<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR35847_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en de invorderingvan precariorechten 2002</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Leiderdorp</dcterms:creator><dcterms:modified>2010-08-03</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Leiderdorp</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening precariobelasting 2002</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 228</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2001-12-10</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2002-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2003-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en de invorderingvan precariorechten
            2002</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad der gemeente Leiderdorp;</al><al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 18
                        september 2001, nr. 188;</al><al>gezien het advies van commissie 1 en 2 van 1 oktober 2001;</al><al>gelet op het bepaalde artikel 228 van de Gemeentewet;</al><al><vet>b e s l u i t :</vet></al><al>vast te stellen de </al><al><vet>Verordening op de heffing en de invordering</vet></al><al><vet>van precariorechten 2002</vet></al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr></kop><al><vet>Begripsomschrijvingen</vet></al><al><vet>a. “ dag”</vet></al><al>de periode van 00.00 uur tot 24.00 uur, waarbij een gedeelte van een dag als
                        een hele dag wordt aangemerkt;</al><al><vet>b. “ week”</vet></al><al>een aaneengesloten periode van zeven dagen;</al><al><vet>c. “ maand “</vet></al><al>een kalendermaand</al><al><vet>d. “ kwartaal “</vet></al><al>een kalenderkwartaal;</al><al><vet>e. “ jaar “</vet></al><al> een kalenderjaar</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr></kop><al><vet>Belastbaar feit</vet></al><al>Onder de naam “ precariobelasting “ wordt ter zake van het hebben van
                        voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond
                        of voor de openbare dienst bestemd gemeentewater een recht geheven
                        overeenkomstig de navolgende bepalingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr></kop><al><vet>Belastingplicht</vet></al><al>De rechten als bedoeld in artikel 2 worden geheven van diegene van wie dan
                        wel ten behoeve van wie voorwerpen onder, op of boven gemeentegrond of
                        gemeentewater afkomstig zijn of worden aangetroffen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr></kop><al><vet>Belastingtijdvak</vet></al><al>Het heffingstijdvak is de in een kalenderjaar gelegen periode gedurende
                        welke zich een belastbaar feit in de zin van de verordening voordoet of zal
                        voordoen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr></kop><al><vet>Tarieven</vet></al><al>De rechten worden geheven naar de tarieven en naar het aantal eenheden
                        bepaald en berekend aan de hand van de bij deze verordening behorende
                        tarieventabel.</al><al>Voor de berekening van de rechten wordt een gedeelte van een in de
                        tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt.</al><al>Bij de toepassing van de in de tarieventabel opgenomen tarieven
                        respectievelijk per maand en per week, zal in totaal niet meer worden
                        geheven dan bij toepassing van het tarief voor een jaar of een maand zou
                        zijn verschuldigd.</al><al>Belastingaanslagen van minder dan € 4,55 worden niet opgelegd.</al><al>Voor de toepassing van het bepaalde in het vierde lid wordt het totaal van
                        de op een aanslagbiljet verenigde precariorechten aangemerkt als een
                        belastingaanslag</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr></kop><al><vet>Wijze van heffing; tijdstip verschuldigdheid</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De belasting wordt geheven bij wege van aanslag.</al></li><li nr="2."><al>Het recht is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo
                                dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr></kop><al><vet>Termijnen van betaling</vet></al><al>De aanslag moet worden betaald uiterlijk op de laatste dag van de eerste
                        maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is
                        vermeld.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr></kop><al><vet>Ontheffing</vet></al><al>Indien na het opleggen van de aanslag aannemelijk wordt gemaakt, dat het
                        belastbare feit zich slechts gedurende een gedeelte van het voor de
                        berekening van het recht in aan-merking genomen heffingstijdvak voordoet of
                        zal voordoen, wordt op een aanvraag als bedoeld in artikel 242 van de
                        Gemeentewet ( Stbl. 1993, 611) ontheffing verleend, voor zover het
                        betreft:</al><lijst><li nr="a."><al>een tariefstelling per maand of per jaar over de resterende maanden
                                van dat tijdvak;</al></li><li nr="b."><al>een tariefstelling per week over de resterende weken van dat
