Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Terschelling

Regeling ondersteuning lokale duurzaamheidsinitiatieven

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieTerschelling
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingRegeling ondersteuning lokale duurzaamheidsinitiatieven
CiteertitelRegeling ondersteuning lokale duurzaamheidsinitiatieven
Vastgesteld doorcollege van burgemeester en wethouders
Onderwerpfinanciën en economie
Eigen onderwerpsubsidieregeling op het gebied van duurzaamheiid

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

Onbekend

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

06-02-2015Onbekend

27-01-2015

De Terschellinger

Onbekend

Tekst van de regeling

Intitulé

Regeling ondersteuning lokale duurzaamheidsinitiatieven

 

 

 

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

Lokale duurzaamheidsinitiatieven: initiatieven die op Terschelling worden ondernomen in het kader van het ambitiemanifest Duurzame Waddeneilanden

Hoofdstuk 2. Subsidieverstrekking

Artikel 2. Doel

De subsidieregeling heeft als doel initiatieven in het kader van het Ambitiemanifest Duurzame Waddeneilanden te stimuleren. De initiatieven dienen aanvullend te zijn op het gemeentelijke beleid ofwel vernieuwend te zijn voor Terschelling

Artikel 3. Doelgroep

Subsidie kan worden verleend aan personen die staan ingeschreven in de Basis Registratie Personen van de gemeente Terschelling alsmede aan alle bedrijven die ingeschreven staan bij de Kamer van Koophandel met vestigingsplaats ‘Terschelling’.

Artikel 4. Subsidieplafond

1.Het jaarlijkse subsidieplafond bedraagt minimaal de volgende bedragen:

Jaar

bedrag

2015

€ 40.000,=

2016

€ 20.000,=

2017

€ 20.000,=

2018

€ 20.000,=

2019

€ 20.000,=

2.Het college van burgemeester en wethouders (hierna: college) kan besluiten een

2. minimaal bedrag beschikbaar te stellen aan één van de in art. 5 genoemde thema’s en

2. doelgroepen(prioritering).

Artikel 5. Subsidiabele activiteiten

  • 1.

    De subsidiabele activiteiten betreffen projecten die bijdragen aan de doelstellingen uit het

    Ambitiemanifest Waddeneilanden, zelfvoorzienend in 2020 op het gebied van energie en

    water, binnen de volgende sectoren:

  • 1.

    bestaande woningen (woningen bestemd als woningen in bestemmingsplan en in

bezit van particuliere woningbezitters);

2.bestaande woningen (woningen bestemd als woningen in bestemmingsplan en in

bezit van woningbouwcorporatie);

  • 3.

    (verblijfs-)recreatie;

  • 4.

    bedrijven, diensten en utiliteit;

  • 5.

    verkeer en vervoer op het eiland;

  • 6.

    nautisch transport;

  • 2.

    De subsidiabele activiteiten betreffen projecten die bijdragen aan de doelstellingen uit het

    Ambitiemanifest Waddeneilanden, zelfvoorzienend in 2020 op het gebied van energie en

    water, binnen de volgende thema’s:

  • 1.

    duurzame energieopwekking;

  • 2.

    energiebesparing en isolatie;

  • 3.

    waterbesparing;

  • 4.

    communicatie en voorlichting.

Het college kan besluiten in een jaar thematisch en/of sectorgericht te gaan werken of beide werkwijzen te combineren.

Artikel 6. Beoordeling

  • 1.

    Projectaanvragen worden op volgorde van binnenkomst per kalenderjaar behandeld;

  • 2.

    Een aanvraag wordt getoetst op ontvankelijkheid door het Team beleid en regie van de

    gemeente Terschelling;

  • 3.

    Een aanvraag wordt inhoudelijk getoetst door een jaarlijks door het college aan te wijzen

    beoordelingscommissie;

  • 4.

    De beoordelingscommissie bestaat minimaal uit:

  • 1.

    representatief vertegenwoordiger van de bewoners;

  • 2.

    representatief vertegenwoordiger van het bedrijfsleven;

  • 3.

    beleidsmedewerker samenlevingszaken;

  • 4.

    beleidsmedewerker fysieke leefomgeving.

Hoofdstuk 3. Indiening van de aanvraag

Artikel 7. Indiening

  • 1.

