<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR358610_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemene verordening ondergrondse infrastructuur 2015 (AVOI 2015)</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Epe</dcterms:creator><dcterms:modified>2015-01-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Epe</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad 31-12-2014 nr. 83393</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Algemene verordening ondergrondse infrastructuur 2015 (AVOI 2015)</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Artikel 149 Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-12-11</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2024-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2014-40334</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Algemene verordening ondergrondse infrastructuur 2015 (AVOI 2015)</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Raadsbesluit 2015</vet></al><al/><al><vet>DE RAAD DER GEMEENTE EPE</vet></al><al/><al>Overwegende dat het vanuit het streven naar uniformering in de regelgeving
                        en het alvast willen voorsorteren op toekomstige wetgeving doelmatig is om
                        de Algemene verordening ondergrondse infrastructuur 2015 (AVOI) vast te
                        stellen;</al><al/><al>gelet op artikel 149 gemeentewet;</al><al/><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders, nr. 2014-40324 d.d.11
                        november 2014 ;</al><al/><al><vet>BESLUIT</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De Algemene verordening ondergrondse infrastructuur 2015 (AVOI 2015)
                                vast te stellen.</al></li><li nr="2."><al>De Telecommunicatieverordening gemeente Epe 2010 (vastgesteld op 14
                                januari 2010) per 1 januari 2015 in te trekken.</al></li></lijst></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Inleidende bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al><vet>aanbieder:</vet> de aanbieder van een openbaar elektronisch
                                    communicatienetwerk als bedoeld in de Telecommunicatiewet;</al></li><li nr="b."><al><vet>aanvraag</vet>: de aanvraag van een instemmingsbesluit of
                                    vergunning;</al></li><li nr="c."><al><vet>college</vet>: college van burgemeester en wethouders van
                                    de gemeente;</al></li><li nr="d."><al><vet>gemeente</vet>: de gemeente Epe</al></li><li nr="e."><al><vet>huisaansluiting</vet>: één of meer aansluitingen tussen een
                                    net en een onroerende zaak als bedoeld in artikel 16, onderdelen
                                    a tot en met e, van de Wet waardering onroerende zaken; </al></li><li nr="f."><al><vet>instemmingsbesluit</vet>: besluit van het college als
                                    bedoeld in artikel 5.4 eerste lid, onder b, van de
                                    Telecommunicatiewet;</al></li><li nr="g."><al><vet>kabel</vet>: een kabel als bedoeld in artikel 1.1, onder z,
                                    van de Telecommunicatiewet; </al></li><li nr="h."><al><vet>leiding</vet>: een buis of kabel waar doorheen of waarlangs
                                    het transport van vaste, vloeibare of gasvormige stoffen, van
                                    energie of van informatie wordt geleid, met uitzondering van
                                    kabels ten dienste van een openbaar elektronisch
                                    communicatienetwerk voor zover deze in openbare grond liggen of
                                    worden gelegd;</al></li><li nr="i."><al><vet>melding</vet>: melding als bedoeld in artikel 2.1 tweede
                                    lid van deze verordening. Het betreft een melding voor
                                    werkzaamheden van niet ingrijpende aard, waarvoor geen
                                    instemmingsbesluit of vergunning noodzakelijk is. </al></li><li nr="j."><al><vet>net</vet>: een ondergrondse kabel, leiding, of samenstel
                                    hiervan, daaronder mede begrepen lege buizen,
                                    ondersteuningswerken en beschermingswerken, bestemd voor
                                    transport van vaste, vloeibare of gasvormige stoffen, van
                                    energie of van informatie;</al></li><li nr="k."><al><vet>netbeheerder</vet>: degene die als natuurlijk persoon
                                    handelende in de uitoefening van een beroep of bedrijf dan wel
                                    als rechtspersoon een net beheert. Onder netbeheerder wordt
                                    tevens verstaan de aanbieder van een openbaar elektronisch
                                    communicatienetwerk als bedoeld in artikel 5.1 van de
                                    Telecommunicatiewet; </al></li><li nr="l."><al><vet>ondergrondse obstakels</vet>: zich in de bodem bevindende
                                    verontreinigingen, materialen, objecten en stoffen die nadelige
                                    beïnvloeding van de staat van de kabel of leiding tot gevolg
                                    hebben of kunnen hebben;</al></li><li nr="m."><al><vet>openbaar elektronisch communicatienetwerk</vet>:
                                    telecommunicatienetwerk als bedoeld in artikel 1.1, onder h, van
                                    de Telecommunicatiewet;</al></li><li nr="n."><al><vet>openbare gronden</vet>: openbare gronden zoals bedoeld in
                                    artikel 1.1, onder aa, van de Telecommunicatiewet, waaronder
                                    wegen, wateren en andere plaatsen die voor eenieder toegankelijk
                                    zijn;</al></li><li nr="o."><al><vet>vergunning</vet>: een vergunning als bedoeld in artikel 2.1
                                    eerste lid van deze verordening. Het betreft een vergunning voor
                                    de aanleg, instandhouding en opruiming van kabels en leidingen
                                    in of op openbare gronden.</al></li><li nr="p."><al><vet>werkzaamheden van niet ingrijpende aard</vet>: een nader
                                    door het college vast te stellen categorie van werkzaamheden,
                                    waarvoor geen instemmingsbesluit of vergunning noodzakelijk is,
                                    maar kan worden volstaan met een melding.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.2</nr><titel>Toepasselijkheid</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening is van toepassing op de aanleg, instandhouding en
                                opruiming van kabels en leidingen in of op openbare gronden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college voert de regie over de efficiënte ordening van kabels en
                                leidingen zoals bedoeld in het eerste lid.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht is niet van
                                toepassing op het bepaalde in deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bepalingen uit deze verordening blijven buiten toepassing voor zover
                                zij in strijd zijn met hogere wet- en regelgeving.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Instemmingsbesluit en vergunning</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1</nr><titel>Vereiste van instemming of vergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden om zonder of in afwijking van een voorafgaand door
                                het college verleend instemmingsbesluit of verleende vergunning
                                kabels en leidingen in of op openbare gronden aan te leggen, in
                                stand te houden of op te ruimen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid is voor werkzaamheden van niet
                                ingrijpende aard geen instemmingsbesluit of vergunning noodzakelijk,
                                maar kan worden volstaan met een schriftelijke melding aan het
                                college. Het college kan aan de uitvoering van deze werkzaamheden
                                voorschriften en beperkingen verbinden als bedoeld in artikel 2.5
                                van deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan een gebied aanwijzen waarbinnen niet volstaan kan
                                worden met een melding als bedoeld in het tweede lid, maar altijd
                                een instemmingsbesluit of vergunning moet worden aangevraagd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Werkzaamheden ten gevolge van een ernstige belemmering of storing in
                                de dienstverlening, waarvan uitstel redelijkerwijs niet mogelijk of
                                niet gewenst is, dienen onverwijld te worden gemeld aan het college.
