<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR35740_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Subsidieverordening gemeentelijke monumenten Montfoort 2005</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Montfoort</dcterms:creator><dcterms:modified>2010-08-02</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Montfoort</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Zenderstreek nieuws 26-10-2005</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Onbekend</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2005-10-17</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2005-10-26</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2020-07-03</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Subsidieverordening gemeentelijke monumenten Montfoort 2005</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>- Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>- Begripsbepalingen</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="1."><al>Monument: </al><lijst><li nr="a."><al>Alle vóór tenminste vijftig jaar vervaardigde zaken
                                            welke van algemeen belang zijn wegens hun schoonheid,
                                            hun betekenis voor de wetenschap of hun
                                            cultuurhistorische waarde</al></li><li nr="b."><al>Terreinen die van algemeen belang zijn wegens daar
                                            aanwezige zaken als bedoeld onder a.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Archeologische monumenten: </al></li></lijst><al>de monumenten, bedoeld in onderdeel 1, onder a;</al><al>3.Beschermd gemeentelijk monument: </al><al>onroerend monument welke door burgemeester en wethouders is ingeschreven
                            in het ingevolge deze verordening vastgestelde register;</al><al>4.Eigenaar: </al><al>de natuurlijke persoon of de rechtspersoon die het recht van eigendom of
                            een ander zakelijk recht heeft op een monument.</al><al>5.Onderhoud:</al><al>sober en doelmatig uit te voeren periodieke werkzaamheden, normaal
                            onderhoud te boven gaand, die erop gericht zijn de bouwkundige staat van
                            een monument in stand te houden of toekomstig groot onderhoud of
                            restauratie te voorkomen of uit te stellen.</al><al>6.Restauratie: </al><al>het op sobere wijze treffen van voorzieningen tot opheffing van
                            (bouwtechnische) gebreken, die het normale onderhoud te boven gaan,
                            noodzakelijk voor de instandhouding van de cultuurhistorische waarde van
                            het gemeentelijke monument</al><al>7.Beschermde stads- en dorpsgezichten</al><al>stads- en dorpsgezichten die door Onze minister van OC en W en Onze
                            Minister van VROM als zodanig ingevolge artikel 35 van de Monumentenwet
                            zijn aangewezen, met ingang van de datum van publicatie van die
                            aanwijzing in de Nederlandse Staatscourant.</al><al>8.Monumentencommissie: </al><al>de door burgemeester en wethouders ingestelde commissie of aangewezen
                            instantie, met als taak burgemeester en wethouders op verzoek of uit
                            eigen beweging te adviseren over de toepassing van de Monumentenwet 1988
                            en het gemeentelijk monumentenbeleid;</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>– Subsidie voor onderhoud</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>– Grondslag en werkingsfeer</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan de eigenaar van een monument kunnen burgemeester en wethouders
                                maximaal één keer per jaar subsidie toekennen ter tegemoetkoming in
                                de kosten van onderhoud van het gemeentelijk monument.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De aanvraag voor subsidie als bedoeld in lid 1 kan jaarlijks of
                                vijfjaarlijks worden ingediend.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders verlenen slechts subsidie voor zover
                                gemeentelijk budget toereikend is.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3 - Subsidiabele onderhoudskosten</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De voorzieningen als bedoeld in artikel 2 kunnen ten aanzien van
                                    de gebouwen de volgende werkzaamheden betreffen:</al><lijst><li nr="a."><al>reparatie dakbedekking;</al></li><li nr="b."><al>reparaties schoorstenen;</al></li><li nr="c."><al>reparaties aan goten of hemelwaterafvoeren;</al></li><li nr="d."><al>muren: voegen, pleisteren en vochtbestrijding;</al></li><li nr="e."><al>buitenkozijnen, -ramen en –deuren;</al></li><li nr="f."><al>buitenschilderwerk;</al></li><li nr="g."><al>overige werkzaamheden aan de buitenzijde om de onroerend
                                            zaak wind- en waterdicht te houden en de daarmee
                                            samenhangende werkzaamheden.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De voorzieningen als bedoeld in artikel 2 kunnen ten aanzien van
                                    terreinen alle werkzaamheden betreffen aan daar aanwezige zaken
                                    die het monumentale karakter van het terrein bepalen. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4 – Uitsluiting van subsidieverstrekking</titel></kop><al>Geen subsidie als bedoeld in dit hoofdstuk wordt verstrekt voor
                            voorzieningen waarvoor op grond van een andere overheidssubsidieregeling
                            steun is of kan worden toegekend.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5 - Hoogte subsidie</titel></kop><al>De subsidie als bedoeld in artikel 2 bedraagt 40% van de subsidiabele
                            onderhoudskosten genoemd onder artikel 3, doch ten hoogste 40% van €
