<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR357201_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Beheerverordening gemeentelijke begraafplaatsen</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Moerdijk</dcterms:creator><dcterms:modified>2019-04-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Moerdijk</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Moerdijkse Bode week 6, 2015</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Beheerverordening gemeentelijke begraafplaatsen</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005009">artikel 35 van de Wet op de lijkbezorging</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416">artikel 149 van de Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-01-29</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-02-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2019-04-11</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Beheerverordening gemeentelijke begraafplaatsen</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente <vet>MOERDIJK</vet>,</al><al/><al>gelezen het voorstel van het college van 16 december 2014, inzake
                        beheerverordening gemeentelijke begraafplaatsen;</al><al/><al>gelet op artikel 35 van de Wet op de lijkbezorging en artikel 149 van de
                        Gemeentewet;</al><al/><al>gelezen het advies van het college van burgemeester en wethouders van 16
                        december 2014;</al><al/><al>besluit vast te stellen de volgende verordening:</al><al/><al>Verordening op het beheer en het gebruik van de gemeentelijke
                        begraafplaatsen </al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>Inleidende bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>in deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>algemeen graf: een graf bij de gemeente in beheer waarin
                                    gelegenheid wordt geboden tot het doen begraven van stoffelijke
                                    overblijfselen;</al></li><li nr="b."><al>asbus: een bus ter berging van as van een overledene;</al></li><li nr="c."><al>begraafplaats(en) in: </al><lijst><li nr="-"><al>Zevenbergen, Galgenweg 1, (4791 HC);</al></li><li nr="-"><al>Klundert, Schanspoort 6 (4671 KP);</al></li><li nr="-"><al>Zevenbergen, Klundertseweg (in oprichting);</al></li></lijst></li><li nr="d."><al>beheerder: de ambtenaar, die belast is met de dagelijkse leiding
                                    van de begraafplaats(en) of degene die hem vervangt;</al></li><li nr="e."><al>belanghebbende: natuurlijk persoon of rechtspersoon aan wie een
                                    recht tot gebruik van een ruimte in een algemeen graf of een
                                    algemeen urnengraf is verleend;</al></li><li nr="f."><al>gedenkplaats: plaats waar voor doodgeborenen die niet worden
                                    begraven of gecremeerd een gedenkplaatje kan worden aangebracht;
                                </al></li><li nr="g."><al>graf: een zandgraf, grafkelder of keldergraf;</al></li><li nr="h."><al>grafakte: de beschikking waarin overeenkomstig de bepalingen van
                                    deze verordeningdoor of namens het college een grafrecht wordt
                                    verleend aan een rechthebbende of nadere bepalingen worden
                                    meegegeven aan een belanghebbende;</al></li><li nr="i."><al>grafbedekking: gedenkteken en/of grafbeplanting op een graf of
                                    gedenkplaats; </al></li><li nr="j."><al>keldergraf: een betonnen, gemetselde of kunststofconstructie
                                    aaneengeschakeld, waarin meerdere overledenen worden bijgezet in
                                    een algemeen keldergraf;</al></li><li nr="k."><al>particulier graf: een graf waarvoor aan een natuurlijk persoon
                                    of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot:</al><lijst><li nr="1."><al>het doen begraven en begraven houden van
                                            overledenen;</al></li><li nr="2."><al>het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met
                                            of zonder urnen;</al></li><li nr="3."><al>het ondergronds doen verstrooien van as;</al></li></lijst></li><li nr="l."><al>particulier urnengraf: een graf waarvoor aan een natuurlijk
                                    persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend
                                    tot:</al><lijst><li nr="1."><al>het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met
                                            of zonder urnen;</al></li><li nr="2."><al>het ondergronds doen verstrooien van as;</al></li></lijst></li><li nr="l."><al>particuliere grafkelder: een particulier graf met een betonnen
                                    of gemetselde constructie waarin een of meerdere overledenen
                                    worden begraven of asbussen met of zonder urnen worden bijgezet
                                    in een particuliere grafkelder;</al></li><li nr="m."><al>particuliere urnenmuur of urnenzuil: een bovengrondse
                                    constructie met particuliere nissen, waarin asbussen met of
                                    zonder urnen kunnen worden bijgezet;</al></li><li nr="n."><al>particuliere urnennis in urnenzuil of urnenmuur: een nis
                                    waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het
                                    uitsluitend recht is verleend tot het doen bijzetten en bijgezet
                                    houden van asbussen met of zonder urnen;</al></li><li nr="o."><al>particuliere drijvende urn: een particulier urnengraf, waar een
                                    urn met één of twee asbussen, die als sierelement in de daarvoor
                                    aangewezen waterpartij kan worden bijgezet;</al></li><li nr="p."><al>particuliere waterurn: een particulier urnengraf, waar een urn
                                    met de as van één of twee crematies, waarbij als gevolg van
                                    natuurlijke omstandigheden de aanwezige as uitspoelt in/op het
                                    graf;</al></li><li nr="q."><al>rechthebbende: natuurlijk persoon of rechtspersoon aan wie een
                                    uitsluitend recht is verleend op een particulier graf, -
                                    urnengraf of - urnennis, dan wel degene die redelijkerwijze
                                    geacht kan worden in diens plaats te zijn getreden;</al></li><li nr="r."><al>urn: een voorwerp ter berging van één of twee asbussen;</al></li><li nr="s."><al>verstrooiingsplaats: een plaats waarop as wordt verstrooid;</al></li><li nr="t."><al>zandgraf: een particulier of algemeen graf gegraven in de vaste
                                    grond. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr></kop><al>Het beheer van de algemene begraafplaatsen is gesplitst in het
                            administratieve beheer en het dagelijkse onderhoud van de begraafplaats. </al><al>Onder het administratieve beheer vallen:</al><lijst><li nr="a)"><al>het bijhouden van de begraafplaatsadministratie;</al></li><li nr="b)"><al>de (interne) opdrachtverlening voor het begraven van
                                    overledenen, bijzetten van urnen of verstrooien van as;</al></li></lijst><al>Onder het dagelijks beheer en toezicht vallen:</al><lijst><li nr="c)"><al>het onderhoud van de algemene openbare voorzieningen zoals o.a.
                                    bomen en beplanting, gazon, paden, straatmeubilair zoals o.a.
                                    bank, watertappunt of afvalbak;</al></li><li nr="d)"><al>toezicht op plaatsen en onderhouden van grafbedekkingen door of
                                    namens de rechthebbenden/belanghebbenden.</al></li></lijst><al>Schriftelijke en mondelinge contacten worden afhankelijk van het
                            onderwerp onderhouden door de betreffende beheerder.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.</nr><titel>Openstelling, orde en rust op de begraafplaats</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Openstelling begraafplaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De begraafplaatsen zijn voor eenieder dagelijks toegankelijk van
                                zonsopgang tot zonsondergang. Het college maakt deze tijden openbaar
                                bekend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ter handhaving van de orde en rust op de begraafplaatsen kunnen de
                                toegangen tijdelijk worden gesloten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is verboden gedurende de tijd dat de begraafplaatsen niet voor
                                het publiek geopend zijn, zich daarop te bevinden, anders dan voor
                                het bijwonen van een begrafenis of de bezorging van as.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Ordemaatregelen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bezoekers, personeel van uitvaartondernemingen en personen die
                                werkzaamheden op de begraafplaats(en) hebben te verrichten, zijn
                                verplicht zich in het belang van de orde, rust en netheid te houden
                                aan de aanwijzingen van de beheerder dagelijks beheer en
                                toezicht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De beheerder dagelijks beheer en toezicht kan personen die zich niet
                                aan de in het eerste lid bedoelde aanwijzing houden van de
                                begraafplaats verwijderen of laten verwijderen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is verboden met motorrijtuigen op de begraafplaats(en) te
                                rijden:</al><lijst><li nr="a."><al>elders dan op de daartoe aangewezen rijwegen; motorrijtuigen
                                        zijn buiten de rijwegen (slechts) toegestaan voor
                                        begrafenissen of voor het vervoer van materialen;</al></li><li nr="b."><al>sneller dan 10 km per uur.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in de
                                aanhef en onder a van het derde lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Plechtigheden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Herdenkingsbijeenkomsten, onthullingen van gedenktekens en
                                dergelijke plechtigheden op de begraafplaatsen kunnen slechts
                                plaatsvinden nadat deze ten minste zes werkdagen tevoren zijn gemeld
                                aan de beheerder administratief beheer. Datum en uur van de
                                plechtigheid en de wijze waarop deze zal plaatsvinden worden in
                                overleg met de aanvrager door deze beheerder vastgesteld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De deelnemers aan de plechtigheid, bedoeld in het eerste lid zijn
                                verplicht zich in het belang van de orde, rust en netheid te houden
                                aan de aanwijzingen van de beheerder dagelijks beheer en
                                toezicht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Opgravingen en ruimen</titel></kop><al>Bij het opgraven van stoffelijke overblijfselen en de ruiming van graven
                            of urnen zijn geen andere personen aanwezig dan degenen die door de
                            beheerder administratief beheer met deze werkzaamheden zijn belast.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.</nr><titel>Voorschriften voor Begraven en asbezorging</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Kennisgeving begraven en asbezorging, openen en sluiten van het
                                graf</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Degene die wil doen begraven, as wil doen bijzetten of as wil doen
                            verstrooien, geeft daarvan uiterlijk om 12.00 uur van de aangewezen meldingsdag
                            voorafgaande aan die waarop de begraving, bijzetting of verstrooiing zal
                            plaatsvinden, schriftelijk kennis aan de beheerder administratief
                            beheer. </al><al><onderstreept>Dag van de