                                Ingeval de openbare orde of gevaar dan wel de vrees voor het
                                ontstaan van gevaar zich verzet tegen de uitvoering van de
                                voorgenomen werkzaamheden kan de burgemeester besluiten dat de
                                werkzaamheden op een ander dan het voorgenomen tijdstip
                                plaatsvinden.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het in het eerste lid opgenomen verbod is niet van toepassing op
                                werkzaamheden van de gemeente bij de uitoefening van haar
                                publiekrechtelijke taak.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.2</nr><titel>De aanvraag en de melding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een aanvraag wordt minimaal acht weken voor aanvang van de
                                werkzaamheden ingediend bij het college.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De netbeheerder die werkzaamheden wil verrichten, kan hierover
                                vooroverleg voeren met het college teneinde de aanvraag, bedoeld in
                                het eerste lid van dit artikel voor te bereiden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien voor de voorgenomen werkzaamheden tevens (privaatrechtelijke)
                                toestemming nodig is van andere grondeigenaren of grondbeheerders,
                                wordt het college uiterlijk vier weken na ontvangst van de aanvraag
                                schriftelijk in kennis gesteld van de resultaten van het overleg
                                tussen de aanvrager en de andere grondeigenaren of
                                grondbeheerders.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid wordt een melding als bedoeld in
                                artikel 2.1 tweede lid minimaal vijf werkdagen voor aanvang van de
                                werkzaamheden aan het college gedaan.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De in de vorige leden bedoelde aanvraag of melding wordt verricht
                                door middel van een daartoe door het college vastgesteld
                                formulier.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3</nr><titel>Gegevensverstrekking</titel></kop><al>Het college stelt nadere regels vast over de te verstrekken gegevens en
                            de wijze van verstrekking bij een aanvraag of bij een melding als
                            bedoeld in artikel 2.1.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4</nr><titel>Beslistermijnen en geldigheidsduur</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college beslist op de aanvraag binnen acht weken na ontvangst
                                van de aanvraag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in het eerste lid van dit artikel, kan
                                het college de beslissing aanhouden, indien er in verband met de
                                werkzaamheden tevens een andere vergunning is vereist, totdat deze
                                vergunning formele rechtskracht heeft gekregen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien een beschikking niet binnen acht weken kan worden gegeven,
                                deelt het college dit aan de aanvrager mede en noemt het daarbij een
                                termijn van ten hoogste acht weken waarbinnen de beschikking wel
                                tegemoet kan worden gezien.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het instemmingsbesluit of de vergunning vervalt indien de aanvrager
                                schriftelijk aan het college verklaart geen gebruik meer daarvan te
                                willen maken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.5</nr><titel>Voorschriften, beperkingen en weigeringsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan aan een instemmingsbesluit of een vergunning
                                voorschriften en beperkingen verbinden, dan wel een vergunning
                                weigeren, in het belang van:</al><lijst><li nr="a)"><al>de openbare orde;</al></li><li nr="b)"><al>de openbare veiligheid, waaronder mede verstaan wordt de
                                        verkeersveiligheid en/of een goede doorstroming van het
                                        verkeer;</al></li><li nr="c)"><al>het voorkomen of beperken van overlast;</al></li><li nr="d)"><al>het voorkomen of beperken van schade;</al></li><li nr="e)"><al>de bescherming van eventuele archeologische vondsten, van
                                        groenvoorzieningen, bomen en van beplantingen;</al></li><li nr="f)"><al>het uiterlijk aanzien van de omgeving;</al></li><li nr="g)"><al>de bereikbaarheid van gronden of gebouwen, waaronder mede
                                        verstaan wordt het veilig en doelmatig gebruik van openbare
                                        gronden en gebouwen, het doelmatig beheer en onderhoud en
                                        het belang van nader aan te geven lokale evenementen;</al></li><li nr="h)"><al>de ondergrondse ordening, waaronder mede verstaan wordt het
                                        zo min mogelijk hinder veroorzaken voor in de grond
                                        aanwezige netten en het niet in gevaar brengen of zonder
                                        noodzaak bemoeilijken van het beheer van deze netten; </al></li><li nr="i)"><al>de bescherming van het milieu.</al></li></lijst><al/></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De werkzaamheden moeten zijn voltooid binnen zes maanden na aanvang,
                                tenzij in het instemmingsbesluit of de vergunning anders is
                                bepaald.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De wijze van uitvoering van werkzaamheden aan kabels en leidingen
                                geschiedt conform de door het college vast te stellen nadere
                                regels.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De aanvrager draagt er zorg voor dat de voorschriften die aan het
                                instemmingsbesluit of de vergunning zijn verbonden worden
                                nageleefd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.6</nr><titel>Wijziging en intrekking</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan de vergunning als bedoeld in artikel 2.1 eerste lid
                                wijzigen of intrekken, indien:</al><lijst><li nr="a)"><al>de netbeheerder niet binnen zes maanden na het
                                        onherroepelijk worden van de vergunning, of de in de
                                        vergunning opgenomen termijn, met de werkzaamheden als
                                        omschreven in de vergunning is begonnen; </al></li><li nr="b)"><al>de in de vergunning benoemde werkzaamheden langer dan een
                                        aaneengesloten periode van zes maanden stilliggen;</al></li><li nr="c)"><al>de netbeheerder de leiding definitief buiten gebruik heeft
                                        gesteld;</al></li><li nr="d)"><al>de vergunning is verleend op basis van onjuiste of
                                        onvolledige gegevens;</al></li><li nr="e)"><al>de vergunning in strijd met enig wettelijk voorschrift is
                                        afgegeven;</al></li><li nr="f)"><al>de netbeheerder het bepaalde bij of krachtens deze
                                        verordening of de vergunningvoorschriften niet naleeft;</al></li><li nr="g)"><al>na het verlenen van de vergunning naar het oordeel van het
                                        college gegronde aanleiding bestaat te veronderstellen dat
                                        het van kracht blijven van de vergunning onaanvaardbare
                                        schadelijke gevolgen heeft voor mens, natuur of milieu en
                                        hieraan door het stellen van nadere voorschriften en
                                        beperkingen aan de verleende vergunning niet kan worden
                                        tegemoetgekomen;</al></li><li nr="h)"><al>dit naar het oordeel van het college redelijkerwijs nodig is
                                        vanwege de rechtmatige uitoefening van zijn
                                        publiekrechtelijke bevoegdheid of taak.</al></li></lijst><al/></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college gaat niet over tot intrekking of wijziging van de
                                vergunning dan nadat het college de houder van de vergunning heeft
                                gehoord.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Aan het besluit tot wijziging of intrekking van de vergunning kan de
                                verplichting worden verbonden om de betreffende leiding(en) aan te
                                passen of deze te verwijderen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Overige bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.1</nr><titel>(Mede)gebruik van voorzieningen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een aanbieder is verplicht om bij de aanleg van kabels in openbare
                                gronden zoveel mogelijk (mede)gebruik te maken van bestaande, hetzij
                                door andere aanbieders dan wel door of in opdracht van het college
                                aangelegde voorzieningen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de aanbieder een redelijk aanbod wordt gedaan om gebruik te
                                maken van de vooraangelegde voorzieningen, zoals mantelbuizen,
                                kabelgoten, of kabel- en leidingentunnels, is de aanbieder verplicht
                                om voor de aanleg of uitbreiding van zijn netwerk van deze
                                voorzieningen gebruik te maken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de openbare gronden geen ruimte bieden voor de aanleg van
                                nieuwe kabels, dient de aanbieder een alternatief tracé te kiezen,
                                of aan andere aanbieders een redelijk verzoek tot medegebruik van
                                voorzieningen te doen, op grond van artikel 5.12 van de
                                Telecommunicatiewet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.2</nr><titel>Verplichtingen netbeheerder </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien de eigendom, exploitatie of beheer van een kabel of leiding
                                wijzigt, stelt de netbeheerder het college onverwijld van deze
                                wijziging in kennis. Een vergunning geldt voor een specifieke kabel
                                of leiding en is overdraagbaar, tenzij in de vergunning anders is
                                bepaald.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in of uit gebruik nemen van kabels ten dienste van een openbaar
                                elektronisch communicatienetwerk wordt door de aanbieder van het
                                desbetreffende netwerk schriftelijk gemeld aan het college.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De netbeheerder stelt het college onverwijld schriftelijk in kennis
                                van het feit dat een kabel of leiding definitief buiten gebruik is