    Met betrekking tot het indienen van een aanvraag wordt aangesloten bij de artikelen 6, 7

    en 8 van de Algemene Subsidieverordening van de gemeente Terschelling (hierna ASV);

  • 2.

    In aanvulling op punt 1. geldt, dat wanneer een aanvrager met toepassing van art. 4:5

    van de Algemene wet bestuursrecht in de gelegenheid is gesteld zijn aanvraag aan te

    vullen, de dag waarop de aanvulling is ontvangen, met betrekking tot de verdeling als

    datum van ontvangst geldt;

  • 3.

    Voor de aanvraag van de subsidie dient gebruik te worden gemaakt van het

“Aanvraagformulier ondersteuning lokale duurzaamheidsinitiatieven”.

Artikel 8. Termijn

  • 1.

    In afwijking van artikel 7, lid 2 van de ASV dient een aanvraag uiterlijk in week 20 van het

    jaar waarin subsidie aangevraagd wordt, te zijn ingediend om voor dat subsidiejaar in

    aanmerking te komen;

  • 2.

    Het college kan in afwijking van punt 1. besluiten om tot subsidieverlening van een

    aanvraag ingediend na week 20 over te gaan;

  • 3.

    Aanvragen ingediend na week 20 waarop niet wordt besloten zullen volledig worden

    geretourneerd aan de aanvrager.

Hoofdstuk 4. Besluit op de aanvraag

Artikel 9. Verlening

  • 1.

    Bij de verlening van een subsidie wordt aangesloten bij artikel 10 van de ASV;

  • 2.

    Het besluit tot verlening van een subsidie vermeld de subsidiabele kosten, het

    subsidiepercentage en het maximale subsidiebedrag.

Artikel 10. Subsidiabele kosten

  • 1.

    De subsidiabele kosten betreffen de ‘redelijk gemaakte kosten die direct verbonden zijn

    met de uitvoering van de activiteit’. Hieronder worden verstaan:

  • 1.

    kosten van materialen en hulpmiddelen;

  • 2.

    kosten van machines en apparatuur;

  • 3.

    indirecte kosten;

  • 4.

    loonkosten;

  • 5.

    aan derden betaalde kosten.

  • 2.

    Wanneer aanpassingen aan bouwwerken of investeringen in apparatuur worden gedaan

    dienen deze aanpassingen of apparaten minimaal 10 jaar in stand gehouden te worden.

  • 3.

    Het college kan, op schriftelijk verzoek van de aanvrager, afwijken van punt 2.

Artikel 11. Hoogte van de subsidie

  • 1.

    De subsidie bedraagt 20% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 2.000,=

    per project;

  • 2.

    De subsidie is stapelbaar met overige voor de activiteit verkregen subsidies;

  • 3.

    Het college kan om moverende redenen het subsidiepercentage en het maximaal te

    ontvangen bedrag bijstellen.

Artikel 12. Inhoudelijke beoordeling van de aanvraag

  • 1.

    De jaarlijks door het college aangestelde beoordelingscommissie beoordeelt de

    aanvraag en adviseert het college éénmalig over:

  • 1.

    inhoudelijke geschiktheid;

  • 2.

    aandachtspunten;

  • 3.

    effectiviteit van de genomen maatregelen.

  • 2.

    Het staat het college vrij om gemotiveerd van het advies van de beoordelingscommissie

    af te wijken.

Hoofdstuk 5. Weigering

Artikel 13. Weigeringsgronden

  • 1.

    Voor het weigeren van een aanvraag wordt aangesloten bij artikel 9, punt 1, 3 en 5 t/m 9

    van de ASV;

  • 2.

    Subsidie kan slechts worden verstrekt zolang er voldoende middelen van het voor de

    regeling vastgestelde subsidieplafond beschikbaar zijn om het gehele subsidiebedrag

    voor de betreffende activiteit uit te kunnen keren.

Hoofdstuk 6. Verplichtingen van de subsidieontvanger

Artikel 14

1.Voor wat betreft de verplichtingen van de subsidieontvanger wordt aangesloten bij

1. hoofdstuk 6, artikel 12 en 13 van de ASV.

Hoofdstuk 7. Verantwoording en vaststelling subsidie

Artikel 15. Verantwoording

  • 1.

    De subsidie wordt verleend door het college waarbij deze aangeeft dat de subsidie

    ambtshalve zal worden vastgesteld binnen 13 weken nadat de activiteiten uiterlijk

    moeten zijn verricht;

  • 2.