                                plechtigheid</onderstreept><onderstreept>Uiterste
                                meldingsdag</onderstreept></al><al> maandag donderdag </al><al> dinsdag vrijdag </al><al> woensdag vrijdag </al><al> donderdag maandag </al><al> vrijdag dinsdag </al><al> zaterdag woensdag</al><al> Indien de burgemeester toestemming heeft gegeven om het stoffelijke
                            overschot binnen 36 uur na het overlijden te begraven, moet de kennisgeving aan deze
                            beheerder zo tijdig mogelijk worden gedaan.</al><al>De gemeente treft specifieke maatregelen, wanneer door aansluiting van
                            feestdagen en brugdagen het gemeentehuis langer dan 4 dagen achtereen
                            gesloten is voor publiek. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het openen van een graf ter begraving of voor het bezorgen van as, en
                            daarna het sluiten van een graf, alsmede het bedienen van de hulpmiddelen mag
                            uitsluitend geschieden door medewerkers of gespecialiseerd personeel namens of
                            onder toezicht van de beheerder dagelijks beheer en toezicht. </al><al> Nabestaanden mogen onder toezicht van de betrokken
                            begrafenisondernemer symbolisch het graf sluiten door het aanbrengen van enkele handjes of
                            spades met grond. Deze wens dient eveneens schriftelijk, uiterlijk tijdens de </al><al> kennisgeving zoals bedoeld in het voorgaande lid kenbaar te zijn
                            gemaakt bij de beheerder administratief beheer. De nabestaanden dienen bij deze
                            handmatige werkzaamheden de aanwijzingen van de begrafenisondernemer of medewerker
                            door of namens de beheerder dagelijks beheer en onderhoud op te volgen en
                            gebruik te maken van de ter beschikking gestelde hulpmaterialen.</al><al>Het voorlopen en bedienen van de graflift geschiedt door de
                            begrafenisondernemer. Nabestaanden mogen onder toezicht van de
                            begrafenisondernemer de graflift bedienen.</al><al>Wanneer de nabestaanden een begraving of verstrooiing zonder tussenkomst
                            van een begrafenisondernemer willen regelen, dan is een medewerker
                            namens de beheerder dagelijks beheer en onderhoud aanwezig. Zijn
                            aanwijzingen moeten worden opgevolgd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Gebouwen en muziekinstallatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is niet mogelijk gebruik te maken van een gemeentelijke
                                ontvangstruimte en/of aula.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Tijdens plechtigheden is het gebruik van een geluidsinstallatie door
                                of namens de familie toegestaan. Het geluidsniveau dient zodanig te
                                zijn afgestemd, dat uitsluitend de aanwezigen bij de begraving of
                                bijzetting de toespraken en eventuele muziekstukken kunnen
                                    volgen<vet>. </vet></al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Over te leggen stukken</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Tot begraving wordt niet overgegaan dan nadat het verlof tot
                                    begraven is overgelegd aan de beheerder administratief beheer.</al></li><li nr="2."><al>Indien de begraving of de bezorging van as in een particulier
                                    graf zal plaatsvinden, dient een machtiging daartoe aan de
                                    beheerder administratief beheer te worden overgelegd,
                                    ondertekend door de rechthebbende of, indien deze is overleden,
                                    door degene die in de uitvaart voorziet.</al></li><li nr="3."><al>Elke begraving in een particulier graf wordt een grafrusttermijn
                                    toegekend van 20 jaar. De verlenging bij de tweede begraving in
                                    het graf dient te worden aangevraagd door de rechthebbende.</al></li><li nr="4."><al>De in het vorige lid bedoelde periode van verlenging bij een
                                    tweede begraving binnen tien jaar na de eerste begraving wordt
                                    naar boven toe afgerond met een periode van tien jaar na de
                                    einddatum grafrecht.</al></li></lijst><al>De in het vorige lid bedoelde periode van verlenging bij een tweede
                            begraving na tien jaar na de eerste begraving wordt naar boven toe
                            afgerond met een periode van 20 jaar na de einddatum grafrecht. </al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>Termijn 2<sup>de</sup> begraving</al><al>na 1<sup>ste</sup> begraving</al></entry><entry colname="col2"><al>Verplichte verlenging</al></entry><entry colname="col3"><al>Grafrust tweede begraving</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al> 1 -- 10 jaar</al></entry><entry colname="col2"><al>10 jaar</al></entry><entry colname="col3"><al>Tussen 20 en 29 jaar</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al> &gt;10 jaar</al></entry><entry colname="col2"><al>20 jaar</al></entry><entry colname="col3"><al>Tussen 20 en 29 jaar</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>5.De desbetreffende beheerder onderzoekt of de overgelegde stukken
                            toereikend zijn.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Tijden van begraven en asbezorging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De tijd van begraven en het bezorgen van as is op werk- en
                                zaterdagen van 9.00 tot 16.00 uur;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan in bijzondere gevallen van deze tijden
                                afwijken.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4.</nr><titel>Indeling en uitgifte van de graven</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Indeling graven en asbezorging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op de begraafplaatsen kunnen worden uitgegeven:</al><lijst><li nr="a."><al>particuliere (kinder)graven en particuliere
                                        urnengraven;</al></li><li nr="b."><al>particuliere urnennissen, waterurnen en drijvende urnen (op
                                        de begraafplaats in oprichting aan de Klundertseweg te
                                        Zevenbergen);</al></li><li nr="c."><al>algemene graven;</al></li><li nr="d."><al>algemene as-verstrooiingplaats (op de begraafplaats in
                                        oprichting aan de</al><al> Klundertseweg te Zevenbergen);</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college bepaalt bij nader vast te stellen regels hoeveel
                                stoffelijke overblijfselen en hoeveel asbussen met of zonder urnen
                                er kunnen worden bijgezet in de particuliere graven, urnennissen,
                                waterurnen en drijvende urnen en hoeveel verstrooiingen van as er in
                                de particuliere graven kunnen plaatshebben. Het college bepaalt
                                tevens de afmetingen van de particuliere graven. De termijn van
                                grafrust voor een tweede begraving in een particulier graf is
                                twintig jaar.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>(Kinder)Graven, urnengraven en urnennissen worden uitgegeven naar
                                beschikbaarheid evenals het bieden van een uitstrooimogelijkheid.
                                Het college bepaalt waar welke mogelijkheden aangeboden kunnen
                                worden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Aantal overledenen in algemene graven</titel></kop><al>De algemene graven worden door het college in maximaal twee lagen
                            afzonderlijk uitgegeven. Per graflaag wordt één stoffelijk overschot
                            begraven of één asbus (al dan niet in een urn) bijgezet, waarin de as
                            van één overledene is opgenomen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Volgorde van uitgifte</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De particuliere graven worden slechts voor directe begraving en in
                                de door het college te bepalen volgorde van ligging uitgegeven.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan op de begraafplaats in oprichting aan
                                deKlundertseweg te Zevenbergen een particuliere grafkelder
                                toewijzen, indien dit wegens de situatie op de begraafplaats niet
                                bezwaarlijk is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Categorieën</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college bepaalt bij nader vast te stellen regels de plaatsbepaling
                            van de algemene en particuliere graven in categorieën. Het college bepaalt voor de
                            verschillende categorieën de situering en oppervlakte. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in lid 1 bedoelde gebruik van algemene graven respectievelijk het
                            uitgeven van uitsluitend grafrecht wordt door het college schriftelijk
                            bevestigd door middel van een grafakte.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Termijnen particuliere graven</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college verleent, voor zover de daartoe bestemde ruimte van de
                                begraafplaats(en) dat toelaat, op een daartoe bij hen schriftelijk
                                in te dienen aanvraag, voor de tijd van twintig jaar recht op een
                                particulier (urnen)graf. De termijn begint te lopen op de datum
                                waarop het particuliere (urnen)graf is uitgegeven.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid van dit artikel bedoelde recht wordt op
                                aanvraag van de rechthebbende verlengd telkens met een termijn van
                                tien jaar, mits de aanvraag vanaf twee jaar voor het verstrijken van
                                de lopende termijn wordt ingediend.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Particuliere urnennissen worden uitgegeven voor een termijn van 10
                                jaar of 20 jaar (uitsluitend mogelijk op begraafplaats i.o aan de
                                Klundertseweg te Zevenbergen)</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Plaatsing van een asbus heeft geen gevolgen voor de
                                grafrechttermijn.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De grafrechten uitgegeven voor een recht voor onbepaalde tijd worden
                                omgezet naar een grafrecht met een termijn van 30 jaar.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Grafkelder</titel></kop><al>Het college kan aan de rechthebbende op een particulier graf vergunning
                            verlenen tot het daarin voor eigen rekening doen aanbrengen van een
                            grafkelder overeenkomstig de door het college te stellen voorwaarden,
                            uitsluitend op de begraafplaats in oprichting aan de Klundertseweg te
                            Zevenbergen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Overschrijving van verleende rechten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het recht op een particulier graf kan op aanvraag van de
                                rechthebbende worden overgeschreven op naam van een ander natuurlijk
                                persoon of rechtspersoon.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Na het overlijden van de rechthebbende kan het recht op het
                                particuliere graf worden overgeschreven op naam van een natuurlijk
                                persoon of rechtspersoon, indien de aanvraag daartoe wordt gedaan
                                binnen één jaar na het overlijden van de rechthebbende. Indien de
                                overleden rechthebbende in het graf dient te worden begraven, of in