                                tijdvak.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr></kop><al><vet>Vrijstellingen</vet></al><al>De in artikel 2 bedoelde rechten worden niet geheven ter zake van:</al><al>het hebben van voorwerpen of werken, ten behoeve van eigendommen welke bij
                        de ge-meente of haar instellingen in gebruik zijn, met uitzondering van
                        eigendommen welke aan derden zijn verhuurd of in beheer en exploitatie zijn
                        gegeven;</al><al>het hebben van voorwerpen of werken welke, noodzakelijk voor de uitoefening
                        van hun publiekrechtelijke taak, door het rijk, de provincie, de gemeente of
                        door waterschappen zijn aangebracht of geplaatst;</al><al>het hebben van kabels, buizen, leidingen en degelijke door nutsbedrijven,
                        met uitzondering van centrale antenne inrichtingen;</al><al>verzamelbakken, zoals glascontainers, welke in het belang van het hergebruik
                        van afzonderlijk in te zamelen afvalstoffen bedoeld in artikel 30 van de
                        Afvalstoffenwet op of in de voor de openbare dienst bestemde grond zijn
                        geplaatst;</al><al>brievenbussen, postzegelautomaten, telefooncellen;</al><al>wegwijzers en verkeersaanwijzingen van de Koninklijke Nederlandse
                        Toeristenbond ANWB en van andere overeenkomstige instellingen;</al><al>het hebben van voorwerpen waarvan de aanwezigheid door de gemeente op grond
                        van een overeenkomst of anderszins rechtens moet worden gedoogd;</al><al>het hebben van voorwerpen uitsluitend langs de gevel aangebracht, welke aan
                        een gebouw zijn aangebracht en niet meer dan 0,10 meter buiten de gevel
                        steken;</al><al>het hebben van voorwerpen uitsluitend gebezigd door een liefdadig doel en of
                        door in-stelling of groeperingen welke een bijdrage kunnen leveren tot
                        politieke of maatschap-pelijke bewustwording van de burgers, doch welke nog
                        direct, nog indirect een zakelijk belang nastreven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr></kop><al><vet>Kwijtschelding </vet></al><al>Bij de invordering van de precariobelasting wordt geen kwijtschelding
                        verleend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr></kop><al><vet>Machtiging tot overdracht van bevoegdheden</vet></al><al>Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd tot het verlenen van
                        schriftelijke toestemming met betrekking tot het verdagen van de uitspraak
                        op het bezwaarschrift voor ten hoogste een jaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr></kop><al><vet>Nakoming van verplichtingen</vet></al><al>De verplichtingen bedoeld in de artikelen 47, 49 en 50 van de Algemene wet
                        inzake rijks-belastingen (Stbl. 1959, 301) en in de artikelen 58 en 60 van
                        de Invorderingswet 1990, dan wel bedoeld of van toepassing verklaard in de
                        algemene maatregel van bestuur krachtens artikel 246a van de Gemeentewet,
                        gelden mede jegens de door het college van burgemeester en wethouders
                        aangewezen ambtenaren belast met de heffing of de invor-dering van
                        gemeentelijke belastingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr></kop><al><vet>Rente</vet></al><al>Het bepaalde in Hoofdstuk V van de Invorderingswet 1990 inzake
                        invorderingsrente vindt toepassing op de invordering van
                        precariorechten.</al><al>De ministeriele regeling bedoeld in artikel 31 van de Invorderingswet vindt
                        daarbij overeen-komstige toepassing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr></kop><al><vet>Inwerkingtreding, overgangsbepaling en citeertitel</vet></al><al>De “verordening precariorechten 2002 “ van 7 december 1998, alsmede de
                        eerste wijzi-ging van 29 oktober 1999 en de tweede wijziging van 11 december
                        200 worden ingetrok-ken met ingang van de in het derde lid genoemde datum
                        van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft
                        op de belastbare feiten die zich voor die datum </al><al>hebben voorgedaan.</al><al/><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na die van
                        bekend-making.</al><al/><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2002.</al><al/><al>Deze verordening wordt aangehaald als</al><al><vet>“Verordening precariobelasting </vet><vet>2002”</vet></al><al/></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Vastgesteld in de openbare vergadering van</ondertekening><ondertekening>de raad van Leiderdorp op 10 december 2001,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>M.Zonnevylle</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de secretaris,</ondertekening><ondertekening>D.G.C. van der Spek (plv.)</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>