    De aanvraag tot vaststelling van de subsidie dient te geschieden via het formulier

    “Vaststelling subsidie ondersteuning lokale duurzaamheidsinitiatieven”.

Artikel 16 intrekking of wijziging

De subsidie kan onverminderd het bepaalde in de artikelen 4:48 en 4:50 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) worden ingetrokken of ten nadele van de subsidieontvanger worden gewijzigd, indien:

  • 1.

    de aangevraagde activiteit niet wordt uitgevoerd volgens de voorschriften van deze

    regeling of;

  • 2.

    de aangevraagde activiteit niet (meer) in overeenstemming is met het doel van deze

    regeling.

Hoofdstuk 8. Overige bepalingen

Artikel 17. Standaardberekeningswijze

  • 1.

    Indien bij de bepaling van de subsidiabele kosten gebruik wordt gemaakt van

    uurtarieven, dienen deze tarieven door de subsidieaanvrager te worden berekend met

    gebruikmaking van een door het college voor te schrijven standaardberekeningswijze;

  • 2.

    Bij het hanteren van de kostenbegrippen bij de berekening van uurtarieven wordt

    uitgegaan van door het college bepaalde definities.

Hoofdstuk 9. Slotbepalingen

Artikel 18. Toezicht

  • 1.

    Ten behoeve van de uitvoering van deze regeling kunnen toezichthouders als bedoeld in

    artikel 5:11 van de Awb worden aangewezen;

  • 2.

    De in het eerste lid bedoelde toezichthouders zijn belast met het toezicht op de naleving

    van de in of krachtens de Awb en in of krachtens deze regeling gegeven voorschriften.

Artikel 19. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag volgend op de bekendmaking.

Artikel 20. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als:

Regeling ondersteuning lokale duurzaamheidsinitiatieven.

Aldus gewijzigd vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Terschelling, d.d. 27 januari 2015

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Terschelling,

H.M. de Jong,

J.B. Wassink,

secretaris/directeur

burgemeester

Algemene Subsidieverordening gemeente Terschelling 2011

De raad van de gemeente Terschelling,

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van Terschelling; gelet op artikel 149 van de Gemeentewet en titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht;

Besluit

vast te stellen de volgende verordening:

Algemene Subsidieverordening gemeente Terschelling 2011  

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

In deze verordening wordt verstaan onder: a. College: college van burgemeester en wethouders van Terschelling; b. Subsidie: een subsidie als bedoeld in artikel 4:21 van de Algemene wet bestuursrecht; c. Raad: de gemeenteraad van Terschelling. d. Subsidieontvanger: elke rechtspersoon met een volledige rechtsbevoegdheid, die zich de behartiging van door het gemeentebestuur erkende belangen van ideële en/of materiële aard ten doel stelt. e. subsidieplafond: het bedrag dat gedurende het gemeentelijke begrotingsjaar ten hoogste beschikbaar is voor de verstrekking van subsidies krachtens een bepaald wettelijk voorschrift; f. subsidiejaarprogramma: een jaarlijks overzicht van te verlenen subsidies, waarbij de doelstellingen, te organiseren activiteiten en prestatie-indicatoren worden vermeld; g. Activiteit: werkzaamheden, gericht op door de gemeente Terschelling nagestreefde doelstellingen van ideële of materiële aard. Deze werkzaamheden of resultaten moeten meetbaar zijn in termen van kwantiteit, kwaliteit of geld; h. Jaarlijkse subsidie: subsidie die per (boek)jaar aan een instelling verstrekt; i. Accountantsverklaring:een verklaring omtrent de uitkomsten van het onderzoek van een accountant overeenkomstig de Verordening Gedrags Code (VGC) en de Nadere Voorschriften Controle en overige standaarden (NV COS) van het NBA. De verklaring van de accountant kan zich beperken tot een zogenaamde Beoordelingsopdracht zoals nader omschreven in NV COS 2400.

Artikel 2. Reikwijdte verordening

  • 1.

    Voor de volgende beleidsterreinen kan subsidie worden verstrekt: - burger en bestuur; - openbare orde en veiligheid; - verkeer, vervoer en waterstaat; - economische zaken; - onderwijs; - kunst, cultuur, sport, recreatie en toerisme; - sociale voorzieningen en maatschappelijke ondersteuning en dienstverlening; - volksgezondheid en milieu; - ruimtelijke ordening en volkshuisvesting.  

