<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR356264_2</dcterms:identifier><dcterms:title>VERORDENING RIOOLHEFFING 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Bunnik</dcterms:creator><dcterms:modified>2014-12-30</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Bunnik</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2014-82497.pdf">Electronisch Gemeenteblad, 29 december 2014, Jaargang 2014, Nr. 82497 </dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening rioolrechten 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:c:BWBR0005416&amp;artikel=149&amp;g=25-09-2010">Gemeentewet artikel 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-12-18</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-12-30</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2015-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe versie</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Verordening rioolrechten 2015</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Verordening rioolrechten 2014 wordt ingetrokken per 1 januari 2015</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>VERORDENING RIOOLHEFFING 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>VERORDENING RIOOLHEFFING 2015</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al>perceel: een roerende of onroerende zaak of een zelfstandig
                                    gedeelte daarvan;</al></li><li nr="b."><al>gemeentelijke riolering: een voorziening of combinatie van
                                    voorzieningen voor inzameling, verwerking, zuivering of
                                    transport van afvalwater, hemelwater of grondwater, in eigendom,
                                    in beheer of in onderhoud bij de gemeente;</al></li><li nr="c."><al>verbruiksperiode: de periode waarop de afrekening van het
                                    waterbedrijf betrekking heeft;</al></li><li nr="d."><al>water: huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater, hemelwater
                                    of grondwater.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Aard van de belasting</titel></kop><al>Onder de naam rioolheffing wordt een directe belasting geheven ter
                            bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan:</al><lijst><li nr="a."><al>de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en
                                    bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk
                                    afvalwater; en</al></li><li nr="b."><al>de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het
                                    ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen
                                    teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand
                                    voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te
                                    voorkomen of te beperken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Belastbaar feit en belastingplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting wordt geheven: </al><lijst><li nr="a."><al>van degene die bij het begin van het belastingjaar het genot
                                        heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van een
                                        perceel dat direct of indirect is aangesloten op de
                                        gemeentelijke riolering, verder te noemen: eigenarendeel;
                                        en</al></li><li nr="b."><al>van de gebruiker van een perceel van waaruit water direct of
                                        indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd,
                                        verder te noemen: gebruikersdeel.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Met betrekking tot het eigenarendeel wordt, ingeval het perceel een
                                onroerende zaak is, als genothebbende krachtens eigendom, bezit of
                                beperkt recht aangemerkt degene die bij het begin van het
                                belastingjaar als zodanig in de basisregistratie kadaster is
                                vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende
                                krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Met betrekking tot het gebruikersdeel, wordt als gebruiker
                                aangemerkt: </al><lijst><li nr="a."><al>degene die naar de omstandigheden beoordeeld het perceel al
                                        dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of
                                        persoonlijk recht gebruikt;</al></li><li nr="b."><al>ingeval een gedeelte van een perceel – niet een gedeelte als
                                        bedoeld in artikel 4 – voor gebruik is afgestaan: degene die
                                        dat gedeelte voor gebruik heeft afgestaan.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Zelfstandige gedeelten</titel></kop><al>Indien gedeelten van een in artikel 3 bedoeld perceel blijkens hun
                            indeling bestemd zijn om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt,
                            wordt de belasting geheven ter zake van elk als zodanig bestemd
                            gedeelte, met dien verstande dat indien twee of meer van die gedeelten
                            tezamen als één geheel worden gebruikt, deze als één perceel worden
                            aangemerkt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Maatstaf van heffing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De heffing als bedoeld in artikel 2 wordt geheven naar een vast
                                bedrag per heffingseenheid.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het aantal heffingseenheden per belastingjaar bedraagt:</al><lijst><li nr="a."><al>voor het gebruik van een woning, alsmede voor gebruik van
                                        een woning met bedrijf aan huis, één heffingseenheid;</al></li><li nr="b."><al>voor het gebruik van een bedrijf met minder dan 10
                                        werknemers, één heffingseenheid;</al></li><li nr="c."><al>voor het gebruik van een bedrijf met 10 tot en met 25
                                        werknemers, twee heffingseenheden;</al></li><li nr="d."><al>voor het gebruik van een bedrijf met 26 tot en met 50
                                        werknemers, drie heffingseenheden;</al></li><li nr="e."><al>voor het gebruik van een bedrijf met 51 tot en met 75
                                        werknemers, vier heffingseenheden;</al></li><li nr="f."><al>voor het gebruik van een bedrijf met 76 tot en met 100
                                        werknemers, vijf heffingseenheden;</al></li><li nr="g."><al>voor het gebruik van een bedrijf met meer dan 100
                                        werknemers, acht heffingseenheden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor het vaststellen van het aantal verschuldigde heffingseenheden
                                als bedoeld in lid 2, wordt uitgegaan van het aantal werknemers op
                                de eerste dag van het belastingjaar.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Belastingtarief</titel></kop><al>De heffing als bedoeld in artikel 2, eerste lid, bedraagt per
                            heffingseenheid € 175,80.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar
                                tijdsgelang</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of
                                voor het gebruikersdeel, zo dit later is, bij de aanvang van de
                                belastingplicht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de belastingplicht met betrekking tot het perceel voor het
                                gebruikersdeel in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de
                                belasting verschuldigd over zoveel twaalfde gedeelten van het voor
                                dat jaar verschuldigde gebruikersdeel als er in dat jaar, na de
                                aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden
                                overblijven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de belastingplicht met betrekking tot het perceel voor het
                                gebruikersdeel in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat
                                aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van het voor
                                dat jaar verschuldigde gebruikersdeel als er in dat jaar, na het
                                einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden
                                overblijven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
                                moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan
                                de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand
                                die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede
                                twee maanden later.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid geldt, ingeval het totaalbedrag van
                                de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het
                                aanslagbiljet maar één aanslag bevat, het bedrag daarvan meer is dan
                                € 10,- doch minder is dan € 5.000,- en zolang de verschuldigde
                                bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden
                                afgeschreven, dat de aanslag kan worden betaald in tien
                                incassotermijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de
                                dagtekening van het aanslagbiljet en elke van de volgende termijnen
                                telkens een maand later.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste
                                lid gestelde termijnen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><al>Kwijtschelding van afvalstoffenheffing op voet van artikel 26
                            Invorderingswet 1990 wordt verleend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en
                                wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                            betrekking tot de heffing en de invordering van de rioolheffing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Overgangsrecht</titel></kop><al>De ‘Verordening rioolheffing 2014' vastgesteld bij raadsbesluit van 19
                            december 2013, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 14, tweede
                            lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat
                            zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die
                            datum hebben voorgedaan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De verordening treedt in werking met ingang van de dag na die van de
                                bekendmaking.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2015.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: ‘Verordening rioolheffing
                            2015.’</al><al>___</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad, gehouden op 18 december 2014.</al></slotformulering><ondertekening>
          De griffier,
        </ondertekening><ondertekening>
          De burgemeester,
        </ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>