<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR35724_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Huisvestingsverordening</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Montfoort</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-03-27</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Montfoort</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Onbekend</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Huisvestingswet, art. 2</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>volkshuisvesting en woningbouw</dcterms:subject><dcterms:issued>2006-12-11</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2007-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2011-04-21</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Huisvestingsverordening</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1</nr><titel>ALGEMEEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Aanbodsysteem: het selecteren van een kandidaat uit de ingekomen
                                    reacties van woningzoekenden op een in een advertentiemedium ter
                                    toewijzing aangeboden woonruimte.</al></li><li nr="2."><al>Advertentiemedium: een uitgave per gemeente dan wel een groep
                                    van gemeenten waarin ter toewijzing beschikbare woonruimten in
                                    de regio worden aangeboden.</al></li><li nr="3."><al>Aftoppingsgrens: de grens als bedoeld in artikel 20, sub 2 van
                                    de Wet op de Huurtoeslag.</al></li><li nr="4."><al>Bemiddeling: het selecteren van een kandidaat voor ter verdeling
                                    beschikbare woonruimte op grond van diens
                                    inschrijvingsgegevens.</al></li><li nr="5."><al>Bereidverklaring: schriftelijke verklaring van de eigenaar, dat
                                    hij bereid is woonruimte aan de aanvrager van de
                                    huisvestingsvergunning in gebruik te geven.</al></li><li nr="6."><al>Besluit: het Huisvestingsbesluit.</al></li><li nr="7."><al>Burgemeester en wethouders: het college van burgemeester en
                                    wethouders van de gemeente.</al></li><li nr="8."><al>Convenant: een tussen burgemeester en wethouders en (een)
                                    woningcorporatie(s) te sluiten overeenkomst over het in gebruik
                                    geven van woonruimte.</al></li><li nr="9."><al>Datum van eerste bewoning: de datum vanaf wanneer een
                                    woningzoekende de huidige woonruimte onafgebroken en zelfstandig
                                    bewoont. Dit dient te blijken uit een uittreksel van de
                                    gemeentelijke basisadministratie.</al></li><li nr="10."><al>Doorstromer: een woningzoekende die als hoofdhuurder
                                    daadwerkelijk en rechtmatig in de provincie een zelfstandige
                                    huurwoning bewoont en na verhuizing leeg achterlaat. De
                                    maandhuur mag bij inschrijving niet meer bedragen dan de
                                    maximale huurprijsgrens als bedoeld in lid 17 van artikel
                                    1.1.</al></li><li nr="11."><al>Echte dienstwoning: een woning die noodzakelijkerwijs gebruikt
                                    wordt met het oog op de arbeidsovereenkomst.</al></li><li nr="12."><al>Economische binding: de binding van een persoon aan de
                                    provincie, daarin gelegen dat die persoon, met het oog op de
                                    voorziening in het bestaan, een redelijk belang heeft zich in de
                                    provincie te vestigen, met dien verstande dat een economische
                                    binding in elk geval wordt aangenomen ten aanzien van die
                                    personen die voor de voorziening in het bestaan zijn aangewezen
                                    op het duurzaam verrichten van arbeid binnen of vanuit een van
                                    de gemeenten uit de provincie.</al></li><li nr="13."><al>Eigenaar: degene die bevoegd is tot het in gebruik geven van een
                                    woonruimte of een gebouw.</al></li><li nr="14."><al>Huishouden: een alleenstaande, of twee of meer personen die een
                                    duurzame gemeenschappelijke huishouding voeren of willen gaan
                                    voeren.</al></li><li nr="15."><al>Huisvestingsvergunning: een vergunning als bedoeld in artikel 7,
                                    eerste lid van de Huisvestingswet.</al></li><li nr="16."><al>Huurprijs: de prijs die bij huur en verhuur is verschuldigd voor
                                    het enkele gebruik van een woonruimte, uitgedrukt in een bedrag
                                    per maand, dan wel, indien het betreft een woonwagenstandplaats
                                    waarvoor een belastingverordening van toepassing is, het bedrag
                                    dat is verschuldigd voor het innemen van die standplaats,
                                    uitgedrukt in een bedrag per maand.</al></li><li nr="17."><al>Huurprijsgrens: het bedrag dat wordt genoemd in artikel 13,
                                    eerste lid onder a, van de Wet op de Huurtoeslag.</al></li><li nr="18."><al>Ingezetene: degene die in de gemeentelijke basisadministratie
                                    (GBA) van één van de gemeenten in de
                                        <onderstreept>regio</onderstreept> is opgenomen en daar
                                    tenminste één jaar feitelijk hoofdverblijf heeft in een
                                    woonruimte, die volgens het bestemmingsplan is aangewezen of
                                    bestemd voor permanente bewoning. </al></li><li nr="19."><al>Inkomen: het rekeninkomen zoals bedoeld in artikel 1 van de Wet
                                    op de Huurtoeslag.</al></li><li nr="20."><al>Inwoning: het bewonen van een woonruimte welke deel uitmaakt van
                                    een woonruimte die door een ander huishouden in gebruik is
                                    genomen.</al></li><li nr="21."><al>Kamer: elke afzonderlijke ruimte in een woning geschikt voor
                                    woon- en slaapruimte met een oppervlakte van tenminste 5
                                    m<sup>2</sup>.</al></li><li nr="22."><al>Koopprijs: de prijs die voor de enkele koop van een woonruimte
                                    daadwerkelijk is of zal worden betaald.</al></li><li nr="23."><al>Koopprijsgrens: Het meest recente bedrag dat Gedeputeerde Staten
                                    van de provincie Utrecht heeft vastgesteld voor woningen
                                    waarvoor een huisvestingsvergunning is vereist (€ 181.512,-
                                    prijspeil 1 juli 2006).</al></li><li nr="24."><al>Koopwoning: een woonruimte die bestemd is voor de verkoop en die
                                    niet eerder werd bewoond, of laatstelijk door de
                                    rechtsvoorganger van de koper als eigenaar is bewoond.</al></li><li nr="25."><al>Lokaal Maatwerk: een overeenkomst die in de plaats kan treden
                                    van het geheel of delen van deze verordening indien aan de in
                                    artikel 2.8.1. lid twee, vermelde voorwaarden wordt
                                    voldaan.</al></li><li nr="26."><al>Maatschappelijke binding: de binding van een persoon aan de
                                    provincie, daarin gelegen dat die persoon een redelijk met de
                                    plaatselijke samenleving verband houdend belang heeft zich in
                                    dit gebied te vestigen, met dien verstande dat een
                                    maatschappelijke binding in elk geval wordt aangenomen ten
                                    aanzien van:</al><lijst><li nr="-"><al>personen die tenminste drie jaar onafgebroken
                                            ingezetenen zijn in een of meer van de gemeenten in de
                                            provincie, dan wel gedurende de voorgaande tien jaar ten
                                            minste zes jaar onafgebroken ingezetenen zijn geweest
                                            van een of meer van de gemeenten in de provincie;</al></li><li nr="-"><al>personen die een dagopleiding volgen gedurende tenminste
                                            negentien uur per week aan een in de provincie
                                            gevestigde en erkende instelling voor dagonderwijs.</al></li></lijst></li><li nr="27."><al>Onttrekkingsvergunning: een vergunning als bedoeld in artikel 30
                                    van de Huisvestingswet.</al></li><li nr="28."><al>Overige woningzoekenden: alle woningzoekenden die niet als
                                    doorstromer kunnen worden aangemerkt.</al></li><li nr="29."><al>Provincie: de provincie Utrecht.</al></li><li nr="30."><al>Regio: de gemeenten,</al></li></lijst><al>Abcoude, Breukelen, Loenen, Lopik, Montfoort, Oudewater, De Ronde Venen,
                            Woerden, De Bilt, Bunnik, Houten, IJsselstein, Maarssen, Nieuwegein,
                            Utrecht, Vianen, Amerongen, Utrechtse Heuvelrug, Wijk bij Duurstede en
                            Zeist.</al><lijst><li nr="31."><al>Rekenhuur: de rekenhuur zoals is bedoeld in artikel 5 van de Wet
                                    op de Huurtoeslag.</al></li><li nr="32."><al>Standplaats: een standplaats zoals benoemd in artikel 1, eerste
                                    lid, onder e, van de Huisvestingswet.</al></li><li nr="33."><al>Starter: een woningzoekende die op de dag dat een
                                    koopwoningaanbod wordt gepubliceerd geen zelfstandige woonruimte
                                    bewoont die hij of zij achterlaat voor verkoop of verhuur.</al></li><li nr="34."><al>Splitsingsvergunning: een vergunning als bedoeld in artikel 33
                                    van de Huisvestingswet.</al></li><li nr="35."><al>Urgentieverklaring: verklaring op grond waarvan een
                                    woningzoekende met een ernstig huisvestingsprobleem met voorrang
                                    in aanmerking kan komen voor de toewijzing van woonruimte.</al></li><li nr="36."><al>Toewijzingssysteem: het selecteren van een kandidaat voor ter
                                    verdeling beschikbare woonruimte via een aanbodsysteem of via
                                    bemiddeling.</al></li><li nr="37."><al>Vluchtelingen en statushouders: woningzoekenden die op grond van
                                    de Vreemdelingenwet als vluchteling zijn toegelaten, dan wel om
                                    klemmende in de persoon gelegen redenen, verband houdende met
                                    omstandigheden in hun land van herkomst, in het bezit zijn
                                    gesteld van een Verblijfsvergunning.</al></li><li nr="38."><al>Wet: de Huisvestingswet.</al></li><li nr="39."><al>Woningruil: het door twee of meer huishoudens wederkerig in
                                    gebruik nemen van elkaars zelfstandige woonruimte met het
                                    oogmerk van daadwerkelijke permanente bewoning.</al></li><li nr="40."><al>Woningtypen:</al><lijst><li nr="-"><al>seniorenwoningen: woningen die specifiek geschikt zijn
                                            voor personen van 55 jaar en ouder:</al></li><li nr="-"><al>seniorenwoningen met zorgvoorzieningen
                                            (aanleunwoningen/beschutte woningen): zelfstandige
                                            seniorenwoningen waarbij gebruik gemaakt wordt van
                                            faciliteiten van zorgverlenende instellingen;</al></li><li nr="-"><al>gehandicaptenwoningen: ingrijpend aangepaste woningen
                                            die naar hun aard bestemd zijn voor bewoning door een
                                            gehandicapte;</al></li><li nr="-"><al>jongerenwoningen: woningen voor alleenstaanden en
                                            tweepersoonshuishoudens met name bedoeld voor de
                                            leeftijdscategorie van 18 tot 30 jaar;</al></li><li nr="-"><al>wisselwoningen: woningen die ten behoeve van tijdelijke
                                            bewoning worden aangeboden voor personen die door
                                            ingrijpende verbetering of sloop/nieuwbouw de huidige
                                            woning moeten verlaten, maar na voltooiing van de werken
                                            kunnen terugkeren;</al></li><li nr="-"><al>plankwoningen: woningen die op de nominatie staan
                                            ingrijpend te worden verbeterd dan wel te worden
                                            gesloopt en voor tijdelijke huisvesting in gebruik
                                            kunnen worden gegeven;</al></li><li nr="-"><al>eengezinswoning;</al></li><li nr="-"><al>flat - parterre;</al></li><li nr="-"><al>flatwoning vanaf 1e verdieping (met/zonder lift);</al></li><li nr="-"><al>bovenwoning;</al></li><li nr="-"><al>benedenwoning;</al></li><li nr="-"><al>maisonnette.</al></li></lijst></li><li nr="41."><al>Woningzoekende: degene die in het register als bedoeld in
                                    artikel 2.4.1 is ingeschreven.</al></li><li nr="42."><al>Woonruimte: besloten ruimte die, al dan niet tezamen met een of
                                    meer andere ruimten, bestemd of geschikt is voor bewoning door
                                    een huishouden; onder het begrip woonruimte wordt mede begrepen
                                    een standplaats voor een woonwagen.</al></li><li nr="43."><al>Woonwagen: zoals benoemd in artikel 1, eerste lid, onder f van
                                    de Huisvestingswet.</al></li><li nr="44."><al>Zelfstandige woonruimte: woonruimte met een eigen toegang, die
                                    door een huishouden kan worden bewoond zonder dat het huishouden
                                    daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die
                                    woonruimte.</al></li><li nr="45."><al>Zoekprofiel: een beschrijving van de woningtypen waarvoor een
                                    urgent woningzoekende met voorrang in aanmerking kan komen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.2</nr><titel>Leegmelding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien woonruimte langer dan twee maanden leeg staat, is de eigenaar
                                van deze woonruimte verplicht deze leegstand binnen drie werkdagen
                                na afloop van die twee maanden te melden aan burgemeester en
                                wethouders.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De in het eerste lid genoemde termijn begint op het moment dat:</al><lijst><li nr="a."><al>degene aan wie laatstelijk een huisvestingsvergunning is
                                        verleend, de woning definitief heeft verlaten, dan wel</al></li><li nr="b."><al>de huurovereenkomst beëindigd is, dan wel</al></li><li nr="c."><al>de woonruimte niet langer in gebruik is, dan wel</al></li><li nr="d."><al>op enigerlei wijze is gebleken dat de woning te huur of,
                                        vrij van huur, te koop is.</al></li></lijst></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2</nr><titel>VERDELING VAN WOONRUIMTE</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.1</nr><titel>Werkingsgebied</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.1</nr><titel>Huurprijs- en koopprijsgrens</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bepaalde in dit hoofdstuk is uitsluitend van toepassing
                                    op:</al><lijst><li nr="a."><al>zelfstandige woonruimte met een huurprijs beneden de
                                            huurprijsgrens en</al></li><li nr="b."><al>zelfstandige woonruimte met een koopprijs beneden de
                                            koopprijsgrens.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Dit hoofdstuk geldt niet voor:</al><lijst><li nr="a."><al>woonruimte bestemd voor inwoning;</al></li><li nr="b."><al>woonschepen (schepen die uitsluitend of hoofdzakelijk
                                            als woning gebezigd of bestemd zijn); </al></li><li nr="c."><al>ligplaatsen voor woonschepen.</al></li></lijst></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.2</nr><titel>Huisvestingsvergunning</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.2.1</nr><titel>Vergunningsvereiste</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder een huisvestingsvergunning een
                                    woonruimte, aangewezen in artikel 2.1.1, in gebruik te nemen
                                    voor bewoning.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden de in het vorige lid bedoelde woonruimte voor
                                    bewoning in gebruik te geven aan een huishouden dat niet
                                    beschikt over een huisvestingsvergunning.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.2.2</nr><titel>Aanvragen van een huisvestingsvergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De aanvraag voor een huisvestingsvergunning wordt ingediend bij
                                    burgemeester en wethouders via een daartoe bestemd formulier en
                                    gaat vergezeld van bewijsstukken waaruit naar het oordeel van
                                    burgemeester en wethouders afdoende blijkt dat er een
                                    economische of maatschappelijke binding bestaat dan wel dat men
                                    behoort tot een van de in artikel 13c van de Huisvestingswet
                                    genoemde beschermde groepen of (bij koopwoningen) dat een
                                    vruchteloze aanbiedingsprocedure volgens artikel 2.2.4 heeft
                                    plaatsgehad. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Betreft het een huurwoning dan moet voorts worden
                                    overgelegd:</al><lijst><li nr="-"><al>een kopie van het huurcontract of een bereidverklaring
                                            van de verhuurder;</al></li><li nr="-"><al>inkomensgegevens van alle leden van het huishouden, met
                                            uitzondering van inwonende kinderen, pleegkinderen en
                                            kleinkinderen jonger dan 27.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Betreft het een koopwoning, dan moet voorts een afschrift van de
                                    koopovereenkomst worden overgelegd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen het overleggen van andere
                                    bescheiden verlangen, die zij voor de beoordeling van de
                                    aanvraag nodig achten.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op of bij de huisvestingsvergunning vermelden burgemeester en
                                    wethouders de volgende informatie:</al><lijst><li nr="a."><al>aan wie de vergunning wordt verleend;</al></li><li nr="b."><al>voor welke woning de vergunning wordt verleend;</al></li><li nr="c."><al>binnen welke termijn van de vergunning gebruik moet zijn
                                            gemaakt;</al></li><li nr="d."><al>het aantal personen dat de woning in gebruik neemt.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.2.3</nr><titel>Eisen voor vergunningverlening</titel></kop><al>1.Burgemeester en wethouders verlenen de huisvestingsvergunning,
                                indien aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:</al><lijst><li nr="a."><al>tenminste één van de leden van het huishouden is 18 jaar of
                                        ouder;</al></li><li nr="b."><al>de leden van het huishouden bezitten de Nederlandse
                                        nationaliteit of verblijven hier rechtmatig;</al></li><li nr="c."><al>tenminste één van de volwassen leden van het huishouden: </al><lijst><li nr="-"><al>maatschappelijk of economisch gebonden is aan de
                                                provincie, of</al></li><li nr="-"><al>behoort tot een van de in artikel 13c van de Wet
                                                genoemde beschermde groepen, of</al></li><li nr="-"><al>verblijft in een opvangtehuis of erkende hulp- en
                                                dienstverleningsinstelling in de provincie waarover
