<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR356304_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Heumen</dcterms:creator><dcterms:modified>2015-01-27</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Heumen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2014-79893.html?zoekcriteria=%3fzkt%3dUitgebreid%26pst%3dGemeenteblad%26vrt%3dheumen%26zkd%3dInDeGeheleText%26dpr%3dAlle%26spd%3d20150203%26epd%3d20150203%26sdt%3dDatumPublicatie%26planId%3d%26pnr%3d1%26rpp%3d10&amp;resultIndex=5&amp;sorttype=1&amp;sortorder=4">Gemeenteblad. Jaargang 2014, Nr. 79893 </dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening reinigingsheffingen 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">art. 229, lid 1, aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeentewet</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">art. 15.33 van de Wet milieubeheer</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-12-18</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2022-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>10 11</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing en
                            reinigingsrechten 201</vet><vet>5</vet></al><al>De raad van de gemeente Heumen in openbare vergadering bijeen</al><al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 18
                        november 2014;</al><al>gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de
                        Gemeentewet </al><al>en artikel 15.33 van de Wet milieubeheer</al><al><vet>b e s l u i t:</vet></al><al>vast te stellen de hierna volgende verordening:</al><al><vet>Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing en
                            reinigingsrechten 201</vet><vet>5</vet></al><al>(Verordening reinigingsheffingen 2015)</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>I</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Inleidende bepaling</titel></kop><lid><lidnr/><al>Krachtens deze verordening worden geheven:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>een afvalstoffenheffing;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>reinigingsrechten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><lid><lidnr/><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>‘gebruik maken’ in hoofdstuk II Afvalstoffenheffing: gebruik maken
                                in de zin van artikel 15.33 Wet milieubeheer;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>grof bedrijfsafval: afvalstoffen, met uitzondering van autowrakken,
                                afkomstig van bedrijven en instellingen, welke door aard, omvang of
                                hoeveelheid niet periodiek worden ingezameld. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>II</nr><titel>Afvalstoffenheffing</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Aard van de belasting en belastbaar feit</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onder de naam `afvalstoffenheffing' wordt een directe belasting
                                geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De afvalstoffenheffing bedoeld in deze verordening en de daarbij
                                behorende tarieventabel wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven
                                ter zake van het gebruik maken van een perceel ten aanzien waarvan
                                krachtens de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een
                                verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen
                                geldt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><al>De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente naar de
                            omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt
                            recht of persoonlijk recht gebruik maakt van een perceel ten aanzien
                            waarvan ingevolge de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer
                            een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen
                            geldt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Maatstaf van heffing en belastingtarief</titel></kop><al>De belasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen
                            in hoofdstuk 1 van de bij deze verordening behorende tarieventabel.
                        </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><al>Met betrekking tot de belasting die per jaar wordt geheven is het
                            belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>de belasting bedoeld in hoofdstuk 1 onder 1.1 van de tarieventabel
                                wordt geheven bij wege van aanslag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>de belasting bedoeld in hoofdstuk 1 onder 1.2. van de tarieventabel
                                wordt geheven door middel van een mondelinge dan wel een
                                gedagtekende schriftelijke kennisgeving. Het gevorderde bedrag wordt
                                mondeling, dan wel door toezending of uitreiking van de
                                schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekend
                                gemaakt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar
                                tijdsgelang</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting bedoeld in hoofdstuk 1 onder 1.1. van de tarieventabel
                                is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later
                                is, bij de aanvang van de belastingplicht. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt,
                                is de belasting bedoeld in hoofdstuk 1 onder 1.1. van de
                                tarieventabel verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de
                                voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de
                                aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden
                                overblijven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt,
                                bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van
                                de voor dat jaar verschuldigde belasting als bedoeld in hoofdstuk 1
                                onder 1.1. van de tarieventabel, als er in dat jaar, na het einde
