<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd" xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance"><meta><owmskern><dcterms:identifier>357595_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening loonkostensubsidie Participatiewet Zaanstad 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Zaanstad</dcterms:creator><dcterms:modified>2015-02-06</dcterms:modified></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad 2015, nr. 12769</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening loonkostensubsidie Participatiewet 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Artikel 6, tweede lid, van de Participatiewet</dcterms:source><dcterms:issued>2015-01-22</dcterms:issued><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-02-13</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2015-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-03-27</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2014/264010</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule><vet>Verordening loonkostensubsidie Participatiewet Zaanstad 2015</vet></intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Zaanstad</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 9 december 2014, nr
                        262683;</al><al>gelet op artikel 6, tweede lid, van de Participatiewet;</al><al>gezien het advies van de Cliëntenraad Werk en Inkomen Zaanstad-Oostzaan</al><al></al><al>besluit vast te stellen de Verordening loonkostensubsidie Participatiewet
                        2015.</al><al></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Vaststelling wie tot doelgroep loonkostensubsidie behoort</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stelt vast of een persoon behoort tot de doelgroep
                            loonkostensubsidie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Hierbij neemt het college de volgende criteria in acht:</al><lijst><li nr="a."><al>een persoon moet behoren tot de doelgroep zoals omschreven in
                                    artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de Participatiewet;</al></li><li nr="b."><al>die persoon is niet in staat met voltijdse arbeid het wettelijk
                                    minimumloon te verdienen, en</al></li><li nr="c."><al>die persoon heeft mogelijkheden tot arbeidsparticipatie.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen adviseert het college
                            met betrekking tot het oordeel of een persoon behoort tot de doelgroep
                            loonkostensubsidie. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
                            neemt daarbij de in het tweede lid neergelegde criteria in acht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Vaststelling loonwaarde</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college gebruikt de in de bijlage omschreven wijze om de loonwaarde
                            van een persoon vast te stellen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen adviseert het college
                            met betrekking tot de vaststelling van de loonwaarde van een persoon.
                            Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen neemt daarbij de in de
                            bijlage omschreven methode in acht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking op de dag na bekendmaking en
                                werkt terug tot 1 januari 2015.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening
                                loonkostensubsidie Participatiewet 2015.</al></li></lijst></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 22 januari 2015.</al><al></al><al>De voorzitter, </al><al></al><al>De griffier, </al><al></al></slotformulering></regeling-sluiting><bijlage><kop><titel>Bijlage bij artikel 2 - wijze waarop loonwaarde wordt vastgesteld</titel></kop><al>Het college maakt gebruik van de UWV loonwaardebepaling om de loonwaarde van een
                    persoon te bepalen. Hierna wordt de werkwijze van deze methode omschreven.</al><al></al><al>Korte beschrijving</al><al>Loonwaarde is de waarde van een arbeidsprestatie van een werknemer in een
                    bepaalde functie. Bij een loonwaardebepaling wordt de hoogte van die
                    arbeidsprestatie vastgesteld. Een arbeidsprestatie bestaat uit doelgerichte
                    handelingen die resulteren in (bijdrage aan) producten of diensten die een
                    economische waarde hebben voor een werkgever. Het gaat hierbij nadrukkelijk om
                    een gerealiseerde, situationele loonwaarde in een concrete werksituatie op een
                    bepaald moment en niet om een voorspelling van de loonwaarde. De hoogte van
                    loonkomstensubsidie wordt vastgesteld aan de hand van de loonwaardebepaling. De
                    loonwaardebepaling heeft betrekking op het prestatieniveau van de werknemer:
                    tempo, kwaliteit en inzetbaarheid. </al><al></al><al>Het UWV stelt de loonwaarde vast aan de hand van vijf gedefinieerde begrippen,
                    zijnde reguliere normfunctie, tempo, kwaliteit, inzetbaarheid en additionele
                    kosten. De loonwaarde wordt gemeten en bepaald door gecertificeerde
                    arbeidsdeskundigen. De rapportages loonwaarde zijn verifieerbaar, inzichtelijk