                                                met betrekking tot het toewijzen van woonruimte in
                                                regionaal verband afspraken zijn gemaakt.</al></li></lijst></li><li nr="d."><al>voor huurwoningen:</al><lijst><li nr="-"><al>1<sup>e</sup> de woning voldoet aan de
                                                passendheidseisen van paragraaf 2.3 en </al></li><li nr="-"><al>2<sup>e</sup> er geen andere gegadigde is die op
                                                grond van het van toepassing zijnde
                                                toewijzingssysteem eerder voor de woonruimte in
                                                aanmerking zou moeten komen.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.2.4</nr><titel>Vruchteloze aanbieding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het gestelde in dit artikel is voor huurwoningen uitsluitend van
                                    toepassing op eigenaren van woningen waarmee geen nadere
                                    toewijzingsafspraken zijn gemaakt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een huisvestingsvergunning wordt voorts aan iedere aanvrager
                                    verleend indien de woonruimte door de eigenaar gedurende een
                                    termijn van tenminste drie maanden, gerekend vanaf de datum
                                    waarop de eerste advertentie als bedoeld in lid 4 is verschenen,
                                    zonder resultaat is aangeboden aan woningzoekenden die krachtens
                                    het bepaalde in artikel 2.2.3 voor die woonruimte in aanmerking
                                    komen en de eigenaar heeft voldaan aan de in de overige in dit
                                    artikel gestelde voorwaarden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De woonruimte moet zijn aangeboden tegen een redelijke huur- of
                                    koopprijs, in overeenstemming met het bepaalde in artikel 26,
                                    tweede lid van de Wet.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het aanbieden dient, met inachtneming van het bepaalde in het
                                    eerste lid, tenminste driemaal (een maal per maand) te
                                    geschieden via advertenties.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.2.5</nr><titel>Intrekking</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders kunnen een huisvestingsvergunning
                                intrekken, indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de vergunninghouder de er in vermelde woonruimte niet binnen
                                        de door burgemeester en wethouders bij de verlening van de
                                        vergunning gestelde termijn in gebruik heeft genomen;</al></li><li nr="b."><al>de vergunning is verleend op grond van door de
                                        vergunninghouder verstrekte gegevens, waarvan deze wist of
                                        redelijkerwijs kon vermoeden dat zij onjuist of onvolledig
                                        waren.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.3</nr><titel>Passendheidseisen voor huurwoningen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3.1</nr><titel>Verhouding inkomen – rekenhuur</titel></kop><al>1.De huisvestingsvergunning wordt in geval van huurwoningen slechts
                                verleend indien het inkomen van het huishouden in redelijke
                                verhouding tot de rekenhuur staat, en wel met in achtneming van de
                                huur-inkomenstabel:</al><al>tabel: Inkomen – Huur</al><table><tgroup cols="7"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="11*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="11*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="14*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="12*"/><colspec colname="col5" colnum="5" colwidth="14*"/><colspec colname="col6" colnum="6" colwidth="19*"/><colspec colname="col7" colnum="7" colwidth="19*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2" nameend="col7" namest="col2"><al>Huishouden en inkomen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Huurprijs</al></entry><entry colname="col2"><al>1 persoon</al><al>tot 65 jaar</al></entry><entry colname="col3"><al>1 persoon</al><al>vanaf 65 jaar</al></entry><entry colname="col4"><al>2 personen</al><al>tot 65 jaar</al></entry><entry colname="col5"><al>2 personen</al><al>vanaf 65 jaar</al></entry><entry colname="col6"><al>3 of meer personen tot 65 jaar</al></entry><entry colname="col7"><al>3 of meer personen vanaf 65 jaar</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>€ 0 t/m</al><al>€ 491,64</al></entry><entry colname="col2"><al>Tot</al><al>€ 20.300</al></entry><entry colname="col3"><al>Tot</al><al>€ 18.250</al></entry><entry colname="col4"><al>Tot</al><al>€ 27.575</al></entry><entry colname="col5"><al>Tot</al><al>€ 24.275</al></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>€ 0 t/m</al><al>€ 526,89</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al>Tot</al><al>€ 27.575</al></entry><entry colname="col7"><al>Tot</al><al>€ 24.275</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Vanaf</al><al>€ 343,49</al></entry><entry colname="col2"><al>Vanaf</al><al>€ 20.300</al></entry><entry colname="col3"><al>Vanaf</al><al>€ 18.250</al></entry><entry colname="col4"><al>Vanaf</al><al>€ 27.575</al></entry><entry colname="col5"><al>Vanaf</al><al>€ 24.275</al></entry><entry colname="col6"><al>Vanaf</al><al>€ 27.575</al></entry><entry colname="col7"><al>Vanaf</al><al>€ 24.275</al></entry></row></tbody></tgroup></table><lijst><li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders stellen periodiek de huur-
                                        inkomenstabel vast conform de huurprijs- en inkomensgrenzen
                                        ex artikel 27 van de Wet op de Huurtoeslag. </al></li><li nr="3."><al>Wanneer in de, door middel van de huur-inkomenstabel,
                                        voorgeschreven prijsklasse aantoonbaar onvoldoende woningen
                                        vrijkomen voor senioren (55 jaar en ouder) danwel grote
                                        gezinnen (7 personen of meer) uit een bepaalde
                                        inkomensklasse, kunnen voor vrijkomende woningen in het
                                        advertentiemedium tevens huishoudens worden uitgenodigd te
                                        reageren die te duur zouden komen te wonen. Bij de
                                        uiteindelijke volgordebepaling kan voorrang gegeven worden
                                        aan kandidaten die wel passend gehuisvest kunnen worden.
                                        Wanneer dit het geval is, dient dit vooraf in de
                                        advertentietekst te worden gemeld. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3.2</nr><titel>Bezettingsnorm</titel></kop><al>Wanneer de noodzaak bestaat, kan de eigenaar van de woonruimte met
                                instemming van burgemeester en wethouders, bij vrijkomende
                                woonruimte, in het advertentiemedium aanvullende toelatingseisen
                                stellen ten aanzien van het aantal personen in het huishouden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3.3</nr><titel>Woningtype</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bepaalde woningtypen zijn in beginsel slechts passend voor
                                    bepaalde categorieën woningzoekenden, te weten:</al></lid><lid><lidnr>-</lidnr><al>seniorenwoningen met zorgvoorzieningen: passend voor degenen van
                                    55 jaar en ouder die daarvoor geïndiceerd zijn door burgemeester
                                    en wethouders op advies van een daartoe aangewezen medisch
                                    adviseur; </al></lid><lid><lidnr>-</lidnr><al>seniorenwoningen: passend voor degenen van 55 jaar en ouder;
                                </al></lid><lid><lidnr>-</lidnr><al>gehandicaptenwoningen: passend voor gehandicapten hetgeen dient
                                    te blijken uit een indicatie hiervoor van een door burgemeester
                                    en wethouders aan te wijzen medisch adviseur en</al></lid><lid><lidnr>-</lidnr><al>jongerenwoningen: passend voor alleenstaanden en
                                    tweepersoonshuishoudens in de leeftijdscategorie van 18 tot 30
                                    jaar. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Wanneer er een op aantoonbare ervaringsgegevens gebaseerd
                                    vermoeden bestaat dat er voor bepaalde woningtypes, zoals
                                    beschreven in lid 1, geen gegadigden zijn die een passende
                                    toewijzing mogelijk maken, kunnen in het advertentiemedium
                                    tevens andere huishoudens worden uitgenodigd naar de woning te
                                    solliciteren. Bij de uiteindelijke volgordebepaling kan voorrang
                                    gegeven worden aan kandidaten die wel passend gehuisvest kunnen
                                    worden. Wanneer dit het geval is, dient dit vooraf in de
                                    advertentietekst te worden gemeld.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2.3.4 Overige voorwaarden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Wanneer voor een complex woningen een beheersplan is
                                        opgesteld kunnen aanvullende toelatingseisen gelden ten
                                        aanzien van de aspirant-huurders. In het advertentiemedium
                                        wordt hiervan melding gemaakt.</al></li><li nr="2."><al>De eigenaar van de woonruimte dient vooraf een gemotiveerd
                                        verzoek in te dienen om met vrijkomende woningen te
                                        adverteren als bedoeld in lid 1 van dit artikel.</al></li><li nr="3."><al>Burgemeester en wethouders dienen vooraf op zijn gemotiveerd
                                        verzoek schriftelijk aan de eigenaar van de woonruimte
                                        toestemming te verlenen voor de wijze van adverteren als
                                        bedoeld in lid 1. De toestemming bevat ondermeer een
                                        aanduiding van de duur van de toestemming en inhoudelijke
                                        voorschriften.</al></li></lijst><al><vet>Paragraaf 2.4 Inschrijving</vet></al><al><vet>Artikel 2.4.1 Register van woningzoekenden</vet></al><lijst><li nr="1."><al>a. Ter bevordering van een doelmatige verdeling van ter
                                        beschikking gekomen woningen dragen burgemeester en
                                        wethouders zorg voor het aanleggen en bijhouden van een
                                        register van woningzoekenden die in aanmerking willen komen
                                        voor een huurwoning.</al><al>b.Burgemeester en wethouders kunnen ook besluiten een
                                        dergelijk register aan te leggen voor woningzoekenden die in
                                        aanmerking willen komen voor een nieuw te bouwen
                                        koopwoning.</al></li><li nr="2."><al>In het register worden op hun verzoek als woningzoekenden
                                        ingeschreven de huishoudens die voldoen aan de volgende
                                        eisen:</al><lijst><li nr="-"><al>tenminste één der leden is 18 jaar of ouder;</al></li><li nr="-"><al>tenminste één van de volwassen leden heeft een
                                                economische of maatschappelijke binding aan de
                                                provincie, of behoort tot de in artikel 13c van de
                                                Wet genoemde beschermde groepen, of verblijft in een
                                                opvangtehuis of erkende hulp- en
                                                dienstverleningsinstelling in de provincie waarover
                                                met betrekking tot het toewijzen van woonruimte in
                                                regionaal verband afspraken zijn gemaakt en</al></li><li nr="-"><al>de leden van het huishouden bezitten de Nederlandse
                                                nationaliteit of verblijven hier rechtmatig.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Indien hiertoe vooraf algemene, lokaal of bovenlokaal
                                        geldende, afspraken gemaakt zijn in het kader van een
                                        Laatste Kansbeleid met de in de gemeente werkzame
                                        corporaties die op verzoek door iedere woningzoekende zijn
                                        in te zien, kunnen burgemeester en wethouders een verzoek
                                        als bedoeld in lid 2 weigeren, indien: </al></li><li nr="-"><al>het een moeilijk plaatsbare betreft die:</al></li><li nr="a."><al>door een gerechtelijke uitspraak wegens wanbetaling uit een
                                        woning van een aan het aanbodmodel als omschreven in artikel
                                        2.6.1 deelnemende verhuurder in de regio, is gezet en</al></li><li nr="b."><al>geen afbetalingsregeling tegen gangbare voorwaarden rond de
                                        maximale afbetalingscapaciteit met de vorige verhuurder is
                                        overeengekomen dan wel een dergelijke afbetalingsregeling
                                        niet nakomt. </al><al>-het een moeilijk plaatsbare betreft:</al><lijst><li nr="a."><al>die door een gerechtelijke uitspraak is uitgezet om
                                                reden van ernstige inbreuk op het woongenot van
                                                omwonenden, èn;</al></li><li nr="b."><al>ernstig rekening moet worden gehouden met herhaling,
                                                èn;</al></li><li nr="c."><al>gebleken is dat, gegeven het risico van herhaling,
                                                binnen het bezit van de aan het aanbodsysteem
                                                deelnemende verhuurders geen zodanige woonruimte
                                                beschikbaar is of komt, dat verdere inbreuk op het
                                                woongenot van omwonenden voorkomen kan worden.</al></li></lijst></li><li nr="-"><al>de weigering van het verzoek bestrijkt een periode van 3
                                        jaar.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 2.4.2 Aanvraag tot inschrijving</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Een aanvraag tot inschrijving als woningzoekende richt men
                                        door middel van een daartoe bestemd formulier aan
                                        burgemeester en wethouders.</al></li><li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders kunnen het overleggen van
                                        bescheiden eisen die zij voor de beoordeling van de aanvraag
                                        nodig oordelen.</al></li><li nr="3."><al>Als inschrijvingsdatum geldt het moment waarop alle voor
                                        beoordeling van de aanvraag benodigde gegevens zijn
                                        ingediend en de leges dan wel administratiekosten zijn
                                        betaald.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 2.4.3 Bewijs van inschrijving</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders verstrekken aan de in het
                                        register ingeschreven woningzoekenden een bewijs van
                                        inschrijving, waarop de volgende gegevens worden
                                        vermeld:</al><lijst><li nr="a."><al>naam van de aanvrager;</al></li><li nr="b."><al>geboortedatum van de aanvrager;</al></li><li nr="c."><al>adresgegevens;</al></li><li nr="d."><al>doorstroomgegevens </al></li><li nr="e."><al>inschrijvingsdatum </al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Een inschrijvingsbewijs van de ene gemeente in de regio
                                        geldt tevens als inschrijvingsbewijs voor andere gemeenten
                                        in de regio. </al></li></lijst><al><vet>Artikel 2.4.4 Geldigheidsduur</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De inschrijving in het register is 1 jaar geldig.</al></li><li nr="2."><al>De inschrijving wordt jaarlijks met 1 jaar verlengd, indien
                                        de woningzoekende daarom tijdig op de in de gemeente
                                        gebruikelijke wijze, schriftelijk heeft verzocht via een
                                        daartoe bestemd formulier.</al></li><li nr="3."><al>Burgemeester en wethouders halen elke inschrijving het
                                        huishouden betreffende door indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de woningzoekende daarom verzoekt;</al></li><li nr="b."><al>de woningzoekende een huisvestingsvergunning voor
                                                het betrekken van woonruimte in de regio heeft
                                                verkregen;</al></li><li nr="c."><al>de woningzoekende niet meer aan de
                                                inschrijvingseisen voldoet;</al></li><li nr="d."><al>de woningzoekende niet tijdig op de in de gemeente
                                                gebruikelijke wijze, schriftelijk heeft verzocht om
                                                verlenging van de inschrijving met een jaar via een
                                                daartoe bestemd formulier;</al></li><li nr="e."><al>de woningzoekende gedurende de geldigheidstermijn
                                                van de inschrijving de door hem of haar bewoonde
                                                huurwoning in eigendom heeft verworven van een
                                                verhuurder die deelneemt aan het aanbodsysteem als
                                                omschreven in artikel 2.6.1.;</al></li><li nr="f."><al>het een moeilijk plaatsbare betreft die uit de
                                                huidige woning is of wordt gezet en die volgens de
                                                criteria die in artikel 2.4.1 lid 3 zijn gesteld
                                                zich niet zou kunnen inschrijven als
                                                woningzoekende.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Burgemeester en wethouders kunnen een inschrijving tevens
                                        doorhalen indien de woningzoekenden in één of meer gemeenten
                                        van de regio twee of meer keren voor een huurwoning of
                                        koopwoning ingeschreven staat in het
                                        woningzoekendenregister. In dat geval wordt de oudste
                                        inschrijfdatum gehandhaafd.</al></li></lijst><al><vet>Paragraaf 2.5 Urgentie</vet></al><al><vet>Artikel 2.5.1 Urgent woningzoekenden </vet></al><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders kunnen een in het register
                                        ingeschreven woningzoekende, die voldoet aan een van de
                                        onder lid 4 genoemde indicatiegronden, urgent verklaren,
                                        waarbij de volgende voorwaarden van toepassing zijn:</al></li><li nr="a."><al>de woningzoekende is ingezetene van de regio;</al></li><li nr="b."><al>de woningzoekende beschikt(e) over zelfstandige woonruimte
                                        in de regio;</al></li><li nr="c."><al>er is sprake van een bijzondere persoonlijke
                                        noodsituatie;</al></li><li nr="d."><al>de woningzoekende kan aantonen eerst zelf naar een oplossing
                                        te hebben gezocht;</al></li><li nr="e."><al>een verhuizing binnen zes maanden is noodzakelijk èn </al></li><li nr="f."><al>de woningzoekende is niet in staat om zelf binnen zes
                                        maanden voor passende huisvesting te zorgen via het
                                        aanbodsysteem als bedoeld in artikel 2.6.1. of op andere
                                        wijze.</al></li><li nr="2."><al>De in het vorige lid gestelde voorwaarden 1d. tot en met 1f.
