<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR357781_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Wegsleepverordening gemeente Delft 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Delft</dcterms:creator><dcterms:modified>2015-03-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Delft</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2015-11026.html">Gemeenteblad, 6 februari 2015</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Wegsleepverordening gemeente Delft 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet art. 149;</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wegenverkeerswet, art.173 lid 2;</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Besluit wegslepen voertuigen</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-01-29</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-03-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2021-12-25</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Wegsleepverordening gemeente Delft 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Delft;</al><al>Gelezen het voorstel van het college van 16-12-2014;</al><al>Gezien het advies van de commissie Spoorzone, Verkeer en Ruimte;</al><al>Gelet op het bepaalde in artikel 149 Gemeentewet en artikel 173, tweede lid
                        van de Wegenverkeerswet 1994 en het Besluit wegslepen voertuigen.</al><al>overwegende dat het wenselijk is om in voorkomende gevallen op de weg
                        staande voertuigen te kunnen verwijderen, over te brengen en in bewaring te
                        stellen;</al><al>BESLUIT:</al><al>vast te stellen de volgende <vet>Wegsleepverordening gemeente Delft
                            2015</vet> onder gelijktijdige intrekking van de Wegsleepverordening
                        2004.</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>RVV 1990: het Reglement Verkeersregels en verkeerstekens 1990;</al></li><li nr="b."><al>Wet: de Wegenverkeerswet 1994;</al></li><li nr="c."><al>Besluit: het Besluit wegslepen van voertuigen op grond van artikel
                                173 van de Wet;</al></li><li nr="d."><al>Voertuig: hetgeen hieronder wordt verstaan in artikel 1,onder a1,
                                van het RVV 1990;</al></li><li nr="e."><al>Motorrijtuig: hetgeen hieronder wordt verstaan in artikel 1, eerste
                                lid onder c van de Wet;</al></li><li nr="f."><al>Het college: het college van burgemeester en wethouders van
                                Delft.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Aanwijzing van wegen en weggedeelten waar voertuigen kunnen worden
                            verwijderd, overgebracht en in bewaring gesteld.</titel></kop><al>Als wegen en weggedeelten, bedoeld in artikel 170, eerste lid, onder c, van
                        de Wet worden aangewezen alle wegen en weggedeelten binnen de gemeente Delft
                        voor zover die behoren tot een van de in artikel 2 van het Besluit bedoelde
                        soorten van wegen en weggedeelten. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Plaats bewaring voertuigen en openingstijden.</titel></kop><al>Als plaats van bewaring van voertuigen wordt aangewezen:</al><lijst><li nr="1."><al>De bedrijfslocatie van het sleepbedrijf aan de Vrij-Harnaschweg 118
                                te Den Hoorn en in noodgevallen: de Staalweg.</al></li><li nr="2."><al>De openingstijden van het in het eerste lid bedoelde bewaarplaatsen
                                worden door het college vastgesteld.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Kosten overbrengen en bewaren voertuigen.</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De kosten voor het overbrengen van een voertuig (uitgezonderd
                                voertuigen waarvan de totaalmassa hoger is dan 3,5 ton) naar de
                                bewaarplaats en de uitgifte bedragen:</al><lijst><li nr="a."><al>Basistarief/voorrijkosten € 39,50.</al></li><li nr="b."><al>Slepen € 205,00.</al></li><li nr="c."><al>Bewaarkosten € 17,00 per dag (toeslag bij ophalen volgende
                                        dag € 25,00).</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De kosten voor het overbrengen van een voertuig waarvan de
                                totaalmassa hoger is dan 3,5 ton naar de bewaarplaats en de uitgifte
                                bedragen:</al><lijst><li nr="a."><al>Basistarief/voorrijkosten € 39,50.</al></li><li nr="b."><al>Slepen € 297,50.</al></li><li nr="c."><al>Bewaarkosten € 17,00 per dag (toeslag bij ophalen volgende
