<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidop="http://standaarden.overheid.nl/oep/meta/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export1.6--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR35665_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening inzake de wijze waarop ingezetenen en belanghebbenden bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid worden betrokken</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Gouda</dcterms:creator><dcterms:modified>2007-03-22</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Gouda</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Goudse Post, 14-03-2007</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Algemene inspraak- en participatieverordening Gouda</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 150</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2007-01-31</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2007-03-22</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2026-07-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>1.4.1</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Openbaarheidsregeling</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening inzake de wijze waarop ingezetenen en belanghebbenden bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid worden betrokken</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>de raad van de gemeente gouda</vet></al><al/><al>Gelezen het voorstel van het college van 12 december 2006 nr. 487397</al><al/><al>Gelet op de artikel 150 van de Gemeentewet;</al><al/><al><vet>besluit:</vet></al><al/><al>vast te stellen de Verordening inzake de wijze waarop ingezetenen en
                        belanghebbenden bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid worden
                        betrokken (Algemene inspraak- en participatieverordening Gouda).</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>artikel</label><nr>1</nr><titel>begripsomschrijvingen</titel></kop><al>De verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al><cursief>inspraak</cursief>: het ten aanzien van gemeentelijke
                                beleidsvoornemens kenbaar maken van een zienswijze en daarover zo
                                mogelijk van gedachten wisselen met het betreffende
                                bestuursorgaan;</al></li><li nr="b."><al><cursief>participatie</cursief>: het betrekken van ingezetenen en
                                belanghebbenden bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid;</al></li><li nr="c."><al><cursief>procedure</cursief>: de wijze waarop de inspraak of
                                participatie gestalte wordt gegeven;</al></li><li nr="d."><al><cursief>beleidsvoornemen</cursief>: het voornemen van het
                                bestuursorgaan tot het vaststellen of wijzigen van beleid; </al></li><li nr="e."><al>randvoorwaarden: aan de inspraak of participatie ten grondslag
                                liggende feiten, waarop het bestuursorgaan geen invloed heeft, dan
                                wel door het bestuursorgaan aan inspraak of participatie meegegeven
                                kaders.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>artikel</label><nr>2</nr><titel>onderwerp van inspraak of participatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Elk bestuursorgaan besluit ten aanzien van zijn eigen bevoegdheden of
                            inspraak of participatie wordt verleend bij de voorbereiding van beleid
                            van de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Inspraak of participatie wordt altijd verleend indien de wet daartoe
                            verplicht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Geen inspraak of participatie wordt verleend:</al><lijst><li nr="a."><al>ten aanzien van ondergeschikte herzieningen van een eerder
                                    vastgesteld beleidsvoornemen; </al></li><li nr="b."><al>indien inspraak of participatie bij of krachtens wettelijk
                                    voorschrift is uitgesloten; </al></li><li nr="c."><al>indien sprake is van uitvoering van hogere regelgeving waarbij
                                    het bestuursorgaan geen of nauwelijks beleidsvrijheid heeft;
                                </al></li><li nr="d."><al>inzake de begroting, de tarieven voor gemeentelijke
                                    dienstverlening en belastingen bedoeld in hoofdstuk XV van de
                                    Gemeentewet; </al></li><li nr="e."><al>indien de uitvoering van een beleidsvoornemen dermate
                                    spoedeisend is dat inspraak of participatie niet kan worden
                                    afgewacht; </al></li><li nr="f."><al>indien het belang van inspraak of participatie niet opweegt
                                    tegen het belang van de verantwoordelijkheid van de gemeente
                                    voor kwetsbare groepen in de samenleving; </al></li><li nr="g."><al>indien het belang van inspraak of participatie niet opweegt
                                    tegen het belang van handhaving van de openbare orde en
                                    veiligheid. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Een besluit tot het niet verlenen van inspraak of participatie wordt