                                een asbus in het graf dient te worden bijgezet of te worden
                                verstrooid, dient het verzoek tot overschrijving daaraan voorafgaand
                                te worden gedaan. De overschrijving kan in dit laatste geval
                                kosteloos geschieden op naam van de nieuwe rechthebbende als
                                opdrachtgever van de begraving, de bijzetting van de asbus of
                                asverstrooiing in het graf.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien na het overlijden van de rechthebbende de aanvraag tot
                                overschrijving aan het college niet wordt gedaan binnen de in het
                                tweede lid van dit artikel gestelde termijn van een jaar, is het
                                college bevoegd het recht op het particuliere graf te doen
                                vervallen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>Afstand doen van graven</titel></kop><al>Zonder aanspraak te kunnen maken op enige vergoeding kan de
                            rechthebbende schriftelijk afstand doen ten behoeve van de gemeente van
                            het recht op het particuliere graf. Van de ontvangst van zodanige
                            verklaring doen burgemeester en wethouders schriftelijk mededeling aan
                            de rechthebbende.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19.</nr><titel>Sluiting van graven</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op aanvraag van de rechthebbende kan het college een graf gesloten
                                verklaren. Gedurende de tijd dat een graf gesloten is, mag daarin
                                geen andere begraving plaatshebben of asbus worden bijgezet, dan wel
                                as worden verstrooid, dan die van de personen, die de rechthebbende
                                in zijn aanvraag met name heeft genoemd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op een graf, wat op verzoek van de rechthebbende wordt gesloten, zal
                                geen grafbedekking worden aangebracht anders dan door of namens de
                                gemeente te beheren gras of liggende steen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders bepalen in overleg met de rechthebbende
                                de periode waarvoor de in het eerste lid bedoelde sluiting zal
                                geschieden en welke grafbedekking zal worden aangebracht. Zij
                                stellen de bijzondere voorwaarden vast, waaraan moet zijn voldaan
                                alvorens het graf gesloten wordt verklaard.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5.</nr><titel>Grafbedekkingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20.</nr><titel>Vergunning grafbedekking</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor het hebben van een grafbedekking is een schriftelijke
                                vergunning nodig van het college.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De rechthebbende van een particulier (kinder- en/of urnen)graf of -
                                urnennis of een belanghebbende van een algemeen (kelder)graf (op de
                                begraafplaats in oprichting aan de Klundertseweg te Zevenbergen)
                                vraagt de vergunning voor het hebben van een grafbedekking aan.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college stelt nadere regels vast omtrent de wijze van aanvragen
                                van de vergunning, de aard en de afmetingen van de grafbedekking en
                                de wijze van aanbrengen in het uitvoeringsbesluit
                                grafbedekkingen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op een algemeen graf op de begraafplaatsen in Klundert en in
                                Zevenbergen aan de Galgenweg mag geen grafbedekking worden
                                    aangebracht<cursief>.</cursief></al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21.</nr><titel>Onderhoud door de gemeente</titel></kop><al>Het college laat geen onderhoud plegen aan grafbedekkingen, die door
                            rechthebbenden of belanghebbenden zijn aangebracht. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22.</nr><titel>Onderhoud door rechthebbende of belanghebbende</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het (doen) plaatsen, aanbrengen, herstellen, vernieuwen of
                                verwijderen van de grafbedekking geschiedt door, voor rekening van
                                en voor risico van de rechthebbende of de belanghebbende.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De rechthebbende of de belanghebbende is verplicht de grafbedekking
                                behoorlijk te onderhouden of te herstellen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de rechthebbende of de belanghebbende nalaat de grafbedekking
                                behoorlijk te onderhouden of te herstellen, zal het college de
                                hiervoor in aanmerking komende voorwerpen of zo nodig de gehele
                                grafbedekking doen verwijderen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De verwijdering vindt niet plaats dan nadat het college de
                                rechthebbende of de belanghebbende door middel van een verklaring
                                schriftelijk op de hoogte heeft gesteld van de toestand van de
                                grafbedekking. Wanneer het adres van de rechthebbende of de
                                belanghebbende niet bekend is, maakt het college de verklaring bij
                                de ingang van de begraafplaats op het mededelingenbord bekend. Bij
                                het graf wordt een verwijzing naar de mededeling aangebracht.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan de rechthebbende of de belanghebbende per
                                aanschrijving verplichten een beschadiging aan de grafbedekking te
                                herstellen binnen de door het college gestelde termijn, indien de
                                beschadiging zodanig is dat deze naar het oordeel van het college
                                het uiterlijk aanzien van de begraafplaats schaadt.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het college kan indien de beschadiging van de grafbedekking gevaar
                                oplevert voor derden of de vandalismegevoeligheid bevordert, direct
                                maatregelen nemen om dit gevaar weg te nemen en de rechthebbende of
                                belanghebbende verplichten de beschadiging aan de grafbedekking te
                                herstellen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23.</nr><titel>Niet-blijvende grafbeplanting</titel></kop><al>Losse bloemen, planten, kransen en dergelijke inclusief de vazen, potten
                            of manden op een graf die in een verwaarloosde staat verkeren of zijn
                            verwelkt, kunnen door de beheerder dagelijks beheer en onderhoud worden
                            verwijderd zonder dat aanspraak kan worden gemaakt op schadevergoeding.
                        </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24.</nr><titel>Verwijdering grafbedekking na verstrijken van de termijn</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De grafbedekking wordt na het verstrijken van de termijn van
                                    grafrecht van het graf verwijderd door de beheerder dagelijks
                                    beheer en onderhoud.</al></li><li nr="2."><al>Het voornemen tot verwijdering van de grafbedekking wordt door
                                    het college bevestigd door het toesturen van de
                                    ontvangstbevestiging van de afstandsverklaring. Wanneer het een
                                    algemeen graf betreft, wordt de belanghebbende gelegenheid
                                    geboden om eventuele overplaatsing naar een particulier graf
                                    mogelijk te maken of om de naamplaat tijdig te
                                    verwijderen.Wanneer het adres van de rechthebbende of
                                    belanghebbende niet bekend is, maakt het college het voornemen
                                    tot verwijdering van de grafbedekking gedurende ten minste een
                                    jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop de grafbedekking zal
                                    worden verwijderd door middel van een bij het graf te plaatsen
                                    bordje en bij de ingang van de begraafplaats bekend.</al></li><li nr="3."><al>Belanghebbenden en rechthebbenden kunnen bij het invullen en
                                    terugsturen van de afstandsverklaring van het graf aangeven, dat
                                    zij de grafbedekking weghalen. Het college bevestigt
                                    schriftelijk dat binnen maximaal één maand na deze bevestiging
                                    de grafbedekking verwijderd moet zijn, tenzij de belanghebbende
                                    of rechthebbende met redenen omkleed om een later tijdstip heeft
                                    verzocht.</al></li><li nr="4."><al>Wanneer de grafbedekking niet is verwijderd op het in het derde
                                    lid genoemde tijdstip, gaat de gemeente over tot verwijdering
                                    van de grafbedekking.</al></li><li nr="5."><al>De grafbedekking vervalt zonder dat de gemeente tot enige
                                    vergoeding is verplicht, indien:</al><lijst><li nr="a."><al>geen verzoek op grond van het derde lid is
                                            ingediend;</al></li><li nr="b."><al>de grafbedekking na de in het derde lid genoemde termijn
                                            door de rechthebbende of belanghebbende is verwijderd en uitsluitend in overleg met de beheerder
                            dagelijks beheer en onderhoud maximaal 13 weken in depot is gezet;</al></li><li nr="c."><al>de rechthebbende of belanghebbende niet voldoet aan de eisen gesteld
                            in het vierde lid. </al></li></lijst></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6.</nr><titel>Ruiming van graven, urnengraven en urnennissen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25.</nr><titel>Ruiming, bezorging van stoffelijke overblijfselen en as</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het voornemen van het college om een graf te ruimen wordt ten minste
                                een jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop het graf geruimd zal
                                worden per brief aan de rechthebbende of, wanneer het een algemeen
                                graf betreft, aan de belanghebbende bekend gemaakt. Wanneer het
                                adres van de rechthebbende of belanghebbende niet bekend is, maakt
                                het college het voornemen tot ruiming van het graf gedurende ten
                                minste een jaar voorafgaande aan het tijdstip van ruiming door
                                middel van een bij het graf te plaatsen bordje en bij de ingang van
                                de begraafplaats op het mededelingenbord bekend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De beheerder administratief beheer draagt er zorg voor, dat met de
                                bij de ruiming van het graf nog aanwezige stoffelijke overblijfselen
                                te allen tijde respectvol wordt omgegaan en dat bezoekers van de
                                begraafplaats niet met stoffe<vet>l</vet>ijke overblijfselen worden
                                geconfronteerd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De bij de ruiming van het graf nog aanwezige stoffelijke
                                overblijfselen worden begraven en de as wordt verstrooid op een van