                                gesteld, of niet langer ten dienste staat of deel uitmaakt van een
                                net.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De netbeheerder levert op verzoek van het college een overzicht van
                                alle (niet) in gebruik zijnde kabels of leidingen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.3</nr><titel>Ondergrondse obstakels</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien tijdens de uitvoering van de werkzaamheden ondergrondse
                                obstakels worden aangetroffen, meldt de netbeheerder dit onverwijld
                                aan het college.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan bij gebleken ondergrondse obstakels in of nabij het
                                tracé van de kabel of leiding aan de netbeheerder maatregelen
                                opdragen ter bescherming van de belangen waartoe deze verordening
                                strekt. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan opschorting van de werkzaamheden gelasten indien is
                                gebleken dat geen uitvoering is gegeven aan de door het college aan
                                de netbeheerder opgedragen maatregelen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.4</nr><titel>Zorgplicht netbeheerder</titel></kop><al>De netbeheerder is verplicht zorg te dragen voor een goede staat van
                            onderhoud van kabels en leidingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.5</nr><titel>Verontreiniging, gevaar en hinder</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De netbeheerder is verplicht verontreiniging, gevaar of hinder, dan
                                wel storingen waarbij verontreiniging, gevaar of hinder kunnen
                                optreden, onmiddellijk conform de procedures als bedoeld in de
                                nadere door het college te stellen regels te melden en alle
                                maatregelen te treffen teneinde verdere verontreiniging, schade of
                                hinder te voorkomen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan de netbeheerder opdragen een milieutechnisch
                                onderzoek dan wel een onderzoek naar mogelijk gevaar of hinder uit
                                te voeren, indien een redelijk vermoeden bestaat van
                                verontreiniging, gevaar of hinder, ontstaan bij de exploitatie van
                                de leiding.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan bij gebleken of ernstige dreiging van
                                verontreiniging, gevaar of hinder in of nabij het tracé van de
                                leiding opschorting gelasten van de exploitatie van de betreffende
                                leiding.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.6</nr><titel>Overleg en afstemming tijdens planvorming</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De gemeente initieert en faciliteert nader overleg tussen alle
                                betrokken partijen over alle uit te voeren projecten in openbare
                                gronden. Dit overleg vindt periodiek, doch ten minste eenmaal per
                                jaar plaats. De gemeente doet per project een voorstel ten aanzien
                                van het aantal overleggen en de periodiciteit daarvan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college initieert in de planfase van een project overleg met de
                                desbetreffende netbeheerder(s) ten einde de gevolgen van dat project
                                voor de ligging en het onderhoud van kabels en leidingen te
                                analyseren.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op initiatief van het college wisselen alle betrokken partijen
                                voorafgaand aan de start van een werk dat gevolgen heeft voor de
                                ondergrondse infrastructuur de noodzakelijke informatie met elkaar
                                uit.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.7</nr><titel>Nadeelcompensatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stelt ter concretisering van Titel 4.5 van de Algemene
                                wet bestuursrecht beleidsregels op voor door het college op aanvraag
                                toe te kennen nadeelcompensatie in het geval dat een netbeheerder
                                als gevolg van een besluit van het college, inhoudende een
                                intrekking of wijziging van een vergunning op grond van artikel 2.6,
                                eerste lid onderdeel g of h, dan wel vanwege de rechtmatige
                                uitoefening door het college van zijn publiekrechtelijke bevoegdheid
                                of taak schade lijdt die uitgaat boven het normale maatschappelijke
                                risico en die hem in vergelijking met anderen onevenredig zwaar
                                treft.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op de verdeling van de kosten van maatregelen aan kabels die vallen
                                onder de Telecommunicatiewet is artikel 5.8 van de
                                Telecommunicatiewet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.8</nr><titel>Schaderegeling Ingravingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien door de netbeheerder werkzaamheden aan kabels en leidingen in
                                of op openbare gronden worden uitgevoerd, brengt het college de
                                kosten voor herstel, beheer, onderhoud en degeneratie van openbare
                                gronden die het rechtstreekse gevolg zijn van de uitgevoerde
                                werkzaamheden bij de netbeheerder in rekening conform de door het
                                college vast te stellen Schaderegeling Ingravingen Epe.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien binnen 5 jaar na groot onderhoud of herinrichting van
                                openbare gronden de netbeheerder werkzaamheden wil uitvoeren, kan
                                het college bijzondere voorwaarden stellen aan het herstel. De
                                hiermee gepaard gaande kosten komen voor rekening van de
                                netbeheerder.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.1</nr><titel>Overgangsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor kabels en leidingen die op de datum van inwerkingtreding van
                                deze verordening rechtmatig aanwezig en in gebruik zijn geldt de
                                door de gemeente verleende toestemming dan wel vergunning op grond
                                waarvan zij gelegd zijn als een vergunning respectievelijk
                                instemmingsbesluit krachtens deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor zover er sprake is van privaatrechtelijke overeenkomsten tussen
                                de gemeente en netbeheerders en tot het moment waarop deze zijn
                                beëindigd, zijn de bepalingen in deze verordening, voor zover
                                strijdig met de bepalingen in deze overeenkomsten, niet van
                                toepassing.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening
                                een instemmingsbesluit is aangevraagd op grond van de
                                Telecommunicatieverordening gemeente Epe, waarop nog niet is
                                beslist, wordt deze aanvraag beoordeeld aan de hand van de
                                bepalingen van de Telecommunicatieverordening gemeente Epe.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.2</nr><titel>Toezicht op de naleving</titel></kop><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze
                            verordening zijn belast de bij besluit van het college aan te wijzen
                            personen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.3</nr><titel>Sancties</titel></kop><al>Overtreding van de artikelen 2.1, lid 1, 2 en 4, 2.5 lid 4, en 3.3 wordt
                            gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden of een geldboete van
                            de tweede categorie. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.4</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt op 1 januari 2015 in werking.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze verordening wordt aangehaald als Algemene verordening
                                ondergrondse infrastructuur 2015 (AVOI 2015).</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De Telecommunicatieverordening gemeente Epe vervalt op het tijdstip
                                van inwerkingtreding van de Algemene verordening ondergrondse
                                infrastructuur.</al></lid></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Epe, 11 december 2014</ondertekening><ondertekening>De raad voornoemd, </ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de voorzitter, Ir. H. van der Hoeve MPA</ondertekening><ondertekening>de griffier, V. Smit.</ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><kop><titel>Toelichting op de AVOI</titel></kop><al/><al><vet>Algemeen:</vet></al><al>Deze algemene verordening ondergrondse infrastructuur (verder aangeduid als
                    AVOI) is een verordening die regels bevat met betrekking tot het aanleggen, in
                    stand houden en opruimen van kabels en leidingen. In deze verordening zijn zowel
                    regels gesteld betreffende kabels en leidingen ten dienste van openbare
                    elektronische communicatienetwerken, als regels voor de overige kabels en
                    leidingen.</al><al/><al>Kernpunten van deze AVOI en de daarop gebaseerde besluiten zijn:</al><lijst><li nr="-"><al>de bruikbaarheid en het aanzien van de weg;</al></li><li nr="-"><al>de veiligheid van de kabels en leidingen;</al></li><li nr="-"><al>het minimaliseren van risico’s voor milieu en gezondheid van mens en
                            dier;</al></li><li nr="-"><al>te stellen eisen aan de ordening en allocatie van kabels en
                            leidingen;</al></li><li nr="-"><al>te stellen eisen aan exploitatie en onderhoud van kabels en
                            leidingen;</al></li><li nr="-"><al>te stellen eisen aan wijzigingen van leidingentracés en verwijdering van
                            kabels en leidingen.</al></li></lijst><al>De regels voor werkzaamheden betreffende een openbaar elektronisch
                    communicatienetwerk waren voorheen opgenomen in de gemeentelijke
                    Telecommunicatieverordening. Gelijktijdig met de inwerkingtreding van deze AVOI
                    is de bestaande Telecommunicatieverordening als afzonderlijke verordening
                    ingetrokken.</al><al/><al>Voor de uitvoering van werkzaamheden in verband met de aanleg, instandhouding en
                    opruiming van kabels en leidingen ten dienste van een openbaar elektronisch
                    communicatienetwerk bepaalt de Telecommunicatiewet (Tw) het kader voor de regels
                    in deze verordening.</al><al/><al>Voor de werkzaamheden in verband met de aanleg, instandhouding en opruiming van
                    de overige kabels en leidingen ontbreekt een dergelijke vorm van wetgeving.