                                        zijn niet van toepassing voor urgentie op grond van een
                                        volkshuisvestelijke indicatie.</al></li><li nr="3."><al>In afwijking van lid 1a vervalt het vereiste van het bewonen
                                        van een, volgens het bestemmingsplan, voor permanente
                                        bewoning bestemde woonruimte indien bij een aanvraag om een
                                        medische indicatie de medisch adviseur positief
                                        adviseert.</al></li><li nr="4."><al>Er zijn de volgende indicatiegronden voor urgentie:</al><al>A.Sociale indicatie</al><al>Sociaal geïndiceerden zijn ingezetenen van de regio die in
                                        verband met sociale problemen in combinatie met
                                        omstandigheden in de huidige in de regio gelegen woning
                                        dringend op korte termijn een andere woning nodig hebben.
                                        Alleen onder de navolgende genoemde omstandigheden wordt een
                                        sociale indicatie verleend:</al><al>a.<vet>Dreigende dakloosheid buiten eigen schuld of
                                            toedoen</vet></al><al>Degenen die buiten eigen schuld of toedoen hun woonruimte
                                        moeten verlaten kunnen uitsluitend in de volgende gevallen
                                        in aanmerking komen voor urgentie: </al><lijst><li nr="-"><al>het onvoorzienbaar moeten verlaten van een echte
                                                dienstwoning, voor zover de werkgever de werknemer
                                                tot vrije oplevering heeft gedwongen;</al></li><li nr="-"><al>het verlaten van woonruimte ten gevolge van een
                                                gerechtelijk (niet zijnde echtscheidings)vonnis,
                                                voor zover dit niet door de betrokkene voorkomen had
                                                kunnen worden;</al></li><li nr="-"><al>een calamiteit zoals brand of overstroming.</al></li></lijst><al>Het verzoek om sociale indicatie voor urgentie moet
                                        uiterlijk binnen een maand na het ontstaan van de
                                        dakloosheid buiten eigen schuld of toedoen worden
                                        gedaan.</al><al>b.<vet>Relatiebeëindiging</vet></al><al>Degenen die de zorg voor minderjarige kinderen hebben en bij
                                        wie de kinderen geregistreerd staan volgens de gemeentelijke
                                        basisadministratie van een van de regiogemeenten, kunnen in
                                        aanmerking komen voor urgentie nadat een (voorlopige)
                                        voorziening bij echtscheiding is getroffen (waarbij urgentie
                                        op basis van voorlopige voorziening alleen kan worden
                                        afgegeven indien aantoonbaar het echtscheidingsverzoek is
                                        ingediend), danwel sprake is van verbreking van een
                                        geregistreerd partnerschap, een notarieel vastgelegd
                                        samenlevingscontract dan wel blijkend uit de Gemeentelijke
                                        basisadministratie, voor zover:</al><lijst><li nr="I."><al>in geval van echtscheiding:</al><lijst><li nr="-"><al>de rechter heeft afgeweken van het verzoek tot
                                                  toewijzing van de in de regio gelegen woning door
                                                  de partij, die de zorg voor het (de) minderjarige
                                                  kind(eren) op zich neemt en</al></li><li nr="-"><al>aantoonbaar is dat in de
                                                  echtscheidingsprocedure het recht om in de huidige
                                                  woning te blijven wonen, alsmede voldoende
                                                  alimentatie of ander inkomen om de woonlasten op
                                                  te kunnen brengen zijn geclaimd en</al></li><li nr="-"><al>het verzoek om sociale indicatie voor urgentie
                                                  binnen drie maanden na de gerechtelijke uitspraak
                                                  wordt gedaan.</al></li></lijst></li><li nr="II."><al>in geval van verbreking van een geregistreerd
                                                partnerschap of een notarieel vastgelegd
                                                samenlevingscontract, dan wel blijkend uit de
                                                Gemeentelijke basisadministratie dat betrokkenen
                                                minimaal 2 jaar samenwonen:</al><lijst><li nr=""><al>-aantoonbaar is door middel van een
                                                  schriftelijk en aangetekend verzoek dat door de
                                                  partij die de zorg voor het (de) minderjarige
                                                  kind(eren) op zich neemt het recht om in de
                                                  huidige, in de regio gelegen, woning te blijven
                                                  wonen, alsmede voldoende alimentatie of ander
                                                  inkomen om de woonlasten op te kunnen brengen zijn
                                                  geclaimd en </al></li><li nr="-"><al>het verzoek om sociale indicatie voor urgentie
                                                  binnen drie maanden na verbreking van de relatie
                                                  wordt gedaan.</al></li></lijst></li></lijst><al>Aan de onder I. en II. genoemde verplichting tot het claimen
                                        van het recht om in de huidige woning te blijven wonen,
                                        alsmede voldoende alimentatie of ander inkomen te claimen om
                                        de woonlasten op te kunnen brengen, hoeft niet te worden
                                        voldaan als schriftelijk aantoonbaar kan worden gemaakt dat
                                        het niet zinvol is een dergelijke claim te leggen.</al><al>Hiervan is in ieder geval sprake indien:</al><lijst><li nr=""><lijst><li nr="-"><al>de betreffende woning op naam van de partner
                                                  staat, voor zover er geen sprake is van een
                                                  gemeenschap van goederen;</al></li><li nr="-"><al>de partner waarbij de claim zou worden
                                                  neergelegd slechts een uitkering op
                                                  bijstandsniveau heeft.</al></li></lijst></li><li nr="c."><al><vet>Relatie-beëindiging met gedeelde zorg voor
                                                  minderjarige kinderen (co-ouderschap)</vet></al></li></lijst><al>In het geval van co-ouderschap kan slechts urgentie aan één
                                        van de ouders worden verleend. De hierboven onder b, I en II
                                        genoemde voorwaarden zijn van overeenkomstige toepassing. In
                                        het geval dat één van beide ouders in de huidige woning kan
                                        blijven wonen wordt in geval van co-ouderschap geen urgentie
                                        verleend aan de andere ouder.</al><lijst><li nr=""><al>d.<vet>Financiële omstandigheden</vet></al><lijst><li nr="-"><al>Ingezetenen van de regio, die de zorg voor
                                                  minderjarige kinderen hebben en bij wie de
                                                  kinderen geregistreerd staan, die buiten eigen
                                                  schuld financieel in zodanige problemen zitten dat
                                                  zij de woonlasten niet meer op kunnen brengen,
                                                  kunnen uitsluitend in aanmerking komen voor
                                                  urgentie indien de betrokkene daadwerkelijk in
                                                  aanmerking komt voor een uitkering uit een
                                                  gemeentelijk woonlastenfonds, danwel een
                                                  woonkostentoeslag van de sociale dienst, met
                                                  daaraan verbonden de voorwaarde om te zien naar
                                                  goedkope woonruimte. De financiële problemen mogen
                                                  niet direct het gevolg zijn van
                                                  relatiebeëindiging.</al></li><li nr="-"><al>Voorts kunnen ingezetenen van de regio in
                                                  aanmerking komen voor urgentie indien zij buiten
                                                  eigen schuld of toedoen hun woonruimte moeten
                                                  verlaten als gevolg van het overschrijden van de
                                                  maximale huurgrens voor huurtoeslag indien gegeven
                                                  het inkomen recht op huurtoeslag bestaat.</al></li></lijst></li><li nr="B."><al>Medische indicatie</al></li></lijst><al>Ingezetenen van de regio, die in een om medische redenen
                                        (fysiek/psychisch) onhoudbare woonsituatie verkeren en om
                                        die reden een indicatie voor andere woonruimte hebben
                                        ontvangen, kunnen in aanmerking komen voor urgentie.
                                        Datzelfde geldt voor ingezetenen van de regio die te maken
                                        hebben met een als gevolg van de woonsituatie zeer
                                        progressief ziektebeeld. Indien in het kader van de Wet
                                        Voorzieningen Gehandicapten verhuizing wordt aanbevolen in
                                        verband met ergonomische belemmeringen door ernstige fysieke
                                        belemmeringen kan aan ingezetenen van de regio urgentie
                                        worden verleend, mits verhuizen naar oordeel van
                                        burgemeester en wethouders spoedeisend is en de goedkoopst
                                        adequate voorziening is.</al><al>C.Volkshuisvestelijke indicatie</al><al>Huurders en eigenaar-bewoners van woningen in de regio die
                                        in het belang van de volkshuisvesting of ter uitvoering van
                                        openbare werken in het algemeen belang, gesloopt of
                                        ingrijpend verbeterd moeten worden, kunnen in aanmerking
                                        komen voor urgentie.</al><al>Burgemeester en wethouders kunnen bij afgifte van de
                                        urgentie als hierboven bedoeld bepalen dat betrokken
                                        bewoners na voltooiing van de werken eenmalig een vooraf te
                                        bepalen passend aanbod krijgen tot terugkeer in het
                                        ingrijpend verbeterde of nieuwgebouwde complex. Wanneer geen
                                        passend aanbod als bedoeld in paragraaf 2.3. kan worden
                                        geboden in het ingrijpend verbeterde dan wel nieuwgebouwde
                                        complex, kan eenmalig een passend aanbod tot terugkeer
                                        elders in de woonbuurt worden gedaan.</al><al>D.Maatschappelijke indicatie</al><al>Woningzoekenden die in verband met navolgende omstandigheden
                                        dringend woonruimte nodig hebben kunnen in aanmerking komen
                                        voor urgentie, het betreft hier:</al><al>-personen die verblijven in een van gemeentewege erkend
                                        opvangtehuis in de regio of uit een van gemeentewege erkende
                                        hulp- en dienstverleningsinstellingen in de regio, over wie
                                        met betrekking tot toewijzing van woonruimte in regionaal of
                                        lokaal verband afspraken zijn gemaakt.</al><al><vet>Artikel 2.5.2 Aanvraag en besluitvorming tot
                                            urgentie</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De woningzoekende die meent voor een sociale of
                                                medische indicatie voor urgentie in aanmerking te
                                                komen, dient hiertoe een schriftelijke aanvraag in
                                                bij burgemeester en wethouders van de woongemeente.
                                                De aanvraag dient in ieder geval een motivering te
                                                bevatten, waarin wordt vermeld:</al></li><li nr="-"><al>de aard van de persoonlijke problematiek;</al></li><li nr="-"><al>de relatie van deze problematiek met de huidige
                                                woonsituatie en</al></li><li nr="-"><al>de argumentatie op grond waarvan verhuizing binnen
                                                een jaar absoluut noodzakelijk is.</al></li><li nr="2."><al>Bij een aanvraag om toekenning van een medische
                                                indicatie voor urgentie winnen burgemeester en
                                                wethouders advies in bij een door hen aan te wijzen
                                                medisch adviseur.</al></li><li nr="3."><al>Bij een aanvraag om toekenning van een sociale
                                                indicatie voor urgentie kunnen burgemeester en
                                                wethouders zich laten adviseren door een door hen
                                                aan te wijzen instantie.</al></li><li nr="4."><al>Een aanvraag kan voor één indicatiegrond worden
                                                ingediend. Een aanvraag om toekenning van een
                                                indicatie voor urgentie waarover in het verleden
                                                reeds is beslist, wordt alleen dan in behandeling
                                                genomen indien er sprake is van gewijzigde feiten en
                                                omstandigheden.</al></li><li nr="5."><al>a. De aanvraag voor een volkshuisvestelijke
                                                indicatie voor urgentie kan uitsluitend schriftelijk
                                                door de eigenaar van een woning bij burgemeester en
                                                wethouders worden ingediend.</al><al>b.De aanvraag voor een maatschappelijke indicatie
                                                voor urgentie kan uitsluitend worden ingediend bij
                                                burgemeester en wethouders door (personen die
                                                verblijven in) een van gemeentewege erkend
                                                opvangtehuis in de regio of een van gemeentewege
                                                erkende hulp- en dienstverleningsinstellingen in de
                                                regio, waarover met betrekking tot de toewijzing van
                                                woonruimte in regionaal of lokaal verband afspraken
                                                zijn gemaakt. </al></li></lijst><al><vet>Artikel 2.5.3 Beperkte keuzemogelijkheid
                                        urgenten</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Bij urgentieverlening stellen burgemeester en
                                                wethouders een zoekprofiel vast. </al></li><li nr="2."><al>Urgent woningzoekenden met een sociale-, medische of
                                                maatschappelijke indicatie, kunnen met hun status
                                                "urgent" uitsluitend reageren op het regionale
                                                aanbod van passende flatwoningen vanaf de 1e
                                                verdieping. In geval van een medische indicatie kan
                                                hiervan worden afgeweken indien in het advies van de
                                                medisch adviseur als bedoeld in artikel 2.5.2 lid 2
                                                uitdrukkelijk een ander woningtype wordt
                                                geadviseerd.</al></li><li nr="3."><al>Burgemeester en wethouders kunnen van het standaard
                                                regionale zoekprofiel als bedoeld in lid 2 afwijken,
                                                wanneer het belet dat de urgent woningzoekende
                                                lokaal een passende woning krijgt toegewezen, omdat
                                                in de lokale woningvoorraad bepaalde woningtypen
                                                ontbreken of naar verwachting niet binnen 6 maanden
                                                vrij voor verhuur komen en huisvesting in de
                                                woongemeente sociaal of maatschappelijk,
                                                noodzakelijk wordt geacht. In dit geval wordt door
                                                burgemeester en wethouders een tweede zoekprofiel
                                                vastgesteld, waarmee de urgent woningzoekende
                                                uitsluitend op het woningaanbod in de huidige
                                                woongemeente kan reageren. </al></li><li nr="4."><al>Urgent woningzoekenden met een volkshuisvestelijke
                                                indicatie, kunnen met hun status "urgent" reageren
                                                op het regionale woningaanbod die qua woningtype
                                                vergelijkbaar zijn met de huidige woning die
                                                gesloopt of ingrijpend verbeterd moet worden.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 2.5.4 Intrekken urgentie</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders trekken een
                                                urgentieverklaring in, indien:</al><lijst><li nr=""><lijst><li nr="a."><al>niet langer aan de vereisten voor het
                                                  verkrijgen van een urgentieverklaring wordt
                                                  voldaan;</al></li><li nr="b."><al>de urgentieverklaring is verstrekt op grond
                                                  van gegevens waarvan de woningzoekende wist of
                                                  redelijkerwijs kon vermoeden dat zij onjuist of
                                                  onvolledig waren;</al></li></lijst></li><li nr="c."><al>de urgente in de eerste zes maanden na het
                                                  verkrijgen van de urgentie niet zelf actief heeft
                                                  gereageerd op aantoonbaar passend aanbod in de
                                                  regionale woningkrant;</al></li><li nr="d."><al>de urgente eenmaal een naar het oordeel van
                                                  burgemeester en wethouders passende woonruimte in
                                                  de regio heeft aangeboden gekregen.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Na het intrekken van een urgentieverklaring kan niet
                                                op grond van dezelfde omstandigheden opnieuw een
                                                urgentie worden aangevraagd.</al></li></lijst><al><vet> Paragraaf 2.6 Toewijzen van woonruimte</vet></al><al><vet>Artikel 2.6.1 Aanbodsysteem voor de toewijzing van
                                            huurwoningen</vet></al><lijst><li nr=""><al>1.Burgemeester en wethouders verlenen geregistreerde
                                                woningzoekenden medewerking bij het verkrijgen van
                                                zelfstandige woonruimte door middel van het
                                                aanbodsysteem.</al></li><li nr="2."><al>Vrijkomende woonruimte van verhuurders die deelnemen
                                                aan het aanbodsysteem wordt geplaatst in het
                                                advertentiemedium, met uitzondering van:</al><lijst><li nr="-"><al>woonruimte ten behoeve van
                                                  verblijfsgerechtigden en statushouders;</al></li><li nr="-"><al>wisselwoningen en plankwoningen ten behoeve
                                                  van tijdelijke huisvesting;</al></li><li nr="-"><al>woonruimte ten behoeve van te bemiddelen
                                                  urgenten en ten behoeve van bijzondere categorieën
                                                  woningzoekenden;</al></li><li nr="-"><al>afhankelijk van de lokale situatie of de
                                                  situatie in de regio: woonruimte die als geheel
                                                  met instemming van de eigenaar bestemd wordt of is
                                                  voor bewoning door een woongroep;</al></li><li nr="-"><al>afhankelijk van de lokale situatie of de
                                                  situatie in de regio: zelfstandige woonruimte die
                                                  onderdeel uitmaakt van een groepswooncomplex, wat
                                                  blijkt uit het gemeenschappelijk beheer van
                                                  verblijfsruimte(n) en/of gemeenschappelijk gebruik
                                                  van voorzieningen in het betreffende complex;
                                                  </al></li><li nr="-"><al>afhankelijk van de lokale situatie of de
                                                  situatie in de regio: standplaatsen voor
                                                  woonwagens;</al></li><li nr="-"><al>afhankelijk van de lokale situatie of de
                                                  situatie in de regio: gehandicaptenwoningen,
                                                  woningen voor minder validen en seniorenwoningen
                                                  met zorgvoorzieningen;</al></li><li nr="-"><al>afhankelijk van een overeenkomst als bedoeld
                                                  in artikel 2.8.1, lid twee: woonruimte als
                                                  onderdeel van Lokaal Maatwerk.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Burgemeester en wethouders kunnen bijzondere
                                                categorieën woningzoekenden en woningzoekenden met
                                                een indicatie urgent door bemiddeling medewerking
                                                verlenen bij het verkrijgen van woonruimte, indien
                                                zij er niet in slagen binnen 6 maanden na afgifte
                                                urgentie op eigen initiatief passende woonruimte te
                                                vinden. Deze bemiddeling vindt binnen 12 maanden
                                                plaats nadat de urgentieverklaring is
                                                afgegeven.</al></li><li nr="4."><al>Het advertentiemedium verschijnt periodiek per
                                                gemeente dan wel per groep van gemeenten in de
                                                regio. Het advertentiemedium biedt inzicht in het
                                                aanbod van tenminste de woonruimte in beheer bij
                                                corporaties en waarvoor het vergunningenstelsel
                                                geldt, van de gemeente of van de groep van gemeenten
                                                in de regio. Het advertentiemedium moet tijdig voor
                                                alle geïnteresseerde woningzoekenden in de regio
                                                verkrijgbaar zijn.</al></li><li nr="5."><al>Ter bepaling van de volgorde worden alle
                                                belangstellende woningzoekenden op datum van
                                                inschrijving gerangschikt. De woning wordt voor
                                                verhuring aangeboden op volgorde van anciënniteit.