                                de daartoe bestemde gedeelten van de begraafplaatsen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Nabestaanden van een overledene die begraven is in een algemeen graf
                                kunnen gedurende de in het eerste lid bedoelde termijn bij de
                                beheerder administratief beheer een aanvraag indienen om bij ruiming
                                de stoffelijke overblijfselen, indien mogelijk, bijeen te doen
                                brengen voor crematie of voor herbegraving elders. Nabestaanden van
                                een overledene waarvan een asbus al of niet met een urn is bijgezet
                                in een algemeen graf kunnen bij de beheerder administratief beheer
                                een aanvraag indienen om deze maximaal drie maanden na het
                                verstrijken van de grafrusttermijn ter beschikking te houden voor
                                herbegraving of verstrooiing elders.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De rechthebbende van een particulier graf kan bij de beheerder
                                administratief beheer een aanvraag indienen om na een minimale
                                termijn van 20 jaar grafrust na de laatste begraving de stoffelijke
                                overblijfselen te doen verzamelen om deze opnieuw in dezelfde
                                grafruimte te doen plaatsen dan wel om deze te cremeren of elders
                                opnieuw te doen begraven.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De rechthebbende op een particulier urnengraf of particuliere
                                urnennis kan bij de beheerder administratief beheer een aanvraag
                                indienen de asbus maximaal drie maanden na het verstrijken van de
                                grafrechttermijn ter beschikking te houden om elders bij te zetten
                                of om de as te doen verstrooien.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>7.</nr><titel>In stand houden historische graven en opvallende
                            grafbedekking</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26.</nr><titel>Lijst</titel></kop><al>Het college houdt binnen de regelgeving van de gemeentelijke
                            monumentenverordening geen specifieke lijst bij van graven, die van
                            historische betekenis zijn of waarvan de grafbedekking een opvallende
                            kwaliteit heeft. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>8.</nr><titel>Inrichting register</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27.</nr><titel>Voorschriften</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stelt voorschriften vast voor het register van de
                                begraven overledenen, bijzetten van urnen en asverstrooiingen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het register wordt bijgehouden door de beheerder administratief
                                beheer.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>9.</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28.</nr><titel>Intrekking oude regeling</titel></kop><al>De Verordening op het beheer van de gemeentelijke begraafplaatsen
                            Moerdijk 2005, vastgesteld op 13 december 2004 wordt ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29.</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Besluiten van het college die genomen zijn krachtens de Verordening
                                op het beheer van de gemeentelijke begraafplaatsen Moerdijk 2005
                                gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening
                                een aanvraag om vergunning op grond van de Verordening op het beheer
                                van de gemeentelijke begraafplaatsen Moerdijk 2005 is ingediend en
                                voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening niet op
                                de aanvraag is beslist, wordt daarop deze verordening
                                toegepast.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Aan alle graven met een recht van onbepaalde tijd wordt een
                                grafrecht met bepaalde tijd toegekend van 30 jaar, ingaan de op de
                                datum van inwerkingtreding van deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het heffen van het onderhoudsrecht wordt qua periode gelijk
                                getrokken aan de uitgifteduur van het grafrecht. Graven met een
                                grafrecht voor onbepaalde tijd, die worden omgezet naar graven met
                                een grafrecht voor 30 jaar, worden beschouwd als graven waarvoor de
                                onderhoudsrechten voor deze 30 jaar zijn voldaan.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De onderhoudsrechten worden aangepast naar de tijdsduur van de
                                resterende grafrechten, wanneer de oorspronkelijke afgesproken
                                onderhoudstermijn van 1, 5, 10 of 15 jaar is verstreken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30.</nr><titel>Overige bepalingen</titel></kop><al>Door vestiging van een grafrecht of gebruik van een grafruimte
                            onderwerpt een rechthebbende of een belanghebbende zich aan de
                            bepalingen van deze verordening, zoals deze eventueel nader wordt
                            gewijzigd of aangevuld. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31.</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Hij die handelt in strijd met de artikelen 3 en 4 wordt gestraft met
                                een geldboete van de eerste categorie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Overtreding van artikelen 3 en 4 van de verordening kan worden
                                gestraft met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op de achtste dag na de datum van
                            uitgifte van de Moerdijkse Bode waarin zij is geplaatst.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Beheerverordening gemeentelijke
                            begraafplaatsen.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 29 januari 2015.</ondertekening><ondertekening>De griffier, De voorzitter,</ondertekening><ondertekening>H.D. Tiekstra J.P.M. Klijs</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting beheerverordening gemeentelijke begraafplaatsen </titel></kop><al>Algemene toelichting</al><al>Inleiding</al><al>De beheerverordening begraafplaatsen is voor het laatst herzien in 2005. Nieuwe
                    ontwikkelingen maken een volgende herziening van het model noodzakelijk. Hier
                    dient de wijziging van de Wet op de lijkbezorging van 12 juni 2009 te worden
                    genoemd, naast andere nieuwe of gewijzigde wet- en regelgeving, zoals de
                    Europese Dienstenrichtlijn. Hoofdstuk 3 van de Algemene toelichting gaat hier
                    nader op in.</al><al>Ook om andere redenen was een herziening gewenst. Zo kwam uit de praktijk de
                    behoefte de rechten en plichten van zowel beheerders als gebruikers van
                    begraafplaatsen nauwkeuriger te omschrijven. Het taalgebruik en de formulering
                    bleek in sommige artikelen enigszins verouderd. De grondslag voor deze
                    verordening is de model-verordening 2010.</al><al><vet>1. De verordenende bevoegdheid</vet></al><al><vet>1.1 Begraafplaats op grondgebied van de eigen gemeente</vet></al><al>In artikel 147, eerste lid, van de Gemeentewet is bepaald dat gemeentelijke
                    verordeningen door de raad worden vastgesteld voor zover de bevoegdheid daartoe
                    niet bij de wet of door de raad krachtens de wet aan het college of burgemeester
                    is toegekend. Ingevolge artikel 149 van de Gemeentewet maakt de raad de
                    verordening die de raad in het belang van de gemeente nodig acht. Sinds de
                    inwerkingtreding van de Wet dualisering gemeentebestuur op 7 maart 2002 zijn in
                    de gemeente de bevoegdheden van de raad en het college ontvlecht. In het kader
                    hiervan zijn de bestuursbevoegdheden van de Gemeentewet geconcentreerd bij het
                    college en zijn de kaderstellende en controlerende bevoegdheden van de raad
                    versterkt.</al><al>De grondslag voor de verordenende bevoegdheid voor begraafplaatsen berust op
                    artikel 149 van de Gemeentewet. Daarnaast moet worden genoemd artikel 35 van de
                    Wet op de lijkbezorging dat een verordening eist voor de dagen en uren dat de
                    gemeente gelegenheid moet geven tot begraven.</al><al><vet>2. Gemeentelijk begraafplaatsenbeleid</vet></al><al>Deze beheerverordening bevat verschillende regels voor de instandhouding van en
                    de dienstverlening op de gemeentelijke begraafplaatsen. </al><al>De burgers hebben vaak een emotionele betrokkenheid met de begraafplaatsen en
                    alles wat zich daarop afspeelt. Daarbij stelt de dienstverlening hen voor
                    financiële lasten. Dit maakt het nodig om de rechten en verplichtingen duidelijk
                    vast te leggen. Er is naar gestreefd om overbodige regelgeving te voorkomen en
                    procedures kort te houden. </al><al><vet>3. Wijzigingen in wet- en regelgeving</vet></al><al><vet>3.1. Wet op de lijkbezorging</vet></al><al>De Wet op de lijkbezorging is op 12 juni 2009 gewijzigd. De wijziging werd van
                    kracht op 1 januari 2010. Deze wijziging heeft gevolgen voor de
                    beheerverordening begraafplaatsen, zoals deze was opgesteld in 2005.</al><al>De wijzigingen die aanpassing van het model noodzakelijk maken betreffen de
                    volgende wetsartikelen:</al><al>Artikel 16: ‘Begraving of verbranding geschiedt niet eerder dan 36 uren na het
                    overlijden en uiterlijk op de zesde werkdag na het overlijden.’</al><al>In de oude wetstekst werd als laatst mogelijke dag de vijfde dag na het
                    overlijden genoemd. De verlenging van deze termijn heeft gevolgen voor de
                    termijn van aanmelding van herdenkingsbijeenkomsten e.d. op de begraafplaats,
                    die doorgaans niet kunnen samenvallen met een begrafenis. Dit wordt geregeld in
                    artikel 5 (‘Plechtigheden’) van deze verordening.</al><al>Artikel 23, tweede lid: ‘Begraving geschiedt in een algemeen graf, waarbij de
                    houder van de begraafplaats bepaalt wie daarin wordt begraven, dan wel in een
                    particulier graf, zijnde een graf waarop een uitsluitend recht is gevestigd,
                    waarbij de rechthebbende bepaalt wie daarin wordt begraven.’</al><al>De term ´algemeen graf´ kwam in de oude wetstekst niet voor, maar werd al wel
                    gebruikt in de beheerverordening. Daarentegen sprak de verordening van een
                    ´eigen graf´ wanneer het een graf betrof waarop een uitsluitend recht was
                    gevestigd. In deze verordening wordt de terminologie van de gewijzigde wet
                    gevolgd. </al><al>Artikel 27a. In dit nieuwe artikel wordt bepaald dat de houder van de
                    begraafplaats ten minste zes maanden en ten hoogste twaalf maanden voor het
                    verstrijken van de termijn van uitgifte van een algemeen graf schriftelijk
                    mededeling daarvan doet aan de belanghebbende bij het graf. Nu dit bij wet is
                    geregeld is de noodzaak dit op te nemen in de beheerverordening vervallen.</al><al>Artikel 28. Het eerste lid van dit artikel is gewijzigd in die zin, dat de
                    minimumtermijn voor verlening van het uitsluitend recht op een graf van twintig
                    jaar is teruggebracht tot tien jaar. </al><al>In de gemeente Moerdijk blijft de termijn van 20 jaar echter ongewijzigd. Deze
                    termijn is ook van kracht voor de tweede begraving in een twee diep graf. </al><al>Het vierde, vijfde, zesde en zevende lid van artikel 28 bevatten nieuwe
                    bepalingen betreffende kennelijke verwaarlozing van het onderhoud van een
                    graf:</al><al>Lid 4: ‘In geval van kennelijke verwaarlozing van het onderhoud van een