                                        dag € 25,00).</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>De kosten voor het overbrengen van snorscooter en bromscooter naar
                                de bewaarplaats en de uitgifte bedragen:</al><lijst><li nr="a."><al>Basistarief/voorrijkosten € 30,-.</al></li><li nr="b."><al>Slepen € 35,-.</al></li><li nr="c."><al>Bewaarkosten € 2,50 per dag ( € 15,- toeslag voor uitgifte
                                        in het weekend en in de avond- en nachturen).</al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr="4."><al>Alle in de vorige leden van dit artikel genoemde bedragen zijn
                                exclusief BTW. De bedragen zijn gebaseerd op prijspeil 2014 en
                                worden jaarlijks per 1 januari aan de hand van het consumentenprijs
                                indexcijfer verhoogd. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Overbrengen en in bewaring stellen van motorrijtuigen in het geval
                            van onvoldoende rijgeschiktheid of rijvaardigheid dan wel het ontbreken
                            van een behoorlijk zichtbare kentekenplaat.</titel></kop><al>Wanneer gebruik wordt gemaakt van de bevoegdheid, zoals bedoeld in artikel
                        130, vierde lid, 164, zevende lid, en 174, eerste lid van de wet, zijn
                        artikel 1,3 en 4 van deze verordening overeenkomstig van toepassing. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Inwerkingtreding.</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op 1 maart 2015.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.Citeertitel</nr></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: “Wegsleepverordening gemeente Delft
                        2015”.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 29 januari 2015.</ondertekening><ondertekening>mr. drs. G.A.A. Verkerk ,burgemeester.</ondertekening><ondertekening>A.P. Oostdijk ,wnd.griffier.</ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><kop><label>Bijlage</label><nr>1.</nr><titel>Toelichting op de Wegsleepverordening gemeente Delft
                        2014</titel></kop><tussenkop>A. Veiligheid op de weg en vrijheid van het verkeer </tussenkop><al/><al>Als gevallen waarin verwijdering, overbrenging en inbewaringstelling van
                    voertuigen in het belang van de veiligheid op de weg en de vrijheid van het
                    verkeer (zie artikel 170, 1e lid, aanhef en onder a. en b. WVW 1994)
                    noodzakelijk kunnen zijn, kunnen worden genoemd:</al><al/><al>Plaats op de weg </al><al/><al>a.een voertuig is tot stilstand gebracht op een trottoir, voetpad of fietspad,
                    tenzij het een fiets, bromfiets of invalidenvoertuig betreft (zie artikel 10 en
                    artikel 5 tot en met 7 RVV 1990).</al><al/><al>Laten stilstaan </al><al/><lijst><li nr="1."><al>een voertuig is tot stilstand gebracht:</al></li><li nr="1."><al>op een kruispunt, rotonde of een overweg;</al></li><li nr="2."><al>op een fietsstrook of de rijbaan langs een fietsstrook;</al></li><li nr="3."><al>op een oversteekplaats of binnen een afstand van 5 meter daarvan;</al></li><li nr="4."><al>in een tunnel;</al></li><li nr="5."><al>bij een bord bushalte (eventueel: ook tramhalte) ter hoogte van de
                            geblokte markering of, indien die markering niet is aangebracht, op een
                            afstand van minder dan 12 meter van het bord, tenzij het stilstaan dient
                            voor het onmiddellijk laten in- en uitstappen van passagiers;</al></li><li nr="6."><al>op de rijbaan langs een busstrook;</al></li><li nr="7."><al>op een busbaan of een busstrook met uitzondering van een lijnbus;</al></li><li nr="8."><al>langs een gele doorgetrokken streep of in strijd met bord E2 van bijlage
                            1 RVV 1990;- op de rijbaan, inclusief de invoeg- en uitrijstrook, van
                            een autosnelweg of autoweg, of behoudens in noodgevallen – op de
                            vluchtstrook, de vluchthaven of de berm van zo’n weg. (Zie artikel 23,
                            43, tweede lid, en 81 RVV 1990 en bord E2 van bijlage 1 bij het RVV
                            1990.)</al></li></lijst><al>Parkeren </al><al/><lijst><li nr="1."><al>een voertuig is geparkeerd:</al></li><li nr="1."><al>bij een kruispunt op een afstand van minder dan 5 meter daarvan;</al></li><li nr="2."><al>voor een inrit of een uitrit;</al></li><li nr="3."><al>buiten de bebouwde kom op de rijbaan van een voorrangsweg;</al></li><li nr="4."><al>langs een gele onderbroken streep of in strijd met bord E1 van bijlage 1