                            gemotiveerd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>artikel</label><nr>3</nr><titel>inspraak- of participatiegerechtigden</titel></kop><al>Inspraak of participatie wordt verleend aan ingezetenen en
                        belanghebbenden.</al><al>Het bestuursorgaan stelt vast aan welke kring van belanghebbenden inspraak
                        of participatie wordt verleend met inachtneming van hetgeen hierover bij
                        wet, provinciale of gemeentelijke verordening is voorgeschreven.</al></artikel><artikel><kop><label>artikel</label><nr>4</nr><titel>inspraakprocedure</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op inspraak is de procedure van afdeling 3.4 van de Algemene wet
                            bestuursrecht van overeenkomstige toepassing.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bestuursorgaan kan voor een of meer beleidsvoornemens een andere
                            inspraakprocedure vaststellen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>artikel</label><nr>5</nr><titel>eindverslag inspraak</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ter afronding van de inspraak maakt het bestuursorgaan een eindverslag
                            op.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het eindverslag bevat in elk geval:</al><lijst><li nr="a."><al>een overzicht van de gevolgde inspraakprocedure; </al></li><li nr="b."><al>een weergave van de zienswijzen die tijdens de inspraak
                                    mondeling of schriftelijk naar voren zijn gebracht; </al></li><li nr="c."><al>een reactie op deze zienswijzen, waarbij met redenen omkleed
                                    wordt aangegeven op welke punten al dan niet tot aanpassing van
                                    het beleidsvoornemen wordt overgegaan. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verslag maakt deel uit van het voorstel dat ter besluitvorming wordt
                            aangeboden. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het bestuursorgaan maakt het eindverslag op de gebruikelijke wijze
                            openbaar.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>artikel</label><nr>6</nr><titel>procedure participatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bestuursorgaan stelt voor elk onderwerp waarop participatie wordt
                            verleend een procedure vast. Het bestuursorgaan maakt daarbij een keuze
                            uit de participatietreden informeren, raadplegen, adviseren,
                            coproduceren of meebeslissen. Deze keuze wordt gemotiveerd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De participatieprocedure bevat inelk geval:</al><lijst><li nr="a."><al>het onderwerp van participatie, zoals bedoeld in artikel 2;
                                </al></li><li nr="b."><al>een aanduiding van de kring van belanghebbenden, zoals bedoeld
                                    in artikel 3; </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In aanvulling op lid 2 bevat deze procedure voor zover mogelijk:</al><lijst><li nr="a."><al>de randvoorwaarden, zoals bedoeld in artikel 1 onder e;</al></li><li nr="b."><al>de wijze van vormgeving van het participatieproces; </al></li><li nr="c."><al>een tijdpad met termijnstelling; </al></li><li nr="d."><al>een communicatieplan; </al></li><li nr="e."><al>een financiële paragraaf.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien aan een adviesraad, wijkteam, klankbordgroep of platform voor
                            (on)bepaalde tijd een participatierecht is
                                toegekend,wordt de participatieprocedure, in
                            overleg met hen, voor (on)bepaalde tijd vastgelegd in een protocol of
                                    convenant<vet><cursief>. </cursief></vet>Een procedure voor
                            (on)bepaalde tijd komt niet in de plaats van ad-hoc afspraken per
                                onderwerp.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het bestuursorgaan kan de procedure wijzigen in die gevallen waarin de
                            vaststelling van het beleidsvoornemen zulks vereist. Het bestuursorgaan
                            maakt een besluit tot wijziging van de procedure aan de participanten
                            bekend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>artikel</label><nr>7</nr><titel>voorbereiding participatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bestuursorgaan informeert voorafgaand aan de participatie
                            belanghebbenden hierover op geschikte wijze. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bestuursorgaan draagt er zorg voor dat de kring van belanghebbenden
                            voldoende tijd en informatie krijgt voor een goede voorbereiding.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>artikel</label><nr>8</nr><titel>vastlegging en eindverslag participatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bestuursorgaan draagt zorg voor verslaglegging van door haar in het
                            kader van participatie gehouden bijeenkomsten;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze verslagen worden aan alle aanwezigen bij de in lid 1 bedoelde