                                            </al></li><li nr="6."><al>a Woningzoekenden met de status "urgent" hebben - in
                                                afwijking van het bepaalde in het vorige lid -
                                                voorrang boven alle andere kandidaten, indien de
                                                woonruimte past binnen het door burgemeester en
                                                wethouders voor de urgente vastgestelde zoekprofiel
                                                en zij hebben gereageerd binnen de zoektermijn.</al></li></lijst><al>b De volgorde van toewijzing tussen urgenten wordt op basis
                                        van anciënniteit bepaald door de datum van de verlening van
                                        de urgentie</al><al>c In afwijking van lid zes onder a, kunnen burgemeester en
                                        wethouders met instemming van de eigenaar van woonruimte, in
                                        het advertentiemedium woonruimte aanwijzen, waarop de status
                                        "urgent", niet geldig is.</al><lijst><li nr="7."><al>Alleen de reactie van de woningzoekende die voldoet
                                                aan de voorwaarden die gelden voor de desbetreffende
                                                woning, wordt in behandeling genomen.</al></li><li nr="8."><al>De woningzoekende mag per uitgave van het
                                                advertentiemedium op maximaal vier advertenties
                                                reageren. Bij meer dan het vastgestelde aantal
                                                reacties per uitgave, wordt het maximale aantal
                                                reacties in behandeling genomen van de
                                                desbetreffende woningzoekende.</al></li><li nr="9."><al>Indien een advertentie tot een toewijzing leidt,
                                                wordt daarvan in het advertentiemedium binnen
                                                veertien dagen na ingang van de contractueel
                                                overeengekomen eerste bewoningsdatum mededeling
                                                gedaan. Ook van toewijzingen van woningen op grond
                                                van het derde lid van dit artikel wordt in het
                                                advertentiemedium binnen veertien dagen na ingang
                                                van de contractueel overeengekomen eerste
                                                bewoningsdatum mededeling gedaan in het
                                                advertentiemedium.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 2.6.2 Toewijzing van koopwoningen</vet></al><al>1.Bij het verkopen van nieuwe koopwoningen gaan doorstromers
                                        voor op overige woningzoekenden met een binding aan de
                                        provincie. Burgemeester en wethouders kunnen besluiten de
                                        mate van voorrang afhankelijk te stellen van de prijsklasse
                                        waarin de huurwoning van de potentiële doorstromer zich
                                        bevindt. Hierbij verdient het aanbeveling aan te sluiten bij
                                        de bij ministeriële regeling bepaalde prijsgrenzen voor de
                                        afbakening van de goedkope, de betaalbare en de bereikbare
                                        huurwoningenvoorraad.</al><al>Burgemeester en wethouders kunnen besluiten een deel van het
                                        aanbod te reserveren voor starters of overige
                                        woningzoekenden. </al><lijst><li nr="2."><al>a. Bij de verkoop van nieuwbouw koopwoningen met een
                                                koopsom tot € 133.725 (peildatum 1 juli 2005) gaan
                                                huishoudens met een inkomen tot € 36.000 (peildatum
                                                1 januari 2006) voor op huishoudens met een hoger
                                                inkomen. Hierbij wordt uitgegaan van het laatst
                                                bekende inkomen van het huishouden, zoals
                                                gedefinieerd in art. 1.1 lid 19;</al></li><li nr="b."><al>Burgemeester en wethouders passen jaarlijks het
                                                hierboven genoemde bedrag van € 133.725 aan, aan het
                                                voor het komende kalenderjaar geldende maximum voor
                                                het in eigendom verkrijgen van een sociale
                                                koopwoning. Burgemeester en wethouders verhogen het
                                                hierboven genoemde bedrag van € 36.000 jaarlijks met
                                                hetzelfde percentage als de door het Rijk bepaalde
                                                ophoging van de 'inkomensgrenzen voor de doelgroep'.
                                            </al></li><li nr="c."><al>De in lid 2 bij a en b genoemde koopsom wordt
                                                periodiek aangepast aan het voor dat kalenderjaar
                                                geldende, door het rijk vastgestelde maximumbedrag
                                                voor het in eigendom verkrijgen van een
                                                sociale-koopwoning.</al></li><li nr="3."><al>Bij de selectie van belangstellende kandidaten
                                                gelden als toelaatbare criteria:</al><lijst><li nr="a."><al>bij woningen bestemd voor doorstromers: de
                                                  woningzoekende met de oudste datum van eerste
                                                  bewoning gaat voor;</al></li><li nr="b."><al>bij woningen bestemd voor starters of overige
                                                  woningzoekenden geldt als toelaatbaar criterium:
                                                  inschrijfduur in lokaal of regionaal register als
                                                  bedoeld in paragraaf 2.4.1. lid 1, woonduur,
                                                  leeftijd dan wel loting. </al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Nieuwbouw koopwoningen moeten in ieder geval voor
                                                verkoop worden aangeboden in het advertentiemedium
                                                als bedoeld in artikel 2.6.1. Burgemeester en
                                                wethouders kunnen bepalen dat tegelijkertijd het
                                                aanbod via andere advertentiemedia bekend wordt
                                                gemaakt.</al></li></lijst><al><vet> Paragraaf 2.7 Standplaatsen voor een
                                        woonwagen</vet></al><al><vet>Artikel 2.7.1 Register van
                                        standplaatszoekenden</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Met inachtneming van de inschrijvingseisen van
                                                artikel 2.4.1 lid 2 houden burgemeester en
                                                wethouders een register bij van
                                                standplaatszoekenden, waarop de standplaatszoekenden
                                                in de volgorde als aangegeven in artikel 2.7.2
                                                worden genoteerd. </al></li><li nr="2."><al>De standplaatszoekenden ontvangen van hun
                                                inschrijving bericht.</al></li><li nr="3."><al>Ter aanvulling op het bepaalde in artikel 2.4.4 lid
                                                3, vervalt de inschrijving als standplaatszoekende
                                                ook indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de standplaatszoekende een standplaats of een
                                                  woning in Nederland krijgt toegewezen en deze
                                                  accepteert;</al></li><li nr="b."><al>de standplaatszoekende tweemaal een
                                                  standplaats door burgemeester en wethouders is
                                                  toegewezen en deze beide malen door de aanvrager
                                                  is geweigerd om naar het oordeel van burgemeester
                                                  en wethouders ongegronde redenen.</al></li></lijst></li></lijst><al><vet>Artikel 2.7.2 Toewijzing van standplaatsen</vet></al><lijst><li nr=""><al>1.Burgemeester en wethouders wijzen alleen een
                                                standplaats toe aan een standplaatszoekende die
                                                ingeschreven staat als bedoeld in artikel 2.7.1 lid
                                                1.</al></li><li nr="2."><al>Binnen het bepaalde in lid 1 geldt voor ingeschreven
                                                woningzoekenden de volgende rangorde bij
                                                toewijzing:</al><lijst><li nr="a."><al>standplaatszoekenden worden afnemend
                                                  gerangschikt op de registratieduur van de
                                                  standplaatszoekende;</al></li><li nr="b."><al>in afwijking van het gestelde in lid 2 a kan
                                                  voorrang worden verleend aan urgent
                                                  standplaatszoekenden met een volkshuisvestelijke
                                                  indicatie.</al></li></lijst></li></lijst><al><vet>Artikel 2.7.3 Vergunning</vet></al><lijst><li nr=""><al>1.Ter aanvulling op het bepaalde in artikel 2.2.3
                                                wordt voor een standplaats voor een woonwagen een
                                                huisvestingsvergunning verleend, indien aan de
                                                volgende voorwaarden wordt voldaan:</al><lijst><li nr="a."><al>de standplaatszoekende neemt in het in artikel
                                                  2.7.1 genoemde register de bovenste plaats in, of
                                                  de boven hem staande standplaatszoekenden willen
                                                  niet in aanmerking komen voor de standplaats;</al></li><li nr="b."><al>voor het plaatsen van de woonwagen op de
                                                  standplaats is aan de huurder een bouwvergunning
                                                  verleend op grond van de Woningwet.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Paragraaf 2.3 blijft in geval van
                                                standplaatszoekenden buiten toepassing.</al></li></lijst><al><vet>Paragraaf 2.8 Organisatie en bevoegdheden</vet></al><al><vet>Artikel 2.8.1 Overeenkomsten</vet></al><lijst><li nr=""><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders kunnen met besturen
                                                  van woningcorporaties een overeenkomst sluiten
                                                  waarin afspraken worden neergelegd over de wijze
                                                  waarop de samenwerking op het terrein van de
                                                  woonruimteverdeling gestalte wordt gegeven.
                                                  Burgemeester en wethouders kunnen ook met andere
                                                  marktpartijen overeenkomsten afsluiten over
                                                  samenwerking bij woonruimteverdeling. </al></li><li nr="2."><al>Door middel van Lokaal Maatwerk kunnen
                                                  burgemeester en wethouders met eigenaren of groep
                                                  van eigenaren van woonruimte, een overeenkomst
                                                  sluiten waarin afspraken worden neergelegd over de
                                                  wijze van toewijzing. De overeenkomst kan in de
                                                  plaats treden van het geheel of delen van deze
                                                  verordening, indien aan de volgende voorwaarden
                                                  wordt voldaan</al></li></lijst></li><li nr="a."><al>Lokaal Maatwerk is toegestaan op maximaal 30% van
                                                het vrijkomende aanbod van woonruimte onder de huur-
                                                en koopprijsgrens in de gemeente, gemiddeld over de
                                                3 voorgaande jaren.</al></li><li nr="b."><al>Lokaal Maatwerk heeft betrekking op:</al><lijst><li nr="-"><al>de verhouding inkomen – huur; </al></li><li nr="-"><al>aanvullende toelatingseisen op complexniveau
                                                  bij beheerproblemen;</al></li><li nr="-"><al>een ander toewijzingssysteem dan het
                                                  aanbodmodel;</al></li><li nr="-"><al>gerichte doorstroming met voorrang voor
                                                  woningzoekenden die specifieke woonruimte
                                                  achterlaten;</al></li><li nr="-"><al>de voorrangsregeling voor specifieke
                                                  doelgroepen van beleid;</al></li><li nr="-"><al>de regeling Huur – Direct en</al></li><li nr="-"><al>de regeling Experimenten </al></li><li nr="-"><al>de voorrangsregeling voor gemeenten met
                                                  beperkte bouwmogelijkheden</al></li></lijst></li></lijst><al>De nadere uitwerking van lid 2b is opgenomen in Bijlage 1,
                                        Artikelsgewijze Toelichting, van deze verordening.</al><lijst><li nr="c."><al>Burgemeester en wethouders rapporteren jaarlijks
                                                binnen drie maanden na afloop van het kalenderjaar
                                                aan het Samenwerkingsverband Utrecht-West over het
                                                gebruik van het maatwerkartikel. </al></li><li nr="3."><al>De huisvesting van statushouders valt buiten lokaal
                                                maatwerk</al></li></lijst></li></lijst><al>Artikel 2.8.2 Mandatering</al><al>Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de uitoefening van hun
                                bevoegdheden krachtens hoofdstuk 2 te mandateren. </al><al/></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>HOOFDSTUK 3 WIJZIGING SAMENSTELLING VAN DE WOONRUIMTEVOORRAAD</titel></kop><structuurtekst><al/><al><vet>Paragraaf 3.1 Onttrekking, samenvoeging en omzetting</vet></al><al><vet>Artikel 3.1.1 Werkingsgebied</vet></al><al>Het bepaalde in dit hoofdstuk is van toepassing op alle woonruimten. </al><al>Artikel 3.1.2 Vergunningvereiste</al><al>Het is verboden om zonder vergunning een woonruimte, aangewezen in
                            artikel 3.1.1:</al><lijst><li nr="a."><al>aan de bestemming tot bewoning te onttrekken, of voor een
                                    zodanig gedeelte aan die bestemming te onttrekken, dat die
                                    woonruimte daardoor niet langer geschikt is voor bewoning door
                                    een huishouden van dezelfde omvang als waarvoor deze zonder
                                    zodanige onttrekking geschikt is;</al></li><li nr="b."><al>met andere woonruimte samen te voegen;</al></li><li nr="c."><al>van zelfstandige in onzelfstandige woonruimte om te zetten.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 3.1.3 Aanvragen van een vergunning </vet></al><lijst><li nr=""><lijst><li nr=""><al>1.De aanvraag van een vergunning wordt ingediend bij
                                            burgemeester en wethouders en gaat vergezeld van de
                                            volgende informatie en bewijsstukken:</al></li><li nr="b."><al>naam en adres van de eigenaar of diens gemachtigde;</al></li><li nr="c."><al>gegevens over de huidige situatie:</al></li></lijst></li><li nr="-"><al>adres van de woonruimte waarop de aanvraag betrekking
                                    heeft;</al></li><li nr="-"><al>huur- of koopprijs; </al></li><li nr="-"><al>aantal kamers;</al></li><li nr="-"><al>woonoppervlak;</al></li><li nr="-"><al>woonlaag en</al></li><li nr="-"><al>staat van onderhoud;</al><lijst><li nr="c."><al>gegevens over de beoogde situatie:</al><lijst><li nr="-"><al>bestemming;</al></li><li nr="-"><al>bouwtekening/bouwvergunning en</al></li><li nr="-"><al>compensatievoorstel;</al></li></lijst></li><li nr="d."><al>gegevens bij voorgenomen samenvoeging:</al><lijst><li nr="-"><al>verwachte huur- of koopprijs;</al></li><li nr="-"><al>naam van de toekomstige bewoner(s);</al></li><li nr="-"><al>omvang van het huishouden van de toekomstige
                                                  bewoners en</al></li><li nr="-"><al>schriftelijke verklaring van toestemming van de
                                                  verhuurder.</al><lijst><li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders kunnen bij de
                                                  beoordeling van aanvragen tot onttrekking ten
                                                  behoeve van de uitoefening van een bedrijf advies
                                                  inwinnen bij de Kamer van Koophandel.</al></li><li nr="3."><al>Bij de beoordeling van aanvragen tot
                                                  onttrekking ten behoeve van de praktijkuitoefening
                                                  door officieel erkende medici of paramedici kunnen
                                                  burgemeester en wethouders het advies inwinnen van
                                                  de Adviescommissie Huisvesting Beoefenaars van
                                                  Medische en Paramedische Beroepen.</al></li><li nr="4."><al>Op of bij de vergunning vermelden burgemeester
                                                  en wethouders de volgende informatie:</al></li></lijst></li></lijst></li><li nr="a."><al>de mededeling dat binnen een jaar van de vergunning
                                            gebruik gemaakt moet worden;</al></li><li nr="b."><al>de woonruimte waarop de vergunning betrekking
                                            heeft;</al></li><li nr="c."><al>de opgelegde compensatie;</al></li><li nr="d."><al>de mededeling dat pas nadat voldoende is gecompenseerd,
                                            gebruik gemaakt mag worden van de vergunning;</al></li><li nr="e."><al>overige voorwaarden.</al></li></lijst></li><li nr="5."><al>Indien aanvrager een tijdelijke behoefte kan aantonen, kunnen
                                    burgemeester en wethouders een tijdelijke vergunning voor
                                    maximaal vijf jaar verlenen.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 3.1.4 Criteria voor vergunningverlening</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders verlenen de vergunning, indien naar
                                    hun oordeel het met de onttrekking, samenvoeging of omzetting
                                    gediende belang groter is dan het belang van het behoud of de
                                    samenstelling van de woonruimtevoorraad.</al></li><li nr="2."><al>Indien burgemeester en wethouders hebben vastgesteld, dat het
                                    met de onttrekking, samenvoeging of omzetting gediende belang
                                    minder zwaar weegt dan het belang van het behoud of de
                                    samenstelling van de woonruimtevoorraad, wordt de vergunning
                                    verleend indien aanvrager:</al><lijst><li nr="a."><al>bereid is compensatie te bieden als bedoeld in art.