                                van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de
                                belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander
                                perceel in feitelijk gebruik neemt.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De belasting bedoeld in hoofdstuk 1 onder 1.2. van de tarieventabel
                                is verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Belastingbedragen van minder dan € 5,00 worden niet geheven. Voor de
                                toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van op een
                                aanslagbiljet verenigde verschuldigde bedragen afvalstoffenheffing
                                of andere heffingen aangemerkt als één belasting.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van artikel 9 eerste lid van de Invorderingswet 1990
                                moet de op grond van artikel 7, eerste lid, bedoelde belasting
                                worden betaald uiterlijk twee maanden na de dagtekening van het
                                aanslagbiljet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking in zoverre van het eerste lid geldt -ingeval het
                                totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen meer
                                bedraagt dan € 45,-- met een maximum van € 3.000,00 en een
                                machtiging is afgegeven voor het automatisch incasseren van het
                                verschuldigde bedrag-, dat:</al><lijst><li nr="a."><al>aanslagen, waarvan de dagtekening ligt tussen 1 januari en 1
                                        oktober van het belastingjaar waarop ze betrekking hebben,
                                        worden geïncasseerd in zoveel gelijke termijnen als er na de
                                        maand van dagtekening van het aanslagbiljet nog maanden in
                                        het belastingjaar overblijven met een maximum van acht</al></li><li nr="b."><al>aanslagen, waarvan de dagtekening ligt na 30 september van
                                        het belastingjaar waarop ze betrekking hebben, worden
                                        geïncasseerd in drie gelijke termijnen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr/><al>Bij het van toepassing zijn van het vorenstaande vervalt de eerste
                                incassotermijn een maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en
                                elk van de volgende termijnen telkens een maand later.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid geldt, voor aanslagen waarvan het
                                totaal bedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen € 45,-
                                of minder bedraagt en een machtiging is afgegeven voor het
                                automatisch incasseren van het verschuldigde bedrag, dat het
                                totaalbedrag van de aanslag in één keer wordt geïncasseerd twee
                                maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Voor aanslagen, waarvan het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet
                                verenigde aanslagen meer bedraagt dan € 3.000,--, is geen
                                automatische incasso mogelijk en is de betalingstermijn als onder
                                lid 1 van toepassing.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al> De belasting moet worden betaald ingeval de kennisgeving bedoeld in
                                artikel 7, tweede lid:</al><lijst><li nr="a."><al> mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de
                                        kennisgeving.</al></li><li nr="b."><al>schriftelijk wordt gedaan,op het moment van het uitreiken
                                        van de kennisgeving,dan wel in geval van toezending daarvan,
                                        binnen 14 dagen na dagtekening van de kennisgeving.</al></li></lijst><al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de
                                voorgaande leden gestelde termijnen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><al>Bij invordering van de afvalstoffenheffing wordt kwijtschelding verleend
                            op grond van de uitvoeringsregeling invorderingswet 1990. De
                            kwijtschelding is alleen van toepassing op de belasting bedoeld in de
                            artikelen 1.1.1 en 1.1.2 van de tarieventabel.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>III</nr><titel>Reinigingsrechten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Belastbaar feit</titel></kop><al>Onder de naam 'reinigingsrechten' worden rechten geheven zowel voor het
                            genot van door het gemeentebestuur verstrekte diensten als voor het
                            gebruik van voor de openbare dienst bestemde gemeentebezittingen, werken
                            of inrichtingen die bij de gemeente in beheer of in onderhoud zijn.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><al>De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten
                            behoeve van wie de dienst wordt verricht of van degene die van de
                            bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Maatstaf van heffing en belastingtarief</titel></kop><al>De rechten worden geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen
                            in hoofdstuk 2 van de tarieventabel.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><al>Met betrekking tot de rechten die per jaar worden geheven is het
                            belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rechten bedoeld in hoofdstuk 2 onder 2.1 van de tarieventabel
                                worden geheven bij wege van aanslag met dien verstande dat per
                                belastbaar feit een afzonderlijke aanslag kan worden opgelegd</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De rechten bedoeld in hoofdstuk 2 onder 2.2 van de tarieventabel
                                worden geheven door middel van een mondelinge dan wel een
                                gedagtekende schriftelijke kennisgeving. Het gevorderde bedrag wordt
                                mondeling, dan wel door toezending of uitreiking van de