                            RVV 1990; </al></li><li nr="5."><al>op een wijze waardoor er sprake is van dubbel parkeren;</al></li><li nr="6."><al>binnen een erf, waarbij – voorzover het een motorvoertuig betreft – geen
                            gebruik is gemaakt van de parkeerplaatsen die als zodanig zijn aangeduid
                            of aangewezen;</al></li><li nr="7."><al>op een weg waarvoor een geslotenverklaring geldt;</al></li><li nr="8."><al>zonder dat de voorgeschreven voertuigverlichting in werking is
                            gesteld;</al><al/></li></lijst><al>(Zie artikel 24, 25, 38 e.v. en 46 RVV 1990 en bord E1 van bijlage 1 bij het RVV
                    1990.)</al><al/><al>Bevel of aanwijzing </al><al/><al>1.een voertuig is tot stilstand gebracht in strijd met een bevel of een
                    aanwijzing, gegeven door een daartoe bevoegd en als zodanig kenbare ambtenaar of
                    ander persoon;</al><al/><al>(Zie artikel 82 RVV 1990.)</al><al/><al>Gevaarlijk of hinderlijk gedrag </al><al/><al>1.een voertuig is overigens zodanig tot stilstand gebracht of geparkeerd dat
                    gevaar op de weg wordt of kan worden veroorzaakt of dat het verkeer op de weg
                    wordt of kan worden gehinderd.</al><al/><al>(Zie artikel 5 WVW 1994, het zogenaamde kapstokartikel.)</al><al/><tussenkop>B. Vrijhouden van aangewezen weggedeelten en wegen </tussenkop><al/><al>Verwijdering, overbrenging en inbewaringstelling van voertuigen in het belang
                    van het vrijhouden van aangewezen weggedeelten en wegen (zie artikel 170, 1e
                    lid, aanhef en onder c. WVW 1994 en artikel 2 van het Besluit wegslepen van
                    voertuigen) kunnen noodzakelijk zijn in het geval dat een voertuig geparkeerd is
                    op:</al><lijst><li nr="a."><al>wegen en weggedeelten waar door middel van bord E 1 van bijlage 1 bij
                            het RVV 1990 of door middel van een gele onderbroken streep als bedoeld
                            in artikel 24, eerste lid, onderdeel e, van het RVV 1990 wordt
                            aangegeven dat ter plaatse een parkeerverbod geldt;</al></li><li nr="b."><al>wegen en weggedeelten waar door middel van bord E 2 van bijlage 1 bij
                            het RVV 1990 of door middel van een gele doorgetrokken streep als
                            bedoeld in artikel 23, eerste lid, onderdeel g, van het RVV 1990 wordt
                            aangegeven dat ter plaatse een verbod stil te staan geldt;</al></li><li nr="c."><al>parkeergelegenheden, aangeduid door bord E4 van bijlage 1 bij het RVV
                            1990, voorzover:</al><lijst><li nr="1."><al>het voertuig niet behoort tot de toegelaten categorie of groep
                                    voertuigen of</al></li><li nr="2."><al>het voertuig op een andere dan de aangegeven wijze is geparkeerd
                                    of</al></li><li nr="3."><al>het voertuig op andere dagen of uren dan aangegeven is
                                    geparkeerd;</al></li></lijst></li><li nr="d."><al>taxistandplaatsen, aangeduid door bord E5 van bijlage 1 bij het RVV 1990
                            tenzij het parkeren gebeurt met een taxi;</al></li><li nr="e."><al>parkeerplaatsen voor gehandicapten, aangeduid door bord E6 van bijlage 1
                            bij het RVV 1990 ;</al><lijst><li nr="1."><al>tenzij het parkeren gebeurt met een gehandicaptenvoertuig</al></li><li nr="2."><al>tenzij gebruik gemaakt wordt van een geldige en duidelijk
                                    zichtbaar aangebrachte gehandicaptenparkeerkaart</al></li><li nr="3."><al>die gereserveerd is voor een bepaald voertuig, tenzij het
                                    parkeren gebeurt met dat voertuig. </al></li></lijst></li><li nr="f."><al>gelegenheden voor het onmiddellijk laden en lossen of in- en uitstappen,
                            aangeduid door bord E7 van bijlage 1 bij het RVV 1990 tenzij men bezig
                            is met het laden en lossen of in- en uitstappen;</al></li><li nr="g."><al>parkeergelegenheden voor een categorie of groep voertuigen, aangeduid
                            door bord E8 van bijlage 1 bij het RVV 1990 voorzover het voertuig niet
                            behoort tot de toegelaten categorie of groep voertuigen;</al></li><li nr="h."><al>parkeergelegenheden voor vergunninghouders, aangeduid door bord E9 van