                    Traditioneel wordt de vergunningverlening voor de werkzaamheden verleend op
                    grond van de Algemene plaatselijke verordening (APV) of op grond van een
                    leidingenverordening.</al><al/><al>In deze verordening is het regime voor kabels en leidingen vallende onder de Tw
                    en voor de overige kabels en leidingen zo veel als mogelijk geïntegreerd. Het
                    onderscheid in de toepassing blijkt expliciet uit de gebezigde tekst en uit de
                    definities van ‘kabels’ (alleen Tw) en ‘leidingen’ (alle overige kabels en
                    leidingen). </al><al/><al/><al><vet>Artikelsgewijze toelichting</vet></al><al/><al><vet>1. Inleidende bepalingen</vet></al><al/><al><vet>Artikel 1.1 </vet></al><al><vet>Algemeen</vet></al><al>In dit artikel zijn de begripsbepalingen opgenomen. Voor een goed begrip van de
                    AVOI is het van belang om op te merken dat in beginsel alle leidingen (waaronder
                    ook rioolbuizen) in openbare gronden waarover de bevoegdheid van het
                    gemeentebestuur zich uitstrekt onder de reikwijdte van de verordening vallen.
                    Voor de definitie van ‘openbare gronden’ is aansluiting gezocht bij de definitie
                    in de Telecommunicatiewet.</al><al/><al>Uit de definitie van ‘openbare gronden’ blijkt dat het bereik van de verordening
                    niet beperkt blijft tot kabels en leidingen die in de grond liggen, maar ook
                    ziet op kabels en leidingen en bijbehorende voorzieningen die in of op
                    kunstwerken zijn gelegd. Met kunstwerken wordt bedoeld infrastructuur die voor
                    leidingen zijn aangelegd om bijvoorbeeld een barrière (zoals een snelweg of een
                    waterweg) over te kunnen steken. Hierbij valt te denken aan leidingentunnels en
                    leidingenviaducten. Ook worden voorzieningen in bestaande infrastructuur (zoals
                    bruggen) in deze verordening als kunstwerken beschouwd. Kabelgoten vallen, voor
                    zover zij in openbare gronden zijn gelegen, eveneens onder de werkingssfeer van
                    de verordening. </al><al/><al>Kabels en leidingen die zich niet in of op openbare gronden bevinden (zoals
                    bovengrondse hoogspanningsleidingen) vallen niet onder de werkingssfeer van de
                    verordening.</al><al/><al><vet>Artikel 1.1 a aanbieder</vet></al><al>Met het begrip ‘aanbieder’ wordt bedoeld: een aanbieder van openbaar
                    elektronisch communicatienetwerk in de zin van de Telecommunicatiewet. Op deze
                    ‘aanbieder’ zijn de rechten en plichten van hoofdstuk 5 van de
                    Telecommunicatiewet van toepassing. De verordening bevat enkele bepalingen die
                    slechts van toepassing zijn op ‘aanbieders’. </al><al/><al><vet>Artikel 1.1 b aanvraag</vet></al><al>Met het begrip ‘aanvraag’ wordt bedoeld: een aanvraag om een instemmingsbesluit
                    (conform de Telecommunicatiewet) of een vergunning (overige kabels en
                    leidingen). De aanvraag moet onderscheiden worden van de melding op grond van
                    artikel 2.1 lid 2 van de verordening.</al><al/><al><vet>Artikel 1.1 c college</vet></al><al>Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd de taken voortvloeiende
                    uit de AVOI af te handelen, waarbij deze bevoegdheden voor wat betreft de
                    uitvoering om praktische redenen deels gemandateerd zijn of worden aan een of
                    meer daartoe aangewezen ambtenaren. Deze functie betreft enerzijds het houden
                    van toezicht en anderzijds het coördineren en verlenen van instemmingen en
                    vergunningen. Indien en voor zover de bevoegdheden op het gebied van
                    coördinatie, het verlenen van vergunningen en instemmingbesluiten en het houden
                    van toezicht gemandateerd zijn aan een of meer functionarissen, wordt met
                    ‘college’ tevens deze functionaris bedoeld.</al><al/><al><vet>Artikel 1.1 e huisaansluiting</vet></al><al>De definitie van ‘huisaansluiting’ is afgeleid uit de Wet
                    informatie-uitwisseling ondergrondse netten. Hiermee is een objectief criterium
                    gehanteerd, zodat niet voor verschillende soorten kabels en leidingen
                    verschillende definities van ‘huisaansluiting’ hoeven te gelden. In de Wet
                    waardering onroerende zaken wordt in artikel 16 als een onroerende zaak
                    aangemerkt:</al><lijst><li nr="a."><al>een gebouwd eigendom;</al></li><li nr="b."><al>een ongebouwd eigendom;</al></li><li nr="c."><al>een gedeelte van een in onderdeel a of onderdeel b bedoeld eigendom dat
                            blijkens zijn indeling is bestemd om als een afzonderlijk geheel te
                            worden gebruikt;</al></li><li nr="d."><al>een samenstel van twee of meer van de in onderdeel a of onderdeel b
                            bedoelde eigendommen of in onderdeel c bedoelde gedeelten daarvan die
                            bij dezelfde belastingplichtige in gebruik zijn en die, naar de
                            omstandigheden beoordeeld, bij elkaar behoren;</al></li><li nr="e."><al>een geheel van twee of meer van de in onderdeel a of onderdeel b
                            bedoelde eigendommen, of in onderdeel c bedoelde gedeelten daarvan, of
                            in onderdeel d bedoelde samenstellen, dat naar de omstandigheden
                            beoordeeld één terrein vormt bestemd voor verblijfsrecreatie en dat als
                            zodanig wordt geëxploiteerd.</al><al/></li></lijst><al><vet>Artikel 1.1 f instemmingsbesluit</vet></al><al>De Telecommunicatiewet bevat een gedoogplicht voor de aanleg van kabels ten
                    dienste van een openbaar elektronisch communicatienetwerk. De bevoegdheid is
                    daarmee gegeven. De aanbieder dient echter wel instemming te verkrijgen van de
                    gemeente binnen wier grondgebied de uit te voeren werkzaamheden plaats zullen
                    vinden. De instemming geldt enkel voor de aanlegwerkzaamheden.</al><al/><al>Voor andere kabels en leidingen geldt de Telecommunicatiewet en de daarin
                    opgenomen gedoogplicht niet. De bevoegdheid om netten aan te leggen, in stand te
                    houden en te verwijderen dient bij deze netten door middel van een vergunning
                    plaats te vinden. In verband met de verschillende regimes is het noodzakelijk om
                    tussen een instemmingsbesluit en een vergunning verschil te maken.</al><al/><al><vet>Artikel 1.1 g kabel</vet></al><al>De definitie van ‘kabel’ in de Telecommunicatiewet luidt:</al><al>fysieke geleidingsdraden bestemd voor de rechtstreekse overdracht van signalen
                    tussen punten en de bij deze fysieke geleidingsdraden behorende ondergrondse
                    ondersteuningswerken, beschermingswerken en signaalinrichtingen.</al><al/><al>Hieronder worden in ieder geval begrepen koper- en glasvezelverbindingen,
                    handholes en kasten. Hieronder vallen tevens ondergrondse ondersteuningswerken
                    en beschermingswerken (zoals mantelbuizen) waarin of waarop geen fysieke