                                schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekend
                                gemaakt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en de heffing naar
                                tijdsgelang</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rechten bedoeld in hoofdstuk 2 onder 2.1 van de tarieventabel
                                zijn verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit
                                later is, bij de aanvang van de belastingplicht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt
                                zijn de rechten bedoeld in hoofdstuk 2 onder 2.1 verschuldigd voor
                                zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten
                                als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle
                                kalendermaanden overblijven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt,
                                bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van
                                de voor dat jaar verschuldigde rechten als bedoeld in hoofdstuk 2
                                onder 2.1. bedoelde rechten, als er in dat jaar, na het einde van de
                                belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de
                                belastingplichtige binnen de gemeente verhuist.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De belasting bedoeld in hoofdstuk 2 onder 2.2. van de tarieventabel
                                is verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Belastingbedragen van minder dan € 5,00 worden niet geheven. Voor de
                                toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van op een
                                aanslagbiljet verenigde verschuldigde bedragen reinigingsrecht of
                                andere heffingen aangemerkt als één belastingbedrag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van artikel 9 eerste lid van de Invorderingswet 1990
                                moet de op grond van artikel 15, eerste lid, bedoelde belasting moet
                                worden betaald uiterlijk twee maanden na de dagtekening van het
                                aanslagbiljet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking in zoverre van het eerste lid geldt -ingeval het
                                totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen meer
                                bedraagt dan € 45,-- met een maximum van € 3.000,00 en een
                                machtiging is afgegeven voor het automatisch incasseren van het
                                verschuldigde bedrag-, dat:</al><lijst><li nr="a."><al>aanslagen, waarvan de dagtekening ligt tussen 1 januari en 1
                                        oktober van het belastingjaar waarop ze betrekking hebben,
                                        worden geïncasseerd in zoveel gelijke termijnen als er na de
                                        maand van dagtekening van het aanslagbiljet nog maanden in
                                        het belastingjaar overblijven met een maximum van acht;</al></li><li nr="b."><al> aanslagen, waarvan de dagtekening ligt na 30 september van
                                        het belastingjaar waarop ze betrekking hebben, worden
                                        geïncasseerd in drie gelijke termijnen. Bij het van
                                        toepassing zijn van het vorenstaande vervalt de eerste
                                        incassotermijn een maand na de dagtekening van het
                                        aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een
                                        maand later.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid geldt, voor aanslagen waarvan het
                                totaal bedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen € 45,-
                                of minder bedraagt en een machtiging is afgegeven voor het
                                automatisch incasseren van het verschuldigde bedrag, dat het
                                totaalbedrag van de aanslag in één keer wordt geïncasseerd twee
                                maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Voor aanslagen, waarvan het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet
                                verenigde aanslagen meer bedraagt dan € 3.000,--, is geen
                                automatische incasso mogelijk en is de betalingstermijn als onder
                                lid 1 van toepassing.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al> De rechten moeten worden betaald ingeval de kennisgeving bedoeld in
                                artikel 15, tweede lid:</al><lijst><li nr="a."><al>mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de
                                        kennisgeving</al></li><li nr="b."><al>schriftelijk wordt gedaan, op het moment van het uitreiken
                                        van de kennisgeving, dan wel in geval van toezending
                                        daarvan, binnen 14 dagen na dagtekening van de
                                        kennisgeving.</al></li></lijst><al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de
                                voorgaande leden gestelde termijnen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><al>Bij de invordering van reinigingsrechten wordt geen kwijtschelding
                            verleend.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>IV</nr><titel>Aanvullende bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en
                                wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                            betrekking tot de heffing en invordering van de
                            reinigingsheffingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Overgangsrecht</titel></kop><al>De ‘Verordening reinigingsheffingen 2014', vastgesteld bij raadsbesluit
                            van 19 december 2013, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 21,
                            tweede lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande
                            dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die