                            bijeenkomsten toegezonden;</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Ter afronding van de participatie maakt het bestuursorgaan een
                            eindverslag op.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het eindverslag bevat in elk geval:</al><lijst><li nr="-"><al>een overzicht van de gevolgde participatieprocedure;</al></li><li nr="-"><al>een weergave van de opbrengst die tijdens de participatie
                                    mondeling of schriftelijk naar voren is gebracht;</al></li><li nr="-"><al>een reactie op deze opbrengst, waarbij met redenen omkleed wordt
                                    aangegeven op welke punten al dan niet tot aanpassing van het
                                    beleidsvoornemen wordt overgegaan;</al></li><li nr="-"><al>een beoordeling achteraf of de gemaakte keuzen zoals genoemd in
                                    artikel 6 gelet op het verloop van het participatieproces de
                                    juiste zijn geweest.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het verslag maakt deel uit van het voorstel dat ter besluitvorming wordt
                            aangeboden.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Na besluitvorming krijgen alle deelnemers het voorstel en het besluit
                            ter informatie toegezonden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>artikel</label><nr>9</nr><titel>reikwijdte verordening</titel></kop><al>Deze verordening is niet van toepassing op aangelegenheden, waarvoor een
                        specifieke inspraak- of participatieverordening is vastgesteld.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>intrekking oude verordening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De Inspraakverordening d.d. 31 augustus 1992 wordt ingetrokken;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Inspraakprocedures waarmee, vóór intrekking van de Inspraakverordening
                            een begin is gemaakt, worden afgehandeld overeenkomstig de ingetrokken
                            Inspraakverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking acht dagen na de dag van
                        bekendmaking.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene inspraak- en
                        participatieverordening Gouda.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 31 januari 2007</ondertekening><ondertekening/><ondertekening> ,burgemeester.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening> ,griffier.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening> Bekendgemaakt: 14 maart 2007</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>toelichting algemene inspraak- en participatieverordening goude </titel></kop><tussenkop>artikelsgewijze toelichting </tussenkop><al/><tussenkop>artikel 1 begripsomschrijvingen</tussenkop><lijst><li nr="a."><al>en b. Inspraak en participatie: Er zijn veel omschrijvingen mogelijk
                            voor de wijze waarop belanghebbenden betrokken kunnen worden bij de
                            totstandkoming van beleid: informatie, communicatie, inspraak,
                            interactieve beleidsvorming etc. Omwille van eenduidigheid is gekozen
                            voor de termen inspraak en participatie. Bij de in dit artikel opgenomen
                            formulering van de begrippen inspraak en participatie is zoveel mogelijk
                            aangesloten bij de tekst van artikel 150 van de Gemeentewet. Inspraak en
                            participatie maken onderdeel uit van de voorbereiding van het beleid van
                            de gemeente en hebben een tweeledig doel. Enerzijds wordt aan
                            belanghebbenden de mogelijkheid geboden om hun mening over
                            beleidsvoornemens kenbaar te maken. Anderzijds biedt het bestuursorganen
                            een belangrijk hulpmiddel in het kader van de voor de
                            beleidsvoorbereiding noodzakelijke belangenafweging.</al></li><li nr="c."><al>Procedure: De verantwoordelijkheid voor het maken van een regeling over
                            de wijze waarop burgers bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid
                            worden betrokken ligt ingevolge artikel 150 van de Gemeentewet bij de
                            raad. De verantwoordelijkheid voor de uitvoering, de nadere regeling en
                            organisatie ligt bij het college als het gaat om raads- en
                            collegebesluiten en bij de burgemeester als het gaat om besluiten
                            waartoe de burgemeester bevoegd is.</al></li><li nr="d."><al>Beleidsvoornemen: Het begrip beleidsvoornemen is gedefinieerd als het
                            voornemen van het bestuursorgaan tot het vaststellen of wijzigen van
                            beleid. Het zal duidelijk zijn dat het hierbij niet gaat om de
                            vaststelling van concrete besluiten of maatregelen, maar om de vorming
                            van het beleid waarop deze kunnen worden gebaseerd. Het begrip
                            bestuursorgaan is gedefinieerd in artikel 1:1, eerste lid, van de Awb.
