen
                                        <vet>2 weken</vet> na de datum waarop het besluit is genomen
                                    bekend gemaakt door het toezenden of uitreiken van het besluit
                                    aan de aanvragers. Gelijktijdig stelt het college de overige
                                    bevoegde gezagsorganen schriftelijk in kennis van de genomen
                                    besluiten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De besluiten worden gelijktijdig met de bekendmaking ter inzage
                                    gelegd.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.4</nr><titel>Uitvoeren programma</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Uitvoeren programma</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Binnen vier weken nadat het programma is vastgesteld treedt het
                                    college in overleg met de aanvrager over de wijze waarop de op
                                    het programma geplaatste voorziening wordt uitgevoerd. In dit
                                    overleg wordt alle informatie verstrekt die nodig is voor het
                                    uitvoeren van de voorziening en worden, voor zover van
                                    toepassing, afspraken gemaakt over:</al><lijst><li nr="a."><al> het bouwheerschap, bedoeld in artikel 103 van de Wet op
                                            het primair onderwijs<cursief>, </cursief>artikel 101
                                            van de Wet op de expertisecentra en artikel 76n van de
                                            Wet op het voortgezet onderwijs;</al></li><li nr="b."><al> het tijdstip waarop het bouwplan en de begroting door
                                            de aanvrager worden ingediend;</al></li><li nr="c."><al> als dit van toepassing is, een andere wijze waarop de
                                            toegekende voorziening wordt uitgevoerd, met
                                            inachtneming van het beschikbaar te stellen bedrag;</al></li><li nr="d."><al> de wijze waarop het college het bouwplan en de
                                            begroting toetst, en of het naar het oordeel van het
                                            college noodzakelijk is bij het toetsen van het bouwplan
                                            en de begroting rekening te houden met feiten en
                                            omstandigheden die gewijzigd zijn ten opzichte van het
                                            moment waarop het programma is vastgesteld, waardoor het
                                            eerder genomen besluit kan worden herzien;</al></li><li nr="e."><al> de controle op en het afleggen van verantwoording over
                                            het besteden van de beschikbaar te stellen
                                            middelen;</al></li><li nr="f."><al> de wijze waarop de aanbesteding plaatsvindt;</al></li><li nr="g."><al> de mogelijkheid om vooruitlopend op het aanvragen van
                                            het totale investeringskrediet een bedrag aan te vragen
                                            voor de kosten van voorbereiding van het bouwplan van 5
                                            tot 10 % van het geraamde investeringsbedrag.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De inhoud van de afspraken of het feit dat het overleg niet tot
                                    overeenstemming heeft geleid legt het college schriftelijk vast
                                    in een verslag. De aanvrager ontvangt het verslag binnen <vet>4
                                        weken</vet> na het overleg. Als de aanvrager niet binnen
                                        <vet>twee weken</vet> nadat het verslag is ontvangen
                                    schriftelijk reageert, wordt, afhankelijk van de inhoud van het
                                    vastgestelde verslag, geacht overeenstemming of geen
                                    overeenstemming te zijn bereikt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij het toepassen van artikel 14, tweede lid, neemt het college
                                    binnen <vet>4 weken</vet> nadat overeenstemming is bereikt een
                                    beslissing over het tijdstip waarop de bekostiging aanvangt. Het
                                    bepaalde in artikel 15 is daarbij van overeenkomstige
                                    toepassing.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Als in het overleg geen overeenstemming is bereikt, deelt het
                                    college dit binnen <vet>4 weken</vet> nadat het verslag is
                                    vastgesteld schriftelijk mede aan de aanvrager en vermeldt
                                    gelijktijdig dat het bekostigen van de uitvoering van de
                                    voorziening wordt opgeschort.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Instemmen bouwplannen en begroting; tijdstip aanvang
                                    bekostiging; toetsen wettelijke voorschriften en nieuwe feiten
                                    en omstandigheden; overleggen offertes</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Nadat overeenstemming als bedoeld in artikel 13, tweede lid, is
                                    bereikt dient het bevoegd gezag het bouwplan en, als de
                                    voorziening wordt bekostigd op basis van de feitelijke kosten,
                                    de bijbehorende begroting in bij het college. Het bevoegd gezag
                                    houdt daarbij rekening met de hierover gemaakte afspraken,
                                    bedoeld in artikel 13, eerste lid. Gelijktijdig vermeldt het
                                    bevoegd gezag het tijdstip waarop de bekostiging kan starten.