                            datum hebben voorgedaan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking op de eerste dagna die
                                van de bekendmaking.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2015</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als `verordening
                                reinigingsheffingen 2015’.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>MvH</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>Malden, 18 december 2014</ondertekening><ondertekening>DE RAAD VOORNOEMD;</ondertekening><ondertekening>De raadsgriffier,</ondertekening><ondertekening>L. Bosland.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De burgemeester,</ondertekening><ondertekening>P. Mengde.</ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><kop><label>Bijlage: Tarieventabel behorende bij de‘Verordening reinigingsheffingen 2015’.</label></kop><divisie><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>Maatstaven en tarieven afvalstoffenheffing</titel></kop><al>1.1.<vet>Jaarlijkse tarieven afvalstoffenheffing</vet></al><al>De belasting bedraagt per perceel per belastingjaar :</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="11*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="77*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="11*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.1.1.</al></entry><entry colname="col2"><al>indien het perceel op 1 januari van het
                                                belastingjaar of, indien de belastingplicht later
                                                aanvangt, bij aanvang van de belastingplicht, wordt
                                                gebruikt door één persoon</al></entry><entry colname="col3"><al> 93,80</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.1.2.</al></entry><entry colname="col2"><al>indien het perceel op 1 januari van het
                                                belastingjaar of, indien de belastingplicht</al><al>later aanvangt, bij aanvang van de belastingplicht,
                                                wordt gebruikt door meer dan één persoon </al></entry><entry colname="col3"><al> 134,00</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.1.3.</al></entry><entry colname="col2"><al>De belasting als bedoeld in de onderdelen 1.1.1 en
                                                1.1.2. wordt vermeerderd voor het op 1 januari van
                                                het belastingjaar of, indien de belastingplicht
                                                later aanvangt, bij aanvang van de belastingplicht,
                                                in bruikleen hebben van een éxtra (= boven hetgeen
                                                volgens de gemeentelijke afvalstoffenverordening aan
                                                het perceel is verstrekt) container met een bedrag
                                                van</al></entry><entry colname="col3"><al> 70,80</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>1.2<vet>Overige tarieven afvalstoffenheffing</vet></al><al>Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 1.1 bedraagt de belasting voor
                            het ter beschikking</al><al>stellen van:</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="11*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="77*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="11*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.2.1.</al></entry><entry colname="col2"><al>een grote afvalzak, per afvalzak</al></entry><entry colname="col3"><al> 1,04</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.2.2 </al></entry><entry colname="col2"><al>een kleine afvalzak, per afvalzak </al></entry><entry colname="col3"><al> 0,69</al></entry></row></tbody></tgroup></table></divisie><divisie><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Maatstaven en tarieven reinigingsrechten</titel></kop><al>2.1.<vet>J</vet><vet>aarlijkse tarieven reinigingsrechten</vet></al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="89*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="11*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>Het recht voor het periodiek verwijderen van
                                                bedrijfsafval bedraagt per bedrijfspand</al><al>per belastingjaar:</al></entry><entry colname="col2"><al>134,00</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Voor de heffing van dit recht worden:</al><lijst><li nr="a."><al>bejaardenoorden verpleeginrichtingen, kloosters en andere
                                    instellingen omgerekend naar aantallen bedrijfspanden door de
                                    totale inwonersbezetting bij het begin van het belastingjaar te
                                    delen door 4; </al></li><li nr="b."><al> scholen omgerekend naar aantallen bedrijfspanden, en wel naar
                                    één bedrijfspand per klas- c.q. speel-/werklokaal; </al></li><li nr="c."><al>gezondheidscentra omgerekend naar aantallen bedrijfspanden, en
                                    wel naar één bedrijfspand per afzonderlijke dienstverlening</al><al>2.2.<vet>Overige tarieven reinigingsrechten.</vet></al></li></lijst><al>Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 2.1. bedraagt de belasting voor
                            het ter beschikking stellen van:</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="11*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="77*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="11*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>2.2.1 </al></entry><entry colname="col2"><al>een grote afvalzak, per afvalzak</al></entry><entry colname="col3"><al> 1,04</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.2.2 </al></entry><entry colname="col2"><al>een kleine afvalzak, per afvalzak</al></entry><entry colname="col3"><al>0,69</al></entry></row></tbody></tgroup></table><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colwidth="34*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>MvH</al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>Malden, 18 december 2014</al><al>DE RAAD VOORNOEMD;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>De raadsgriffier,</al></entry><entry colname="col3"><al>De burgemeester,</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>L.Bosland.</al></entry><entry colname="col3"><al>P.Mengde.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></divisie></bijlage></regeling></body></cvdr>