                            bijlage 1 bij het RVV 1990 tenzij het parkeren gebeurt met het voertuig
                            waarvoor een parkeervergunning is afgegeven;</al></li><li nr="i."><al>voetgangersgebieden, aangeduid door bord G7 of door bord C1 van bijlage
                            1 bij het RVV 1990.</al><al/></li></lijst></bijlage><nota-toelichting><kop><titel>TOELICHTING</titel></kop><al/><tussenkop>ALGEMENE TOELICHTING</tussenkop><al>Op 1 januari 2002 is de Wet van 21 februari 1997, houdende de wijziging van de
                    Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994), ook wel de wijziging van de wegsleepregeling
                    genoemd, en het bijbehorende Besluit wegslepen van voertuigen in werking
                    getreden. Artikel 170 tot en met 173 WVW 1994 zijn geheel vervangen door nieuwe
                    bepalingen. De wijzigingswet is bij de Invoeringswet van de derde tranche van de
                    Algemene wet bestuursrecht (Awb), deel II, nog aangepast in verband met de
                    overgang van de bepalingen over de uitvoering van bestuursdwang uit de
                    Gemeentewet naar de Awb. Kort samengevat houden de wijzigingen in de
                    wegsleepregeling voor gemeenten het volgende in.</al><al/><al>Bevoegdheid tot het wegslepen van voertuigen </al><al>Het uitvoeren van de wegsleepregeling is geen bevoegdheid meer van de
                    burgemeester, maar van het gehele college van burgemeester en wethouders. Het
                    wegslepen van een voertuig moet worden gezien als een bijzondere vorm van
                    bestuursdwang. In de Awb zijn algemene regels gesteld over de toepassing van
                    bestuursdwang. Deze regels zijn voor een groot deel ook van toepassing op het
                    wegslepen van voertuigen. In de WVW 1994 wordt een aantal bepalingen uit de Awb
                    niet van toepassing verklaard. Tegen besluiten tot het wegslepen van voertuigen
                    staat op grond van de Awb bezwaar en vervolgens beroep open.</al><al/><al>Uitgebreide werking </al><al>Op grond van de oude (lees steeds: huidige) WVW 1994 mochten op de weg staande
                    voertuigen alleen worden weggesleept in het belang van de veiligheid op de weg,
                    de vrijheid van het verkeer of het vrijhouden van gehandicaptenparkeerplaatsen.
                    Op grond van de herziene regeling in de WVW 1994 en het daarop gebaseerde
                    Besluit wegslepen van voertuigen is het laatstgenoemde criterium uitgebreid.
                    Zowel de VNG als een aantal grote(re) gemeenten hebben hier sterk op
                    aangedrongen bij zowel het ministerie van Verkeer en Waterstaat als de Tweede
                    Kamer. Er zijn immers meer locaties denkbaar waar fout parkeren als zeer
                    hinderlijk wordt ervaren zonder dat de veiligheid op de weg of de vrijheid van
                    het verkeer direct in het geding is. Direct optreden tegen dergelijke fout
                    geparkeerde voertuigen kan in bepaalde gevallen zeer wenselijk zijn. Hierbij kan
                    worden gedacht aan het onbevoegd parkeren op laad- en loshavens,
                    taxistandplaatsen, marktterreinen, voetgangersgebieden en dergelijke. Deze wegen
                    en weggedeelten moeten eerst nader worden aangewezen in een gemeentelijke
                    verordening voordat gemeenten gebruik kunnen maken van deze bevoegdheid. In
                    zowel de oude als de nieuwe regeling geldt dat een voertuig niet zonder meer kan
                    worden weggesleept wanneer aan een van de genoemde criteria wordt voldaan.
                    Degene die met de uitvoering van de wegsleepregeling is belast, dient per geval
                    na te gaan of in dat specifieke geval het wegslepen van het desbetreffende
                    voertuig absoluut noodzakelijk is. Het wegslepen van een voertuig dat om 4.00
                    uur ‘s nachts in strijd met een van de genoemde criteria is geparkeerd, zal
                    doorgaans als niet of minder urgent moeten worden beschouwd. In zo’n geval kan
                    het opmaken van een proces-verbaal door een opsporingsambtenaar doorgaans
                    volstaan.</al><al/><al>Verhouding Wet-Mulder en bestuursdwang </al><al>Wanneer een voertuig fout geparkeerd staat en wegsleepwaardig is, zijn er in
                    principe twee naast elkaar bestaande manieren om hiertegen op te treden.