                                            3.1.5 en</al></li><li nr="b."><al>aan de door burgemeester en wethouders in het belang van
                                            de voorziening in de behoefte aan woonruimte verband
                                            houdende voorwaarden en voorschriften is voldaan.</al></li></lijst></li></lijst><al><vet>Artikel 3.1.5 Compensatie</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Compensatie moet worden geboden door het toevoegen aan de
                                    woningvoorraad van andere, vervangende woonruimte die naar het
                                    oordeel van burgemeester en wethouders gelijkwaardig is aan de
                                    te onttrekken woonruimte.</al></li><li nr="2."><al>Voor het berekenen van de vloeroppervlakte van de te compenseren
                                    woonruimte wordt uitgegaan van de gebruiksoppervlakte als
                                    bedoeld in NEN 2580.</al></li><li nr="3."><al>Indien en voor zover de compensatie als bedoeld in het eerste
                                    lid niet mogelijk is, is de aanvrager een financiële bijdrage
                                    verschuldigd. Daarbij gelden de volgende prijzen (per vierkante
                                    meter, peildatum 1 juli 2006) welke periodiek door burgemeester
                                    en wethouders worden aangepast, als een vergunning voor
                                    onbepaalde tijd wordt verleend:</al><lijst><li nr="a."><al>€ 381 in geval van het geheel of gedeeltelijk onttrekken
                                            aan de woonbestemming van zelfstandige woonruimte;</al></li><li nr="b."><al>€ 294 in geval van het geheel of gedeeltelijk onttrekken
                                            aan de woonbestemming van niet-zelfstandige
                                            woonruimte;</al></li><li nr="c."><al>€ 206 in geval van samenvoeging of omzetting van
                                            woonruimte.</al></li></lijst></li></lijst><al>Als een tijdelijke vergunning als bedoeld in artikel 3.1.3 lid 5 wordt
                            verleend, wordt tien procent (10%) per jaar van het bedrag genoemd onder
                            respectievelijk a, b of c (afhankelijk van welke situatie van toepassing
                            is) gehanteerd.</al><lijst><li nr="4."><al>Het fonds dat door deze compensatiegelden wordt gevormd, kan
                                    uitsluitend in het kader van de volkshuisvesting worden
                                    aangewend.</al></li><li nr="5."><al>Bij het als compensatie toevoegen van woonruimte dient door de
                                    aanvrager binnen vier weken na de verzenddatum van het besluit
                                    van burgemeester en wethouders een waarborgsom te worden
                                    betaald, ter grootte van een door burgemeester en wethouders
                                    vast te stellen bedrag.</al></li><li nr="6."><al>De waarborgsom vervalt aan het in het vijfde lid bedoelde fonds
                                    wanneer niet binnen een jaar na het besluit tot vergunning
                                    andere, vervangende woonruimte aan de woningvoorraad is
                                    toegevoegd. Zonodig kan deze termijn telkens met een jaar worden
                                    verlengd tot maximaal drie jaar.</al></li><li nr="7."><al>Voor elk jaar of gedeelte van een jaar waarin de woonruimte
                                    onttrokken is geweest, vervalt een derde deel van de
                                    bankgarantie aan het in het vijfde lid bedoelde fonds.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 3.1.6 Vrijstelling</vet></al><al>Vrijstelling van het verbod als bedoeld in artikel 3.1.2 a. wordt
                            verleend wanneer aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:</al><lijst><li nr="a."><al>het aantal vierkante meters dat ten behoeve van de uitoefening
                                    van een bedrijf aan de bestemming wordt onttrokken, beslaat niet
                                    meer dan een door burgemeester en wethouders te bepalen
                                    vloeroppervlakte;</al></li><li nr="b."><al>degene die het bedrijf uitoefent is ook de bewoner van de
                                    woning;</al></li><li nr="c."><al>de uitoefening van het bedrijf vindt plaats zonder verbouwing
                                    van de woning;</al></li><li nr="d."><al>de uitoefening van het bedrijf past binnen de woonbestemming van
                                    het pand, dit ter beoordeling van burgemeester en wethouders
                                    en</al></li><li nr="e."><al>voordat tot onttrekking aan de woonbestemming wordt overgegaan,
                                    wordt aan burgemeester en wethouders melding van het voornemen
                                    gedaan én is van hen bevestiging van ontvangst van de melding
                                    ontvangen.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 3.1.7 Intrekking</vet></al><al>Burgemeester en wethouders kunnen een onttrekkingsvergunning intrekken,
                            indien:</al><lijst><li nr="a."><al>niet binnen een jaar nadat de beschikking onherroepelijk is
                                    geworden, is overgegaan tot onttrekking, samenvoeging of
                                    omzetting;</al></li><li nr="b."><al>de vergunning is verleend op grond van door de vergunninghouder
                                    verstrekte gegevens waarvan deze wist of redelijkerwijs kan
                                    vermoeden dat zij onjuist of onvolledig waren.</al></li></lijst><al><vet>Paragraaf 3.2 Splitsing in appartementsrechten</vet></al><al><vet>Artikel 3.2.1. Werkingsgebied</vet></al><al>Het bepaalde in deze paragraaf is van toepassing op alle gebouwen,
                            bevattende woonruimte.</al><al><vet>Artikel 3.2.2. Vergunningvereiste</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden om zonder splitsingsvergunning een recht op een
                                    gebouw, aangewezen in artikel 3.2.1 te splitsen in
                                    appartementsrechten als bedoeld in artikel 106, eerste en derde
                                    lid, van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek, indien een of meer
                                    appartementsrechten de bevoegdheid omvatten tot het gebruik van
                                    een of meer gedeelten van het gebouw als woonruimte.</al></li><li nr="2."><al>Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op het verlenen
                                    van deelnemings- of lidmaatschapsrechten of het aangaan van een
                                    verbintenis daartoe door een rechtspersoon met betrekking tot
                                    een gebouw als bedoeld in het eerste lid.</al></li><li nr="3."><al>Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve
                                    fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is van
                                    toepassing.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 3.2.3 Aanvragen van een splitsingsvergunning</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De aanvraag van een splitsingsvergunning wordt ingediend bij
                                    burgemeester en wethouders en gaat vergezeld van de volgende
                                    stukken: </al><lijst><li nr="a."><al>een splitsingsplan dat voldoet aan de vereisten als
                                            neergelegd in artikel 109 van Boek 5 van het Burgerlijk
                                            Wetboek en het krachtens dat artikel vastgestelde
                                            Besluit betreffende splitsing in
                                            appartementsrechten;</al></li><li nr="b."><al>een taxatierapport betreffende het gebouw en de tot
                                            afzonderlijke woonruimte bestemde gedeelten van het
                                            gebouw, opgemaakt door een beëdigde makelaar. Dit
                                            rapport bevat in elk geval mede een beschrijving en een
                                            beoordeling van de onderhoudstoestand van het gebouw
                                            en</al></li><li nr="c."><al>indien burgemeester en wethouders dat nodig achten, kan
                                            overlegging van andere stukken verzocht worden.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Op of bij de splitsingsvergunning vermelden burgemeester en
                                    wethouders in elk geval de volgende informatie:</al><lijst><li nr="a."><al>de mededeling dat binnen een jaar van de
                                            splitsingsvergunning gebruik gemaakt moet worden en</al></li><li nr="b."><al>de gebouwde onroerende zaak waarop de splitsing
                                            betrekking heeft.</al></li></lijst></li></lijst><al><vet>Artikel 3.2.4 Gronden tot weigering van een
                                splitsingsvergunning</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders kunnen een splitsingsvergunning
                                    weigeren, indien:</al><lijst><li nr="a."><al>het gebouw of het gedeelte van een gebouw waarop de
                                            vergunningaanvraag betrekking heeft, een of meer
                                            woonruimten bevat die verhuurd worden of die laatstelijk
                                            verhuurd zijn geweest, dan wel, indien het gebouw of het
                                            gedeelte van een gebouw, voor zover dit geheel of
                                            gedeeltelijk verhuurd is geweest voor bewoning, in
                                            strijd met de voorschriften van een bestemmingsplan als
                                            bedoeld in artikel 10 van de Wet op de Ruimtelijke
                                            Ordening of met enig wettelijk voorschrift, geheel of
                                            gedeeltelijk voor een ander doel dan voor bewoning in
                                            gebruik genomen;</al></li><li nr="b."><al>de huurprijs van een of meer van die woonruimten of
                                            voormalige woonruimten lager is dan de
                                            huurprijsgrens;</al></li><li nr="c."><al>de aanvrager niet kan waarborgen, dat de woonruimte of
                                            woonruimten na de voorgenomen splitsing bestemd blijft
                                            of blijven, c.q. de voormalige woonruimte of woonruimten
                                            na de voorgenomen splitsing opnieuw bestemd zullen
                                            worden voor verhuur ter bewoning en</al></li><li nr="d."><al>het belang dat de vergunningaanvrager bij splitsing
                                            heeft niet opweegt tegen het belang van het behoud van
                                            de woonruimtevoorraad, voor zover die voor de verhuur is
                                            bestemd. Hierbij wordt mede de ligging en de te
                                            verwachte vraag naar de in het betreffende gebouw of een
                                            gedeelte van een gebouw opgenomen woonruimten
                                            betrokken.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders kunnen eveneens een
                                    splitsingsvergunning weigeren indien:</al><lijst><li nr="a."><al>voor het gebied waarin het gebouw waarop de
                                            vergunningaanvraag betrekking heeft is gelegen, een
                                            stadsvernieuwingsplan als bedoeld in artikel 31 van de
                                            Wet op de Stads- en dorpsvernieuwing of
                                            leefmilieuverordening als bedoeld in artikel 9 van die
                                            wet van kracht is, dan wel een ontwerp voor zodanig plan
                                            of zodanige verordening of voor een herziening daarvan
                                            in procedure is;</al></li><li nr="b."><al>het ontwerp voor dat plan of voor die verordening, dan
                                            wel voor de herziening daarvan ter inzage is gelegd
                                            voordat de aanvraag van de splitsingsvergunning is
                                            ingediend, dan wel, indien de aanvraag krachtens artikel
                                            3.2.5 is aangehouden, voordat die aanhouding is
                                            geëindigd;</al></li><li nr="c."><al>de voorgenomen splitsing naar het oordeel van
                                            burgemeester en wethouders nadelige gevolgen heeft voor
                                            de met het plan of de verordening nagestreefde of na te
                                            streven doeleinden en</al></li><li nr="d."><al>het belang dat de vergunningaanvrager bij de splitsing
                                            heeft, niet opweegt tegen het belang van het voorkomen
                                            van belemmering van de stadsvernieuwing.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Burgemeester en wethouders kunnen ten slotte een
                                    splitsingsvergunning weigeren, indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de toestand van het gebouw waarop de vergunningaanvraag
                                            betrekking heeft zich uit een oogpunt van indeling of
                                            staat van onderhoud geheel of ten dele tegen splitsing
                                            verzet en</al></li><li nr="b."><al>de desbetreffende gebreken niet door het treffen van
                                            voorzieningen of het aanbrengen van verbeteringen kunnen
                                            worden opgeheven, dan wel onvoldoende is verzekerd dat
                                            die gebreken zullen worden opgeheven.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Van gebreken als bedoeld in het vorige lid is in ieder geval
                                    sprake indien:</al><lijst><li nr="a."><al>burgemeester en wethouders ingevolge de artikelen 14 tot
                                            en met 25 van de Woningwet een aanschrijving hebben
                                            gedaan en deze aanschrijving nog niet is
                                            uitgevoerd;</al></li><li nr="b."><al>het gebouw, waarop de aanvraag om een
                                            splitsingsvergunning betrekking heeft, een of meer
                                            woonruimten bevat, die ingevolge de artikelen 29 tot en
                                            met 38 van de Woningwet onbewoonbaar zijn verklaard</al></li></lijst></li></lijst><al><vet>Artikel 3.2.5 Aanhouding van de splitsingsaanvraag</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders kunnen de beslissing op de aanvraag
                                    van een splitsingsvergunning aanhouden, indien:</al><lijst><li nr="a."><al>voor het gebied waarin het gebouw is gelegen waarop de
                                            vergunningaanvraag betrekking heeft een
                                            voorbereidingsbesluit als bedoeld in artikel 21 van de
                                            Wet op de Ruimtelijke Ordening van kracht is met het oog
                                            op de voorbereiding van een stadsvernieuwingsplan of van
                                            een herziening daarvan;</al></li><li nr="b."><al>dat besluit is genomen voordat de aanvraag om vergunning
                                            werd ingediend en</al></li><li nr="c."><al>redelijkerwijs verwacht mag worden dat de in het
                                            stadsvernieuwingsplan op te nemen maatregelen nadelig
                                            kunnen worden beïnvloed door de voorgenomen
                                            splitsing.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De aanhouding als bedoeld in het vorige lid duurt tot het moment
                                    dat het voorbereidingsbesluit ingevolge artikel 21 van de Wet op
                                    de Ruimtelijke Ordening is vervallen.</al></li><li nr="3."><al>Burgemeester en wethouders kunnen de beslissing op een aanvraag
                                    om een splitsingsvergunning aanhouden, indien de aanvrager
                                    aannemelijk kan maken dat hij binnen een daarvoor redelijke
                                    termijn de gebreken, als bedoeld in artikel 3.2.4, lid 3 met het
                                    oog op de voorgenomen splitsing zal opheffen.</al></li><li nr="4."><al>Indien burgemeester en wethouders de beslissing op een aanvraag
                                    om een splitsingsvergunning overeenkomstig het bepaalde in het
                                    vorige lid aanhouden, vermelden zij in het besluit tot
                                    aanhouding welke gebreken met het oog op de voorgenomen