                    geleidingsdraden bestemd voor de rechtstreekse overdracht van signalen tussen
                    punten zijn aangebracht, en die aangelegd worden of zijn met het oogmerk deel
                    uit te gaan maken van een openbaar elektronisch communicatienetwerk. </al><al/><al><vet>Artikel 1.1 h leiding</vet></al><al>‘Leiding’ is zodanig gedefinieerd dat hier in principe alle kabels en leidingen
                    onder vallen, waaronder mede wordt begrepen lege buizen, ondergrondse
                    ondersteuningswerken en beschermingswerken. Kabels die onder de
                    Telecommunicatiewet vallen en die in openbare gronden liggen of worden gelegd
                    vallen buiten de definitie van leiding.</al><al/><al><vet>Artikel 1.1 j net</vet></al><al>Onder de definitie van ‘net’ vallen zowel kabels ten dienste van een openbaar
                    elektronisch communicatienetwerk, als overige kabels en leidingen.</al><al/><al><vet>Artikel 1.1 k netbeheerder</vet></al><al>Deze definitie is ontleend aan de Wet informatie-uitwisseling ondergrondse
                    netten. In de verordening wordt een aanbieder van een openbaar elektronisch
                    communicatienetwerk gelijkgesteld met een netbeheerder, tenzij uitdrukkelijk
                    gesproken wordt van een ‘aanbieder’.</al><al/><al><vet>Artikel 1.1 m openbaar elektronisch
                    communicatienetwerk</vet></al><al>Artikel 1.1, onder h van de Telecommunicatiewet kent de volgende definitie van
                    ‘openbaar elektronisch communicatienetwerk’: elektronisch communicatienetwerk
                    dat geheel of hoofdzakelijk wordt gebruikt om openbare elektronische
                    communicatiediensten aan te bieden, waaronder mede wordt begrepen een netwerk,
                    bestemd voor het verspreiden van programma's voor zover dit aan het publiek
                    geschiedt.</al><al/><al><vet>Artikel 1.1 n openbare gronden</vet></al><al>Onder ‘openbare gronden’ dient te worden verstaan: openbare wegen met inbegrip
                    van de daartoe behorende stoepen, glooiingen, bermen, sloten, bruggen,
                    viaducten, tunnels, duikers, beschoeiingen en andere werken, maar ook wateren
                    met daartoe behorende bruggen, plantsoenen, pleinen en andere plaatsen die voor
                    een ieder toegankelijk zijn.</al><al/><al><vet>Artikel 1.1 p werkzaamheden van niet ingrijpende aard</vet></al><al>Het definiëren van het onderscheid tussen werkzaamheden van al dan niet
                    ingrijpende aard vloeit voort uit artikel 5.4, lid 5 Telecommunicatiewet, maar
                    geldt ook voor kabels en leidingen die niet onder de Telecommunicatiewet vallen.
                    Om welke werkzaamheden het gaat wordt door het college vastgesteld in de nadere
                    regels. Naast huisaansluitingen worden andere niet ingrijpende werkzaamheden aan
                    een lichter regime onderworpen, zolang de werkzaamheden voldoen aan de
                    vastgestelde eisen en randvoorwaarden Dit kan omdat deze werkzaamheden veelal
                    slechts gedurende relatief korte tijd in een beperkt gedeelte van het netwerk
                    worden verricht, en de impact relatief beperkt en kortstondig is. Voor deze niet
                    ingrijpende werkzaamheden geldt een verkorte meldingsprocedure.</al><al/><al>Het college kan ook bepalen dat voor werkzaamheden aan bepaalde categorieën
                    kabels en leidingen, of binnen een bepaald gebied, niet met een melding kan
                    worden volstaan, maar altijd een vergunning of een instemmingsbesluit moet
                    worden aangevraagd. </al><al/><al><vet>Artikel 1.2.</vet></al><al>Zoals in de toelichting bij het begrip ‘openbare gronden’ reeds is aangegeven,
                    vallen ook kunstwerken onder dit begrip.</al><al/><al>De verordening heeft ten doel de regie en coördinatie te regelen met betrekking
                    tot kabels en leidingen van derde partijen die in door de gemeente beheerde
                    grond willen werken. Door de toenemende drukte in de ondergrond neemt het belang
                    van regie en coördinatie toe. Ten aanzien van telecommunicatiekabels is deze
                    taak reeds aan de gemeente opgedragen in de Telecommunicatiewet. Om een
                    efficiënte regie en coördinatie door de gemeente mogelijk te maken is het
                    noodzakelijk dat de gemeente ook ten aanzien van overige kabels en leidingen
                    deze taak op zich neemt. Deze verordening biedt de instrumenten daartoe.</al><al/><al>Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) behelst de zogenaamde
                    lex silencio positivo (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                    beslissen). Dit leerstuk is niet van toepassing op de beschikkingen op grond van
                    deze verordening. Dat betekent dat bij het verstrijken van de beslistermijnen de
                    vergunning niet van rechtswege als verleend wordt geacht. Gelet op de grote
                    publieke belangen die in het geding kunnen zijn, zoals het waarborgen van
                    bereikbaarheid voor politie, brandweer en ambulance en de veiligheid voor het
                    publiek, is het niet verantwoord dat zonder meer met de graafwerkzaamheden mag
                    worden begonnen als de gemeente verzuimd zou hebben binnen de gestelde termijn
                    te beslissen. Dat laat natuurlijk onverlet dat, indien de gemeente in gebreke
                    is, daartegen rechtsmiddelen openstaan.</al><al/><al>Hetzelfde geldt overigens voor de instemming voor de werkzaamheden in verband
                    met aanleg, instandhouding en opruiming van kabels ten dienste van een openbaar
                    elektronisch telecommunicatienetwerk (de instemming als bedoeld in artikel 5.4,
                    lid 1, sub b, Tw). Het maatschappelijk risico van het stilzwijgend verlenen van
                    de instemming wordt onwenselijk groot geacht, afgezet tegen het maatschappelijk
                    voordeel van een tijdige vergunningverlening (zie de opvatting in de brief van
                    de minister van Justitie aan de Tweede Kamer, d.d. 9 juni 2009, TK 29515,
                    nr.293, in het bijzonder de bijlage 2; laatstelijk herbevestigd door de Memorie
                    van Toelichting bij het wetsvoorstel tot Wijziging van de Telecommunicatiewet
                    ter implementatie van de herziene telecommunicatierichtlijnen, TK 32549, nr.3,
                    pp.29-31).</al><al/><al>Deze verordening is zoveel mogelijk opgesteld in overeenstemming met hogere wet-
                    en regelgeving. Mocht er desondanks sprake zijn van bepalingen die strijdig zijn
                    met hogere wet- en regelgeving, dan gaat laatstgenoemde categorie uiteraard
                    voor.</al><al/><al/><al><vet>Instemmingsbesluit en vergunning </vet></al><al/><al><vet>Artikel 2.1.</vet></al><al>Uitgangspunt van de AVOI is dat werkzaamheden in openbare gronden verboden zijn,
                    tenzij men beschikt over een vergunning of een instemmingbesluit.</al><al/><al>Voor een categorie werkzaamheden van niet ingrijpende aard kan worden volstaan
                    met een lichtere meldingsprocedure (zowel voor telecommunicatiekabels als