  • 2.

    Het college kan nadere regels stellen, waarin de te subsidiëren activiteiten, de doelgroepen en de verdeling van het subsidieplafond per beleidsterrein zoals bedoeld in het eerste lid worden omschreven

  • 3.

    Subsidieverstrekking aan instellingen die niet statutair gevestigd zijn in de gemeente kan geschieden als: a het activiteiten betreft waaraan inwoners van de gemeente deelnemen, én b de activiteiten niet door een reeds gesubsidieerde instelling (zouden kunnen) worden ondernomen, én c de activiteiten niet reeds (toereikend) worden gesubsidieerd door een ander overheidsorgaan, én d de activiteiten zijn gericht op uitwerking van gemeentelijke beleidsdoelstellingen die een regionaal draagvlak vereisen en niet al door een in de gemeente gevestigde instelling (kunnen) worden uitgevoerd.  

Artikel 3. Bevoegdheid college

  • 1.

    Het college is bevoegd te besluiten over aanvragen van subsidies;

  • 2.

     Het college stelt het subsidiejaarprogramma en de verschillende subsidieplafonds vast;

  • 3.

    Het college kan ter uitvoering van deze verordening beleidsregels vaststellen;

  • 4.

    Het college kan in bijzondere gevallen subsidie verlenen aan aanvragers met een beperkte rechtsbevoegdheid of aan natuurlijke personen.

Artikel 4. Subsidiesoorten

Gemeente Terschelling kent de volgende subsidiesoorten:

Waarderingssubsidie: een subsidie als waardering voor activiteiten, die het college van belang acht, zonder deze - of slechts in beperkte mate - naar aard, inhoud, omvang en/of beoogde effecten te willen beïnvloeden en waarbij niet per definitie een relatie bestaat met het exploitatieresultaat;

Budgetsubsidie: een subsidie in de vorm van een bedrag per prestatie voor de uitvoering van activiteiten die het college naar aard, inhoud, omvang en/of beoogde effecten wil beïnvloeden;

Garantiesubsidie: een eenmalige budgetsubsidie, die wordt verstrekt tot dekking van het door het college vooraf aanvaarde maximale negatieve saldo van de exploitatie van de beoogde activiteit;

Exploitatiesubsidie: een subsidie waar bij de hoogte van de subsidie wordt bepaald door het tekort op het exploitatiesaldo ten aanzien van de te subsidiëren activiteiten;

Eenmalige subsidie: een subsidie die voor een bepaalde, niet structurele of niet regelmatig terugkerende, activiteit wordt verleend;  

Hoofdstuk 2. SUBSIDIEPLAFOND EN BEGROTINGSVOORBEHOUD

Artikel 5. Subsidieplafond en begrotingsvoorbehoud

  • 1.

    Het college stelt jaarlijks subsidieplafond(s) vast.

  • 2.

    Het college kan nadere regels stellen omtrent de verdeling van het beschikbare bedrag.

  • 3.

    Tenzij door het college anders vastgesteld worden de subsidieaanvragen behandeld op volgorde van binnenkomst van de volledige aanvraag.

  • 4.

    Bij de bekendmaking van een subsidieplafond wordt gewezen op de mogelijkheid van verlaging ervan en de gevolgen daarvan voor reeds ingediende aanvragen.

  • 5.

    Indien en voor zover een subsidie wordt verleend ten laste van een begroting die nog niet door de raad is vastgesteld, wordt zij verleend onder de voorwaarde dat de raad voldoende middelen op de begroting beschikbaar stelt.

Hoofdstuk 3. AANVRAAG SUBSIDIES

Artikel 6. Bij aanvraag in te dienen gegevens

  • 1.

    De aanvraag voor een subsidie wordt volgens het vastgestelde aanvraagformulier schriftelijk en ondertekend bij het college ingediend.

  • 2.