                                    Het college moet instemmen met het bouwplan en de begroting
                                    voordat een bouwopdracht wordt verleend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college beslist binnen <vet>6 weken </vet>nadat de stukken
                                    zijn ontvangen over de bouwplannen, de desbetreffende begroting
                                    en het tijdstip waarop de bekostiging start. Het college kan,
                                    onder mededeling daarvan aan de aanvrager, deze termijn
                                    verlengen met <vet>3 weken</vet>. Als niet binnen de gestelde
                                    termijn is besloten, wordt geacht instemming te zijn verleend
                                    met de bouwplannen en de begroting en start de bekostiging op
                                    het door de aanvrager aangegeven tijdstip. Het college stelt de
                                    aanvrager binnen <vet>2 weken</vet> na de datum van de
                                    beslissing over het bouwplan, de desbetreffende begroting en het
                                    tijdstip waarop de bekostiging start respectievelijk na de datum
                                    waarop de instemming geacht wordt te zijn verleend hiervan
                                    schriftelijk in kennis</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De vergoeding op basis van de feitelijke kosten wordt
                                    vastgesteld op basis van de economisch meest voordelige
                                    inschrijving.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Aanvang bekostiging</titel></kop><al>Het college kan bij de beslissing over het tijdstip waarop de
                                bekostiging start bepalen dat de gelden in termijnen betaald worden.
                                Het betalen van de gelden vindt telkens plaats op een zodanig
                                tijdstip dat de aanvrager kan voldoen aan de financiële
                                verplichtingen die voortkomen uit het realiseren van de op het
                                programma geplaatste voorziening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Vervallen aanspraak op bekostiging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor <vet>1 oktober</vet> van het jaar waarop het programma
                                    betrekking heeft geeft de aanvrager een bouwopdracht of sluit
                                    hij een koop-, huur- of erfpachtovereenkomst af. Hiervan zendt
                                    hij voor <vet>15 oktober</vet> een afschrift aan het college. De
                                    aanspraak op bekostiging vervalt als niet aan deze
                                    verplichtingen wordt voldaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De in het eerste lid bedoelde:</al><lijst><li nr="a."><al> bouwopdrachten en overeenkomsten zijn
                                            onherroepelijk;</al></li><li nr="b."><al> bouwopdrachten vermelden de aanvangsdatum van het werk
                                            en de termijn, uitgedrukt in het aantal werkbare dagen,
                                            waarbinnen het werk wordt opgeleverd;</al></li><li nr="c."><al> huur- of erfpachtovereenkomsten vermelden de datum van
                                            inwerkingtreding, alsmede de duur van de
                                            overeenkomst;</al></li><li nr="d."><al> koopovereenkomsten vermelden de datum van aankoop.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De aanspraak op bekostiging vervalt niet als het overschrijden
                                    van de in het eerste lid bedoelde termijn veroorzaakt wordt
                                    door:</al><lijst><li nr="a."><al> bijzondere omstandigheden die niet aan de aanvrager
                                            zijn toe te rekenen, en</al></li><li nr="b."><al> de aanvrager voor <vet>1 september </vet>een
                                            schriftelijk gemotiveerd verzoek tot het verlengen van
                                            de termijn heeft ingediend bij het college.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college beslist voor<vet>15 september
                                    </vet>op een verzoek tot het verlengen van de termijn. Bij
                                    inwilliging van het verzoek wordt in het besluit aangegeven tot
                                    welke datum de termijn wordt verlengd.</al></lid></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Aanvragen met spoedeisend karakter</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3.1</nr><titel>Aanvraag</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Indienen aanvraag</titel></kop><al>Een aanvraag tot het bekostigen van een voorziening die gelet op de
                                voortgang van het onderwijs geen uitstel kan lijden, wordt binnen
                                    <vet>2 weken</vet> na het ontstaan van de calamiteit ingediend
                                bij het college. Hierbij wordt gebruik gemaakt van een door het
                                college vastgesteld formulier.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Inhoud aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een aanvraag als bedoeld in artikel 17 vermeldt naast de
                                    gegevens genoemd in artikel 7, eerste lid, de omstandigheden
                                    waarom de voorziening spoedeisend wordt geacht. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college stelt de aanvrager binnen <vet>2 weken</vet> na de
