<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR358304_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden Opmeer 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Opmeer</dcterms:creator><dcterms:modified>2015-02-12</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Opmeer</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad d.d. 19-2-2015</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden Opmeer 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 95, artikel 96, eerste en tweede lid en art. 97</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-02-05</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-02-06</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2014-07-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2019-08-14</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>RVS nr. 1.62 d.d. 27-1-2015</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>VERORDENING RECHTSPOSITIE WETHOUDERS, RAADS- EN COMMISSIELEDEN</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Opmeer,</al><al/><al>gelet op de artikelen 95, 96, eerste en tweede lid en 97 en 147 van de
                        Gemeentewet, de artikelen 22, eerste lid, 23, eerste lid, 27a, vijfde lid,
                        van het Rechtspositiebesluit wethouders, en de artikelen 4, 7a, vierde lid,
                        13, tweede lid, 14, eerste lid van het Rechtspositiebesluit raads- en
                        commissieleden,</al><al/><al>besluit vast te stellen de </al><al/><al>Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden </al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>I</nr><titel>Algemene Bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="-"><al>commissie: commissie ingesteld op grond van de artikelen 82, 83
                                    of 84 van de Gemeentewet; </al></li><li nr="-"><al>commissielid: lid van een commissie, bedoeld in artikel 1,
                                    onderdeel e, van het Rechtspositiebesluit raads- en
                                    commissieleden. </al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>II</nr><titel>Voorzieningen voor raads- en commissieleden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Vergoeding voor de werkzaamheden voor raadsleden</titel></kop><al>Aan het raadslid wordt een vergoeding voor de werkzaamheden toegekend
                            die gelijk is aan het bedrag, vermeld in artikel 2, eerste lid, van het
                            Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden, zoals dit bedrag
                            jaarlijks door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
                            wordt herzien.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Vergoeding voor het bijwonen van commissievergaderingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan commissieleden wordt een vergoeding voor het bijwonen van de
                                vergaderingen van een commissie en haar subcommissies toegekend die
                                gelijk is aan het voor de van toepassing zijnde inwonersklasse
                                vastgestelde bedrag in tabel IV van het Rechtspositiebesluit raads-
                                en commissieleden. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid ontvangt geen vergoeding degene die
                                zitting heeft in een commissie uit hoofde van dan wel als
                                rechtstreeks uitvloeisel van een functie bij een instelling die
                                grotendeels van overheidswege wordt gesubsidieerd. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Reis- en verblijfkosten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan raadsleden worden de ten behoeve van de gemeente gemaakte reis-
                                en verblijfkosten in verband met reizen buiten het grondgebied van
                                de gemeente ter uitvoering van een beslissing van het
                                gemeentebestuur vergoed. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Aan commissieleden worden de reis- en verblijfkosten voor het
                                bijwonen van de vergaderingen van de commissie vergoed.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De vergoeding als bedoeld in het eerste en tweede lid is: </al><lijst><li nr="a."><al>Voor wat betreft de verblijfkosten gelijk aan het
                                        overeenkomstig in artikel 4, onderdeel c, van de Regeling
                                        rechtspositie wethouders bepaalde;</al></li><li nr="b."><al>Voor wat betreft de reiskosten gelijk aan het overeenkomstig
                                        in artikel 4, onderdeel a en b, van de Regeling
                                        rechtspositie wethouders bepaalde. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De reiskosten worden voor ten hoogste één vergadering per dag
                                vergoed.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid ontvangt geen vergoeding degene die
                                zitting heeft in een commissie uit hoofde van dan wel als
                                rechtstreeks uitvloeisel van een functie bij een instelling die
                                grotendeels van overheidswege wordt gesubsidieerd. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De reis- en verblijfkosten worden alleen vergoed als deze
                                gedeclareerd worden overeenkomstig de bepalingen in deze
                                verordening. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Buitenlandse excursie of reis</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De gemeenteraad kan een delegatie uit de gemeenteraad of een
                                raadscommissie toestemming verlenen voor een excursie of reis naar
                                het buitenland als deze door of vanwege de gemeente wordt
                                georganiseerd. De gemeenteraad kan aan de toestemming voorwaarden
                                verbinden. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De in redelijkheid gemaakte reis- en verblijfkosten komen voor
                                rekening van de gemeente. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Scholing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Raads- of commissieleden die aan scholing als bedoeld in artikel 13,
                                eerste lid van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden
                                willen deelnemen, die niet door of namens de gemeente wordt
                                aangeboden of verzorgd, dienen daartoe vooraf een gemotiveerde
                                aanvraag in bij de griffier. De kosten komen voor rekening van de
                                gemeente als deelname van belang is in verband met de vervulling van
                                het raads- of commissielidmaatschap en als het daarvoor in de
                                begroting vastgestelde budget toereikend is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De aanvraag bedoeld in het eerste lid gaat vergezeld van
                                inhoudelijke informatie en een kostenspecificatie. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Kosten van scholing die wordt georganiseerd door de
                                beroepsvereniging van raadsleden of door de Vereniging van
                                Nederlandse Gemeenten komen altijd voor vergoeding door de gemeente
                                in aanmerking als voldaan wordt aan de voorwaarden genoemd in het
                                eerste lid en voor zover het daarvoor bestemde budget toereikend is.