                    overige kabels en leidingen). De categorie werkzaamheden waarvoor dit geldt
                    wordt door het college van B&amp;W vastgesteld in de nadere regels. Het college
                    kan ook een geografisch gebied vaststellen (opgenomen in de nadere regels)
                    waarbinnen altijd een vergunning of instemmingsbesluit moet worden
                    aangevraagd.</al><al/><al>In geval van storingen waarbij reparatie geen uitstel kan lijden, kan uiteraard
                    geen procedure van 5 werkdagen gelden. Deze dienen wel onverwijld, dus zo
                    spoedig mogelijk en bij voorkeur nog voordat de werkzaamheden worden uitgevoerd,
                    te worden gemeld. De burgemeester kan om redenen van openbare orde en veiligheid
                    besluiten dat de werkzaamheden op een ander tijdstip moeten plaatsvinden.</al><al/><al>Voor werkzaamheden rond de kabels en leidingen van de gemeente zelf, zoals de
                    riolering maar ook eventuele andere kabels en leidingen, is om praktische
                    redenen de verordening (en het daarin opgenomen verbod) niet procedureel van
                    toepassing. Om redenen van effectiviteit en kwaliteit zullen intern binnen de
                    gemeente de doelstellingen van deze verordening zoveel mogelijk worden
                    nageleefd. </al><al/><al><vet>Artikel 2.2.</vet></al><al>In geval van voorgenomen werkzaamheden moet de melding of aanvraag bij de
                    gemeente plaatsvinden. Dat kan formeel bij het college van burgemeester en
                    wethouders, maar in de praktijk bij de gemachtigde ambtenaar. Op het verlenen
                    van een vergunning of instemmingsbesluit zijn de algemene beginselen van
                    behoorlijk bestuur van toepassing zoals het gelijkheidsbeginsel, het
                    zorgvuldigheidsbeginsel en het motiveringsbeginsel.</al><al>De maximale termijn van 8 weken is conform het bepaalde in de Awb. De termijn
                    voor niet ingrijpende werkzaamheden is korter. Voorts wordt een uitzondering
                    gemaakt voor spoedeisende werkzaamheden. In dit geval kan worden volstaan met
                    een kennisgeving, die onverwijld dient te worden gedaan. </al><al/><al>Een aanvrager kan vooroverleg voeren met het college om de aanvraag, bedoeld in
                    het eerste lid van dit artikel, voor te bereiden.</al><al/><al>De in lid 3 opgenomen verplichting stelt de gemeente in staat regie te voeren en
                    erop toe te zien dat alle bij de werkzaamheden betrokken belanghebbenden worden
                    betrokken. De aanvrager van een vergunning of instemmingsbesluit dient rekening
                    te houden met het tijdig bereiken van overeenstemming met andere grondeigenaren
                    en -beheerders.</al><al/><al><vet>Artikel 2.3.</vet></al><al>De gemeente heeft als beheerder van openbare gronden informatie nodig voor een
                    juiste beoordeling van werkzaamheden en inzicht in de belangen die worden
                    geraakt. De te verstrekken gegevens worden om praktische redenen niet in de
                    verordening zelf opgesomd maar in door het college van B&amp;W vast te stellen
                    nadere regels. </al><al/><al><vet>Artikel 2.4.</vet></al><al>Dit artikel regelt in het eerste lid dat er in beginsel binnen 8 weken moet
                    worden beslist op de aanvraag. De beslistermijn is gelijk aan de aanvraagtermijn
                    zodat de werkzaamheden op de geplande datum kunnen aanvangen, mits aan de
                    voorwaarden tijdig en geheel voldaan is. Lukt het niet om binnen deze termijn
                    een besluit te nemen dan geeft het derde lid de mogelijkheid om de beslistermijn
                    met nog eens 8 weken te verlengen. Uiteraard zal er naar worden gestreefd om zo
                    spoedig mogelijk op de aanvragen te beslissen en gelden de genoemde termijnen
                    als maximale beslistermijnen.</al><al/><al>De aanvrager is zelf verantwoordelijk voor het aanvragen van overige benodigde
                    vergunningen voor zijn werkzaamheden (bijvoorbeeld een omgevingsvergunning). Als
                    de aanvrager hierom verzoekt, zal de gemeente inhoudelijke afstemming van de
                    beoordeling van de ingediende aanvragen bij andere bestuursorganen bevorderen.
                    De gemeente zal van haar bevoegdheid tot aanhouding slechts gebruik maken indien
                    dit wordt gevergd ter bescherming van de belangen die de AVOI beoogt te
                    beschermen.</al><al/><al>In geval dat de netbeheerder niet, of niet langer, van een vergunning of
                    instemmingsbesluit gebruik wenst te maken, doet hij hiervan schriftelijk
                    mededeling aan </al><al>het college. Deze zal in reactie hierop de vergunning of het instemmingsbesluit
                    intrekken met daarbij zo nodig de verplichting om de betreffende kabel of
                    leiding ook te verwijderen. Met het intrekken van het instemmingsbesluit of de
                    vergunning vervallen alle rechten die daaraan verbonden waren.</al><al/><al><vet>Artikel 2.5.</vet></al><al>Dit artikel biedt de basis om aan een instemmingsbesluit of vergunning
                    voorschriften en beperkingen te verbinden of de vergunning te weigeren. De
                    verordening en de nadere regels zoals opgenomen in het Handboek AVOI vormen
                    daarvoor gezamenlijk het kader. Daarbij geldt als uitgangspunt dat de
                    voorschriften en beperkingen slechts mogen strekken tot de bescherming van die
                    belangen welke deze AVOI beoogt te beschermen.</al><al/><al>Meestal kan door het verbinden van voorschriften en beperkingen aan het
                    instemmingsbesluit of de vergunning worden bereikt dat aan hetgeen in deze
                    verordening is gesteld kan worden voldaan en de belangen waartoe deze
                    verordening strekt voldoende worden beschermd. Indien ook door het stellen van
                    voorschriften en beperkingen de genoemde belangen niet kunnen worden beschermd
                    dan moet de vergunning worden geweigerd. Een instemmingsbesluit kan op basis van
                    de Telecommunicatiewet formeel niet worden geweigerd. Aan een instemmingsbesluit
                    kunnen wel voorschriften en beperkingen worden verbonden. Daarnaast geldt dat
                    een aanbieder, ondanks het ontbreken van een vergunningplicht, ingevolge artikel
                    5.2, lid 10 van de Telecommunicatiewet gebonden is aan voorschriften die gelden
                    bij of krachtens andere wetten, zoals de Wet beheer rijkswaterstaatswerken en de
                    Monumentenwet. </al><al/><al>Het tweede lid beperkt de werkingsduur van het instemmingsbesluit of vergunning
                    om uitvoering geruime tijd na afgifte te voorkomen. Eventueel gewijzigd gebruik
                    van gronden kan de werkzaamheden inmiddels onwenselijk maken. Zo nodig kan in
                    het instemmingsbesluit of de vergunning de werkingsduur van het besluit worden
                    verlengd.</al><al/><al>De in de nadere regels voorgeschreven wijze van uitvoering van werkzaamheden aan