                            2.300,- per jaar of 40% van € 11.500 per 5 jaar.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6 - Extra subsidie</titel></kop><al>De subsidie op grond van artikel 5 kan door burgemeester en wethouders
                            worden verhoogd indien:</al><lijst><li nr="1."><al>Het een onroerende zaak betreft, gelegen binnen een beschermd
                                    stads- en dorpsgezicht en kleiner dan 1.000 m<sup>3 </sup>met €
                                    450,-.</al></li><li nr="2."><al>Het een onroerende zaak betreft, gelegen binnen een beschermd
                                    stads- en dorpsgezicht en groter dan 1.000 m<sup>3 </sup>met €
                                    900,-.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>– Subsidie voor restauratie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7-</nr><titel>Grondslag en werkingsfeer</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan een eigenaar van een monument kunnen burgemeester en wethouders
                                subsidie toekennen ter tegemoetkoming in de kosten van restauratie
                                van het gemeentelijk monument.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders verlenen slechts subsidie voor zover
                                gemeentelijk budget toereikend is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>- Subsidiabele restauratiekosten</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>- Subsidiabele restauratiekosten</titel></kop><al>Subsidiabele restauratiekosten zijn in ieder geval de geraamde en door
                            of namens burgemeester en wethouders goedgekeurde bedragen van:</al><lijst><li nr="a."><al>de aanneemsom;</al></li><li nr="b."><al>installaties ter voorkoming van brand of blikseminslag;</al></li><li nr="c."><al>schilderwerk voor zover de te schilderen onderdelen
                                    gerestaureerd worden en de kosten daarvan subsidiabel zijn;</al></li><li nr="d."><al>leges voor elke vergunning die noodzakelijk is voor het treffen
                                    van de voorzieningen;</al></li><li nr="e."><al>een Casco-All-Risks verzekering en risicoverzekeringen lonen en
                                    materialen;</al></li><li nr="f."><al>kosten voor het aanbrengen van voorzieningen die nodig zijn ten
                                    behoeve van een regelmatige inspectie van het monument;</al></li><li nr="g."><al>honorarium van architect en constructeur;</al></li><li nr="h."><al>de verschuldigde omzetbelasting.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9-</nr><titel>Uitsluiting subsidieverstrekking</titel></kop><al>Geen subsidie als bedoeld in dit hoofdstuk wordt verstrekt voor
                            voorzieningen waarvoor op grond van een andere overheidssubsidieregeling
                            steun is of kan worden toegekend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>- Hoogte subsidie</titel></kop><al>De subsidie bedraagt voor:</al><lijst><li nr="1."><al>Een gemeentelijk monument, 50% van de subsidiabele kosten, doch
                                    ten hoogste 50% van € 10.000.</al></li><li nr="2."><al>Een gemeentelijk monument, geen gebouw zijnde, 50% van de
                                    kosten, doch ten hoogste 50% van € 5.000.</al><al>Hoofdstuk 4 – Procedure aanvraag, beslissing en uitkering</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 11 - De aanvraag</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De aanvraag om toekenning van subsidie wordt door de eigenaar
                                    schriftelijk ingediend bij burgemeester en wethouders.</al></li><li nr="2."><al>De aanvraag dient te bevatten:</al><lijst><li nr="a."><al>een beschrijving van de technische staat van het
                                            monument, waarin de gebreken van het monument nauwkeurig
                                            staan vermeld;</al></li><li nr="b."><al>een op de onder a bedoelde beschrijving gebaseerd bestek
                                            of gebaseerde werkomschrijving per onderdeel van de toe
                                            te passen constructies, materialen, afwerkingen en
                                            kleuren alsmede van de wijze van verwerking
                                            daarvan;</al></li><li nr="c."><al>een begroting van de kosten, gespecificeerd in
                                            hoeveelheden, uren en materialen en niet ouder dan 2
                                            jaar;</al></li><li nr="d."><al>naam en adres van de aannemer.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>De aanvraag voor subsidie ingevolge artikel 7 dient tevens te
                                    bevatten:</al><lijst><li nr="a."><al>tekeningen, waarop zowel de bestaande toestand als de
                                            voorgenomen herstelwerkzaamheden of wijzigingen staan
                                            aangegeven (schaal van 1:100). Door of namens
                                            burgemeester en wethouders kan een andere schaal worden
                                            toegestaan of geëist;</al></li><li nr="b."><al>naam en adres van de architect;</al></li><li nr="c."><al>foto’s actuele situatie.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 12 – Termijn beslissing burgemeester en
                                wethouders</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders nemen op een aanvraag ingevolge de
                                    artikelen 2 en 7 binnen 13 weken na de dag waarop de aanvraag is
                                    ontvangen een beslissing over het toekennen van een voorlopige
                                    subsidiebijdrage.</al></li><li nr="2."><al>Ten aanzien van een aanvraag als bedoeld in artikel 7 kunnen
                                    burgemeester en wethouders hun beslissing over het toekennen van
                                    een voorlopige subsidiebijdrage eenmaal voor ten hoogste 8 weken