                    particulier graf, kan de houder van de begraafplaats, voor zover de plicht tot
                    onderhoud niet bij hem ligt, deze verwaarlozing vastleggen in een schriftelijke
                    verklaring, die hij toezendt aan de rechthebbende, die binnen één jaar na
                    ontvangst in het onderhoud voorziet.’</al><al>Lid 5: ‘Indien de ontvangst van de verklaring, bedoeld in het vierde lid, niet
                    bevestigd wordt, maakt de houder van de begraafplaats de verklaring bekend bij
                    het graf en bij de ingang van de begraafplaats, gedurende een periode van vijf
                    jaar dan wel totdat in die periode in het onderhoud is voorzien.’</al><al>Lid 6: ‘Indien toepassing is gegeven aan het vierde of vijfde lid en niet alsnog
                    in het onderhoud van het graf is voorzien, vervalt het recht op het graf op het
                    moment dat de periode van één dan wel vijf jaar, bedoeld in het vierde
                    respectievelijk vijfde lid, is verstreken.’</al><al>Lid 7: ‘Indien het recht op het graf nog geen twintig jaar is gevestigd op het
                    moment dat de periode, bedoeld in het vijfde lid is verstreken, blijft de
                    bekendmaking in stand totdat de periode van twintig jaar is verstreken dan wel
                    totdat in die periode in het onderhoud is voorzien. Indien niet voordien in het
                    onderhoud van het graf is voorzien, vervalt het recht op het graf zodra de
                    termijn van twintig jaar is verstreken.’</al><al>Deze bepalingen geven de houders van de begraafplaatsen de mogelijkheid de
                    grafrechten van verwaarloosde graven vijf jaar na constatering en bekendmaking
                    te laten vervallen, met dien verstande dat de minimale uitgiftetermijn (tien
                    jaar) wordt gerespecteerd. Vóór de wetswijziging kon het recht pas dertig jaar
                    na de laatste begraving vervallen. Voor de beheerverordening heeft dit overigens
                    geen directe gevolgen. Wel wordt de formulering van de wijze van bekendmaking
                    steeds gevolgd.</al><al>Artikel 32. Dit artikel gaf in de ongewijzigde wet de minister de mogelijkheid
                    bij algemene maatregel van bestuur regels te stellen omtrent de wijze van
                    begraven, de inrichting van het graf en de afstand van de graven onderling. Dit
                    is uitgebreid met de mogelijkheid regels te stellen omtrent het ruimen van de
                    graven, het verwijderen van de grafmonumenten en de teraardebestelling van de
                    stoffelijke overblijfselen. Deze wijziging kwam tot stand nadat was gebleken dat
                    de samenleving behoefte had aan bepaalde richtlijnen voor met name het ruimen en
                    de teraardebestelling van de overblijfselen. </al><al>Met het oog hierop is in het model een lid toegevoegd aan het artikel
                    betreffende de ruiming en de bezorging van overblijfselen (artikel 24). Volgens
                    dit lid heeft de beheerder administratief beheer de plicht er zorg voor te
                    dragen dat er altijd met respect en piëteit wordt omgegaan met menselijke
                    overblijfselen.</al><al>Artikel 32a. In dit nieuwe artikel wordt bepaald dat gedurende de periode dat
                    een graf niet geruimd mag worden het artikel 20, eerste lid, aanhef en onder e
                    en f, van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek niet van toepassing is op hetgeen op
                    het graf is geplaatst. Dit artikel van het Burgerlijk Wetboek betreft de
                    natrekking. In 2002 heeft de Hoge Raad de uitspraak gedaan dat graftekens (van
                    graven met uitsluitend recht als bedoeld in artikel 28 Wet op de lijkbezorging)
                    middels natrekking in eigendom toebehoren aan de eigenaar van de grond. De
                    consequentie van deze uitspraak was dat de begraafplaats als eigenaar van
                    grafmonumenten aansprakelijk was voor de schade die het grafmonument aan een
                    ander grafmonument of aan een ander object, mens of dier aanbrengt
                    (risicoaansprakelijkheid). Het nieuwe wetsartikel legt de eigendom en daarmee
                    ook de risicoaansprakelijkheid van de graftekens bij de rechthebbende.</al><al><vet>3.2. Vermindering administratieve lasten</vet></al><al>Vele zaken zijn in het model geregeld door middel van een meldingsplicht, zoals
                    het houden van plechtigheden (art. 5), het doen begraven en het doen bijzetten
                    of doen verstrooien van as en het door de nabestaanden zelf openen en sluiten
                    van een graf (art.7, lid 2). Een melding genereert weinig administratieve
                    lasten.</al><al>Slechts in twee gevallen dient in het model een vergunning te worden
                    aangevraagd, i.e. voor het aanbrengen van een grafkelder (art. 16) en voor het
                    hebben van een grafbedekking (art. 20). </al><al>De vergunningsplicht voor het hebben van een grafbedekking is in het nieuwe
                    model gehandhaafd. Controle achteraf met als uiterste consequentie correctie is,
                    juist bij grafbedekkingen, ongewenst. Het ontwerpen, de aanschaf en de plaatsing
                    van een grafmonument gaat doorgaans met emoties gepaard. Wanneer achteraf blijkt
                    dat het monument niet aan de eisen voldoet is het ondoenlijk om nabestaanden
                    alsnog te vragen het gedenkteken aan te passen of te verwijderen. </al><al>De toestemming van het college, zoals vereist voor steenhouwers, hoveniers etc.
                    die werkzaamheden op de begraafplaats willen verrichten (art. 4 eerste lid van
                    het oude model) heeft geen toegevoegde waarde. De beheerder dagelijks beheer en
                    toezicht heeft immers al de bevoegdheid tegen ongewenste praktijken op te
                    treden, volgens artikel 4 eerste en tweede lid van het nieuwe model. Afschaffing
                    van de toestemmingsvereiste leidt tot vermindering van administratieve en
                    bestuurlijke lasten.</al><al><vet>3.3. Lex silencio positivo</vet></al><al>In een voorgestelde nieuwe wijziging van de Wet op de lijkbezorging wordt in
                    artikel 29 voor de vergunning tot opgraving een Lex silencio positivo (positieve
                    fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) opgenomen. Dat wil zeggen dat
                    wanneer op een aanvraag tot opgraving niet op tijd wordt beslist, de vergunning
                    van rechtswege is verleend.</al><al>Bij de beide vergunningen die deze beheerverordening regelt (i.e. voor het
                    grafmonument en voor de grafkelder) is niet voor een Lex silencio positivo
                    gekozen. Op zich is hier tegen een Lex silencio positivo weinig bezwaar. De
                    vergunningen worden doorgaans tijdig verleend of afgewezen. Daarbij kunnen ook
                    van tevoren regels worden gesteld die voor een vergunning van rechtswege gelden
                    (bijvoorbeeld over maatvoering en materiaalgebruik). Bij gemeenten bestaat
                    echter veel zorg over het ontstaan van situaties waarbij toch niet aan deze
                    regels wordt voldaan, zoals hiervoor al is uiteengezet. Gemeenten wensen één
                    situatie te allen tijde te vermijden, namelijk dat nabestaanden worden
                    geconfronteerd met een handhavingsactie waarbij een grafmonument (of kelder)
                    weer moet worden verwijderd omdat het niet aan de regels voldoet. Om die reden
                    is in deze verordening afgezien van de Lex silencio positivo.</al><al><vet>3.4. Europese Dienstenrichtlijn</vet></al><al>De Europese Dienstenrichtlijn (Richtlijn 2006/123/EG) schrijft de Lex silencio
                    positivo dwingend voor bij vergunningsstelsels die onder de reikwijdte van deze
                    richtlijn vallen. Dat is bij de vergunningen die in deze verordening zijn
                    opgenomen echter niet het geval. Het al dan niet toepassen van de Lex silencio
                    positivo is dus een autonome keuze van de gemeente.</al><al>De vorige modelverordening bevatte één bepaling die zich specifiek tot
                    dienstverleners richtte, namelijk tot steenhouwers, hoveniers en anderen die op
                    de begraafplaats werkzaamheden verrichten (artikel 4, eerste lid). Om te
                    voorkomen dat de volle lasten van de Dienstenrichtlijn op deze bepaling zouden
                    komen te rusten (screening en notificatie) is besloten de bepaling te schrappen.
                    Bovendien is voor de ordelijke gang van zaken deze bepaling niet noodzakelijk,
                    zoals hierboven is uiteengezet.</al><al><vet>3.5. Verouderde regels</vet></al><al>Artikel 31 van het model betreft de inwerkingtreding van de verordening. In het
                    oude model werd de inwerkingtreding gesteld op de eerste dag na het verstrijken
                    van een termijn van zes weken na de datum van uitgifte van het gemeenteblad
                    waarin de verordening is geplaatst. De beheerverordening begraafplaatsen
                    behoorde tot de verordeningen waarover op grond van de Tijdelijke referendumwet
                    (Trw) een referendum kon worden gehouden. De termijn van zes weken was
                    voorgeschreven in art. 22 van de Trw. De Trw is echter per 1 januari 2005
                    vervallen. Vanaf dat tijdstip geldt artikel 142 van de Gemeentewet: Alle
                    verordeningen treden in werking op de achtste dag na bekendmaking, tenzij
                    daarvoor een ander tijdstip was aangewezen.</al><al>Artikelsgewijze toelichting</al><tussenkop>Artikel 1.</tussenkop><al>In dit artikel worden de gebruikte begrippen gedefinieerd. </al><lijst><li nr="g."><al>: de gemeente verstrekt een beschikking met de voorwaarden voor het
                            grafrecht aan de rechthebbende van een particulier (urnen)graf of -
                            urnennis en een beschikking met de voorwaarden voor de grafrusttermijn
                            van het graf aan de belanghebbende van een algemeen graf.</al></li><li nr="e."><al>en r.: Bij het verstrekken of overschrijven van een grafakte aan een
                            natuurlijk persoon anders dan met een familieband via huwelijk of
                            daaraan gelijkgestelde relatie of aan een rechtspersoon moet een
                            duidelijk belang aanwezig zijn bij deze rechthebbende of belanghebbende
                            voor het in standhouden van het grafrecht c.q de grafrust van de
                            overledenen in het betrokken graf. Het stichtingsstatuut voor dit
                            familiegraf bij een rechtspersoon heeft als belang het behoud van dit
                            specifieke graf te bewerkstelligen, omdat de overledene een belangrijke
                            positie inneemt in de plaatselijke -, Nederlandse - of
                            wereldgeschiedenis.</al></li><li nr="l."><al>: Het college stelt de nadere voorwaarden vast in het uitvoeringsbesluit
                            Grafbedekkingen. Naast grafkelders, die gemaakt worden voor het
                            bijzetten van de stoffelijke overblijfselen van één of meerdere
                            overledenen, worden de ondergronds aangebrachte prefab betonnen kelders
                            voor het bijzetten van asbussen al dan niet in een urn worden bijgezet
                            ook als grafkelder gedefinieerd, in tegenstelling bijzetting van een urn
                            in een zandgraf.</al></li><li nr="j."><al>en k. Een particulier (urnen)graf werd in het oude verordening aangeduid
                            als ‘eigen’ graf. Ook in het algemeen spraakgebruik wordt de term ‘eigen
                            graf’ nog altijd gebezigd. Het nieuwe model volgt echter de terminologie
                            van de Wet op de lijkbezorging.</al></li></lijst><al>De mogelijkheid wordt geboden as te doen verstrooien in de particuliere graven.