                            </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Aanvragen die niet overeenkomstig de bepalingen in deze verordening
                                worden ingediend, komen niet voor vergoeding in aanmerking. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>In voorkomende gevallen beslist de vergadering van
                                fractievoorzitters van alle in de raad vertegenwoordigde politieke
                                groeperingen (het presidium). </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Computer/tablet en internetverbinding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Raads- of commissieleden aan wie een computer/tablet in bruikleen
                                ter beschikking wordt gesteld, ondertekenen hiervoor een
                                bruikleenovereenkomst met de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vergoeding voor de aanleg- en abonnementskosten voor een
                                internetverbinding voor de computer/tablet bedoeld in dit artikel,
                                bedraagt ten hoogste € 10 per maand, waarbij alleen in aanmerking
                                komen de extra abonnementskosten die gemaakt worden voor een goede
                                vervulling van het raads- of commissielidmaatschap. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een aanvraag om een vergoeding als bedoeld in dit artikel wordt
                                gedaan bij de griffier en gaat vergezeld van de benodigde
                                bewijsstukken. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Werkkostenregeling</titel></kop><al>Gezien de Wet op de loonbelasting 1964 wijst de gemeente als
                                eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid,
                                onderdeel f, van die wet aan de vergoedingen en verstrekkingen als
                                bedoeld in artikel 13a van het Rechtspositiebesluit raads- en
                                commissieleden.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>III</nr><titel>Voorzieningen voor wethouders</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Reiskosten woon- en werkverkeer</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Er bestaat maximaal twee keer per dag recht op een enkele reis
                                vergoeding woon- werkverkeer. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De reiskosten als bedoeld in het eerste lid worden alleen vergoed
                                als deze gedeclareerd worden overeenkomstig de bepalingen in deze
                                verordening. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Wethouders hebben recht op een vergoeding van de kosten voor
                                woon-werkverkeer, overeenkomstig het bepaalde in artikel 3 van de
                                Regeling rechtspositie Wethouders. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Zakelijke reiskosten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Wethouders hebben recht op een vergoeding voor reis- en
                                verblijfkosten voor reizen gemaakt voor de uitoefening van het ambt
                                overeenkomstig het bepaalde in artikel 4 van de Regeling
                                rechtspositie Wethouders. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De reiskosten als bedoeld in het eerste lid worden alleen vergoed
                                als deze gedeclareerd worden overeenkomstig de bepalingen in deze
                                verordening. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Dienstauto</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Wethouders kunnen voor reizen ten behoeve van de gemeente gebruik
                                maken van een dienstauto met of zonder chauffeur. Onder dienstauto
                                wordt voor de toepassing van dit artikel mede verstaan een door de
                                gemeente ingehuurde auto. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De dienstauto met of zonder chauffeur kan door de wethouders ook
                                worden gebruikt voor het woon-werkverkeer en voor reizen ten behoeve
                                van nevenfuncties die de wethouders vervullen uit hoofde van het
                                ambt. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Als de wethouders gebruik maken van een dienstauto dan hebben zij
                                voor die reizen geen recht op een tegemoetkoming voor de reiskosten.
                            </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Als de wethouders voor reizen ten behoeve van het in het tweede lid
                                bedoelde nevenfuncties gebruik maken van de dienstauto en daarvoor
                                een vergoeding van reiskosten ontvangen, wordt die vergoeding in de
                                gemeentelijke kas gestort. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Buitenlandse dienstreis</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Als de wethouders in het gemeentelijk belang een reis buiten
                                Nederland maken worden de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke
                                reis- en verblijfkosten vergoed. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor een reis in het gemeentelijk belang buiten Nederland, niet
                                zijnde een reis naar een Europese instelling, is vooraf toestemming
                                van het college vereist. De gemeenteraad kan aan deze toestemming
                                voorwaarden verbinden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Computer/tablet en internetverbinding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De wethouders aan wie een computer/tablet in bruikleen ter
                                beschikking wordt gesteld, ondertekenen hiervoor een
                                bruikleenovereenkomst met de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vergoeding voor de aanleg- en abonnementskosten voor een
                                internetverbinding voor de computer/tablet bedraagt ten hoogste € 10
                                per maand, waarbij alleen in aanmerking komen de extra
                                abonnementskosten die gemaakt worden voor een goede vervulling van
                                het wethouderschap.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> Een aanvraag om een vergoeding als bedoeld in dit artikel wordt
                                gedaan bij de gemeentesecretaris en gaat vergezeld van de benodigde
                                bewijsstukken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Communicatieapparatuur</titel></kop><al>De wethouders aan wie communicatieapparatuur in bruikleen wordt
                                gesteld, tekenen hiervoor een bruikleenovereenkomst met de gemeente.