                                    splitsing moeten worden hersteld en binnen welke termijn zij dit
                                    redelijk achten. Indien de in het besluit tot aanhouding
                                    vermelde gebreken zijn hersteld binnen de in datzelfde besluit
                                    aangegeven termijn, wordt de vergunning verleend.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 3.2.6 Intrekking</vet></al><al>Burgemeester en wethouders kunnen een splitsingsvergunning intrekken,
                            indien:</al><lijst><li nr="a."><al>niet binnen en jaar nadat de beschikking onherroepelijk is
                                    geworden, is overgegaan tot overschrijving in de openbare
                                    registers van de akte van splitsing in appartementsrechten,
                                    bedoeld in artikel 109 van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek, of
                                    tot het verlenen van deelnemings- of lidmaatschapsrechten;</al></li><li nr="b."><al>de vergunning is verleend op grond van door de vergunninghouder
                                    verstrekte gegevens waarvan deze wist of redelijkerwijs moest
                                    vermoeden dat zij onjuist of onvolledig waren. </al></li></lijst><al><vet>Paragraaf 3.3 Organisatie en bevoegdheden</vet></al><al><vet>Artikel 3.3.1 Mandatering</vet></al><al>Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de uitoefening van bevoegdheden
                            krachtens hoofdstuk 3 te mandateren aan een door hen aan te wijzen
                            functionaris.</al><al/></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>HOOFDSTUK 4 VERDERE BEPALINGEN</titel></kop><structuurtekst><al/><al><vet>Artikel 4.1 Hardheidsclausule</vet></al><al>1.Burgemeester en wethouders zijn bevoegd in gevallen waarin de
                            toepassing van deze verordening naar hun oordeel tot een bijzondere
                            hardheid leidt ten gunste van de aanvrager af te wijken van deze
                            verordening. </al><al>Indien een woningzoekende op basis van dit oordeel de indicatie "urgent"
                            krijgt, dan is deze indicatie uitsluitend geldig in de gemeente waarvan
                            het college van burgemeester en wethouders geoordeeld heeft dat sprake
                            is van een bijzondere hardheid.</al><al><vet>Artikel 4.2 Strafbepaling</vet></al><al>Degene die handelt in strijd met het bepaalde in artikelen 2.2.1, 3.1.2
                            of 3.2.2 wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste vier maanden of
                            geldboete van de derde categorie. De genoemde strafbaar gestelde feiten
                            zijn overtredingen.</al><al><vet>Artikel 4.3 Handhaving</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze
                                    verordening bepaalde zijn belast de daartoe door burgemeester en
                                    wethouders aangewezen ambtenaren.</al></li><li nr="2."><al>Met de opsporing van de bij artikel 4.2 strafbaar gestelde
                                    feiten zijn, behalve de in artikel 141 van het Wetboek van
                                    Strafvordering en de in artikel 75 van de wet aangewezen
                                    ambtenaren belast de in het eerste lid genoemde ambtenaren, voor
                                    zover zij door de Minister van Justitie daartoe zijn
                                    aangewezen.</al></li><li nr="3."><al>De in het eerste lid genoemde ambtenaren hebben de bevoegdheid
                                    als genoemd in artikel 76, 77 en 78 van de wet.</al></li></lijst><al/></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>HOOFDSTUK 5 SLOTBEPALINGEN</titel></kop><structuurtekst><al><vet>Artikel 5.1 Citeertitel</vet></al><al>Deze verordening kan worden aangehaald als de Huisvestingsverordening
                            2007 gemeente Montfoort. </al><al>Artikel 5.2 Inwerkingtreding</al><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2007. Gelijktijdig wordt
                            de huisvestingsverordening 2006 gemeente Montfoort ingetrokken.</al></structuurtekst></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de gemeenteraad van
                        Montfoort, </ondertekening><ondertekening>gehouden op 11 december 2006.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De griffier,</ondertekening><ondertekening>mevrouw drs. J.A.M. Timmerman</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De voorzitter,</ondertekening><ondertekening> de heer E.L. Jansen BA</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><bijlage><al>BIJLAGE 1 ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING </al><al/><al><vet><onderstreept>Toelichting HOOFDSTUK
                            1</onderstreept><onderstreept>
                        Algemeen</onderstreept></vet></al><al><vet>Artikel 1.1 Begripsomschrijving</vet></al><al>lid 11 In het huurrecht wordt onderscheid gemaakt tussen een echte en een
                    onechte dienstwoning. Een echte dienstwoning is een woning die
                    noodzakelijkerwijs gebruikt wordt met het oog op de arbeidsovereenkomst.
                    Voorbeelden zijn: een boswachterwoning, een portierswoning. Er is dus een direct
                    verband tussen de aard van het werk en het bewonen van de woning. Het huurrecht
                    is in dat geval niet van toepassing. Als er geen direct verband is tussen de
                    aard van het werk en het bewonen van de dienstwoning, spreekt men van een
                    onechte dienstwoning. Het huurrecht is dan wel van toepassing. Bijvoorbeeld: een
                    werknemer van TPG post die een woning krijgt aangeboden in Groningen en nadien
                    zijn arbeidsovereenkomst opzegt, heeft dus wel recht op huurbescherming.
                    Zogenaamde verpleegstersflats zijn soms echte en soms onechte dienstwoningen.
                    Als een verpleegkundige intern woont, zodat zij feitelijk een kamer in het
                    ziekenhuis huurt, zal er sprake zijn van een echte dienstwoning. Betreft het
                    echter flats die speciaal gebouwd zijn om verpleegkundigen aan woonruimte te
                    helpen, dan is er geen direct verband tussen het werk en het bewonen van de flat
                    en zal in de regel het huurrecht wel van toepassing zijn. </al><al>lid 12 Een economische binding aan de provincie wordt in elk geval aangenomen
                    indien:</al><lijst><li nr="-"><al>iemand tenminste 18 uur per week bij een bedrijf of instelling in de
                            provincie in hetzij vaste dienst is, hetzij een tijdelijk dienstverband
                            heeft met de vooropgezette bedoeling dit om te zetten in een vast
                            dienstverband of bij minder uren, ten minste een netto-inkomen uit
                            arbeid heeft op bijstandsniveau;</al></li><li nr="-"><al>iemand als zelfstandig ondernemer in zijn bestaan voorziet en aantoont
                            dat de zetel van zijn bedrijf in de provincie is gevestigd.</al></li></lijst><al>Met in acht name van het bovenstaande is het tijdstip waarop de economische
                    binding ingaat, het moment waarop schriftelijk aan de hand van respectievelijk
                    een huur- of koopcontract of arbeidsovereenkomst, kan worden aangetoond
                    dat:</al><lijst><li nr="-"><al>de zetel van het bedrijf of de instelling waar iemand werkzaam is of zal
                            gaan werken, in de provincie gevestigd is of binnen redelijke termijn
                            gevestigd zal worden;</al></li><li nr="-"><al>het dienstverband bij het bedrijf of de instelling binnen redelijke
                            termijn zal ingaan.</al></li></lijst><al>lid 23 Deze grens is door Gedeputeerde Staten voor onze gemeente voor onbepaalde
                    tijd vastgesteld op € 181.512 </al><al>Artikel 1.2 Leegmelding</al><al>lid 2 Door zijn plaats in hoofdstuk 1 geldt dit artikel voor alle woonruimten,
                    al zal het in de praktijk geen rol spelen voor corporatiewoningen: leegstand van
                    corporatiewoningen wordt immers via het aanbodsysteem voorkomen. Het artikel is
                    dus met name bedoeld om leegstand van particuliere woonruimte tegen te gaan,
                    waartegen anders niet op te treden zou zijn, met als uiterste instrument het in
                    de Wet neergelegde recht tot vordering. </al><al><vet><onderstreept>TOELICHTING HOOFDSTUK
                            2</onderstreept><onderstreept> VERDELING VAN
                            WOONRUIMTE</onderstreept></vet></al><al><vet>Artikel 2.2.2 Aanvragen van een huisvestingsvergunning</vet></al><al>lid 2 Eerste gedachtenstreepje: Dit geldt niet voor de gevallen bedoeld in de
                    artikelen 1623h, 1623i, en 1623l van boek 7A van het Burgerlijk Wetboek.</al><al> Tweede gedachtenstreepje: in afwijking met de Wet op de Huurtoeslag worden de
                    inkomensgegevens van inwonende kinderen, kleinkinderen en pleegkinderen jonger
                    dan 27 jaar niet meegeteld, gezien de grote kans op wijziging in de
                    samenstelling van het huishouden gedurende de woonduur.</al><al><vet>Artikel 2.2.3 Eisen voor vergunningverlening</vet></al><al>lid 1c De eis van economische of maatschappelijke binding geldt niet, indien
                    zich een situatie voordoet als beschreven in artikel 6 van het Besluit. Dit
                    betreft gevallen van woningruil waarbij tenminste één van de betrokken partijen
                    behoort tot een beschermde groep, of als aan de ruil een aanvaarding van een
                    werkkring ten grondslag ligt. Ook kan er in gevolge de Huisvestingswet geen
                    bindingseis gesteld worden als het personeel van het Europees Laboratorium voor
                    ruimtetechnologie van de European Space Research Organisation betreft dat hun
                    functie in Nederland uitoefent.</al><al>lid 1d Met 'gegadigde' wordt bedoeld degene die binnen een
                    woonruimteverdelingsysteem op de woning heeft gereageerd dan wel degene die op
                    grond van het woonruimteverdelingsysteem eerder voor de woning in aanmerking zou
                    moeten komen.</al><al>Lid 1d onder 2<sup>e</sup>, geldt niet indien zich een situatie voordoet als
                    aangegeven in artikel 9 van het Besluit. Dit betekent dat het niet lang genoeg
                    ingeschreven staan niet kan worden tegengeworpen aan degene die:</al><lijst><li nr="-"><al>reeds medehuurder van de woning was en nu de huurovereenkomst voortzet
                            krachtens artikel 1623g, derde lid, 1623h, zesde lid of 1623i, eerste
                            lid van boek 7A van het Burgerlijk Wetboek;</al></li><li nr="-"><al>werkzaam is in Nederland ten behoeve van het Europees Laboratorium voor
                            ruimtetechnologie.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 2.2.4 Vruchteloze aanbieding</vet></al><al>lid 4 Dit artikel is bedoeld om ook huurwoningen die niet participeren in het
                    aanbodsysteem en koopwoningen bij voorrang te bestemmen voor degenen met een
                    binding aan de provincie of behorend tot een beschermde groep. Pas als
                    aantoonbaar is dat er binnen de geëigende groep geen belangstelling is voor de
                    woning, kunnen ook anderen voor de woning in aanmerking komen.</al><al><vet>Artikel 2.3.1 Verhouding inkomen - rekenhuur </vet></al><al>Lid 1 Uitgangspunten per 1 januari 2006:</al><lijst><li nr="-"><al>een sterke vereenvoudiging van de huur-inkomenstabel waardoor de
                            keuzevrijheid van woningzoekenden toeneemt;</al></li><li nr="-"><al>“…bij het in gebruik geven van woonruimte met een verhoudingsgewijs lage
                            prijs zoveel mogelijk voorrang wordt gegeven aan woningzoekenden die,
                            gelet op hun inkomen in het bijzonder op die woonruimten zijn
                            aangewezen” (Huisvestingswet, artikel 2) en;</al></li><li nr="-"><al>beheersing van de huurtoeslag-uitgaven.</al></li></lijst><al> Lid 2 De prijsgrenzen zijn door het Rijk per 1 juli 2006 voor de periode 1 juli
                    2006 tot 1 juli 2007 als volgt bepaald: </al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="67*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>Rekenhuur (per maand) en Leeftijd/Huishouden</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>1-7-2007 tot 1-7-2008</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>maximum huurprijs voor 23-jarigen en ouder</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 621,78</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>maximum huurprijs voor 18- t/m 22-jarigen <vet>*</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>€ 343,49</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>aftoppingsgrens 1- en 2-persoonshuishoudens</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 491,64</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>aftoppingsgrens 3- en meerpersoonshuishoudens </al></entry><entry colname="col2"><al>€ 526,89</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>de 'huurprijsgrens' is vastgesteld op </al></entry><entry colname="col2"><al>€ 621,78</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>* Op grond van de Huursubsidiewet geldt voor jongeren onder 23 jaar met (een)
                    kind(eren) en jongeren met een handicap een hogere huurprijsgrens.</al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="56*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="44*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>Rekeninkomen (per maand) en Huishouden</al></entry><entry colname="col2"><al><vet>1-1-2006 tot 1-1-2007</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Alleenstaanden tot 65 jaar</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 20.300 </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Alleenstaanden vanaf 65 jaar</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 18.250</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Meerpersoonshuishouden tot 65 jaar</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 27.575</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Meerpersoonshuishouden vanaf 65 jaar</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 24.275</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>De inkomensgrenzen die gelden als doelgroepbepaling in het Huisvestingsbesluit
                    en het Besluit Beheer Sociale Huursector zijn gelijk aan het maximum inkomen
                    waarmee recht bestaat op huurtoeslag. </al><al>De definitie van het rekeninkomen is gewijzigd per 1 januari 2006. “….voor het
                    inkomensbegrip wordt aangesloten bij de fiscale begrippen. Uitgangspunt is het
                    verzamelinkomen in het berekeningsjaar op basis van de WIB (Wet
                    inkomensbelasting), of wanneer bij de betrokkene geen inkomensbelasting wordt
                    geheven, het belastbaar loon volgens de wet op de loonbelasting.” (MG
                    2005-18)</al><al><vet>Artikel 2.3.2 Bezettingsnorm</vet></al><al>De eigenaar van de woonruimte kan in overleg met burgemeester en wethouders
                    maatwerk toepassen</al><al>op complexniveau. De bezettingsnorm kan hiermee op beperkte schaal worden
                    toegepast. </al><al>Artikel 2.4.3 Bewijs van inschrijving</al><al>lid 1 De aanvrager is verantwoordelijk voor de juistheid van de gegevens. </al><al><vet>Artikel 2.4.4 Geldigheidsduur</vet></al><al>lid 3 Een woningzoekende wordt uitgeschreven indien hij of zij een
                    huisvestingsvergunning heeft verkregen voor het betrekken van woonruimte (huur
                    of koop) in de regio. Uitschrijving vindt ook plaats bij aankoop van een door
                    een woningzoekende zelf bewoonde huurwoning. Uitschrijving vindt niet plaats
                    indien de woningzoekende op kamers gaat wonen, een (koop)woning betrekt met een
                    huur- resp. koopprijs boven de huur-/koopprijsgrens of een zelfstandige
                    woonruimte is betrokken buiten de regio. </al><al> Hierbij dient te worden vermeld dat het woningzoekendenbestand jaarlijks wordt
                    opgeschoond. Iedere ingeschreven woningzoekende wordt jaarlijks gevraagd of men
                    ingeschreven wenst te blijven. Daarbij wordt tevens aan de hand van de
                    (gewijzigde) gegevens beoordeeld of de woningzoekende nog wel aan de
                    inschrijfcriteria voldoet. Indien de woningzoekende zulks wenst of niet meer aan
                    de inschrijfcriteria voldoet, dan wordt hij of zij alsnog uitgeschreven als
                    woningzoekende.</al><al>De uitschrijvingscriteria in het kader van het Tweede Kansbeleid zijn gelijk aan
                    die voor het weigeren voor een inschrijving. Er dienen nadrukkelijk enkele
                    zorgvuldigheidseisen in acht worden genomen voordat men tot dit middel overgaat.
                    Deze zijn omschreven in artikel 2.4.1 lid 3.</al><al>lid 4 Voor de verdeling van nieuwbouw koopwoningen kunnen gemeenten eigen
                    lijsten aanleggen (zie paragraaf 2.6.2). Het tweede deel van het artikel strekt
                    er toe te voorkomen dat met het doorhalen van een dubbele inschrijving voor een
                    huurwoning de eventuele inschrijving voor een koopwoning komt te vervallen.