                    Bij grafkelders is dit gezien het ruimingsproces niet wenselijk. </al><tussenkop>Artikel 2.</tussenkop><al>De werkzaamheden die noodzakelijk zijn voor het daadwerkelijk beheren van de
                    begraafplaatsen, zijn ondergebracht bij verschillende afdelingen. De
                    gemeentewinkel, team Balie verzorgt het bijhouden van het register van de
                    begraafplaats conform de eisen vanuit de Wet op de lijkbezorging inclusief de
                    daaruit voortvloeiende correspondentie. Het beheer van de fysieke buitenruimte
                    valt onder het specialisme Beheer Openbare ruimte (BOR). </al><tussenkop>Artikel 3.</tussenkop><al>Dit artikel maakt het de beheerder administratief beheer tevens mogelijk de
                    begraafplaats geheel of gedeeltelijk te sluiten wanneer dit voor het ruimen van
                    graven noodzakelijk is.</al><al>Ook geeft dit artikel de mogelijkheid om degenen, die zich ten onrecht op de
                    begraafplaatsen bevinden, te laten verwijderen. Er kan strafvervolging worden
                    ingesteld door zo nodig proces verbaal opmaken.</al><tussenkop>Artikel 4.</tussenkop><al>Deze gedragsvoorschriften voor hen die van de begraafplaats gebruik maken, zijn
                    in het belang van orde, rust en netheid. Tegen overtreding van de voorschriften
                    kan strafvervolging worden ingesteld door zo nodig proces verbaal opmaken.</al><al>De in het oude verordening opgenomen bepaling dat personen die werkzaamheden aan
                    grafbedekkingen op de begraafplaats hebben te verrichten daarvoor toestemming
                    van het college dienen te vragen is geschrapt. De eis was gesteld in het kader
                    van de openbare orde: Steenhouwers en hoveniers moeten zich er steeds van bewust
                    zijn dat hun werkzaamheden storend kunnen zijn voor rouwenden en tijdens
                    uitvaartplechtigheden. De bevoegdheid van de beheerder dagelijks beheer en
                    toezicht om personen weg te sturen als zij zich niet aan zijn aanwijzingen
                    houden biedt echter, samen met de verbodsbepalingen, voldoende mogelijkheden om
                    tegen ongewenste activiteiten op te treden. </al><al>Aan een uitzondering op de regel als bedoeld in het vierde lid bestaat behoefte,
                    omdat men als bezoeker met fysieke beperkingen soms dichtbij een graf moet
                    kunnen worden gebracht met een motorrijtuig. Een scootmobiel in gebruik door
                    iemand met fysieke beperkingen wordt in dit kader niet gezien als een
                    motorrijtuig. </al><al>Aangezien het gebruik van overig gemotoriseerd verkeer niet overeenstemt met het
                    beeld van orde en rust dient met het verlenen van de ontheffing uiterst
                    terughoudend te worden omgegaan.</al><al>Met de in het eerste lid genoemde voorschriften van orde, rust en netheid worden
                    de algemeen geldende verkeersopvattingen bedoeld. De begraafplaatsen hebben
                    uitsluitend voetpaden, dus mag er niet worden gefietst. </al><al>Het uitvoeringsbesluit hondenverbodsgebieden en – losloopgebieden gemeente
                    Moerdijk (2010) geeft aan, dat begraafplaatsen niet vallen onder de
                    losloopgebieden. Dit betekent dat honden aangelijnd moeten zijn en de
                    uitwerpselen opgeruimd moeten worden. </al><al>Ook eten en drinken op de begraafplaatsen anders dan tijdens een plechtigheid of
                    het bezoeken van een graf worden niet beschouwd als passend op een
                    begraafplaats.</al><tussenkop>Artikel 5. </tussenkop><al>Met dit artikel wordt beoogd plechtigheden ordelijk te doen verlopen. Door te
                    eisen dat de mededeling zes werkdagen vooraf moet plaatshebben, kan worden
                    voorkomen dat de plechtigheid samenvalt met een begrafenis. Een begrafenis dient
                    volgens de wet uiterlijk op de zesde werkdag na het overlijden te
                    geschieden.</al><al>Bijeenkomsten die het karakter van een plechtigheid te buiten gaan, kunnen het
                    karakter hebben van een openbare manifestatie. Hiervan moet vooraf kennisgeving
                    worden gedaan aan de burgemeester volgens de Wet openbare manifestaties van 1988
                    en deze vallen niet onder dit artikel. </al><tussenkop>Artikel 6.</tussenkop><al>Uitdrukkelijk is gesteld dat bij opgraving van een lichaam of bij ruiming van
                    een of meer graven alleen de personen aanwezig mogen zijn die met de
                    werkzaamheden zijn belast.</al><tussenkop>Artikel 7.</tussenkop><al>Een schriftelijke kennisgeving is nodig omdat duidelijk vast moet liggen wat
                    voor graf er wordt gevraagd.</al><al>Door de verruiming van de wettelijke tijd van begraven naar zes werkdagen is het
                    ook mogelijk om de termijn van kennisgeving aan de gemeente te vervroegen zonder
                    dat de mogelijkheden van de recht/belanghebbende worden aangetast. Deze
                    vervroeging van het tijdstip van aanmelden zorgt ervoor, dat vrijwel voor 100%
                    gegarandeerd kan worden dat het gewenste tijdstip voor de plechtigheid
                    gehonoreerd kan worden. </al><al>De as kan volgens artikel 62 van de Wet op de lijkbezorging worden bijgezet in
                    of op een graf dan wel op een afzonderlijke plaats, meestal een urnennis.</al><al>Indien de nabestaanden alle of bepaalde werkzaamheden zelf willen verrichten
                    zijn, ook om redenen van veiligheid, toch de aanwijzingen en de hulp van het
                    personeel van de begraafplaats nodig. Het gaat dan vooral om het openen en
                    sluiten van het graf. De werkzaamheden kunnen eventueel door de nabestaanden en
                    het personeel van de begraafplaats samen worden verricht. Zo kunnen de
                    nabestaanden bijvoorbeeld een begin maken. Vervolgens kan het personeel de
                    handelingen verrichten waar ervaring voor nodig is of die van de nabestaanden te
                    zware lichamelijke inspanning vragen. Werkzaamheden als het aanbrengen van de
                    grafranden ter stutting van de grond om het geopende graf en het verwijderen van
                    die randen voor het sluiten van het graf zullen door het personeel moeten worden
                    verricht.</al><tussenkop>Artikel 8.</tussenkop><al>Dit artikel spreekt voor zich.</al><tussenkop>Artikel 9.</tussenkop><al>De Wet op de lijkbezorging schrijft voor dat de behandelende arts of de
                    gemeentelijke lijkschouwer een verklaring van overlijden afgeeft aan de
                    ambtenaar van de burgerlijke stand (artikel 12). Vervolgens geeft deze
                    schriftelijk verlof tot begraven of cremeren (artikel 11). Dit verlof dient te
                    worden overlegd aan de beheerder administratief beheer. Door de medewerking aan
                    de begrafenis te weigeren wanneer dit verlof niet in zijn bezit is voldoet deze
                    beheerder aan de wettelijke vereisten.</al><al>De bezorging van as omvat zowel het bijzetten als de verstrooiing.</al><al>Er mag van worden uitgegaan dat het stoffelijk overschot van de rechthebbende
                    zelf in het particuliere graf mag worden begraven (lid 2). Het verzoek tot
                    overschrijving van het recht dient in dit geval wel vóór de begraving te worden
                    gedaan volgens artikel 17, tweede lid.</al><al>De wettelijke minimum grafrusttermijn (lid 3) is de termijn dat een overledene
                    volgens de wet ten minste begraven moet blijven voordat het mag worden geruimd.