    Bij een aanvraag om subsidie overlegt de aanvrager de volgende gegevens: a een beschrijving van de activiteiten waar subsidie voor wordt aangevraagd; b de doelstelling en resultaten, die daarmee worden nagestreefd, en hoe de activiteiten aan dat doel bijdragen. In bijzonder ook in welke mate de activiteiten gericht zijn op de gemeente of haar ingezetenen en op door de gemeente vastgestelde doelen of beleidsterreinen; c een begroting en dekkingsplan van de kosten van de activiteiten, waar de subsidie voor wordt aangevraagd. Het dekkingsplan bevat een opgave van bij andere bestuursorganen of private organisaties of personen aangevraagde subsidies of vergoedingen ten behoeve van dezelfde activiteiten, onder vermelding van de stand van zaken daarvan; d indien van toepassing bij een jaarlijkse subsidie, de stand van de egalisatiereserve op het moment van de aanvraag.  

  • 3.

    Indien een aanvrager voor de eerste maal een jaarlijkse subsidie aanvraagt, voegt hij een exemplaar van de statuten, het jaarverslag en de jaarrekening van het voorgaande jaar als bijlage toe bij de aanvraag.

  • 4.

    Het college is bevoegd ook andere dan, of slechts enkele van, de in het tweede en derde lid genoemde gegevens te verlangen, indien die voor het nemen van een beslissing op de aanvraag noodzakelijk, respectievelijk voldoende, zijn.

Artikel 7. Aanvraagtermijn

  • 1.

    Een aanvraag voor een jaarlijkse subsidie wordt gedaan uiterlijk 1 juni in het jaar voorafgaand aan het jaar, of de jaren waarop de subsidieaanvraag betrekking heeft.

  • 2.

    Een aanvraag voor een eenmalige subsidie moet tenminste 8 weken voor de aanvang van de te realiseren activiteit worden ingediend.

  • 3.

    Het college kan andere termijnen stellen voor het indienen van een aanvraag voor daarbij aan te wijzen subsidies.

Artikel 8. Beslistermijn

  • 1.

    Het college beslist op een aanvraag om een eenmalige subsidie en maakt deze beslissing bekend binnen 13 weken na ontvangst van de volledige aanvraag, dan wel, indien het college regels hiertoe heeft opgesteld, 13 weken gerekend vanaf de uiterste indieningtermijn voor het aanvragen van subsidie.

  • 2.

    Het college beslist op een aanvraag voor een jaarlijkse subsidie en maakt deze beslissing bekend uiterlijk vóór 31 december van het jaar waarop de aanvraag is ingediend.

Hoofdstuk 4. WEIGERING SUBSIDIE

Artikel 9. Weigeringsgronden

De subsidie wordt met inachtneming van artikel 2, lid 3 van deze verordening en artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht genoemde gevallen worden geweigerd als: 1. de activiteiten van de aanvrager niet zijn gericht op de gemeente of haar ingezetenen of niet ten goede komen aan de gemeente of haar ingezetenen; 2. de aanvrager met winstoogmerk werkzaam is; 3. de activiteiten door een reeds gesubsidieerde instelling (zouden kunnen) worden ondernomen; 4. de activiteiten reeds (toereikend) worden gesubsidieerd door een ander overheidsorgaan; 5. de aanvrager doelstellingen beoogt of activiteiten zal ontplooien, die in strijd zijn met de wet- en regelgeving, het algemeen belang of de openbare orde; 6. de aanvrager niet beschikt over de vergunning(en) en ontheffing(en), indien deze voor de uitvoering van de activiteiten vereist is (zijn); 7. in die activiteiten op een naar het oordeel van het college toereikende wijze anders wordt voorzien; 8. de activiteiten uitsluitend of in hoofdzaak het doel hebben het uitdragen van overtuigingen en denkbeelden van religieuze, levensbeschouwelijke of politieke aard; 9. de activiteiten niet openstaan voor alle groeperingen of personen, zonder onderscheid naar ras, godsdienst, levensovertuiging, sekse of seksuele geaardheid; 10. er geen middelen beschikbaar zijn gesteld in het subsidiejaarprogramma, dan wel het hierin opgenomen subsidieplafond is bereikt.  

Hoofdstuk 5. VERLENING SUBSIDIE

Artikel 10. Verlening van subsidie

  • 1.

    Bij het besluit tot verlenen van de subsidie geeft het college aan op welke wijze de verantwoording van de te ontvangen subsidie plaats vindt.

  • 2.

    Het college is bevoegd om verplichtingen aan de beschikking tot subsidieverlening te verbinden met betrekking tot het beheer en gebruik van de subsidie.