                    Allereerst door politie en justitie op grond van de Wet
                    administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wet-Mulder) via het
                    opmaken van een proces-verbaal. Daarnaast door het uitvoeren van bestuursdwang
                    (lees: het laten wegslepen en bewaren van dat voertuig) door het college van
                    burgemeester en wethouders. In de oude wegsleepregeling bestond er een
                    onlosmakelijk verband tussen beide vormen van optreden. Voordat tot het
                    wegslepen van een voertuig kon worden overgegaan, moest altijd eerst een
                    proces-verbaal op grond van de Wet-Mulder worden opgemaakt. Indien het
                    desbetreffende proces-verbaal werd geseponeerd of wanneer vrijspraak of ontslag
                    van rechtsvervolging door de rechter volgde, dienden ook de kosten van het
                    wegslepen en bewaren van het voertuig te worden terugbetaald. In de nieuwe
                    wegsleepregeling wordt deze koppeling losgelaten. Het opmaken van een
                    proces-verbaal op grond van de Wet-Mulder, voordat tot het wegslepen van een
                    voertuig kan worden overgegaan, is niet meer vereist, maar kan nog steeds wel
                    samengaan. Opgemerkt wordt dat het wel noodzakelijk is om de geconstateerde
                    parkeerovertreding zo goed mogelijk vast te leggen wanneer alleen gebruik wordt
                    gemaakt van de bestuursdwangbevoegdheid. Voor eventuele latere bezwaar- en
                    beroepsprocedures op grond van de Awb is het verstandig de geconstateerde
                    parkeerovertreding zo goed mogelijk vast te leggen in een schriftelijk document
                    en bij voorkeur vergezeld te laten gaan van een foto die de feitelijke situatie
                    weergeeft. Een eventueel sepot, vrijspraak of ontslag van rechtsvervolging door
                    justitie, respectievelijk de rechter naar aanleiding van een proces-verbaal is
                    niet zonder meer een reden om ook de kosten van de bestuursdwang terug te
                    betalen. Het college van burgemeester en wethouders maakt in een eventuele
                    bezwaarprocedure een zelfstandige afweging.</al><al/><al>Verordening </al><al>In artikel 170 e.v. WVW 1994 is het kader aangegeven waarbinnen het college van
                    burgemeester en wethouders gebruik kan maken van zijn bevoegdheid tot het
                    wegslepen van voertuigen. Hoewel de bevoegdheid tot het wegslepen van voertuigen
                    in de wet is neergelegd, kan het college pas goed van deze bevoegdheid
                    gebruikmaken wanneer de gemeenteraad in een verordening nadere regels heeft
                    gesteld over de toepassing van deze bevoegdheid, zoals in artikel 173, tweede
                    lid van de wet wordt voorgeschreven. In deze verordening dienen in elk geval
                    regels te worden gesteld over:</al><lijst><li nr="1."><al>de aanwijzing van de plaats(en) waar de weggesleepte voertuigen worden
                            bewaard;</al></li><li nr="2."><al>de berekening van de kosten die verbonden zijn aan de uitvoering van het
                            wegslepen en bewaren van voertuigen;</al></li><li nr="3."><al>de eventuele aanwijzing van wegen en weggedeelten waar op grond van
                            artikel 170, eerste lid, onder c WVW 1994 voertuigen mogen worden
                            weggesleept.</al></li></lijst><al>Aangezien in artikel 173, tweede lid van de wet wordt aangegeven dat de nadere
                    regels bij gemeentelijke verordening moeten worden gesteld, kunnen de hiervoor
                    genoemde onderwerpen niet worden gedelegeerd aan het college van burgemeester en
                    wethouders. De uitwerking van de nadere regels van de verordening kan wel door
                    het college van burgemeester en wethouders geschieden. (bijvoorbeeld door middel
                    van beleidsregels). Met de vaststelling van de wegsleepverordening wordt het
                    mogelijk gemaakt de gewijzigde WVW 1994 en het bijbehorende Besluit wegslepen
                    van voertuigen toe te passen in Delft.</al><al>De wegsleepregeling biedt een effectief middel om het parkeerbeleid af te
                    dwingen, de opbouw van de warenmarkten veilig te stellen en efficiënt op te
                    treden waar het uit oogpunt van parkeerbeleid nodig is. De regiopolitie of de
                    controleurs Openbare Ruimte van de sector Toezicht Openbare Ruimte dienen de
                    sleepwaardigheid vast te stellen en zelfstandig opdracht te geven tot wegslepen.