                    en transparant (bezwaar- en beroep bestendig). De activiteiten van een
                    arbeidsdeskundige bestaan uit dossierstudie vooraf, werkplekonderzoek, gesprek
                    met werkgever, gesprek met werknemer en rapportage en overdracht aan de
                    gemeente. </al><al></al><al>Stappenplan UWV</al><lijst><li nr="1."><al>Inventarisatie van feitelijk uitgeoefende taken</al></li><li nr="2."><al>Vaststellen van de normfunctie (taak/uren-analyse)</al></li><li nr="3."><al>Vaststellen van het normloon</al></li><li nr="4."><al>Beschrijven hoe de werknemer functioneert in termen van Tempo, Kwaliteit
                            en Inzetbaarheid per hoofdtaak</al></li><li nr="5."><al>Vaststellen prestatie werknemer afgezet tegen de normfunctie</al></li><li nr="6."><al>Vaststellen van de additionele kosten</al></li><li nr="7."><al>Integrale vertaling naar totale arbeidsprestatie uitgedrukt in een % van
                            de prestatie van de normfunctie</al></li><li nr="8."><al>Advies over hoe de loonwaarde verhoogt kan worden</al></li></lijst></bijlage><nota-toelichting><kop><label>toelichting</label></kop><tussenkop>Algemeen</tussenkop><al>Deze verordening geeft uitvoering aan artikel 6, tweede lid, van de
                    Participatiewet. Overeenkomstig deze bepaling dient de gemeenteraad bij
                    verordening regels vast te stellen over de doelgroep loonkostensubsidie en de
                    loonwaarde. De regels dienen in ieder geval te bepalen:</al><lijst><li nr="-"><al>de wijze waarop wordt vastgesteld wie tot de doelgroep
                            loonkostensubsidie behoort, en</al></li><li nr="-"><al>de wijze waarop de loonwaarde wordt vastgesteld.</al></li></lijst><al></al><al>Het college kan op verzoek of ambtshalve vaststellen wie tot de doelgroep
                    loonkostensubsidie behoort (artikel 10c van de Participatiewet). Personen zoals
                    bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de Participatiewet die
                    mogelijkheden tot arbeidsparticipatie hebben en van wie is vastgesteld dat zij
                    met voltijdse arbeid niet in staat zijn tot het verdienen van het wettelijk
                    minimumloon, behoren tot de doelgroep loonkostensubsidie (artikel 6, eerste lid,
                    onderdeel e, van de Participatiewet).</al><al></al><al>Heeft het college vastgesteld dat een persoon behoort tot de doelgroep
                    loonkostensubsidie en is een werkgever voornemens met die persoon een
                    dienstbetrekking aan te gaan, dan stelt het college in beginsel de loonwaarde
                    van die persoon vast (artikel 10d, eerste lid, van de Participatiewet). Hiervoor
                    is geen aanvraag vereist. De vastgestelde loonwaarde legt het college vast in
                    een beschikking waartegen zowel de betrokken persoon als diens (potentiële)
                    werkgever bezwaar en beroep kunnen instellen. </al><al></al><al>De loonwaarde is een vastgesteld percentage van het rechtens geldende loon voor
                    de door een persoon - die behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie -
                    verrichte arbeid in een functie naar evenredigheid van de arbeidsprestatie in
                    die functie van een gemiddelde werknemer met een soortgelijke opleiding en
                    ervaring, die niet tot de doelgroep loonkostensubsidie behoort (artikel 6,
                    eerste lid, onderdeel g, van de Participatiewet).</al><al></al><al>De loonkostensubsidie zoals beschreven in deze verordening kan uitsluitend
                    worden ingezet als de persoon in kwestie behoort tot de doelgroep
                    loonkostensubsidie, als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel e, van de
                    Participatiewet: mensen met een arbeidsbeperking. Deze nieuwe vorm van
                    loonkostensubsidie is niet per definitie tijdelijk, maar kan indien nodig voor
                    een langere periode worden ingezet. Met dit instrument compenseert de gemeente
                    werkgevers voor de verminderde productiviteit van de werknemer (zie Kamerstukken
                    II 2013/14, 33 161, nr. 107, blz. 60).</al><al></al><al>Begrippen die al zijn omschreven in de Participatiewet, Algemene wet
                    bestuursrecht (hierna: Awb) of de Gemeentewet zijn vanzelfsprekend ook van
                    toepassing op deze verordening. Hiervan zijn in deze verordening daarom geen
                    begripsomschrijvingen opgenomen. Voor de duidelijkheid zijn een aantal
                    belangrijke wettelijke definities hieronder weergegeven.</al><lijst><li nr="-"><al>doelgroep loonkostensubsidie (artikel 6, eerste lid, onderdeel e,
                            Participatiewet): personen als bedoeld in artikel 7, eerste lid,
                            onderdeel a, van wie is vastgesteld dat zij met voltijdse arbeid niet in
                            staat zijn tot het verdienen van het wettelijk minimumloon, doch wel
                            mogelijkheden tot arbeidsparticipatie hebben;</al></li><li nr="-"><al>loonwaarde (artikel 6, eerste lid, onderdeel g, Participatiewet):
                            vastgesteld percentage van het rechtens geldende loon voor de door een