                                    datum waarop de aanvraag is ingediend schriftelijk op de hoogte
                                    als gegevens als bedoeld in het eerste lid ontbreken. De
                                    aanvrager heeft vervolgens <vet>2 weken</vet> om de ontbrekende
                                    gegevens aan te vullen. Als dit niet gebeurt, neemt het college
                                    de aanvraag niet in behandeling.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3.2</nr><titel>Beoordelen aanvraag; uitvoeren besluit</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Tijdstip beslissing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college beslist binnen <vet>4 weken</vet> nadat de aanvraag
                                    is ontvangen of, binnen <vet>4 weken</vet> nadat de aanvullende
                                    gegevens zijn verstrekt of hadden moeten zijn verstrekt. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als een beschikking niet binnen de gestelde termijn kan worden
                                    gegeven, deelt het college dit aan de aanvrager schriftelijk
                                    mede en noemt daarbij een redelijke termijn waarbinnen de
                                    beschikking wel tegemoet kan worden gezien.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college stelt de aanvrager binnen <vet>2 weken</vet> na de
                                    datum van de beslissing schriftelijk van de beslissing in
                                    kennis.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Uitvoeren besluit</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Na het bekendmaken van een beslissing als bedoeld in artikel 19,
                                    eerste lid, waarbij een vergoeding is toegewezen, treedt het
                                    college zo spoedig mogelijk in overleg met de aanvrager over de
                                    wijze waarop de voorziening wordt uitgevoerd. Het bepaalde in de
                                    artikelen 13, 14, 15 en 16, tweede tot en met vierde lid, is
                                    daarbij van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat
                                    in plaats van de termijn, bedoeld in artikel 14, tweede lid,
                                    eerste volzin, een termijn van <vet>3 weken</vet> geldt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Binnen <vet>drie maanden</vet> na bekendmaking van een
                                    beslissing als bedoeld in het eerste lid geeft de aanvrager een
                                    bouwopdracht of sluit hij een koop-, huur- of
                                    erfpachtovereenkomst af. Hiervan zendt hij binnen <vet>twee
                                        weken</vet> een afschrift aan het college. De aanspraak op
                                    bekostiging vervalt als niet aan deze verplichtingen wordt
                                    voldaan.</al></lid></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Medegebruik en verhuur</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>4.1</nr><titel>Medegebruik voor onderwijs of educatie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Aanduiden omstandigheden</titel></kop><al>Het college kan overgaan tot het vorderen van een gedeelte van een
                                voor een school bestemd gebouw of terrein als:</al><lijst><li nr="a."><al> door medegebruik aan de behoefte aan huisvesting kan worden
                                        voorzien van een school waarbij overeenkomstig bijlage III,
                                        deel C, een aanvullende ruimtebehoefte is vastgesteld en het
                                        bevoegd gezag van die school een aanvraag als bedoeld in de
                                        artikelen 6 of 17 heeft ingediend;</al></li><li nr="b."><al> sprake is van een tekort aan huisvestingscapaciteit bij een
                                        andere school of een instelling als bedoeld in de Wet
                                        educatie en beroepsonderwijs, vastgesteld aan de hand van de
                                        voor die school of instelling gangbare
                                        berekeningswijze;</al></li><li nr="c."><al> leegstand is vastgesteld in een lesgebouw van een
                                        school;</al></li><li nr="d."><al> leegstand is vastgesteld in een lokaal bewegingsonderwijs
                                        van een school, of</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Omschrijving leegstand</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Er is sprake van leegstand in een schoolgebouw als
                                    overeenkomstig bijlage III, deel C, is vastgesteld dat de
                                    vastgestelde capaciteit van het gebouw groter is dan de
                                    vastgestelde ruimtebehoefte. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Er is sprake van leegstand in een lokaal bewegingsonderwijs als: </al><lijst><li nr="a."><al> het lokaal wordt gebruikt door een of meer scholen voor
                                                basisonderwijs<cursief>, </cursief>speciaal
                                            basisonderwijs, speciaal onderwijs of voortgezet
                                            speciaal onderwijs, ende som van het
                                            aantal klokuren gebruik dat door het college is