                    De controleurs Openbare Ruimte controleren geparkeerde auto’s alleen in gebieden
                    waar het parkeren gereguleerd is.</al><al>De bedrijfstijden van de sector Toezicht Openbare Ruimte zijn bijna geheel
                    gelijk aan de controletijden namelijk maandag tot en met zaterdag van 9:00 uur
                    tot 22:00 uur en op zondag van 9:00 uur tot 17:30 uur. Voor wat het wegslepen
                    betreft zal de prioriteit gelegen zijn in de diverse gereguleerde gebieden en
                    dan alleen tijdens deze controletijden. Met de regiopolitie zullen afspraken
                    gemaakt worden met betrekking tot de uitvoering. Onder deze verordening vallen
                    niet de navolgende wegslepingen:</al><lijst><li nr="1."><al>Wegslepen na aanrijdingen bij Incident Management op autosnelwegen;</al></li><li nr="2."><al>Gerechtelijk wegslepen;</al></li><li nr="3."><al>Fiscaal wegslepen</al><al/></li></lijst><al>Wegsleepwaardige overtredingen </al><al>Zoals hiervoor reeds aangegeven mochten op grond van de bepalingen uit de oude
                    WVW 1994 op de weg staande voertuigen alleen worden weggesleept in het belang
                    van de veiligheid op de weg, de vrijheid van het verkeer of het vrijhouden van
                    invalidenparkeerplaatsen. In vele bestaande wegsleepregelingen van burgemeesters
                    is concreet aangegeven in welke gevallen er sprake kan zijn van een
                    wegsleepwaardige overtreding. Hiervoor is vaak aansluiting gezocht bij de
                    delictsomschrijvingen uit de WVW 1994 of het RVV 1990. Zo’n aanpak kan uit
                    praktisch oogpunt wellicht wenselijk zijn omdat degene die met de uitvoering van
                    de wegsleepregeling is belast, direct uit de regeling kan afleiden of een
                    voertuig mag worden weggesleept. Toch hebben wij gemeend bij het opstellen van
                    een wegsleepverordening voor een andere aanpak te moeten kiezen. Enerzijds omdat
                    een gemeente zichzelf nodeloos beperkingen kan opleggen wanneer in de
                    verordening zelf concreet wordt aangegeven welke wegsleepwaardige overtredingen
                    worden onderscheiden. Op grond van het nieuwe artikel 170, eerste lid WVW 1994
                    kunnen immers voertuigen waarmee én een verkeersregel wordt overtreden én
                    waarvan de verwijdering noodzakelijk is in verband met het belang van:</al><lijst><li nr="a."><al>de veiligheid op de weg of</al></li><li nr="b."><al>de vrijheid van het verkeer of</al></li><li nr="c."><al>het vrijhouden van aangewezen weggedeelten en wegen</al></li></lijst><al>zonder meer worden weggesleept. Anderzijds omdat het gevaar bestaat dat de
                    delictsomschrijvingen uit de wegenverkeerswetgeving en de wegsleepverordening
                    niet naadloos op elkaar aansluiten. Wanneer dit het geval is, bestaat er de kans
                    dat de gemeente in eventuele bezwaar- en beroepsprocedures om formele redenen in
                    het ongelijk wordt gesteld. Daarnaast geldt uiteraard ook dat zaken niet dubbel
                    moeten worden geregeld. Bovendien zou bij elke wijziging in de desbetreffende
                    onderdelen van de wegenverkeerswetgeving ook de wegsleepverordening moeten
                    worden aangepast. Om die redenen hebben wij ervoor gekozen om de
                    delictsomschrijvingen niet in de verordening op te nemen, maar te volstaan met
                    een wegsleepverordening waarin alleen zaken zijn geregeld die gemeenten
                    aanvullend moeten en kunnen regelen. Om toch enig houvast te bieden bij de
                    toepassing van de wegsleepverordening hebben wij in een bijlage bij deze
                    toelichting aangegeven in welke concrete gevallen er sprake kan zijn van een
                    wegsleepwaardige overtreding van de wegenverkeerswetgeving. Tot slot wijzen wij
                    nog op het bepaalde in artikel 170, zesde lid WVW 1994. Hierin wordt bepaald dat
                    een voertuig niet kan worden weggesleept indien de rechthebbende het voertuig
                    verwijdert voordat met de overbrenging wordt begonnen. In de wet wordt niet
                    expliciet aangegeven wanneer met de overbrenging wordt begonnen. In de
                    dagelijkse praktijk wordt ervan uitgegaan dat pas met de overbrenging wordt
                    begonnen wanneer het voertuig zich in de takels van het wegsleepvoertuig
                    bevindt. Indien de rechthebbende zich eerder bij zijn voertuig meldt, mag het
                    voertuig niet meer worden weggesleept. Wel zal de rechthebbende alle aan de
                    voorbereiding van de overbrenging verbonden kosten dienen te vergoeden, waarbij
                    met name kan worden gedacht aan de voorrijkosten van het sleepvoertuig en
                    administratieve kosten.</al></nota-toelichting><nota-toelichting><kop><titel>ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING</titel></kop><al/><al>Artikel 1. Begripsomschrijvingen</al><al>Toelichting </al><al>In deze bepaling is een aantal begrippen omschreven dat diverse malen in deze
                    verordening terugkomt. De omschrijving van deze begrippen spreekt voor zich.