                                    verdagen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 13 - Advies monumentencommissie</titel></kop><al>Alvorens burgemeester en wethouders subsidie op grond van artikel 7
                            toekennen, winnen zij het advies van de monumentencommissie in. </al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 14 – Afwegingsgronden </titel></kop><al>Bij hun beslissing op aanvragen om subsidie ingevolge artikel 7 kunnen
                            burgemeester en wethouders rekening houden met:</al><lijst><li nr="a."><al>de prioriteit die het treffen van de voorzieningen in het kader
                                    van stadsvernieuwing of herstructurering heeft;</al></li><li nr="b."><al>de monumentale waarde van de onroerende zaak;</al></li><li nr="c."><al>de bouwtechnische en uiterlijke staat van de onroerende zaak,
                                    mede in relatie tot zijn omgeving;</al></li><li nr="d."><al>het huidige en toekomstige gebruik van de onroerende zaak;</al></li><li nr="e."><al>de wijze van exploitatie van de onroerende zaak;</al></li><li nr="f."><al>de mate waarin de werkzaamheden, verbonden aan het treffen van
                                    de voorzieningen worden verricht door de eigenaar, anders dan in
                                    de uitoefening van zijn bedrijf, al dan niet met hulp van
                                    anderen, zonder dat bij de hulp sprake is van uitoefening van
                                    een bedrijf.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 15 – Weigeringsgronden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders verlenen geen subsidie ingevolge
                                    artikel 7 indien:</al></li><li nr="a."><al>met het treffen van de voorzieningen het belang van de
                                    monumentenzorg niet of in onvoldoende mate wordt gediend;</al></li><li nr="b."><al>de kosten van de voorzieningen niet in een redelijke verhouding
                                    staan tot het te bereiken resultaat;</al></li><li nr="c."><al>met het treffen van de voorzieningen is begonnen voordat de
                                    aanvrager een subsidiebeschikking heeft ontvangen;</al></li><li nr="d."><al>voor de betreffende voorzieningen binnen een termijn van 15 jaar
                                    voorafgaand aan het jaar waarop de aanvraag wordt ingediend
                                    subsidie is verleend;</al></li><li nr="e."><al>voor de te treffen voorzieningen een monumentenvergunning is
                                    vereist en deze niet is verleend.</al></li><li nr="2."><al>In bijzondere gevallen kunnen burgemeester en wethouders
                                    afwijken van het bepaalde in het eerste lid, onder c en d. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 16 – Subsidievoorschriften</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De subsidie ingevolge artikel 7 wordt verleend onder de
                                    voorwaarde dat:</al><lijst><li nr="a."><al>de eigenaar het monument onveranderd bewaart en
                                            onderhoudt in de staat waarin het door de restauratie is
                                            gebracht;</al></li><li nr="b."><al>de eigenaar vanaf de aanvang van de restauratie op zijn
                                            kosten het monument verzekert dan wel verzekerd houdt
                                            tegen brand-, storm- en bliksemschade en na afloop van
                                            de restauratie het monument daartegen verzekert
                                            houdt;</al></li><li nr="c."><al>de eigenaar voor de duur van de restauratie een
                                            Casco-All-Risks verzekering afsluit.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders kunnen voorts beslissen dat de
                                    subsidie ingevolge artikel 7 wordt verleend onder de voorwaarden
                                    dat:</al><lijst><li nr="a."><al>het werk wordt aanbesteed overeenkomstig door
                                            burgemeester en wethouders nader te stellen eisen;</al></li><li nr="b."><al>de aanvang van het werk ten minste een week van tevoren
                                            wordt gemeld bij burgemeester en wethouders;</al></li><li nr="c."><al>met de uitvoering van de werkzaamheden wordt begonnen
                                            binnen 26 weken na de datum van het besluit tot
                                            verlening van de subsidie;</al></li><li nr="d."><al>binnen 30 maanden na de verlening van subsidie de
                                            werkzaamheden moeten zijn voltooid en de gereedmelding
                                            als bedoeld in artikel 18 ingediend;</al></li><li nr="e."><al>aan de door burgemeester en wethouders met controle
                                            belaste personen inzage wordt verleend in de op het
                                            treffen van de voorzieningen betrekking hebbende
                                            gegevens.</al></li><li nr="f."><al>het beschermd monument voorzien moet worden van een of
                                            meer installaties ter voorkoming van brand of
                                            blikseminslag ter bescherming van de monumentale waarde
                                            van dat monument;</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Burgemeester en wethouders kunnen in bijzondere gevallen
                                    afwijken van het bepaalde in het eerste lid en in het belang van
                                    het monument aanvullende voorschriften verbinden aan het
                                    verlenen van subsidie.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 17 - Voorschot</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders kunnen ten aanzien van subsidie als bedoeld
                            in artikel 7 een voorschot op de voorlopige subsidiebijdrage uitkeren.