                            Het omvat in elk geval raad, college en burgemeester.</al></li><li nr="e."><al>Randvoorwaarden: Dit begrip is bedoeld om de ruimte voor inspraak of
                            participatie af te bakenen, om bijvoorbeeld te voorkomen dat deze zich
                            richt op onderdelen waarover het bestuursorgaan geen
                            beslissingsbevoegdheid heeft of waarover het bestuursorgaan reeds heeft
                            besloten.</al></li></lijst><tussenkop>artikel 2 onderwerp van inspraak of
                    participatie</tussenkop><al>In het eerste lid is bepaald dat elk bestuursorgaan ten aanzien van zijn eigen
                    bevoegdheden besluit of inspraak of participatie of (geen van) beide wordt
                    verleend bij de voorbereiding van beleid van de gemeente. Het begrip
                    ‘bestuursorgaan’ is gedefinieerd in artikel 1:1, eerste lid, van de Awb. Het
                    omvat in elk geval de raad, het college en burgemeester. Elk bestuursorgaan van
                    de gemeente kan zijn eigen beleidsvoornemen aan inspraak of participatie
                    onderwerpen. </al><al/><al>Omdat het in bepaalde gevallen doelmatiger zal kunnen zijn als inspraak
                    /participatie geschiedt door middel van bijvoorbeeld spreekrecht bij
                    raadscommissievergaderingen, blijft door de formulering van het eerste lid de
                    mogelijkheid bestaan dat voor bepaalde beleidsvoornemens een andere wijze van
                    inspraak/participatie wordt geregeld. Het besluit om al dan niet inspraak of
                    participatie te verlenen is een besluit in de zin van de Awb. Hiertegen kan dus
                    bezwaar worden gemaakt.</al><al>In het derde lid is opgenomen wanneer geen inspraak of participatie wordt
                    verleend.</al><tussenkop>artikel 3 inspraak- of
                    participatiegerechtigden</tussenkop><al>De omschrijving van inspraak- of participatie gerechtigden vloeit rechtstreeks
                    voort uit de tekst van artikel 150 van de Gemeentewet. Het begrip
                    ‘belanghebbende’ is in artikel 1:2 Awb gedefinieerd en deze definitie heeft ook
                    gelding voor wetgeving buiten de Awb.</al><al>Artikel 3 legt de verantwoordelijkheid voor de keuze van bij inspraak of
                    participatie te betrekken belanghebbenden neer bij het bestuursorgaan,
                    afhankelijk van de bevoegdheid over het betreffende onderwerp. Vanwege het open
                    karakter van dit artikel vraagt dit in concrete gevallen om een bewuste
                    afweging, rekening houdend met o.a. aard, schaal en reikwijdte van het
                    onderwerp. </al><tussenkop>artikel 4 inspraakprocedure</tussenkop><al/><al>In het eerste lid is afdeling 3.4 van de Awb van toepassing verklaard op de
                    inspraak. In de artikelen 3:10 tot en met 3:17 Awb is de inspraakprocedure te
                    vinden. Na terinzagelegging en bekendmaking van het beleidsvoornemen kunnen
                    belanghebbenden gedurende zes weken schriftelijk of mondeling hun zienswijze
                    naar voren brengen. In de meeste gevallen zal deze procedure passend zijn voor
                    de inspraak. Zo niet, dan kan op grond van het tweede lid de inspraakprocedure
                    worden aangepast. Het is mogelijk een (of meer) standaardprocedure(s) te
                    ontwikkelen die wanneer nodig kan (kunnen) worden ingezet.</al><al>Het kan zijn dat bijvoorbeeld de genoemde termijn van zes weken door het
                    bestuursorgaan te lang wordt bevonden. Deze termijn zou in de verordening kunnen
                    worden aangepast of bij besluit van het bestuursorgaan op grond van het tweede
                    lid. </al><tussenkop>artikel 5 eindverslag inspraak</tussenkop><al/><al>In dit geval is niet gekozen voor verwijzing naar afdeling 3.4 Awb, waarin