                    Het is voorgekomen dat in particuliere graven begravingen betrekkelijk kort voor
                    het aflopen van de uitgiftetermijn plaatsvonden. Daarom is vastgelegd dat in
                    dergelijke gevallen begraving alleen kan plaatsvinden onder gelijktijdige
                    verlenging van de uitgiftetermijn. In Moerdijk is vastgesteld, dat die
                    verlenging dan een periode moeten omvatten die de alsdan resterende
                    uitgiftetermijn ten minste gelijk maakt aan 20 jaar. Voor het bijzetten van een
                    urn of asbus geldt deze specifieke verlengingseis van de termijn niet.</al><tussenkop>Artikel 10.</tussenkop><al>Artikel 35 van de Wet op de lijkbezorging verplicht tot de mogelijkheid van
                    begraven op iedere dag gedurende een bij gemeentelijke verordening te bepalen
                    tijd, met uitzondering van zon- en feestdagen. Gemeenten zijn vrij te bepalen
                    dat ook op zondag of een algemeen erkende feestdag wordt begraven. Joodse
                    begrafenissen vinden niet plaats op de sabbat (i.e. zaterdag). Het
                    Nederlands-Israëlitisch Kerkgenootschap heeft er daarom belang bij dat de
                    begraafplaatsen op zondagen en niet-Joodse feestdagen voor een begrafenis kunnen
                    worden opengesteld. Daarnaast zijn er ook andere gevallen denkbaar waarin de
                    nabestaanden er een belang bij hebben om op een zon- of feestdag een begrafenis
                    of asbezorging te kunnen doen plaatshebben. In de praktijk is het mogelijk om de
                    begraafplaats alleen in bijzondere gevallen hiervoor open te stellen.</al><al>Een bijzonder geval kan zich voordoen als de burgemeester toestemming heeft
                    gegeven om een overledene binnen 36 uur te begraven. Sommige nabestaanden vragen
                    om deze toestemming om godsdienstige redenen. Daarnaast kan spoed geboden zijn
                    in geval van lijkvinding.</al><tussenkop>Artikel 11.</tussenkop><al>Naast de particuliere graven noemt dit artikel de verschillende andere soorten
                    van voorzieningen op de begraafplaats. Gedenkplaatsen kunnen bijvoorbeeld worden
                    uitgegeven voor vermisten of als de persoon in het buitenland is overleden en
                    het stoffelijk overschot niet naar Nederland is vervoerd.</al><tussenkop>Artikel 12.</tussenkop><al>Op de begraafplaats aan de Galgenweg te Zevenbergen kan slechts in één laag
                    worden begraven. Op de andere begraafplaatsen in Klundert en de begraafplaats
                    i.o aan de Klundertseweg te Zevenbergen wordt in twee lagen of op verzoek in één
                    laag begraven. Algemene graven worden afzonderlijk per laag uitgegeven.</al><tussenkop>Artikel 13.</tussenkop><al>Een graf zal alleen buiten de volgorde van ligging worden toegewezen als dit
                    niet bezwaarlijk is voor de situatie op de begraafplaats. Hierbij kan worden
                    gedacht aan het aanzien van de begraafplaats en de gesteldheid van de
                    bodem.</al><tussenkop>Artikel 14.</tussenkop><al>Een indeling in categorieën is nodig als het college verschillende regels wil
                    vaststellen voor de grafbedekkingen op de graven die liggen op de verschillende
                    delen (categorieën) van de begraafplaats.</al><tussenkop>Artikel 15.</tussenkop><al>Volgens artikel 28, eerste lid van de Wet op de lijkbezorging kan het recht op
                    een graf voor ten minste tien jaar (grafrust) worden verleend. In Moerdijk wordt
                    de termijn vastgesteld op 20 jaar grafrecht. Voorts wordt bij verlenging
                    uitgegaan van verlenging met een periode van tien jaar. Bij de ter aarde
                    bestelling van een tweede stoffelijk overschot, wordt wanneer sprake is van
                    gelijktijdige verlenging, uitgegaan van een periode van 20 jaar. </al><al>De Wet op de lijkbezorging bepaalt in artikel 28 dat vanaf twee jaar voor het
                    verstrijken van de lopende termijn verlenging van de termijn kan worden
                    aangevraagd. Binnen een jaar na het begin van deze periode moet, volgens het
                    tweede lid van genoemd wetsartikel, het college de rechthebbende op het graf
                    mededelen dat de termijn gaat aflopen. Volgens het oude wetsartikel diende deze
                    mededeling schriftelijk te geschieden ‘aan de rechthebbende wiens adres de
                    houder van de begraafplaats bekend is of redelijkerwijs bekend kan zijn’. Het
                    laatste deel van de zin (‘of redelijkerwijs bekend kan zijn’) is bij de
                    wijziging van de wet geschrapt. In het kader van de vermindering van
                    administratieve lasten komt de verantwoordelijkheid voor het geven van het
                    juiste adres nu uitdrukkelijk bij de rechthebbende te liggen. Van de houder van
                    de begraafplaats wordt dan niet méér verlangd dan dat hij het adres uit zijn
                    eigen administratie gebruikt. Tevens ontslaat dit de beheerder administratief
                    beheer van de plicht het GBA-netwerk te (doen) raadplegen.</al><al>Zie verder voor de bekendmakingen de toelichting op artikelen 17 en 23.</al><al>Indien er ten tijde van de opheffing van de begraafplaats nog rechten op
                    particuliere graven bestaan, zal in overleg met de rechthebbenden moeten worden
                    bezien welke beslissingen er ten aanzien van die graven zullen worden
                    genomen.</al><tussenkop>Artikel 16.</tussenkop><al>Dit artikel spreekt voor zich.</al><tussenkop>Artikel 17. Overschrijving van verleende rechten</tussenkop><al>Het recht op een particulier graf wordt verleend door een beschikking van het
                    college. Hierin wordt aan de aanvrager het uitsluitend recht gegeven om
                    overledenen in een bepaald graf te doen begraven. In juridisch opzicht is een
                    vergelijking mogelijk met de vergunning een standplaats in te nemen op de
                    openbare weg. De koopman mag op een bepaalde plaats staan. Net als bij de
                    standplaatsvergunning steunt het recht om overledenen in een bepaald graf –
                    vroeger aangeduid als 'eigen graf' – te begraven op een persoonlijke
                    beschikking. De eigenaar kan zijn recht dus niet verkopen. Het recht kan op
                    verzoek van de rechthebbende wel worden overgeschreven op een ander.</al><al>Het is gewenst dat er na overlijden van een rechthebbende een nieuwe
                    rechthebbende wordt aangewezen die de verantwoordelijkheid voor de grafruimte en
                    de daaraan verbonden kosten op zich neemt. De termijn, waarbinnen de aanvraag
                    tot overschrijving kan worden gedaan, is gesteld op een jaar na het overlijden
                    van de rechthebbende. Er is geen reden een langere termijn aan te houden, omdat
                    de gemeente Moerdijk ruim op tijd aanschrijft en controleert of rechthebbenden
                    op de begraafplaats zijn overleden, waarna vervolgens de opdrachtgever van de
                    begraving of bijzetting van een urn van de overleden rechthebbende wordt
                    benaderd voor de overname van de grafrechten. Bovenstaande geldt alleen voor het
                    graf, waarin de rechthebbende zelf wordt bijgezet. De gemeente Moerdijk hoeft
                    geen bordjes te plaatsen met het verzoek aan rechthebbenden om zich te melden.
                    Het behoort bij de taak van de rechthebbende om de gemeente op de hoogte te
                    (laten) houden van de wijziging van zijn adresgegevens.</al><al>In het geval dat de stoffelijke overblijfselen van de rechthebbende in het
                    ‘eigen, reeds gereserveerde graf op de begraafplaats moeten worden begraven,
                    dient het verzoek tot overschrijving vóór de begraving te worden gedaan.
                    Doorgaans worden, na een overlijden, door de nabestaanden meteen al de
                    noodzakelijke regelingen getroffen. Logischerwijs is dan het aanwijzen van een
                    nieuwe rechthebbende daar één van.</al><tussenkop>Artikel 18.</tussenkop><al>Dit artikel is opgenomen om buiten twijfel te stellen dat de rechthebbende
                    afstand van het graf kan doen.Dit betekent, dat bv een
                    rechthebbende het graf voortijdig terug wil geven en laten opheffen, mits de
                    wettelijke termijn van 10 jaar grafrust is verstreken. Maar de gemeente laat
                    alle particuliere graven minimaal 20 jaar in tact om voldoende tijd voor het
                    natuurlijke proces van ontbinding te laten plaatsvinden. Maar ook kan dit
                    artikel gebruikt worden in samenhang met artikel 19, waarbij alleenstaande of
                    alleen achterblijvende rechthebbenden, die voor hun dood willen regelen dat er
                    afstand is gedaan. Daarmee wordt vooraf duidelijk, dat de rechthebbende heeft
                    bepaald dat er geen nieuwe rechthebbende hoeft te worden gezocht dan wel
                    aangewezen.</al><tussenkop>Artikel 19.</tussenkop><al>Dit artikel spreekt voor zich.</al><tussenkop>Artikel 20.</tussenkop><al>Als elke regelgeving voor grafbedekkingen ontbreekt kan het aanzien van
                    begraafplaatsen chaotisch worden. Ook en vooral dienen de veiligheidsaspecten te
                    worden genoemd. Het andere uiterste, een strak keurslijf van bepalingen die elke
                    persoonlijke of kunstzinnige uiting aan banden legt of onmogelijk maakt, moet
                    worden voorkomen. Dit model geeft de burgers de nodige vrijheid; het beperkt
                    zich tot het aangeven van minimumeisen voor de afmetingen, constructie en
                    materiaalkeuze waaraan de grafbedekking moet voldoen. Deze eisen zijn uitgewerkt
                    in de nadere regels van het college.</al><al>Zie ook de Algemene toelichting, hoofdstuk 3.2 (‘Vermindering administratieve
                    lasten’).</al><al>De vergunningseis geldt voor de grafbedekkingen op algemene en voor die op
                    particuliere graven, en omvat zowel het gedenkteken als de winterharde
                    beplantingen.</al><al>De mogelijkheid tot het verlenen van een ontheffing van de vastgestelde nadere
                    regels voor de grafbedekking, zoals was opgenomen in art. 19 van het oude model,
                    is overbodig. De bevoegdheid van het college om te beslissen op een