                    Veelal wordt verwezen naar definities uit bestaande wetgeving.</al><al/><al>Ad d. voertuig </al><al>Het begrip ‘voertuig’, zoals in artikel 1, onder al RVV 1990 is omschreven, is
                    ruim. Hieronder vallen niet alleen motorvoertuigen, maar ook fietsen en
                    bromfietsen, invalidenvoertuigen, trams en wagens. Al deze voertuigen vallen
                    derhalve onder de werking van deze wegsleepverordening. Ook in de APV is een
                    bepaling opgenomen over de verwijdering van fietsen en bromfietsen van de
                    openbare weg. Deze bepaling is aanvullend op wat de wegenverkeers-wetgeving
                    beoogt te regelen. In APV spelen namelijk andere belangen een rol, zoals de
                    openbare orde en veiligheid, het uiterlijk aanzien en de openbare
                    gezondheid.</al><al/><al>Ad e. Motorrijtuig </al><al>Het begrip ‘motorrijtuig’ is apart omschreven omdat artikel 4 van de
                    wegsleepverordening alleen betrekking heeft op dit soort voertuigen.</al><al/><al>Artikel 2</al><al>Toelichting </al><al/><al>Zoals hiervoor in het algemene deel van de toelichting is gememoreerd, is de
                    bevoegdheid tot het wegslepen van voertuigen in de wet zelf geregeld. Voor het
                    wegslepen van voertuigen in het belang van de veiligheid op de weg of de
                    vrijheid van het verkeer hoeven geen wegen en weggedeelten te worden aangewezen.
                    Van deze bevoegdheid kan op alle wegen en weggedeelten binnen de gemeente
                    gebruik worden gemaakt. Voor het wegslepen van voertuigen in het belang van het
                    vrijhouden van wegen en weggedeelten kunnen op grond van artikel 170, eerste
                    lid, aanhef en onder c, en artikel 173, tweede lid, aanhef en onder c WVW 1994
                    bij gemeentelijke verordening wegen en weggedeelten worden aangewezen. In
                    artikel 2 van het Besluit wegslepen van voertuigen is nader aangegeven om welke
                    soorten van wegen en weggedeelten het kan gaan, zoals onder andere
                    gehandicaptenparkeerplaatsen, taxistandplaatsen, laad- en loshavens,
                    parkeerplaatsen voor vergunninghouders, voetgangersgebieden en dergelijke. Het
                    is aan de gemeenteraad om in deze wegsleepverordening de wegen en weggedeelten
                    aan te wijzen waar het college van burgemeester en wethouders van deze
                    bevoegdheid gebruik kan maken. In de tekst van de verordening is de ruimste
                    variant opgenomen: alle wegen en weggedeelten binnen de gemeente zijn
                    aangewezen. Kortom, een voertuig kan in het belang van het vrijhouden van wegen
                    en weggedeelten slechts worden weggesleept wanneer deze wegen en weggedeelten én
                    behoren tot de soorten van wegen en weggedeelten, zoals bedoeld in artikel 2 van
                    het Besluit wegslepen van voertuigen, én zijn aangewezen in de
                    wegsleepverordening. Voor de volledigheid wordt nog eens opgemerkt dat een
                    parkeerovertreding, zoals in deze bepaling bedoeld, op zich niet zonder meer
                    voldoende is om over te gaan tot het wegslepen en in bewaring stellen van een
                    voertuig. Per geval zal tevens moeten worden beoordeeld of de specifieke
                    parkeerovertreding het wegslepen en in bewaring stellen van het desbetreffende
                    voertuig ook rechtvaardigt. Indien bijvoorbeeld een voertuig midden in de nacht
                    op een laad- en loshaven wordt geparkeerd terwijl alle winkels en bedrijven
                    dicht zijn, zal het normaal gesproken niet weggesleept mogen worden. Het
                    voertuig zal doorgaans pas mogen worden weggesleept wanneer de winkels en
                    bedrijven weer opengaan of enige tijd daarvoor.</al><al/><al>Artikel 3. Plaats van bewaring voertuigen en openingstijden</al><al>Toelichting </al><al>De inhoud van de bepaling spreekt voor zich. Vanwege de redactie van artikel
                    173, tweede lid WVW 1994 moet de plaats van bewaring van voertuigen door de
                    gemeenteraad worden aangewezen. Delegatie aan het college van burgemeester en
                    wethouders is niet mogelijk.</al><al>In onvoorziene omstandigheden is het denkbaar dat de burgemeester op grond van
                    zijn bijzondere bevoegdheden ter handhaving van de openbare orde tijdelijk ook