                    kabels en leidingen dient altijd te worden nageleefd door de aanvrager, tenzij
                    hiervan expliciet is afgeweken in het instemmingsbesluit of de vergunning.</al><al/><al>De aanvrager van een instemmingsbesluit of vergunning is verantwoordelijk voor
                    de naleving van die besluiten en de daaraan verbonden voorschriften en
                    beperkingen en kan daar op worden aangesproken, ook wanneer hij werkzaamheden
                    laat uitvoeren door ondergeschikten of derden (bijvoorbeeld
                    (onder)aannemers).</al><al/><al><vet>Artikel 2.6. </vet></al><al>Dit artikel geeft het college de bevoegdheid om een vergunning in te trekken of
                    te wijzigen indien sprake is van één of meer van de in het eerste lid genoemde
                    situaties.</al><al/><al>Allereerst kan de vergunning worden ingetrokken indien de netbeheerder niet
                    binnen zes maanden, of binnen een eventueel in de vergunning opgenomen
                    afwijkende termijn, is begonnen met het werk en in de situatie waarin de
                    werkzaamheden langer dan een periode van zes maanden stil liggen. </al><al/><al>Ook in de situatie waarin de betreffende leiding definitief buiten gebruik wordt
                    gesteld, kan de vergunning worden ingetrokken. In gevallen waarin leidingen nog
                    wel worden onderhouden of waarbij sprake is van leidingen die nog in reserve
                    worden gehouden zal er in beginsel geen sprake zijn van het intrekken van een
                    vergunning.</al><al/><al>Indien de netbeheerder het bepaalde bij of krachtens de AVOI, waaronder de
                    nadere regels, of de vergunning(voorschriften) niet naleeft, kan het college de
                    vergunning intrekken.</al><al/><al>Onderdeel g is een vangnetbepaling, die het college de bevoegdheid geeft om in
                    te grijpen indien er ernstige gevolgen voor de gezondheid of het milieu dreigen
                    als gevolg van het in stand houden van de vergunning. Deze bevoegdheid kan
                    echter als laatste middel gebruikt worden aangezien eerst moet worden bezien of
                    de dreiging kan worden weggenomen door aanpassing van de vergunning of door het
                    stellen van nadere eisen.</al><al/><al>Onderdeel h is van toepassing wanneer de gemeente vanwege de rechtmatige
                    uitoefening van zijn publiekrechtelijke bevoegdheid of taak van oordeel is dat
                    aanpassing van leidingen noodzakelijk is. Dit is het geval wanneer de gemeente
                    werken uitvoert die het algemeen belang dienen, waardoor deze leiding niet kan
                    blijven liggen of moet worden aangepast. Wanneer de gemeente puur handelt als
                    private/commerciële partij is geen sprake van een publiekrechtelijke bevoegdheid
                    of taak. Uit jurisprudentie blijkt echter wel dat een zeker commercieel belang
                    niet in de weg staat aan de toepassing van de verordening (ABRvS 5 december
                    2012, 201108899/1/A3, r.o. 6.1). Het is echter op een dergelijk moment ter
                    beoordeling aan het college hoe wordt omgegaan met het al dan niet toekennen van
                    nadeelcompensatie, althans vergoeding.</al><al/><al>In de meeste gevallen zal hierbij sprake zijn van een gedeeltelijke verlegging
                    van de bestaande leiding. Per situatie zal door het college worden beoordeeld of
                    met het wijzigen van de bestaande vergunning kan worden volstaan, of dat er een
                    nieuwe vergunning afgegeven wordt. Bij deze keuze houdt het college rekening met
                    de gerechtvaardigde belangen van de vergunninghouder. </al><al/><al>Voor wijzigingen in leidingen die in het verleden zijn gelegd en waarvoor geen
                    expliciete vergunning is verleend dient een nieuwe vergunning op grond van deze
                    AVOI te worden aangevraagd. De leges die verbonden zijn aan deze vergunning
                    kunnen door de netbeheerder worden teruggevraagd met een beroep op de
                    Verlegregeling. </al><al/><al>De hoorplicht in lid 2 vloeit voort uit de eisen die de Awb stelt aan de
                    zorgvuldige voorbereiding van besluiten.</al><al/><al>Lid 3 geeft het college de bevoegdheid om aan het besluit tot intrekking of
                    wijziging van de vergunning de verplichting te koppelen om de betreffende
                    leiding te verleggen/verplaatsen of deze zelfs in zijn geheel te verwijderen.
                    Wordt deze verplichting opgelegd dan geeft dit de netbeheerder vervolgens de
                    mogelijkheid om een beroep te doen op de Verlegregeling, waarin de procedure en
                    voorwaarden voor tegemoetkoming in de schade die de netbeheerder door de
                    opgelegde verplichting lijdt, is geregeld. Overigens zal per geval ook altijd
                    worden bezien of verwijdering van leidingdelen wel wenselijk is en ook technisch
                    mogelijk is.</al><al/><al><vet>3. Overige bepalingen</vet></al><al/><al><vet>Artikel 3.1.</vet></al><al>De in dit artikel neergelegde bepalingen over medegebruik zijn ontleend aan de
                    Telecommunicatiewet en zijn alleen van toepassing op kabels ten dienste van een
                    openbaar telecommunicatienetwerk. Medegebruik beperkt het graven in de openbare
                    gronden.</al><al/><al>Voorschriften bij het instemmingsbesluit kunnen het medegebruik van
                    voorzieningen bevorderen. Het medegebruik kan aan de orde komen in het
                    vooroverleg over het af te geven instemmingsbesluit. In lid 2 is de verplichting
                    voor de aanbieder opgenomen om van vooraangelegde voorzieningen gebruik te
                    maken, indien daartoe een redelijk aanbod wordt gedaan. </al><al/><al><vet>Artikel 3.2.</vet></al><al>De verplichtingen in lid 1, 3 en 4 van dit artikel zijn erop gericht dat de
                    gemeente over de actuele informatie beschikt die zij nodig heeft om de
                    doelstellingen van de AVOI te kunnen behartigen. </al><al/><al>Lid 2 is van belang in verband met artikel 5.2, lid 8 van de
                    Telecommunicatiewet, waarin is bepaald dat aan de gedoogplicht een einde komt
                    als gedurende tien jaar een kabel </al><al>geen onderdeel uitmaakt van een openbaar elektronisch communicatienetwerk. Om
                    die reden is het van belang dat de gedoogplichtige gemeente in kennis wordt
                    gesteld van het in- of uit gebruik stellen van kabels ten einde bij
                    overschrijding van die termijn over </al><al>te kunnen gaan tot een verzoek tot verwijdering van de kabel.</al><al/><al><vet>Artikel 3.3. </vet></al><al>Dit artikel heeft betrekking op het aantreffen van bodemverontreiniging en
                    andere ondergrondse obstakels bij de aanleg van een kabel of leiding. De term
                    “bodemverontreiniging” is in deze verordening breder dan de terminologie in de
                    Wet bodembescherming. Aan de gemeente moeten alle stoffen en obstakels gemeld
                    worden, die een nadelige invloed kunnen hebben op de staat van de leiding.