                                            vastgesteld minder is dan 40 klokuren; </al></li><li nr="b."><al> het lokaal wordt gebruikt door een of meer scholen voor
                                            voortgezet onderwijs en uit de overeenkomstig bijlage
                                            III, deel B, vastgestelde ruimtebehoefte blijkt dat het
                                            lokaal minder dan 40 lesuren wordt gebruikt, tenzij het
                                            bevoegd gezag op basis van het lesrooster of de
                                            lesroosters voor het lopende of eerstkomende schooljaar
                                            aantoont dat dit niet het geval is;</al></li><li nr="c."><al> het lokaal wordt gebruikt door een of meer scholen voor
                                                basisonderwijs<cursief>, </cursief>speciaal
                                            basisonderwijs, speciaal onderwijs of voortgezet
                                            speciaal onderwijs of voortgezet onderwijs, en de som
                                            van de berekeningswijzen, bedoeld onder a en b, minder
                                            is dan 40 klokuren.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Nalaten vorderen</titel></kop><al>Het college vordert geen medegebruik als het bevoegd gezag de
                                leegstand van het gebouw waarin het beoogde medegebruik moet
                                plaatsvinden, in gebruik heeft gegeven aan een andere school of
                                scholen voor het onderwijs aan die school of scholen, tenzij dat
                                gebruik kan plaatsvinden in de voor die scholen al beschikbare
                                huisvestingscapaciteit.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Overleg en mededeling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voordat het college overgaat tot vorderen in het kader van een
                                    aanvraag als bedoeld in artikel 6 overlegt het daarover met de
                                    betrokken bevoegde gezagsorganen tijdens het overleg als bedoeld
                                    in artikel 10.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voordat het college overgaat tot vorderen in het kader van een
                                    aanvraag als bedoeld in artikel 17, overlegt het daarover zo
                                    spoedig mogelijk met de betrokken bevoegde gezagsorganen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Binnen<vet> 4 weken</vet> nadat het programma is vastgesteld of
                                    binnen <vet>1 week</vet> na het overleg, bedoeld in het vorige
                                    lid, deelt het college het bevoegd gezag waarvan gevorderd wordt
                                    schriftelijk mede dat gevorderd wordt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De schriftelijke mededeling van het college bevat in ieder
                                    geval:</al><lijst><li nr="a."><al> de naam van de school en het bevoegd gezag waarvoor
                                            wordt gevorderd;</al></li><li nr="b."><al> een aanduiding van het aantal leerlingen waarvoor
                                            gevorderd wordt of, als het betreft het
                                            bewegingsonderwijsonderwijs, het aantal klokuren dat
                                            gevorderd wordt;</al></li><li nr="c."><al> het gebouw waarop de vordering betrekking heeft;</al></li><li nr="d."><al> het aantal vierkante meters bruto vloeroppervlakte dat
                                            gevorderd wordt;</al></li><li nr="e."><al> de periode waarvoor gevorderd wordt, en </al></li><li nr="f."><al> de ingangsdatum van het medegebruik.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Vergoeding</titel></kop><al>De betrokken bevoegde gezagsorganen stellen in onderling overleg de
                                vergoeding voor het medegebruik vast. Hierbij wordt als uitgangspunt
                                genomen dat de vergoeding kostendekkend dient te zijn. Als geen
                                overeenstemming wordt bereikt stellen partijen in onderling overleg
                                vast welke handelswijze wordt gevolgd.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>4.2</nr><titel>Medegebruik voor culturele, maatschappelijke of recreatieve
                                doeleinden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Overleg en mededeling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voordat het college overgaat tot vorderen overlegt het college
                                    met het bevoegd gezag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In het overleg komt in ieder geval aan de orde:</al><lijst><li nr="a."><al> voor welke activiteit of activiteiten gevorderd
                                            wordt;</al></li><li nr="b."><al> of die activiteit of activiteiten zich verdragen met
                                            het onderwijs aan de in het gebouw gevestigde
                                            school;</al></li><li nr="c."><al> of maatregelen noodzakelijk zijn om te voorkomen dat
                                            het onderwijs aan de in het gebouw gevestigde school
                                            hinder van het medegebruik ondervindt;</al></li><li nr="d."><al> wat naar oordeel van het college en het bevoegd gezag
                                            een redelijke vergoeding voor het medegebruik is;</al></li><li nr="e."><al> de datum waarop het medegebruik redelijkerwijs aanvang