                    andere terreinen aanwijst als plaats van bewaring van voertuigen. De locatie van
                    de bewaarplaats is goed bereikbaar met het openbaar vervoer. De openingstijden
                    van de bewaarplaats zijn ook in dit artikel vastgesteld. De openingstijden
                    worden door het college vastgesteld.</al><al/><al>Artikel 4.Kosten overbrengen en bewaren voertuigen</al><al/><al>Toelichting </al><al>In artikel 13 tot en met 15 van het Besluit wegslepen van voertuigen is geregeld
                    welke soorten van kosten die verbonden zijn aan het wegslepen en in bewaring
                    stellen van voertuigen, in rekening kunnen worden gebracht. Het gaat hierbij
                    niet alleen om personele en materiële kosten die direct verband houden met het
                    wegslepen en in bewaring stellen van voertuigen, maar ook om kosten die
                    verbonden zijn aan bekendmaking van beschikkingen, verkoop, eigendomsoverdracht
                    om niet of vernietiging van voertuigen, inclusief de taxatie van deze
                    voertuigen, renteverlies, WA-verzekering en dergelijke. In de
                    wegsleepverordening hoeven deze kostencomponenten niet allemaal inzichtelijk te
                    worden gemaakt. Volstaan kan worden met een uitsplitsing van de kosten die
                    verbonden zijn aan het wegslepen van voertuigen enerzijds en de bewaring van
                    deze voertuigen anderzijds. Uiteraard dienen de opgenomen kosten wel in
                    overeenstemming te zijn met de genoemde kostencomponenten. De gemeente dient
                    uiteraard wel voor zichzelf en eventueel derden inzicht te hebben in de wijze
                    waarop de genoemde kosten zijn berekend. Deze berekening zal ook in eventuele
                    bezwaar- en beroepsprocedures de gerechtelijke toets moeten kunnen doorstaan. In
                    dit artikel wordt het begrip ‘etmaal’ gebruikt. Het etmaal, zoals hier bedoeld,
                    begint op het moment van in bewaring nemen van een voertuig en eindigt 24 uur
                    later.</al><al/><al>Artikel 5. Overbrengen en in bewaring stellen van motorvoertuigen in het geval
                    van onvoldoende rijgeschiktheid of rijvaardigheid dan wel ontbreken van een
                    behoorlijke kentekenplaat</al><al>Toelichting </al><al>Naast de in artikel 170, eerste lid WVW 1994 bedoelde gevallen zijn in deze wet
                    nog twee gevallen genoemd, waarin het noodzakelijk kan zijn om een voertuig te
                    laten wegslepen en in bewaring te laten stellen. Achtereenvolgens wordt hier
                    gedoeld op:</al><lijst><li nr="1."><al>het niet afgeven van het rijbewijs, wanneer dit is ingevorderd, omdat
                            iemand zijn/haar motorrijtuig heeft bestuurd terwijl hij/zij onder
                            invloed was van drogerende stoffen of alcohol en dergelijke (zie artikel
                            130 en 164 WVW 1994);</al></li><li nr="2."><al>de situatie dat een motorrijtuig niet beschikt over een behoorlijk
                            zichtbare kentekenplaat terwijl de eigenaar of houder van dat
                            motorrijtuig niet direct te achterhalen is. Hierbij kan bijvoorbeeld
                            worden gedacht aan voertuigwrakken die geen kenteken meer hebben of aan
                            situaties dat er sprake kan zijn van het ‘knoeien’ met kentekens in
                            geval van autodiefstal.</al></li></lijst><al>Wanneer in dit soort gevallen een voertuig moet worden weggesleept en in
                    bewaring genomen, is er geen sprake van uitoefening van bestuursdwang. Artikel
                    170, eerste lid WVW 1994, waarin de bestuursdwangbevoegdheid is geregeld, is dan
                    ook niet van toepassing verklaard in de genoemde gevallen. In feite gaat het om
                    een vorm van inbeslagname van goederen die ook in het strafrecht voorkomt. Wel
                    heeft de wetgever voor deze gevallen diverse bepalingen uit hoofdstuk X.
                    Bestuursdwang van de WVW 1994 (artikel 170 e.v.) van overeenkomstige toepassing
                    verklaard. Het is raadzaam om ook in de wegsleepverordening de artikelen over de
                    bewaarplaats(en) van voertuigen en openingstijden (artikel 3) en de kosten van
                    overbrengen en bewaren van voertuigen (artikel 4) voor deze gevallen van
                    overeenkomstige toepassing te verklaren.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>