                    Wanneer gemeenten geen afspraken hebben gemaakt over de onderlinge
                    uitwisselbaarheid van lokale lijsten ten behoeve van de verkoop van koopwoningen
                    zijn hierdoor wel meerdere registraties voor koopwoningen mogelijk.</al><al><vet>Artikel 2.5.1 Urgent woningzoekenden</vet></al><al>lid 2 Door middel van dit artikel is gepoogd het aantal urgentieverleningen tot
                    noodsituaties te beperken. Urgenten krijgen daarmee een sterke positie: zij
                    hebben absolute voorrang op anderen en kunnen in beginsel binnen zes maanden
                    gehuisvest worden. Door het beperken van urgenties kan een redelijk percentage
                    woningen aan niet-urgente woningzoekenden worden toegewezen.</al><al>Veel situaties die vroeger steevast tot urgentie leidden, gelden in deze
                    verordening niet als noodsituatie en leiden dus niet langer tot urgentie. Geen
                    urgentie wordt bijvoorbeeld verleend:</al><lijst><li nr=""><lijst><li nr=""><al>1.indien voor bepaalde omstandigheden een andere weg of
                                    procedure meer aangewezen is, bijvoorbeeld:</al></li><li nr="-"><al>bij overlast van buren of burenruzie zijn de aangewezen
                                    instanties de politie, de rechtbank,</al></li><li nr="-"><al>bij gebrekkige woonruimte en huurgeschillen zijn de aangewezen
                                    instanties de verhuurder, de huurcommissie en de
                                    kantonrechter.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>bij problemen in verband met kamerbewoning of inwoning (in ouderlijk
                            huis of bij familie, vrienden of kennissen).</al></li><li nr="3."><al>bij problemen bij gebrek aan woonruimte, bijvoorbeeld kamertekort na
                            gezinsuitbreiding.</al></li><li nr="4."><al>bij problemen in verband met beroepsomstandigheden, bijvoorbeeld
                            woon-werk afstand.</al></li></lijst><al>Lid 4.A Met co-ouderschap wordt een regeling aangeduid tussen de ouders over de
                    zorg voor de kinderen. Dit kan betekenen dat de praktische en financiële zorg
                    voor de kinderen wordt gedeeld. Co-ouderschap kan maar tot maximaal één urgentie
                    leiden en als één van de ouders in de huidige woning blijft wonen wordt geen
                    urgentie verleend. De gemeente heeft daarmee voldaan aan de zorgplicht, namelijk
                    het voorkomen van dakloosheid van minderjarige kinderen. Dat beide partijen
                    co-ouderschap overeenkomen maar dit voorlopig nog niet kunnen uitvoeren, behoort
                    tot de eigen verantwoordelijkheid van beide partijen.</al><al>lid 4.D Dit artikellid geldt voor personen die in een "Blijf van mijn lijf" of
                    Fiom-huis in de regio wonen: zij krijgen voorrang bij het verkrijgen van
                    woonruimte (conform de eerder in regionaal of sub-regionaal verband gemaakte
                    afspraken). Deze urgentie wordt bij registratie direct toegekend, zolang het
                    afgesproken aantal woningen per gemeente nog niet is overschreden. Jaarlijks
                    krijgt een, in verhouding tot het aantal vrijkomende huurwoningen, redelijk
                    aantal personen uit opvangtehuizen voorrang op basis van regionale of lokale
                    afspraken. Om in aanmerking te komen voor een maatschappelijke indicatie voor
                    urgentie dient de betrokkene gedurende een bepaalde tijd te zijn begeleid of
                    behandeld door een in de regio werkzame hulp- en dienstverleningsinstelling. Dit
                    kunnen ook andere instellingen zijn dan eerder in deze toelichting genoemd.</al><al><vet>Artikel 2.5.2 Aanvraag en besluitvorming tot urgentie</vet></al><al>lid 3 De aan te wijzen instantie kan ook, namens burgemeester en wethouders, de
                    urgentieverlening zelf ter hand nemen. </al><al><vet>Artikel 2.5.3 Beperkte keuzemogelijkheden urgenten</vet></al><al><vet>Artikel 2.5.3 Beperkte keuzemogelijkheden urgenten</vet></al><al>lid 2 Met dit artikel is beoogd eenduidigheid en een optimale afstemming van de
                    zoekprofielen op de lokale en regionale woningmarkt te realiseren. Het standaard
                    (regionale) zoekprofiel voor iedere urgent woningzoekende is een flatwoning (het
                    woningtype dat over het algemeen het minst schaars is). Hiervan kan lokaal
                    worden afgeweken indien volgens burgemeester en wethouders huisvesting in de
                    woongemeente dringend gewenst is en met het standaard zoekprofiel niet mogelijk
                    is. Gemeenten moeten zelf bezien of een dergelijke verruiming ten opzichte van
                    de algemene regel in een individueel geval nodig is. </al><al>Stadsvernieuwingsurgenten krijgen wel een regionaal zoekprofiel mee. Dit vanwege
                    de wezenlijk andere positie waarin stadsvernieuwingsurgenten zich bevinden. Die
                    is principieel anders dan bij een medische urgentie of echtscheidingsurgentie.
                    In geval van stadsvernieuwing wordt men urgent omdat de gemeente en de eigenaar
                    van de woning andere plannen hebben met de grond waarop de woning staat. De
                    bewoner vraagt niet zelf om persoonlijke redenen om urgentie, maar wordt
                    gevraagd de woning te verlaten in het belang van de volkshuisvesting of ter
                    uitvoering van openbare werken in het algemeen belang. Deze positie
                    rechtvaardigt een breder en ruimer, regionaal geldend zoekprofiel.</al><al><vet>Artikel 2.6.1 Aanbodsysteem</vet></al><al>lid 2 Een woongroep wordt gedefinieerd als een huishouden van twee of meer
                    meerderjarige personen die geen economische eenheid vormen. Ieder lid huurt een
                    eigen woonruimte en draagt bij in de huur van een gemeenschappelijke ruimte en
                    het gebruik van voorzieningen als keuken en sanitair. </al><al>Bij nieuwbouw van een woning voor een woongroep is er vaak sprake van een
                    initiatiefgroep waarvan de leden het recht van eerste bewoning krijgen. Wanneer
                    de leden onzelfstandige woonruimte bewonen valt de verdeling buiten het bereik
                    van de verordening. Er is sprake van een groepswooncomplex wanneer de leden van
                    de woongroep ieder een zelfstandige woonruimte bewonen.</al><al>lid 5 Vanaf 1 juli 2006 worden, ter bepaling van de volgorde, alle
                    woningzoekenden op datum, van registratie in het woningzoekendenbestand,
                    gerangschikt. De woning wordt voor verhuring aangeboden op volgorde van
                    anciënniteit.</al><al> Voor doorstromers wordt een overgangsmaatregel gehanteerd, waarbij tot
                    uiterlijk 1 januari 2007 een deel van de woonduur wordt omgezet naar een nieuwe
                    datum van registratie in het woningzoekendenbestand. Zie hiervoor paragraaf
                    5.2.</al><al>lid 6 Om in het advertentiemedium woonruimte aan te mogen wijzen waarop de
                    status "urgent" niet geldig is, is de volgende procedureafspraak overeengekomen:
                    Burgemeester en wethouders bepalen in onderling overleg met de in de gemeente
                    werkzame corporaties, in welke woningcomplexen in potentie ter beschikking
                    komende woningen, uitgesloten zouden kunnen worden voor urgenten (met dien
                    verstande dat de status "urgent", niet geldig is). Het is uitdrukkelijk niet de
                    bedoeling dat deze complexen in hun geheel worden uitgesloten. Wanneer in een
                    geoormerkt complex een woning ter beschikking komt, krijgt de corporatie mandaat
                    om te beoordelen of de betreffende woning daadwerkelijk wordt aangewezen als
                    woning waarop de status urgent niet geldig is. Het moet hierbij gaan om een
                    woning die naar verwachting een veel hoger dan gemiddeld aantal reacties zal
                    opleveren (het betreft dus een door woningzoekenden zeer gewilde woning).
                    Corporaties kunnen zich daarbij bijvoorbeeld baseren op aantallen reacties op
                    vergelijkbare woningen in het complex. Hierbij dient bedacht te worden dat er
                    vaak geen tijd is om bij mutaties vooraf te overleggen met de gemeente. Bij een
                    huuropzegging dient altijd rekening te worden gehouden met de deadline van de
                    woningkrant. Er zou anders ongewenste huurderving kunnen ontstaan.</al><al> Het is overigens niet de bedoeling te veel woningen uit te sluiten voor
                    urgenten. Terughoudendheid dient te worden betracht. Daarom mag per jaar niet
                    meer dan 5% van het totaal aantal woningen per gemeente dat in het voorgaande
                    jaar in de Woningkrant is aangeboden, worden aangemerkt als woning waarop de
                    status "urgent" niet geldig is. De tussen gemeente en corporaties overeengekomen
                    complexen (inclusief adresgegevens) worden schriftelijk vastgelegd voor een
                    periode van één jaar.</al><al><vet>Artikel 2.6.2 Toewijzing van koopwoningen</vet></al><al>lid 1 Uitgangspunt is dat nieuw te bouwen koopwoningen tot de prijsgrens bij
                    voorrang worden ingezet om de doorstroming te bevorderen. Omdat doorstromers
                    zijn gedefinieerd als diegenen die een huurwoning tot de maximale rekenhuur
                    achterlaten, is de doorstroming mogelijk te weinig specifiek. Het te behalen
                    doorstroomrendement is uiteraard ook afhankelijk van de koopprijs, de doelgroep
                    en het woningtype. Daarom wordt het aan burgemeester en wethouders overgelaten
                    om te bepalen waar het beleidsmatige accent op wordt gelegd. Bij het benoemen
                    van de huurprijsklasse van de woningen die worden bewoond door de doelgroep
                    verdient het aanbeveling aan te sluiten bij de gangbare indeling in het kader
                    van het Besluit Beheer Sociale Huursector, namelijk goedkoop, bereikbaar,
                    betaalbaar en maximale huurprijsgrens. Lokaal wordt hierop veelal een
                    prijsindexering los gelaten ten behoeve van bijvoorbeeld prestatieafspraken met
                    corporaties.</al><al>Het wordt toegestaan lokaal een wachtlijst voor koopwoningen aan te
                    leggen/houden mits dit in overeenstemming met de Huisvestingswet gebeurt. Dit
                    betekent dat lokale maatschappelijke of economische binding op generlei wijze
                    tot bevoordeling in de lijsten kan leiden. </al><al>lid 2 Artikellid 2 maakt een directe koppeling met de inkomenseisen zoals die
                    werd gesteld bij het verlenen van geldelijke steun in het kader van het Besluit
                    woninggebonden subsidies (BWS). Met het opnemen van deze publiekrechtelijke
                    bepaling wordt bereikt dat de indirecte subsidiëring van de gemeente en in een
                    aantal gevallen corporaties (grondpolitiek, aanbestedingsbeleid) wordt ingezet
                    om huishoudens met een laag inkomen in staat te stellen een goedkope koopwoning
                    te verwerven zonder concurrentie van huishoudens die gezien hun inkomen niet tot
                    de primaire doelgroep van de volkshuisvesting kunnen worden gerekend.</al><al><vet>Artikel 2.7.2 Toewijzing van standplaatsen</vet></al><al>lid 2b Ook voor woonwagenbewoners geldt op grond van artikel 2.5.3, dat als zij
                    urgent worden, zij naar een flatwoning vanaf de 1e verdieping kunnen. Een
                    medisch urgente woonwagenbewoner kan voor een etagewoning op de begane grond in
                    aanmerking komen, maar kan niet versneld in aanmerking komen voor een
                    standplaats. Urgentie betekent: een dak boven je hoofd en dus geen toewijzing
                    van zeer schaarse woonruimte. Een uitzondering geldt voor de urgent
                    woningzoekende met een volkshuisvestelijke indicatie: deze kunnen op basis van
                    artikel 2.5.3 vierde lid en 2.7.2 tweede lid wel een standplaats eisen.</al><al><vet>Artikel 2.8.1 Overeenkomsten</vet></al><al>lid 2 Bij het bepalen van het woningaanbod wordt gekeken naar het gemiddeld
                    aantal vrijkomende woningen in de betreffende gemeente van het afgelopen 3 jaar.
                    Een geringe overschrijding, bv. ten gevolge van afronding, is toegestaan. Het
                    Samenwerkingsverband Utrecht West dient hierover geïnformeerd te worden.</al><al>lid 2b Lokaal Maatwerk heeft betrekking op:</al><al> 1<sup>e</sup> gedachtenstreepje: de verhouding inkomen – huur waarbij
                    woonruimte kan worden aangeboden met ruimere of krappere grenzen. Hiermee kan
                    onder andere aanbod en vraag op elkaar worden afgestemd van grote gezinnen en
                    senioren ongeacht het feit dat het te ontvangen huurtoeslag hoger kan zijn dan
                    vanuit het financiële beheer wenselijk wordt geacht.</al><al> 2<sup>e</sup> -: De aanvullende toelatingseisen waren in de voorgaande
                    verordening reeds mogelijk via het flexibiliteitsartikel. Bij het beheer van
                    bepaalde complexen kan het nodig zijn aanvullende eisen te stellen. </al><al> 3<sup>e</sup> -: Lokaal Maatwerk is ook geschikt voor de toepassing van
                    alternatieve toewijzingssystemen. Als uitgangspunt bij de woonruimteverdeling is
                    weliswaar gekozen voor het aanbodmodel, maar voor bepaalde doelgroepen kan een
                    ander toewijzingssysteem uitkomst bieden. Voorbeeld hiervan is de toewijzing
                    door middel van loting of via een optiemodel.</al><al> 4<sup>e</sup> -: Met name voor huurwoningen had de huisvestingsverordening
                    weinig mogelijkheden om doorstroming te bevorderen. Met Lokaal Maatwerk wordt
                    deze mogelijkheid geboden waarbij het “doorstroomrendement” afhankelijk is van
                    lokaal beleid.</al><al> 5<sup>e</sup> -: Door een gemeente aan te wijzen specifieke doelgroepen kunnen
                    voorrang krijgen bij de verdeling van woonruimte. Gelijk aan de systematiek van
                    de hardheidsclausule is deze voorrang uitsluitend geldig in de gemeente waar
                    deze bepaling wordt toegepast.</al><al> 6<sup>e</sup> -: de Huur – Directpagina is een speciale rubriek in het
                    advertentiemedium zoals is bedoeld in artikel 2.6.1 lid 4, waarop woningen
                    worden aangeboden, waarbij een op grond van aantoonbare ervaringsgegevens
                    gebaseerd vermoeden bestaat dat er bij regulier adverteren geen gegadigden zijn
                    die een passende toewijzing mogelijk maken.</al><al> Bij de volgordebepaling wordt voorrang gegeven aan huishoudens die wel over een
                    binding beschikken en waar sprake is van passende huisvesting. Afwijking van de
                    huur - inkomensverhouding wordt niet voorgesteld. Direct volgend op de plaatsing
                    op de huur-directpagina in de regionale aanbodkrant kan met toestemming van
                    burgemeester en wethouders een woning in een ander medium aan worden geboden.
                    Hierbij wordt verondersteld dat bij de woningen, met in acht neming van hetgeen
                    in artikel 2.6.1 lid 5 over de volgordecriteria bij doorstromers en overige
                    woningzoekenden is bepaald, de volgende criteria worden gehanteerd:</al><lijst><li nr="a."><al>kandidaten die voldoen aan de passendheidseisen en voldoen aan de eis
                            van maatschappelijk of economisch gebonden zijn aan de provincie, zoals
                            opgenomen in artikel 2.2.3 lid 1c;</al></li><li nr="b."><al>kandidaten die niet (geheel) voldoen aan de passendheidseisen en voldoen
                            aan de eis van maatschappelijk of economisch gebonden zijn aan de
                            provincie, zoals opgenomen in artikel 2.2.3 lid 1c. </al></li><li nr="c."><al>kandidaten die voldoen aan de passendheidseisen en niet voldoen aan de
                            eis van maatschappelijk of economisch gebonden zijn aan de provincie,
                            zoals opgenomen in artikel 2.2.3 lid 1c;</al></li><li nr="d."><al>kandidaten die niet voldoen aan de passendheidseisen en geen binding met
                            de provincie hebben.</al><al> 7<sup>e</sup> -: In afwijking van de overige toepassingen van Lokaal
                            Maatwerk wordt de experimentenregeling vooraf aan GS ter goedkeuring
                            aangeboden. Deze procedure wijkt niet af van de huidige regeling.