                    slechts wordt bepaald dat een verslag wordt gemaakt van hetgeen tijdens de
                    inspraakprocedure mondeling naar voren is gebracht. </al><al>Onder het in het tweede lid, onderdeel a, genoemde verslag van de gevolgde
                    inspraakprocedure wordt verstaan: Hoe is de procedure feitelijk verlopen? Is
                    afdeling 3.4 Awb onverkort toegepast? Wanneer is het beleidsvoornemen ter inzage
                    gelegd enz.? </al><al>Onderdeel b betekent dat de eindrapportage een volledig overzicht dient te
                    bevatten van zowel de mondelinge als de schriftelijke inspraakreacties. De
                    schriftelijke inspraakreacties kunnen aan het verslag worden gehecht. In het
                    verslag kan worden volstaan met een korte zakelijke weergave van de naar voren
                    gebrachte opvattingen en vermelding van de personen die hun opvatting naar voren
                    hebben gebracht.</al><al>Onder c wordt als het sluitstuk van inspraak voorgeschreven dat het
                    bestuursorgaan aangeeft wat met de zienswijzen wordt gedaan.</al><al>In het derde lid is bepaald dat het bestuursorgaan het eindverslag op de
                    gebruikelijke wijze openbaar maakt. De bekendmaking van de resultaten van de
                    inspraak is uitermate belangrijk. Het ligt voor de hand om degenen die hebben
                    ingesproken een exemplaar van het eindverslag te sturen. Daarnaast kan het
                    eindverslag algemeen worden gepubliceerd in de krant en op de gemeentelijke
                    website. Als het aantal insprekers omvangrijk is, kan worden gekozen voor het
                    volstaan met een algemene bekendmaking. Het is aan te bevelen om tijdens de
                    inspraakavond al duidelijkheid omtrent de communicatie te verschaffen.</al><tussenkop>artikel 6 procedure participatie</tussenkop><al/><al>Ondanks het open en flexibele karakter van participatie dient omwille van de
                    duidelijkheid hiervoor ook een procedure te worden opgesteld. Deze dient in
                    ieder geval onderwerp en belanghebbenden aan te geven, en voor zover in de fase
                    van gedachtevorming al mogelijk is de overige elementen, zoals bedoeld in lid
                    3.</al><al/><al>De participatietreden maken deel uit van de participatieladder, waarbij
                    onderscheid wordt gemaakt tussen de mate waarin deelnemende partijen ruimte
                    hebben om eigen visies en ideeën in te brengen en de mate van invloed die ze
                    hebben op de beleidsvorming.</al><al>trede 1 = informeren: hier is geen sprake van ruimte of invloed. De gemeente
                    geeft informatie of voorlichting over beleid, maar betrekt burgers niet bij de
                    beleidsvorming.</al><al>trede 2 = raadplegen: hier raadpleegt de gemeente burgers en instellingen over
                    beleid en luistert naar wat zij hierover te zeggen hebben. De gemeente hoeft de
                    ingebrachte suggesties en ideeën echter niet te gebruiken.</al><al>trede 3 = adviseren: hier vraagt de gemeente advies aan burgers en instellingen
                    over beleid. De gemeente kan alleen goed gemotiveerd afwijken van een gegeven
                    advies.</al><al>trede 4 = coproduceren: hier wordt, zonodig binnen taakstellende kaders, bij de
                    beleidsvorming samengewerkt tussen gemeente en burgers of instellingen.</al><al>trede 5 = meebeslissen: waar burgers meebeslissen over beleid is sprake van de
                    grootst mogelijke invloed. </al><al>De ruimte en invloed, die aan participanten geboden wordt, is in de eerste trede
                    het kleinst en in trede 5 het grootst. Het is niet altijd mogelijk een
                    duidelijke grens tussen de treden te leggen. Er zijn in feite twee uitersten,
                    informeren en meebeslissen. </al><al/><al>De gemeente kent een aantal adviesraden aan wie een adviesrecht is toegekend.