                            Dit voorschot mag niet meer bedragen dan 50% van de voorlopige
                            subsidiebijdrage als bedoeld in artikel 12 en kan alleen uitgekeerd
                            worden als het gemeentelijk monumentenbudget toereikend is.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 18 – Gereedmelding en vaststelling subsidie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Binnen 26 weken na het gereedkomen van de voorzieningen als
                                    bedoeld in artikel 2 en 7 dient de aanvrager een gereedmelding
                                    in bij de gemeente, met verantwoording van de gemaakte kosten
                                    van de getroffen gesubsidieerde en niet-gesubsidieerde
                                    voorzieningen.</al></li><li nr="2."><al>Nadat de gereedmelding is gecontroleerd en akkoord bevonden,
                                    stellen burgemeester en wethouders op basis van de door de
                                    aanvrager verstrekte gegevens de definitieve subsidie vast.</al></li><li nr="3."><al>De definitieve subsidie is gebaseerd op de werkelijke kosten
                                    maar nimmer hoger dan de toegekende voorlopige subsidie zoals
                                    bedoeld in artikel 12.</al></li><li nr="4."><al>De gereedmelding als bedoeld in het eerste lid omvat:</al><lijst><li nr="a."><al>Een volledig ingevuld gereedmeldingsformulier;</al></li><li nr="b."><al>Een kostenoverzicht</al></li><li nr="c."><al>Alle rekeningen en betalingsbewijzen met betrekking tot
                                            de werkzaamheden</al></li></lijst></li><li nr="5."><al>Burgemeester en wethouders kunnen ermee instemmen dat de
                                    aanvrager in plaats van rekeningen en betalingsbewijzen een
                                    verklaring van een registeraccountant overlegt waaruit blijkt
                                    dat het overgelegde kostenoverzicht juist en volledig is. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 19 - Uitbetaling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Uitbetaling van de voorschotten en de definitieve subsidie vindt
                                    plaats op een door de aanvrager te bepalen wijze.</al></li><li nr="2."><al>Uitbetaalde voorschotten worden verrekend met de definitieve
                                    subsidie.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 20 Intrekking subsidie</titel></kop><al>Als blijkt dat de vergunning ten gevolge van een onjuiste of onvolledige
                            opgave is verleend, dan wel een voorwaarde als bedoeld in deze
                            verordening niet is nageleefd, kunnen burgemeester en wethouders:</al><lijst><li nr="1."><al>een besluit tot verlening of vaststelling van subsidie geheel of
                                    gedeeltelijk intrekken en niet of niet geheel tot betaling van
                                    de subsidie overgaan;</al></li><li nr="2."><al>reeds betaalde subsidie geheel of gedeeltelijk
                                    terugvorderen.</al></li></lijst><al>Burgemeester en wethouders kunnen de uitbetaalde subsidie terugvorderen
                            indien niet of niet meer wordt voldaan aan de voorwaarden die aan de
                            toekenning van de subsidie waren verbonden.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 5 - Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 21 - Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op de dag volgend op de dag van
                            bekendmaking.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 22 – Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als “Subsidieverordening
                            gemeentelijke monumenten </al><al>Montfoort 2005”.</al><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente
                        Montfoort, gehouden op 17 oktober 2005.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De griffier, De voorzitter, </ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>