Hoofdstuk 6. VERPLICHTINGEN VAN DE SUBSIDIEONTVANGER

Artikel 11. Tussentijdse rapportage

Bij subsidies, hoger dan 25.000 euro, welke verleend worden voor activiteiten die meer dan een jaar in beslag nemen, kan het college de verplichting opleggen tot het tussentijds afleggen van rekening en verantwoording omtrent de te verrichten activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten. Een dergelijke tussentijdse verantwoording wordt niet vaker dan één keer per jaar gevraagd.  

Artikel 12. Meldingsplicht en steekproefsgewijze controle

  • 1.

    De subsidieontvanger doet onverwijld melding aan het college, zodra aannemelijk is dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, niet of niet geheel zullen worden verricht of dat niet of niet geheel aan de in de beschikking tot subsidieverlening verbonden verplichtingen zal worden voldaan.

  • 2.

    Als uit de ingediende bewijsstukken blijkt dat niet is voldaan aan de meldingsplicht, kan het college de subsidie lager vaststellen of intrekken.

  • 3.

    Het college kan de subsidieontvanger verzoeken mee te werken aan een steekproefsgewijze controle ten aanzien van de gesubsidieerde activiteiten. De subsidieontvanger dient aan te tonen dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen.  

Artikel 13. Overige verplichtingen van de subsidieontvanger

  • 1.

    De subsidieontvanger informeert het college zo spoedig mogelijk schriftelijk over: a besluiten of procedures die zijn gericht op de beëindiging van de activiteiten, waarvoor subsidie is verleend, dan wel ontbinding van de rechtspersoon; b relevante wijzigingen in de financiële en organisatorische verhouding met derden; c ontwikkelingen die ertoe kunnen leiden dat aan de beschikking tot subsidieverlening verbonden voorwaarden geheel of gedeeltelijk niet kunnen worden nagekomen; d wijziging van de statuten voor zover het betreft de vorm van de rechtspersoon, de persoon van de bestuurder(s) en het doel van de rechtspersoon.  

  • 2.

    De subsidieontvanger behoeft de toestemming van het college voor handelingen als vermeld in artikel 4:71 Algemene wet bestuursrecht.

Hoofdstuk 7. VERANTWOORDING EN VASTSTELLING SUBSIDIE

Hoofdstuk Nieuw Hoofdstuk

Artikel 14. Verantwoording subsidies t/m € 5.000,-

Subsidies t/m € 5.000,- worden door het college: a. direct vastgesteld of; b. verleend, waarbij het college aangeeft dat de subsidie ambtshalve zal worden vastgesteld binnen 13 weken nadat de activiteiten uiterlijk moeten zijn verricht of; c. verleend, waarbij het college – voordat het tot ambtshalve vaststelling overgaat - de aanvrager verplicht om op de door hem aangegeven wijze aan te tonen dat de activiteiten waarvoor de subsidie wordt verstrekt, zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen.  

Artikel 15. Verantwoording subsidies vanaf € 5.001,- t/m € 50.000,-

  • 1.

    Indien de subsidieverlening meer bedraagt dan € 5.000,-, maar minder dan € 50.001,-, dient de subsidieontvanger uiterlijk 13 weken na het verricht zijn van de activiteiten een aanvraag tot vaststelling in bij het college.  

  • 2.

    De aanvraag tot vaststelling bevat bij een eenmalige subsidie: a een inhoudelijk verslag, waaruit blijkt dat de activiteiten, waarvoor subsidie is verleend, zijn verricht en waarin wordt verklaard dat de subsidie doelmatig en doeltreffend is besteed; b een financieel verslag met de onderliggende facturen en de betalingsbewijzen.  

  • 3.

    De aanvraag tot vaststelling bevat bij een jaarlijkse subsidie: a een inhoudelijk verslag, waaruit blijkt dat de activiteiten waarvoor subsidie is verleend, zijn verricht en waarin wordt verklaard dat de subsidie doelmatig en doeltreffend is besteed; b een overzicht van de activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten (financieel verslag of jaarrekening); c het in lid 3b genoemde financieel verslag wordt, met uitzondering in geval van waarderingssubsidies, voorzien van een verklaring van een accountant zoals omschreven in artikel 1, onderdeel h van deze verordening.  

  • 4.

    Het college kan bepalen dat ook andere, of minder dan, de in dit artikel bedoelde gegevens en bescheiden die voor de vaststelling van belang zijn, worden overgelegd.