                                            kan nemen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Binnen <vet> 4 weken</vet> na het overleg deelt het college het
                                    bevoegd gezag waarvan medegebruik gevorderd wordt schriftelijk
                                    mede dat gevorderd wordt. Als het overleg heeft geleid tot
                                    afspraken, worden ook deze opgenomen in de schriftelijke
                                    mededeling. Als het overleg niet tot volledige overeenstemming
                                    heeft geleid, dan bevat de mededeling de beslissing van het
                                    college over de punten waarover geen overeenstemming was
                                    bereikt. </al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>4.3</nr><titel>Verhuur</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Verzoek toestemming college</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bevoegd gezag verzoekt het college schriftelijk om
                                    toestemming als bedoeld in artikel 108, eerste lid, van de Wet
                                    op het primair onderwijs, artikel 106, eerste lid, van de Wet op
                                    de expertisecentra of artikel 76s, eerste lid, van de Wet op het
                                    voortgezet onderwijs voordat een huurovereenkomst wordt
                                    gesloten. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verzoek bevat een aanduiding van de huurder en van de
                                    bestemming van de te verhuren ruimte.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan aan de toestemming de voorwaarde verbinden dat
                                    voor de verhuur een huur is verschuldigd.</al></lid></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Einde gebruik gebouwen en terreinen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel>Staat van onderhoud</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Als het bevoegd gezag aan het college schriftelijk meldt dat een
                                gebouw of terrein niet meer nodig is voor het huisvesten van een
                                school stelt het college vast of er mogelijk sprake is van
                                achterstallig onderhoud aan het gebouw of terrein.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als het college vaststelt dat er sprake is van achterstallig
                                onderhoud wordt voordat de eigendomsoverdracht plaatsvindt een staat
                                van onderhoud opgemaakt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De staat van onderhoud wordt na overleg met het bevoegd gezag
                                opgemaakt in opdracht van het college.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Over de staat van onderhoud wordt overleg gevoerd met het bevoegd
                                gezag. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Als uit de staat van onderhoud blijkt dat sprake is van
                                achterstallig onderhoud wordt in het overleg vastgesteld welk deel
                                hiervan voor rekening van het bevoegd gezag komt en of het bevoegd
                                gezag opdracht verstrekt voor het uitvoeren van de werkzaamheden, of
                                dat het bevoegd gezag een in overleg vast te stellen bedrag aan het
                                college betaalt. Als geen overeenstemming wordt bereikt, stellen
                                partijen vast welke handelwijze verder gevolgd wordt.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het opmaken van een staat van onderhoud blijft achterwege als dit
                                naar het oordeel van het college niet nodig is. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>Gebruik lokaal bewegingsonderwijs door (speciaal) basisonderwijs en
                            (voortgezet) speciaal onderwijs</titel></kop><structuurtekst><al>Het gebruik en de bekostiging van lokalen bewegingsonderwijs, 
                        wordt afzonderlijk geregeld in een beleidsregel Bekostiging lokalen 
                        bewegingsonderwijs voor scholen.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>7</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr><titel>Beslissing college in gevallen waarin de verordening niet
                                voorziet</titel></kop><al>In gevallen die de uitvoering van deze verordening betreffen en waarin
                            deze verordening niet voorziet beslist het college. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr><titel>Indexering</titel></kop><al>Het college stelt jaarlijks de in het kader van deze verordening
                            gehanteerde normbedragen voor de vergoeding van voorzieningen bij op
                            basis van de in bijlage IV opgenomen systematiek van
                            prijsbijstelling.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31</nr><titel>Intrekken oude verordening</titel></kop><al>De vigerende Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente
                            ZuidhDeze verordening wordt aangehaald als: Verordening voorzieningen
                            huisvesting onderwijs gemeente Zuidhorn 2015.orn, vastgesteld op 13
                            maart 2006, wordt ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2015.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening voorzieningen
                                huisvesting onderwijs gemeente Zuidhorn 2015.</al></lid></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>