                            </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Reis- en pensionkosten en verhuiskosten bij benoeming</titel></kop><al>De wethouders die bij benoeming nog niet over woonruimte in de
                                gemeente beschikken hebben ten laste van de gemeente aanspraak op
                                vergoeding van: </al><lijst><li nr="a."><al>Reis- en pensionkosten overeenkomstig het bepaalde in
                                        artikel 1 van de Regeling rechtspositie wethouders, en</al></li><li nr="b."><al>Verhuiskosten in verband met de benoeming als wethouder
                                        overeenkomstig het bepaalde in artikel 2 van de Regeling
                                        rechtspositie wethouders. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Werkkostenregeling</titel></kop><al>Gezien de Wet op de loonbelasting 1964 wijst de gemeente als
                                eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid,
                                onderdeel f, van die wet aan de vergoedingen en verstrekkingen als
                                bedoeld in artikel 28a van het Rechtspositiebesluit wethouders.
                            </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>IV</nr><titel>De procedure van declaratie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Betaling vaste vergoedingen</titel></kop><al>De betaling van de vergoeding voor werkzaamheden, de bezoldiging voor
                            wethouders op grond van het Rechtspositiebesluit wethouders, de
                            onkostenvergoedingen en declaraties geschiedt maandelijks of in
                            maandelijkse termijnen als er sprake is van een vergoeding op jaarbasis
                            tenzij het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden, het
                            Rechtspositiebesluit wethouders of de Regeling rechtspositie wethouders
                            anders bepalen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Rechtstreekse facturering bij de gemeente</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Raads- en commissieleden en wethouders zorgen ten behoeve
                                        van het vergoeden van kosten voor rechtstreekse toezending
                                        van de factuur aan de gemeente. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Verantwoording van de vergoeding door het raadslid, het commissielid
                                respectievelijk de wethouder vindt plaats door een door het college
                                vastgesteld formulier volledig in te vullen en te ondertekenen.
                            </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Facturen komen alleen voor vergoeding in aanmerking als voldaan
                                wordt aan de bepalingen in deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het formulier wordt ter goedkeuring ingeidend bij de griffier,
                                respectievelijk de gemeentesecretaris, of een daartoe aangewezen
                                ambtenaar.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Declaratie van vooruitbetaalde kosten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De declaratie van de kosten die uit eigen middelen vooruit zijn
                                betaald en de vergoeding van reiskosten met de eigen auto vindt
                                plaats door gebruikmaking van een door het college vastgesteld
                                formulier. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het formulier wordt binnen twee maanden na betaling c.q. de datum
                                van de gemaakte rit volledig ingevuld en ondertekend door het raads-
                                of commissielid respectievelijk de wethouder en ter goedkeuring
                                ingediend bij de griffier, respectievelijk de gemeentesecretaris, of
                                een daartoe aangewezen ambtenaar, onder bijvoeging van de
                                bewijsstukken.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>V</nr><titel>Overgangsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Brutering vergoedingen</titel></kop><al>Als de gemeente toepassing geeft aan artikel 39c van de Wet op de
                            Loonbelasting 1964 zijn de artikelen 8 en 16 niet van toepassing en
                            worden artikel 16 van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden
                            en artikel 29b van het Rechtspositiebesluit wethouders toegepast. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>VI</nr><titel>Citeertitel en inwerkingtreding</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Intrekking oude regeling</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op 6 februari 2015. Daarmee
                                vervalt de eerder vastgestelde verordening van 5 juni 2014.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze regeling treedt in werking op 6 februari 2015 en werkt terug tot en
                            met 1 juli 2014.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 23 Citeertitel</label></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening rechtspositie
                            wethouders, raads- en commissieleden Opmeer 2015.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Vastgesteld in de openbare vergadering van de gemeenteraad van Opmeer
                        d.d. 5 februari 2015.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>M.C.G.M. de Vree-Bekker </ondertekening><ondertekening>Raadsgriffier</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>G.J.A.M. Nijpels</ondertekening><ondertekening> Raadsvoorzitter</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>