Artikel 16. Verantwoording subsidies hoger dan € 50.000,-

  • 1.

    Indien de subsidieverlening meer bedraagt dan € 50.000,-, dient de subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling in bij het college a bij een eenmalige subsidie, uiterlijk 13 weken na het verricht zijn van de activiteiten; b bij een per boekjaar verstrekte subsidie, uiterlijk vóór 1 september in het jaar na afloop van het kalenderjaar, respectievelijk 8 maanden na het subsidietijdvak, waarvoor de subsidie is verleend  

  • 2.

    De aanvraag tot vaststelling bevat: a. een inhoudelijk verslag, waaruit blijkt dat de activiteiten waarvoor subsidie is verleend, zijn verricht en waarin wordt verklaard dat de subsidie doelmatig en doeltreffend is besteed; b. een overzicht van de activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten (financieel verslag of jaarrekening); c. het in lid 2b genoemde financieel verslag wordt voorzien van een verklaring van een accountant zoals omschreven in artikel 1, onderdeel h van deze verordening.  

  • 3.

    Het college kan bepalen dat ook andere, of minder dan, de in dit artikel bedoelde gegevens en bescheiden die voor de vaststelling van belang zijn, worden overgelegd.

Artikel 17. Vaststelling subsidie

  • 1.

    Het college stelt binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag tot subsidievaststelling de subsidie vast.

  • 2.

    Indien uit de aard van de subsidie, dan wel de verantwoording daarvan, volgt dat voor de beslissing op de vaststelling van de subsidie een langere termijn nodig is dan de in het eerste lid genoemde termijn, dan bericht het college de subsidieontvanger daarvan zo spoedig mogelijk na ontvangst van de aanvraag tot subsidievaststelling.

  • 3.

    Het college kan categorieën van subsidies of subsidieontvangers aanwijzen, waarvoor de subsidie direct wordt vastgesteld zonder dat de subsidieontvanger een aanvraag voor subsidievaststelling hoeft in te dienen.

  • 4.

    Indien de aanvraag tot subsidievaststelling niet voor het in het eerste lid genoemd tijdstip is ontvangen, gaat het college zes weken na verzenddatum van een eenmalig rappel over tot ambtshalve vaststelling.

Hoofdstuk 8. OVERIGE BEPALINGEN

Artikel 18. Standaardberekeningswijzen van uurtarieven en uniforme kostenbegrippen

  • 1.

    Indien bij de bepaling van de subsidiabele kosten gebruik wordt gemaakt van uurtarieven, dienen deze tarieven door de subsidieaanvrager te worden berekend met gebruikmaking van een door het college voor te schrijven standaardberekeningswijze.

  • 2.

    Bij het hanteren van kostenbegrippen bij de berekening van uurtarieven wordt uitgegaan van door het college bepaalde definities.

Artikel 19. Hardheidsclausule

Het college kan, in bijzondere gevallen, een artikel of artikelen van deze verordening buiten toepassing laten of daarvan afwijken, met uitzondering van de artikelen 1, 2, 3 en 9 voor zover toepassing gelet op het belang van de aanvrager of subsidieontvanger leidt tot onbillijkheid van overwegende aard. Het van toepassing verklaren van dit artikel wordt gemotiveerd in het besluit.  

Hoofdstuk 9. OVERGANGS - EN SLOTBEPALINGEN

Artikel 20. Ontheffing

Het college kan van bepalingen en verplichtingen, gesteld bij of krachtens deze verordening, ontheffing verlenen.

Artikel 21. Intrekking en overgangsbepaling

  • 1.

    Met inachtneming van het bepaalde in lid 2 wordt de Algemene subsidieverordening gemeente Terschelling 2006 ingetrokken.

  • 2.

     Voor aanvragen om subsidie die zijn ingediend voor 6 mei 2010 blijven de bepalingen van de Algemene subsidieverordening gemeente Terschelling 2006 van kracht.

Artikel 22. Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag volgend op de bekendmaking.

Artikel 23. Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als “Algemene Subsidieverordening gemeente Terschelling 2011”.

Sluiting

Terschelling, 26 april 2011. De raad van de gemeente Terschelling voornoemd,

 B.A. Wiener,                                               A.Romar griffier                                                         plaatsvervangend voorzitter