                    vergunningsaanvraag die niet met de nadere regels strookt, is immers
                    discretionair.</al><al>Als er geen grafbedekking wordt aangebracht door de rechthebbende, zal deze wel
                    moeten zorgen voor een aanduiding, dat er iemand begraven ligt om te voorkomen
                    dat bezoekers ongewild over het graf lopen. Uit een aanduiding bij het graf en
                    uit de administratie zal voorts moeten blijken wie daar begraven is.</al><tussenkop>Artikel 21.</tussenkop><al>De gemeente onderhoudt geen grafbedekkingen met uitzondering van de
                    grafbedekkingen van graven, die in overleg met de gemeente vroegtijdig zijn
                    gesloten en waarbij de gemeente zich heeft verplicht tot het in standhouden en
                    verzorgen van het graf (artikel 19, lid 3).</al><tussenkop>Artikel 22.</tussenkop><al>In dit artikel worden de rechten en de plichten van de rechthebbende ten aanzien
                    van de grafbedekking omschreven. Alleen in dit artikel is ook sprake van
                    plichten voor belanghebbenden van overledenen die zijn bijgezet in een algemeen
                    graf op de begraafplaats i.o. aan de Klundertseweg in Zevenbergen. Daar is de
                    mogelijkheid van grafbedekking naar keuze voor een algemeen graf ook
                    mogelijk.</al><al>De eigendom en daarmee ook de risicoaansprakelijkheid van hetgeen op het graf is
                    geplaatst ligt, volgens art. 32a van de Wet op lijkbezorging, bij de
                    rechthebbende/belanghebbende. Van natrekking is geen sprake zolang het graf niet
                    geruimd mag worden.</al><al>Indien er sprake is van verwaarlozing van de grafbedekking kan de beheerder
                    dagelijks beheer en toezicht van de begraafplaats de rechthebbende of de
                    belanghebbende aanspreken en sommeren tot het verrichten van
                    herstelwerkzaamheden aan de grafbedekking. De Wet op de lijkbezorging bepaalt in
                    artikel 28, het vierde tot en met het zevende lid, dat het recht op het graf
                    vervalt wanneer vijf jaar na constatering en bekendmaking van de verwaarlozing
                    niet in het onderhoud is voorzien. Hierbij wordt rekening gehouden met de
                    termijn van grafrust en de uitgiftetermijn van het graf. Zie ook de algemene
                    toelichting, hoofdstuk 3.1.</al><tussenkop>Artikel 23.</tussenkop><al>In de dagelijkse praktijk rijzen er nog wel eens problemen over verwijderde
                    bloemen en eenjarige planten zoals afrikanen en geraniums. Omdat de bloemen en
                    planten eigendom zijn van de rechthebbenden of de belanghebbenden is een
                    waarschuwing vooraf op zijn plaats. Het zou echter veel te omslachtig zijn
                    genoemde personen steeds per brief te waarschuwen dat de verwaarloosde planten
                    of verwelkte bloemen zullen worden verwijderd. Het verdient aanbeveling om het
                    beleid ten aanzien van de planten en bloemen mee te delen bij de afgifte van de
                    vergunning voor het hebben van een grafbedekking en bekend te maken op het
                    mededelingenbord op de begraafplaats. Het is gewenst om verwelkte bloemen niet
                    te snel te verwijderen omdat gesteld mag worden dat zij passend zijn bij de
                    sfeer van de begraafplaats.</al><tussenkop>Artikel 24.</tussenkop><al>De rechthebbende dient volgens artikel 28, tweede lid van de Wet op de
                    lijkbezorging ten minste een jaar voor het verstrijken van de termijn van het
                    recht op de hoogte te worden gesteld van dit feit, en van de mogelijkheid
                    verlenging van het recht te vragen. In veel gevallen kan dan gelijktijdig de
                    mededeling worden gedaan dat, wanneer niet om verlenging wordt verzocht, het
                    college opdracht zal geven de grafbedekking na het verstrijken van de termijn te
                    verwijderen en het graf te ruimen. Tevens kan worden medegedeeld dat de
                    grafbedekking dertien weken na verwijdering aan de gemeente vervalt.</al><al>Ook belanghebbenden van overledenen die zijn begraven in een algemeen graf
                    dienen, volgens artikel 27a van de Wet op de lijkbezorging, op hoogte te worden
                    gesteld van het verstrijken van de termijn van uitgifte. Doordat de gemeente
                    Moerdijk de persoonsgegevens van deze belanghebbende registreert, en overgaat
                    tot aanschrijving van de voorgenomen ruiming, kan worden afgezien van deze
                    wettelijke bepaling. Alleen waar vanuit het verleden de belanghebbenden niet
                    bekend zijn bij de gemeente, wordt deze mededeling geplaatst. Deze mededeling
                    dient volgens de wet ‘ten minste zes maanden en ten hoogste twaalf maanden voor
                    het verstrijken van de termijn van uitgifte’ aan de belanghebbende bij dat graf
                    te worden gedaan. Hierbij kan dan gelijktijdig de mededeling worden gedaan dat
                    de mogelijk aanwezige grafbedekking zal worden verwijderd en dat het graf zal
                    worden geruimd. Zie ook artikel 15, tweede lid, met de toelichting en artikel 24
                    eerste lid.</al><al>De bordjes bij de graven met een mededeling dienen alleen aan de bezoekers van
                    die graven op te vallen. </al><al>De grafbedekking kan ook worden verwijderd nadat het college het grafrecht
                    vervallen heeft verklaard omdat er na het overlijden van de rechthebbende niet
                    tijdig een nieuwe rechthebbende is aangewezen (artikel 17, derde lid van dit
                    model), of omdat het onderhoud van het graf is verwaarloosd (artikel 28, zesde
                    lid van de Wet op de lijkbezorging). In dat geval geldt eveneens het vereiste
                    van de voorafgaande mededeling per brief. Het plaatsen van een bordje met het
                    verzoek van melding van een rechthebbende is door het goed bijhouden van het
                    administratieve gedeelte alleen noodzakelijk bij graven voor onbepaalde
                    tijd.</al><tussenkop>Artikel 25.</tussenkop><al>Volgens artikel 31, tweede lid van de Wet op de lijkbezorging kan een
                    particulier graf alleen geruimd worden met toestemming van de rechthebbende. Het
                    recht op een graf kan echter vervallen na het verstrijken van de termijn, of
                    omdat er na het overlijden van de rechthebbende niet tijdig een nieuwe
                    rechthebbende is aangewezen (artikel 17, derde lid van dit model). Ook kan het
                    recht vervallen na verwaarlozing van het onderhoud, volgens artikel 28, zesde
                    lid van de Wet op de lijkbezorging.</al><al>De mededeling dat het college voornemens is om de graven te ruimen wordt gedaan
                    zowel aan de rechthebbenden op particuliere graven als aan de belanghebbenden
                    van overledenen die zijn begraven in een algemeen graf. Zie verder hetgeen is
                    vermeld in de toelichting op artikel 23.</al><al>Volgens het vijfde lid van artikel 24 kan de rechthebbende vragen om de
                    overblijfselen te doen verzamelen om deze te cremeren, dan wel bij te zetten in
                    een ander graf op dezelfde begraafplaats of over te brengen naar een andere
                    begraafplaats. </al><al>Het vierde lid van artikel 24 opent de mogelijkheid ook bij ruiming van algemene
                    graven de stoffelijke overblijfselen dan wel de as een andere bestemming te
                    geven dan die welke genoemd is in het derde lid.</al><al>Met betrekking tot het ruimen is in het model gekozen voor een zorgplicht voor
                    de gemeente, als beheerder administratief beheer van de begraafplaats. Op deze
                    beheerder rust de plicht er zorg voor te dragen dat met de stoffelijke
                    overblijfselen welke bij de ruiming van een graf worden aangetroffen te allen
                    tijde respectvol wordt omgegaan. Er dienen bovendien maatregelen te worden
                    getroffen zodat bezoekers van de begraafplaats niet met de stoffelijke
                    overblijfselen worden geconfronteerd. </al><tussenkop>Artikel 26.</tussenkop><al>Dit artikel spreekt voor zichzelf.</al><tussenkop>Artikel 27.</tussenkop><al>Het register van de begraafplaatsen registreert alle begravingen en
                    asbezorgingen, die op deze begraafplaatsen plaatsvinden. </al><tussenkop>Artikel 28.</tussenkop><al>In artikel 28 wordt geen tijdstip vermeld waarop de oude verordening wordt
                    ingetrokken. Dat is ook niet nodig. De datum waarop de oude regeling vervalt, is
                    de datum waarop de nieuwe verordening in werking treedt.</al><tussenkop>Artikel 29.</tussenkop><al>In dit artikel is geregeld, dat graven met onbepaalde tijd worden omgezet in
                    graven met bepaalde tijd. Reden hiervoor is, dat de oorspronkelijke redenering
                    om inwoners over te halen zich te laten begraven buiten het kerkhof rond de kerk
                    niet meer geldig is. Tegelijkertijd vraagt het ‘eeuwig’ in stand houden van
                    dergelijke graven van de gemeenschap onevenredige financiële inspanningen. </al><tussenkop>Artikel 30.</tussenkop><al>Dit artikel spreekt voor zich.</al><tussenkop>Artikel 31.</tussenkop><al>De beheerverordening begraafplaatsen is een besluit van het gemeentebestuur op
                    overtreding waarvan straf is gesteld. Een dergelijk besluit wordt op dezelfde
                    wijze bekendgemaakt als alle overige besluiten van het gemeentebestuur die
                    algemeen verbindende voorschriften inhouden (zie artikel 139 van de
                    Gemeentewet). Voorts is de gemeente gehouden dit besluit mede te delen aan het
                    parket van het arrondissement waarin de gemeente is gelegen, volgens artikel 143
                    van de Gemeentewet.</al><tussenkop>Artikel 32.</tussenkop><al>Hier geldt artikel 142 van de Gemeentewet: Alle verordeningen treden in werking
                    op de achtste dag na bekendmaking, tenzij daarvoor een ander tijdstip was
                    aangewezen. </al><tussenkop>Artikel 33.</tussenkop><al>In de citeertitel wordt een jaartal opgenomen om de betrokken regeling te
                    onderscheiden van de voorgaande regeling.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>