                            persoon, die tot de doelgroep loonkostensubsidie behoort, verrichte
                            arbeid in een functie naar evenredigheid van de arbeidsprestatie in die
                            functie van een gemiddelde werknemer met een soortgelijke opleiding en
                            ervaring, die niet tot de doelgroep loonkostensubsidie behoort;</al></li><li nr="-"><al>dienstbetrekking (artikel 6, eerste lid, onderdeel f Participatiewet):
                            een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke dienstbetrekking.</al></li></lijst><al></al><tussenkop>Artikelsgewijze toelichting</tussenkop><al>Enkel die bepalingen die verdere toelichting behoeven worden hieronder
                    behandeld.</al><al></al><al></al><tussenkop>Artikel 1. Vaststelling wie tot doelgroep loonkostensubsidie
                    behoort</tussenkop><al>In artikel 10c van de Participatiewet is geregeld wanneer wordt vastgesteld of
                    een persoon tot de doelgroep loonkostensubsidie behoort: op schriftelijke
                    aanvraag of ambtshalve. Ambtshalve vaststelling is alleen mogelijk bij:</al><lijst><li nr="-"><al>personen die algemene bijstand ontvangen;</al></li><li nr="-"><al>personen als bedoeld in artikel 34a, vijfde lid, onderdelen b en c, van
                            de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (hierna: WIA), artikel 35,
                            vierde lid onderdelen b en c, van de WIA en artikel 36, derde lid,
                            onderdelen b en c, van de WIA tot het moment dat het inkomen uit arbeid
                            in dienstbetrekking gedurende twee aaneengesloten jaren ten minste het
                            minimumloon bedraagt en ten behoeve van die persoon in die twee jaren
                            geen loonkostensubsidie als bedoeld in artikel 10d van de
                            Participatiewet is verleend;</al></li><li nr="-"><al>personen als bedoeld in artikel 10, tweede lid, van de
                            Participatiewet;</al></li><li nr="-"><al>personen met een uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening
                            oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, en</al></li><li nr="-"><al>personen met een uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening
                            oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen.</al></li></lijst><al></al><al>In artikel 10c van de Participatiewet is ook bepaald dat het aan college is om
                    vast te stellen of een persoon tot de doelgroep loonkostensubsidie behoort.
                    Binnen de kaders van de wet is het aan de gemeente om vast te stellen op welke
                    wijze zij bepalen of mensen tot de doelgroep loonkostensubsidie behoren en of
                    loonkostensubsidie voor hen wordt ingezet (zie Kamerstukken II 2013/14, 33 161,
                    nr. 107, blz. 62). In artikel 1, tweede lid, is vastgelegd welke criteria
                    daarbij in acht genomen worden. Deze cumulatieve criteria zijn ontleend aan
                    artikel 6, eerste lid, onderdeel e, van de Participatiewet. Daarin is immers
                    wettelijk de doelgroep loonkostensubsidie vastgelegd.</al><al></al><al>Bij de vaststelling op iemand behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie laat
                    het college zich adviseren door het Uitvoeringsinstituut
                    werknemersverzekeringen. Het college draagt personen voor die zouden kunnen
                    behoren tot de doelgroep loonkostensubsidie, het Uitvoeringsinstituut
                    werknemersverzekeringen adviseert en neemt daarbij eveneens de in het tweede lid
                    neergelegde criteria in acht. Op basis van het advies beslist het college of
                    iemand tot de doelgroep loonkostensubsidie behoort. Alleen als sprake is van een
                    onzorgvuldige totstandkoming van het advies, kan besloten worden het advies niet
                    te volgen.</al><al></al><al></al><tussenkop>Artikel 2. Vaststelling loonwaarde</tussenkop><al>In artikel 10d, eerste lid, van de Participatiewet is bepaald dat als een
                    persoon behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie en een werkgever voornemens
                    is een dienstbetrekking aan te gaan met die persoon, het college de loonwaarde
                    van die persoon vaststelt. Hiervoor is geen aanvraag vereist. Het
                    Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen adviseert het college met
                    betrekking tot de vaststelling van de loonwaarde van een persoon (artikel 2,
                    tweede lid, van deze verordening).] De vastgestelde loonwaarde legt het college
                    vast in een beschikking waartegen zowel de betrokken persoon als diens
                    (potentiële) werkgever bezwaar en beroep kunnen instellen. </al><al>In de bijlage bij artikel 2 wordt de methode die het college gebruikt om de
                    loonwaarde van die persoon te bepalen omschreven. </al><al>Als een dienstbetrekking tot stand komt, verleent het college loonkostensubsidie
                    aan de werkgever met inachtneming van artikel 10d van de Participatiewet.</al><al></al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>