<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR357852_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Handhavingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ Opsterland 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Opsterland</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-09-11</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Opsterland</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Opsterland</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad, 2015, nr. 11380, 09-02-2015</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Handhavingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ Opsterland 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Participatiewet, art. 8b</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, art.35, lid 1, onderdeel c</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, art. 35, lid 1 onderdeel c</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 147, lid 1</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-01-12</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-02-09</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2015-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2014-47773</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze verordening treedt in werking met terugwerkende kracht per 1-1-2015.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Handhavingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ Opsterland 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de Gemeente Opsterland,</al><al>Gezien het advies van het CUMO van 12 november 2014;</al><al>Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d. 16 december
            2014;</al><al>Gelet op artikel 147, eerste lid van de Gemeentewet, artikel 8b van de
            Participatiewet en de artikelen 35, eerste lid, onderdeel c van de Wet
            inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers en
            de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen
            zelfstandigen;</al><al/><al>overwegende dat:</al><al/><al>- de gemeenteraad bij verordening regels stelt met betrekking tot het handhaven van
            verplichtingen verbonden aan het ontvangen van bijstand of uitkering;</al><al/><al>Besluit vast te stellen de: </al><al/><al>Handhavingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ Opsterland 2015</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>1. In deze verordening wordt verstaan onder:</al><al>a. Wet: de Participatiewet, de Wet Inkomensvoorziening Oudere en gedeeltelijk
              Arbeidsongeschikte werkloze Werknemers en de Wet Inkomensvoorziening Oudere en
              gedeeltelijk Arbeidsongeschikte gewezen Zelfstandigen.</al><al>b. Belanghebbende: de persoon die recht heeft of had op een uitkering op grond van
              de wet.</al><al>c. College: het college van burgemeester en wethouders van Opsterland.</al><al>d. Gemeente: gemeente Opsterland.</al><al>e. Handhaven: het bewerkstelligen dat de wet wordt nageleefd.</al><al>f. Fraude: het ten onrechte geheel of gedeeltelijk ontvangen van een uitkering door
              het verstrekken van onjuiste of onvolledige inlichtingen aan de gemeente.</al><al>g. Misbruik: het in strijd met de wettelijke voorschriften ontvangen van een
              uitkering of i nkomensvoorziening, waarbij het ten onrechte ontvangen aan de
              belanghebbende is te wijten.</al><al>h. Oneigenlijk gebruik: het ontvangen van een uitkering of inkomensvoorziening
              volgens de regels van de wet, maar in strijd met of tegen de bedoeling van die
              regels.</al><al>i. Benadelingsbedrag: het bedrag aan kosten van uitkeringen dan wel uitkeringen uit
              aanverwante regelingen, dat ten onrechte of tot een te hoog bedrag is verleend.</al><al>2. De begrippen die in de verordening worden gebruikt, hebben een gelijkluidende
              betekenis als de omschrijving in de Participatiewet, IOAW of IOAZ.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Opdracht aan het college</titel></kop><al>1. Het college zorgt voor een rechtmatige en doelmatige uitvoering van de wet,
              waaronder de bestrijding van fraude en tevens van misbruik en oneigenlijk gebruik van
              de wet.</al><al>2. Het college stelt een handhavingsplan vast waarin ten minste staat
              beschreven:</al><al>a. de wijze waarop het college informatie geeft over de rechten en plichten die zijn
              verbonden aan het ontvangen van een uitkering en over de consequenties van fraude,
              misbruik en oneigenlijk gebruik;</al><al>b. de maatregelen gericht op fraudepreventie;</al><al>c. de wijze van controle bij de aanvraag, de voortzetting en bij beëindiging van de
              uitkering;</al><al>d. de handelwijze bij inconsistenties, alsmede het gebruik van signaal- en
              risicosturing bij de beoordeling van het recht op uitkering;</al><al>e. de uitvoering van onderzoeken en bestandsvergelijkingen waarbij actuele gegevens
              worden gecontroleerd en vergeleken.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Boeten, recidive en maatregelen</titel></kop><al>1. Indien de belanghebbende onjuiste, onvolledige of in het geheel geen inlichtingen
              verstrekt die van belang zijn of kunnen zijn voor de bepaling van de hoogte, de duur
              en de voortzetting van de uitkering of de inkomensvoorziening, legt het college een
              boete op conform de wettelijke bepalingen.</al><al>2. Bij herhaling van de schending van de inlichtingenplicht (recidive), als bedoeld
              in de artikelen 8, lid 1, onder d en 60b van de Participatiewet, worden de bepalingen
              in de Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive toegepast.</al><al>3. Indien de belanghebbende gedragingen vertoont, waardoor algemeen geaccepteerde
              arbeid niet wordt behouden of één van de verplichtingen gericht op arbeidsinschakeling
              of tegenprestatie op grond van artikel 9, 9a, 18, lid 4 en 55 Participatiewet,
              respectievelijk artikel 37 en 38 IOAW of IOAZ, niet of onvoldoende worden nagekomen,
              een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan
              heeft getoond, als bedoeld in artikel 18, lid 2, Participatiewet of zich zeer ernstige
              misdraagt jegens de met de uitvoering van deze wet belaste personen en instanties
              tijdens het verrichten van hun werkzaamheden als bedoeld in artikel 9, lid 6
              Participatiewet, wordt overeenkomstig de Maatregelverordening een maatregel
              opgelegd.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Terugvordering en invordering</titel></kop><al>1. Het college vordert de kosten van bijstand en inkomensvoorziening terug conform
              de bepalingen in de Participatiewet, IOAW en IOAZ, voor zover zich hier geen andere
              wettelijke regeling tegen verzet.</al><al>2. Het college stelt nadere regels met betrekking tot de terug- en invordering van
              de bijstand en inkomensvoorziening vast in beleidsregels.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Verhaal</titel></kop><al>1. Het college verhaalt de kosten van bijstand conform de bepalingen in de wet.</al><al>2. Het college stelt nadere regels met betrekking tot verhaal van de bijstand vast
              in beleidsregels.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Aangifte Openbaar Ministerie</titel></kop><al>Indien een gedraging van een belanghebbende als bedoeld in artikel 4, lid 1 leidt
              tot benadeling van de gemeente, doet het college, onverminderd de mogelijkheid tot
              terugvordering, aangifte bij het Openbaar Ministerie, in overeenstemming met het door
              het Openbaar Ministerie op dit punt gehanteerde uitgangspunten.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Uitvoering, nadere beleidsregels, onvoorziene situaties en
                hardheidsclausule</titel></kop><al>1. De uitvoering van deze verordening berust bij het college.</al><al>2. Het college kan ten behoeve van de uitvoering van deze verordening nadere
              beleidsregels stellen.</al><al>3. In situaties waarin deze verordening niet voorziet, beslist het college.</al><al>4. Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de belanghebbende afwijken
              van de bepalingen in deze verordening, indien toepassing van de verordening tot
              onbillijkheden van overwegende aard leidt.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.Citeertitel,</nr><titel>inwerkingtreding en intrekking</titel></kop><al>1. Deze verordening kan worden aangehaald als “Handhavingsverordening
              Participatiewet, IOAW en IOAZ Opsterland 2015”.</al><al>2. Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2015 onder gelijktijdige
              intrekking van de Handhavingsverordening Werk en Inkomen Opsterland 2014.</al><al/><al/></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de Gemeente Opsterland van
            12 januari 2015.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening>De griffier, De voorzitter,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening>Ieke Zwart Ellen van Selm</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><bijlage/></regeling></body></cvdr>