                    Hiermee wordt duidelijk wat de kritieke plaatsen in een leidingtracé zijn. Deze
                    verplichting staat los van de plichten die reeds gelden op grond van de Wet
                    bodembescherming, die is opgesteld vanuit milieubeschermingoptiek. Dit artikel
                    is aanvullend ten opzichte van het in voornoemde wet neergelegde regime. In
                    geval een dergelijke verontreiniging of obstakels worden aangetroffen zodanig
                    dat aanleg van een kabel of leiding niet verantwoord is als de verontreiniging
                    of obstakels niet eerst zijn opgeruimd, kan het college de netbeheerder opdragen
                    bepaalde maatregelen te treffen. De kosten voor deze maatregelen komen in
                    beginsel ten laste van de netbeheerder zelf. In situaties waarbij het niet
                    redelijk is om alle kosten bij de netbeheerder te leggen kan worden afgeweken
                    van dit uitgangspunt. </al><al/><al>Als sluitstuk kan het college opschorting van de werkzaamheden vorderen. Bij het
                    opleggen van dergelijke maatregelen vormen de belangen die beschermd worden met
                    deze verordening het beoordelingskader.</al><al/><al><vet>Artikel 3.4. </vet></al><al>Deze bepaling heeft een algemene vangnetfunctie en verwoordt dat een
                    netbeheerder (logischerwijs) primair verantwoordelijk is voor een goede staat
                    van onderhoud van kabels of leidingen. </al><al/><al><vet>Artikel 3.5.</vet></al><al>Dit artikel betreft een incidentenregeling en behelst verplichtingen voor de
                    netbeheerder in geval van storingen en incidenten waarbij gevaar, hinder of
                    verontreiniging plaatsvindt of dreigt plaats te vinden. Het geeft het college de
                    bevoegdheid om in voorkomende gevallen (waaronder ook concrete dreiging)
                    maatregelen te treffen ten aanzien van de kabel of leiding die het gevaar, de
                    hinder of de verontreiniging veroorzaakt, maar ook – indien noodzakelijk – ten
                    aanzien van naburige kabels of leidingen. Overigens zal bij de toepassing van
                    deze bevoegdheden zoveel mogelijk gebruik gemaakt worden van bestaande
                    incidentenregelingen. Het in het tweede lid bedoelde onderzoek komt in beginsel
                    voor rekening van de netbeheerder.</al><al/><al><vet>Artikel 3.6. </vet></al><al>Dit artikel benadrukt de regisserende rol die de gemeente kan hebben bij
                    projecten. De gemeente zal als beheerder van de openbare ruimte de belangen van
                    diverse gebruikers van die openbare ruimte trachten te behartigen en voor zover
                    mogelijk ook proberen samen te brengen.</al><al/><al>De gemeente zal jaarlijks een overleg initiëren tussen alle betrokken partijen
                    over alle uit te voeren projecten in de gemeente.</al><al/><al>Het college neemt het initiatief tot overleg met alle betrokken partijen in de
                    planfase dan wel voorafgaand aan de start van een specifiek werk met mogelijke
                    gevolgen voor de ondergrondse infrastructuur. </al><al/><al><vet>Artikel 3.7.</vet></al><al>In dit artikel is nadeelcompensatie (ofwel schadevergoeding voor rechtmatig
                    overheidshandelen) voor aanpassingen aan kabels en leidingen geregeld. Hierbij
                    is zoveel mogelijk geanticipeerd op de inwerkingtreding van Titel 4.5 van de
                    Awb, waarin nadeelcompensatie in het algemeen is gecodificeerd. Tot het moment
                    van inwerkingtreding van betreffende titel houdt dit artikel de grondslag in
                    voor nadeelcompensatie en is de Verlegregeling hierop gebaseerd. Vanaf de
                    inwerkingtreding van titel 4.5 Awb ligt de grondslag voor nadeelcompensatie in
                    art. 4:126 Awb en fungeert de Verlegregeling als wetinterpreterende
                    beleidsregel.</al><al/><al>Ten aanzien van aanpassingen aan kabels en leidingen zijn er 3 situaties waarin
                    een netbeheerder in aanmerking komt voor nadeelcompensatie:</al><lijst><li nr="1."><al>de intrekking of wijziging van een vergunning op grond van artikel 2.6
                            onder g van de AVOI;</al></li><li nr="2."><al>de intrekking of wijziging van een vergunning op grond van artikel 2.6
                            onder h van de AVOI;</al></li><li nr="3."><al>de rechtmatige uitoefening door het college van zijn publiekrechtelijke
                            bevoegdheid of taak, waarbij geen vergunning wordt gewijzigd of
                            ingetrokken (bijvoorbeeld omdat de aan te passen kabel of leiding niet
                            in openbare gronden van de gemeente ligt, de zogenaamde
                            buitenleidingen).</al></li></lijst><al/><al>In algemene termen bestaat nadeelcompensatie uit schade die uitgaat boven het
                    normale maatschappelijke risico en die een netbeheerder in vergelijking met
                    anderen onevenredig zwaar treft. De concrete toepassing en procedure van
                    nadeelcompensatie voor aanpassingen aan kabels en leidingen worden uitgewerkt in
                    de Verlegregeling kabels en leidingen die door het college als beleidsregel zal
                    worden vastgesteld en wordt opgenomen in het Handboek AVOI.</al><al/><al>Voor kabels die onder de Telecommunicatiewet vallen is geen sprake van
                    nadeelcompensatie, maar van het regime van artikel 5.8 van de
                    Telecommunicatiewet.</al><al/><al><vet>Artikel 3.8.</vet></al><al>De kosten voor het herstel, beheer, onderhoud en degeneratie van de openbare
                    ruimte die het rechtstreekse gevolg zijn van de uitgevoerde (graaf)werkzaamheden
                    worden bij de netbeheerder in rekening gebracht. Zie hiervoor in het bijzonder
                    de Schaderegeling</al><al>Ingravingen dat een onderdeel vormt van het Handboek AVOI.</al><al/><al>Het tweede lid heeft betrekking op werkzaamheden in openbare gronden die
                    plaatsvinden binnen een periode van 5 jaar nadat er groot onderhoud aan of een
                    herinrichting van deze gronden heeft plaatsgevonden. </al><al>Uiteraard zal worden getracht om te voorkomen dat er binnen een periode van 5
                    jaar na herinrichting of groot onderhoud werkzaamheden aan kabels en leidingen
                    moeten plaatsvinden. In dat kader zullen gemeente en netbeheerder moeten bezien
                    of een alternatief tracé mogelijk is, zodat daarmee de kosten voor de
                    netbeheerder beperkt of zelfs voorkomen kunnen worden.</al><al>De gemeente kan in deze situaties eisen dat het herstel over de gehele straat-
                    of trottoirbreedte zal moeten plaatsvinden. De kosten voor het herstel, beheer,
                    onderhoud en degeneratie zullen dan conform de Schaderegeling Ingravingen in
                    rekening worden gebracht bij de netbeheerder.</al><al/><al/><al><vet>4. Overgangs- en slotbepalingen</vet></al><al/><al><vet>Artikel 4.1.</vet></al><al>Deze bepaling bevat het overgangsrecht. Aan de netbeheerders van de talloze
                    leidingen die thans in openbare gronden aanwezig zijn, is in de meeste gevallen
                    – al dan niet privaatrechtelijk dan wel door middel van een vergunning – een
                    ligrecht gegund waaraan diverse voorwaarden verbonden zijn. Om redenen van
                    efficiency en om te voorkomen dat de netbeheerders hoge kosten moeten maken is
                    er voor gekozen de bestaande toestemmingen te beschouwen als een instemming of
                    vergunning in de zin van deze verordening. Overigens geldt voor leidingen die
                    onrechtmatig in de openbare grond liggen hoe dan ook dat een aanvraag moet
                    worden ingediend om een vergunning op grond van deze verordening te kunnen
                    verkrijgen.</al><al/><al>In het verleden zijn tussen netbeheerders en de gemeente privaatrechtelijke
                    overeenkomsten gesloten over het aanleggen, in stand houden en opruimen van
                    kabels en leidingen. Indien een netbeheerder meent dat een dergelijke
                    overeenkomst nog steeds van toepassing is, dient hij het bestaan en de
                    geldigheid ervan aan te tonen.</al><al/><al>De gemeente zal bij de toepassing van deze bepaling rekening houden met de
                    omstandigheden waaronder in het verleden kabels en leidingen zijn gelegd en met
                    de ouderdom van die kabels en leidingen. Het is voldoende wanneer aannemelijk
                    gemaakt kan worden dat een kabel of leiding destijds rechtmatig is
                    aangelegd.</al><al/><al><vet>Artikel 4.2.</vet></al><al>Beoogd wordt één of meer gemeentelijke ambtenaren aan te wijzen als
                    toezichthouders. Zij zullen toezicht houden op de naleving van de voorschriften
                    bij of krachtens deze verordening, waaronder ook de verleende vergunningen en
                    instemmingsbesluiten.</al><al/><al><vet>Artikel 4.3. </vet></al><al>Deze bepaling biedt de mogelijkheid om in voorkomende gevallen strafrechtelijk
                    op te treden. Over het algemeen zal gekozen worden voor bestuursrechtelijke
                    handhavings-instrumenten en vormt de toepassing van strafrechtelijke sancties in
                    beginsel een uiterst handhavingsmiddel.</al><al/><al><vet>Artikel 4.4.</vet></al><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2015. De bekendmaking vindt
                    plaats op de gebruikelijke wijze. Op hetzelfde tijdstip wordt de
                    Telecommunicatieverordening ingetrokken.</al><al/></bijlage></regeling></body></cvdr>