                            Gebruik van de regeling Experimenten dient te gebeuren met inachtneming
                            van de navolgende regels:</al></li></lijst><al>a een experiment mag niet strijdig zijn met de Huisvestingswet;</al><al>b een experiment heeft een looptijd van maximaal 2 jaar;</al><al>c over de aard, inhoud en rapportage over het experiment, het toepassingsgebied
                    en de evaluatie worden in een convenant bindende afspraken opgenomen.</al><al>Bij de aanvraag van een experiment moet de volgenden punten scherp naar voren
                    komen:</al><lijst><li nr="a."><al>een duidelijke <onderstreept>aanleiding</onderstreept>; het ‘waarom’ van
                            een experiment;</al></li><li nr="b."><al>een experiment heeft een duidelijk omschreven <onderstreept>beoogd
                                effect</onderstreept>, dit effect is
                                <onderstreept>meetbaar</onderstreept>. Zo mogelijk vindt een
                            nulmeting plaats bij de start van een experiment;</al></li><li nr="c."><al>de <onderstreept>uitvoering</onderstreept> van het experiment is
                            duidelijk en transparant voor de woningzoekenden en</al></li><li nr="d."><al>de <onderstreept>communicatie en verantwoording</onderstreept> over het
                            experiment vindt plaats in het regionale advertentiemedium.</al></li></lijst><al>Een experiment mag niet in strijd zijn met de Huisvestingswet. Bijvoorbeeld; het
                    bevoordelen van lokale woningzoekenden is ook bij een experiment niet toegestaan
                    zonder instemming van gedeputeerde staten van Utrecht.</al><al> 8<sup>e</sup> -: De voorrangsregeling voor gemeenten en kernen met beperkte
                    uitbreidingmogelijkheden, in dit geval Linschoten, biedt op basis van artikel
                    13b van de Huisvestingswet, de mogelijkheid aangeboden woonruimte onder de huur-
                    danwel koopprijsgrens in de desbetreffende kern bij voorrang toe te wijzen aan
                    woningzoekenden met een maatschappelijke of economische binding aan
                    desbetreffende kern/gemeente. </al><lijst><li nr=""><lijst><li nr="-"><al>De voorrang houdt in dat woningzoekenden met bovengenoemde
                                    binding, die binnen een tijdsbestek van 14 dagen reageren op
                                    aangeboden woonruimte, voorrang genieten boven woningzoekenden
                                    zonder deze binding. </al></li><li nr="-"><al>De ‘twee weken’ termijn gaat in na sluiting van de reactiedatum
                                    volgens de Woningkrant. Na het verzamelen van alle reacties
                                    hebben verhuurders/verkopers twee weken waarin de woning
                                    aangeboden moet worden aan een woningzoekende met bovengenoemde
                                    binding. Na het verstrijken van deze twee weken moet de woning
                                    weer worden aangeboden volgens de reguliere methode.</al></li></lijst></li><li nr="-"><al>Maximaal 30% van het vrijkomende woningaanbod onder de huur- en
                            koopprijsgrens in de gemeente kan middels de voorrangsregeling worden
                            toegewezen, gemiddeld over de 3 voorgaande jaren.</al></li><li nr="-"><al>Op basis van artikel 118 van de Gemeentewet dienen gemeenten het
                            provinciaal bestuur jaarlijks op de hoogte te stellen van de mate waarin
                            van deze maatregel gebruik wordt gemaakt.</al></li></lijst><al><vet><onderstreept> TOELICHTING HOOFDSTUK 3</onderstreept><onderstreept>
                            WIJZIGING SAMENSTELLING VAN DE
                    WOONRUIMTEVOORRAAD</onderstreept></vet></al><al><vet>Artikel 3.1.4 Criteria voor vergunningverlening</vet></al><al>Uitgangspunt is dat er een afweging moet plaatsvinden tussen twee belangen. Het
                    aanvragersbelang (het met de onttrekking, samenvoeging of omzetting gediende
                    belang) versus het volkshuisvestelijke belang (het belang van behoud of de
                    samenstelling van de woonruimtevoorraad). Wanneer aan het aanvragersbelang
                    voorrang wordt verleend (lid 1), moet de vergunning worden verleend. Er kan geen
                    compensatie worden gevraagd. </al><al>Als het belang van de aanvrager minder zwaar weegt dan het belang van de
                    volkshuisvesting (lid 2), dan is in de verordening een compensatiemogelijkheid
                    opgenomen. Op grond van jurisprudentie wil dit zeggen dat als de aanvrager
                    bereid is te compenseren, de vergunning verleend moet worden (ook als het
                    college van oordeel zou zijn dat geen enkele compensatie het verlies van
                    zelfstandige woonruimte zou kunnen compenseren). Wil de aanvrager niet
                    compenseren, dan wordt de vergunning niet verleend. </al><al><vet>Artikel 3.1.5 Compensatie</vet></al><al>Voorop gesteld dient te worden dat compensatie niet als afschrikmiddel mag
                    worden gebruikt, maar dat compensatie moet dienen om verloren woonruimte elders
                    terug te winnen (het woningtekort in de regio is dusdanig dat er in principe
                    geen woningen verloren moeten gaan ten behoeve van andere doeleinden). Dit
                    vereiste is van invloed op de hoogte van de compensatie. Die moet in redelijke
                    verhouding staan tot het met de compensatie te bereiken doel
                    (vervangen/realiseren van woonruimte).</al><al>In artikel 3.1.5 wordt de mogelijkheid geboden tot reële (1e lid) dan wel
                    financiële compensatie (3e lid). Reële compensatie is bijvoorbeeld vervangen van
                    woonruimte door vergelijkbare woonruimte elders (niet zijnde al ingeplande
                    nieuwbouw, want dan is namelijk geen sprake van vervanging, maar van
                    toevoeging). Reële compensatie vindt bij voorkeur plaats door
                    functieverandering. Een gebouw met een niet woonfunctie, krijgt door verbouw een
                    woonfunctie (bijvoorbeeld van schoolgebouw naar appartementen, of van
                    bedrijfsgebouw naar wooneenheden e.d.). </al><al>Of er sprake is van passende reële compensatie, is ter beoordeling van het
                    college van burgemeester en wethouders. Hierbij kunnen de volgende criteria een
                    rol spelen:</al><lijst><li nr="-"><al>de categorie (huur of koop)</al></li><li nr="-"><al>de oppervlakte</al></li><li nr="-"><al>de koop- of huurprijs</al></li><li nr="-"><al>het woningtype</al></li></lijst><al>Ten aanzien van de financiële compensatie wordt hieronder de onderbouwing van de
                    bedragen gegeven. Bedragen die door deze compensatiegelden worden gegenereerd,
                    worden overigens (conform lid 5 van artikel 3.1.5) uitsluitend in het kader van
                    de volkshuisvesting aangewend (bijvoorbeeld subsidiëring nieuwbouw sociale
                    huurwoningen, herstructurering, inrichting woonomgeving etc.). </al><al>Onderbouwing compensatiebedragen</al><al>Reële compensatie vindt bij voorkeur plaats door functieverandering. Wanneer
                    woonruimte gecreëerd wordt door verbouw van een niet-woongebouw naar een
                    woongebouw, dan is sprake van een onrendabele top. Dat is dat deel van de kosten
                    die niet binnen een redelijke termijn uit de exploitatie van de woning kan
                    worden terugverdiend. Deze onrendabele top wordt als uitgangspunt genomen om de
                    financiële compensatie te berekenen. Het aldus verkregen bedrag wordt in het
                    kader van de volkshuisvesting aangewend (en kan dan bijvoorbeeld weer als
                    stimuleringsbijdrage gebruikt wanneer er zich een mogelijkheid voordoet om een
                    niet-woongebouw te verbouwen naar een woongebouw). </al><al>Voor diverse categorieën van woonruimte bedragen de grondkosten in de regio
                    (prijspeil 1 januari 2001), gemiddeld € 363,93 per m<sup>2</sup>. De
                    verwervingskosten van een bedrijfsgebouw bedragen gemiddeld € 1.032,80 per
                    m<sup>2</sup>. Het verschil tussen de gemiddelde grondkosten van een woongebouw
                    en de verwervingskosten van een bedrijfsgebouw bedraagt € 668,87 per
                    m<sup>2</sup>. </al><al>Dit verschil wordt als uitgangspunt genomen voor zowel het vaststellen van een
                    onrendabele top als voor een stimuleringsbijdrage. Echter, met een
                    functieverandering (van bedrijfsgebouw naar woongebouw) verkrijgt het onroerend
                    goed een meerwaarde die ten gunste komt van de eigenaar. Met een
                    waardevermeerdering wordt rekening gehouden bij het vaststellen van zowel het
                    compensatiebedrag als de stimuleringsbijdrage. </al><al>Omdat een waardevermeerdering sterk afhankelijk is van een aantal niet te
                    beïnvloeden variabelen (waaronder vraag, aanbod en prijs op de woningmarkt) en
                    hierdoor niet op voorhand al een juiste verdeelsleutel kan worden opgesteld die
                    bij conjunctuurveranderingen actueel blijft, wordt een bijdrage in de helft van
                    de onrendabele top als voldoende stimulering gezien. Derhalve dus (afgerond) €
                    336 per m<sup>2</sup>. Omdat dit bedrag per m<sup>2</sup> als
                    stimuleringsbijdrage beschikbaar kan worden gesteld, is dit bedrag meteen ook
                    het uitgangspunt bij het berekenen van een financiële compensatie per
                    m<sup>2</sup>. Factoren die de hoogte van de financiële compensatie mede bepalen
                    zijn:</al><lijst><li nr="-"><al>gaat zelfstandige of onzelfstandige woonruimte verloren;</al></li><li nr="-"><al>blijft de woonruimte (gedeeltelijk) bestaan maar wordt deze naar een
                            ander segment van de woningmarkt gebracht;</al></li><li nr="-"><al>wordt de woonruimte tijdelijk of definitief onttrokken.</al></li></lijst><al>De verschillen in compensatiebedragen zijn dus het gevolg van de invloed die een
                    onttrekkingsmaatregel op de woningmarkt heeft. De compensatiebedragen worden
                    jaarlijks, per 1 juli, geïndexeerd met toepassing van het inflatiepercentage
                    (CPI 2005 is 1,7% MG 2006-1) van het voorafgaande kalenderjaar. </al><al><vet><onderstreept>TOELICHTING HOOFDSTUK 5
                            </onderstreept><onderstreept>
                            SLOTBEPALINGEN</onderstreept></vet></al><al><vet>Artikel 5.2 Overgangsbepaling</vet></al><al>Hier is een overgangsmaatregel opgenomen waarbij tot 1 januari 2007 de woonduur
                    van doorstromers voor een deel wordt omgezet in inschrijfduur. De woningzoekende
                    moet zich hiervoor wel actief inschrijven in het register als bedoeld in artikel
                    2.4.1.</al><al>Bij de omzetting wordt 2/5, oftewel 40% van de woonduur, omgezet in
                    inschrijfduur.</al><al>Voor doorstromers die al staan ingeschreven vindt deze omzetting plaats per juli
                    2006. </al><al>Bij alle doorstromers die op 30 juni 2006 zijn ingeschreven als woningzoekende
                    wordt per juli 2006 40% van de woonduur omgezet in inschrijftijd, tenzij de
                    feitelijke inschrijftijd langer is. Twee voorbeelden om dit duidelijk te
                    maken.</al><al>Voorbeeld 1: een doorstromer met 4 jaar inschrijftijd en 20 jaar woonduur. De
                    inschrijftijd wordt 8 jaar (40% van 20 jaar)</al><al>Voorbeeld 2: een doorstromer met 5 jaar inschrijftijd en 10 jaar woonduur. De
                    inschrijftijd blijft 5 jaar, want deze is langer dan 40% van de woonduur (4
                    jaar).</al><al><onderstreept>De omzetting van woonduur in inschrijftijd is blijvend en duurt
                        tot het einde van de inschrijving. Na de omzetting neemt de
                        </onderstreept><onderstreept>inschrijftijd gewoon toe, zoals bij alle
                        woningzoekenden.</onderstreept></al><al><onderstreept>Bij doorstromers die zich als woningzoekende inschrijven in de
                        periode van 1 juli 2006 t/m 31 december 2006 is de overgangsregeling ook nog
                        van toepassing.</onderstreept></al><al><onderstreept>Bij doorstromers die zich inschrijven na 1 januari 2007 geldt
                        alleen de inschrijftijd vanaf dat moment.</onderstreept></al></bijlage><bijlage><kop><titel>Bijlage 2Wijzigingen</titel></kop><al><vet>Wijzigingen 1 januari 2007, ten opzichte van Huisvestingsverordening
                        2006</vet></al><al>Artikel 2.6.1 lid 3.1 artikelnummer gewijzigd naar 2.6.1 lid 3</al><al>Artikel 2.6.1 lid 3.2 verwijderd “50% regeling”/ kan-bepaling kleine kernen</al><al>Artikel 2.8.1 lid 2 toegevoegd is de voorrangsregeling voor gemeenten en kernen
                    met beperkte uitbreidingsmogelijkheden en kernen tot 4000 inwoners.</al><al>Artikel 2.8.1 lid 3 verwijderd vooraankondiging voorrangregeling en
                    toestemmingsverlening Provincie</al><al>Artikel 2.8.1 lid 4 uitleg regeling Experimenten naar Toelichting
                    verplaatst</al><al>Artikel 2.8.1 lid 4 artikelnummer gewijzigd in 2.8.1 lid 3 en aanpassing: alleen
                    statushouders buiten lokaal maatwerk</al><al>Artikel 5.1 naamswijziging verordening</al><al>Artikel 5.2 wijziging van data inwerkingtreding en raadsvergadering en
                    voorzitter</al><al>Toelichting artikel 2.8.1 lid 2c artikelnummer in toelichting gewijzigd naar
                    2.8.1 lid 2b en aanpassing toelichting op regeling Experimenten en lokaal
                    maatwerk</al></bijlage><bijlage><kop><titel>INHOUDSOPGAVE</titel></kop><al>HOOFDSTUK 1 ALGEMEEN……………………………………………………………………... 3</al><al/><al>HOOFDSTUK 2 VERDELING VAN WOONRUIMTE…………………………………………… 7</al><al>PARAGRAAF 2.1 Werkingsgebied…………………………………………………………………. 7</al><al>PARAGRAAF 2.2 Huisvestingsvergunning………………………………………………………... 7</al><al>PARAGRAAF 2.3 Passendheidseisen voor huurwoningen…………………………………….... 9</al><al>PARAGRAAF 2.4 Inschrijving………………………………………………………………………. 10</al><al>PARAGRAAF 2.5 Urgentie………………………………………………………………………….. 12</al><al>PARAGRAAF 2.6 Toewijzing van woonruimte……………………………………………………. 16</al><al>PARAGRAAF 2.7 Standplaatsen voor een woonwagen…………………………………………. 18</al><al>PARAGRAAF 2.8 Organisatie en bevoegdheden………………………………………………… 18</al><al/><al>HOOFDSTUK 3 WIJZIGING SAMENSTELLING VAN DE WOONRUIMTEVOORRAAD….. 20</al><al>PARAGRAAF 3.1 Onttrekking, samenvoeging en omzetting……………………………………. 20</al><al>PARAGRAAF 3.2 Splitsing in appartementsrechten……………………………………………... 22</al><al>PARAGRAAF 3.3 Organisatie en bevoegdheden………………………………………………… 24</al><al/><al>HOOFDSTUK 4 VERDERE BEPALINGEN……………………………………………………... 25</al><al/><al>HOOFDSTUK 5 SLOTBEPALINGEN……………………………………………………………. 26</al><al/><al>BIJLAGE 1 ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING………………………………………… 27</al><al/><al>BIJLAGE 2 WIJZIGINGEN…………………………………………………………………… 38</al><al/></bijlage></regeling></body></cvdr>