                    Ook aan de wijkteams is adviesrecht toegekend. Daarnaast komt het voor dat voor
                    een bepaalde tijd klankbordgroepen of platforms worden betrokken bij
                    beleidsontwikkeling of bij een project. De verordening formaliseert in het
                    vierde lid een bestaande praktijk waarbij voor die groepen, aan wie voor
                    (on)bepaalde tijd een participatierecht is toegekend, de participatieprocedure,
                    in overleg met hen, voor (on)bepaalde tijd wordt vastgelegd in een protocol of
                    in een convenant. </al><al>Voor wijkteams gelden niet alleen langlopende participatieafspraken
                    (samenwerkingsovereenkomsten), maar er wordt ook gewerkt met ad-hoc op te
                    stellen draaiboeken. Daarom is in het vierde lid geëxpliciteerd dat een
                    procedure voor (on)bepaalde tijd niet in de plaats komt van ad-hoc afspraken per
                    onderwerp. </al><al/><al>Uit het vijfde lid volgt dat ook in geval van participatie het bestuursorgaan de
                    procedure, indien noodzakelijk, kan wijzigen. Belanghebbenden worden hierover
                    geïnformeerd.</al><al/><al>Aan het eind van iedere participatieprocedure kan formele inspraak worden
                    georganiseerd volgens de regeling van deze verordening. In spoedeisende gevallen
                    kunnen inspraak en participatie tegelijkertijd plaatsvinden. </al><tussenkop>artikel 7 voorbereiding participatie</tussenkop><al/><al>In dit artikel zijn enkele richtlijnen ten aanzien van de voorbereiding
                    opgenomen. In tegenstelling tot inspraak is voor participatie geen minimale
                    voorbereidingstijd van zes weken opgenomen, teneinde de flexibiliteit van
                    participatie niet te beperken.</al><al>Afhankelijk van het onderwerp dient in concrete gevallen en bij voorkeur in
                    overleg met belanghebbenden bepaald te worden wat voldoende voorbereidingstijd
                    is en wat voldoende informatie is.</al><tussenkop>artikel 8 verslaglegging en eindverslag
                    participatie</tussenkop><al/><al>Deze richtlijnen zijn bedoeld ter bevordering van de duidelijkheid,
                    herkenbaarheid en transparantie van de verwerking van de opbrengst van
                    participatie.</al><tussenkop>artikel 9 reikwijdte verordening </tussenkop><al/><al>In dit artikel wordt gedoeld op verordeningen zoals de verordening
                    cliëntenparticipatie WWB en de verordening Wmo-raad. Deze verordeningen zijn
                    gebaseerd op een formele wet en op artikel 84 Gemeentewet. </al><tussenkop>artikel 10 intrekking oude verordening</tussenkop><al/><al>Met deze bepaling wordt de bestaande inspraakverordening ingetrokken. De datum
                    waarop de oude verordening vervalt, is de datum waarop de verordening in werking
                    treedt (zie artikel 10). Voor al lopende inspraakprocedures is een
                    overgangsregeling opgenomen.</al><tussenkop>artikel 11 inwerkingtreding</tussenkop><al/><al>Het college is gehouden tot het bekendmaken van de verordening.</al><al>In artikel 10 wordt geen tijdstip vermeld waarop de oude verordening wordt
                    ingetrokken. Dat is ook niet nodig. De datum waarop de oude verordening vervalt,
                    is de datum waarop de nieuwe verordening in werking treedt. Het besluit tot
                    intrekking maakt deel uit van de verordening tot vaststelling of wijziging van
                    de bestaande inspraakverordening. </al><tussenkop>artikel 12 citeertitel</tussenkop><al/><al>Deze verordening wordt aangehaald als:’ Algemene inspraak- en
                    participatieverordening Gouda’. In de citeertitel wordt geen jaartal opgenomen
                    om te voorkomen dat de schijn wordt gewekt dat de verordening slechts voor een
                    jaar geldt.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>